CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

De kracht van wijd reiken eindrapport vng expertiseteam reikwijdte jeugdhulpplicht

Commissie Mens en Maatschappij 31 januari 2022, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Gesprek met Bert Wienen over 'normaliseren'11.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Grensdiscussie tussen de Jeugdwet en de volwassen GGZ Het aanpakken van de problemen van ouders is in sommige gevallen essentieel om verergering van problemen bij kinderen te voorkomen. Hulp aan ouders is nodig in de context van hun rol als opvoeder. Dit vraagt om afstemming tussen de volwassenhulpverlener en de jeugdhulpverlener. Er zijn oplossingen voorhanden, maar het grote vraagstuk daarbij is vaak de bekostiging. Onder wiens financiële verantwoordelijkheid valt bijvoorbeeld de hulp aan ouders? Daarnaast ontbreekt een betaaltitel vanuit de Zorgverzekeringswet o.a. voor overleg tussen volwassenhulpverleners en jeugdhulpverleners.

Het Expertiseteam benoemt de volgende handvatten: • Inventariseer hoe je binnen het brede stelsel tot de juiste financiële prikkels kan komen, zodat het loont om samen te werken in plaats van af te schuiven.

20

•

•

•

•

Stimuleer meer samenwerking en kennisuitwisseling tussen toegangsmedewerkers van de Wet langdurige zorg, de Jeugdwet en de Zorgverzekeringswet.35 Veel problemen op het grensvlak met de Wet langdurige zorg blijken voort te komen uit het ontbreken van voldoende kennis over de wetten, onjuiste verwachtingen over de wetten, het ontbreken van deskundigheid bij en samenwerking tussen toegangsmedewerkers over de verschillende domeinen.36 Suggestie is bijvoorbeeld: laat CIZ aansluiten bij casustafels en bij het regionale expertteam passende zorg. Werk op regionale schaal aan een gezamenlijke visie en samenwerkingsafspraken met de zorgverzekeraars en zorgkantoren. Zie in dit kader ook de regionale werkstructuur gemeenten en zorgverzekeraars.37 Zoek samenwerking tussen de domeinen niet in juridische oplossingen maar veel meer in het samen opstellen van een gezamenlijk visie en samenwerking in uitvoeringspraktijk tussen gemeenten, CIZ en zorgverzekeraars/kantoren. Creëer een gezamenlijk doorbraakbudget waar geld vanuit de verschillende financieringsstromen wordt samengebracht om stagnatie bij discussiegevallen te voorkomen.

Integraal werken met onderwijs en kinderopvang Scholen en kinderopvangorganisaties zijn laagdrempelige voorzieningen voor ouders en kinderen. Dit zijn vaak de eerste plek waar eventuele problemen tot uiting komen. De school is de plek om integrale zorg en steun te leveren in de normale dagelijkse omgeving van een kind. Goede samenwerking tussen passend onderwijs/kinderopvang en jeugdhulp is van belang, zowel voor de preventie en steunstructuren als voor passende zorg op school voor kinderen die dat nodig hebben. Scholen hebben ook een belangrijke rol in het organiseren van collectief aanbod als blijkt dat meerdere kinderen en ouders tegen soortgelijke problemen aanlopen. Er is regelmatig discussie tussen gemeenten en samenwerkingsverbanden van schoolbesturen over wat door wie bekostigd dient te worden, omdat er onduidelijkheid is over de verantwoordelijkheidsverdeling. Oplossingen voor het verbeteren van de aansluiting van onderwijs/kinderopvang en jeugdhulp liggen in het verbreden van teams op school met de juiste expertise, het inperken van vrijstellingen op de leerplicht, het betrekken van ouders en kinderen, het maken van brede lokale afspraken over jeugd onder regie van gemeenten, het monitoring voor lerende netwerken en het bundelen van budgetten.38 Het Expertiseteam biedt de volgende handvatten: • Zorg voor lokale data op schoolniveau.

