F03. Outlook Energie 2026-2029
Tekst van het document
Outlook energietransitie 2026-2029
We werken samen aan een duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem in 2050 Gemeente Heerenveen Ambtelijke versie 2026-04-23
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
2
INHOUD CONTEXT 0. Omgaan met veranderingen DEEL 1: WAT 1. Visie met perspectief 2. Strategische aanpak en doelen 2050 3. Doelstellingen 2030 4. Inspanningen 2026-2029 DEEL 2: HOE 5. Externe samenwerking 6. Communicatie BIJLAGE: Terugblik
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
3
0. OMGAAN MET VERANDERINGEN De energietransitie versnelt De energietransitie in Nederland gaat razendsnel. We merken het om ons heen: steeds meer mensen isoleren hun woning, hebben zonnepanelen, een elektrische kookplaat, een warmtepomp of elektrische auto. De thuisbatterij is in opkomst en er zijn auto's waarvan de batterijen ook voor thuisgebruik ingezet kunnen worden (bidirectioneel laden). En het fenomeen ‘netcongestie’ is recentelijk ontstaan, waardoor het niet langer vanzelfsprekend is dat nieuwe woningen, bedrijfsuitbreiding of andere ontwikkelingen de gevraagde netcapaciteit kunnen krijgen. Netcongestie belemmert ook verduurzaming van de bestaande gebouwen. De energietransitie bevindt zich na aanloop 20 tot 30 jaar op een kantelpunt, in het steile gedeelte van de curve van Rotmans, zie figuur rechts. Ook de wet- en regelgeving bewegen meer mee dan voorgaande jaren, zoals de Wet Collectieve Warmte die meer overheidssturing nastreeft, en de ACM die meer afwijkingen voor netbeheerders en laadinfrastructuur toestaat. Netbeheerders die voorheen vooral hun netten beheerden, ontwikkelen nu grote projecten om meer netcapaciteit te realiseren. De capaciteitsschaarste heeft in de afgelopen 2 jaar op grotere schaal zichtbaar gemaakt dat energievoorziening niet altijd gegarandeerd kan worden, en een randvoorwaarde is geworden voor andere ontwikkelingen.
Al doende leren De versnelling is complex omdat de onderlinge invloeden van ontwikkelingen groot zijn, en nog maar beperkt voorspelbaar zijn. Niemand heeft de energietransitie van fossiel naar hernieuwbaar als systemische transitie al eens georganiseerd. Wel kunnen we leren van andere transities (van hout naar kolen, van kolen naar aardgas) en vooral van innovatieve projecten bij ons en bij anderen. Het al doende leren krijgt vorm in samenwerking met andere organisaties en kennisuitwisseling en daarmee kunnen we stappen zetten, soms 2 vooruit en 1 achteruit. Soms is het in de praktijk moeilijk om innovatief te (blijven) werken, als de noodzaak daartoe afneemt (op de korte termijn). Dan neemt het lerend vermogen af en kunnen we minder (snel) toekomstbestendig ontwikkelen. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij ‘omgaan met netcongestie'. In de bijlage blikken we terug op de voortgang en resultaten van de afgelopen periode. De geleerde lessen en benodigde bijstelling zijn verwerkt in de inzet voor de komende bestuursperiode. Structuur én verandering De energietransitie vraagt om een aanpak die ruimte biedt voor meebewegen met voortdurende veranderingen én structuur om voortgang te boeken. Deze programmatische aanpak laat daarom zien welke piketpalen we slaan en hoe we samenwerken, en hoe we tussentijds kunnen bijsturen.
Zo is dat ook in de afgelopen bestuursperiode aan de orde geweest. Het ontstaan van netcongestie heeft geleid tot bijstelling van de inspanningen en van de samenhang van de inspanningen en strategische doelen.
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
4
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
5
DEEL 1: WAT Waar werken we aan? 1. 2. 3. 4.
Visie met perspectief Strategische aanpak en doelen 2050 Doelstellingen 2030 Inspanningen 2026-2029
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
6
1. VISIE 2050 1.1 Visie met perspectief
De energietransitie is de overgang van fossiele (grijze) brandstoffen naar groene energiebronnen, die gebruikt worden in de gebouwde omgeving, in bedrijfsprocessen en voor mobiliteit. We dragen hieraan bij volgens onze visie: We werken vanuit een gemeentelijke regierol aan een duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem in 2050. De waarden van deze visie krijgen betekenis door: • besparen van energie en geld (betaalbaar, en alle energie die we niet gebruiken hoeven we ook niet duurzaam op te wekken), • de energie op te wekken die we zelf nodig hebben in Heerenveen (duurzaam), • lokale energiesystemen te ontwikkelen waar we zeggenschap over hebben (betrouwbaar). Perspectief We gaan inzetten op een duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem, zodat: • er geen bedrijf uit Heerenveen hoeft te vertrekken door onvoldoende netcapaciteit, • er op tijd nieuwe woningen gebouwd kunnen worden door slimme lokale energieoplossingen (geen woningbouwproject vertraagt in Heerenveen), • iedereen mee kan doen; we brengen lusten lasten en zeggenschap in balans. We houden de verduurzaming van bestaande gebouwen betaalbaar door te besparen (isoleren) • De lucht in de gemeente Heerenveen is steeds schoner door de afname van uitlaatgassen.
