CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5_Kadernota 2019

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Startnotitie visie op opvoeden en opgroeien8.702 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

juli 2019

Heerenveen ontwikkelt verder Kadernota Sociaal Domein 2019 - 2025

2

3

1. Inhoudsopgave 2. Inleiding

4

3. Wat gebeurt er om ons heen?

6

4. Onze belofte aan de inwoner

10

5. Doelen en opgaven

14

6. De kosten

20

Onze missie

Onze visie

Wij zijn er voor de Heerenveense samenleving! Wij helpen onze inwoners in alle levensfases, daar waar het hen zelf en/of samen met anderen even niet lukt. Onze normen worden gevormd door de rechten van het kind, de menselijke waardigheid en bestaanszekerheid.

Iedereen mag meedoen in onze gemeente. Voor inwoners in kwetsbare situaties bouwen we veerkracht op en we ondersteunen inwoners van alle leeftijden om zo gezond mogelijk en met plezier te kunnen leven. We richten ons op buiten, zijn transparant en vragen feedback. Hierbij verdienen wij vertrouwen en zorgen we voor balans tussen ‘wat moet’ en ‘wat kan’. We werken integraal, vraaggericht en ‘outreached’.

4

5

2. Inleiding De decentralisaties zijn achter de rug. De doelstellingen zijn grotendeels behaald. Dit is iets waar we trots op mogen zijn! Maar we zijn nog niet klaar. Het kan altijd beter. Daarom is het tijd voor de volgende stap. Hoe zorgen we ervoor dat de verschillende wetten, waarvoor wij verantwoordelijk zijn, beter op elkaar aansluiten? Dat ze elkaar zelfs versterken door intensiever samen te werken? Dat onze inwoners nog maar één keer hun verhaal doen om vanuit meerdere hoeken onder­ steuning te krijgen? Dat beschrijven we in de kadernota die voor u ligt. Samen sterker naar 2025!

Iedere inwoner van onze gemeente krijgt vroeg of laat te maken met het ‘sociaal domein’. Hieronder vallen werk en welzijn maar ook opvoeden en opgroeien, wonen en gezondheid. Als gemeente helpen we onze inwoners zoveel mogelijk zelf. Helemaal sinds de decentralisatie ons verantwoordelijk maakte voor de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. Het heeft de afgelopen jaren heel wat voeten in aarde gehad om ons deze verantwoordelijkheden eigen te maken. Zo zijn er talloze verordeningen, beleidsregels, preventieplannen en uitvoeringsplannen vastgesteld. Uit de ‘Evaluatie beleid sociaal domein 2015-2017’ (28 november 2017) blijkt dat de transitie over het algemeen succesvol is verlopen en geslaagd.

Sociaal domein gaat over iedereen Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de inwoners van onze gemeente tevreden zijn met de ondersteuning die we hen bieden. Ze wisten ons de afgelopen jaren goed te vinden via onze meitinkers en gezinswerkers, ze kregen hulp bij het vinden van werk en we ondersteunden ze bij eenzaamheid, dementie en mantelzorg. Er kwam een plan om overlastgevende situaties door verwarde personen te voorkomen, er zijn zes preventieteams opgezet en JOGG-campagnes ontwikkelt. Er is meer gebruik gemaakt van onze minima regelingen (de zorgregeling, het Kindpakket en het participatiefonds voor 18 plussers), de samenwerking rondom gezinnen is verbeterd en het vertrouwen in de gemeente is over het algemeen gegroeid.

Samen sterker Nu is het tijd voor de volgende stap. De stap die leidt naar een meerjarige integrale aanpak, waarbij we flexibel kunnen inspelen op ontwikkelingen in de samenleving, wetgeving en de uitvoering hiervan. Want wat doen we als een inwoner niet te maken heeft met één van de wetten, maar met meerdere tegelijk? Dit komt vaak genoeg voor, want het leven loopt nu eenmaal niet netjes langs de lijnen van een wet. Dit is waar deze kadernota Sociaal Domein 2019-2025 over gaat. We beschrijven hierin hoe we de komende jaren kunnen werken aan een betere en sterkere samenwerking tussen onze dienst- en hulpverlening. Onder andere door ervoor te zorgen dat de lijnen kort zijn, waardoor we onze inwoners nog beter kunnen ondersteunen zolang zij die steun nodig hebben.

