CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij raadsbrief ID 4838 - Advies Antea Group

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Uitgiftebeleid Klaverpark fase 1 (Klaverblad Noordoost - KNO)4.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

referentienummer datum aan van kopie projectnummer project betreft

250121 0508552.100 rev02 21 januari 2026 Gemeente Heerenveen Antea Group 0508552.100 advies KNO Heerenveen Reactie op vragen met betrekking tot KNO Heerenveen rev02

Inleiding De gemeente Heerenveen heeft Antea Group verzocht een gedetailleerde analyse te verrichten van de aspecten geluid en geur binnen het plan ‘Bedrijventerrein Klaverblad Noordoost te Heerenveen’. De gemeenteraad van Heerenveen heeft in dit kader diverse vragen gesteld met betrekking tot geluid en geur en het betreffende bestemmingsplan. Op basis van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Klaverblad Noordoost’, dat deels onherroepelijk* in werking is getreden (vastgesteld op 11 juni 2025), en de bijbehorende documentatie, geven wij hieronder een beknopt en inhoudelijk antwoord op de gestelde vragen met betrekking tot de aspecten geluid en geur. *Toelichting op het feit dat het bestemmingsplan deels onherroepelijk is: • Het plan is deels onherroepelijk geworden, omdat er twee regels zijn aangepast. Ten eerste was artikel 5.1, onder a, onder 3 van de planregels in strijd met artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro, voor zover het regelt dat het gebruik van de gronden moet voldoen aan het geldende uitgiftebeleid zoals dat geldt op het moment van vestiging van het bedrijf. Deze regel is dan ook geschrapt. Aan deze regel hoeft niet getoetst te worden. • Daarnaast is één van de planregels gewijzigd.

Het oorspronkelijke idee was om met het landschappelijke raamwerk te wachten op de uitgifte van de laatste percelen, zodat duidelijk zou zijn waar de groenstrook precies kan komen te liggen, maar in afwijking daarvan is er besloten de bomen al eerder te planten, aldus de raad. Op de zitting heeft de raad aangegeven dat er daarom in artikel 5.4.2, onder a, van de planregels "het eerste perceel" had moeten staan in plaats van "de laatste percelen". Het bestemmingsplan is voor deze onderdelen aangepast. Alle overige artikelen en planregels van het bestemmingsplan zijn wél onherroepelijk en volledig van kracht. Korte samenvatting: Het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Klaverblad Noordoost” is onherroepelijk, behalve twee regels. Eén daarvan is geschrapt en één gewijzigd (daarom ‘deels’), terwijl alle overige bepalingen volledig van kracht zijn.

Vraag 1 -

-

Welke geluidswaardes in dB(A) zijn maximaal te verwachten binnen de woning en buiten de woning, uitgaande van de maximaal toegestane geluidsbelasting geldend op Klaverpark en de kleinste afstand tussen buitencontour dichtstbijzijnd toekomstig bedrijfsperceel en buitencontour woningperceel? Hierbij kijken naar dichtstbijzijnde woning (350m) en de dichtstbijzijnde woning in de lintbebouwing van het dorp? Uitgangspunt verouderde woning en windrichting naar de woning. Hoort hierbij ook het overzicht met afstanden woningen? Dus is het maar 1 woning die op 350 meter staat of zijn er meerdere.

Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht

blad 1 van 10

datum 21 januari 2026 projectnummer 0508552.100 betreft Reactie op vragen met betrekking tot KNO Heerenveen rev02

