Bijlage 9. Aanmeldingsnotitie_mer-beoordeling_woningbouw_Pastorielaan_te_Heerenveen
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie merbeoordeling Woningbouw Pastorielaan te Heerenveen
projectnummer 0480955.100 revisie 0A 23 januari 2023
www.anteagroup.nl
Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling Woningbouw Pastorielaan te Heerenveen projectnummer 0480955.100 revisie 0A 23 januari 2023
Auteurs R. Michiels
Opdrachtgever Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V. Postbus 83 8400 AB Gorredijk
datum 23 januari 2023
beschrijving Concept
vrijgave A.Kuijt
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
Inhoudsopgave 1
Inleiding
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Waarom een m.e.r-beoordeling? Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r-beoordeling? Leeswijzer en bronnen
4
2
Plaats en kenmerken van de activiteit
2.1 2.2 2.3
Beschrijving van de activiteit Werkzaamheden Productie van afvalstoffen (lozing bemalingswater)
3
Kenmerken van het potentiële effect
9
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12
Water Bodem Archeologie Landschap en cultuurhistorie Lucht Licht Verkeer en transport Geluid Natuur Gezondheid Externe veiligheid Effectkenmerken
9 11 11 12 13 14 14 15 16 19 19 19
4
Conclusie
21
4 Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
7 7 8 Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Van Wijnen is voornemens om 50 woningen te realiseren. Het plangebied ligt ten noorden van de Van Beyma Thoe Kingmaweg te Heerenveen (gemeente Heerenveen, provincie Fryslân). De ligging van het plangebied is in figuur 1.1 weergegeven. In paragraaf 2.2 wordt verder ingegaan op de werkzaamheden.
Figuur 1.1: Ligging plangebied
De plannen zijn niet geheel mogelijk op basis van het vigerend bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een afwijking van het bestemmingsplan nodig. Onderdeel van de ruimtelijke procedure is deze m.e.r.-beoordeling.
1.2
Waarom een m.e.r-beoordeling? Volgens het Besluit milieueffectrapportage dient voor activiteiten van onderdeel D te worden bepaald, of er ten gevolge van de voorgenomen activiteit sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Afhankelijk van waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu is een milieueffectrapportage (m.e.r., de procedure) al dan niet nodig en dient er wel of geen MER (milieueffectrapport, het document) te worden opgesteld. Dit is ter beoordeling aan het bevoegd gezag. In relatie met themaparken is categorie D 11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage van belang: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsplan met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. Er is hier sprake van vormvrije m.e.r.-beoordeling, omdat de drempelwaarden van deze categorie D 11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage niet worden overschreden. Het plan maakt de bouw van maximaal 50 nieuwe
blad 4 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
woningen mogelijk. Het plangebied heeft een grootte van circa 1,3 hectare. De voorgenomen wijziging heeft geen betrekking op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De op te stellen aanmeldingsnotitie ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling gaat in op de mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu. Met deze informatie kan het bevoegd gezag bepalen of er al dan niet een MER dient te worden opgesteld.
1.3
Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r-beoordeling? Wet milieubeheer en m.e.r.-beoordeling Volgens artikel 7.16 Wet milieubeheer deelt de initiatiefnemer het voornemen mee aan het bevoegd gezag. Bij deze mededeling dient in ieder geval de volgende informatie te worden verstrekt: a. een beschrijving van de activiteit met in het bijzonder: 1) een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover relevant van sloopwerken; 2) een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; b. een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; c. een beschrijving, voor zover er informatie over deze gevolgen beschikbaar is, van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van: 1) indien van toepassing, de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; 2) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn en, voor zover relevant, met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van gevolgen voor het milieu.
Voorts kan bij de mededeling een beschrijving worden verstrekt van de kenmerken van de voorgenomen activiteit en van de geplande maatregelen om waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen. Op grond van de mededeling (het voorliggende document) neemt het bevoegd gezag uiterlijk zes weken na ontvangst een beslissing omtrent de vraag, of er bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben een milieueffectrapport moet worden gemaakt (artikel 7.17 Wet milieubeheer). Het bevoegd gezag houdt bij zijn beslissing rekening met de in bijlage III bij de EU Richtlijn MER aangegeven criteria. Criteria EU Richtlijn Op grond van de EU Richtlijn MER bijlage III (genoemd in de Wet milieubeheer, artikel 7.16) moet worden getoetst op een aantal criteria. In de voorliggende notitie vindt deze toetsing plaats. 1. Kenmerken van de plannen Bij de kenmerken van de plannen moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) de omvang en het ontwerp van het gehele plan; b) de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde plannen; c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; d) de productie van afvalstoffen; e) verontreiniging en hinder;
blad 5 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
f)
g)
het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het plan in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling).
2. Plaats van de plannen De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de plannen van invloed kunnen zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name: a) het bestaande en goedgekeurde landgebruik; b) de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan; c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: i. wetlands, oeverformaties, riviermondingen; ii. kustgebieden en het mariene milieu; iii. berg- en bosgebieden; iv. natuurreservaten en -parken; v. gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; vi. gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het plan, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als niet-nagekomen; vii. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; viii. landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.
