CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Heerenveen

Raadsvergadering 10 juni 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders3.790 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEDRAGSCODE INTEGRITEIT BURGEMEESTER EN WETHOUDERS GEMEENTE HEERENVEEN De raad van de gemeente Heerenveen; gelezen het voorstel van het Presidium van 27 mei 2021;

gelet op de artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, van de Gemeentewet

BESLUIT:

Vast te stellen de “Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Heerenveen”.

Paragraaf 1

Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Deze gedragscode geldt voor de burgemeester en voor de wethouders. Artikel 1.2 De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel 1.3 1. Kernbegrippen van bestuurlijke integriteit zijn dienstbaarheid, functionaliteit, onafhankelijkheid, openheid, betrouwbaarheid en zorgvuldigheid. 2. Deze kernbegrippen vormen de toetssteen voor de in deze code vastgelegde gedragsafspraken. Artikel 1.4 1. In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college. Paragraaf 2

Voorkomen van belangenverstrengeling

Artikel 2.1 1. De burgemeester resp. een wethouder moet actief en uit zichzelf belangenverstrengeling, en zelfs de schijn daarvan, tegengaan. Een bestuurder mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of een andere organisatie bij wie hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. 2. De burgemeester resp. een wethouder onthoudt zich alleen van de stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om 1

3.

kwesties waar hij zelf een persoonlijk belang heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een bestuurder over een onderwerp in geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. De burgemeester resp. een wethouder onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, niet alleen van stemming (art. 2.1 lid 2) maar ook van beïnvloeding van de besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een bestuurder over een onderwerp in geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat.

Artikel 2.2 1. De burgemeester en de wethouders leveren de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt. 2. Als gaande de ambtsperiode een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot een bestaande nevenfunctie wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de gemeentesecretaris. 3. De informatie betreft in ieder geval: a. de omschrijving van de nevenfunctie; b. de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht; c. of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het ambt; d. of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is; en e. indien bezoldigd wat de inkomsten daaruit zijn. 4. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel 2.3 1. De burgemeester en de wethouders handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. 2. De wethouder bespreekt het voornemen tot (tussentijdse) aanvaarding van een functie na aftreden met de burgemeester. Artikel 2.4 1. Het college sluit de burgemeester en wethouders gedurende een jaar na aftreden uit van het als externe tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente. 2.

De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente waar hij burgemeester, onderscheidenlijk wethouder was. De voor het ambtelijk personeel geldende regels en afspraken over werving, selectie en indiensttreding zijn daarbij van toepassing. Artikel 2.5 1. Het college draagt de burgemeester en wethouders niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. 2. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen in artikel 1.1. van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat.

2

Artikel 2.6 1. De burgemeester respectievelijk de wethouder doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen. 2. Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de burgemeester, respectievelijk de wethouder (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. 3. Wanneer de burgemeester respectievelijk de wethouder familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt de burgemeester, respectievelijk de wethouder zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. 4. De burgemeester, respectievelijk de wethouder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden. Paragraaf 3 Informatie Artikel 3.1 De burgemeester respectievelijk de wethouder zorgt ervoor dat vertrouwelijke en/of geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard. Artikel 3.2 De burgemeester respectievelijk de wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen niet openbare informatie.

3

Paragraaf 4

Omgang met geschenken en uitnodigingen

Artikel 4.1 1. De burgemeester respectievelijk de wethouder accepteert geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2. Onverminderd het eerste lid kan de burgemeester respectievelijk de wethouder incidentele geschenken die een geschatte waarde van ten hoogste € 50 vertegenwoordigen behouden. 3. Geschenken die de burgemeester respectievelijk de wethouder uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, als zij niet worden teruggestuurd, eigendom van de gemeente. 4. De gemeentesecretaris legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 5. Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen. Artikel 4.2 1. De burgemeester respectievelijk de wethouder accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. 2. Bij twijfel legt de burgemeester respectievelijk de wethouder de uitnodiging ter bespreking voor aan het college. Artikel 4.3 1.

Invitaties voor excursies, evenementen en buitenlandse reizen voor rekening van anderen dan de gemeente legt de burgemeester, respectievelijk de wethouder vooraf ter bespreking voor aan het college. 2. De burgemeester, respectievelijk de wethouder maakt de excursies en evenementen openbaar binnen één week nadat de excursie, respectievelijk het evenement heeft plaatsgevonden, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid. 3. De informatie over buitenlandse reizen voor rekening van derden wordt binnen één week na terugkeer in Nederland opgenomen in het register, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid. Paragraaf 5