Reactie: Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT (het gemiddelde geluidniveau) als gevolg van het Bedrijventerrein Klaverblad Noordoost (KNO) is bepaald in het onderzoek ‘Bedrijventerrein Klaverblad Noordoost te Heerenveen’, Rapport 21910476.R01a van Noorman d.d. 12 oktober 2021. Voor de bepaling van de geluidbelasting is het terrein van KNO akoestisch verkaveld. Dit houdt in dat het bedrijventerrein is ingedeeld met geluidbronnen die representatief zijn voor de maximaal toelaatbare milieucategorie. De toegepaste kentallen door Noorman zijn hierbij correct gekozen. Door deze wijze van akoestische verkaveling wordt uitgegaan van een worstcasescenario, waarbij rekening wordt gehouden met een volledig ontwikkeld bedrijventerrein dat uitsluitend bestaat uit bedrijven binnen milieucategorie 4.2. Tevens zijn kentallen uit het hoogste segment gehanteerd. De geluidbelasting ter hoogte van de woning aan de Pastoriesingel 40 te Tjalleberd bedraagt 45 dB(A) ten gevolge van het bedrijventerrein KNO. Deze woning bevindt zich op ongeveer 300 meter van het plangebied. Voor de woningen aan de Aengwiderweg in Luinjeberd varieert de geluidbelasting tussen circa 35 en 41 dB(A). Het effect van deze geluidbelasting binnenshuis is afhankelijk van de staat van de betreffende woning.

Elke bestaande gevel biedt enige mate van geluidisolatie, zelfs indien sprake is van achterstallig onderhoud of gebruik van akoestisch minder isolerende materialen. Over het algemeen realiseert een standaard gevel een geluidreductie van circa 20 dB (woningen gebouwd na 1986 hebben standaard een gevelisolatie van minimaal 20 dB in verband met het inwerking treden van het Bouwbesluit); waarden lager dan 17 dB worden zelden waargenomen in de praktijk. Bij een geluidbelasting van 45 dB(A) op de gevel resulteert dit doorgaans in een binnenwaarde van hoogstens 28 dB(A). Bij de berekeningen naar de geluidbelasting wordt altijd rekening gehouden met meewind van de geluidbron naar het ontvangerspunt.

Vraag 2 -

Hoe verhoudt bovenstaande met het bestaande achtergrond geluid van A32 en A7?

Reactie: Het akoestisch onderzoek van Noorman uit 2021 heeft tevens de bijdrage van wegverkeersgeluidi geanalyseerd. In deze studie zijn onder andere de A7, A32 en Pastoriesingel meegenomen. Op de zuidwestgevel, waar de invloed van het KNO het grootst is, bedraagt de geluidbelasting door verkeersgeluid 46 dB Lden. Bij vergelijking van de referentiesituatie (zonder het KNO bedrijventerrein, maar met de bestaande wegen en het IBF-terrein), blijkt dat de geluidbelasting op de betreffende woning toeneemt met afgerond +2 dB bij realisatie van het KNOterrein en de nieuwe weg. Een toename van 2 dB is door het menselijk oor licht waarneembaar. Er wordt benadrukt dat de berekende toename als worst-case moet worden gezien. Bij de overige woningen, zoals de lintbebouwing in Luinjeberd, bedraagt de toename tussen de 0 en 1 dB. Een dergelijke toename is voor het menselijk oor niet waarneembaar.

Vraag 3 -

Hoe is het huidig geluidsonderzoek van het geldende bestemmingsplan opgebouwd? Dit meenemen in beantwoording 1 en 2.

Reactie: Zoals bij het antwoord op vraag 1 en 2 vermeld is in het onderzoek ‘Bedrijventerrein Klaverblad Noordoost te Heerenveen’, Rapport 21910476.R01a van Noorman d.d. 12 oktober 2021 is rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: Voor de bepaling van de geluidbelasting is het terrein van KNO akoestisch verkaveld. Dit houdt in dat het bedrijventerrein is ingedeeld met geluidbronnen die representatief zijn voor de maximaal toelaatbare milieucategorie. De toegepaste kentallen door Noorman zijn hierbij correct gekozen. Door deze wijze van akoestische verkaveling wordt uitgegaan van een worstcasescenario, waarbij rekening wordt gehouden met een volledig ontwikkeld bedrijventerrein dat uitsluitend bestaat uit bedrijven binnen milieucategorie 4.2. Tevens zijn kentallen uit het hoogste segment gehanteerd. Ook het IBF terrein is akoestisch verkaveld. Dit is op zo’n manier gedaan dat de vastgestelde geluidzone (50 dB(A)) rondom het industrieterrein volledig gevuld is (maximale benutting van de geluidruimte).

blad 2 van 10

datum 21 januari 2026 projectnummer 0508552.100 betreft Reactie op vragen met betrekking tot KNO Heerenveen rev02

-

In het akoestisch onderzoek zijn de wegen rondom het studiegebied meegenomen waarvan verwacht wordt dat ze invloed hebben op de geluidbelasting bij de woningen. Daarbij is voor de rijkswegen gebruik gemaakt van het geluidregister. In het geluidregister is een zogenaamd geluidproductieplafond voor rijkswegen opgenomen (hoogst toelaatbare geluidbelasting als gevolg van rijkswegen).