Zo kunnen gemeenten samen met hun scholen en kinderopvangorganisaties zien welke maatschappelijke problemen er spelen en welke zorgvragen er zijn. Zo kan laagdrempelig collectief aanbod worden gecreëerd en kan er preventief worden gewerkt. • Stimuleer inclusief onderwijs. Zo hebben zoveel mogelijk kinderen een passende onderwijsplek. Het is belangrijk om kritisch te kijken naar de wijze waarop wij ons onderwijs inrichten. Veel kinderen doen nu een beroep op zorg omdat het onderwijs niet passend is. • Creëer een gezamenlijk doorbraakbudget waar geld vanuit de verschillende financieringsstromen wordt samengebracht om stagnatie bij discussiegevallen te voorkomen.

35 AEF. (2019). Gezamenlijk leren om de ervaren schotten van ouders op te lossen 36 HHM. (2017). Afwegingskader kinderen Wlz, een inventarisatie van knelpunten en oplossingen 37 Zie: https://vng.nl/nieuws/afspraken-over-samenwerking-gemeenten-en-zorgverzekeraars 38 2018. Mét andere ogen, advies voor versnelling en bestendiging van de samenwerking onderwijs- zorg- jeugd. Zie ook:

https://www.aanpakmetandereogen.nl

21

Aanwijzingen voor het Rijk Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vormgeven van de ontwikkelagenda. Gemeenten en regio’s hebben het Rijk - als stelselverantwoordelijke - nodig om de ontwikkelagenda te kunnen uitvoeren. Zolang de huidige financiële situatie voortduurt, heeft deze ontwikkelagenda geen kans van slagen. Gemeenten hebben op dit moment geen rust en middelen om in te zetten op deze langetermijnoplossingen. Het Rijk kan de gemeenten in belangrijke mate ondersteunen met de volgende bijdragen: • Stel voldoende financiële middelen ter beschikking om de transformatie tot wasdom te laten komen. Deze middelen zullen in ieder geval moeten bijdragen aan het versterken van de sociale basis, de pedagogische civil society. Momenteel lopen er onderzoeken om te bepalen hoeveel extra financiën nodig zijn voor het macrobudget voor de jeugdhulp. • Bied ruimte voor voldoende bestuurskracht. Een opgave als de transformatie vraagt om een rolverdeling met begrip en waardering voor elkaars positie om voldoende bestuurskracht te creëren. Gemeenten zijn in de lead en moeten die positie ook kunnen innemen. Het Rijk (zowel de Tweede Kamer als de ministeries) moet gemeenten daarvoor de ruimte bieden en hen ondersteunen. Let ook op dat gemeenten deze inspanningen daadwerkelijk als ondersteunend ervaren.

• Bied ruimte in de verschillende wettelijke kaders om maatwerk en integrale hulp mogelijk te maken. o Onderzoek hoe het gemakkelijker kan worden voor professionals om gebruik te maken van de ruimte binnen andere wettelijke kaders, ruimte die er via hardheidsclausules juridisch wel is, maar in de praktijk niet ervaren wordt. o Betrek gemeenten nadrukkelijk in het wetgevingsproces van aanpalende wetten. o Onderzoek waar het nuttig is aanpalende wettelijke kaders te verruimen. Dit gebeurt nu bijvoorbeeld voor jeugdigen met blijvende psychische problematiek: moet voor hen de Wet langdurige zorg worden opengesteld? Aanvullend zou voor de Wet langdurige zorg onderzoek moeten worden gedaan naar openstelling voor enkele andere groepen die (levens)lang zeer intensieve begeleiding nodig hebben en maar heel weinig ontwikkelperspectief hebben. Zij zijn vaak gebaat bij een Wlz-indicatie, maar hebben daar gezien de huidige toelatingscriteria geen toegang toe. o Beperk de administratieve drempels voor de Wet langdurige zorg. o Neem betaaltitels op in de Zorgverzekeringswet voor toeleiding, consultatie en overleg tussen volwassenenhulpverleners en jeugdhulpverleners. Zie in dit kader ook de afspraken die in het Hoofdlijnenakkoord GGZ zijn gemaakt. o Ga na in hoeverre de volwassen GGZ meer outreachende GGZ ondersteuning en begeleiding kan bieden aan ouders.

