Bijlage 7 Natuuronderzoek
Tekst van het document
Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Oriënterend natuuronderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur
Inhoudsopgave Samenvattende tabellen ........................................................................................................... 4 1
Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding............................................................................................................ 5 1.2 Kader van het onderzoek .................................................................................... 5 1.3 Ligging en beschrijving plangebied ..................................................................... 5 1.4 Voorgenomen activiteiten.................................................................................... 9 1.5 Leeswijzer ........................................................................................................... 9
2
Omgevingswet: Gebiedsbescherming......................................................................... 10 2.1 Toetsingskader .................................................................................................. 10 2.2 Resultaten ......................................................................................................... 10 2.3 Analyse en toetsing van mogelijke effecten ...................................................... 11
3
Omgevingswet: soortenbescherming .......................................................................... 12 3.1 Toetsingskader .................................................................................................. 12 3.2 Methode ............................................................................................................ 12 3.3 Resultaten ......................................................................................................... 13 3.3.1 Planten ................................................................................................. 13 3.3.2 Grondgebonden zoogdieren ................................................................ 13 3.3.3 Vleermuizen ......................................................................................... 14 3.3.4 Vogels .................................................................................................. 14 3.3.5 Vissen .................................................................................................. 15 3.3.6 Amfibieën & reptielen ........................................................................... 15 3.3.7 Ongewervelden .................................................................................... 16
4
Provinciaal natuurbeleid .............................................................................................. 17 4.1 Toetsingskader .................................................................................................. 17 4.2 Resultaten ......................................................................................................... 17 4.3 Conclusie ........................................................................................................... 17
5
Conclusies ................................................................................................................... 18 5.1 Natura 2000....................................................................................................... 18 5.2 Soortenbescherming ......................................................................................... 18 5.3 Provinciaal natuurbeleid .................................................................................... 18
Referenties ............................................................................................................................ 19 Bijlage 1 – Toetsingskaders wetgeving en beleid ................................................................. 20
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer sweco.projectId Datum 21-12-2024
Versie D1
Document referentie https://swecogroup.sharepoint.com/sites/nl-post_archive/secretariaat/vno zonneweide oudehaske.docx
3/28
Samenvattende tabellen In onderstaande tabellen is een samenvatting weergegeven van conclusies, voortkomend uit het verkennend natuuronderzoek.
Omgevingswet: gebiedsbescherming
Effecten Stikstofuitstoot tijdens werkzaamheden
Natura 2000-gebieden
Nader veld- en/of effectenonderzoek
Voorzorgmaatregelen*
Nadere procedure
Toets als > 0,00 mol N/ha/jr
Geen
Mogelijk
* mogelijke maatregelen om effecten te voorkomen Omgevingswet: soortbescherming
Effecten
Nader veld- en/of effectenonderzoek
Voorzorgmaatregelen*
Nadere procedure
Planten
Geen
Geen
Geen
Geen
Vleermuizen
Geen
Geen
Geen
Geen
Grondgebonden zoogdieren
Geen
Geen
Geen
Geen
Vogels
Verstoring broedvogels
Geen
Amfibieën
Aantasting leefgebied algemene vrijgestelde soorten tijdens uitvoering
Geen
Reptielen
Geen
Geen
Geen
Geen
Vissen
Aantasting leefgebied algemene soorten tijdens uitvoering
Geen
Opstellen EWP met maatregelen om effect op de staat van instandhouding van grote modderkruiper en schade aan individuen te voorkomen
Geen
Ongewervelden
Geen
Geen
Geen
Geen
Effecten
Nader veld- en/of effectenonderzoek
voorzorgmaatregelen*
Nadere procedure
Geen
Geen
Geen
Geen
Werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren of inspectie vooraf. Demping/verbreding sloten rustig opstarten en één kant op werken, uitvoering bij voorkeur buiten voortplantingsperiode
Geen Geen
* mogelijke maatregelen om effecten te voorkomen
Provinciaal beleid Natuurnetwerk Nederland, weidevogelkansgebieden en parels (soortspecifieke) ganzenfoerageergebieden
* mogelijke maatregelen om effecten te voorkomen
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
4/28
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Rooftop Energy heeft Sweco Nederland B.V. (hierna: Sweco) in 2020 gevraagd een ruimtelijke onderbouwing en een natuuronderzoek1 uit te voeren voor de realisatie van een zonneweide bij Oudehaske. Omdat het project nog niet is gerealiseerd en dit nog wel gaat gebeuren, is gevraagd een geactualiseerd Verkennend natuuronderzoek op te stellen.
1.2
Kader van het onderzoek
De voor dit project relevante natuurbescherming bestaat uit Natura 2000gebieden (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn), soorten, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en andere provinciaal beschermde gebieden. Het verkennend natuuronderzoek (VNO) is erop gericht om een eerste inzicht te krijgen in de mogelijke effecten van het plan op de beschermde natuurwaarden in en om het plangebied. Toetsing heeft plaatsgevonden op de beschermde Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en op de natuurbeleidskaders. De toetsing van de houtopstanden is buiten beschouwing gelaten, aangezien er geen bomen worden gekapt. In het rapport worden indien noodzakelijk de vervolgstappen beschouwd die moeten worden genomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Een verkennend natuuronderzoek heeft een geldigheid van 3 jaar, tenzij de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd.
1.3
Ligging en beschrijving plangebied
Het plangebied ligt noordelijk van de A7 in de omgeving van Oudehaske en Heerenveen in provincie Friesland (zie figuur 1.1). Het plangebied bestaat uit agrarisch grasland met een aantal sloten en is omgeven door wegen, een zandwinplas en industrieterrein. In figuur 1.2 staat de geplande inrichting van het plangebied, met in figuur 1.3 de geplande wijzigingen van de sloten. Een foto impressie staat in figuur 1.4.
1
Natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske, Sweco, maart 2020, 367815
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
5/28
Figuur 1.1 Rood omcirkeld de globale ligging van het plangebied.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
6/28
Figuur 1.2: Het plangebied met de invulling van de geplande zonneweide, sloten en paden in zwart, groen en oranje.