Soort en kenmerken van het potentiële effect De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van plannen moeten, in samenhang met de onder punten 1 en 2 van deze bijlage hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met aandacht voor het effect van het plan op de in artikel 3, lid 1, uiteengezette factoren, met inachtneming van: a) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); b) de aard van het effect; c) het grensoverschrijdend karakter van het effect; d) de intensiteit en de complexiteit van het effect; e) de waarschijnlijkheid van het effect; f) de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; g) de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde plannen; h) de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
1.4
Leeswijzer en bronnen Het vervolg van het rapport is als volgt opgebouwd: • hoofdstuk 2: de plaats van de activiteit en de kenmerken van de activiteit (aard en omvang, de wijze van aanleg); • hoofdstuk 3: de kenmerken van het potentiële effect van de activiteit; • hoofdstuk 4: conclusie. Voor de planinformatie zijn de onderzoeken bijhorende bij de ruimtelijke onderbouwing evenals de door de opdrachtgever aangeleverde stukken geraadpleegd.
blad 6 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
2
Plaats en kenmerken van de activiteit
2.1
Beschrijving van de activiteit Het plangebied (figuur 2.1) ligt ten noorden van de Van Beyma Thoe Kingmaweg in Heerenveen. In de huidige situatie is het plangebied onbebouwd en onverhard. Ten oosten van het plangebied is de A32 gesitueerd. Rondom het plangebied betreft voornamelijk groen. Ten zuiden en westen is woongebied aanwezig behorende bij de bebouwde kom van Heerenveen.
Figuur 2.1: Ligging plangebied
Er worden 50 woningen gerealiseerd in het plangebied. In figuur 2.2 is de toekomstige situatie geschetst. De te plaatsen woningen worden in een fabriek gebouwd en in het plangebied aan elkaar gemonteerd (zogenoemde ‘Bouwen in één dag’). De woningen zijn demontabel. Tevens worden er enkele parkeerplaatsen gerealiseerd. De ontsluitingsweg wordt aan de oostzijde van het plangebied gerealiseerd. Tevens worden er aan de noord- en zuidwestzijde kleine ontsluitingswegen gerealiseerd (fiets- of wandelpad). Aan de randen van het plangebied wordt een groene strook gerealiseerd middels nieuwe/extra aanplant. Als gevolg van het voornemen worden er geen bomen gekapt. De huidige watergangen blijven behouden (met uitzondering van de locatie waar de ontsluitingsweg wordt gerealiseerd), maar worden op enkele plekken verbreed/vergroot. De werkzaamheden duren circa drie maanden. Het is momenteel nog niet bekend wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd.
blad 7 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
Figuur 2.2: Impressie ruimtelijke ontwikkeling (voornemen). Bron: CB5.
2.2
Werkzaamheden Het actuele gebruik van het plangebied verandert na afronding van de activiteiten, er worden 50 woningen, gerealiseerd. De energie en emissie van voorgenomen ontwikkeling worden bij de effectbeschrijving beschouwd. Voor de mogelijke aanleg- en bouwwerkzaamheden worden diverse mobiele werktuigen en transportmiddelen (zoals vrachtwagens) gebruikt. De energie daarvoor wordt geleverd door dieselolie en soms ook door elektriciteit uit het net. In het kader van de werkzaamheden is geen sprake van specifieke risico’s voor zware ongevallen of rampen in en in de omgeving van het plangebied. Door de aanlegwerkzaamheden is, conform regelgeving, sprake van emissies ten aanzien van water, geluid, licht en lucht. Bij de effectbeschrijving in hoofdstuk 3 wordt hierop nader ingegaan.
blad 8 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
3
Kenmerken van het potentiële effect De ontwikkeling en werkzaamheden hebben mogelijk invloed op het milieu. In dit hoofdstuk zijn de mogelijke milieueffecten beschreven.
3.1
Water Huidige situatie Het plangebied ligt binnen het stedelijk gebied van de gemeente Heerenveen, Provincie Fryslân. Het plangebied heeft een oppervlak van ca. 13.580 m2. In de huidige situatie is het plangebied volledig onverhard. De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied varieert tussen de NAP -0,5 m tot NAP -1 m De ondergrond bestaat tot een diepte van circa 2 m-mv uit Formatie Boxtel. Volgens het REGIS II-model wordt de horizontale doorlatendheid geschat tussen 5 m/d en 10 m/d. Onder de Formatie van Boxtel tot een diepte van 5,5 m-mv de eerste kleiige eenheid van de formatie van Drente. De kleiafzettingen met een weerstand van 500 – 1.000 dagen in het projectgebied vormen de onder begrenzing van het wvp1. Grondwater Ter plaatse van het plangebied zijn geen grondwaterstandsmetingen beschikbaar van actuele of historische peilbuizen (DINOloket en Wetterskip Fryslân). Vanuit het klimaateffectatlas blijkt dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) in het plangebied tussen 0,8 m en 1,0 m onder maaiveld ligt en de Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) tussen 1,5 m en 2 m onder maaiveld. Oppervlaktewater Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. In de omgeving van het plangebied is op een aantal plaatsen oppervlaktewater aanwezig. Direct rondom het plangebied liggen wateren van de categorie ‘schouwwater of secundair’).
