Bijlage 7. Reactienota_1
Tekst van het document
Reactienota ontwerpverklaring van geen bedenkingen De Dolten 11 Heerenveen (Ecopark De Wierde) Inleiding De ontwerpomgevingsvergunning (een ontwerprevisievergunning) alsmede de daarbij behorende stukken, waaronder een ontwerpverklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad, De Dolten 11 Heerenveen (‘Ecopark De Wierde’) heeft met ingang van 29 augustus 2022 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode bestond de mogelijkheid zienswijzen in te dienen bij Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân als bevoegd gezag voor de aanvraag omgevingsvergunning. Een en ander is op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt door middel van een publicatie in het Provinciaal blad van Fryslân van 26 augustus 2022 (nummer 10289). Zienswijzen Tijdens de periode dat de ontwerpomgevingsvergunning alsmede de ontwerpverklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad ter inzage heeft gelegen zijn er bij Gedeputeerde Staten zes zienswijzen tegen de ontwerpomgevingsvergunning ingebracht. Ook zijn er drie verzoeken bij de gemeenteraad ingediend om de ontwerpverklaring van geen bedenkingen in te trekken. De (rechts)personen die de gemeenteraad hebben verzocht de ontwerpverklaring van geen bedenkingen in te trekken, hebben tevens bij Gedeputeerde Staten een qua inhoud met hun verzoek corresponderende zienswijze ingediend.
Hun zienswijzen behoren tot het hierboven genoemde aantal ingediende zienswijzen. Samenvatting De onderwerpen die aangevoerd worden in de zienswijzen zijn voor een groot deel gelijk. Er wordt gesteld dat: -
de behoefte van Omrin verbazing wekt; een verkeerde besluitvormingsprocedure is doorlopen; in het verleden gemaakte afspraken worden geschonden; visuele hinder als gevolg van de verhoging van de bult wordt ondervonden; de uitbreiding aan de oostzijde landschappelijk onvoldoende is ingepast; verzoeken om planschade zullen worden ingediend.
Wij antwoorden hierop als volgt. De uitbreiding van het Ecopark is noodzakelijk voor de continuïteit van de afvalwerking. Door de geleidelijke invulling van de stortplaats op de locatie neemt het terreinoppervlak voor de reguliere activiteiten af. Omdat er minder ruimte beschikbaar is, is een verhoging van de afvalberging nodig. Daarnaast moet een deel van de activiteiten (de opslagactiviteiten), die nu binnen het gebied plaatsvinden dat is bestemd voor afvalberging, naar een andere plek worden verplaatst.
De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) maakt het mogelijk om middels een omgevingsvergunning van de geldende beheersverordeningen af te wijken. De ontwerpomgevingsvergunning is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt ingegaan op de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, beleidskaders en relevante ruimtelijke aspecten. Er zijn wat ruimtelijke aspecten betreft geen belemmeringen. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. De vergunning heeft slechts betrekking op het aangevraagde project. Dit betekent dat voor het overige de regels van de beheersverordeningen onverbindend van kracht blijven. In die beheersverordeningen is niet bepaald dat de afvalberging met een maximaal tijdspad is in bestemd. De stort wordt verhoogd van 24 tot maximaal 29 meter. Na inklinking is de verwachting dat de stortplaats uiteindelijk 25 à 26 meter hoog zal zijn. Op basis van de door Omrin aangeleverde visualisaties van 15 februari 2022 en de naar aanleiding van een zienswijze verstrekte extra visualisaties van 20 januari 2023 concluderen wij dat de verhoging van de bult kan worden gerealiseerd zonder dat het beeld vanuit de omgeving wezenlijk verandert. De landschappelijke bufferwerking van de oostzijde wordt gehandhaafd. De bestaande dubbele bomenrij met een hoogte van circa 15 meter blijft gehandhaafd.
Ten noorden en oosten van de uitbreidingslocatie wordt een geluidwal met daarop struweelbeplanting gerealiseerd. De totale hoogte van de wal met de beplanting komt op ongeveer 10 meter. Door deze landschappelijke inpassing blijft het uitzicht vanaf het noorden en oosten ongewijzigd. Indien u meent planschade als gevolg van de omgevingsvergunning te lijden, kunt u Gedeputeerde Staten verzoeken om toekenning van een planschadevergoeding. De in de zienswijzen aangevoerde onderwerpen geven geen aanleiding de aangevraagde omgevingsvergunning, voor het ruimtelijke deel, te weigeren. Wel geeft een onderwerp aanleiding om de bijlage met extra visualisaties (Visualisaties Landschappelijke Inpassing Omrin: Rho adviseurs, 20 januari 2023) aan de omgevingsvergunning toe te voegen. Tot slot zijn in de zienswijzen een aantal onderwerpen aangevoerd die – omdat zij het milieudeel van de ontwerpvergunning betreffen – in de reactienota van de provincie/FUMO worden behandeld. Het gaat dan om vrees voor extra overlast in de vorm van afval, stank en geluid, bestrijding van brand en het effect van toenemende druk op de bodem. Hieronder volgt een uitgebreide beantwoording van de zienswijzen per onderwerp. Inhoud verzoeken en zienswijzen en antwoorden daarop Zoals hierboven reeds is aangegeven zijn de onderwerpen die aangevoerd worden in de zienswijzen voor een groot deel gelijk.