1.2 Urgentie Verduurzaming van onze energievoorziening is noodzakelijk, want: • we willen droge voeten houden en koele zomers. Het gebruik van fossiele brandstoffen veroorzaakt CO2 uitstoot en daardoor warmt de aarde op en stijgt de zeespiegel; • we willen schone energie die geen aardbevingen veroorzaken zoals de gaswinning in o.a. Groningen of die bodemdaling verergeren zoals gaswinning uit kleine velden in Friesland; • we willen minder afhankelijk worden van buitenlands aardgas en olie, dat duur wordt als er geopolitieke conflicten zijn. Verandering van ons energiesysteem is noodzakelijk, want: • Omgaan met netcongestie is nu nodig omdat het steeds meer ontwikkeling van woningen, bedrijven en mobiliteit belemmert.
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
7
2. STRATEGISCHE AANPAK 2.1 Trias Energetica
We passen de Trias Energetica toe bij het werken aan de energietransitie: we proberen zoveel mogelijk energie te besparen (1), energie zo efficiënt mogelijk in te zetten (2) en de energie die dan nog nodig is duurzaam op te wekken (3). Onderstaande plaat illustreert de aanpak van besparen en duurzame energie gebruiken.
Besparen zorgt voor minder hoge energierekeningen voor inwoners en bedrijven, verkleint de benodigde duurzame energie-opwek om in ons energieverbruik te voorzien in Heerenveen, en besparing vermindert piekbelasting van het elektriciteitsnet en daarmee netcongestie. De duurzame energie die we gaan gebruiken, willen we in de gemeente Heerenveen opwekken. Duurzame bronnen zoals zon en wind brengen nieuwe uitdagingen voor onze energievoorziening met zich mee, omdat ze niet 24/7 of jaarrond beschikbaar zijn. Daarom moeten we ook aan de slag met de energie-infrastructuur en veranderingen in het systeem, die meebewegen met de energietransitie en leiden tot een toekomstbestendig duurzaam energiesysteem in 2050.
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
8
2.2 Strategische doelen 2050
De energietransitie leidt tot verschillende opgaven voor de gebouwde omgeving, bedrijfsprocessen en voor mobiliteit. Er zijn verschillen in omvang, in wettelijke en beleidsmatige afspraken en verplichtingen, in verantwoordelijke en betrokken partijen, en in de rol van de gemeente. Dit vraagt om een verschillende aanpak per sector en hierbij past een eigen strategisch doel voor alle 3 sectoren. Het vierde strategische doel is randvoorwaardelijk: we hebben duurzame energiebronnen nodig (opwek) en probleemloos transport van productie naar de verbruiker (energie infrastructuur). Strategisch doel 1: Fossielvrije gebouwde omgeving in 2050 De gemeente werkt stap voor stap toe naar een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050, zoals vastgelegd in de Transitievisie Warmte. De gemeente werkt stap voor stap toe naar een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050, zoals vastgelegd in de Transitievisie Warmte. Dit geldt voor woningen en utiliteitsbouw, waaronder ook onze eigen gemeentelijke gebouwen. Besparing (door gedragsverandering en isolatie) is daarbij de allerbelangrijkste stap, waar door gemeente en rijk fors op ingezet wordt. We zetten door met isoleren via NIP, energiecoaching, energieadviseurs, lokale energiecoöperaties, kleine maatregelen etc. Hiermee verlagen we de CO2 uitstoot, de energierekening (i.r.t. energiearmoede) en warmteverlies uit gebouwen.
Ongeveer 80% van het energiegebruik van een gebouw is nodig voor verwarming. Per gebied onderzoeken we verschillende warmteoplossingen, waaronder warmtenetten, individuele warmtepompen. Warmtenetten belasten het elektriciteitsnet minder dan individuele warmtepompen en zijn daarom een goede optie nu het elektriciteitsnet overbelast is. De rijksoverheid stimuleert warmtenetten door overheden een sterke rol te geven in een “publiek energiebedrijf”. Ook in Heerenveen zijn we de organisatie hiervan aan het vormgeven omdat dit meer lokale zeggenschap, betrouwbaarheid en betaalbaarheid op kan leveren. En voor nieuwe woningen is het onze inzet om samen met netbeheerders en andere partijen te werken aan slimme lokale energie-oplossingen om ondanks netcongestie toch op tijd te kunnen bouwen. Strategisch doel 2: Fossielvrije bedrijfsprocessen in 2050 We ondersteunen bedrijven bij het verduurzamen van hun energiegebruik en vastgoed. Om oplossingen voor netcongestie te realiseren, faciliteren we afstemming en samenwerking in collectieven op bedrijventerreinen en organiseren we innovaties samen met de netbeheerders. De inzet is dat er geen bedrijf uit Heerenveen hoeft te vertrekken door onvoldoende netcapaciteit en dat de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein KNO mogelijk blijft.