Vraag 4 -

In de bedrijvenlijst worden afstanden genoemd. Welke dB's mogen hierbij maximaal op de toegestane grens op de gevel? Wij kennen hier 50db en 45db. Is dit relevant, en hoe zit dit?

Reactie: De VNG‑richtafstanden zijn aanbevolen minimale afstanden tussen een bedrijf en gevoelige functies (zoals woningen), om hinder te voorkomen. Ze zijn bedoeld als oriëntatiehulpmiddel voor gemeenten bij ruimtelijke ordening en bestemmingsplannen. De richtafstand voor geluid geeft aan hoever een bedrijf van een woning moet liggen om in principe aanvaardbare geluidniveaus te halen, zonder dat aanvullende maatregelen of onderzoek direct nodig zijn. Het is dus geen harde norm, maar een vuistregel. De richtafstand geeft aan tot waar het geluidniveau van 45 dB(A) van een bedrijf kan reiken. De in de bedrijvenlijst genoemde afstanden zijn slechts indicatief en geen wettelijke norm.

Vraag 5 -

Welke geurwaardes zijn maximaal te verwachten buiten de woning, uitgaande van de maximaal toegestane geurbelasting geldend op Klaverpark en de kleinste afstand tussen buitencontour dichtstbijzijnd toekomstig bedrijfsperceel en buitencontour woningperceel? Hierbij kijken naar dichtbijzijnde woning (350m) en de dichtbijzijnde woning in de lintbebouwing van het dorp? UItgangspunt verouderderde woning en windrichting naar de woning.

Reactie: Bij de invulling van het bedrijventerrein is het uitgangspunt voorkomen van geurhinder en indien dit niet mogelijk dan moet de geurhinder van een bedrijf worden beperkt tot een aanvaardbaar hinderniveau. Het bevoegd gezag, afhankelijk van het type bedrijf is dat de gemeente of provincie, bepaalt wat een aanvaardbaar hinderniveau is. De gemeente Heerenveen heeft geen eigen lokaal geurbeleid en heeft ten aanzien van geur van bedrijven (anders dan agrarisch of waterzuivering) geen regels opgenomen in het huidige omgevingsplan. De provincie Fryslân heeft wel een eigen provinciaal geurbeleid waarin waarden voor aanvaardbare geurhinder zijn opgenomen. Voor bedrijven waar de provincie Fryslân het bevoegd gezag is wordt getoetst aan de norm voor geurhinder die hoort bij nieuwe activiteiten. De strengste norm is van toepassing op geurgevoelig gebouwen gelegen in gebiedscategorie wonen of buitengebied. Deze norm is dus ook van toepassing op de meest dichtbijgelegen woningen. Deze norm is vastgesteld als streefwaarde en bedraagt in beginsel 0,15 OUE/m3 (Europeese geureenheid) waaraan in 98% van de tijd moet worden voldaan (98 percentiel). Bij deze geurnorm wordt geen ernstige geurhinder verwacht. Voor de 99,5 percentiel en 99,9 percentiel bedraagt de norm respectievelijk 0,3 en 0,6 OUE/m3.