Daarom wordt de beantwoording van de zienswijzen per onderwerp gedaan, waarbij telkens de strekking van de zienswijzen (kort samengevat) wordt weergegeven. 1.
Stedenbouwkundige inpassing verhoging stortplaats
In de motivering van de in ontwerp door de gemeenteraad van Heerenveen verleende verklaring van geen bedenkingen mist een concrete beschrijving van de stedenbouwkundige uitgangspunten die destijds leidend zijn geweest bij de vaststelling van de geldende hoogtenorm. Wat is er fundamenteel veranderd, dat de voorgestelde afwijking met maar liefst 5 meter in objectieve zin zou kunnen rechtvaardigen?
Antwoord De verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad op zich is een besluit van de raad om met het voorgestelde plan in te stemmen. In een separaat raadsvoorstel met de daarbij behorende bijlagen is de motivatie, waaronder ook de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing, toegelicht. De uitbreiding van het Ecopark is voor de continuïteit van de afvalverwerking noodzakelijk. Door de geleidelijke invulling van de stortplaats op de locatie neemt het terreinoppervlak voor de reguliere activiteiten af. Tot nu toe konden deze activiteiten vanwege de niet volledige ingebruikneming van de stortplaats hier plaatsvinden. Dat wijzigt nu. Omdat er minder ruimte beschikbaar is, is een verhoging van de afvalberging nodig. Daarnaast moet een deel van de activiteiten, die nu binnen het gebied plaatsvinden dat is bestemd voor afvalberging, naar een andere plek worden verplaatst. Het gaat enkel om opslagactiviteiten. De daarvoor benodigde ruimte ligt oostelijk van de bestaande inrichting. De uitbreiding is niet bestemd voor afvalberging. De vergunde toegestane capaciteit voor stort wordt niet overschreden. De stort wordt verhoogd van 24 tot maximaal 29 meter. Na inklinking is de verwachting dat de stortplaats uiteindelijk 25 à 26 meter hoog zal zijn.
Omrin heeft voor de situatie na inpassing visualisaties (Visualisaties Landschappelijke Inpassing Omrin: Rho adviseurs, 15 februari 2022) aangeleverd. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het project kan worden gerealiseerd zonder dat het beeld vanuit de omgeving wezenlijk verandert. 2.
Behoefte initiatiefnemer
In het raadsvoorstel wordt gesteld dat er sprake zou zijn van een ‘behoefte’ van Omrin. Dit wordt als volgt gemotiveerd: “Door de geleidelijke invulling van de stortplaats op de locatie neemt het terreinoppervlak voor de reguliere activiteiten af. Tot nu toe konden deze activiteiten vanwege de niet volledige ingebruikneming van de stortplaats hier plaatsvinden. Omdat er minder ruimte beschikbaar is, is een verhoging van de afvalberging nodig”. Dit wekt verbazing. Daarbij speelt een rol dat er kennelijk een onderscheid gemaakt moet worden tussen ‘reguliere’ en ‘niet-reguliere’ activiteiten van Omrin, waarbij nu klaarblijkelijk de reguliere werkzaamheden in het gedrang komen door de overige (eerstbedoelde) activiteiten. Maar waarom zou Omrin eigenlijk de gelegenheid moeten krijgen om ‘niet-reguliere’ activiteiten te blijven uitoefenen? Antwoord Feitelijk ontbreekt de zienswijzegrond. Desalniettemin willen wij enige duidelijkheid geven met betrekking tot het aangevraagde project van Omrin. Omrin heeft in de aanvraag c.q. de ruimtelijke onderbouwing aangegeven dat omdat de beschikbare oppervlakte terrein op Ecopark De Wierde vol raakt, zij voornemens is om het terrein uit te breiden aan de oostzijde en de activiteiten die momenteel centraal in het gebied liggen te verschuiven naar dit nieuwe deel.
Het gaat dan om de opslag van digestaat, grondachtige stromen en RDF-balen en een opstelplaats voor lege containers. RDF staat voor Refuse Derived Fuel. Dit zijn de restanten die ontstaan bij het recyclen van restafval. Daarnaast heeft Omrin een verhoging van de afvalberging van 24 meter naar 29 meter aangevraagd, om de schaarse oppervlakte van het terrein voor andere activiteiten te kunnen benutten. In de door Rho opgestelde ruimtelijke onderbouwing is voor alle duidelijkheid op bladzijde 13 een illustratie van het terrein opgenomen.
3.
Vrees voor extra overlast
Gevreesd wordt voor extra overlast in de vorm van overwaaiend (zwerf-)afval, een toename van stank en geuroverlast en extra geluidhinder in verband met de toenemende bewerkingen op een grotere hoogte dan waarvan tot op heden sprake is. Ook zullen de geluiden die omwonenden nu niet bereiken, de mogelijkheid hebben verder te dragen. Dit wordt in de vergunning niet onderkend en daarmee niet tegengegaan. Antwoord Op dit onderwerp wordt door de provincie/FUMO gereageerd in haar reactienota. Ten aanzien van het aspect geluidhinder merken wij nog op dat de verhoging van de bult akoestisch is onderzocht. Wij verwijzen daarbij naar de vergunningvoorschriften, waarin eveneens rekening is gehouden met de hogere bult. 4.