Figuur 1.3 In zwart de te dempen sloten ( 1 en 3), in blauw te verbreden sloten (2 en R).
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
7/28
Figuur 1.4 Foto-impressie van het plangebied
Voorkomende ecotopen Het plangebied bestaat uit grasland. Binnen het plangebied kunnen de volgende ecotopen onderscheiden worden: • sloten en oevers; • grasland. .
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
8/28
1.4
Voorgenomen activiteiten
De volgende werkzaamheden gaan plaatsvinden: • afvlakken van het terrein waar nodig; • dempen van twee sloten; • verbreden van een twee sloten; • plaatsen zonnepanelen; • plaatsen van een hek rond de zonneweide. De planning en duur van de activiteiten is nog niet bekend. Uitgangspunt is dat de werkzaamheden overdag plaatsvinden.
1.5
Leeswijzer
In de volgende hoofdstukken worden de bevindingen weergeven van het verkennend natuuronderzoek voor de hoofdaspecten Natura 2000 (hoofdstuk 2), soortenbescherming (hoofdstuk 3) en het provinciaal natuurbeleid (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 volgen de conclusies en aanbevelingen. De toetsingskaders bij het beleid worden weergegeven in bijlage 1.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
9/28
2
Omgevingswet: Gebiedsbescherming
2.1
Toetsingskader
De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn (VR) en/of Habitatrichtlijn (HR) zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitattypen binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd vanuit een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In het aanwijzingsbesluit van LNV is aangegeven welke natuurwaarden kwalificerend zijn op grond van de Habitatrichtlijn en/of Vogelrichtlijn. Hierin zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitattypen en/of soorten. Dit kunnen uitbreidings- en/of verbeterdoelstellingen zijn. Indien de habitattypen of leefgebieden van soorten zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) bevinden kunnen dit behoudsdoelstellingen zijn. In dit verkennend natuuronderzoek wordt getoetst of projecten of plannen negatieve gevolgen kunnen hebben voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen voor de soorten of habitattypen van de betreffende Natura 2000gebieden. Wanneer effecten niet op voorhand zijn uit te sluiten, kunnen de volgende vervolgstappen aan de orde zijn, zijnde een voortoets, passende beoordeling of ADC-toets. In bijlage 1 wordt het toetsingskader in meer detail beschreven. Bij de toetsing is gekeken naar de Natura 2000gebieden tot op 25 km afstand van het plangebied.
Dit is ruim voldoende om effecten door eventuele externe werking voldoende mee te nemen.
2.2
Resultaten
Voor de inventarisatie van Natura 2000-gebieden is gebruik gemaakt van de gebiedendatabase van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Uit deze gebiedendatabase blijkt dat de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden Deelen (op circa 4,6 km afstand) en Sneekermeergebied (op circa 5,3 km afstand) zijn. Dit betreft beide Vogelrichtlijngebieden. Het dichtstbijzijnde Habitatrichtlijngebied is Rottige Meenthe & Brandemeer (op circa 10,5 km). In dit gebied zijn stikstofgevoelige habitattypen aanwezig. In figuur 2.1 is de ligging weergegeven van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden in de omgeving.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
10/28
Figuur 2-1 Globale ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (transparant geel).
2.3
Analyse en toetsing van mogelijke effecten
Directe effecten Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied waardoor directe aantasting, zoals oppervlakteverlies en versnippering van een Natura 2000gebied niet aan de orde is. Tijdens de uitvoering kan sprake zijn van optische-, licht- en geluids-verstoring. Dergelijke verstoring reikt tot maximaal enkele honderden meters en zal gezien de afstand van minimaal 875 km (IJsselmeer) niet tot verstoring in Natura 2000-gebied leiden.
Stikstof In Rottige Meenthe & Brandemeer zijn stikstofgevoelige habitattypen aanwezig. Door het uitvoeren van de werkzaamheden voor de aanleg van de zonneweide zal een tijdelijke en geringe toename ontstaan in de uitstoot van stikstof. Er dient een berekening met het rekenmodel AERIUS te worden uitgevoerd. Als het resultaat een depositie > 0,00 mol N/ha/jr is, moet aanvullend een ecologische toets uitgevoerd worden en kan een vergunning nodig zijn. De nieuwe situatie waarbij de zonneweide in werking is leidt niet tot extra stikstofuitstoot.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
11/28
3
Omgevingswet: soortenbescherming
3.1
Toetsingskader
Soortenbescherming is geregeld in de Omgevingswet. De beschermde soorten in Nederland zijn in te delen in drie categorieën: soorten van de Vogelrichtlijn, soorten van de Habitatrichtlijn en Andere beschermde soorten. Indien een activiteit mogelijk een gevolg heeft voor een in het wild levende dier- of plantensoort, ongeacht de beschermingsstatus, is er sprake van een flora- en fauna-activiteit. Het uitvoeren van schadelijke handelingen bij soorten van de eerste twee categorieën, te weten vangen, doden, verstoren of hun vaste rusten verblijfplaatsen aan te tasten, leidt tot vergunningplicht. Voor soorten uit de derde categorie geldt, met uitzondering van gevallen van verstoring, ook deze vergunningplicht. Soorten uit de derde categorie kunnen door het bevoegd gezag onder voorwaarden vrijgesteld worden van vergunningplicht bij schadelijke handelingen. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is een aantal vergunningsvrije gevallen aangewezen. Een vergunning kan alleen worden verleend als er geen andere bevredigende oplossing is, er sprake is van een wettelijk belang en de activiteit niet leidt tot een verslechtering van de staat van Instandhouding van de aangevraagde soort.