Van voorgenoemde normen kan gemotiveerd worden afgeweken tot maximaal de richtwaarde en/of als daarbij de hinderlijkheid van de geur wordt meegewogen. De cumulatie van geuren wordt betrokken in de beoordeling van het aanvaardbaar hinderniveau maar is minder zwaarwegend. Voor bedrijven waar de gemeente Heerenveen het bevoegd gezag is zijn er op dit moment geen normen vastgelegd waaraan de aanvaardbaarheid kan worden getoetst. In dit soort gevallen wordt dan meestal teruggevallen op het provinciale geurbeleid of kan gebruik worden gemaakt van de Handreiking Geur Industrie 2025. In de Handreiking Geur Industrie 2025 wordt 0,5 OUE/m3 als 98 percentiel en 2,0 UE/m3 als 99,9 percentiel gehanteerd als standaardwaarde voor aanvaardbaarheid. De streefwaarde ligt daar op 0,5 OUE/m3 als 99,5 percentiel en 1,0 OUE/m3 als 99,9 percentiel. Voor cumulatie van geur wordt hier een waarde van 0,5 tot 1,0 OUE/m3 als 90 percentiel voorgesteld. De meest dichtbijgelegen woningen zijn maatgevend voor de maximale geurhinder van het bedrijventerrein. Mede doordat deze ook in de lijn van de overheersende windrichting zijn gelegen. De woningen in de lintbebouwing zijn op grotere afstand gelegen en daar zal de maximale geurbelasting veel minder bedragen aangezien de geurhinder met toenemende afstand afneemt. De meest dichtbijgelegen woningen voorkomen dus hoge geurbelastingen op verder afgelegen locaties.

blad 3 van 10

datum 21 januari 2026 projectnummer 0508552.100 betreft Reactie op vragen met betrekking tot KNO Heerenveen rev02

Geurhinder wordt op de gevel van het geurgevoelig gebouw bepaald. Binnen de woning is er geen toetsing op geurhinder. De staat of leeftijd van de woning speelt in de toetsing dus geen rol.

Vraag 6 -

Hoe is het huidig geuronderzoek van het geldende bestemmingsplan opgebouwd? Dit meenemen in beantwoording 5.

Reactie: In het vigerende bestemmingsplan is voor het aspect geur enkel getoetst aan De VNG‑richtafstanden zoals opgenomen in de VNG uitgave ’Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Dit zijn aanbevolen minimale afstanden tussen een bedrijf en gevoelige functies (zoals woningen), om hinder te voorkomen. Ze zijn bedoeld als oriëntatiehulpmiddel voor gemeenten bij ruimtelijke ordening en bestemmingsplannen. De richtafstand voor geur geeft aan hoever een bedrijf van een woning moet liggen om in principe aanvaardbare geurhinderniveau te halen. Het is dus geen harde norm, maar een vuistregel. Voor milieucategorie 4.2 is deze richtafstand 300 meter voor gevoelige functies in een rustige woonwijk of 200 meter voor gevoelige functies in een gemengd gebied. In het bestemmingsplan is vervolgens geconcludeerd dat de kortste afstand van de binnen het plangebied te realiseren bedrijventerreinen tot de dichtstbijzijnde geurgevoelige meer dan 300 meter bedraagt, dat daarmee aan de richtafstand wordt voldaan en daarmee geen potentiële geurhinder te verwachten is. Daarbij wordt aangegeven dat op het moment dat bedrijven zich willen vestigen dat ze dan aan het geurbeleid van de provincie zullen moeten voldoen en dat op basis daarvan geurhinder tot een aanvaardbaar niveau wordt geacht.

Vraag 7 -

-

Stel er komt een nieuw omgevingsplan. Hoe werkt geur en geluid in het omgevingsplan, nadat de categorie verdeling is vervallen? Wat betekent dit voor de geur en geluidsbelasting op omliggende woningen? Wat is de verwachting dat anders wordt op het gebied van geur, geluid en duurzaamheid als de raad toch besluit om een nieuw omgevingsplan vast te stellen.

