Bijlage bij technische vraag ID 295
Tekst van het document
Antwoord ID 295 Bij het uitvoeren van het programma is de nadruk gelegd op de transitie (“bewuster en integraler keuzes maken […]”) en de strategische doelen. Dit heeft de meeste impact én was noodzakelijk vanwege de beperktere middelen bij het door u vastgestelde MJP 2. De vraag die u stelt is een evaluatie op een ander niveau; dit is ons inzien geen technische vraag. We hebben de tussenbalans opgemaakt op basis van de strategische doelen, en daarvan en beeld geven wat er al gebeurt: • Een klimaatbestendig(er) inrichting van de ruimte, waarin water en bodem sturend zijn. o Watertakenplan 2025 – 2029, beleidsplan klimaatadaptatie bebouwd gebied en uitvoeringsplan klimaatadaptatie zijn vastgesteld. Op basis hiervan werken we aan een klimaatbestendiger inrichting van de leefomgeving (voorkomen van wateroverlast, hittestress en droogte). Voor alle onderdelen zijn echter onvoldoende middelen voor het behalen van de doelen in 2030. Met name voor het voorkomen van hittestress, daarvoor zijn alleen eenmalige middelen. o Er zijn (desalniettemin) veel projecten uitgevoerd voor vergroening t.b.v. klimaatadaptatie, biodiversiteit. Deze hebben we onder andere gecombineerd met beheer- en onderhoudswerkzaamheden of herinrichtingen. Hierover bent u geïnformeerd met de Wintermonitor Duurzaamheid.
o De communicatiecampagne Eén voor Eén Groener (www.eenvooreengroener.nl) is vernieuwd en met de subsidieregelingen bereiken we fors meer mensen dan de geplande doelstelling van honderd inwoners en ondernemers. Er zijn o.a. acties die de verharding doen afnemen. o Samen met de programma's Toonaangevend in een circulaire samenleving en Energie van morgen organiseren we een traject om biodiversiteit en klimaatadaptatie te borgen in alle relevante gemeentelijke processen en projecten (binnen de financiële kaders, niet meer maar anders werken): de Routekaarten. Op deze manier wordt duurzaamheid geborgd in alle raadsvoorstellen, om te voldoen aan de door u vastgestelde motie. o Vergroting van de biodiversiteit door hierop te sturen bij inrichting en beheer. Er zijn veel projecten uitgevoerd voor biodiversiteit. Hierover bent u geïnformeerd met de Wintermonitor Duurzaamheid. De notitie biodiversiteit is voor kennisgeving aangenomen door de gemeenteraad. Voorlopig zal de biodiversiteit blijven dalen in de gemeente Heerenveen. Het Groenstructuurprogramma zal ons meer informatie geven over de locaties waar de biodiversiteit versterkt moet worden. Omdat er onvoldoende middelen zijn toegekend, is het natuurnetwerk (nog) niet uitgebreid. • De omgevingsvisie is de basis voor al ons ruimtelijk beleid en handelen.
o De huidige omgevingsvisie gebruiken we als basis, onder andere waar het gaat om de beschreven kernkwaliteiten. Deze vormen het uitgangspunt in beleidsdocumenten zoals Heerenveen Groeit (Tuinstad Heerenveen). Helaas is de omgevingsvisie op onderdelen verouderd.
o We maakten een start om dit doel te realiseren door het vastgestelde Plan van Aanpak voor de nieuwe Omgevingsvisie op basis van brede welvaart, de Contourennotitie (voor een integraal beeld van ruimtelijke ontwikkelingen) en het werken op basis van het Huis van de Omgevingswet waarbij de omgevingsvisie de basis vormt. o De gemeente werkt(e) formeel en informeel samen met partijen en overheden aan onder andere de Lelylijn, FPLG, FSN-Verstedelijking (in samenwerking met het programma Een thuis voor iedereen), biodiversiteit en andere verbanden. Er is positie bepaald in het Veenweide-dossier. o Het opstellen en in gebruik nemen van het instrumentarium is steeds verder gevorderd. • We bieden ruimte voor (nieuwe) ontwikkelingen en stimuleren dat deze de kwaliteit van de directe leefomgeving actief versterken. o Een voorbeeld is de A32-zone, waar we balans zoeken tussen ontwikkeling en het stimuleren van de kwaliteit van de directe leefomgeving. o Duidelijker (gebieds)profilering cultuursector, recreatie en toerisme. o Voor cultuur, recreatie en toerisme verwijzen wij u naar het thema Fysieke leefomgeving in plaats van het programma.