CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij beantwoording TV ID 136 Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening (APV)467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen (ID 136), VVD inz. wijziging APV Commissie Gezamenlijk, 4 juni 2026 In de APV zijn reeds bepalingen opgenomen over een opruimplicht (artikel 2:6) en een verbod op ballonnen (artikel 4:9a). 1. Waarom biedt dit beleid onvoldoende grondslag om handhavend op te treden? 1. In het toekomstig evenementenbeleid staan regels over afval, opruimplicht en materiaalgebruik. Dat beleid alleen biedt echter onvoldoende juridische grondslag om te handhaven. Daarom is het nodig om de kern van de regels expliciet in de APV op te nemen. De bestaande artikelen 2:6 en 4:9a in de APV bieden echter ook niet genoeg grondslag voor handhavend optreden. Artikel 2:6 verplicht pas tot opruimen na verspreiding en alleen bij het verspreiden van drukwerk/reclame. Artikel 4:9b is zeer specifiek (alleen ballonnen) en betreft niet andere vormen van feestmateriaal. Met het opnemen van het nieuwe artikel 4:9a vullen we deze leemte en zorgen we ervoor dat: er een algemeen en juridisch afdwingbaar verbod is; - het evenementenbeleid kan dienen als nadere uitwerking; en we zowel bij evenementen als daarbuiten eenduidig kunnen handhaven. 2. Het begrip "moeilijk inzamelbare materialen" is subjectief. Een aantal wordt benoemd de rest wordt "ander feestmateriaal" genoemd. - Wie bepaald wat daaronder valt? - Hoe wordt dit gehandhaafd? 2.

Het begrip "moeilijk inzamelbaar" is bewust als open norm opgenomen, met duidelijke criteria en voorbeelden. Het begrip is dus kaderstellend in de APV opgenomen (met voorbeelden zoals confetti, serpetines, zwaaivlaggetjes) en wordt juridisch ingevuld aan de hand van de criteria in het artikel: materialen die 'niet of nauwelijks kunnen worden ingezameld' en 'die leiden tot zwerfafval of milieuvervuiling. De concrete toepassing gebeurt door het college bij vergunningverlening (nadere invulling per evenement) en door toezichthouders in de handhaving op basis van de objectieve criteria. Handhaving vindt preventief en repressief plaats. Preventief via vergunningvoorschriften (bij evenementen) en in de overleggen met de organisatoren. Repressief door toezicht en handhaving. 3. Het verbod geldt niet voor biologisch afbreekbaar materiaal, maar dit materiaal blijft soms wel weken in de omgeving zichtbaar. - Waarom deze uitzondering? 3. Voor biologisch afbreekbare materialen kan een uitzondering worden gemaakt. Deze materialen zijn vaak gemaakt van natuurlijke (organische) grondstoffen, zoals papier of zetmeel. Ze kunnen onder invloed van natuur en micro organismen worden afgebroken en blijven daardoor meestal minder lang in het milieu dan gewone kunststoffen. Tegelijk realiseren we ons dat biologisch afbreekbaar niet betekent dat het materiaal meteen verdwijnt.

In de praktijk kan het nog steeds tijdelijk zwerfafval veroorzaken. Een volledig verbod op deze materialen wordt als te streng en onevenredig zwaar gezien. De uitzondering biedt ruimte voor duurzamere alternatieven en innovatie, terwijl de focus blijft liggen op het verminderen van schadelijke en moeilijk afbreekbare materialen. Deze uitzondering voor biologisch

afbreekbare materialen stimuleert duurzamer gedrag zonder disproportioneel te verbieden, terwijl er voldoende mogelijkheden blijven om overlast te beperken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=b4757a35-27f2-41d1-b267-c8f7ea827f6e