Over welke wetten hebben het? Met deze kadernota proberen we richting te geven aan de uitvoering van een aantal wetten, waaronder: • Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die gaat over de sociale samenhang, de toegankelijkheid en soort voorzieningen, het gevoel van veiligheid en leefbaarheid, de ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers en het beschermd wonen en de opvang; • Participatiewet; • Wet sociale werkvoorziening (Wsw); •W  et gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);

• Jeugdwet, die gaat over preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering; • Wet publieke gezondheid (Wpg), die onder andere de jeugdgezondheidszorg en preventieprogramma’s beschrijft. • Diverse wetten op het gebied van peuteropvang en onderwijs. Andere terreinen van het sociaal domein zijn onderwijshuisvesting en accommodatie, cultuur, sport en veiligheid. Hoewel de bovengenoemde wetten vele van deze vijf terreinen raken, gaat gaat deze kadernota hier niet over. Voor deze terreinen hebben we al vastgesteld beleid.

Global Goals Heerenveen is van ons allemaal. Samen maken we een prettige leefomgeving van de gemeente. Samenwerking staat dan ook centraal als het om onze gezamenlijke toekomst gaat. Samenwerking tussen de gemeente en haar inwoners, tussen werkgevers en werknemers, scholen en leerlingen, verenigingen en vrijwilligers, ondernemers en hun klanten en alle andere denkbare varianten waarbij mensen en/of organisaties elkaar nodig hebben. Bij de dingen die wij als Gemeente Heerenveen

doen, laten we ons inspireren door de Global Goals van de Verenigde Naties. Op het Sociaal Domein zijn dit vooral: • Einde aan armoede • Gezondheid en welzijn • Goed onderwijs • Fatsoenlijke banen en economische groei • Minder ongelijkheid

Doorlooptijd tot 2025 De kadernota die voor u ligt, heeft een doorlooptijd tot 2025 en loopt gelijk op met de thema’s uit de raad. Deze periode geeft de raad voldoende tijd om het sociaal domein te kunnen doorontwikkelen, rekening houdend met een korte doorlooptijd voor de volgende raad. Zo is de continuïteit op hoofdlijnen geborgd. De kadernota is richtinggevend: per jaar maken we samen met de Participatieraad en steunorganisaties afspraken in uitvoeringsprogramma’s.

“Heerenveen is van ons allemaal”

6

7

3. Wat gebeurt er om ons heen? Bij het opstellen van nieuw beleid, kijken we naar de wereld om ons heen. Niet alleen lokaal en regionaal. Ook landelijk en zelfs mondiaal vinden ontwikkelingen plaats die invloed hebben op onze gemeente. Welke ontwikkelingen zien we op dit moment?

Roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik Tot slot zijn er ontwikkelingen op gezondheidsgebied. Er sterven jaarlijks 35.000 Nederlanders als gevolg van roken, overgewicht of probleemdrinken. Overgewicht en obesitas zijn na roken de belangrijkste veroorzakers van hart- en vaatziekten of diabetes. Bijna de helft van de twintigplussers is te zwaar. Ook het drinken van (te) veel alcohol is slecht voor de gezondheid. Met name voor jongeren - omdat dit de ontwikkeling van de hersenen verstoort - en voor zwangere vrouwen - omdat het de gezondheid van ongeboren kinderen in gevaar brengt.

Toegenomen aandacht voor preventie

Algemene maatschappelijke ontwikkelingen Klimaatverandering

Woonruimte verdeling

Maatschappelijke ontwikkelingen houden niet op bij onze gemeentegrens. Ze spelen op regionaal, landelijk of wereldniveau. Denk aan de veranderingen in het klimaat. Dit is een mondiaal probleem waar we als gemeente de ogen niet voor kunnen sluiten. Onze grondstoffen worden schaarser, dus willen we af van fossiele energiebronnen. Om dit te bewerkstelligen moeten we ons richten op de energietransitie, klimaatadaptie en een circulaire economie. Deze ontwikkelingen kunnen een bijdrage leveren, bijvoorbeeld door banen te creëren. Het kan ook een risico zijn, Denk bijvoorbeeld aan klimaatarmoede. Dat kan ontstaan wanneer de kosten van de omschakeling naar schone energie enkel door inwoners opgebracht moeten worden waardoor groepen inwoners niet mee kunnen doen.

