CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

F13. Presentatie energietransitie 29 mei 2026

Raadsvergadering 25 juni 2026, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Presentatie verslag formatie bestuursperiode 2026-20302.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Energietransitie 2026 - 2029 Strategische doelen voor 2050 Het isoleren van woningen is gebonden aan regels: gebouwbew 1. Fossielvrije gebouwde omgeving 2. Fossielvrije bedrijfsprocessen 3. Toekomstbestendige laadinfrastructuur 4. Toekomstbestendige energie infrastructuur

1

Energietransitie 2026 - 2029 Strategische doelen voor 2050 Kansen en (financiele) keuzes: Het isoleren van woningen is gebonden aan regels: gebouwbew 1. Fossielvrije gebouwde omgeving isolatie, warmteprogramma, publiek energiebedrijf 2. Fossielvrije bedrijfsprocessen 3. Toekomstbestendige laadinfrastructuur 4. Toekomstbestendige energie infrastructuur opwek , netcongestie

2

1: Fossielvrije gebouwde omgeving in 2050 Besparen en aardgasvrij

Isoleren met soortenbescherming We zetten vol in op besparen en maken dit zo makkelijk mogelijk voor onze inwoners.

Strategisch doel: Fossielvrije gebouwde omgeving 1. Welke inzet is een no brainer & helpend aan doel? € 8 miljoen rijksmiddelen voor isolatie (NIP) bij onze inwoners brengen om hun direct te helpen de woning te verduurzamen. 2. Waarom? Wat zijn de voordelen? - Besparing > lagere energierekening (verzacht energiearmoede); - Comfort in huis - Minder CO2 uitstoot - Ipv heet water door radiatoren wordt lage temperatuurverwarming mogelijk (efficienter energiegebruik). 3. Wat is daarvoor nodig? a. Ambtelijke inzet: - NIP bekend maken bij de doelgroep (in Fries verband!), d.m.v. inzet communicatie - Inzet energiecoaches, fixers. - In de praktijk lastig om veel mensen / hele doelgroep te bereiken. - Optie opschalen: door meer menskracht en/of WOZ-waarde omhoog > meer huishoudens komen in aanmerking.

3

b. Soorten Management Plan laten opstellen, daarmee kunnen we een gebiedsdekkende ontheffing aanvragen voor 10 jaar en hoeven er geen dure en langdurende individuele vergunningsaanvragen meer doorlopen te worden. Uit marktconsultatie blijkt dat de kosten voor het SMP hoger worden dan op voorhand ingeschat, er volgt een collegevoorstel over de verhoging van het budget. Parellel aanvullende ondersteuning

en capaciteit actief agenderen bij de provincie en hierover het gesprek te voeren, waarbij de rol van de provincie als bevoegd gezag wordt benadrukt. Daarnaast wordt ingezet op een actieve betrokkenheid van woningcorporaties bij de verdere ontwikkeling en uitvoering van het SMP.

4. Welk bestuurlijke besluit is daarvoor nodig? Besluit van college nodig: meer budget (College eind 25 akkoord met aanpak en reservering 6 ton, maar na marktconsultatie blijkt dit onvoldoende). SMP vaststellen 5. Wat ligt vast/ is eerder besloten? Eerder besloten: College akkoord met aanbesteding SMP. Natuurbeschermingswet ligt vast (en provincie is bevoegd gezag). 6. Wat als het bestuur niet (hiervoor) kiest? Grote beperking voor gebouweigenaren om te isoleren: nu vergunningplichtig voor alle werkzaamheden aan de buitenschil. Kosten voor onderzoek lopen op tot wel 10.000 euro per woning en staan niet in verhouding tot kosten van isoleren. Of overtreding van de van de natuurbeschermingswet: wat ten koste gaat van de kwetsbare soorten die in de huizen wonen.

3

1: Fossielvrije gebouwde omgeving in 2050 Besparen en aardgasvrij

Het isolereWIMn van woningen is gebonden aan regels: gebouwbew

Warmteprogramma De gemeente neemt regie. We bieden duidelijke warmtekeuzes en ondersteunen inwoners en ondernemers maximaal bij energiebesparing en aardgasvrij wonen en werken.