Naast bovengenoemde beschermde soorten, dient ter invulling van de specifieke zorgplicht en het voorkomen van onnodig lijden ook onderzoek uitgevoerd te worden naar kwetsbare en/of bedreigde (niet-beschermde) soorten. Hiertoe behoren soorten van de Vogelrichtlijn (Bijlage I Vrl en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, 2e lid Vrl), Habitatrichtlijn soorten (Bijlage II, IV en V Hrl), nationaal beschermde soorten (Bijlage IX Bal) en Rode Lijst-soorten (Art. 2.19, vijfde lid, onder a, onder 3° Ow). Het toetsingskader voor soortenbescherming wordt nader beschreven in bijlage 1.
3.2
Methode
Het actueel en potentieel voorkomen van beschermde soorten in het plangebied is onderzocht middels een bronnenonderzoek en een oriënterend veldbezoek. Op basis hiervan is een habitatgeschiktheidsbeoordeling gedaan.
Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek heeft als doel een overzicht te verkrijgen van de beschikbare informatie met betrekking tot het voorkomen van beschermde soorten in de plangebieden en omgeving. Vanwege de te verwachten effecten zijn de (potentiële) aanwezigheid van beschermde soorten en de effecten hierop tot maximaal 500 meter van het plangebied onderzocht. De effecten van de werkzaamheden zullen, gezien hun aard, naar verwachting niet ver reiken, maximaal enkele honderden meters. Hiervoor zijn onder andere landelijke (digitale) verspreidingsatlassen (waaronder de NDFF-Verspreidingsatlas2), regionale verspreidingsatlassen en, indien beschikbaar, voorgaande onderzoeken geraadpleegd. Ook is data direct uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) gebruikt van de afgelopen 5 jaar (2019-2024).
2
www.verspreidingsatlas.nl
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
12/28
Habitatgeschiktheidsbeoordeling Op basis van beschikbare gegevens en een oriënterend veldbezoek is de geschiktheid van biotopen voor beschermde soorten beoordeeld. Deze beoordeling brengt samen met het bronnenonderzoek de beschermde soort(-groep)en in beeld die in het plangebied (kunnen) voorkomen. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 14 januari 2025 door een deskundig ecoloog van Sweco. Ten tijde van het veldbezoek was het 4°C en bewolkt, bij een zuidwestelijke windkracht 3.
Analyse en toetsing van mogelijke effecten Op basis van het bronnenonderzoek en de habitatgeschiktheidsbeoordeling is een inschatting gemaakt in hoeverre de te verwachten soort(-groep)en en/of het geschikte biotoop beïnvloed wordt of kunnen worden door de voorgenomen activiteit. Hieruit is duidelijk geworden voor welke soort(-groepen) nader (veld)onderzoek en eventueel het aanvragen van een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit in het kader van de Omgevingswet aan de orde is.
3.3
Resultaten
3.3.1
Planten
Actueel en potentieel voorkomende soorten De NDFF (2019-2024) toont in het plangebied geen waarnemingen van beschermde plantensoorten. Beschermde soorten komen voornamelijk voor in stabiele (voedselarme) habitattypen, zoals duinen, heiden en venen. Ook zijn geen waarnemingen bekend van soorten van de Rode Lijst. Wel is de Rode Lijst-soort krabbenscheer in de sloot op circa 500 m ten oosten van het plangebied waargenomen. In het plangebied is, tijdens het veldbezoek in 2020, dat in oktober plaatsvond wanneer krabbenscheer nog waarneembaar is, dit niet aangetroffen. Wel is tijdens het veldbezoek in het grasland klaver waargenomen en langs de bredere sloten die langs (buiten) het plangebied staat riet.
Effectanalyse Omdat geen beschermde planten zijn aangetroffen en deze – gezien de huidige voedselrijke omgeving– ook niet zijn te verwachten, is het uitgesloten dat vanuit het voornemen negatieve effecten op beschermde planten optreden. Aanvullend onderzoek naar de aan- dan wel afwezigheid van beschermde planten is niet nodig. Ook is een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet met betrekking tot planten niet nodig.
3.3.2
Grondgebonden zoogdieren
Actueel en potentieel voorkomende soorten De NDFF (2019-2024) toont in de omgeving van het plangebied waarnemingen van de beschermde otter (in de plas die aan de oostzijde van het plangebied ligt en op circa 1 km ten noorden van het plangebied nabij de Veldweg), eekhoorn en van de (vergunningplicht vrijgestelde) haas en konijn. Tijdens het veldbezoek zijn, uitgezonderd molshopen, geen zoogdieren, sporen of verblijfplaatsen van zoogdieren waargenomen. Rond de zonneweide wordt een hek geplaatst. Grotere zoogdieren zullen het plangebied dan niet meer kunnen passeren, maar voor kleine zoogdieren blijft het toegankelijk en te gebruiken.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
13/28
Effectanalyse Met de werkzaamheden gaat geen essentieel leefgebied van de meeste grondgebonden zoogdieren verloren omdat dit niet is aangetroffen. Omdat negatieve effecten uitgesloten zijn is een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet niet nodig. Uitgangspunt hierbij is dat tijdens de werkzaamheden gezorgd wordt dat aanwezige zoogdieren het werkgebied kunnen verlaten.
3.3.3
Vleermuizen
Actueel en potentieel voorkomende soorten De NDFF (2019-2024) toont ten noorden van het plangebied waarnemingen van gewone en ruige- dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Binnen het plangebied zijn geen opstallen en/of bomen met mogelijke functies voor vleermuizen aanwezig. De bomenrijen rondom (buiten) het plangebied blijven intact en kunnen hun mogelijke functie als vliegroute en/of foerageergebied blijven vervullen. Het water in de omgeving blijft ook intact, maar een tweetal sloten wordt gedempt en een tweetal sloten verbreed.
Effectanalyse Omdat binnen het plangebied geen opstallen en/of bomen met mogelijke functies voor vleermuizen aanwezig zijn en vliegen langs oevers binnen plangebied mogelijk blijft, heeft de aanleg van de zonneweide geen negatieve effecten op vleermuizen. Ook wordt bij daglicht gewerkt waardoor mogelijke verstoring wordt voorkomen. Vervolgonderzoek en een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet met betrekking tot vleermuizen is niet nodig.