Door Wetterskip Fryslân zijn peilbesluiten opgesteld waarin het peil is vastgelegd. Het plangebied valt onder peilgebied ‘Buitenbaan Heerenveen’. Het peilgebied heeft een vast peil van NAP -1,2 m. Riolering Op dit moment is er geen informatie beschikbaar over het bestaande rioolstelsel. Waterkering Volgens de legger ‘waterkeringen’ van het Wetterskip Fryslân ligt het plangebied buiten de kern- en beschermingszone van waterkeringen. Klimaatscan Volgens de kaart ‘water op straat’ van de klimaateffectatlas is er in het plangebied sprake van een zeer kleine kans op water op straat. Het water op straat kan een waterdiepte tussen 5 cm en 15 cm bereiken. Uit de beschikbare grondwaterstanden blijkt dat de grondwaterstanden nu al laag zijn (>1,50 m-mv) waardoor het plangebied extra kwetsbaar is voor extremere droge perioden door klimaatverandering. Toekomstige situatie In het gebied worden maximaal 50 woningen gerealiseerd. Het plangebied beslaat in totaal ca. 13.580 m 2. In de nieuwe situatie bestaat het plangebied uit een verhard oppervlak van 6.280 m 2 (46% van het totale plangebied). Het onverhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 6.630 m2 (49% het totale plangebied). In de nieuwe situatie is er een wateroppervlak van 670 m2 dat in directe verbinding staat met het aanliggend oppervlaktewatersysteem (het oppervlak is berekend van insteek tot insteek).
blad 9 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
Om de waterhuishouding niet te verslechteren dient ter compensatie voor de aanleg van nieuwe verhardingen in het plangebied een compensatieberging van minimaal 10% van de toename te worden aangelegd. Met de ontwikkeling van de woonwijk neemt het verharde oppervlak met ca. 6.280 m2 toe ten opzichte van de huidige situatie. In totaal moet het voorgenomen watersysteem 628 m 2 kunnen bergen om de toename van verharding te compenseren. Het hemelwater van het verhard oppervlak kan afstromen naar het te graven oppervlaktewater (670 m 2) in het plangebied. Oppervlaktewater In verband met de realisatie van de woonwijk dienen er aanpassingen gedaan te worden in het watersysteem. De aanpassingen betreffen de uitbrieding van de bestaande watergangen ter compensatie van de toename verharding. Ten opzichte van de huidige situatie heeft de realisatie van de woonwijk weinig invloed op het functioneren van het watersysteem en de waterkwaliteit. Voor het aanleggen, wijzigen of dempen van oppervlaktewaterlichamen geldt een vergunningplicht. Waterkwaliteit Ten opzichte van de huidige situatie hebben de realisatie van de woonwijk geen invloed op de waterkwaliteit, mits het watersysteem zo ingericht wordt dat de doorstroming gewaarborgd is Hemelwater Om schade door klimaatverandering te voorkomen, moeten kansen benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten.
Het ontwerp en functioneren van het hemelwatersysteem vindt plaats conform het principe van ‘vasthouden – bergen – afvoeren’. De gemeente adviseert binnen stedelijk gebied om een bui van 60 mm binnen eigen terrein te bergen of infiltreren. Dit betekent dat de ontwikkeling tijdelijk 377 m 3 water moet kunnen bergen of infiltreren. Vuilwater De realisatie van de woonwijk leidt tot een toename van de afvoer van afvalwater, als gevolg van een toename van bewonersaantal. Het toekomstige vuilwateraanbod is berekend op ongeveer 1,3 m 3 per uur. Bij de realisatie van het rioleringsplan dient te worden aangetoond dat het toekomstige vuilwateraanbod geen negatieve effecten veroorzaakt in het bestaande DWA-riool of dat het rioolsysteem hier voldoende op is aangepast. Waterkering Het plangebied bevindt zich niet binnen een waterkering of de beschermingszone daarvan. Om deze reden worden geen effecten verwacht op de waterveiligheid. Klimaatambities Een belangrijke ambitie van het Wetterskip Fryslân, gemeente Heerenveen en Provincie Fryslân is het tijdig anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. In het kader van de klimaatscan is geconstateerd dat het plangebied kwetsbaar is voor de effecten van droogte. Het plangebied biedt kansen voor ruimtelijke adaptatie die het watersysteem niet aantasten.