Bestrijding brand
Het bestrijden van een brand in een bult van 24 meter gemakkelijker is dan bij een bult van 29 meter. Een dergelijke (hogere) bult zal mogelijkerwijs eerst uit elkaar moeten worden gehaald alvorens het vuur in de verschillende onderdelen te kunnen doven. Antwoord Op dit onderwerp wordt door de provincie/FUMO gereageerd in haar reactienota. 5.
Effect van toenemende druk op de bodem
De ondergrond van de stortplaats is juist ter voorkoming van een verontreiniging van de bodem en het grondwater ter plaatse afgedekt met een folie dan wel gelijkwaardige voorziening, maar blijft deze voorziening ook op een adequate wijze in stand als de druk hierop steeds maar toeneemt? Dit is voor zover kan worden overzien, niet gegarandeerd. In dit verband is relevant dat uit het gestelde op bladzijde 111/113 kan worden afgeleid dat Gedeputeerde Staten ook zelf rekening houden met het inklinken van de bodem met (maar liefst) enkele meters (van 29 naar 26 meter). Antwoord Op dit onderwerp wordt door de provincie/FUMO gereageerd in haar reactienota. 6.
Niet nakomen afspraken
De vuilstort is destijds met instemming van de dorpen gekomen op voorwaarde dat de stort niet hoger dan 20 meter zou worden en dat deze gesloten zou worden na 30 jaar. De overlast wordt gedoogd en besproken met De Wierde. De overlast gaat echter wel ten koste van woongenot, nachtrust, gezondheid en waarde van onroerend goed. Van de afspraken wordt nu afgeweken. Blijkbaar kan niet worden uitgaan van gemaakte afspraken. Daarmee is het bevoegd gezag onbetrouwbaar. Er zijn geen garanties dat de bult op termijn opnieuw verhoogd wordt noch dat de bult uiteindelijk gesloten wordt en de rust wederkeert. Antwoord Het projectgebied is juridisch-planologisch geregeld in de beheersverordeningen ‘Kanaal West’ en ‘Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied’. Overeenkomstig deze beheersverordeningen blijven de regels van de voorheen geldende bestemmingsplannen van kracht. Voorheen was het projectgebied geregeld in het
bestemmingsplan ‘De Wierde’ (vastgesteld op 29 september 1999) en het wijzigingsplan (vastgesteld op 28 februari 2007) daarop ten behoeve van de uitbreiding van de afvalberging in de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’. Het perceel voor de uitbreiding heeft hierin de bestemming ‘Agrarische doeleinden’. Het uitbreiden van het bedrijfsterrein binnen deze bestemming is niet toegestaan. De afvalberging is geregeld in de bestemming ‘Afvalberging’. Een deel hiervan heeft nog de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ met daarop een wijzigingsbevoegdheid voor de tweede fase van de afvalberging. Het zuidelijk deel is met een wijzigingsplan (2006) gewijzigd in de bestemming ‘Afvalberging’. Voor de afvalberging is een maximumhoogte van 24 meter opgenomen. Het verhogen daarvan tot 29 meter is zodoende niet toegestaan. De ingediende aanvraag is dus tweeledig, namelijk (1) de uitbreiding buiten de huidige inrichting, op het terrein aan de oostzijde van de afvalberging en (2) het ophogen van de bestaande afvalberging van 24 naar 29 meter. Omdat dit strijdig is met de beheersverordeningen is de aanvraag tevens ingediend voor de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’. De Wabo maakt het mogelijk zo’n aanvraag in te dienen, op grond waarvan het bevoegd gezag een besluit heeft genomen en door de gemeenteraad van Heerenveen een zogenaamde verklaring van geen bedenkingen is afgegeven.
De ontwerpomgevingsvergunning is dan ook verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c Wabo (het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met de beheersverordening) voor het aan de oostzijde uitbreiden van het terrein van Ecopark de Wierde met circa 4 ha en het verhogen van de stortplaats van 24 naar 29 meter. Voor de overwegingen verwijzen wij naar de Wabo vergunning, die trouwens alleen betrekking heeft op een project. Dit betekent dat voor het overige de regels van de hierboven vermelde beheersverordeningen onverbindend van kracht blijven. Zo is daarin bepaald dat ter plaatse een afvalberging zonder een maximaal tijdspad is in bestemd. De zienswijze geeft volgens ons geen aanleiding om de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ te herzien. 7.
Visuele hinder
Visuele hinder zal worden ondervonden van de voorgenomen verhoging van de opslaghoogte van de bult. Hoewel er tegenwoordig geen recht meer is op uitzicht, wordt deze door de verhoging van de stort nog minder fraai. Beplanting is vooralsnog ruim onvoldoende om het uitzicht op de stort weg te nemen. Antwoord Op basis van de ingediende visualisaties concluderen wij dat de verhoging van de bult kan worden gerealiseerd zonder dat het beeld vanuit de omgeving wezenlijk verandert. Het verhogen van de afvalberging is wel zichtbaar, maar resulteert niet in een wezenlijk andere uitstraling. De impact is in ieder geval kleiner dat het verder verruimen ofwel het elders opbrengen van een afvalberging. De afvalberging wordt zodanig ingepast dat deze aan het zicht wordt onttrokken voor bewoners aan de Welleweg, ten noorden van het terrein van Omrin. Er is inderdaad geen recht meer op vrij uitzicht. Ten aanzien van de beplanting merken wij op dat het project landschappelijk zorgvuldig is ingepast. Gemakshalve verwijzen wij hier naar de overwegingen in de ontwerpomgevingsvergunning, de ruimtelijke onderbouwing die hiervan deel uitmaakt en de Visualisaties Landschappelijke Inpassing Omrin: Rho adviseurs d.d. 15-02-2022. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning voor het ruimtelijk deel te herzien.