3.3.4
Vogels
Actueel en potentieel voorkomende soorten De NDFF (2019-2024) toont waarnemingen van diverse (broed)vogelsoorten, waaronder rietgors en kleine karekiet (2023, beide baltsend en zingend op het uiterst noordelijk deel direct langs het meer waar de oevers dicht begroeid zijn. In het plangebied zijn geen bomen of opstallen aanwezig waardoor jaarrond beschermde nesten ontbreken. Wel is nestgelegenheid aanwezig op grasland en in sloten en oevers. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten waargenomen, wel is een buizerd gezien en veel ganzenpoep op het grasland. Vogels met jaarrond beschermde nesten zijn ingedeeld in 5 categorieën en zijn beschreven in bijlage 1.
Effectanalyse De werkzaamheden leiden niet tot vernietiging van mogelijke beschermde broedplaatsen van vogels, omdat deze niet aanwezig zijn in het plangebied. De oevers waar rietgors en kleine karekiet zijn waargenomen blijven intact en beschikbaar als broedlocatie. Aanvullend onderzoek naar de aan- dan wel afwezigheid van mogelijk beschermde nestplaatsen is niet nodig. Een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet met betrekking tot vogels met jaarrond beschermde nesten is eveneens niet nodig.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
14/28
Bij de uitvoering van de werkzaamheden kan verstoring van broedende vogels optreden. Omdat alle in Nederland broedende vogels tijdens het broeden beschermd zijn dient rekening gehouden te worden met broedende vogels binnen de verstoringsafstand van de werkzaamheden. Bij voorkeur door uitvoering buiten de broedperiode. Als dit niet mogelijk is dient voorafgaande de start van de werkzaamheden een controle op aanwezigheid van broedende vogels te worden uitgevoerd. Als blijkt dat er een broedgeval aanwezig is binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, wordt gewacht met de werkzaamheden tot de jongen uitgevlogen zijn, of worden de werkzaamheden dusdanig uitgevoerd dat het nest niet verstoord wordt zo lang de jongen nog aanwezig zijn.
3.3.5
Vissen
Actueel en potentieel voorkomende soorten De NDFF (2019-2024) toont in de wijde omgeving geen waarnemingen van beschermde vissen. Algemene vissoorten kunnen wel in de sloten voorkomen. Ook ligt het plangebied in het verspreidingsgebied van grote modderkruiper. Twee sloten blijven behouden en worden verbreed en twee sloten worden gedempt.
Effectanalyse De totale omvang van het oppervlaktewater binnen het plangebied blijft gelijk. Het is mogelijk dat door de werkzaamheden leefgebied van grote modderkuiper wordt aangetast, het gaat om een klein deel daarvan. Een groot deel van de sloten is hiervoor te ondiep, dit zijn meer greppels in het grasland. Eventueel aanwezige exemplaren kunnen zich verplaatsen naar aansluitend geschikt leefgebied. Hierdoor wordt geen effect op de staat van instandhouding verwacht. Door het werk met maatregelen uit te voeren kan ook schade aan individuen (doden of verwonden) worden voorkomen. De te nemen maatregelen dienen in een op het werk toegespitst ecologisch werkprotocol te worden uitgewerkt. Als de maatregelen worden toegepast is aanvullend onderzoek en een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet met betrekking tot onder de wet beschermde vissen niet nodig.
3.3.6
Amfibieën & reptielen
Actueel en potentieel voorkomende soorten De NDFF (2019-2024) toont in het plangebied en omgeving geen waarnemingen van beschermde (niet-vrijgestelde) amfibieën en reptielen. De beschermde poel- en heikikker en ringslang komen in de omgeving niet voor (verspreidingsatlas Ravon). Wel is op afstand, ten zuiden van de A7 (bij de Nijefjildwei) dat een totaal ander habitat biedt als het plangebied, de beschermde ringslang waargenomen. Nabij het plangebied zijn (van de vergunningplicht vrijgestelde) bastaardkikker, bruine kikker en kleine watersalamander waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen aanvullende waarnemingen betreffende amfibieën dan wel reptielen gedaan. De aanwezige sloten en het naastgelegen meer vormen geschikt leefgebied voor van de vergunningplicht vrijgestelde amfibieën.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
15/28
Effectanalyse Beschermde (niet-vrijgestelde) amfibieën en reptielen zijn in het plangebied niet te verwachten. Wel kunnen algemene vrijgestelde amfibieënsoorten voorkomen. Voor algemene amfibieën is het effect van de werkzaamheden bekend, deze soorten kunnen met de werkzaamheden verstoord dan wel gedood worden. Echter kunnen preventieve (voorzorgs-)maatregelen getroffen worden om deze effecten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voor aanwezige dieren dient de zorgplicht in acht genomen te worden, wat voornamelijk inhoudt dat deze tijdens de werkzaamheden de gelegenheid moet worden geboden het plangebied te verlaten. Het dempen en verbreden van de sloten dient daarom in één richting plaats te vinden en bij voorkeur buiten het voortplantingsseizoen (circa maart-augustus). Aanvullend onderzoek en een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet met betrekking tot onder de wet beschermde (niet-vrijgestelde) amfibieën en reptielen zijn niet nodig.
3.3.7
Ongewervelden
Actueel en potentieel voorkomende soorten De NDFF (2019-2024) toont in het plangebied en omgeving geen waarnemingen van beschermde ongewervelden. Ook zijn in de directe omgeving geen soorten van de Rode Lijst waargenomen. Op bijna 1 km noordelijk van het plangebied is wel de Rode Lijst-soort oranje zandoogje waargenomen. Tijdens het veldbezoek is gebleken dat de graslanden geen geschikt habitat bieden voor beschermde ongewervelden omdat het volledig uit (raai)grasland bestaat.