Zowel ouderen als jongeren blijven tegenwoordig langer thuis wonen. Ouderen willen langer zelfstandig wonen of kunnen niet in verzorging- en verpleeghuizen terecht door ruimtegebrek. Jongeren krijgen moeilijk een hypotheek. Er is weinig keus aan koopwoningen in het lage segment. Na een scheiding- of tijdens een verblijf in residentiele jeugdhulp of beschermd wonen – zijn inwoners soms met spoed op zoek naar woningen. Vaak zijn die woningen niet zo snel voorhanden. Dit wordt vaak veroorzaakt door een te korte inschrijfduur van de woningzoekende. Soms passen de woningen die wel voorhanden zijn niet bij de toewijzingsgrenzen of het inkomen van de woningzoekende.

Afnemende beroepsbevolking Op landelijk niveau zien we onder andere ontwikke­lingen op het gebied van arbeid. De beroepsbevolking neemt af en de segregatie neemt toe. Er staan nog veel mensen aan de kant, wat maakt dat verhoudingsgewijs minder werkenden moeten zorgen voor een groeiende groep niet-werkenden. Tegelijkertijd verandert de bevolkings­ samenstelling door (arbeids-)migratie.

Toenemende segregatie Er lijkt sprake te zijn van een groeiende tweedeling in de samenleving tussen werkenden en niet-werkenden en tussen lager- en hogeropgeleiden. Hierdoor wordt de groep inwoners die kán participeren of daadwerkelijk participeert, kleiner. Dit geldt in het bijzonder voor mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en met de digitalisering en robotisering.

Ontgroening Het totaal aantal kinderen en jongeren neemt af, wat invloed heeft op de speelmogelijkheden, bereikbaarheid van voorziening en leegstand van scholen. Zonder regie verschraalt het voorzieningenniveau. Het is daarom belangrijk dat we hier als gemeente aandacht aan besteden. Voor een aantal functies - zoals het voortgezet onderwijs - kan de regiofunctie juist toenemen.

Vergrijzing Onze bevolking vergrijst. De vraag naar zorg neemt toe, vooral onder mensen ouder dan 75 jaar. Vanwege deze vergrijzing neemt de vraag naar een geschikte woning toe. Daarnaast neemt het aantal beschikbare mantel­zorgers af.

Tarieven hulp en ondersteuning De tarieven in de hulp en ondersteuning in de zorg stijgen snel. Dit komt onder andere door aanzienlijke CAO-verhogingen en personeelstekorten, de opzet van wetten of juist achteraf ingrijpen door de Rijksoverheid en effecten van inkoopmodellen. Dit speelt onder andere bij de uitvoering van de Jeugdwet (jeugdhulp) en Wet maatschappelijke ondersteuning (ondersteuning).

De afgelopen jaren is de aandacht voor preventie toegenomen. In het Sociaal Domein hebben veel gemeenten bij (de voorbereiding op) de decentralisaties dit tot een expliciet doel gemaakt, maar ook binnen de medische zorg krijgt het een prominentere positie. Een helder voorbeeld is dat vanaf 2019 de gecombineerde leefstijlinterventie vergoed wordt uit de basisverzekering. Ook het Nationaal Preventieakkoord op de thema’s roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik is een voorbeeld hiervan. In de gemeente Heerenveen is preventie een nadrukkelijke doelstelling, met onder andere de preventieteams, JIDS (jongerenteam in de school) en de praktijkondersteuner huisartsen jeugd (POH). Verbinding tussen sociaal en medisch domein wordt hierin nadrukkelijk gezocht (met de POH en Kansrijke Start als voorbeelden).

Positie van gemeenten in het gedecentraliseerde sociale domein verandert Veel meer dan in het verleden is ook de gemeente Heerenveen partner binnen de ontwikkelingen en bij de daadwerkelijke uitvoering van beleid. Het betrekken van inwoners en zorgaanbieders is een uitgangspunt geworden. Daarbij is het belangrijk dat de gemeente de regietaak invult en het overzicht behoudt. Samenwerken met de genoemde partners houdt ook in dat de gemeente de gewenste positie gegund moet krijgen (aandacht voor relatiebeheer nodig) en kritisch is op het genoemde partnerschap en de eigen rol daarin.

Omgevingsvisie Vanaf 2021 is de Omgevingswet van kracht. Deze vervangt tientallen sectorale wetten door één integrale. Dit vraagt om een integratievisie voor de lange termijn voor onze fysieke omgeving: de Omgevingsvisie. Deze heeft veel raakvlakken met hoe het sociaal domein is ingericht. Een inrichting die zich direct verhoudt tot - en mee­ beweegt met - de ontwikkelingen in de maatschappij.