Warmteprogramma 1. Welke inzet is helpend aan doel? WP geeft duidelijkheid aan inwoners en ondernemers over aardgasvrije oplossingen en tijdspad per wijk/dorp. 2. Waarom? Wat zijn de voordelen? Vanuit onze regierol sturen we op het beste duurzame alternatief voor aardgas, per wijk of dorp. Grofweg zijn er 2 categorien: individuele warmtepompen (in dun bevolkte gebieden) en een warmtenet (kern Heerenveen en grotere dorpen). Warmtepompen belasten het elektricieitsnet meer dan een warmtenet. De maatschappelijke kosten van een warmtenet zijn lager dan alle warmtepompen bij elkaar opgeteld. Een warmtenet vraagt om centrale regie op de realsisatie en is daardoor organisatorisch kwetsbaarder. 3. Wat is daarvoor nodig? Ambtelijke inzet (projectleiding, participatie, communicatie, omgevingsrecht, etc.), bewonersbijeenkomsten en afstemming met grote stakeholders, technisch advies. 4. Welk bestuurlijke besluit is daarvoor nodig? - Besluit van college : Vaststelling Warmteprogramma (begin '27).

4

5. Wat ligt vast/ is eerder besloten? - Rijk verplicht gemeenten om een Warmteprorgamma te maken - raad heeft in 2021 TVW besloten tot de (verplichte) actualisatie na 5 jaar 6. Wat als het bestuur niet (hiervoor) kiest? Als bestuur niet (hiervoor) kiest, mist Heerenveen een actuele basis voor Warmteuitvoeringsplannen (WUPs) en het instrument om gebouwen aardgasvrij te maken.

4

1: Fossielvrije gebouwde omgeving in 2050 Besparen en aardgasvrij

Het isolereWIMn van woningen is gebonden aan regels: gebouwbew

Publiek energiebedrijf In lijn met de Wet collectieve warmte borgen we publieke regie op duurzame, betaalbare en betrouwbare warmte via een publiek energiebedrijf.

Publiek Energiebedrijf (t.b.v. warmtenetten en meer) 1. Welke inzet is helpend aan doel? We werken aan een aardgasvrije toekomst in 2050. Waar we voorheen gebouwen vooral met aardgas verwarmden zal de toekomst vragen om meerdere bronnen. Er is geen one size fits all aanpak. Zowel individuele (warmtepompen) als collectieve (warmtenetten) duurzame alternatieven voor het aardgas komen aan de orde voor de verwarming van woningen. Voor het ontwikkelen, realiseren en exploiteren van warmtenetten is een publiek meerderheidsaandeel verplicht (vanuit de Wet Collectieve Warmte). 2. Waarom? Wat zijn de voordelen? Het vormgeven van een publiek energiebedrijf is een randvoorwaarde voor de ontwikkeling van warmtenetten. Warmtenetten zullen vooral in dichtbebouwde gebieden een goede oplossing kunnen zijn voor het aardgas mits betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam (dit geldt overigens ook voor warmtepompen). Middels een publiek energiebedrijf sturen we op publieke waarden die anders niet worden ingevuld. Deze publieke waarden zijn terug te leiden naar: betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam. 3. Wat is daarvoor nodig? a. Ambtelijke inzet: In januari 2026 heeft de gemeenteraad ingestemd met de uitgangspunten voor een PEB. De vier uitgangspunten zijn:

• De gemeente neemt een rol in het eigenaarschap van het warmtebedrijf;

5

• Er wordt samengewerkt met publieke en/of private partners; • De activiteiten worden ondergebracht in een separate entiteit; • Tijdens de inrichting wordt actief gestuurd op inzicht in en beheersing van risico’s. Dit jaar gaan we bezig met de fase "inrichten". De hiervoor genoemde uitgangspunten waren onderdeel van de fase richten (de visie). Dat vraagt expertise vanuit verschillende domeinen en externe specialistische kennis op het gebied van de energiemarkt en energiewet(ten) als ook kennis van juridische structuren en de gemeentelijke organisatie. 4. Welk bestuurlijke besluit is daarvoor nodig? Besluitvorming van de raad is nodig over de organisatievorm van een PEB en de rol van de gemeente daarin. 5. Wat ligt vast/ is eerder besloten? - Wet Collectieve Warmte (2025) bepaalt de publieke rol (voor ten minste 50% + 1 aandeel) in warmtenetten; - De Raad stelde in januari 2026 uitgangspunten vast, dat is het kader voor de verdere invulling. 6. Wat als het bestuur niet (hiervoor) kiest? Als het bestuur niet (hiervoor) kiest, blijven alleen (elektrische) warmtepompen over als aardgasvrij alternatief en zal netcongestie verergeren. Onze rol blijft onduidelijk en de gemeente kan moeilijk(er) het doel halen om gebouwen aardgasvrij te laten maken.