Effectanalyse Er zijn binnen het plangebied en directe omgeving geen beschermde soorten waargenomen of, op basis van het aanwezige habitat, te verwachten. Ook zijn geen Rode Lijst-soorten zijn aangetroffen. De geplande zonneweide zal daarom geen negatieve effecten hebben op deze soortgroep. Aanvullend onderzoek naar de aan- dan wel afwezigheid van beschermde ongewervelden en een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet met betrekking tot ongewervelden zijn niet nodig.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
16/28
4
Provinciaal natuurbeleid
4.1
Toetsingskader
Het beleidskader van de overheid dat niet in de landelijke wetgeving is vastgelegd, bestaat uit het beleid ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarnaast kent provincie Friesland beleid ten aanzien van weidevogelkansgebieden en ganzenfoerageergebieden en soortspecifieke ganzenfoerageergebieden. In bijlage 1 wordt het beleid nader beschreven. Het verkennend natuuronderzoek geeft inzicht in de ligging van het NNN en andere natuurkernwaarden in de omgeving van het plangebied en de noodzaak voor het doorlopen van een ‘ja, mits, procedure’. In provincie Friesland is toetsing van effecten door externe werking van toepassing.
4.2
Resultaten
Het plangebied ligt buiten NNN-gebied en grenst aan natuur buiten NNN. Ook zijn in de nabije omgeving weidevogelkansgebieden aanwezig, waarvan de dichtstbijzijnde westelijk aan de overzijde van de weg (De Dolten) ligt. Ganzenfoerageergebieden zijn niet aanwezig in de nabije omgeving. In figuur 4-1 is de ligging van het plangebied ten opzichte NNN weergegeven.
Figuur 4-1 Het plangebied rood omkaderd met ligt buiten NNN (groen niet aanwezig is figuur) met aangrenzend natuur buiten NNN (oranje) en in de omgeving een aantal stroken NNN-gebied (groen).
4.3
Conclusie
Het plangebied ligt buiten provinciaal beschermde gebieden. Omdat ook de watergang langs het aan de oostzijde grenzende Natuur buiten NNN-gebied volledig passeerbaar is en uitwisseling mogelijk blijft, zijn negatieve effecten ten aanzien van de kernwaarden van NNN uitgesloten.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
17/28
5
Conclusies
5.1
Natura 2000
Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied waardoor directe aantasting, zoals oppervlakteverlies en versnippering van een Natura 2000gebied niet aan de orde kan zijn. Tijdens de uitvoering kan sprake zijn van optische-, licht- en geluids-verstoring. Dergelijke verstoring reikt tot maximaal enkele honderden meters en zal gezien de afstand van meer dan 5 km niet tot verstoring in Natura 2000-gebied leiden. Omdat niet wordt uitgesloten dat de werkzaamheden leiden tot projectgebonden stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden dient een berekening met het rekenmodel AERIUS te worden uitgevoerd. Als het resultaat een depositie > 0,00 mol N/ha/jr is, moet aanvullend een ecologische toets uitgevoerd worden en kan een vergunning nodig zijn.
5.2
Soortenbescherming
Om te voorkomen dat de werkzaamheden effect hebben op algemene broedvogels dienen de werkzaamheden uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. Het broedseizoen loopt globaal van halverwege maart tot en met juli. Als niet voorkomen kan worden binnen het broedseizoen te werken dient voorafgaand aan de werkzaamheden het plangebied geïnspecteerd te worden door een deskundig ecoloog op de aanwezigheid van broedvogels. Als deze aanwezig zijn dient gewacht te worden met de werkzaamheden tot de jongen uitgevlogen zijn. Om broedgevallen te voorkomen kunnen voorafgaand aan het broedseizoen maatregelen getroffen worden. Voor alle overige soorten geldt dat door de herinrichting geen essentieel leefgebied verloren gaat. Tijdens de werkzaamheden geldt voor alle soorten dat wanneer deze rustig worden gestart en in één richting wordt gewerkt, dieren zich tijdens het werken niet binnen het plangebied zullen ophouden, dan wel het werkgebied gemakkelijk kunnen verlaten. Voor mogelijk aanwezige grote modderkruiper in de sloten waar gewerkt wordt, dient zodanig gewerkt te worden dat geen effect op de staat van instandhouding ontstaat en schade aan individuen (doden of verwonden) wordt voorkomen. De te nemen maatregelen dienen in een op het werk toegespitst ecologisch werkprotocol te worden uitgewerkt.
Voor geen van de aangetroffen soorten hoeft een vergunning voor een Flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden.
5.3
Provinciaal natuurbeleid
De geplande werkzaamheden vinden plaats buiten NNN-gebied. Negatieve effecten op NNN en overige beschermde gebieden zijn uitgesloten.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
18/28
Referenties RVO, 2022. Indicatieve lijst jaarrond beschermde vogelnesten Indicatieve lijst jaarrond beschermde nesten (rvo.nl) Krijgsveld et. al., 2008, Verstoringsgevoeligheid van vogels, Bureau Waardenburg bv. Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), periode 2018-2023. Ingezien van https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/. NDFF-verspreidingsatlas. Ingezien van https://www.verspreidingsatlas.nl/. NNN- natuurgebieden provincie Friesland. Ingezien vanaf: https://www.fryslan.frl/natuurnetwerk-nederland
Websites • • • • • •
RAVON www.ravon.nl. Telmee www.telmee.nl. Zoogdiervereniging www.zoogdiervereniging.nl. www rijksoverheid.nl Ministerie van landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. www.natura2000.nl. www.habitus.nl.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
19/28
Bijlage 1 – Toetsingskaders wetgeving en beleid Omgevingswet: Natura 2000-gebieden Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Daarbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitats en/of soorten. Voor habitattypen en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau bevinden (kwalitatief en kwantitatief) kunnen behoudsdoelstellingen bestaan. Voor habitattypen en leefgebieden van soorten die nog niet het gewenste niveau hebben bereikt, kunnen uitbreidings- en/of verbeterdoelstellingen bestaan. In het Bal is een specifieke zorgplicht opgenomen voor Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden (art. 11.6 Bal). Iedereen die activiteiten uitvoert die verslechterende of significant verstorende gevolgen kunnen hebben, moet nadelige gevolgen zoveel als mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken (art. 11.6, lid 1 Bal). Er moet worden nagegaan of nadelige gevolgen (verslechterende of significant verstorende gevolgen) op instandhoudingsdoelstellen op grond van objectieve gegevens op voorhand uitgesloten kunnen worden (art. 11.6, lid 2 Bal).