Integendeel, er zijn grote kansen om een robuust watersysteem te ontwikkelen dat bestand is tegen de effecten van klimaatverandering. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat er geen noemenswaardige negatieve effecten op het aspect water te verwachten zijn.
blad 10 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
3.2
Bodem Door Antea Group is in januari 2023 een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) uitgevoerd. De aanleiding tot het bodemonderzoek is de voorgenomen nieuwbouw ter plaatse (woningbouw). Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). De conclusies en aanbevelingen zijn hierna kort weergegeven. Zintuiglijke waarnemingen Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Er zijn zowel op het maaiveld als in de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. Grond In de mengmonsters van de bovengrond zijn matig en sterk verhoogde waarden aan lood aangetroffen. Naar aanleiding van deze waarden zijn de deelmonsters separaat geanalyseerd op lood en de overige metalen die (licht) verhoogd zijn gemeten. Hieruit komt naar voren dat lood in boring 24 sterk verhoogd is gemeten. In de boringen 13, 21, 27 en 28 komen lood (en koper) nog matig verhoogd voor. Verder zijn er maximaal licht verhoogde waarden aangetroffen aan lood, koper, zink en/of kwik. Grondwater In het grondwater van peilbuizen zijn geen verhoogde waarden aangetoond.
Aanbevelingen De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming aanleiding tot het uitvoeren van afperkend bodemonderzoek, omdat er sprake is van sterk verhoogde waarde aan lood in de bovengrond van boring 24. Er is niet direct een bron bekend voor lood in de grond ter plaatse. Zintuiglijk zijn er geen bijzonderheden aangetroffen. Wel wordt opgemerkt dat in bodemonderzoek van de omgeving een lood wordt genoemd als een kritische parameter. Een aanvullend (nader) bodemonderzoek kan uitwijzen of al dan niet sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (> 25m3 sterk verontreinigde grond). Een eventuele grondsanering kan vervolgens worden uitgevoerd middels een Plan van aanpak (< 25m3 sterk verontreinigde grond) of via het besluit uniforme sanering (BUS; > 25 m3 sterk verontreinigde grond). Indien bij de graafwerkzaamheden en/of de grondsanering grond van de locatie dient te worden afgevoerd, dient rekening te worden gehouden met juiste afvoer hiervan. De grond is deels ‘Niet toepasbaar’ waar sprake is van sterk verontreinigde grond en verder in de bovengrond grotendeels ‘Industrie’. De ondergrond voldoet aan de ‘Achtergrondwaarde’. In het opgeboorde materiaal (grond) zijn geen bijmengingen met puin aangetroffen. Verwacht wordt dat er geen asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig zal zijn en dat geen sprake is van een asbestverdachte locatie.
Conclusie In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning wordt het plangebied onderzocht. Een omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien uit naderonderzoek volgt dat er vanuit het aspect bodem geen significante effecten optreden. Er zijn hiermee geen belangrijk negatieve bodemeffecten die zouden noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure en het opstellen van een MER. Er kan worden geconcludeerd dat er geen noemenswaardige negatieve effecten op de bodem te verwachten zijn.
3.3
Archeologie Door Antea Group is in april 2021 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. De rapportage is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen, de conclusies en het advies zijn hierna weergegeven.
blad 11 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
In Heerenveen Noord is er door archeologisch bureau De Steekproef een archeologisch onderzoek uitgevoerd in juli 2010. In het rapport ‘Heerenveen, Het Poortje II, Gemeente Heerenveen (Fr.), Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek, d.d. juli 2010’ zijn hiervan de resultaten beschreven. Op basis van de resultaten concludeert De Steekproef dat de kans op onverstoorde archeologische grondsporen en archeologisch materiaal binnen het onderzochte plangebied zeer klein is. Beperkende of beschermende maatregelen zijn voor het onderzochte terrein dan ook niet te verdedigen. Het bureau adviseert daarom dat geen verder archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat er geen noemenswaardige negatieve effecten op archeologische waarden te verwachten zijn.
3.4
Landschap en cultuurhistorie Het plangebied ligt in “Droogmakerijen 16e-19e eeuw” dat van cultuurhistorische waarde is. Belangrijke kenmerken van dit gebied zijn onder andere rationele ruimtelijke inrichting en planmatige nederzettingen. Binnen het plangebied zijn geen aardkundige monumenten dan wel aardkundig waardevolle gebieden aanwezig zijn. Er liggen eveneens geen (Rijks-) monumenten en beschermd stad- of dorpsgezicht binnen het plangebied. Negatieve effecten kunnen daarom uitgesloten worden.
Figuur 3.1: Plangebied en ligging landschapselementen en monumenten
Conclusie
blad 12 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
Er wordt geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema landschap en cultuurhistorie.
