CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Was-Wordt lijst

Raadsvergadering 28 maart 2024, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Wijziging Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022884 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijziging Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 Was - Wordt lijst Was: Artikel 15 – Managementoverleg Sociaal Domein Er vindt ambtelijk overleg plaats tussen de gemeenten in het managementoverleg sociaal domein. Het managementoverleg sociaal domein bestaat uit directeur MO van de centrumgemeente en vier tot zes managers van afdelingen/sectoren sociaal domein van de gastgemeenten die worden aangewezen door zowel het portefeuillehouderoverleg WMO en Jeugd via een gezamenlijke voordracht. Wordt: Artikel 14 lid 2: Het managementoverleg sociaal domein bestaat uit de directeur van de centrumgemeente en directeuren en/of managers van afdelingen/sectoren sociaal domein van de gastgemeenten. Een gastgemeente kan zich door een directeur en/of manager van een andere gastgemeente laten vertegenwoordigen. Was: Artikel 23 – Uittreding en opheffing 1. Opheffing en uittreding is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk in de eerste zes jaar na 1 januari 2022. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als hierover tussen de colleges en de burgemeesters van de gemeenten overeenstemming bestaat. 2. Deze regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges en de burgemeesters van de gemeenten.

Opheffing kan niet plaatsvinden zolang voor een van de taken bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, een wettelijke verplichting tot samenwerking bestaat, met uitzondering van de situatie waarin de deelnemende bestuursorganen voor die verplichte samenwerking reeds een ander samenwerkingsverband zijn aangegaan. 3. Indien een besluit tot opheffing of uittreding, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een opheffingsplan op te stellen. 4. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid. Wordt: Artikel 22 – Uittreding 1. Uittreding is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk in de eerste zes jaar na 1 januari 2022. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als hierover tussen de colleges en de burgemeesters van de gemeenten overeenstemming bestaat. 2. Uittreding kan niet plaatsvinden zolang voor een van de taken bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, een wettelijke verplichting tot samenwerking bestaat, met uitzondering van de situatie waarin de deelnemende bestuursorganen voor die verplichte samenwerking reeds een ander samenwerkingsverband zijn aangegaan. 3.

Indien een besluit tot uittreding, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een uittredingssplan op te stellen. 4. Bij uittreding stelt het portefeuillehoudersoverleg Algemeen & Middelen de verplichtingen van de uittredende deelnemer vast. Daarbij geldt als richtsnoer dat de uittredende deelnemer aan het openbaar lichaam gedurende drie jaar te rekenen van de datum van uittreding (de realisering daarvan) af een bijdrage is verschuldigd, welke voor eerste jaar 100%, voor het tweede jaar 70%, voor het derde jaar 40% van de laatstelijk door de deelnemer verschuldigde jaarbijdrage kan belopen. Het portefeuillehoudersoverleg Algemeen en Middelen regelt voorts zonodig de overige gevolgen van een uittreding.

5.

Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het uittredingsplan, bedoeld in het derde lid.

Na het nieuwe artikel 22 volgt een nieuw artikel wat luidt: Artikel 22a – Opheffing 1. Opheffing is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk in de eerste zes jaar na 1 januari 2022. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als hierover tussen de colleges en de burgemeesters van de gemeenten overeenstemming bestaat. 2. Deze regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges en de burgemeesters van de gemeenten. Opheffing kan niet plaatsvinden zolang voor een van de taken bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, een wettelijke verplichting tot samenwerking bestaat, met uitzondering van de situatie waarin de deelnemende bestuursorganen voor die verplichte samenwerking reeds een ander samenwerkingsverband zijn aangegaan. 3. Indien een besluit tot opheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een opheffingsplan op te stellen. 4. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid. Was: Artikel 26 – Evaluatie 1. Jaarlijks wordt in het gemeentesecretarissen overleg, bedoeld in artikel 13, de stand van zaken omtrent de samenwerking besproken met als doel om bijsturing te kunnen geven.

Eens in de twee jaren organiseert het gemeentesecretarissenoverleg een reflectie op de samenwerking met alle direct betrokkenen bij deze regeling, in ieder geval de portefeuillehouders, de gemeentesecretarissen en de hoofden van het sociaal domein. 2. Deze regeling en de uitvoering daarvan wordt in het vijfde jaar, uiterlijk voor 1 oktober 2027 geëvalueerd, mede ten behoeve van besluitvorming die betrekking heeft op artikel 23, onder 2 of 3. Deze besluitvorming door de colleges en de burgemeester van de gemeenten vindt vóór 31 december 2027 plaats. Wordt: Artikel 26 – Evaluatie 1. Jaarlijks wordt in het gemeentesecretarissen overleg, bedoeld in artikel 13, de stand van zaken omtrent de samenwerking besproken met als doel om bijsturing te kunnen geven. Eens in de twee jaren organiseert het gemeentesecretarissenoverleg een reflectie op de samenwerking met alle direct betrokkenen bij deze regeling, in ieder geval de portefeuillehouders, de gemeentesecretarissen en de hoofden van het sociaal domein. 2. Deze regeling en de uitvoering daarvan wordt vanaf 1 oktober 2026 tot uiterlijk 1 september 2027 geëvalueerd, mede ten behoeve van besluitvorming die betrekking heeft op artikel 22, onder 2 of 3. Deze besluitvorming door de colleges en de burgemeester van de gemeenten vindt vóór 31 december 2027 plaats. De evaluatie wordt door een extern bureau begeleid dan wel uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=c0931314-f154-4e59-9725-b14e790ff254