Investeer binnen de Zorgverzekeringswet in het motiveren van ouders om zich te laten behandelen. o Bied ruimte voor een gecombineerde inzet van onderwijs- en jeugdhulpbudgetten, zoals ook gevraagd in de aangenomen motie van lid Van Meenen.39 • Faciliteer de transformatie door gerichte inzet vanuit de onderzoeksprogrammering en kennisontwikkeling en faciliteer het benutten van deze kennis. Denk aan: o Meerjarig onderzoek naar het fenomeen: een sterke basis. Zo ontstaat grip op de redenen waarom kinderen, jongeren en ouders nu jeugdhulp nodig hebben. o Onderzoek naar de context waarbinnen kinderen zich begeven, om te bezien welke mogelijke oplossingen en oorzaken in de contexten van kinderen liggen. Geef aandacht aan de relatie tussen inkomen, huisvesting en jeugdhulp. 39

Tweede Kamer Motie 31497-352, Motie van het lid Van Meenen over ontschotten van de middelen voor onderwijs, ondersteuning en zorg, 19 februari 2020

22

o o o

Meerjarig effectonderzoek naar de inzet van zorg in de eerste lijn en de effectiviteit van lokale teams. Verdere analyses van het toenemend jeugdhulpgebruik in een verder nog steeds gelukkige samenleving naar internationale maatstaven. Verder ontwikkelen van ‘evidence bases practice’ op basis van de actuele inzichten. Zo wordt de kennis over werkzame factoren en werkzame inzet groter.

Tot slot Het Expertiseteam wil benadrukken dat bovenstaande ontwikkelagenda gemeentelijk en regionaal tot stand moet komen, op basis van lokale data en met relevante partners (waaronder cliënten/ouders en cliëntorganisaties). De bouwstenen die hierboven beschreven staan zijn allemaal even belangrijk. Het zal niet werken om er enkele uit te pikken. Het Expertiseteam adviseert dan ook ten zeerste om die hardnekkige neiging te weerstaan. De onrust op de korte termijn moet de blik op de langere termijn niet vertroebelen. Het beste antwoord op vragen over de reikwijdte van de jeugdhulpplicht vind je niet door deze in te perken, maar door naar het hele stelsel te kijken, door écht te transformeren en daardoor schaarse financiële middelen zo slim mogelijk in te zetten. Om de transformatiedoelen te behalen, zullen we fundamentele keuzes moeten durven maken, zowel lokaal/regionaal als op rijksniveau. Er is tijd, geld, bestuurskracht en aandacht nodig. Het Expertiseteam ziet dit rapport als het eindpunt van de opdracht, maar ook als een beginpunt. Het Expertiseteam volgt met grote interesse de volgende stappen die gezet gaan worden, door de VNG, gemeenten, hun partners en het Rijk. De leden van het team zijn graag bereid het advies toe te lichten en mee te denken over de uitwerking.

23

Bijlage: Opdracht VNG Expertiseteam Reikwijdte Jeugdhulpplicht en aanpak Opdracht Het VNG bestuur heeft op 4 juli 2019, op verzoek van de VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs een expertiseteam ingesteld om met een advies te komen over de reikwijdte van de jeugdhulpplicht. Vragen aan het expertiseteam: Onderdeel 1: Analyse •

•

• •

•

De Jeugdwet geeft een korte definitie van typen jeugdhulp en geeft aan dat als ´naar het oordeel van het college´ jeugdhulp nodig is, die geboden moet worden. Hoe wordt de wettelijke omschrijving en de passage naar het oordeel van het college (van BenW) in de praktijk gebruikt? Hebben gemeenten een nadere duiding ontwikkeld over wanneer wel en wanneer geen jeugdhulp wordt ingezet? Hoe heeft de jurisprudentie zich de afgelopen jaren op dit onderwerp ontwikkeld? In welke mate zijn er gevallen waarin vanuit andere stelsels (Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet of Passend Onderwijs) geen hulp wordt geboden, en dus de Jeugdwet wordt ingezet, terwijl hulp vanuit één van deze drie wetten wel voor de hand ligt? In het bijzonder gaat het daarbij aan hulp die aan kinderen wordt verleend, terwijl primair de ouders een hulpvraag hebben.