3.5
Lucht Aanlegfase Het in te zetten bouwmaterieel bij de ontwikkeling heeft een tijdelijke emissie naar de lucht. Daarnaast kan bij droge grond door verstuiving enige emissie van stof plaatsvinden. Gezien het feit dat de werkzaamheden plaatsvinden in een beperkt gebied en het tijdelijke karakter van de aanlegwerkzaamheden (en daarmee de emissies), worden de effecten op de luchtkwaliteit niet relevant en verwaarloosbaar geacht. Gebruiksfase Middels het voornemen worden in totaal maximaal 50 gerealiseerd. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven zoals genoemd in de ‘Regeling niet in betekende mate bijdragen’. Hiermee kan de beoogde ontwikkeling als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en er geen nader onderzoek nodig is. Echter is voor de volledigheid het voornemen getoetst middels de NIBM-tool. De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een generatie aan verkeer. De ontwikkeling heeft een totale extra verkeersgeneratie van 300 motorvoertuigen per etmaal. Deze gegevens zijn ingevuld in de NIBM-tool. De resultaten daarvan zijn hieronder weergegeven. Daaruit volgt dat de bijdrage van het extra verkeer ten gevolge van het plan niet in betekende mate is en er geen nader onderzoek nodig is.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie
2023
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
300
Aandeel vrachtverkeer
5,0%
NO2 in μg/m3
0,32
PM10 in μg/m3
0,05
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m 3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
De Rijksoverheid brengt via de NSL monitoringstool in beeld hoe de luchtkwaliteit zich zal ontwikkelen in Nederland. Via deze monitoringstool kan men op straatniveau inzicht krijgen in de te verwachten luchtkwaliteit ter plaatse. Hieruit blijkt dat de omgeving van het plangebied in zowel de huidige als de toekomstige situatie (2030) voldoet aan de wettelijke normen die voor luchtkwaliteit van toepassing zijn. De te verwachten waarden blijven ruim onder de normen voor fijnstof en stikstofdioxide (de maatgevende componenten voor luchtverontreiniging). Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit.
NO2-concentratie PM2,5-concentratie PM10-concentratie PM10 overschrijdingsdagen
2020 < 35 µg/m3 < 20 µg/m3 < 35 µg/m3 < 35 dagen
2030 < 35 µg/m3 < 20 µg/m3 < 35 µg/m3 < 35 dagen
Conclusie
blad 13 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
Derhalve wordt geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema luchtkwaliteit.
3.6
Licht Aanlegfase Uitgangspunt is dat de aanlegwerkzaamheden overdag plaatsvinden. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om ook ’s avonds of ’s nachts te werken. Het gaat hierbij om een kans op tijdelijke lichthinder veroorzaakt door het in te zetten materieel bij de ontwikkeling. Eventuele lichthinder is naar verwachting niet aan de orde mede gezien de ligging van het plan aan de rand van het stedelijk gebied waardoor de locatie van zichzelf al in redelijke mate verlicht is. Gebruiksfase Het plangebied ligt aan de rand van het stedelijk gebied van Heerenveen. Dit gebied is van zichzelf in de nacht in zekere mate verlicht. Verwacht wordt daarom dat de ontwikkeling geen significante verschillen veroorzaakt in het kader van lichtemissie ten opzichte van de huidige situatie. Conclusie Op basis van bovenstaande gegevens kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema licht.
3.7
Verkeer en transport Aanlegfase De aanlegwerkzaamheden hebben geen gevolgen voor de overige infrastructuur in het gebied. Wel kan er tijdens de uitvoering mogelijk beperkt hinder ondervonden worden door een toename van verkeersintensiteiten in de nabijheid van het plangebied. Naar verwachting kan het bestaande wegennetwerk de tijdelijke toename van het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase goed verwerken. In het kader van de voorbereiding van de uitvoeringsactiviteiten zal in overleg met de wegbeheerders worden nagegaan of/welke specifieke verkeersmaatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld in de vorm van bebording). Gebruiksfase Voor 50 starterswoningen wordt op basis van CROW-cijfers gemiddeld uitgegaan van 6 verkeersbewegingen met een auto per dag. Het plangebied genereert daarmee gemiddeld 300 vervoersbewegingen per dag. Deze bewegingen zullen via de Pastorielaan aansluiten op de Zonnebloemstraat. Er geldt vanaf de van Beyma Thoe Kingmaweg in oostelijke richting een eenrichtingsverkeer. Deze maatregel blijft bestaan. Omdat vrijwel alle voorzieningen (centrum en aansluiting op de Rijksweg A32) ten zuiden en oosten van het plangebied liggen is de meest logische ontsluiting ook via de Pastorielaan. Dit is de kortste route naar genoemde voorzieningen en die zal het meest benut worden.