8.
planschade
Door de verhoging komt de bult optisch steeds dichterbij. Vanaf het begin is er overlast van vogels, zwerfvuil en stank. Nu komt er meer afval, dus hogere concentraties en meer lawaai. Eerdere afspraken worden niet nagekomen. Vol=vol werd beloofd en er zou alleen afval uit Friesland worden ingezameld. Ook nu zal een planschadevergoeding worden aangevraagd. Antwoord Allereerst willen we opmerken dat het aantal tonnen afval om te storten ongewijzigd is ten opzichte van de huidige vergunning (maximaal 250.000 ton voor de afvalberging en 25.000 ton voor de deponie voor gevaarlijk afval). De vergunde toegestane capaciteit voor stort wordt dus niet overschreden. Indien u meent planschade, zoals bijvoorbeeld vermindering van de waarde van een onroerende zaak, als gevolg van de omgevingsvergunning te lijden, kunt u Gedeputeerde Staten verzoeken om toekenning van een planschadevergoeding. Een verzoek moet in ieder geval binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning worden ingediend. Voor het indienen van het verzoek betaalt u leges aan de provincie. Planschade is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Daarnaast hebben Provinciale Staten van de provincie Fryslân een procedureverordening vastgesteld waarin is vastgelegd op welke manier verzoeken om toekenning van een planschadevergoeding worden behandeld. 9.
Verbreding bult logischer
Een verbreding van de bult ligt meer voor de hand. In de initiële planning van het terrein was ten westen van de huidige bult een mogelijkheid ingebouwd hier in een tweede fase uit te breiden. Dit is nu niet meer mogelijk omdat hier andere bedrijven gehuisvest zijn. Maar ten zuiden van de bult is nog ruimte voor opslag en daar kan ook gebruik van gemaakt worden. Uit de aanvraag kunnen we niet opmaken waarom gekozen is voor ophoging in plaats van uitbreiding. Antwoord De aanvraag is ingediend voor een verhoging en geen verbreding, hetgeen de grondslag vormt voor een afgewogen besluit. Het is dan ook gebruikelijk om een besluit op aanvraag te nemen, zoals deze hier is genomen. De zienswijze geeft volgens ons geen aanleiding om de omgevingsvergunning voor het ruimtelijk deel te herzien. 10.
Onvoldoende afweging ruimtelijke effecten project
Feitelijk is op de locatie een beheersverordening van kracht. Nieuwe uitbreidingen zullen dus via een projectbesluit of middels een buitenplanse ontheffing moeten worden geregeld of middels een nieuw omgevingsplan of oud bestemmingsplan. Bij deze planvormen wordt een duidelijke afweging gemaakt ten opzichte van de effecten op de omgeving. Dergelijke aspecten worden in deze omgevingsvergunning niet beschreven en dus is het vergunde onvoldoende afgewogen. Antwoord Zoals ook als antwoord op zienswijze 6 aangegeven is, is hier ook een aanvraag ‘strijdig gebruik met beheersverordening’ op grond van de Wabo ingediend. Deze wet maakt het mogelijk zo’n aanvraag in te dienen (artikel 2.1 eerste lid onder c en artikel 2.12 Wabo). Omdat Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân het bevoegd gezag zijn voor de verlening van de vergunning op grond van de Wet milieubeheer, die ook is aangevraagd,
zijn ze ook bevoegd gezag voor de andere activiteiten. Dit is geregeld in artikel 2.4 lid 5 van de Wabo. De activiteit ‘strijdig gebruik beheersverordening’ is nodig, omdat op basis van de geldende beheersverordeningen ‘Kanaal West’ en ‘Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied’ de uitbreiding van het terrein en de ophoging van de stortplaats niet is toegestaan. De vergunning moet worden geweigerd als vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 Wabo niet mogelijk is. In dit geval kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid die is opgenomen in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3°, Wabo (buitenplanse afwijking). Dit vereist dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat het besluit is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Uit artikel 2.27 Wabo en artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) volgt tenslotte dat de vergunning niet kan worden verleend dan nadat de gemeenteraad heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. De verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De gemeenteraad van Heerenveen heeft op 30 juni 2022 de verklaring van geen bedenkingen afgegeven. De ruimtelijke effecten van het project op de omgeving, waarvoor de ontwerpomgevingsvergunning is afgegeven, achten wij voldoende afgewogen.