Reactie geluid: Met de invoering van de Omgevingswet zijn alle bestaande bestemmingsplannen (Wro) automatisch opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De bijbehorende regels, toelichtingen en uitgangspunten blijven volledig van kracht totdat de gemeente deze aanpast of vervangt door nieuw beleid dat aansluit op de Omgevingswet. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn planregels opgenomen waaraan bij de vestiging van bedrijven op het industrieterrein moet worden getoetst. Deze regels zijn in de huidige situatie overgenomen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl bevat geluidnormen voor milieubelastende activiteiten. Dat wil zeggen activiteiten die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Op grond van artikel 5.59 Bkl moet een omgevingsplan rekening met geluid van activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Op grond van artikel 5.65 Bkl bevat een omgevingsplan de standaardwaarden (tabel 5.65.1) voor het toelaatbare geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen. Het omgevingsplan kan, gelet op de aard van de locatie of cumulatie van geluid, afwijken van deze standaardwaarden, maar alleen maar wanneer dat niet leidt tot een overschrijding van de grenswaarden voor het binnenniveau, bedoeld in tabel 5.66. Nadere specifieke voorwaarden zijn hiervoor opgenomen in paragraaf 5.1.4.2.2 van het Bkl.

Op basis van artikel 5.66.1 uit het Bkl heeft het bevoegd gezag de ruimte om andere waarden vast te stellen vanwege bijvoorbeeld de aard van de omgeving. De afwijking kan echter uitsluitend in het omgevingsplan zelf worden vastgelegd. Het is dus altijd een planologisch besluit. Hierbij zijn een aantal overwegingen om rekening mee te houden: In het rekenmodel is rekening gehouden met een geluidbelasting van 65 dB(A)/m 2 voor het gehele nieuwe industrieterrein. Hiermee komt de geluidbelasting cumulatief op 45 dB(A) etmaalwaarde, waarmee wordt voldaan aan de geluidbelasting die hoort bij een rustige woonwijk. Vanuit de

blad 4 van 10

datum 21 januari 2026 projectnummer 0508552.100 betreft Reactie op vragen met betrekking tot KNO Heerenveen rev02

-

-

onderzoek systematiek voor het bestemmingsplan wordt op basis van kentallen een cumulatieve situatie beschouwd. Voor vergunningverlening vindt toetsing op afzonderlijke bedrijven plaats. Hierbij kan een verschil in resultaten ontstaan. Voor afzonderlijke bedrijven geldt (zonder aanvullende regels) een norm van 50 dB(A) op woningen, wat feitelijk ruimer is. Het is te overwegen om regels vast te leggen om een norm van 45 dB(A) te borgen. Bij het opstellen van strengere normen moet worden afgewogen of de eventueel economische gevolgen in verhouding staan tot de ‘winst’ in geluidbelasting. Wanneer het nieuwe bedrijventerrein bepalend is voor de totale geluidbelasting, kan een strengere norm zinvol zijn. Indien echter het geluid ten gevolge van de rijkswegen en/of het gezoneerde industrieterrein dominant is, is het zeer de vraag of strengere normen daadwerkelijk leiden tot merkbare verbetering in de geluidbeleving van omwonenden. Ook speelt mee welk type bedrijven zich vestigen en wat de verwachte geluiduitstraling daarvan is. Een nadere analyse van de deelbijdrage van het nieuwe industrieterrein is daarom wenselijk voor een zorgvuldig besluit. Bij het besluit om strengere geluidregels te hanteren kan een precedentwerking hebben voor de rest van de gemeente. Het is daarom van belang dat de gemeente haar keuze goed motiveert.

De hiervoor genoemde analyse kan helpen om de gemaakte keuzes te onderbouwen.

Bij de afweging voor eventuele strengere regels voor het nieuwe industrieterrein is het belangrijk te bepalen wat deze daadwerkelijk opleveren voor de omliggende geluidgevoelige bestemmingen. Daarvoor moeten de deelbijdragen van het wegverkeer (rijkswegen) en het bestaande gezoneerde industrieterrein worden betrokken. Op basis hiervan kan worden vastgesteld welke maatregelen het meest effectief zijn. Reactie geur: Zoals eerder benoemd zijn er in het huidige omgevingsplan alleen regels opgenomen ten aanzien van geur van het houden van landbouwhuisdieren en andere agrarische activiteiten of geur van zuiveringtechnische werken. Ten aanzien van andere milieubelastende activiteiten zijn in het huidige omgevingsplan geen regels ten aanzien van geur opgenomen. Bij wijziging van het omgevingsplan kunnen aanvullende regels worden opgenomen ten aanzien van de geurhinder van milieubelastende activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit kan door het opnemen van geurnormen, afstandsnormen of een combinatie van beide. Ook is er de mogelijkheid voor het vaststellen van de bebouwingscontour geur. Waarbij voor geurgevoelige gebouwen binnen de contour strengere normen kunnen gelden dan buiten die contour. Met deze regels kan de gemeente dan zelf bepalen welke mate van geur op welke plek aanvaardbaar is.