Opvoeden & Opgroeien We leven in het land met de gelukkigste jeugd van de wereld. Bovendien is de opvoedproblematiek in onze gemeente Kleiner dan in veel andere Friese gemeenten. Er zijn echter binnen Heerenveen grote verschillen, en er is een groep kinderen die ondersteuning nodig heeft.

Pedagogische basisvoorzieningen (Bijna) alle kinderen, jongeren en gezinnen maken gebruik van een of meer pedagogische basisvoorzieningen zoals het consultatiebureau, voorschoolse voorzieningen, de basisschool en het voortgezet onderwijs. Veel kinderen en jongeren zijn lid van sportverenigingen, volgen cultuureducatie of ontwikkelen zich op andere wijze met behulp van vrijwilligers en professionals. Deze voorzieningen dragen er in hoge mate aan bij dat kinderen en jongeren over het algemeen veilig en evenwichtig opgroeien in een stimulerende omgeving. Toch maken niet alle kinderen van de voorzieningen gebruik. Zo bezoekt een significant deel van de kinderen in de gemeente Heerenveen voorafgaand aan de basisschool geen voorschoolse voorziening. Onder andere beelden van ouders over deze voorzieningen en onbekendheid met financiële regelingen remmen deelname. Deze verschillende factoren kunnen ertoe leiden dat kinderen een opgelopen achterstand niet inlopen gedurende hun hele schoolcarrière.

Het gaat niet overal en altijd goed Er zijn wijken waarin kinderen twee tot zes keer vaker (een risico op) een taal-/psychosociale achterstand hebben, sprake is van ongezonde leefstijl (voeding, alcohol en drugs), te maken krijgen met kinder­ mishandeling. Daarnaast zijn er gezinnen waar veel verschillende problematiek samen komt. Er is daarbij een duidelijke samenhang met de sociaaleconomische structuur in onze gemeente. Juist voor de kinderen en gezinnen waar het hier om gaat, is specifieke aandacht voor het voorkomen van (ergere) problemen essentieel.

Naast preventie ook maatwerk Bij een deel van de kinderen, jongeren en gezinnen is de problematiek ernstig en hardnekkig. Het aantal kinderen, jongeren en gezinnen met jeugdhulp in Heerenveen is sinds de decentralisatie met tien procent toegenomen. De problematiek is divers; de belangrijkste redenen voor een hulpvraag bij het Team Jeugd en Gezin zijn psychiatrie, lvb-problematiek, scheidingen, multi-problematiek en onveiligheid. De oorzaken van de toenemende hulpvraag zijn – niet uniek voor Heerenveen – een complex samenspel van sociaaleconomische omstandigheden (zoals armoede en schulden), sociaalculturele opvattingen (zoals wat een normale ontwikkeling van het kind is) en toegenomen behandelmogelijkheden.

8

Zeker bij gezinnen met multi-problematiek, is er geen oplossing vanuit één perspectief. Een kwetsbare zwangere met een verleden met verslavingsproblematiek en schulden bijvoorbeeld, heeft een samenhangend aanbod nodig voor een goede start van het ouderschap en voor het kind. Op basis van de Jeugdwet zijn gemeenten inhoudelijk en financieel verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp. Tegelijk werken gemeenten verplicht samen, is de gemeente slechts een van de toegangen tot jeugdhulp en hebben aanbieders in het huidige inkoopmodel een grote rol in het vaststellen van de prijs van een traject. Deze factoren beperken sturing. Hogere tarieven en het toegenomen aantal kinderen, jongeren en gezinnen met jeugdhulp zet de betaalbaarheid onder druk. De compensatie die het Rijk hiervoor biedt, dekt slecht een summier deel hiervan. Deze combinatie is een majeure opgave.”

Leefbaarheid, meedoen en gezondheid Sociale samenhang, leefbaarheid en eenzaamheid Hoewel het overwegend goed gaat in onze dorpen, wijken en buurten, blijven dingen als het bewerkstelligen van sociale participatie en het voorkomen van eenzaamheid en isolement onze aandacht verdienen. Zo geeft 42 procent van de 19 tot 64-jarigen aan zich matig tot zeer ernstig eenzaam te voelen. Onder de 65-plussers is dit 45 procent. Daarom is en blijft het voor onze inwoners belangrijk dat er voldoende mogelijkheden zijn om elkaar te ontmoeten in maatschappelijke- en sportaccomodaties.