Wij verwijzen naar de overwegingen in de ontwerpomgevingsvergunning (onder handelen in strijd met een bestemmingsplan) en de stukken die deel uitmaken van die ontwerpvergunning (waaronder de door Rho adviseurs opgestelde ruimtelijke onderbouwing, waarin omgevingsaspecten zijn aangegeven). De zienswijze geeft naar onze mening ook hier omgevingsvergunning voor het ruimtelijk aspect te herzien. 11.
geen
aanleiding
om
de
Opheffing bufferzone
In de noordoostelijke hoek van het bestemmingsplan werd een bufferzone ingesteld. Deze bufferzone bestond uit opgaande beplanting en had een redelijke maat. In voorbereiding op de nieuwe activiteiten is deze bufferzone de afgelopen tijd gekapt. Dit heeft geleid tot een merkbare toename van geluidsoverlast. In de nieuwe plannen wordt deze bufferzone geschrapt en worden bedrijfsactiviteiten ontplooid in dit gebied. Daarmee komen activiteiten die geluidhinder veroorzaken dichter naar de dorpen. Als maatregel wordt een geluidswal voorgesteld van 4 meter hoog. Deze zal weliswaar het geluid direct achter de wal doen laten afnemen maar is geen garantie dat verder gelegen objecten vrij van geluidsoverlast zijn. Antwoord Het oostelijk deel van het plangebied betreft uitbreiding van het terrein, voor dit deel is daarom een omgevingsvergunning aangevraagd en inmiddels in ontwerp verleend. In het oostelijk deel komt verharding en wordt het terrein ingericht ten behoeve van de opslag van RDF-balen, kunststofbalen, digestaat, grondachtige stromen en lege containers. De opslag zal een maximale hoogte hebben van 10 meter. Het uitgangspunt van de inrichting is dat de landschappelijke bufferwerking van de oostzijde blijft bestaan. De bestaande dubbele bomenrij (Fraxinus exelsior, es) met een hoogte van circa 15 meter blijft gehandhaafd.
Ten noorden en oosten van deze uitbreidingslocatie wordt een geluidwal van 3 à 4 meter hoog gerealiseerd. De geluidswal zal bestaan uit een aarden wal waarop struweelbeplanting wordt aangebracht met een hoogte van circa 6 meter. De totale hoogte van de wal met de beplanting komt daarmee op ongeveer 10 meter. Er wordt gekozen voor beplantingssoorten die op natte kleigronden kunnen staan, omdat deze inheems zijn en in deze omgeving passen. De struiken komen op een grondwal te staan, dus moeten evenwel ook tegen wat drogere omstandigheden kunnen. Toe te passen soorten voor de wal zijn: zwarte els, veldesdoorn, hazelaar, kornoelje, sleedoorn, hondsroos en Gelderse roos. De dubbele bomenrij bestaat uit de Fraxinus Exelsior (es). Mochten deze doodgaan,
dan dienen deze vervangen te worden door een cultivar die niet of nauwelijks gevoelig is voor de essentaksterfte. Door deze landschappelijke inpassing blijft volgens ons het uitzicht vanaf het noorden en oosten ongewijzigd. De bedrijfsactiviteiten op zich komen inderdaad dichter bij de dorpen. De geluidbelasting blijft als gevolg van de grondwal en de omliggende beplanting onder de vergunde waarden waardoor het woon‐ en leefklimaat ter plaatse van gevoelige functies in de omgeving niet negatief wordt beïnvloed. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning op dit punt te herzien. 12.
Project niet passend in beheersverordening
De voorgestelde uitbreiding wordt middels een revisie van een bestaande omgevingsvergunning voorgesteld. Echter, het bevoegd gezag, de gemeente Heerenveen, heeft destijds met het oog op de actualiseringsplicht een beheersverordening ingesteld. Deze planvorm wordt gebruikt als men een bestaande situatie vastlegt en er geen wijzigingen in de situatie wordt voorzien. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling nieuwe ontwikkelingen mee te nemen in een beheersverordening. Desondanks zijn er tijdens de periode waarin de beheersverordening geldt wijzigingen doorgevoerd. De uitbreiding naar het oosten in de zone welke aangeduid wordt als bufferzone is een stap te ver. Dit is niet passend in de beheersverordening en kan niet afgedaan worden middels een revisie van de bestaande omgevingsvergunning. Nu wordt gekozen voor een omgevingsvergunning opgesteld door de FUMO in opdracht van Gedeputeerde Staten. Dat is een bijzondere constructie die binnen de huidige ROsystematiek en wetgeving kritisch kan worden bekeken. Immers, door deze constructie wordt de gemeente buiten spel gezet en kan er geen afweging plaatsvinden in de gemeenteraad.
In algemene zin is het bijzonder bevreemdend dat een beheersverordening, waarin feitelijk ontwikkelingen worden vastgelegd en die aansloot bij het voornemen de bult te sluiten, opgevolgd kan worden door een planfiguur die ineens een forse uitbreiding van de inrichting mogelijk maakt. Antwoord Zoals ook als antwoord op zienswijze 6 aangegeven is, is hier ook een aanvraag ‘strijdig gebruik met beheersverordening’ op grond van de Wabo ingediend. Deze wet maakt het mogelijk zo’n aanvraag in te dienen (artikel 2.1 eerste lid onder c en artikel 2.12 Wabo). Omdat Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn voor de verlening van de vergunning op grond van de Wet milieubeheer, die ook is aangevraagd, zijn ze ook bevoegd gezag voor de andere activiteiten. Dit is geregeld in artikel 2.4 lid 5 van de Wabo. De activiteit ‘strijdig gebruik beheersverordening’ is nodig, omdat op basis van de geldende beheersverordeningen ‘Kanaal West’ en ‘Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied’ de uitbreiding van het terrein en de ophoging van de stortplaats niet is toegestaan. De vergunning moet worden geweigerd als vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 Wabo niet mogelijk is. In casu kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid die is opgenomen in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3°, Wabo.