Hiermee kan bijvoorbeeld ook de geurruimte van een bedrijf op een bedrijventerrein worden gemaximaliseerd. Hoe dit verder vorm te geven in het omgevingsplan is bijvoorbeeld verder uitgewerkt in Handreiking Geur Industrie 2025 of Handreiking Activiteiten en milieuzonering 2024.

Vraag 8 -

Kan er in geur- en geluidseisen teruggeschaald worden naar categorie 4.1, met behoud van het huidige bestemmingsplan en de bedrijvenlijst van 4.2? Hoe dan? Aanvulling: kan er via het publiekrecht of privaatrecht teruggeschaald worden. En andere aanvulling. En wat voor gevolgen heeft dat voor bedrijven die kunnen vestigen. Welke beperkingen zijn er tov 4.2.

Reactie geluid: Er zijn in het huidige bestemmingsplan geen geluideisen opgenomen. Voor bedrijven die zich vestigen op het bedrijventerrein wordt getoetst of er sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau ongeacht welke milieucategorie. Terugschaling in categorie 4.2 naar 4.1 heeft daarbij niet direct gevolgen voor de geluidbelasting op de omgeving. Reden hiervoor is dat de geluidbelasting naar de omgeving per bedrijf kan verschillen en niet 1-op-1 terug te herleiden is naar een categorie. Over het algemeen zijn categorie 4.2 bedrijven wel de wat zwaardere bedrijven, echter het kan in de praktijk zelfs zijn dat een categorie 4.1 bedrijf meer geluid genereert dan een categorie 4.2 bedrijf. Bij de toetsing van bedrijven op het industrieterrein worden dezelfde eisen aangehouden voor geluid voor een categorie 4.1 als een categorie 4.2 bedrijf. Hier wordt geen onderscheid in gemaakt bij de vergunningverlening.

blad 5 van 10

datum 21 januari 2026 projectnummer 0508552.100 betreft Reactie op vragen met betrekking tot KNO Heerenveen rev02

Reactie geur: Er zijn in het huidige bestemmingsplan geen geureisen opgenomen. Voor bedrijven die zich vestigen op het bedrijventerrein wordt getoetst of er sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau ongeacht welke milieucategorie. Via het publiekrecht kan geur beperkt worden via het omgevingsplan, zie vraag 7. Via privaatrecht kan geur ook beperkt worden als in de overeenkomst (kettingbeding) tussen gemeente en koper van de kavel strengere normen worden opgenomen dan wettelijke verplichte normen.

Vraag 9 -

Zo ja op vraag 8, kan dit met een kettingbeding worden doorgelegd naar bedrijven? Hoe dan? Kettingbeding kan, wat zou de raad geborgd willen zien? Antwoorden onder comfort helpen hier mogelijk bij om dit verder vorm te geven.

Reactie geluid: Een kettingbeding heeft geen wettelijke basis maar is een contractuele afspraak. Daarbij komt dat je voor elke afzonderlijk bedrijf een kettingbeding moet opstellen. Als de gemeente een gebiedsdekkend of bindend strengere geluidnorm wil, dan moet de planregels via het Omgevingsplan worden aangepast. Reactie geur: Door bijvoorbeeld in het kettingbeding een maximale geurbelasting op de rand van het bedrijventerrein op te nemen kan ernstige geurhinder bij de verderop gelegen woningen worden voorkomen. Je verplaats daarmee de toetsing naar een locatie dichterbij en daarmee wordt dan ook de uitstoot van de bedrijven beperkt. Vergelijkbaar met de methode gehanteerd voor bedrijventerreinen in de Handreiking Geur Industrie 2025 of Handreiking Activiteiten en milieuzonering 2024.