Gebruik van voorzieningen van de gemeente

Artikel 5.1 1. Het bestuursorgaan richt de financiële administratieve organisatie zodanig in dat een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteert heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. 2. De burgemeester en de wethouders verantwoorden zich over het gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgestelde regels en procedures. Artikel 5.2 1. Een lid van het college meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis, niet zijnde een dienstreis naar een Europese instelling, of een uitnodiging daartoe aan burgemeester en wethouders. Hij verschaft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de 4

bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. 2. De burgemeester, onderscheidenlijk de wethouders melden daarbij tevens als zij voornemens zijn om de buitenlandse reis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening. 3. De burgemeester en de wethouders betrekken alle aspecten in de besluitvorming en informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk over het genomen besluit. Artikel 5.3 1. De burgemeester respectievelijk een wethouder legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente. 2. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel 5.4 De burgemeester respectievelijk een wethouder declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. Artikel 5.5 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan, tenzij hier andere afspraken over gemaakt zijn. Paragraaf 6

Regels rondom de onderlinge omgang

Artikel 6.1 1. De burgemeester en de wethouders geven er in hun optreden blijk van de raad te respecteren als het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. Zij zijn zorgvuldig, open en betrouwbaar in de omgang met de raad, zijn commissies en zijn leden. 2. De burgemeester en de wethouders geven er in hun optreden zowel ten opzichte van derden als ten opzichte van elkaar blijk van elkaar te respecteren als bestuursorganen van de gemeente. Zij zijn zorgvuldig, open en betrouwbaar in hun omgang in het college en hebben transparante werkrelaties met dit bestuursorgaan. 3. De burgemeester en de wethouders zijn zorgvuldig, open en betrouwbaar in hun omgang met de ambtelijke organisatie. Zij hebben transparante werkrelaties met alle medewerkers. Paragraaf 7

Uitvoering gedragscode

Artikel 7.1 De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. In geval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet hij daarin. Artikel 7.2 1. Op voorstel van de burgemeester maakt de gemeenteraad in ieder geval afspraken over: a. de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in het algemeen en van de gedragscode in het bijzonder; b. de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit; c. de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending van een politieke ambtsdrager van de gemeente. 2. De afspraken, bedoeld in het eerste lid, maken deel uit van deze gedragscode. 5

Paragraaf 8 Inwerkingtreding Artikel 8.1 1. Deze Gedragscode treedt in werking een dag na publicatie van de regeling. 2. Deze Gedragscode kan worden aangehaald als Gedragscode burgemeester en wethouders gemeente Heerenveen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 10 juni 2021.

De griffier,

De voorzitter,

mevrouw L. Roest-Jonkers

de heer T.J. van der Zwan

6

Toelichting De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijks bestuurders een gedragscode vast. De gedragscode is richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Deze gedragscode heeft betrekking op het dagelijks bestuur: de burgemeester en de wethouders. Het handelen van het dagelijks bestuur en van de bestuurders staat ten dienste van de gemeente. De ambtsdragers aan wie en de organen waaraan het dagelijks bestuur is opgedragen, zijn over hun bestuurlijke handelen en over hun functioneren verantwoording schuldig aan de volksvertegenwoordigende organen. Aan het dagelijks bestuur en de bestuurders worden ook in de gedragscode bijzondere eisen gesteld om optimale openheid en controleerbaarheid mogelijk te maken. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels, gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers, evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen, vergroten. De gedragscode vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies.

Het niet naleven van de gedragscode heeft geen rechtsgevolgen. Sprake is van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politiek ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode niet vrijblijvend. De bestuurders kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en politieke gevolgen hebben. Paragraaf 1. De gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor de voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur (artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, Gemeentewet). Artikel 1.3: Kernbegrippen. Voor bestuurlijke integriteit is een aantal kernwaarden leidend en deze plaatsen bestuurlijke integriteit in een breder perspectief: Dienstbaarheid: Het handelen van een bestuurder is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die van de gemeente onderdeel uitmaken. Functionaliteit: Het handelen van een bestuurder heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur. Onafhankelijkheid: Het handelen van een bestuurder wordt gekenmerkt door onafhankelijkheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.

Openheid: Een bestuurslid handelt transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van het bestuurslid en zijn beweegredenen daarbij. Deze openheid wordt beperkt door de regelgeving omtrent vertrouwelijke en geheime informatie. 7

Betrouwbaarheid: Op een bestuurslid moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven. Zorgvuldigheid: Het handelen van een bestuurder is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. Paragraaf 2 Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt de bestuurder de eed of belofte af (artikel 41a en 65 Gemeentewet). Persoonlijke belangen Elke bestuurder neemt niet deel aan de stemming over  

Een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; De vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur bij hoort. (Artikel 58 jo 28 Gemeentewet).

Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid. Algemene wet bestuursrecht). Incompatibiliteiten en nevenfuncties 

  

Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen waar de gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten waar de gemeente bij betrokken is niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. (artikel 41c, eerste lid, en 69, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet). Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 36b en 68 Gemeentewet). Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag (artikel 46, tweede lid, en 47 Gemeentewet). Vervulling van nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging. Voor de burgemeester geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties (artikelen 41b en 67 Gemeentewet) Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen.