Dit vereist dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat het besluit is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Uit artikel 2.27 Wabo en artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) volgt tenslotte dat de vergunning niet kan worden verleend dan nadat de gemeenteraad heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. De verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De gemeenteraad van Heerenveen heeft op 30 juni 2022 de verklaring van geen bedenkingen afgegeven.
Op grond van het bovenstaande zijn wij dan ook van mening dat de juiste wetgeving is toegepast. 13.
Strijd met beleid en te lichte besluitvormingsprocedure
Een omgevingsvergunning in plaats van een bestemmingsplanherziening of een nieuw omgevingsplan is een te lichte procedure waarin niet voldoende gekeken wordt naar de ontwikkeling in algemene zin en de relatie met de omgeving. In de veranderingen zijn effecten voor het milieu en de veiligheid onvoldoende benoemd en afgewogen. Daarnaast is in de gemeentelijke omgevingsvisie weliswaar voorzien in een circulair cluster maar direct daarnaast is ook watersport gedacht en is het gebied direct aansluitend op de Veenpolders waarin rust, natuur en recreatieve ontwikkelingen de boventoon voeren. Hoe deze tegenstrijdige functies kunnen samengaan wordt niet uitgelegd in de omgevingsvergunning. Antwoord Wij hebben een zorgvuldige afweging gemaakt. Wij verwijzen naar de overwegingen in de ontwerpomgevingsvergunning met de bijbehorende stukken. De Wabo maakt – zoals hierboven reeds meerdere keren is opgemerkt – immers zo’n vergunning mogelijk. In de door Rho adviseurs opgestelde ruimtelijke onderbouwing, die tevens onderdeel uitmaakt van de ontwerpomgevingsvergunning, is de omgevingsvisie als apart hoofdstuk benoemd (zie paragraaf 2.3.1 van ‘RAP -29_ROB_Uitbreiding_Ecopark_De_Wierde-versie_2’).
Na een gedegen beoordeling kan worden geconcludeerd dat de uitbreiding van Ecopark De Wierde en de ophoging van de stortplaats aansluit bij het beleid zoals dat is verwoord in de gemeentelijke omgevingsvisie. De zienswijze geeft dan ook geen aanleiding om de overwegingen voor het onderdeel strijdig gebruik beheersverordening nog meer toe te lichten c.q. aan te passen. 14.
Extra vervoersbewegingen
Extra capaciteit zal over de weg dienen plaats te vinden. Dit resulteert in minstens 3.300 extra vervoersbewegingen per jaar over de Nije Fjildwei. Het blijkt dat de voorgestelde omgevingsvergunning dergelijke omgevingseffecten niet beschrijft, noch weegt, noch geleidt. Antwoord De zienswijze is in reactie op de aangevraagde uitbreiding van de verwerkingscapaciteit. De extra 50.000 ton verwerkingscapaciteit is aangevraagd voor de scheidings- en vergistingsinstallatie. Deze toename van de verwerkingscapaciteit is in de aanvraag en de beoordeling meegenomen. Andere vergunde activiteiten worden in deze aanvraag verminderd. Ook doordat de beladingsgraad van de vrachtwagens wordt verbeterd, leidt dit alles bij elkaar genomen niet tot extra vervoersbewegingen. Onderzocht is dat het bedrijf milieutechnisch inpasbaar is op de locatie en er geen afbreuk wordt gedaan aan de natuurwaarden en verkeersveiligheid in de omgeving. In het kader van de m.e.r.-beoordeling en revisievergunning voor het onderdeel milieu is nader onderzoek gedaan naar de milieuaspecten. Het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf is vanuit het oogpunt van duurzaam ruimtegebruik wenselijk. Er zijn vanuit het beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau geen belemmeringen voor de uitvoering van het project.
Samenvattend wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkelingen geen belangrijke nadelige milieueffecten kunnen veroorzaken. De zienswijze geeft dan ook geen aanleiding om de omgevingsvergunning op dit punt te herzien.
15.
Visualisaties landschappelijke inpassing onvoldoende
De RCE beschouwt de Haskerveenpolder als een toonbeeld voor de wederopbouw in Nederland. Dit gebied wordt gekenmerkt door een grote mate van openheid en samenhang. Het document van Rho adviseurs visualiseert de impact van de verhoging van de bult vanaf een beperkt aantal zichtpunten maar niet vanuit de juist kritische standpunten zoals het Heerenveens Kanaal vanuit het Deelsrak, de Rijksstraatweg in Haskerdijken, de A7, de Lange Ekers of de Meenscharweg. Want juist vanaf die punten is de bult duidelijk zichtbaar en manifesteert de ophoging zich als een vreemd en ontsierend element. Antwoord Omrin heeft voor de situatie na inpassing visualisaties vanuit verschillende zichtpunten (Visualisaties Landschappelijke Inpassing Omrin: Rho adviseurs, 15 februari 2022) aangeleverd. Naar aanleiding van de zienswijze heeft Omrin op 20 januari 2023 extra visualisaties verstrekt. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het project kan worden gerealiseerd zonder dat het beeld vanuit de omgeving wezenlijk verandert. In de zienswijze is niet nader onderbouwd c.q. aangetoond waarom vanaf de genoemde punten de ophoging zich als een vreemd en ontsierend element manifesteert. Wij kunnen hier dan ook niet op reageren.