Vraag 10 -

Kunnen er extra eisen op het vlak van geur, geluid en/of duurzaamheid worden opgelegd aan bedrijven door een aanvullende bopa te draaien op het vastgestelde bestemmingsplan (nu omgevingsplan)? Hoe dan? Hierbij vraag 7 ook betrekken.

Reactie: Ja, via een BOPA kunnen extra eisen worden opgelegd aan bedrijven op het gebied van geur, geluid en duurzaamheid — mits: de activiteit afwijkt van het (tijdelijke) omgevingsplan, de eisen noodzakelijk zijn voor een evenwichtige toedeling van functies, en zij passen binnen rijksinstructieregels. Voor geluid gelden rijksinstructies (Bkl hoofdstuk 5), maar veel normstelling is lokaal. De gemeente mag wel hogere of gedetailleerde eisen opleggen zolang deze binnen de instructiekaders passen.

Vraag via e-mail -

Hoe verhoudt zich de handreiking activiteiten en milieuzonering 2024 zich tot het geldende bestemmingsplan en de onderliggende regels/toelichting/uitgangspunten?

Reactie: De handreiking van VNG uit oktober 2024 vervangt de eerdere brochures “Bedrijven en Milieuzonering” (2009) en “Milieuzonering nieuwe stijl” (2019). Dit document helpt bij het maken van het nieuwe omgevingsplan onder de Omgevingswet. Het is niet juridisch verplicht, maar dient als praktisch hulpmiddel, net als de vorige brochures. Het is vooral bedoeld is als ondersteuning, niet als richtlijn. Bij het voorliggende bestemmingsplan is de handreiking van de VNG uit 2009 en 2019 toegepast. Met de invoering van de Omgevingswet zijn alle bestaande bestemmingsplannen (Wro) automatisch opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De bijbehorende regels, toelichtingen en uitgangspunten blijven volledig van kracht totdat de gemeente deze aanpast of vervangt door nieuw beleid dat aansluit op de Omgevingswet. De Handreiking 2024 brengt geen automatische wijzigingen aan in het geldende

blad 6 van 10

datum 21 januari 2026 projectnummer 0508552.100 betreft Reactie op vragen met betrekking tot KNO Heerenveen rev02

bestemmingsplan; deze dient enkel als hulpmiddel voor het nieuwe deel van het omgevingsplan en is niet van toepassing op het tijdelijke deel.

blad 7 van 10

datum 21 januari 2026 projectnummer 0508552.100 betreft Reactie op vragen met betrekking tot KNO Heerenveen rev02

Niet-technische samenvatting De gemeente Heerenveen heeft vragen gesteld over de geluid- en geurhinder die kan ontstaan door het nieuwe bedrijventerrein Klaverblad Noordoost (KNO). Antea Group heeft deze vragen beantwoord op basis van eerder onderzoek.

Geluid – Wat merken omwonenden? Hoeveel geluid komt er bij woningen terecht? •

•

De dichtstbijzijnde woning ontvangt ongeveer 45 dB(A) aan geluid van het bedrijventerrein met een volledig gevuld industrieterrein (op basis van de aangegeven uitgangspunten). Dit is kenmerkend voor een rustige woonwijk. Binnen in huis zal dat leiden tot een geluidniveau van hoogstens 28 dB(A), omdat de muren geluid dempen.

Om duiding te geven aan de hoogte van de geluidbelasting volgen een aantal voorbeelden: Geluidwaarde

Vergelijkbare situatie

30 dB(A)

Fluisteren op 1-2 meter

40 dB(A)

Rustige woonstraat in de nacht

45 dB(A)

Koelkast op afstand

50 dB(A)

Rustig gesprek binnenshuis

55 dB(A)

Normaal gesprek op 1 meter

56-58 dB(A)

Rustige kantoorruimte

60 dB(A)

Personenauto op 20-30 meter

Hoe verhoudt dit zich tot het verkeersgeluid? • •

De omgeving heeft al geluid van onder andere de A7 en A32 (circa 46 dB Lden) en het industrieterrein IBF. Door het bedrijventerrein komt er ongeveer +2 dB bij op de dichtst bij het bedrijventerrein gelegen woning. Dat is nét hoorbaar. Voor de meeste woningen is de toename zo klein (0–1 dB) dat mensen het niet kunnen horen.