Strategisch doel 3: Toekomstbestendige laadinfrastructuur in 2050 We werken aan een goede elektrische laadinfrastructuur voor personenmobiliteit en voor de logistieke sector, die in Heerenveen relatief groot is. Netcongestie bemoeilijkt elektrificatie soms, maar slimme laadoplossingen vormen tegelijk ook flexibiliteit die nodig om voor betere benutting van het net. Strategisch doel 4: Sterker, slimmer en toekomstbestendiger energiesysteem in 2050 Onze energie infrastructuur moet zich aanpassen aan de onvoorspelbare momenten van duurzame opwek en elektrificatie. De opwek van energiebronnen zoals zon, wind, duurzame warmte en groene gassen is nodig om minder afhankelijk te worden fossiele brandstoffen. We hebben
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
9
afgesproken dat we in 2050 alle energie die we gebruiken in de gemeente Heerenveen duurzaam opwekken. Als tussenstap hebben we voor 2030 afgesproken dat 40% van ons eigen energiegebruik (stroom en warmte) duurzaam is, en specifiek voor elektriciteit is dat 70% in 2030. Duurzame energie opwek is meer zichtbaar dan van fossiele energie en dat leidt vaak tot weerstand van de omgeving. Door lokaal eigendom en participatie met omgeving kunnen we de lusten en lasten van de energietransitie meer in balans brengen. Daarnaast moeten we de elektriciteitsnetten versterken om de overstap van aardgas naar warmtepompen, elektrische kookplaten en auto’s, mogelijk te maken. De dominante trend van elektrische duurzame alternatieven leidt tot netcongestie. Netcongestie belemmert steeds vaker de ontwikkeling van woningen, bedrijven en mobiliteit. Daarom moeten we anders omgaan met de energievoorzieningen bij de ontwikkeling van woningen, bedrijven en mobiliteit. Met netbewust bouwen, energiehubs voor bedrijfscollectieven of laadpleinen voor elektrische (vracht)auto’s maken we ontwikkelingen in de gemeente Heerenveen minder afhankelijk van netcongestie. Energieopslag wordt steeds belangrijker in ons nieuwe energiesysteem doordat opwek en gebruik niet gelijktijdig en minder regelbaar zijn.
Opslag beslaat een breed spectrum: elektriciteit in batterijen, warmteopslag in Warmte Koude Opslag (WKO's), warmtebuffers (water, steen), druk (gassen) en om de omvorming van elektriciteit in gassen zoals waterstof of ammoniak. Zolang energie relatief goedkoop en beschikbaar is, is de prijs van opslag te hoog. Netcongestie en geopolitieke prijsopdrijving veranderen dit de laatste jaren.
2.3 Randvoorwaarden voor een succesvolle transitie
Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de manier waarop we ‘van grijs naar groen’ gaan, dit zijn de randvoorwaarden voor een succesvolle transitie. In de ‘praatplaat’ staan de randvoorwaarden geïllustreerd als kleine bolletjes in het midden, op de lijn van grijs naar groen. Voor en met de Voor en met de Mienskip: als de overgang naar duurzame energie samen met betrokkenen tot stand gebracht wordt, ontstaat meestal meer begrip en draagvlak. Hoe beter de lusten, lasten en zeggenschap in balans zijn, des te succesvoller de energie. Bij warmtenetten is actieve betrokkenheid van bewoners of energiecoöperaties belangrijk. Dit lukt vaak wel voor de ontwikkelfase, maar is moeilijker vol te houden gedurende 30 jaar exploitatie. Dat is een zorgpunt, want gebruikers moeten grip kunnen houden op de kosten van het systeem en prijsbeleid van een warmtebedrijf. Betaalbaar voor iedereen: De technieken zijn nu breed beschikbaar (zonnepanelen, elektrische auto’s, warmtepomp), maar lang niet iedereen kan ze betalen of erin investeren. Bij de betaalbaarheid is het onderscheid van belang tussen investeringskosten, gebruikskosten, en voorspelbaarheid van kosten. En de beoordeling van de (terugverdien) van de kosten maakt het veel uit of we de kosten vergelijken met de huidige situatie, of de (maatschappelijke) kosten in een toekomstige situatie als we niets doen.
Daarnaast worden veel business cases berekend o.b.v. prijzen die aan de mondiale fossiele brandstofprijzen zijn gekoppeld, terwijl lokale elektriciteit daar technisch niet van afhankelijk zijn.
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
10
De rijksoverheid en de gemeente Heerenveen helpen met subsidies, leningen (van o.a. het Warmtefonds of Frysk Fonds for Skjinne Energie) en voorlichting/energiecoaching. Lerend proces: de transitie is fors doordat het van alle huishoudens actie vraagt achter hun voordeur, complex doordat er systeeminnovaties nodig zijn waarbij de diverse benodigde spelers alleen onvoldoende mandaat en uitvoeringskracht hebben. Voortdurend leren en bijsturen is de enige manier om naar de doelen voor 2030 en 2050 toe te bewegen. Onbekendheid wordt soms ook als excuus ingezet om niets te doen, terwijl de urgentie dit niet kan velen. Samenwerking met partners: Diverse organisaties hebben elk hun eigen rol in de transitie. Veelal komt de overgang naar groene energie alleen tot stand als meerdere partijen meewerken. Soms van elkaar leren ook een nuttig aspect van samenwerken. Zie verder hoofdstuk “Samenwerking extern”. Landschappelijke inpassing: Fossiele energieopwekking was sterk gecentraliseerd en dus op sommige plekken in Nederland erg zichtbaar (Eemshaven, Borssele of de gascentrales) en in andere delen nauwelijks. Duurzame energieopwekking is meer verspreid en op meerdere plekken zichtbaar. De impact van opwek (zonneparken op landbouwgrond, windmolens) levert discussie op.
