CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij technische vraag ID 195

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Uitgiftebeleid Klaverpark fase 1 (Klaverblad Noordoost - KNO)808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan Gemeenteraad Datum 28 januari 2026

Beantwoording technische vragen ID 195 (fractie D66) over Uitgiftebeleid Klaverpark (KNO) 1. Is de maximum geluidswaarde van 45 dB(A) op de gevel van de dichtstbijzijnde woning (Pastoriesingel 40, Tjalleberd) zoals vermeld op pagina 2 van raadsbrief ID4838 wettelijk afdwingbaar en handhaafbaar? Het college maakt een duidelijk onderscheid tussen wat theoretisch is toegestaan en wat mensen in de praktijk ervaren. In Nederland geldt 50 dB als aanvaardbare norm voor wonen (geluid op de buitengevel), dit is vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder de Omgevingswet. Op basis van de onderzoeken bij het bestemmingsplan en het aanvullende onderzoek van Antea wordt ingeschat dat de geluidsbelasting op de dichtstbijzijnde woning 45 dB bedraagt. De dichtstbijzijnde woning ligt op ca. 350 meter; het dorp ligt op 600–900 meter afstand. 45 dB is een rustig geluidsniveau, vergelijkbaar met het zachte gezoem van een koelkast op afstand, en vergelijkbaar met het bestaande achtergrondgeluid van de snelweg A7. Conform de landelijk aanvaardbare norm vindt handhaving plaats vanaf 50 dB.

2. Is de maximale geur uitstootnorm van 0,15 OUE/m³ waar 98% van de tijd aan moet worden voldaan zoals vermeld op pagina 4 van raadsbrief ID4838 wettelijk afdwingbaar en handhaafbaar?. Voor activiteiten waarvoor op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) een vergunningplicht is opgenomen is dit wettelijk afdwingbaar als deze normen als vergunningvoorschriften worden opgenomen. Deze zijn handhaafbaar door metingen ter plaatse en/of berekeningen uit te laten voeren en te kijken of wordt voldaan aan de vastgelegde normen. Voor activiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is zijn er meestal ook geen geurrelevante bronnen. Indien er bij niet vergunningplichtige bedrijven mogelijk wel sprake is van enige geur moet worden voldaan aan de direct werkende regels (specifieke zorgplicht) uit het Bal of zijn er in het Bal voor die activiteit maatregelen opgenomen die toegepast moeten worden om de geuremissie te beperken. Ook de direct werkende regels uit het Bal zijn afdwingbaar/handhaafbaar.

3. Wat wordt bedoeld met de passage op pagina 5 van de memo van Antea: 'Voor afzonderlijke bedrijven geldt (zonder aanvullende regels) een norm van 50 dB(A) op woningen, wat feitelijk ruimer is. Het is te overwegen om regels vast te leggen om een norm van 45 dB(A) te borgen. Zie ook antwoord vraag 1, met betrekking tussen het onderscheid tussen verwachte geluidsbelasting en normen voor wat betreft handhaving. De verwachte geluidsbelasting, blijkens de onderzoeken bij het bestemmingsplan, alsook herbevestigd door Antea, is 45dB op de gevel.

Mocht er in de praktijk een situatie zijn waarin gehandhaafd moet worden, dan geldt de landelijke norm van 50 dB(A). Indien een strengere norm gewenst is: •

Optie 1: Wijziging van het omgevingsplan: De meest geschikte manier om aanvullende geluidsregels op te nemen, is via een wijziging van het omgevingsplan. Hierbij worden de nieuwe regels publiekrechtelijk vastgelegd. Deze procedure heeft een lange doorlooptijd, maar het gaat in dit geval om het toevoegen van een regel. Alle bestaande regels kunnen dus in stand blijven.

•

Optie 2: Voorwaarden opnemen in (uitgiftebeleid): Het opnemen van geluidsvoorwaarden bij uitgifte is een privaatrechtelijke oplossing. Dit betekent dat de afspraken enkel gelden tussen de gemeente (als verkoper) en de koper van de kavel. De afspraken zijn in deze situatie niet publiekrechtelijk verankerd. Het is niet op voorhand uit te sluiten dat dit tot een juridisch onaanvaardbare situatie leidt, vanwege kruising publiek en privaatrecht.

4. Hoe wordt geborgd en gecontroleerd dat de bedrijven de activiteiten en voorzieningen die zij aandragen in het kader van de puntenscore in het uitgiftebeleid ook daadwerkelijk ten uitvoer brengen? De inhoud van de inschrijving is een belangrijk deel van de contractvorming. De inschrijver moet vooraf duidelijk onderbouwen in welke mate wordt voldaan aan beoordelingscriteria om de punten toebedeeld te krijgen. De inschrijvingsdocumenten en het verslag van het toelichtende gesprek op basis waarvan de inschrijving is beoordeeld en toegekend maken onderdeel uit van de reserverings- en koopovereenkomst. Daarnaast worden de inschrijfvoorwaarden, bijvoorbeeld over verlichting of het committeren aan een energiesamenwerking, opgenomen in de overeenkomst. De bebouwing en gebruik van de bedrijfskavel dient conform de inschrijving te geschieden. In de overeenkomst worden afspraken gemaakt welke aanvullende stukken de koper tussentijds moet aanleveren bij de gemeente, zodat de gemeente kan toetsen of de afspraken nagekomen worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de BREAAM- certificering. Bij het niet nakomen van de afspraken, kan de gemeente een boete opleggen. Dit proces wordt ingericht binnen de gemeente, zodat het geborgd is.

Daarnaast wordt in de koopovereenkomst opgenomen dat de eindgebruiker het bedrijfspand de eerste 5 jaar na realisatie van het bedrijfspand blijft gebruiken en dat de eigenaar het pand de eerste 5 jaar niet mag vervreemden. Voor die periode geldt dat er getoetst wordt of de bedrijfsactiviteiten in overeenstemming zijn met hetgeen is afgesproken. Controle op vervreemding vindt in ieder geval plaats door de notaris, doordat het in de akte van levering is vastgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=d0acd618-8fcf-41af-9be1-fbdc0921a523