Als nadelige gevolgen niet te voorkomen zijn, dan verplicht de specifieke zorgplicht passende preventieve maatregelen te nemen (art. 11.6, lid 2, onder d), of, als dit niet gaat, om passende herstelmaatregelen te treffen (art. 11.6, lid 2, onder f). Daarnaast dient de effectiviteit van de maatregelen gemonitord te worden. De specifieke zorgplicht geldt altijd, dus voor Natura 2000-activiteiten, maar ook voor activiteiten die conform een Natura 2000-beheerplan worden uitgevoerd. Vergunningplicht projecten Een activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt aangeduid met een ‘Natura 2000-activiteit'. Er wordt bij de regels voor Natura 2000-gebieden onderscheid gemaakt tussen een ‘Natura 2000-activiteit' en andere activiteiten. Een Natura 2000-activiteit is vergunningplichtig (art. 5.1, lid 1 Ow), tenzij er sprake is van een ‘vergunningsvrij geval’ (art. 11.16 t/m 11.21 Bal). Activiteiten die nodig zijn voor het beheer van Natura 2000-gebieden (om de doelstellingen te kunnen halen) of geen significante gevolgen hebben, vallen niet onder de regels voor een Natura 2000-activiteit.
Er dient getoetst te worden of een activiteit (al dan niet significante) negatieve gevolgen kan hebben. Wanneer na een eerste verkennende effectbeoordeling effecten niet op voorhand zijn uit te sluiten kunnen de volgende vervolgstappen aan de orde zijn:
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
20/28
•
•
•
Een voortoets geeft een aanwijzing over de mogelijke negatieve effecten van een plan of project op Natura 2000-gebieden. Uit de voortoets volgt ook welke vervolgstappen nodig zijn. Soms blijkt uit de voortoets dat er zeker geen significant negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden zijn. Er zijn dan geen vervolgstappen nodig. Indien er sprake is van een Natura 2000activiteit die niet vergunningsvrij is, en significante effecten niet kunnen worden uitgesloten, volgt een Passende Beoordeling; Passende beoordeling: beoordeling of significante gevolgen van het plan of project zijn uit te sluiten rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen. De regels waar een Passende Beoordeling aan moet voldoen staan in art. 16.53c Ow en art. 8.74b Bkl. Als significante gevolgen ondanks mitigatie niet uit te sluiten zijn, volgt een ADC-toets; ADC-toets: aangetoond dient te worden dat er geen Alternatieven zijn met minder grote effecten, er sprake is van een Dwingende reden van groot openbaar belang en in afdoende Compensatie is voorzien (projecten: art. 8.74b, lid 2 en 3 Bkl. Plannen: art. 10.24, lid 2 en 3 Bkl).
Mogelijke nadelige gevolgen als gevolg van de depositie van stikstof dienen bij Natura 2000-activiteiten getoetst te worden door middel van de Aerius Calculator (art. 4.15 Or). Als uit de voortoets blijkt dat het niet gaat om een ‘Natura 2000-activiteit' of als het een vergunningsvrij geval betreft, is er mogelijk nog wel sprake van een ‘activiteit die nadelige (maar zeker geen significante) gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied’. Ondanks dat er geen vergunningplicht geldt, blijft de specifieke zorgplicht van toepassing. Vastlegging van toetsing aan de specifieke zorgplicht wordt sterk aangeraden. Mogelijkheid tot vaststelling plannen De term ‘Natura 2000-activiteit' geldt alléén voor projecten. Een plan mag worden vastgesteld als uit een Passende Beoordeling, bedoeld in artikel 16.53c, eerste lid Ow, de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten (art. 10.24 Bkl). Is er ondanks mitigatie nog steeds sprake van een significant gevolg, dan kan het plan alleen worden vastgesteld als de zogenaamde ADC-toets met succes is doorlopen (art. 10.24, lid 2 en 3 Bkl). In het Bal zijn een aantal vergunningsvrije gevallen aangewezen waarvoor geen vergunningplicht geldt.
Dit betreft onder meer: • In een programma (bijvoorbeeld Natura 2000-beheerplan) aangewezen Natura 2000-activiteiten die voldoen aan art. 11.21 Bal, mits het programma voldoet aan de eisen zoals aangegeven in art. 11.18, lid 2 Bal. • In een omgevingsverordening aangewezen Natura 2000-activiteiten die voldoen aan art. 11.19 en art. 11.21 Bal. • In een ministeriele regeling aangewezen Natura 2000-activiteiten die voldoen aan art. 11.20 en 11.21 Bal.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
21/28
Omgevingswet: soortenbescherming Bescherming van soorten wordt in de Omgevingswet geregeld in hoofdstuk 5. Alle activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild voorkomende dieren of planten zijn zogeheten flora- en fauna-activiteiten (bijlage bij art. 1.1 Omgevingswet). Voor alle flora- en fauna-activiteiten is een specifieke zorgplicht opgenomen (art. 11.27 Bal). Deze houdt in dat iedereen die een flora- en fauna-activiteit uitvoert, nadelige gevolgen zo veel als mogelijk dient te voorkomen, beperken of ongedaan te maken (art. 11.27, 1e lid Bal). Om te voldoen aan de specifieke zorgplicht dient eenieder onderzoek te doen naar het voorkomen van een aantal type soorten die kwetsbaar of bedreigd zijn (art. 11.27, 2e lid Bal). Deze soorten betreffen in Nederland van nature voorkomende: • Vogelrichtlijn-soorten zoals genoemd in bijlage I Vrl en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, 2e lid Vrl. • Habitatrichtlijn-soorten als opgenomen in bijlage II, IV en V Hrl. • Dieren of planten die staan opgenomen op de Rode Lijsten. • Nationaal beschermde soorten (bijlage IX Bal). Indien er sprake is van schadelijke handelingen, leidt dit tot een vergunningsplichtig geval.