Is de geluidsnorm streng genoeg? • •

De berekeningen voor geluid zijn gedaan door uit te gaan van een worst-case scenario: alle bedrijven zijn van de zwaarste categorie (4.2). Geluid van bedrijven wordt beoordeeld per bedrijf, ongeacht categorie 4.1 of 4.2. De categorie maakt dus niet automatisch uit voor de geluidbelasting.

Geur – Hoeveel geurhinder valt te verwachten? Zijn er normen voor geur? •

De gemeente heeft geen eigen geurbeleid, dus wordt gekeken naar het provinciale beleid of landelijke handreikingen. Deze bronnen geven aan welke hoeveelheid geur acceptabel is voor omwonenden.

blad 8 van 10

datum 21 januari 2026 projectnummer 0508552.100 betreft Reactie op vragen met betrekking tot KNO Heerenveen rev02

Wat mag er maximaal aan geur vrijkomen? •

• •

De strengste provinciale norm voor woningen in woongebieden is 0,15 OUE/m³ (een zeer lage waarde), waar 98% van de tijd aan moet worden voldaan. Bij deze norm wordt geen ernstige geurhinder verwacht. De dichtst bijgelegen woningen bepalen hoe streng de geurbeperking voor bedrijven moet zijn; verderop gelegen woningen krijgen automatisch veel minder geur. Binnen in woningen wordt niet getoetst, alleen aan de buitengevel. De staat van de woning maakt dus niet uit.

Hoe is dit eerder beoordeeld? •

In het geldende bestemmingsplan is alleen gekeken naar richtafstanden voor o.a. geluid en geur (vuistregels). Die werden ruimschoots gehaald.

Nieuwe Omgevingswet – Wat verandert er? Geluidregels • •

De huidige regels blijven gelden totdat de gemeente een nieuw omgevingsplan vaststelt. Gemeenten mogen strengere geluidnormen instellen, maar dat moet wel goed onderbouwd worden en vastgelegd worden in het omgevingsplan.

Geurnormen Met een nieuw omgevingsplan kan de gemeente: • Geurnormen opnemen; • Maximale geurbelasting vastleggen voor het hele terrein. • Specifieke contouren tekenen waarbinnen strengere regels gelden. Hiermee kan de gemeente precies bepalen: hoeveel geur waar is toegestaan, en hoeveel geurruimte bedrijven krijgen.

Kan de gemeente strengere eisen stellen aan bedrijven? Omgevingsplan (publiekrecht) •

De gemeente kan normen voor geur, geluid en duurzaamheid opnemen. Maar dat moet via een formele wijziging van het plan.

Kettingbeding (privaatrecht) • •

Bij de verkoop van kavels kunnen extra regels worden opgelegd, bijvoorbeeld maximale geurbelasting. Voor geluid werkt dit minder goed, omdat geluidnormen juridisch beter in het omgevingsplan thuishoren.

Extra maatregelen via een BOPA •

Met een BOPA (afwijkingsvergunning) kan de gemeente extra eisen opleggen op het gebied van geur, geluid en duurzaamheid, als de activiteiten afwijken van het plan.

Korte conclusie •

Geluid: De extra geluidbelasting door het bedrijventerrein is beperkt en vaak nauwelijks hoorbaar.

blad 9 van 10

datum 21 januari 2026 projectnummer 0508552.100 betreft Reactie op vragen met betrekking tot KNO Heerenveen rev02

• • •

Geur: Dankzij strenge normen en voldoende afstand zijn grote geurproblemen niet te verwachten. Nieuw omgevingsplan: Geeft de gemeente meer mogelijkheden om strengere regels te stellen. Categorie 4.1 vs 4.2: Dit maakt weinig uit voor de daadwerkelijke geluid- of geuroverlast.

Strengere eisen? Ja, dat kan — via een omgevingsplan, BOPA of in contracten bij kavelverkoop.

blad 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=10649914-4739-4f1b-8154-4467fdd86632