Bovendien is de toegangsweg zo ingericht dat de rijrichting naar de Pastorielaan beweegt en niet naar de van Beyma Thoe Kingmaweg. De Pastorielaan is een vrij smalle weg van 4,30 meter breed. Het huidige aantal verkeersbewegingen op deze weg is niet hoog. De Pastorielaan heeft voldoende capaciteit om de extra 300 vervoersbewegingen te kunnen afwikkelen. Vanwege de beperkte breedte van de weg, worden er extra passeerstroken gemaakt ter bescherming van de bermen langs de weg. Uitgangspunt van het plan is dat de parkeerbehoefte volledig in het eigen plangebied wordt gerealiseerd. Op grond van het bestemmingsplan ‘Partiele herziening parkeren’ ligt het plangebied in het gebied ‘overige bebouwde kom’.
blad 14 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
Figuur 3.2: Gebiedsindeling uit de nota parkeernormen gemeente Heerenveen 2020
De tijdelijke woningen die gerealiseerd worden vallen op grond van de parkeernormen onder de categorie ‘huur laag segment’. Voor deze categorie geldt een parkeernorm van 1 per woning. In dit plangebied worden 61 parkeerplekken voor auto’s aangelegd die permanent aanwezig zijn. Daarmee wordt voldaan aan de eis ten aanzien van de categorie huur laag segment. Bovendien is er nog ruimte in het plangebied aanwezig om nog eens 16 extra parkeerplekken aan te leggen mocht er een grotere parkeervraag zijn. In figuur 2.1 zijn deze locaties gestippeld weergegeven. Daarmee is er sprake van een goede parkeervoorziening in het eigen plangebied en wordt voldaan aan de eisen van de nota parkeernormen.
Conclusie Daarom kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema verkeer.
3.8
Geluid Aanleg Voor de aanleg van de 50 woningen vindt een aantal werkzaamheden plaats. De werkzaamheden vinden overdag plaats. Deze werkzaamheden en het hierbij in te zetten materieel veroorzaken een bepaalde geluidsbelasting op de omgeving. De effecten vanwege de geluidshinder treden alleen op tijdens de aanleg. Voor dergelijke activiteiten is veelal de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) van toepassing. Gezien de tijdelijk aard en beperkte omvang van de werkzaamheden wordt geen hinder verwacht of zullen specifieke afschermende maatregelen de hinder zo veel mogelijk beperken. Gebruiksfase Door Antea Group is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting in het plangebied. In het rapport ‘Akoestisch onderzoek wegverkeer woningbouwlocatie Heerenveen, d.d. 19 oktober 2022’ zijn hiervan de resultaten beschreven. Hieronder staan de conclusies beschreven. Van Wijnen is voornemens om 50 nieuwe woningen te bouwen nabij de A32 in Heerenveen. Doel van het akoestisch onderzoek verkeerslawaai is het in beeld brengen van de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen van de nieuwe ontwikkelingen en te beoordelen of deze geluidbelasting voldoet aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Bij het nemen van een ruimtelijk besluit dient de gemeente namelijk de ten hoogste toelaatbare geluidbelastingen in acht te nemen als gevolg van omliggende wegen. Gezoneerde wegen
blad 15 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
De geluidbelasting ten gevolge van de gezoneerde Rijksweg A32 bedraag ten hoogste 53 dB (inclusief aftrek ex art. 110g Wgh). Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden. De hoogst toelaatbare geluidbelasting van 53 dB wordt niet overschreden. De overschrijding bedraagt ten hoogste 5 dB. De Rijksweg A32 is voorzien van ZOAB en er zijn diverse geluidschermen aanwezig wat aanpassing niet financieel doelmatig zal maken gelet op de hoogte van de optredende geluidbelastingen. De geluidbelasting ten gevolge van de Weinmakker bedraagt ten hoogste 40 dB (inclusief aftrek ex art. 110g Wgh). Dit ligt onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. Hieruit blijkt dat de vastgestelde geluidbelasting valt binnen de marges die uit de Wet geluidhinder volgen. Resultaten 30km/u wegen Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de nabijgelegen 30 km/uur wegen (d.w.z. de Zonnebloemstraat) hoogstens 26 dB bedraagt (inclusief aftrek ex art. 110g Wgh). Dit ligt onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. Daarmee wordt, in vergelijk, voldaan aan de eisen uit de Wet geluidhinder en is er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten opzichte van deze weg. Conclusie Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema geluid.
3.9
Natuur Soortbescherming Binnen het plangebied en/of de omgeving is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: boombroedende soorten met een jaarrong beschermd nest, algemene broedvogels en vleermuizen. In tabel 3.1 zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soorten opgenomen. De onderbouwing van de conclusies zijn beschreven in paragraaf 2.3 van de natuurtoets zelf. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht. Tabel 3.1 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Soort(groep)
Boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest
Vogels (algemene broedvogels)
Zoogdieren (boombewonene vleermuizen) – verblijfplaatsen
Essentieel leefgebied in (directe omgeving van) plangebied? Mogelijk nesten aanwezig in de bosschages in de omgeving van het plangebied. Daarnaast kan het plangebied een essentieel onderdeel zijn van de functionele leefomgeving. Ja, nestgelegenheid in de open bosschages en overige vegetatie in en rondom het plangebied Er kunnen verblijfplaatsen aanwezig zijn in de bomen direct grenzend aan het plangebied. Verblijfplaatsen in het
Nader onderzoek nodig? Ja, zie tabel 3.2
Maatregelen?