De schadelijke handelingen komen voort uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en Internationale Verdragen en betreffen de volgende handelingen. Schadelijke handelingen Vogelrichtlijn (art. 11.37 Bal): • Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in art. 1 Vrl. • Het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels. • Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels. • Het opzettelijk storen van vogels. • Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. • Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. Schadelijke handelingen Habitatrichtlijn (art. 11.46 Bal): • Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levend dieren Hrl bijlage IV, onder a, Bern bijlage II, Bonn bijlage I (ex. Vogels art. I Vrl). • Het opzettelijk verstoren van dieren. • Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren. • Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren.
• Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b Hrl of bijlage I verdrag van Bern, in hun natuurlijk verspreidingsgebied. • Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
22/28
Schadelijke handelingen andere soorten (art. 11.54 Bal): • Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A. • Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren. • Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. • Het verbod geldt niet voor bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. • Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel. Voor Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten geldt dat voortplantings- en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) niet opzettelijk verstoord of vernietigd mogen worden, en dat exemplaren niet opzettelijk mogen worden gedood of verwond. In gebruik zijnde nesten van vogels zijn te allen tijde gedurende het broedseizoen beschermd. Van een aantal vogelsoorten geniet de vaste rust- en verblijfplaats een aanvullende jaarronde bescherming. Er is een indicatieve landelijke lijst opgesteld, maar provincies hebben de mogelijkheid deze aan te passen.
Vogels met jaarrond beschermde nesten zijn ingedeeld in 5 categorieën, waarbij de nesten van soorten van categorie 1 t/m 4 in principe altijd jaarrond beschermd zijn, en nesten van soorten van categorie 5 enkel wanneer er een zwaarwegend ecologisch belang is om het nest wel jaarrond te beschermen. Zie onderstaande Tekstbox 1 voor een toelichting per categorie. Ook voor soorten van categorieën 1 t/m 4 kunnen zich uitzonderingssituaties voordoen waarbij een nest geen jaarronde beschermd behoeft. Dit wordt beoordeeld door een ecoloog. Soorten van categorie 1 t/m 4 zijn de volgende: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Van een aantal andere soorten zijn de nesten enkel beschermd indien er onvoldoende alternatieven zijn.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
23/28
Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Ow jaarrond: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Op soorten van de volgende categorie gelden de verbodsbepalingen van de Ow niet jaarrond: 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd.
Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Indien dit het geval is, is een omgevingscheck benodigd.
Onderzoeken naar het voorkomen van soorten uit de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn hebben een geldigheidsduur van drie jaar. Na deze termijn dient het onderzoek te worden geactualiseerd. Voor Andere soorten geldt dat voortplantingsplaatsen en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van deze soorten niet (opzettelijk) vernietigd mogen worden en dat exemplaren niet (opzettelijk) mogen worden gedood of verwond. Verstoring van deze soorten is geen schadelijke handeling die leidt tot een vergunningsplichtig geval. Ten aanzien van de Andere soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid heeft om soorten binnen deze categorie onder voorwaarden vrij te stellen (zie tabel 1).
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
24/28
Tabel 1 Vrijgestelde soorten in provincie Friesland Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Huisspitsmuis
Amfibieën Konijn Ree Rosse Woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat
Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker
Een aantal uitzonderingen op de vergunningplicht en de vergunningsvrije gevallen zijn benoemd. Er geldt geen vergunningplicht wanneer: • Schadelijke handelingen uitgevoerd worden ten behoeve van instandhoudings- en passende maatregelen in het kader van het bereiken van Natura-2000 doelstellingen (zie art. 11.37, lid 2 onder b, art. 11.46, lid 2 onder b en art. 11.54 lid 2 onder c Bal). • Flora- en fauna-activiteiten aangewezen zijn in een programma (bijvoorbeeld in een Natura 2000-beheerplan). • Flora- en fauna-activiteiten zijn aangewezen in een omgevingsverordening (bijvoorbeeld door de provincie vrijgestelde soorten en handelingen). • Flora- en fauna-activiteiten zijn aangewezen in een ministeriële regeling (bijvoorbeeld door de minister van LNV vrijgestelde soorten en handelingen). • Flora- en fauna-activiteiten aantoonbaar worden uitgevoerd conform een per ministeriële regeling aangewezen gedragscode. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld of voor voorgenomen schadelijke handelingen geldt een vergunningplicht. Een omgevingsvergunning kan enkel worden verleend als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (artikel 8.74l Bkl). • De activiteit nodig is vanwege bepaalde belangen. • Geen andere bevredigende oplossing mogelijk is. • De activiteit niet nadelig is voor de gunstige staat van instandhouding van populaties.
• Verder geldt in geval van populatiebeheer een aanvullende beoordelingsregel. Voor vogels gelden zwaardere belangen dan voor soorten van Habitatrichtlijn of verdragen, en voor andere soorten. Voor andere soorten wordt ook vergunning verleend voor activiteiten in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud en voor een zelf nader te specificeren ‘Algemeen belang’. Voor vogels gelden zwaardere belangen dan voor soorten van Habitatrichtlijn of verdragen, en voor andere soorten. Voor andere soorten wordt ook vergunning verleend voor activiteiten in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en bestendig beheer of onderhoud en voor een zelf nader te specificeren ‘Algemeen belang’.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
25/28
Rode Lijst-soorten De Rode Lijsten hebben geen juridische status. Rode Lijst-soorten vallen derhalve niet automatisch onder specifieke beschermingsregels. Voor Rode Lijst-soorten van nationaal belang, zoals vermeld in Bijlage IX van het Bal, gelden wel specifieke beschermingsregels. Soms kan het verrichten van activiteiten nadelig zijn voor een Rode Lijst-soort. De activiteit is dan een flora- en fauna-activiteit waarvoor de specifieke zorgplicht geldt. Omgevingswet: Houtopstanden De regels voor de bescherming van houtopstanden en bomenrijen staan opgenomen in Afdeling 1.3 Bal. Hierin staat dat het vellen van houtopstanden is beschermd door een algemene meldplicht (art. 11.126 Bal) en herplantplicht (art. 11.129 Bal) voor houtopstanden vanaf 10 are of meer of bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen, buiten de zogeheten ‘bebouwingscontour houtkap’ (art. 11.111, lid 2 Bal). Het is verboden om zonder een melding een houtopstand te vellen. De velling moet ten minste 4 weken tot maximaal 1 jaar vooraf worden gemeld (art. 11.126 Bal). Als een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, geldt een herplantplicht. De opstand moet binnen 3 jaar op dezelfde grond op bosbouwkundige wijze worden herbeplant (art. 11.129 Bal). Als de herbeplanting binnen 3 jaar niet is aangeslagen, wordt deze vervangen. De regels gelden niet voor: • Houtopstanden kleiner dan 10 are.