Behoud van landschappelijke en cultuurhistorische waarden en ruimtelijke kwaliteit in het algemeen moeten afgewogen worden tegen het belang van duurzame energie opwek. Ook ecologische en andere waarden vormen vaak onderdeel van debat en onderzoek. De balans wordt op politiek niveau bepaald en verandert door de tijd mee met de transitie. Voorbeeldfunctie: We hebben als organisatie niet alleen een regierol, maar we zijn ook deelnemer in de energietransitie. Als gemeente moeten we dus, net als andere organisaties, ook voldoen aan een aantal wettelijke verplichtingen. Hieronder staan ze per strategisch doel samengevat. 1. Gemeentelijke gebouwde omgeving: We moeten 55% CO2-reductie in ons eigen vastgoed realiseren in 2030, en aardgasvrij zijn in uiterlijk 2050 (de termijn varieert per locatie, dit is vastgelegd in het Warmteprogramma (vaststellen in 2026). 2. Gemeentelijke bedrijfsprocessen: We moeten energie besparen en duurzame energie inkopen die we nodig hebben voor onze eigen bedrijfsvoering. Het gaat om ons eigen energiegebruik, maar die van onze onderaannemers. Een groot onderdeel hiervan is gebiedsontwikkeling, waarvoor we als gemeente het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) hebben ondertekend. Subsidies vanuit het SEB maken voor opdrachtnemers de overstap mogelijk pen naar emissieloos materieel.
Dankzij de SEB kunnen wij als opdrachtgever dit stap voor stap vragen van de markt. Hier ligt een link met elektrische laadinfrastructuur. 3. Gemeentelijke mobiliteit: De gemeente heeft zelf ook plichten om haar vloot te verduurzamen van HVO100 naar helemaal emissieloos, en ook het zakelijk verkeer en woon-werk te verduurzamen. 4. Gemeentelijke energieopwekking en -transport. Vanuit de Wet Collectieve Warmte is publieke rolneming in warmtenetten vereist, bij voorkeur door gemeenten. Heerenveen zal op termijn waarschijnlijk ook deel uitmaken van een publiek energiebedrijf, dat mogelijk ook warmte of elektriciteit kan opwekken.
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
11
Het is effectief en moreel juist om het goede voorbeeld te geven, en daarmee inwoners, ondernemers en andere organisaties inspireren. Dit versterkt onze betrouwbaarheid in onze regierol, waarbij we vooral anderen in beweging willen krijgen. Dit doen we nu nog niet systematisch. Met de implementatie van de Routekaart duurzaamheid zullen de afwegingen hierover transparanter gemaakt worden en vaker bij het bestuur neergelegd worden.
Wetten, verplichtingen en beleid voor de energietransitie in Heerenveen In de gemeente Heerenveen zijn we gehouden aan de Nederlandse Klimaatwet (2 juli 2019), die toeziet op 55% reductie van broeikasgasemissies in 2030 ten opzichte van 1990, en klimaatneutraliteit in 2050. Dit vloeit voort uit de Europese Klimaatwet, die actie van de EU en haar lidstaten vereist om aan de doelstellingen en de afspraken in het mondiale Akkoord van Parijs (12 december 2015) te voldoen. Gemeentelijke doelstellingen De gemeenteraad van Heerenveen heeft deze mondiale, Europese en Nederlandse klimaatwetten vertaald in gemeentelijke doelstellingen. Dit heeft de raad vastgelegd op 20 mei 2019 in het Duurzaamheidsprogramma 2019-2022. Het gaat om de volgende doelstellingen: 2030 2050 55% CO2 reductie t.o.v. 1990 95% CO2 reductie t.o.v. 1990 26% energie bespaard t.o.v. 2018 42% energie bespaard t.o.v. 2018 40% duurzame energie 100% klimaatneutraal 20% aardgasvrije gebouwen 100% aardgasvrij Voor de opwek van duurzame elektriciteit heeft de gemeenteraad in 2021 een doelstelling vastgesteld ten behoeve van de Friese Regionale Energiestrategie (RES): Heerenveen wekt in 2030 70% van het elektriciteitsverbruik van onze gemeente (256 miljoen KWh) duurzaam lokaal op.
