Evaluatie Heerenveen Ondernemers Fonds 2021
Tekst van het document
Aan De gemeenteraad Van Roy Drent Datum 28 oktober 2021
Evaluatie Heerenveen Ondernemers Fonds 2021 Aanleiding In 2015 is het Heerenveen Ondernemers Fonds gestart. Het fonds wordt gevoed door een opslag op de OZB van niet-woningen van 4,76%. Dit fonds heeft (afhankelijk van de OZB opbrengst een (financiële) omvang van ongeveer € 310.000 tot € 325.000 per jaar. Na de evaluatie in 2017 is door de gemeenteraad besloten om de OZB-opslag en het fonds te continueren (raadsbesluit van 16 oktober 2017). Doel van het fonds is dat de trekkingsgerechtigden de middelen inzetten ter versterking vaan het ondernemers- en vestigingsklimaat. Bij de behandeling van de eerste evaluatie van het HOF (tijdens de raadsvergadering van 16 oktober 2017) is een amendement ingediend. Hierin is besloten om het HOF tweejaarlijks te evalueren. Reden hiervan is het betrokken houden van de raad en om de OZB opslag te kunnen wegen. Men wil inzicht in de inkomsten, uitgaven en saldo’s. Tevens inzicht in deelname, betrokkenheid en participatie bij het HOF en de trekkingsgerechtigden. Uitgangspunten evaluatie 2021 Wij hebben net als in 2019 gezamenlijk de evaluatie uitgevoerd. Centraal staat de inhoud en werking van het HOF. In de evaluatie moeten de antwoorden terugkomen op onderstaande vragen, die voortkomen uit het raadsbesluit om het HOF te continueren (2017). Deze vragen komen ook overeen met de vragen uit de evaluatie van 2019.
Vragen die we willen beantwoorden en/of aandachtspunten voor de evaluatie zijn:
1. Inzicht in inkomsten, uitgaven en saldo’s medio/einde 2021; 2. Inzicht in deelname, betrokkenheid en participatie bij het HOF en de trekkingsgerechtigden. Om inzicht te krijgen in de inkomsten, uitgaven en saldo’s heeft het HOF informatie aangeleverd. Om inzicht te krijgen in deelname en betrokkenheid bij het Heerenveen Ondernemers Fonds (HOF) en de trekkingsgerechtigden is een vragenlijst opgesteld. Deze vragenlijst hebben we gebruikt als leidraad in een gesprek met de verschillende trekkingsgerechtigden. Soms zijn er telefonische gesprekken geweest en soms is er een schriftelijke reactie gegeven.
2
Uitkomsten evaluatie
1.
Inzicht in inkomsten, uitgaven en saldo’s medio/einde 2021
A. Wat is het jaarlijks budget dat de gemeente aan het HOF heeft gesubsidieerd? Onderstaand een overzicht van de jaarlijkse (vastgestelde) subsidies in de afgelopen jaren.
subsidiebedrag
2019 € 318.000
2020 € 310.000
2021 321.000
B. Benutting budgetten ondernemersverenigingen 2021 met korte toelichting. Trekkingsgerechtigde Bedrag Opgevraagd/uitbetaald Restant OKH € 178.107 €0 € 178.107 Haskerdijken€ 806 €0 € 806 Nieuwebrug HOV/KHN € 30.713 € 30.713 €0 VOAN € 11.674 €0 € 11.674 HNI Jubbega € 4.058 €0 € 4.058 ONMKB € 4.114 € 3.715 € 399 Bornego € 1.525 €0 € 1.525 Gebied De Streek € 1.834 €0 € 1.834 De Knipe € 418 €0 € 418 Heerenveen Vitaal € 40.135 €0 € 40.135 (sport, zorg en cultuur) LTO Heerenveen € 25.314 € 11.218* € 14.096 Overige € 4.558 €0 € 4.558 Door de ontwikkelingen rondom het COVID-19 virus worden gelden minder snel opgevraagd. Volgens het HOF worden de gelden nu weer opgevraagd omdat er meer mogelijk is. Voor de volledigheid hebben wij daarom ook de benutting van de budgettten 2020 weergegeven.
