Bijlage Opinie Heerenveen moet de dorpen naar hun eigen kwaliteiten beoordelen
Tekst van het document
Opinie: Heerenveen moet de dorpen naar hun eigen kwaliteiten beoordelen Bij de verdeling van het Fonds Vitale Kernen lijkt de gemeente Heerenveen dorpen tegen elkaar uit te spelen. Dat kan niet de bedoeling zijn. Aldeboarn heeft geen regionale centrumfunctie, maar wordt wel volgens die criteria beoordeeld. Jacqueline Brauwers Geplaatst: 16 mei 2021 om 12:00
De fietsbrug wordt handmatig geopend voor een boot in het centrum van Aldeboarn. De verdeling van het Fonds Vitale Kernen moet eerlijker, meent Pleatslik Belang. FOTO: MARCHJE ANDRINGA
In deze krant stond vorige week een verslag van de commissievergadering in de gemeenteraad van Heerenveen over de verdeling van het geld uit het Fonds Vitale Kernen over vier dorpen in de gemeente. Het artikel begon met ‘Aldeboarn klaagt’. En eigenlijk is dat jammer. Want Aldeboarn wil helemaal niet klagen. De erfenis van de gemeente Boarnsterhim is een achterstand in de ontwikkeling van mogelijkheden en beschikbare middelen voor Aldeboarn. De economische functie werd van de meeste panden aan de Boarn afgehaald, en elke toeristische activiteit werd gekeerd. Er kon niks en er mocht niks, en elk initiatief van onderop werd steevast de kop ingedrukt. Met de herindeling in 2014, waarbij we deel gingen uitmaken van gemeente Heerenveen, veranderde dat.
Burgerparticipatie De gemeenteraad van Heerenveen zette vol in op burgerparticipatie en creëerde ruimte om lokaal geboren plannen te kunnen realiseren – ook in de toekomst. In 2017 werd het Fonds Vitale Kernen ingesteld, met als doel toekomstige initiatieven uit de samenleving voor de ontwikkeling van dorpskernen te kunnen faciliteren, om extra financiële ruimte te creëren naast de reguliere middelen voor (achterstallig) onderhoud. Immers, wanneer je burgers vraagt te participeren, dan moet daar ook geld voor zijn, zo was de gedachte. Aldeboarn is met Jubbega, Akkrum en Heerenveen een van de vier aangewezen kernen die uit dit fonds mogen putten. De lezer zal begrijpen: Aldeboarn is blij met de gemeente Heerenveen. Waarom lijkt Aldeboarn dan nu toch te klagen? Onlangs vond de commissievergadering plaats waarbij de verdeling van het fonds besproken werd. In december 2020 was die verdeling als volgt voorgesteld: 70 procent voor Heerenveen, 15 procent voor Akkrum, 10 procent voor Jubbega en 5 procent voor Aldeboarn. Bij de stukken voor de commissievergadering waren twee percentages veranderd: Jubbega 11 procent en Aldeboarn 4 procent. Het lijkt een klein verschil, maar het is 20 procent budget minder.
Werden hier de dorpen tegen elkaar uitgespeeld? Waarom was dit niet met Aldeboarn gecommuniceerd? En wat waren dan de criteria op grond waarvan ons dorp met maar liefst 20 procent gekort zou worden?
Objectieve kengetallen
Bij de verdeling van het fonds zijn verschillende economische criteria gehanteerd. Enerzijds op basis van objectieve kengetallen en anderzijds op basis van een indicatie van de huidige centrumproblematiek en het verwachte toekomstperspectief. Bij zowel de kengetallen als de centrumproblematiek is vooral ingezoomd op de ruimtelijk-economische context. Voor Heerenveen, Akkrum en Jubbega zit daar wel een logica in gezien hun regiofunctie. Voor Aldeboarn is een dergelijke benadering echter ongeschikt. Ons dorp heeft geen centrale plek met een grote diversiteit aan functies, zoals bij de andere centra wel het geval is. Dit is echter geen reden geweest om Aldeboarn niet mee te nemen in het Fonds Vitale Kernen. Integendeel: ook al laat de unieke positie van Aldeboarn zich lastig in dit economisch kader persen, de hechte gemeenschap, de sterke stedenbouwkundige structuur met zijn vele monumenten en rijke historie maken ons dorp tot de toeristische parel van Heerenveen. De vitaliteit van het centrum van Aldeboarn moet dan ook in een ander perspectief worden geplaatst, passend bij onze specifieke kwaliteiten en het rijke potentieel. Wie dit meeweegt, moet vaststellen dat een korting van 20 procent in de verdeling volstrekt ongewenst is en dat 5 procent uit het fonds een absolute ondergrens is.
De vitaliteit van het centrum van Aldeboarn moet in een ander perspectief worden geplaatst Een verdeling van geld, en natuurlijk is dat altijd een verdeling van schaarste, vraagt om objectieve criteria. Vraag een vis om in een boom te klimmen, en hij faalt. Vraag een dorp dat geen regiofunctie heeft, omdat die nooit werd toegestaan, niet om een regiofunctie. Het centrum van Heerenveen kent een grote leegstand en heeft op grond daarvan, zeker gezien de extra problematiek veroorzaakt door corona, behoefte aan vitalisering. Het dorp Aldeboarn heeft een enorme potentie en is bezig met een inhaalslag om dorpsbreed initiatieven te ontwikkelen die de leefbaarheid versterken. Het ontwikkelen van een centrumvisie is voor ons slechts het begin. Het Fonds Vitale Kernen werd in het leven geroepen om ruimte te bieden aan toekomstig ontwikkelingen en plannen. Niet om de kernen die als eerste een plan hebben ontwikkeld de grootste greep uit de pot te laten doen. Nu inzetten op 70 procent uit het fonds voor het centrum van Heerenveen – omdat daar een plan
klaarligt met een prijskaartje dat vraagt om minimaal die bijdrage – doet onrecht aan de omliggende dorpen. Aldeboarn pleit voor een herverdeling waarbij recht wordt gedaan aan de urgentie van de kernen in het buitengebied.
Signaal Aankomende donderdag zal tijdens de raadsvergadering de verdeling vastgesteld worden. Als de gemeente Heerenveen de kleinere dorpen niet tegen elkaar wil uitspelen haalt ze dat ene procent voor Jubbega niet weg bij Aldeboarn, maar bij Heerenveen. Het verschil tussen 20 procent minder bestedingsruimte of een zeventigste (1,4 procent) is niet alleen budgettair de moeite van een heroverweging waard, maar ook als signaal dat de gemeente ál haar dorpen serieus neemt.