5

4: Toekomstbestendig energiesysteem in 2050 Opwek

Opwek met zonneparken en windmolens Door onze energieambitie voor 2030 te realiseren, investeren we in een duurzaam en toekomstbestendig Heerenveen, versterken we de lokale economie en maken we verdere verduurzaming mogelijk.

1. Welke inzet draagt bij aan het doel? De gemeente Heerenveen staat voor een aanzienlijke opgave om de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2030 te behalen. De ambitie is om in 2030 minimaal 70% van de elektriciteitsbehoefte duurzaam en lokaal op te wekken. Hiervoor is circa 267 miljoen kWh duurzame elektriciteitsopwek nodig. Op dit moment wordt circa 160,8 miljoen kWh duurzaam opgewekt. Daarnaast is nog ongeveer 20,4 miljoen kWh in ontwikkeling. Daarmee resteert een aanvullende opgave van circa 85,8 miljoen kWh om de doelstelling voor 2030 te behalen. De gemeente zet actief in op de volledige zonneladder (trede 1 t/m 4). Tegelijkertijd is zichtbaar dat de potentie van trede 1 t/m 3 alleen onvoldoende is om de doelstelling volledig te realiseren. Daarom is ook inzet op trede 4 noodzakelijk. Daarnaast werkt de gemeente aan beleid voor windenergie en energieopslag, omdat beide essentieel zijn voor een toekomstbestendig energiesysteem. De inzet richt zich op:

6

• realisatie van duurzame opwek op alle treden van de zonneladder; • uitvoering van bestaand beleid, waaronder lokaal eigendom en landschappelijke voorwaarden; • actieve verkenning van geschikte locaties voor zonne- en windenergie; • voorbereiding op toekomstige ontwikkelingen in het energiesysteem, waaronder mogelijk ook SMR’s (Small Modular Reactors) op langere termijn. 2. Waarom is dit belangrijk? Wat zijn de voordelen? De inzet op duurzame lokale opwek biedt meerdere voordelen: • Bijdrage aan de klimaat- en energiedoelstellingen. • Meer duurzame energie beschikbaar voor inwoners en ondernemers. • Een betere balans tussen vraag en aanbod op het elektriciteitsnet door een mix van zon en wind. • Efficiënter gebruik van de beschikbare netcapaciteit wanneer opwek dichtbij de vraag plaatsvindt. • Economische meerwaarde voor de regio door lokaal eigendom en lokale investeringen. • Ondersteuning van ondernemers die hun bedrijfsprocessen willen verduurzamen. Daarnaast geldt: • alternatieve bronnen voor 2030 zijn momenteel nog onvoldoende beschikbaar, financieel minder haalbaar of onzeker; • kernenergie en SMR’s worden op zijn vroegst op rond 2040 verwacht en vallen grotendeels buiten de directe invloed van de gemeente; • waterstof en ammoniak zijn relatief kostbaar en vooral geschikt voor specifieke industriële toepassingen. 3.

Wat is daarvoor nodig? Ambtelijk wordt geadviseerd om: • stevig door te werken aan een mix van zonne- en windenergie om de doelstelling voor 2030 haalbaar te houden; • niet uitsluitend reactief, maar ook proactief locaties en kansen voor duurzame opwek te ontwikkelen binnen trede 1 t/m 4; • per initiatief maatwerk toe te passen waarbij ruimtelijke kwaliteit, draagvlak en energieopbrengst zorgvuldig worden afgewogen; • ontwikkelingen rondom energieopslag en netinpassing actief mee te nemen; • het provinciale onderzoek naar de potentie van SMR’s in Fryslân te volgen en – afhankelijk van de uitkomsten – het gesprek te voeren over mogelijke toekomstige inpassing binnen het energiesysteem van Heerenveen. 4. Welk bestuurlijk besluit is hiervoor nodig? Voor verdere uitvoering zijn bestuurlijke keuzes nodig van college en raad. Daarbij gaat het onder andere om:

6

• besluitvorming over vergunningverlening voor zonneparken en windenergieprojecten; • het vaststellen en actualiseren van beleidskaders; • het maken van ruimtelijke afwegingen rondom landschap, leefomgeving en energievoorziening; • samenwerking met provincie, netbeheerders en marktpartijen; • eventuele toekomstige besluitvorming rondom energieopslag en nieuwe energiebronnen. 5. Wat ligt al vast of is eerder besloten? De gemeenteraad van Heerenveen heeft in 2021 vastgesteld dat in 2030 minimaal 70% van het elektriciteitsverbruik duurzaam en lokaal moet worden opgewekt. Deze ambitie maakt onderdeel uit van de Friese Regionale Energiestrategie (RES). Daarnaast is in 2022 het Beleidskader zonneparken vastgesteld. • Uit de evaluatie eind 2024 blijkt: • dat de resterende potentie binnen trede 1, 2 en 3 circa 74,8 miljoen kWh bedraagt; • dat met name de potentie binnen trede 2 en 3 is afgenomen door uitgifte van beschikbare gronden; • dat circa 66,5 miljoen kWh van de resterende potentie binnen trede 1 valt. 6. Wat gebeurt er als hiervoor niet wordt gekozen? Wanneer onvoldoende wordt ingezet op duurzame lokale opwek, bestaat het risico dat de gemeentelijke doelstelling voor 2030 niet wordt gehaald.