* Dit bedrag is inclusief de bedragen voor retributie. Trekkingsgerechtigde OKH HaskerdijkenNieuwebrug HOV/KHN VOAN HNI Jubbega ONMKB
Bedrag € 169.676 € 912
Opgevraagd/uitbetaald € 166.926 €0
Restant € 2.750 € 912
€ 34.294 € 11.056 € 3.944 € 3.971
€ 33.558 € 10.819 € 3.660 € 3.866
€ 736 € 237 € 284 € 105
2
3
Bornego Gebied De Streek De Knipe Heerenveen Vitaal (sport, zorg en cultuur) LTO Heerenveen Overige
€ 2.200 € 1.966 € 429 € 36.281
€ 2.153 € 408 € 420 €0
€ 47 € 1.558 €9 € 36.281
€ 26.473 € 3.623
€ 17.777 €0
€ 8.696 € 3.623
C. Welke middelen blijven onbenut en waarom? Trekingsgerechtigden hebben hun gelden vertraagd opgevraagd of nog niet gedaan in afwachting van de maatregelen rondom het COVID-19 virus. Het is lastig om bijeenkomsten te organiseren, omdat samenkomen een lange tijd niet mogelijk was. Afgezien van Corona wordt het jaarlijks beschikbare bedrag ook daadwerkelijk aangewend voor allerlei activiteiten binnen de desbetreffende trekkingsgebieden. Normaliter blijven er dus geen middelen onbenut. Alleen LTO heeft de nodige moeite om inhoudelijke projecten te definiëren waaraan de gelden besteed kunnen worden. Dit heeft voor LTO geleid tot een post “Bestemmingsreserve” die momenteel ruim € 30.000 bedraagt. Deze post is ontstaan doordat een derde deel van de eigenaren van een agrarische opstal geen gebruik maakt van de retributieregeling. Daarnaast komt het voor dat ondernemersverenigingen het jaarlijks besteedbare bedrag “opsparen” om daarmee grotere uitgaven te kunnen dekken (maximaal drie opeenvolgende jaren). Denk bijvoorbeeld aan het beveiligingsproject van OKH. D.
Welke middelen gebruikt het HOF voor haar eigen organisatie? En waar wordt dit aan besteed? Het HOF besteedt 6% van het totaal beschikbare budget aan het financieren van de eigen organisatiekosten. Dit is onder andere ter dekking van kantoorkosten, algemene kosten, bankkosten, opstellen van het accountantsrapport en bijeenkomsten van het HOF met de Raad van Advies. In de afgelopen zes jaren (en met name als gevolg van het COVID-19 virus) is het percentage van 6% iets ruimer gebleken dan de daadwerkelijke uitgaven. Hierdoor is een post “Overige reserve” ontstaan van iets meer dan € 22.000. Dit bedrag zal worden aangewend ter invulling van het collectieve ondernemers-belang in de gemeente. E. Hoe loopt de retributie (proces en financieel)? De manier waarop retributieregeling in de praktijk wordt toegepast verloopt voor alle partijen naar tevredenheid. Ongeveer twee derde van alle ondernemers in de landbouwsector maakt gebruik van het recht om de OZB-opslag individueel terug te vragen. Gemiddeld gaat dat om een bedrag van € 87,90 per ondernemer. Met ingang van 2022 zal dit echter komen te vervallen, is het voorstel aan de gemeenteraad. Op grond
3
4
van landelijke jurisprudentie hebben de gemeente, het HOF en in samenspraak met alle stakeholders aangeven niet langer de retributieregeling in stand te willen houden. 2. Inzicht in deelname, betrokkenheid en participatie bij het HOF en de trekkingsgerechtigden A.
Op welke manier onderhoudt het HOF contacten met haar stakeholders en welke activiteiten onderneemt ze daarvoor? Ook vanwege gebrek aan mogelijkheden tot een plenair overleg als gevolg van de maatregelen rondom het COVID-19 virus, heeft de nieuwe voorzitter van het HOF twee bilaterale gespreksrondes georganiseerd met niet alleen de voorzitters van de ondernemersverenigingen, maar ook met andere instanties waaronder het Leeuwarder Ondernemers Fonds, Regio Heerenveen ’n Gouden Plak en de gemeente Heerenveen. Na versoepeling van de Coronaregels zijn er in de tweede helft van 2021 voor het eerst weer twee bijeenkomsten met de Raad van Advies georganiseerd. Daarin is afgesproken om elkaar frequenter te ontmoeten dan hoogstens twee keer per jaar. Daarnaast vindt er twee keer per jaar (of vaker indien nodig) overleg plaats met de verantwoordelijk wethouder waarin de activiteiten worden geëvalueerd en het jaarverslag en de jaarrekening worden besproken. B.
Heeft de implementatie van het HOF invloed gehad op het aantal leden van de ondernemersverenigingen en de samenwerking binnen het trekkingsgebied? Uit de rondgang bij verschillende trekkingsgerechtigden blijkt dat er geen veranderingen zijn ten aanzien van het ledenaantal. Dat heeft wellicht ook te maken met de landelijke trend dat participatie/betrokkenheid in het algemeen afneemt. Sommige trekkingsgerechtigen verlagen hun contributie (zoals de VOAN en binnenkort ook LTO), waardoor de drempel lager wordt om lid te worden. De samenwerking tussen andere trekkingsgerechtigen kan worden vebetert. Dat is afgelopen periodie lastig gebleken want door de ontwikkelingen rondom het COVID-19 virus zijn er nauwelijks activiteiten mogelijk geweest. Daarnaast zien veel trekkingsgerechtigen wel kansen in gemeentebrede projecten, mits er een goed plan aan de voorkant wordt gepresenteerd. Ook het organiseren van inspiratiesessies wordt genoemd als een eerste stap. C. Zijn de oorspronkelijke doelen en ambities van het HOF nog actueel? Volgens de huidige praktijk vervult het HOF momenteel uitsluitend en alleen de kassiersfunctie. Het HOF fungeert als kassier tussen de gemeente en de trekkingsgerechtigden die, op basis van projectaanvragen, de door het HOF beschikbaar gestelde middelen lokaal inzetten.