Nederlandse wetten en regelgeving Er zijn op landelijk niveau verplichtingen die op lokaal niveau gelden: - Nederlandse Klimaatakkoord - Nederlandse Klimaatwet - Energiewet - Energiebespaarplicht (vloeit voort uit Europese Richtlijn Energie-Efficiëntie, EED). - Wet Collectieve Warmte - Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie - Prioriteringskader ACM (Autoriteit Consument en Markt) - Besluit bouwwerken leefomgeving - (Nieuw-)bouwnormen BENG /SEB - Omgevingswet Beleid In de gemeente Heerenveen hebben we een aantal verplichtingen en ambities verder vertaald naar de Heerenveens situatie, in beleidsplannen of een Plan van Aanpak. Hieronder staat een overzicht per strategisch doel: Fossielvrije Gebouwde Omgeving
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
12
- Plan van Aanpak Energiearmoede - Transitievisie Warmte (2021) en Warmteprogramma (2026) - Lokale aanpak isolatie (LAI) gemeente Heerenveen (Nationaal Isolatie Programma NIP) - Subsidieregeling Lokale Energie Initiatieven gemeente Heerenveen - Warmte uitvoeringsplannen (WUP): WUP Heidemeer Waterfase, WUP Aengwirden, WUP Nes en WUP Aldeboarn - uitgangspunten Publiek Energie Bedrijf (PEB), basis voor structureren organisatie - Plan van aanpak Soorten Management Plan (SMP) om natuurvriendelijk te kunnen isoleren. Toekomstbestendige laadinfrastructuur - Mobiliteitsvisie en Mobiliteitsplan - Laadvisie Toekomstbestendige laadinfrastructuur - Beleidskader zonneparken (lokaal eigendom) - Friese Energievisie 2050 - Fries Actieplan Netcongestie - Regioanalyse 2030
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
13
3. DOELSTELLINGEN 2030 Om de enorme opgave voor 2050 behapbaar te maken, bouwen tussenstappen in voor 2030. Hierin sluit Heerenveen bij de systematiek van het klimaatakkoord en nationale programma’s voor opwek en de warmtetransitie. Fossielvrije gebouwde omgeving Doelstelling 2030 Woningen 50% aardgasbesparing in 2030 t.o.v. 2010 Minder huishoudens met energiearmoede 20% van de gebouwen is aardgasvrij in 2030 Utiliteitsgebouwen Gemeentelijke gebouwen
50% aardgasbesparing in 2030 t.o.v. 2010 50% aardgasbesparing in 2030 t.o.v. 2010
Fossielvrije bedrijfsprocessen Doelstelling 2030 Kleine bedrijven Bewustwording en energiebesparende maatregelen Middelgrote bedrijven In 2030 voldoet 50% van de middelgrote bedrijven aan de energiebespaarplicht Grote bedrijven In 2030 voldoet 50% van de grote bedrijven aan de energiebespaarplicht Toekomstbestendige laadinfrastructuur Doelstelling 2030 Laadinfrastructuur In 2030 is de elektrische laadinfrastructuur geen knelpunt voor personenvervoer fossielvrij personenvervoer. Laadinfrastructuur In 2030 zijn er geen knelpunten ontstaan t.g.v. de transitie naar logistiek fossielvrije logistiek Gemeentelijke mobiliteit In 2030 is de CO2 uitstoot vanuit gemeentelijke organisatie 50% duurzamer t.o.v. 2024 Sterker, slimmer en toekomstbestendiger energiesysteem Doelstelling 2030 Duurzame energie in 2030 is ten minste 70% van het elektriciteitsverbruik in onze opwekken gemeente duurzaam en lokaal opgewekt. In 2030 is ten minste 40% van het energieverbruik in onze gemeente duurzaam en lokaal opgewekt.
Netcapaciteit en De energie-infrastructuur ontwikkelt zich zodanig dat deze in betrouwbaarheid 2030 de groeiende vraag naar elektriciteit en warmte aan kan, met behoud van leveringszekerheid Slimme sturing, In 2030 wordt het energiesysteem slimmer benut door inzet van flexibiliteit en opslag flexibiliteit, opslag en slimme sturing, zodat piekbelasting wordt verminderd en netcapaciteit efficiënter wordt gebruikt.
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
14
Geïntegreerd energiesysteem
In 2030 is er een geïntegreerd energiesysteem in ontwikkeling, waarin elektriciteit warmte, duurzame opwek en opslag in samenhang worden gepland en benut.
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
15
4. INSPANNINGEN 2026-2029 Om de doelstellingen voor 2030 te halen, is het nodig om in de bestuursperiode 2026 tot en met 2029 vele activiteiten uitvoeren. In de taal van programmatisch werken heten dat inspanningen; een verzamelnaam voor projecten, processen en andere activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen voor 2030 en de strategisch doelen voor 2050. Inspanningen kunnen een bijdrage leveren aan meerdere doelstellingen en doelen, omdat die sterk samenhangen. Dit is weergegeven in een “Doel Inspanningen Netwerk” (DIN) die de onderlinge relaties en afhankelijkheid goed laat zien.