• Bomenrijen bestaande uit 20 bomen of minder. • Houtsopstanden op erven of in tuinen. • Bomen of struiken voor de teelt van vruchten of noten. • Windschermen om boomgaarden. • Kerstbomen niet ouder dan 20 jaar. • Kweekgoed. • Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs watergangen of eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. • Dunningen. • Beplantingen van populieren, wilgen, essen of elzen voor productie van biomassa, die tenminste eens in de 10 jaar worden geoogst, bestaande uit minstens 10.000 stoven/ha/beplantingseenheid en die zijn aangelegd na 1 januari 2013. Voor het vellen van houtopstanden, het herbeplanten van grond of nadat een houtopstand op een andere manier teniet is gegaan, geldt een specifieke zorgplicht (art. 11.116 Bal). De specifieke zorgplicht voor vellings- en herbeplantingsactiviteiten en handel in en bezit van hout, stelt dat als zo'n activiteit nadelige gevolgen heeft voor de oogmerken voor de regels voor deze activiteiten (art. 11.112 Bal), degene die deze verricht verplicht is om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken of achterwege te laten. Om aantoonbaar aan de specifieke zorgplicht te hebben voldaan, is het raadzaam de toetsing aan de zorgplichtbepalingen in een rapportage vast te laten leggen.
Gedeputeerde Staten heeft de bevoegdheid om maatwerkvoorschriften op te stellen over de melding- en herplantplicht (art. 11.119 Bal), om op die wijze af te wijken van de melding- of herplantplicht. Tevens zijn er een aantal uitzonderingen van de meld- en herplantplicht (art. 11.131 Bal) voor vellingen. Tevens geldt de meld- en herplantplicht niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout (art. 11.126, lid 2 en art. 11.129, lid 1 Bal)
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
26/28
Provinciaal natuurbeleid Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), in 1990 door het Rijk geïntroduceerd als Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland. Naast tal van natuurgebieden omvat het NNN ook vrijwel alle Natura 2000-gebieden. Behoudens de rijkswateren, waar het Rijk bevoegd gezag is (onder andere Waddenzee, Noordzee, IJsselmeer), zijn de provincies bevoegd gezag inzake het NNN. De aanwijzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is geregeld in de Omgevingsverordening, conform art. 2.44, lid 4 Ow en art. 7.6, lid 1 Bkl. In de Omgevingsverordening zijn (instructie)regels gesteld voor Omgevingsplannen van gemeenten en projectbesluiten (art. 7.8, 1e lid Bkl). Deze regels zijn gesteld in het belang van de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. De wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN worden vastgesteld Omgevingsverordening door de provincie conform artikel 7.7 Bkl. Het kan per provincie verschillen hoe wezenlijke kenmerken en waarden worden gedefinieerd. In artikel 7.7, lid 2 wordt aangegeven dat deze waarden worden bepaald met inachtneming van de doelstellingen bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder g, van de wet.
Hiermee wordt gedoeld op de verantwoordelijkheid van provincies om, op het gebied van natuur, zorg te dragen voor behoud of herstel van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen, van hun biotopen en habitats, en van in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, in overeenstemming met de internationaalrechtelijke verplichtingen. Het beschermingsregime voor het NNN is uitgewerkt in art. 7.8, lid 2 Bkl. De regels verzekeren in ieder geval dat de kwaliteit en oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland niet achteruitgaan, dat de samenhang tussen gebieden van het natuurnetwerk worden behouden en dat, als binnen het natuurnetwerk activiteiten worden toegelaten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden, deze gevolgen tijdig worden gecompenseerd, zodanig dat de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk behouden blijven. Onder de Ow is er sprake van een ‘ja, mits’-principe. Echter, als er sprake is van nadelige gevolgen, dient er gecompenseerd te worden. Er is dus een compensatieplicht.
Overige gebieden Binnen provincie Friesland zijn naast NNN gebieden ook gebieden aangewezen als ganzenslaap- en foerageergebieden en zijn gebieden aangewezen als weidevogel(kans)gebieden en Parels.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
27/28
Tevens kunnen bijzondere nationale natuurgebieden aangewezen worden als de bescherming van het gebied nodig is voor de instandhouding of herstel van biotopen en leefgebied van in Nederland van nature in het wild voorkomende soorten genoemd in bijlage I Vogelrichtlijn of Bijlage I, II, IV of V Habitatrichtlijn. In dat geval bevat het aanwijzingsbesluit instandhoudingsdoelstellingen (art. 3.64 Bkl). Voor de bescherming van bijzondere nationale natuurgebieden geldt, naast een mogelijke toegangsbeperking, de specifieke zorgplicht zoals genoemd in art. 11.6 Bal. De provincies kunnen bijzondere provinciale natuurgebieden of bijzondere provinciale landschappen aanwijzen (art. 2.44, lid 5 Ow). De geldende regels zijn opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening.
Sweco | Verkennend natuuronderzoek Zonneweide Oudehaske Projectnummer 51025111 Datum 21-01-2025
Versie D1
Document referentie NL25-648800269-120144
28/28