Voor de burgemeester zijn ambtshalve nevenfuncties daarvan uitgezonderd. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikelen 41n en 67 Gemeentewet) en via internet beschikbaar. 8

Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun inkomsten uit neveninkomsten openbaar; de opgave van neveninkomsten wordt ter inzage gelegd op het gemeentehuis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomsten zijn genoten (artikel 41b en 67 Gemeentewet) en via internet beschikbaar. Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de gemeentekas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekeningssystematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikel 44 en 66 Gemeentewet)

Artikelen 2.1.1 en 2.1.2 Zoals uit het wettelijk kader blijk, zijn er enkele verschillen in de wetgeving t.a.v. de openbaarmaking van (inkomsten uit) nevenfuncties tussen de burgemeester enerzijds en wethouders anderzijds. De nadere invulling daarvan in 2.1.1 en 2.1.2 is in lijn hiermee dan ook niet exact gelijk. Artikelen 2.3 en 2.4 In deze bepalingen is de zogenaamde ‘draaideurconstructie’ geregeld. In 2.3 gedurende 1 jaar na aftreden uitsluiting van betaalde werkzaamheden ten behoeve van de gemeente en in 2.4 de uitsluiting van benoeming als commissaris of bestuurslid van een ’verbonden partij’, ofwel, kort samengevat, van een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden. Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie is waarin de provincie of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.

Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien die organisatie failliet gaat, onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt. En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de voormalige gemeente is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor de gemeente. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de gemeente gaat solliciteren. De draaideurconstructie geldt natuurlijk niet bij aanvaarding van het raadslidmaatschap. Het bepaalde in artikel 2.2., eerste lid, (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden) geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij de voormalige gemeente. Artikel 2.5 Bij belangenverstrengeling gaat het om vermenging van het publiek belang met het persoonlijk belang van de bestuurder of dat van derden waardoor een zuiver en objectief besluiten of handelen in het publiek belang niet langer is gewaarborgd.

Het gaat hierbij niet alleen om mogelijk persoonlijk voordeel voor de bestuurder, doch ook bevoordeling van 9

familie, vrienden, kennissen, zakenrelaties et cetera. Het risico van belangenverstrengeling kan bijvoorbeeld ontstaan als een bestuurder een nevenfunctie vervult -buiten de publieke sfeer- die raakvlakken heeft met de uitoefening van het politieke ambt. Daarbij kan het gaan om een bestuurslidmaatschap van een vereniging die in de gemeente is gevestigd of een commissariaat bij een bedrijf dat met de gemeente zaken doet. Paragraaf 3 Informatieplicht Integer bestuur betekent, dat zorgvuldig en correct wordt omgegaan met informatie waarover iemand uit hoofde van zijn ambt beschikt. Er mag geen onjuiste informatie worden verstrekt of relevante (niet geheime) informatie worden achterhouden. Ook mag niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik worden gemaakt van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. Evenmin mag geheime informatie worden verstrekt. Integriteitrisico's kunnen ontstaan als een bestuurder over vertrouwelijke informatie beschikt die hij kan gebruiken om er persoonlijk voordeel mee te behalen of kan aanwenden ten bate van bijvoorbeeld vrienden, kennissen, familieleden of andere relaties. Een bijzondere vorm van oneigenlijk gebruik van informatie is het lekken van informatie naar pers en media. Het oogmerk is daarbij niet het behalen van een voordeel in de privésfeer, maar het nastreven van politieke doeleinden.

Paragraaf 4 Omgang met geschenken en uitnodigingen De eed of belofte die op grond van de artikelen 41a en 65 Gemeentewet moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken met een geschatte waarde van € 50 of minder door de bestuurders worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Duurdere geschenken worden niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of eigendom van de gemeente, die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. Artikel 4.2., dit geldt ook als het gaat om werkbezoeken. Bij artikel 4.3 gaat het om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als burgemeester, respectievelijk als wethouder aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder.

10

Paragraaf 5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van de gemeente dan die bij of krachtens wet toegestaan zijn, artikelen 44 en 66 Gemeentewet. Aan bestuurders worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen geboden die een goed functioneren van de bestuurder mogelijk maken. De uitwerking hiervan is voor de wethouders beschreven in de verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk uitgaven door de bestuurder zelf worden gedaan via zijn privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de bestuurder maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Artikelen 5.2 en 5.3: uitgangspunten zijn eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen. Buitenlandse reizen door wethouders wordt geregeld in de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2015. Paragraaf 6 Regels rondom de onderlinge omgang Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers, organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang.

Een respectvolle omgang met elkaar maakt het beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop men met elkaar omgaat van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Paragraaf 7 Uitvoering gedragscode De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode, voor een eenduidige interpretatie daarvan en voor wijziging/aanvulling daarvan bij onduidelijkheden of leemtes. De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De burgemeester heeft de wettelijke taak om bestuurlijke integriteit van zijn gemeente te bevorderen. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Belangrijk onderdeel is ook preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitbewustzijn in de bestuurlijke organen een plek krijgen en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, zowel met de volksvertegenwoordiging als binnen het bestuur.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=b97fd4cf-100a-403e-ac7b-c9491abb6192