1. Fossielvrije gebouwde omgeving in 2050 Woningen 50% aardgasbesparing in 2030 t.o.v. 2010 Stimuleren isoleren woningen Soorten Management Plan (SMP) Voorlichting via één voor één groener Voorlichting & advies door middel van energiecoaching Minder huishoudens met energiearmoede Extra inzet vroegsignaleren Subsidieregeling kleine klussen 20% van de gebouwen is aardgasvrij in 2030 Warmteuitvoeringsplannen Warmteprogramma Stimuleren warmtepompen Warmtenet projecten Utiliteitsgebouwen 50% aardgasbesparing in 2030 t.o.v. 2010 Stimuleren isoleren publieke- en utiliteitsgebouwen Voorlichting & advies doormiddel van energiecoaching Gemeentelijke gebouwen 50% aardgasbesparing in 2030 t.o.v. 2010 Aardgasbesparing Inkopen van duurzame energie Inkoopbeleid met afspraken over duurzaamheid
2. Fossielvrije bedrijfsprocessen in 2050
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
16
Kleine bedrijven Bewustwording en energiebesparende maatregelen Bewustwording & voorlichting energiebesparing onder de energiebesparingsplicht Middelgrote bedrijven In 2030 voldoet 50% van de middelgrote bedrijven aan de energiebespaarplicht Stimuleren & handhaven energiebespaarplicht Grote bedrijven In 2030 voldoet 50% van de grote bedrijven aan de energiebespaarplicht Stimuleren energiebespaarplicht
3. Toekomstbestendige laadinfrastructuur in 2050 Laadinfrastructuur personenvervoer In 2030 is de elektrische laadinfrastructuur geen knelpunt voor fossielvrij personenvervoer. Stimuleren fijnmazig publiek laadnet in de wijken via Friese aanbesteding. Stimuleren laadpleinen (visie + realisatie) meewerken aan snellaadlocaties (reactief) Laadinnovaties t.b.v. woningbouw, bedrijven, bouw (SEB) Laadinfrastructuur logistiek In 2030 zijn er geen knelpunten a.g.v. de transitie naar fossielvrije logistiek Stimuleren van toekomstbestendig energiesysteem voor logistieke bedrijven Gemeentelijke mobiliteit In 2030 is de CO2 uitstoot vanuit gemeentelijke organisatie 50% duurzamer t.o.v. 2024 In 2030 is het woon-werkverkeer van eigen medewerkers 50% duurzamer t.o.v. 2024 In 2030 is de gemeentelijke vloot voor 50% fossielvrij
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
17
4. Toekomstbestendige energie-infrastructuur in 2050 Duurzame energie opwekken In 2030 is ten minste 70% van het elektriciteitsverbruik in onze gemeente duurzaam en lokaal opgewekt. Stimuleren windmolens Actief ontwikkelen zonneparken Stimuleren opwek zon op dak Stimuleren natuurinclusiviteit Inrichten publiek energiebedrijf Netcapaciteit en betrouwbaarheid De energie-infrastructuur ontwikkelt zich zodanig dat deze in 2030 de groeiende vraag naar elektriciteit en warmte aan kan, met behoud van leveringszekerheid Actief afstemmen met netbeheerders Actieve afstemming op bedrijventerreinen Actieve afstemming met vastgoedeigenaren Ruimtelijke reservering voor netverzwaring, nieuwe stations, warmtenetten & opslag Prioritering bij schaarse netcapaciteit Slimme sturing, flexibiliteit en opslag In 2030 wordt het energiesysteem slimmer benut door inzet van flexibiliteit, opslag en slimme sturing, zodat piekbelasting wordt verminderd en netcapaciteit efficienter wordt gebruikt. Ondersteunen collectieve (decentrale en innovatieve) oplossingen Ondersteunen van pilots gericht op een slimmer energiesysteem Stimuleren van energieopslag Geïntegreerd energiesysteem in 2030 is er een geintegreerd energiesysteem in ontwikkeling, waarin elektriciteit warmte, duurzame opwek en opslag in samenhang worden gepland en benut.
Opstellen integraal energiesysteem visie Verbinden van elektriciteit, warmte, mobiliteit en opwek in ruimtelijke en economische ontwikkelingen Afstemming met regionale partners over systeemkeuzes en infrastructuur
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
18
DEEL 2: HOE Hoe werken we aan onze doelen? 5. Samenwerking extern 6. Communicatie
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
19
5. SAMENWERKING (EXTERN) Samenwerken met andere organisaties is nodig om de energietransitie verder te brengen. Vanuit onze regierol willen we vooral andere partijen in beweging brengen, zoals inwoners en ondernemers die besparen en aardgasvrij worden, (lokale) initiatiefgroepen die een zonnepark ontwikkelen, een netbeheerder die netversterking in Heerenveen prioriteit geeft, of de regionale of rijksoverheid die met beleid iets (on)mogelijk maakt. Stakeholderanalyse Het overzicht hieronder brengt in beeld met welke organisaties we samenwerken. Dat varieert per doel/ inspanning. Samenwerkingspartners
Fossielvrije gebouwde omgeving
Fossielvrije bedrijfspro cessen
Toekomstbestendige laadinfra
Opwek elektriciteit en warmte
Toekomstbestendige energie infra
Netbeheerders (Liander, TenneT) Gemeenten (OVEF, FUMO, FET, VNG) Provincie Fryslân (POVI, OV, EML) Wetterskip Rijksoverheid (KGG, RWS) en nationale Programma's (NPLW, NPRES Woningcorporaties Particuliere woningeigenaren Huurders Lokale initiatieven/ e-coöperaties Ondernemers (kring) Heerenveen Commerciële projectontwikkelaars Kennisinstellingen/ adviseurs Warmtebedrijven Banken (BNG, De Nederlandse Waterschapsbank)
Strategisch overleg Met een aantal partners in de gemeente Heerenveen (Liander, woningcorporaties, energie coöperaties, ondernemerskring) voeren we strategisch overleg om krachten te bundelen, af te stemmen en kennis te delen. Zo zetten we in op een flexibel programma dat zo goed mogelijk aansluit bij de transitie in de buitenwereld.