Is er problematiek die nu wel jeugdhulp is, maar eerder niet onder jeugdhulp viel? Hoe komt het dat deze vormen nu wel bekostigd worden en eerst niet of minder? Er zijn aanwijzingen dat naast de toename van het aantal jeugdhulptrajecten, deze ook langer duren en een zwaardere intensiteit kennen; in welke mate kan de gemeente hierop sturen, met name als niet het lokaal team de verwijzer is? Zijn er in de uitvoeringspraktijk van de verschillende wetten tegenstrijdigheden/ prikkels (bijvoorbeeld verschillen in eigen bijdrage tussen Jeugdwet, Wlz of ZvW), kwaliteitseisen, privacy, deskundigheid bij gebiedsteams/verwijzers over de Jeugdwet) die uitvoering van de doelstellingen van de Jeugdwet belemmeren?

Onderdeel 2: Initiatieven in het land • •

Welke kansrijke initiatieven ziet het expertiseteam waarin normaal opvoeden / opgroeien ondersteund en begeleid wordt? Welke kansrijke initiatieven ziet het expertiseteam in het land van het functioneren van het voorliggende veld (onderwijs, jeugdgezondheidszorg, jongerenwerk, kinderopvang. welzijn enz.) die een dempende invloed hebben op het gebruik van jeugdhulp? En hoe kunnen maatschappelijke kosten-baten analyses hierbij ondersteunen om de opbrengsten beter in beeld te brengen?

Onderdeel 3: Aanbevelingen •

•

Heeft een gemeente voldoende wettelijke grond om bij vragen van kinderen en ouders een passende (algemene) voorziening in het onderwijs, kinderopvang of vanuit een ander wettelijk kader voor te stellen? Zou dit moeten leiden tot wettelijke aanpassingen? Biedt de Jeugdwet voldoende aanknopingspunten om te begrenzen of op de verantwoordelijkheid van andere opdrachtgevers te wijzen, en zo niet, tot welke aanpassingen zou dit moeten leiden?

24

•

• •

• •

Hebben gemeenten voldoende mogelijkheden om in afwijking van de algemene regels/opvattingen over wat wel/niet jeugdhulp is, een afweging te maken om alsnog ‘onorthodoxe’ voorzieningen te treffen die, al dan niet ter ondersteuning van jeugdhulp, het gewone leven versterken? In welke mate is het kansrijk en zinvol om in de verordening of onderliggende beleidsregels als gemeente nader te omschrijven wat jeugdhulp wel en niet is? Zijn professionals die in wijken en buurten werken en die de toegang tot jeugdhulp vormen voldoende toegerust om in plaats van jeugdhulp te bieden tot andere oplossingen binnen of buiten het sociaal domein te komen? Welke mogelijkheden zien de zorgvragers (ouders en kinderen) professionals en zorgaanbieders in het begrenzen van de jeugdhulp en wat zien zij als kansrijke oplossingsrichtingen? Tot welke aanpassingen in wetgeving en praktijk in aanpalende wetten zou het advies van het expertiseteam moeten leiden?

Samenstelling Expertiseteam José Manshanden (voorzitter) Albert Jan Kruiter Ans van de Maat Bert Wienen Chaim Huijser Guuske Ledoux

Jan van Hoek Jan Kees Helderman Mattias Gijsbertsen Marianne de Bie Matthijs Riemens Petra van Buren Reggie Lawa Maaike Zunderdorp (secretaris)