N.v.t.
Ja, zie tabel 3.3
N.v.t.
Nee, mits wordt voldaan aan de maatregel
Ja, zie tabel 3.3
Nee, mits wordt voldaan aan de maatregelen in tabel 3.3
-
Ontheffing Wnb aan de orde? Nog niet bekend
blad 16 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
Soort(groep)
Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) – essentiële vliegroutes
Essentieel leefgebied in (directe omgeving van) plangebied? plangebied zijn uitgesloten. De open bosschages/bomenrije n direct grenzend aan het plangebied kunnen mogelijk dienen als essentiële vliegroute.
Nader onderzoek nodig? en in tabel 3.3 Nee, mits wordt voldaan aan de maatregel en in tabel 3.3
Maatregelen?
Ontheffing Wnb aan de orde?
Ja, zie tabel 3.3
Nee, mits wordt voldaan aan de maatregelen in tabel 3.3
In tabel 3.1 is aangegeven dat er nader onderzoek nodig is naar de aanwezigheid van nesten van boombroedende vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De beschrijving van dit nader onderzoek wordt in tabel 3.2 uiteengezet. Tabel 3.2. Beschrijving nader onderzoek.
Soort Boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest
Onderzoeksmethode Een check op de aanwezigheid van nesten na bladval in de bosschages in de omgeving van het plangebied (zie ook figuur 2.2 in de natuurtoets)
In tabel 3.1 is aangegeven dat een overtreding van de Wnb voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in tabel 3.3 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Tabel 3.3. Beschrijving maatregelen om overtreding van de Wnb te voorkomen.
Soort(groep) Algemene broedvogels Vleermuizen
Maatregelen Werken buiten het broedseizoen Geen verlichting schijnen of uitstralen op de open bosschages en bomen(rijen) direct grenzend aan het plangebied tijdens de realisatieen gebruiksfase.
De planning van de realisatie is nu zo dat buiten het broedseizoen gewerkt kan worden. Mocht er toch door vertraging van de procedure binnen het broedseizoen gewerkt moeten worden dan zullen aanvullende maatregelen en onderzoek gedaan worden in het plangebied. Tijdens de werkzaamheden zal zo min mogelijk gewerkt worden met uitstralende verlichting op de omgeving. Afstemming met de ecoloog hierover zal plaatsvinden. Tijdens de eindsituatie wordt gewerkt met moderne ledverlichting die niet zal uitstralen op de omgeving waardoor effecten op omliggende gronden voorkomen kunnen worden. Daarmee worden geen negatieve effecten op vleermuizen verwacht. Tijdens het terreinbezoek zijn er enkele exemplaren van de reuzenbalsemien in het plangebied aangetroffen 1. Tevens zijn er meerdere planten van deze soort in het westelijk aangrenzende perceel aangetroffen. De reuzenbalsemien is een invasieve exoot. Om verdere verspreiding van de reuzenbalsemien te voorkomen zijn passende maatregelen nodig wanneer er in het plangebied gewerkt wordt. Gebiedsbescherming
1
De lijst met aangetroffen (invasieve) exoten is niet uitputtend. De aanwezigheid van andere exoten kan niet met zekerheid worden uitgesloten.
blad 17 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
In tabel 3.4 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.4 van de natuurtoets. Tabel 3.4. Conclusies Natura 2000-gebieden.
Zijn er Natura 2000-gebieden aanwezig waarop effecten kunnen optreden?
Treden er negatieve effecten op of zijn deze te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Wnb-vergunning of akkoord van de provincie noodzakelijk?
Natura 2000 Ja, binnen een straal van vijftien km bevinden zich vier Natura 2000 gebieden, waarvan de Deelen het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is (circa 4,8 km afstand). Ja, er kan sprake zijn van verzuring en vermesting door stikstofdepositie. Ja, er dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd voor de gebruiksfase. Nog onbekend.
In tabel 3.5 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNN-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.5 van de natuurtoets. Tabel 3.5. Conclusies NNN-gebieden.
Op welke afstand van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde NNN-gebied? Is er sprake van toetsing van externe werking in de betreffende provincie? Is er sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of is dit te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Afstemming met het bevoegd gezag aan de orde?
NNN Circa 2,9 kilometer. Ja Nee Nee Nee
Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van ‘Natuur buiten de NNN’, ganzenfoerageergebieden of weidevogelkansgebieden. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Er is bij voorliggend planvoornemen ook geen sprake van aantasting van onder de Wnb beschermde houtopstanden. Er zijn voor wat de Wnb betreft geen vervolgstappen aan de orde. Stikstof In december 2022 is een eerste berekening gemaakt door Interra ten aanzien van stikstofdepositie. In het rapport ‘Onderzoek/Voortoets 50 woningen Snel (T)huis Verlengde Pastorielaan Heerenveen, d.d. 19 december 2022’ zijn hiervan de resultaten beschreven. Uit de berekeningen volgt dat het project tijdens de aanlegfase en in de gebruiksfase nergens tot een bijdrage aan de stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar leidt. Verder stelt Interra dat omdat de toename van de stikstofdepositie nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar op de stikstofgevoelige habitattype/leefgebieden met een (naderende) overschrijding van de KDW, zijn significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten ten gevolge van stikstofdepositie uitgesloten. Het is daarom niet noodzakelijk om een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Deze berekeningen zullen nog aangepast worden naar de nieuwste versie van AERIUS die naar verwachting februari 2023 beschikbaar is.