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
20
Samenwerking aan de Friese Energietafel Vanuit de nationale klimaatprogramma’s NPRES en later NPLW is de Friese samenwerking uitgegroeid tot de Friese Energietafel (FET). Daar werken 18 gemeenten, provincie, waterschap en maatschappelijke organisaties (verenigd in de Friese Energie Alliantie) samen aan alle aspecten van de energietransitie: opwek, warmte en besparing, infrastructuur en Mienskipsenergie. Hierbij gaat om kennisuitwisseling, gezamenlijke formulering van beleid, monitoring en informatie/communicatie. Samenwerking in verschillende stijlen Onze gemeentelijke rol en bijbehorende bestuursstijl kan variëren per doel en per inspanning. De participatieladder (zie figuur hiernaast) toont welke gemeentelijke rol past bij de rol van onze samenwerkingspartijen. In de energietransitie bewegen we ons langs de gehele ladder. Onderstaande voorbeelden lichten dit toe. 1. Faciliterende stijl - Vertaling Zonneladder (provincie) in gemeentelijke omgevingsvergunningen. - We zijn gesprekspartner voor initiatiefnemers, zoals bijvoorbeeld Heerenveense energie coöperaties, commerciële ontwikkelaars een zonnepark willen ontwikkelen. 2. Samenwerkende stijl - Samenwerking met Liander en TenneT die investeringen doen aan de laag-en middenspanningsnetten resp. hoogspanningsnetten. - Samenwerking met andere overheden die voor dezelfde opgaven staan, o.a. aan de Friese Energie Tafel (FET).
- Lobby (bijv. voor windmolens) en afstemming met andere partijen (o.a. via VNG). - bij aardgasvrije wijken/dorpen werken we samen met een kleine kerngroep van bewoners aan de totstandkoming van een WUP. 3. Delegerende stijl - Medebeslisser zijn we in weinig projecten. Wel hebben we een sterke invloed bij een aantal projecten ter versterking van de netinfrastructuur, zoals de locatie en inpassing van grote onderstation of kleinere trafohuisjes. 4. Participerende stijl - Met bedrijven die last hebben van netcongestie, trekken we samen op om oplossingen te organiseren. Gemeente neemt het voortouw in de beginfase, en als er een collectief van bedrijven is ontstaan, zijn zij aan beurt om investeringsbeslissingen te nemen. 5. Consultatieve stijl - Opstellen Warmteprogramma 2.0 i.o.v. rijksoverheid. - Nieuw beleid, zoals zon op monumentaal dak, zonneparkenbeleid, lichten we toe als het in concept klaar is, bijvoorbeeld tijdens bewonersbijeenkomsten. 6. Open autoritaire stijl - Gemeentelijke subsidieregelingen, zoals het Energiefonds waarin de raad de kaders vaststelt en controleert op correcte uitgaven. - Rijkssubsidies, zoals SPUK Energiearmoede en NIP, waarin we de doelgroep benaderen en toelichting en ondersteuning bieden voor optimale inzet van de subsidies.
- Handhaving landelijke regelgeving, zoals gemeentelijke voorlichting en uiteindelijk handhaving van energiebesparing bij bedrijven. 7. Gesloten autoritaire stijl
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
21
-
Alleen de verduurzaming van eigen gemeentelijke organisatie en gemeentelijke vastgoed vraagt geen bepalende rol van anderen.
Deze diverse samenwerkingsvormen met andere partijen vragen ook om verschillende vormen van interne afstemming binnen de gemeente. Het volgende hoofdstuk licht dit toe.
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
22
6. COMMUNICATIE De energietransitie is een sociale transitie, geen technische. Informatie, communicatie en participatie zijn daarbij essentieel. De samenwerking met andere organisaties begint ook met goede afstemming en communicatie. De gemeente heeft een regierol om vooral anderen aan te zetten tot actie. De gemeente zet daarin in op communicatie (informatie en participatie) als fundament voor de energietransitie. Strategische communicatie vanuit ‘duurzaamheid’ Sinds 2020 voert de gemeente Heerenveen een extern gerichte strategische communicatiecampagne onder de noemer “Heerenveen, één voor één groener”. Dit is gestart vanuit het brede duurzaamheidsprogramma (‘19-‘22) en dit zetten de drie duurzame programma’s (Energie voor Morgen, Circulaire Samenleving en Landschap in Balans) voort. “Eén voor één groener” maakt de grote opgaven voor 2050 behapbaar door uit te gaan van elke kleine stap die kan bijdragen aan het grote geheel. Het is vooral gericht op inwoners en toont inspiratie, kennis en doorverwijzing. De voorlichting en coaching maakt hier sinds 2020 onderdeel van uit. Mensen kunnen zo in alle stadia van hun oriëntatie ondersteuning krijgen om tot actie over te gaan. Voor ondernemers zijn er aparte bijeenkomsten en communicatiekanalen (deel van de website eenvooreengroener en LinkedIn), omdat zij heel andere vragen en opgaven hebben.
Interne communicatie De gemeente zelf is er ook één, die het goede voorbeeld kan geven. De eigen gebouwen, het wagenpark, de inrichting en beheer van de openbare ruimte moeten duurzaam met energie omgaan en zo bijdragen aan de doelen én aan de gemeente als betrouwbare afzender. De interne communicatie is nog beperkt en zal stap voor stap worden uitgebouwd, o.a. door koppelingen met maand van de (interne) uitwisseling en met de landelijke Klimaatweek.
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
23
BIJLAGE: TERUGBLIK Langjarige inzet
In de gemeente Heerenveen werken we aan de energietransitie gedurende vier bestuursperiodes. Vanaf 2015 met “Smûk en Sunich Wenjen” , als onderdeel van het Duurzaamheidsprogramma in 2019-2022 en vanuit het Energie van Morgen in 2022- 2026. Een lange adem is nodig om de doelstellingen voor 2030 en 2050 te halen.