Het HOF ziet voor zichzelf ook een rol op het versterken van het collectieve ondernemersbelang in de gemeente, door actieve samenwerking tussen de ondernemersverenigingen te bevorderen.
4
5
Een probleem is de uitzonderingssituatie van LTO. Het betreft de retributieregeling die op basis van landelijke jurisprudentie is gebleken niet langer houdbaar te zijn en risico’s met zich meebrengen, zoals legitimiteit en finanicele risico’s voor de gemeente. De gemeente wil om deze reden retributieregeling per 1 januari 2022 laten verdwijnen. Het bestuur van het HOF, LTO en de andere trekkingsgerechtigden kunnen zich hierin vinden. Daarnaast vindt het HOF bestuur het niet langer wenselijk om LTO te vrijwaren van het bijdragen aan de centrale organisatiekosten. Dit is een interne aangelegenheid van het HOF. D. Wat is het draagvlak voor het ondernemersfonds bij de betrokken stakeholders? De trekkingsgerechtigden zijn over het algemeen positief over de huidige samenwerking in de Raad van Advies en zien geen aanleiding om de werkwijze en inzet van het HOF te veranderen. De zoektocht van het HOF-bestuur naar de juiste rol en ambitie is op elke bijeenkomst een terugkerend thema, dit speelt ook al enkele jaren. Een van de trekkingsgerechtigden geeft aan dat dit onbedoeld leidt tot onrust en frustratie over en weer. De inzet van het HOF zou in principe gericht moeten zijn op de kassiersfunctie (beoordeling initiatieven en uitbetaling van het geld), al dan niet in combinatie met een pro-actieve houding.
Bijvoorbeeld door in algemene zin inhoudelijke (netwerk)bijeenkomsten te organiseren onder alle trekkingsgerechtigden in de regio, gericht op verbinding en de verbetering van de onderlinge samenwerking tussen ondernemersverenigingen. Het HOF-bestuur zou zich, ook naar de toekomst toe, niet moeten richten op de inhoud van initiatieven en de bestedingen vanuit het HOF. Dit is iets waar de trekkingsgerechtigden zelf de beslissingen over (willen blijven) nemen. Wel wordt de suggestie gedaan dat het HOF meer in zou kunnen zetten op (maatwerk) ondersteuning en/of een adviserende rol bij activiteiten, er wordt de suggestie gedaan om inspirerende sessies te organiseren. HOF zou dan kunnen fungeren als orgaan waar trekkingsgerechtigden op eigen initiatief terecht kunnen met een hulpvraag. Ieder trekkingsgebied kent z’n eigen hulpvraag, kortom: verbinden, maatwerk, collectief servicegericht. Volgens de meeste trekkingsgerechtigden is het belangrijk dat het HOF zich faciliterend opstelt. Het ontwikkelen van gemeentebrede projecten zijn volgens het bestuur van het HOF een geëigend middel en is bij diverse Ondernemersfondsen in het land gebruikelijk... Het bestuur van het HOF zou een soortgelijke ontwikkeling in Heerenveen dan ook zeer verwelkomen.
De trekkingsgerechtigden vinden een dergelijke rol van het HOF niet perse voor de hand liggen, maar staan wel open voor initiatieven op basis van een goed onderbouwd plan.
5
6
Conclusie De trekkingsgerechtigden zijn tevreden over de werking van het ondernemersfonds. Zij ontvangen ‘hun’ trekkingsgelden op tijd en er is een goede communicatie tussen zowel het bestuur van het HOF en de verschillende trekkingsgerechtigden. Hoewel door de maatregelen rondom het COVID-19 virus alles veel ingewikkelder geworden is, maken de trekkingsgerechtigden vertraagd gebruik van de gelden. Over de functie van het ondernemersfonds wordt wisselend gedacht. De trekkingsgerechtigden vinden dat het fonds zich zou moeten beperken tot een kassiersfunctie, terwijl het bestuur van het HOF een ander beeld heeft. Zij wil graag dat het fonds de mogelijkheid krijgt om gemeentebrede projecten te organiseren, hiervoor zou een percentage van de opbrengsten van de OZB gereserveerd moeten worden. Hier is onder de trekkingsgerechtigden geen steun voor. Normaliter wordt twee maal per jaar een bijeenkomst georganiseerd tussen het bestuur en de Raad van Advies, hier worden activiteiten geëvalueerd en het jaarverslag besproken.
De conclusie is dat het ondernemersfonds daarom goed functioneert en samen met de trekkingsgerechtigden haar rol verder moet optimaliseren en definiëren. In deze memo zijn daarvoor een aantal suggesties door de trekkingsgerechtigden naar voren gebracht, wellicht is dat een opening voor een goed gesprek. Dit is en blijft een aangelegenheid van het HOF en de trekkingsgerechtigden zelf.
6