De zienswijze geeft volgens ons slechts aanleiding om de bijlage met extra visualisaties (Visualisaties Landschappelijke Inpassing Omrin: Rho adviseurs, 20 januari 2023) aan de omgevingsvergunning toe te voegen. 16.
Landschappelijke inpassing ontoereikend
Van een volwaardige landschappelijke inpassing is hier geen sprake. Ten eerste is de nu voorziene uitbreiding gepland op het gebied wat de landschappelijke inpassing was ter grootte van 7,1 ha en dus dient de nieuwe landschappelijke inpassing minstens die maatvoering te kennen. En daarbij wordt ervan uitgegaan dat de huidige rij essen voldoet voor een volwaardige landschappelijke inpassing. Maar essen zijn heden ten dage ten dode opgeschreven door de essentaksterfte en als vervanging van uitval worden soorten aangereikt die noch de maat noch de kwaliteit hebben als volwaardige inpassing te volstaan. Een zuivere landschappelijke inpassing dient in maat en omvang minstens gelijk te zijn en gezien de nog beschikbare ruimte rond de inrichting aan de oost- en noordzijde is het ten ene male onmogelijk om nog te komen tot een landschappelijke inpassing. Antwoord Wij achten de landschappelijk inpassing toereikend. Het oostelijke deel van het plangebied betreft uitbreiding van het terrein. Hier komt verharding en wordt het terrein ingericht ten behoeve van de opslag van RDF-balen, kunststofbalen, digestaat, grondachtige stromen en lege containers. De opslag zal een maximale hoogte hebben van 10 meter. Het uitgangspunt van de inrichting is dat de landschappelijke bufferwerking van de oostzijde blijft bestaan.
De bestaande dubbele bomenrij met een hoogte van circa 15 meter blijft gehandhaafd. Ten noorden en oosten van de uitbreidingslocatie wordt een geluidswal van 3 à 4 meter hoog gerealiseerd. De geluidswal zal bestaan uit een aarden wal waarop struweelbeplanting wordt aangebracht met een hoogte van circa 6 meter. De totale hoogte van de wal met de beplanting komt daarmee op ongeveer 10 meter. Door deze landschappelijke inpassing blijft het uitzicht vanaf het noorden en oosten ongewijzigd. Naast de uitbreiding van het terrein, zal de stort verhoogd worden van 24 tot maximaal 29 meter. Na inklinking is de verwachting dat de stortplaats uiteindelijk 25 a 26 meter hoog zal zijn. Omrin heeft voor de situatie na inpassing visualisaties (Visualisaties Landschappelijke Inpassing Omrin: Rho adviseurs, 15 februari 2022) aangeleverd. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het project kan worden gerealiseerd zonder dat het beeld vanuit de omgeving wezenlijk verandert.
De zienswijze geeft dan ook geen aanleiding om de omgevingsvergunning op dit punt te herzien. 17.
Principes voormalige landschappelijke inpassing niet gevolgd
De eertijds opgestelde landschappelijke inpassing ging uit van een aantal principes die in de nieuwe inpassing niet meer gevolgd worden. Zo ging de oude landschappelijke inpassing uit van coulissen zo dicht als mogelijk bij de routes, doorzichten en beschouwingsposities als erven en verblijfsplekken. Maar veel van de eertijds aangehaalde plekken waar opgaande beplanting aangebracht zou worden zijn nu weer kaal omwille van ecologische oevers, het niet actief handhaven van beplanting of eisen aan de spoorwegen. Of simpelweg door kap omwille van uitbreiding van de inrichting. Gepleit wordt voor het opnieuw in ogenschouw nemen van de uitgangspunten van de toenmalige landschappelijke inpassing en het handhaven van het destijds opgestelde beplantingsplan met daarbij een extra plus ter compensatie van de verhoogde stortplaats. Daarnaast wordt verwacht dat de eertijds gemaakte landschappelijke inpassing onverminderd overeind blijft of ruimschoots gecompenseerd en juridisch vastgelegd wordt. Dat daarbij de werking en ruimtelijke beperking van de huidige omgevingsvergunning overschreden wordt is duidelijk. Wens is dat alle elementen van de destijds voorgestelde landschappelijke inpassing ook daadwerkelijk gerealiseerd, beschermd en gehandhaafd worden. Dat vereist meer dan een gereviseerde omgevingsvergunning, dat resulteert eerder in een bestemmingsplan of omgevingsplan.