Resultaten en stand van zaken In Heerenveen hebben we een beweging op gang gebracht en versneld naar de doelen voor 2050 toe, en we zijn goed op weg om de doelstellingen voor 2030 te halen. Het verband tussen de inspanningen van de gemeente en de resultaten is meestal indirect. De gemeente is zelf eigenaar van een beperkte vloot en vastgoed, en heeft vanuit haar regierol in de energietransitie de opgave om inwoners en ondernemers actie te laten ondernemen. Onze inspanningen zijn arbeidsintensief en vaak nieuw (nog nooit eerder gedaan). Meer besparing en duurzame verwarming in de Gebouwde Omgeving. Van de woningen in onze gemeente is nu 16% aardgasvrij, tov ons doel van 20% in 2030. We gebruiken 35% minder aardgas in 2024 t.o.v. 2010. Particulieren hebben energie en geld bespaard dankzij energiecoaching, de ca. 800 witgoedwissels en subsidies zoals de NIP (isolatie), waarin we koploper zijn. Het Lokaal Energie Experimenten Fonds heeft de transitie van onderop in gang gezet in 4 dorpen/wijken en op 1 bedrijventerrein. Dit vormde de basis voor Warmte Uitvoeringsplannen (WUPs), waarvan er nu 4 klaar zijn. Op Bedrijventerrein Heerenveen Zuid heeft LEEF geleid tot een collectief, dat samen verder werkt aan lokale oplossingen voor netcongestie. De ervaring is vertaald naar de aanpak op IBF, waar nu sneller samen aan een toekomstbestendig, decentraal energiesysteem gewerkt kan worden.
Als gemeentelijke organisatie gaven we soms het goede voorbeeld. Meer duurzaam opgewekte elektriciteit en toekomstbestendige energie-infrastructuur. In de gemeente Heerenveen wordt nu 160,8 miljoen kWh duurzame elektriciteit opgewekt. Dit is voornamelijk zonne-energie en maar 5 miljoen kWh windenergie. Samen met twee zonneparken in ontwikkeling wordt 48% van de elektriciteitsbehoefte duurzaam, goed op weg naar ons doel van 70% in 2030. Vanuit alle operationele zonneparken wordt een bijdrage gedaan aan het Energiefonds, deze is dan ook verder gevuld. Er is een subsidie ontwikkeld voor Lokale Duurzame Initiatieven, waarmee 4 lokale groepen een lokaal project konden uitvoeren. We streven naar de invulling van lokaal eigendom bij de ontwikkelingen van nieuwe zonneparken van meer dan 50%, om de revenuen in de gemeente te houden. De netcongestie is door elektrificatie groter geworden en het is de vraag of netcongestie ooit nog echt verdwijnt. We verwachten dat nu dat nieuwe oplossingen en ‘reguliere versterking’ naast
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
24
elkaar nodig blijven. Aan de basis hiervan liggen analyses van onze toekomstige energiebehoefte (Regioanalyse 2030), Friese afstemming en lobby voor versterking van het midden- en laagspanningsnet van Liander en het onderstations vanaf het hoogspanningsnetwerk van TenneT. In de laatste 2 jaar hebben we in Heerenveen oplossingen verkend, zoals het delen van netcapaciteit in administratieve of fysieke zin op onze bedrijventerreinen en netbewust bouwen voor nieuwbouw. Elektrisch (ont)laden van (vracht)auto’s blijken hierbij goede kansen voor flexibiliteit te bieden. In Heerenveen zijn deze ontwikkelingen en lokale energiesystemen met opslag nog pril. Meer duurzame mobiliteit Besparing op fossiele brandstoffen volgens met STOMP principe is vastgelegd in de Mobiliteitsvisie. STOMP richt zich op minder gemotoriseerd verkeer door meer te Stappen, te Trappen, Openbaar Vervoer te gebruiken, Mobility as a service (deelauto's, carpoolen) in te zetten en tenslotte pas met personenauto's te rijden. Deze personenauto's moeten net als vrachtverkeer, de fossiele brandstoffen verduurzamen, waarbij de dominante trend afgelopen jaren die van elektrisch vervoer is. Het aantal elektrische auto’s en openbare laadpalen is in Heerenveen toegenomen en dit zal ook de grootste focus voor de komende bestuursperiode worden.
Verduurzaming energiegebruik in de industrie Door de netcongestie zijn we beter in gesprek gekomen met de bedrijven, ook de (zuivel)industrie. Bij het zoeken naar oplossingen komen zowel individuele als collectieve mogelijkheden voor verduurzaming aan bod. Elektrificeren van de logistieke sector in Heerenveen is een extra grote opgave, waarvoor we analyses en oplossingsrichtingen aan het ontwikkelen en toepassen zijn. Energie als onderdeel van ‘Duurzaamheid’ Door een continue inzet van de Communicatiecampagne één voor één groener is de bewustwording van de opgave toegenomen en weten inwoners en ondernemers de gemeente te vinden. De motie van de raad om duurzaamheid in alle voorstellen mee te wegen heeft vorm gekregen in het samen met collega’s uit alle teams opstellen van de Routekaart Duurzaamheid.
Outlook energietransitie Heerenveen 2026-2029
25