Daarnaast kunnen de volgende effecten optreden: • minder lokale duurzame energie beschikbaar voor inwoners en bedrijven; • ondernemers kunnen minder goed verduurzamen of uitbreiden; • afhankelijkheid van energie van buiten de regio; • economische kansen en opbrengsten vloeien weg uit de gemeente; • de gemeente kan haar voorbeeldrol binnen de energietransitie en de RES minder goed invullen. Achtergrondinformatie Opwek op landbouw- en natuurgronden Op dit moment is circa 24,6 hectare grond in gebruik voor zonne-energie op landbouw- en natuurgronden (trede 4 van de zonneladder). Dit betreft bestaande zonneparken die zijn gerealiseerd vóór vaststelling van het beleidskader zonneparken. Daarnaast zijn momenteel twee initiatieven in voorbereiding binnen trede 4 van de zonneladder. Het totaal van bestaande zonneparken en lopende initiatieven op landbouw- en natuurgronden bedraagt daarmee circa 43,9 hectare. Potentie trede 1 t/m 3

6

In het Beleidskader zonneparken (2022) werd de potentiële opwek binnen trede 1 t/m 3 geraamd op circa 85 miljoen kWh. De evaluatie eind 2024 laat zien dat: • de actuele resterende potentie circa 74,8 miljoen kWh bedraagt; • dit overeenkomt met ongeveer 75 hectare aan daken en gronden; • het grootste deel van deze potentie binnen trede 1 ligt. Lange termijn De verwachte elektriciteitsbehoefte richting 2050 zal naar verwachting sterk toenemen. Tegelijkertijd bestaat de ambitie om uiteindelijk volledig lokaal en duurzaam in deze elektriciteitsvraag te voorzien.

6

4: Toekomstbestendig energiesysteem in 2050 Toekomstbestendige infrastructuur Netcongestie mag geen rem worden op de ontwikkeling van Heerenveen: bedrijven moeten kunnen blijven ondernemen en ruimtelijke ontwikkelingen moeten door kunnen gaan.

1. Welke inzet draagt direct bij aan het doel? De gemeente werkt nauw samen met netwerkpartners om te komen tot innovatieve oplossingen waarmee het elektriciteitsnet slimmer en efficiënter wordt benut. Hiermee dragen we bij aan een toekomstbestendig energiesysteem dat ruimte biedt aan duurzame ontwikkeling binnen de gemeente. 2. Waarom is dit belangrijk? Wat zijn de voordelen? Een goed functionerend en toekomstbestendig elektriciteitsnet is essentieel voor de energietransitie en de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Dit biedt onder andere: • Voldoende transportcapaciteit voor duurzame elektrische toepassingen, zoals warmtepompen, zonnepanelen, elektrisch koken en elektrisch vervoer.

• Voldoende capaciteit voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente, zoals woningbouw, bedrijventerreinen, maatschappelijke voorzieningen en toekomstige groeiopgaven. • Minder vertraging van ruimtelijke en economische ontwikkelingen door netcongestie. • Meer mogelijkheden om duurzame energie lokaal op te wekken en te benutten.

7

3. Wat is daarvoor nodig? Intensiveren van samenwerkingen: • Versterken van de samenwerking met partners zoals Liander, provincie, bedrijven en ontwikkelaars. • Benoemen van een portefeuillehouder energie-infrastructuur namens het college (advies van Liander). Ruimte reserveren voor energie-infrastructuur. Voor uitbreiding van het elektriciteitsnet is voldoende fysieke ruimte nodig voor: • kabels en leidingen; • elektriciteitsstations en transformatorhuisjes; • eventuele batterijsystemen, warmtestations en warmtebuffers. Dit vraagt om: • het tijdig reserveren van ruimte in omgevingsvisies en ruimtelijke plannen; standaardisatie en versnelling van processen rondom grondverwerving en vergunningverlening; • actieve afstemming met netbeheerder Liander. • Netbewust beleid voeren De gemeente kan bijdragen aan slimmer gebruik van het elektriciteitsnet door netbewust beleid te stimuleren bij bewoners, bedrijven en ontwikkelaars. Dit kan onder meer door:

• het beschikbaar stellen van een gemeentelijke energieadviseur voor ondersteuning van bedrijven bij flexibel energiegebruik en flexibele contracten;

• projectontwikkelaars actief te begeleiden bij netbewust bouwen; • bij nieuwe woningbouwprojecten de impact op het elektriciteitsnet structureel mee te wegen; • bewoners en bedrijven bewust te maken van slim energiegebruik, bijvoorbeeld door elektriciteit zoveel mogelijk te gebruiken op momenten met veel duurzame opwek; • bewustwording te vergroten rondom energieopslag, zoals batterijen. 4. Welk bestuurlijk besluit is hiervoor nodig? Van college en raad wordt gevraagd om: • waar mogelijk te kiezen voor netbewuste ruimtelijke ontwikkelingen; • ruimte te bieden voor pilots en innovatieve oplossingen; • samenwerking en partnerschappen aan te gaan met netbeheerders en andere relevante partijen; • bestuurlijke aandacht te organiseren voor energie-infrastructuur, bijvoorbeeld via een portefeuillehouder. 5. Wat ligt al vast of is eerder besloten?

7

De landelijke kaders en regelgeving rondom het elektriciteitsnet worden vastgesteld door onder andere: • het Ministerie van Klimaat en Groene Groei; • de Autoriteit Consument & Markt (ACM); • netbeheerders Liander en TenneT. Op dit moment zijn hierover nog geen specifieke gemeentelijke besluiten genomen binnen Heerenveen. 6. Wat gebeurt er als hier niet voor wordt gekozen? Wanneer onvoldoende wordt ingezet op een toekomstbestendig en netbewust energiesysteem, bestaat het risico dat belangrijke ontwikkelingen vertraging oplopen of niet gerealiseerd kunnen worden door een tekort aan netcapaciteit. Dit raakt onder andere: • woningbouw; • bedrijfsontwikkelingen; • verduurzaming van bestaande gebouwen; • maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, sportaccommodaties en zorginstellingen.

7

Keuzes •

Opgave groeit: het gas moet er nog flink op!

•

Onzekerheid: hoogte rijksklimaatgelden

•

Tekort loopt wrsl mee op met de opgave

•

Structurele bezuiniging €5ton per jaar

Tekorten voor energietransitie We schetsen hieronder de effecten van beperktere inzet in 2026 en 2027 per strategisch doel. De duiding per strategisch doel kan worden beschouwd als scenario’s. Dit inzicht kan ondersteunend zijn als er geen aanvullende middelen voor 2026 en 2027 gevonden worden en er eventueel (politieke) keuzes nodig zijn. • Het verdelen van het tekort over de strategische doelen vinden we niet wenselijk, omdat dit het risico met zich meebrengt dat met 25 tot 15% minder inzet toch de verwachting blijft bestaan dat het complete netwerk van doelen en inspanningen kan worden bereikt. • De effecten van de grote tekorten voor 2028 en 2029 zijn alleen op zeer globaal niveau te duiden, namelijk dat we maar 40% van de inspanningen kunnen uitvoeren.

8

Keuzes Advies: scenario's, geen kaasschaaf!

Tekorten voor energietransitie We schetsen hieronder de effecten van beperktere inzet in 2026 en 2027 per strategisch doel. De duiding per strategisch doel kan worden beschouwd als scenario’s. Dit inzicht kan ondersteunend zijn als er geen aanvullende middelen voor 2026 en 2027 gevonden worden en er eventueel (politieke) keuzes nodig zijn. • Het verdelen van het tekort over de strategische doelen vinden we niet wenselijk, omdat dit het risico met zich meebrengt dat met 25 tot 15% minder inzet toch de verwachting blijft bestaan dat het complete netwerk van doelen en inspanningen kan worden bereikt. • De effecten van de grote tekorten voor 2028 en 2029 zijn alleen op zeer globaal niveau te duiden, namelijk dat we maar 40% van de inspanningen kunnen uitvoeren.

9

Meer weten? •

Vraag gerust! Via Wiebo & Mariska

•

Lees de ambtelijke Energie Outlook '26 - '29

Overzicht van doelen/besluiten: waar hebben we zelf invloed op en wat bepaalt het rijk ?  Overzicht in de (ambtelijke) Outlook Energietransitie 26-29 (delen via mial Mariska)  lijsten in Informatiedossier

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=c87e692d-c408-475d-97a0-7bf16dba884a