Op basis van dit rapport worden ten aanzien van stikstofdepositie geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid verwacht als het gaat om stikstofdepositie. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/ uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
blad 18 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
Conclusie Uit het natuuronderzoek blijkt dat een overtreding van de Wnb voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen worden genomen. Daarnaast is er nader onderzoek nodig ten aanzien van boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest. Er wordt een check gedaan op de aanwezigheid van nesten na bladval in de bosschages in de omgeving van het plangebied. Dit onderzoek wordt uitgevoerd, en eventuele noodzakelijke maatregelen worden genomen. Ook zal het stikstofonderzoek worden aangepast aan de nieuwste versie van AERIUS. Op voorwaarden hiervan kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema natuur.
3.10
Gezondheid Mede op basis van de beoordeling ten aanzien van water, lucht, licht en geluid is er geen sprake van specifieke risico’s door het voornemen voor de volksgezondheid of voor bijvoorbeeld waterverontreiniging of luchtvervuiling.
3.11
Externe veiligheid Er is door Antea Group een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. In het rapport ‘Externe Veiligheid, woningbouwlocatie Heerenveen’, d.d. 12 oktober 2022’ zijn hiervan de resultaten beschreven. Uit het rapport blijkt dat voldaan wordt aan de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico van de A32. Ook ten aanzien van het groepsrisico blijft de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde en is er geen plasbrandaandachtsgebied. ,Wel is er sprake van een BRZO inrichting (BASF) waarvoor een verantwoording van het groepsrisico moet worden opgesteld. Deze verantwoording is beschreven en op basis daarvan is het college van mening dat er sprake is van een acceptabel groepsrisico voor deze ontwikkeling. Het aspect externe veiligheid zorgt niet voor overschrijding van normen uit wet- en regelgeving en ook ten aanzien van het groepsrisico is er voor de gemeente sprake van een acceptabele situatie. Conclusie Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema externe veiligheid.
3.12
Effectkenmerken Orde van grootte en het ruimtelijk bereik van het effect (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) • Orde van grootte van het effect: zie paragraaf 3.1 t/m 3.11. • Bereik van het effect: lokaal tot zeer lokaal. • Getroffen bevolking: de kans op calamiteiten is zeer gering. Aard van het effect • Aard van de effecten: zie paragraaf 3.1 t/m 3.11. Grensoverschrijdende karakter van het effect • Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. Intensiteit en de complexiteit van het effect • De effecten zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht).
blad 19 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
Waarschijnlijkheid van het effect • Beperkte emissies geluid, lucht en licht zijn zeker. • Waarschijnlijkheid van effecten door calamiteiten is zeer gering. Verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect • Verwachte aanvang: 2023. • Duur en periode indicatief: onbekend. • Frequentie: deze beoordeling betreft éénmalig de beschreven activiteiten. • Er is geen sprake van onomkeerbare effecten. Cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Er zijn geen andere projecten of ontwikkelingen in de omgeving bekend die zouden kunnen leiden tot cumulatieve effecten, door bijvoorbeeld een toename van het verkeer. Omdat de verwachte effecten beperkt van omvang zijn, zal ook voor andere aspecten de cumulatie met effecten van andere ontwikkelingen niet tot aanmerkelijke effecten leiden. Mogelijkheid om de effecten doeltreffende te verminderen Ten aanzien van het aspect natuur gelden een aantal voorwaarden waaraan voldaan wordt. Verder zal vervolgonderzoek uitgevoerd worden op de aanwezigheid van nesten na bladval in de bosschages in de omgeving van het plangebied. Ook zal ten aanzien van het aspect bodem naderonderzoek gedaan worden. De effecten zijn verder beperkt van aard en van omvang; daarom zijn specifieke aanvullende mitigerende maatregelen niet nodig.
blad 20 van 22
datum 23 januari 2023 projectnummer 0480955.100 betreft Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling
4
Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er, mede op basis van nog uit te voeren onderzoeken en te treffen mitigerende maatregelen, geen sprake zal zijn van waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer en is het maken van een milieueffectrapport voor de besluitvorming over het voornemen niet nodig. Antea Group Heerenveen, januari 2023
blad 21 van 22
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH Deventer Postbus 321 7400 AH Deventer T. +31 6 21 68 34 92 E. Robin.Michiels@Anteagroup.nl
Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
www.anteagroup.nl