Directeur GGD Amsterdam Publicist en mede-oprichter Instituut voor Publieke Waarden Directeur Nederlands Jeugd Instituut (NJI) Associate Lector Jeugd bij Hogeschool Windesheim, raadslid in Assen en lid van VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs Geneesheer- directeur de Bascule Amsterdam Wetenschappelijk directeur Kohnstamm Instituut, onderwijskundige, coördinator landelijk evaluatieonderzoek passend onderwijs Voorzitter Raad van Bestuur Ipse de Bruggen Universitair hoofddocent Radboud Universiteit, bestuurskundige Wethouder Groningen, lid van de VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs Wethouder Breda Directeur Lokalis Utrecht Directeur bestuurder stichting Kernkracht, Regioambassadeur Ondersteuningsteam Zorg voor de jeugd Zuid-Holland (VNG) Voorzitter Jeugdbeschermingstafel Haaglanden, jeugdbeschermer gemeente Den Haag Zunderdorp Beleidsadvies en Management

Samenstelling begeleidingscommissie Arie Opstelten Marieke Koppenaal Wilma Lozowski Maartje van de Rijt Anja Verburg Tinneke Beirens Geert Schipaanboord Reinier Lagerwerf

Gemeente Den Haag Ministerie van VWS Nederlands Instituut van Psychologen Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland Jeugdzorg Nederland AJN Jeugdartsen Nederland Vereniging Nederlandse Gemeenten Vereniging Nederlandse Gemeenten

25

Aanpak van het Expertiseteam

•Kick-off Expertiseteam 17 september

•Bijeenkomst 1 begeleidingscommissie 23 september

• Sessie op Voor de Jeugddag over de reikwijdte van de jeugdhulpplicht, . 7 oktober

15 oktober

•2e bijeenkomst Expertiseteam, focus: cliëntperspectief • In gesprek met Petra van Buren en Nely Sieffers (Regio-ambassadeurclientperspectief in Utrecht en Flevoland, Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd)

15 november

•3e bijeenkomst Expertiseteam, focus: juridische consequenties vanuit jeugdrecht en bestuursrecht op jeugdhulpplicht van gemeente •In gesprek met: Heleen van Amerongen (promovenda staats- en bestuursrecht bij Universiteit van Leiden) •Bespreken eerste gespreksnotitie

28 november

•4e bijeenkomst Expertiseteam •In gesprek met: Souhail Chaghouani (controller gemeente Utrecht) •Werksessie adviezen •Bespreken tweede gespreksnotitie

12 december

•5e bijeenkomst Expertiseteam •In gesprek met: Monique Peltenburg (Netwerk Directeuren Sociaal Domein) •Toelichting NJi: op ‘Het Groeiend Jeugdzorggebruik' •Toelichting Albert Jan Kruiter over ontkokeren binnen gemeenten •Reflectie op outline rapport

26

•Bijeenkomst 2 Begeleidingscommissie 17 december

17 januari

4 februari

•6e bijeenkomst Expertiseteam •In gesprek met Micha de Winter (Em. Hoogleraar maatschappelijke opvoedingsvraagstukken Universiteit Utrecht) •Toelichting Petra van Buren op inzet ervaringsdeskundigheid (binnen de jeugdhulp) •Bespreken gespreksnotitie 3

•7e bijeenkomst Expertiseteam •Toelichting resultaat enquete VNG over reikwijdte jeugdhulpplicht en KPMG rapport •Bespreken concept advies

• 3e bijeenkomst begeleidingscommissie 2 maart

•Sessie ervaringsdeskundige ouders •Reflectie op adviezen 4 maart

•8e bijeenkomst Expertiseteam •Conceptadvies doorspreken 5 maart

•Publicatie adviesrapport 16 maart

27

Colofon Dit is de eindrapportage van het Expertiseteam Reikwijdte Jeugdhulpplicht. Deze rapportage is geschreven in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Eerste aanspreekpunt is de Vereniging van Nederlandse Gemeenten Contactpersoon Geert Schipaanboord 070-373 8393, Geert.Schipaanboord@VNG.nl Postbus 30435, 2500 GK Den Haag Penvoering: Maaike Zunderdorp & Marieke Lamers (bureau Zunderdorp) Illustratie: Marieke Lamers (bureau Zunderdorp) Datum: maart 2020

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=3c895365-af31-463e-a4d9-15c36e51836e