Antwoord Voor het aangevraagde project is thans een ontwerpomgevingsvergunning verleend. In een ruimtelijke onderbouwing en visualisatie landschappelijke inpassing (opgesteld door Rho adviseurs), die onderdeel uitmaken van de omgevingsvergunning, is de landschappelijke inpassing uitgebreid toegelicht. Het project heeft enkel invloed op een aantal landschapselementen, die een functie hebben anders dan ter ondersteuning van de landschapsstructuur. Het gaat om afschermende beplanting rondom het Ecopark en om beplantingen als buffer tussen verschillende gebieden. Het doel van deze beplanting is het afschermen van en verminderen van het zicht op de afvalberging. De noordelijke begrenzing van het projectgebied met bomen blijft intact. Ook het noordoostelijke perceel met bomen kan worden ingepast en zorgt ervoor dat het beeld vanuit het open-landschap niet wordt aangetast. Ook hier vormt de bestaande sloot een logische overgang naar het gebied met een nieuwe invulling. Het kenmerkende waaierpatroon wordt als gevolg van dit project niet aangetast. De uitbreiding vindt namelijk plaats tussen de bestaande landschappelijke dragers. Bovendien doorbreekt het kanaal en de daarlangs liggende kade met dubbele boomsingel, die de oostelijke grens voor het plan vormt, het waaierpatroon. Het projectgebied heeft in die zin geen toegevoegde waarde voor de structuur van de polder.
De functie van de bufferzone, namelijk het afschermen van de berging, blijft met dit project behouden. De voorgestelde ontwikkeling kan worden gerealiseerd zonder dat het beeld en de toegang vanuit de omgeving wezenlijk verandert. De wandelroute langs het kanaal blijft toegankelijk. Met de huidige dubbele bomenrij langs het kanaal is het zicht op het achterliggende terrein al beperkt. Met de realisatie van een grondlichaam met struweel, parallel aan het kanaal, worden de bedrijfsactiviteiten en – elementen volledig afgeschermd. De zienswijze geeft dan ook geen aanleiding de omgevingsvergunning te wijzigen/aan te vullen met betrekking tot het ruimtelijke deel. Het bedrijf zal zich moeten houden aan de (visualisatie) landschappelijke inpassing.
18.
Geen goede ruimtelijke ordening
Gezien de voorliggende zienswijzen, de uit het besluit voortvloeiende negatieve consequenties ten aanzien van milieu, de aantasting van belangen van omwonenden en de discrepantie tussen uw besluit en de visies van de gemeentes Heerenveen en de Fryske Marren en overwegingen van de RCE kan hier geen sprake zijn van goede ruimtelijke ordening. Een van de mogelijkheden is dan een goede ruimtelijke onderbouwing te geven maar ook die ontbeert. Een andere mogelijkheid is dat het provinciaal bestuur zich beroept op provinciale belangen maar ook dat faalt, omdat Omrin vandaag de dag geen provinciaal belang meer kent, maar eerder gemeentelijke en commerciële belangen dient. Één van de belangen die de provincie zou moeten dienen, namelijk het landschap en de ruimtelijke kwaliteit, wordt nu door deze uitbreiding en verhoging van de stortplaats in belangrijke mate onrecht aangedaan. Andere provinciale belangen, zoals natuur, ecologische hoofdstructuur en milieu worden grootschalig aangetast en desondanks niet onderbouwd in de omgevingsvergunning noch komen Gedeputeerde Staten met een afwegingskader waarin zij de belangen afwegen en verhelderen. Antwoord Wij delen de mening niet dat hier geen sprake kan zijn van een goede ruimtelijke ordening en een goede ruimtelijke onderbouwing.
Wij verwijzen daarvoor naar de ontwerpomgevingsvergunning, die voorzien is van een goede ruimtelijke onderbouwing en volgens ons niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De aangevraagde omgevingsvergunning is beoordeeld en daarmee heeft een belangenafweging plaatsgevonden, waarbij de ontwerpomgevingsvergunning tevens voorzien is van overwegingen met betrekking tot de activiteit handelen in strijd met bestemmingsplan. Naar onze mening worden belangen niet geschaad. De zienswijze geeft geen aanleiding om de omgevingsvergunning voor het ruimtelijke deel te herzien. Bovendien is deze zienswijze meer voorzien van een mening en niet nader onderbouwd c.q. toegelicht. Wij kunnen hier dan ook geen verdere reactie op geven. Verzoeken aan gemeenteraad om intrekking Tijdens de periode dat de ontwerpomgevingsvergunning alsmede de ontwerpverklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad ter inzage heeft gelegen zijn er ook drie verzoeken bij de gemeenteraad ingediend om de ontwerpverklaring van geen bedenkingen in te trekken. De wetsgeschiedenis van de Wabo laat zien dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest dat een ontwerpverklaring van geen bedenkingen kan worden ingetrokken. De Wabo kent eenieder de mogelijkheid toe een zienswijze in te dienen.
Omdat er meerdere zienswijzen zijn ingediend tegen de ontwerpomgevingsvergunning, kan de door de raad afgegeven ontwerpverklaring van geen bedenkingen niet meteen worden aangemerkt als definitieve verklaring van geen bedenkingen. De gemeenteraad zal de zienswijzen, voor wat betreft de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ (voor het overige zijn Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag), beoordelen en eventueel verwerken in de definitieve beslissing over de verklaring van geen bedenkingen. De (rechts)personen die de gemeenteraad hebben verzocht de ontwerpverklaring van geen bedenkingen in te trekken, hebben daarnaast bij Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân een qua inhoud met hun verzoek corresponderende zienswijze ingediend. Ook hun zienswijzen worden door de raad meegenomen in zijn besluit om al dan niet een definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven.