Inspraakreactie S. Jonker
Tekst van het document
Ik zou graag willen vertellen hoe het voelt, als je ziet dat je kind tussen je vingers door glipt, als je ziet dat het leven haar te veel wordt, als je het leven uit haar weg ziet glijden. Ik zou graag willen vertellen hoe het voelt, maar ik kan de woorden niet vinden. De woorden die dat ongelooflijke gevoel kunnen omschrijven schieten allemaal te kort. Ik zou graag willen vertellen wat het met je doet, als je het gevoel hebt dat je faalt als moeder, of als vader, als je met alle kracht probeert een proces om te keren maar het lukt je niet. Ik heb de woorden niet. Het is verlammend, beklemmend, benauwend, het veranderd je voorgoed. Elin, een lief klein meisje werd geboren op 11 augustus 2011. Een bijzonder meisje dat ons voor het eerst vader en moeder maakte. Dat ons voor het eerst in ons leven een enorm grote verantwoordelijkheid gaf en een meisje dat ons voor het eerst liet kennis maken met het grootste "houden van" dat er bestaat. Ze groeide razendsnel op, figuurlijk, maar ook letterlijk. Ze ging razendsnel. Ze was, zo klein als ze was, al een grote denker. Ze hield zich op 2-jarige leeftijd al bezig met grote en gevoelige vraagstukken zoals hoe het zou zijn als je dood gaat. Ze ging lopen, werd zindelijk, leerde fietsen, lezen, schrijven en nog heel veel meer. Ze kreeg een broertje waar ze van het begin af aan heel erg wijs mee was, ze deed alles om hem te laten lachen.
Dit alles gebeurde al voordat ze een eerste stap in school had gezet. Ook zagen we thuis dat Elin een heel gevoelig meisje was. Ze keek overal eerst de kat uit de boom, was snel geëmotioneerd bij liedjes, dansen of dingen uit het dagelijks leven. Lief voor de mensen om haar heen maar geen grote knuffelkont. Ze ging toen ze 2,5 werd voor het eerst naar de peuterzaal. Dit vond ze al niet erg leuk maar we hebben dit wel doorgezet. Na de peuters ging ze door naar de basisschool. Hier zagen we Elin snel veranderen. Het lieve, gevoelige meisje kwam boos en overstuur thuis. We probeerden de gesprekken op school aan te gaan maar het was moeilijk. We vroegen om meer uitdaging en meer omkijken naar onze dochter, want op school was ze erg makkelijk. Ze deed wat er van haar werd gevraagd, was lief en vroeg geen aandacht. Terwijl ze die juist zo hard nodig had. Thuis veranderde ze steeds meer. Tot ze op een dag thuis kwam en zei: mama, ik kijk nooit meer in de spiegel want ik ben lelijk. Ze was toen 5 jaar oud en gebroken. Dit was een moment waarop wij hard op de rem hebben getrapt. We zijn, zonder enige hulp van school, op zoek gegaan naar een andere school. Het was ons duidelijk dat ze op deze school niet op haar plek zat en ze gaf zelf ook aan dat ze het op school te druk vond. Na 5 weken zoeken kwamen we terecht op een andere basisschool.
Een kleine school met in totaal ongeveer 40 kinderen. Toch liep Elin ook hier al vrij snel vast, haar psychische klachten gingen zich uiten in fysieke klachten. We bleven doorzetten, want dit is wat er vanuit school en de maatschappij van ons werd verwacht. Vanuit school werd ons steeds verteld, wij zien het niet. Elin doet gewoon mee en leert goed ze heeft het naar haar zin. Thuis was er een hele andere realiteit. Ons kind werd steeds ongelukkiger, totdat ze in groep 7 steeds verder weggleed. Avond aan avond hadden wij te maken met een meisje dat niet wist waar ze het zoeken moest, paniek, nare gedachten en nog veel meer. We
hielden haar thuis van school, want dat school de grote trigger was voor haar problemen was voor ons meer dan duidelijk. Uiteindelijk gaf Elin aan dat het leven van haar niet meer hoefde als ze morgen toch weer wakker zou worden met dezelfde problemen. Ik hoef denk ik niet te vertellen wat voor impact dit heeft gehad op Elin, op ons als ouders en op haar broertje Lucas, op ons als gezin. Na verschillende therapieën en heel veel rust kwam Elin weer een beetje tot zichzelf en durfden wij voorzichtig weer een beetje naar de toekomst te kijken. Dat in die nabije toekomst geen school zou passen zoals we gewend waren dat stond voor ons als een paal boven water. Na een flinke zoektocht vonden wij een school waar we het wel aan zouden durven. En vooral waar Elin het wel aan zou durven. En dat was in Tjalleberd. Om op deze school te komen hebben wij een heel gevecht moeten leveren maar uiteindelijk kon Elin hier naar school. Het eerste jaar ging dit in hele kleine stapjes. Ik ging mee en zat naast haar, langzaam verdween ik steeds iets verder uit beeld en nu in schooljaar 2 lukt het Elin om 2 ochtenden in de week zelf op school te blijven. En wat doet ze dat goed! Ze krijgt langzaam weer wat zelfvertrouwen en ze krijgt zowaar weer een beetje plezier in het naar school gaan. En dat komt door de manier waarop ze op deze school benaderd wordt.
Ze mag zichzelf zijn, ze wordt gezien zoals ze is en bovenal mag het op haar tempo. Een tempo dat bij haar past. Het leren kan ze snel, het sociale stukje wat minder snel. Maar het komt wel! En net nu wij in deze mooie opwaartse spiraal zitten, ons gezin in wat rustiger vaarwater komt, komt er aan deze mooie plek een eind. Een kwetsbaar meisje, een kwetsbaar gezin, is wederom overgeleverd aan de grillen van instanties. We moeten wederom op zoek, maar waar naartoe? Hoe kunnen wij, als ouders, naar Elin maar ook naar onszelf, verantwoorden om haar weer terug naar een school te sturen, waar ze weer stappen terug zal gaan maken, terwijl ze nog niet eens weer bovenop de berg staat? Kunnen en mogen wij toekijken hoe ze weer in een dal zal terugglijden? En wie haalt haar er dan weer uit? Heeft ze genoeg kracht om nog een keer die berg te beklimmen?