Hoog risico op psychische problemen Dit is ook belangrijk voor volwassenen die een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling van angststoornissen, depressies of andere vorm van psychische en/of psychosociale problemen. Het gaat hier om één op de drie volwassen inwoners, van wie 8 procent met suïcidale gedachten kampt. Deze ontwikkelingen (kunnen) leiden tot verwarde en overlastgevende personen.

Uitstroom beschermd wonen slaagt nog niet Inwoners die vanwege een psychiatrische of psycho­ sociale beperking (tijdelijk) niet in staat zijn om zelf­ standig te wonen, komen in aanmerking voor beschermd wonen. Al vóór de decentralisatie probeerden we deze mensen ertoe te bewegen om in en met de samen­leving te (blijven) leven in plaats van erbuiten. We zetten hierbij in op het zo lang mogelijk thuis blijven wonen en de zorg in huis organiseren. Maar hoewel we mensen met psychische problemen nog steeds zo veel en zo snel mogelijk trachten te laten integreren, zien we nog geen afname in

9

het aantal mensen dat een beroep moet doen op beschermd wonen.

Participatie en bestaanszekerheid

Wij kiezen voor positieve gezondheid

De weg naar participatie en werk is voor iedereen verschillend

Omdat de aandacht in de zorg vaak uitgaat naar het vinden van een oplossing voor de klachten en gezondheidsproblemen van mensen, kiezen wij bewust voor ‘Positieve Gezondheid’. Op deze manier we het vermogen van mensen stimuleren om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven om te gaan. We gaan deze benadering toepassen op het voorkomen en bestrijden van overgewicht, roken en alcoholgebruik. Ongeveer de helft van de volwas­senen in onze gemeente heeft matig tot ernstig over­gewicht, 7 procent drinkt (veel) te veel en één op de vijf rookt (nog).

Ouderen wonen langer thuis Ouderen blijven vaak het liefst zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen, vertrouwde omgeving wonen. Dit kan, mits hun woning en omgeving het nog toelaten wanneer zij hulpbehoevend raken. Soms vraagt dit om tijdige aanpassingen in huis - als hiervoor genoeg mogelijkheden zijn - of om een verhuizing - als hiervoor voldoende aanbod is van geschikte woningen of nieuwe, eventueel geclusterde woonzorgvormen voor ouderen. Dit, samen met de invloed van de vergrijzing, leidt tot meer en langduriger gebruik van onze voorzieningen.

Onze gemeente is een sociale en ondernemende gemeente. We hebben al decennialang een buitengewoon goede werkgelegenheid. In 2018 kwamen er 1.160 werkplekken bij en in totaal zijn we goed voor 33.000 banen. Heel Fryslân profiteert mee van onze gemeente als industrialisatiekern en logistiek knooppunt voor het Noorden. Sinds vorig jaar zien we een grote afname van het aantal mensen met een uitkering. Dit is een mooie en zeer gewenste ontwikkeling. We streven ernaar om elk jaar per saldo met honderd uitkeringen te dalen. Alle betrokkenen doen hiervoor hun best en wij helpen waar het nodig is.

Focus op uitstroom: mens en middelen Wanneer mensen (weer) aan het werk zijn en aan het werk blijven, heeft dit een positieve invloed op vele leefdomeinen waaronder gezondheid, armoedebestrijding en zelfontplooiing. We willen dat de Rijksbijdrage dekkend is voor de uitgaven voor de bijstand, participatie en re-integratie (exclusief Wsw). Een gemiddeld aantal uitkeringen van 1.100 moet in deze raadsperiode haalbaar zijn.

Betaalbaarheid en kwaliteit Wmo-ondersteuning staat onder druk

‘Goud in handen’: werk, ook voor nieuwe generaties

De vergrijzing, het langer zelfstandig blijven wonen van ouderen en ingrepen vanuit de Rijksoverheid op het gebied van de beleidsvrijheid binnen de Wmo zorgen ervoor dat onze Wmo-uitgaven stijgen. De compen­satie die het Rijk hiervoor biedt, dekt slechts een summier deel hiervan. De betaalbaarheid en kwaliteit van onze Wmo-ondersteuning staat hierdoor onder druk. Deze ontwikkeling heeft absoluut onze aandacht nodig.

Met de afnemende beroepsbevolking zijn ‘alle handjes nodig’. Wanneer statushouders of jongeren afkomstig uit het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en MBO niveau 1 en 2 de bijstrand instromen, merken wij dat jobcoaching hen kan helpen om (weer) werk te vinden. Dit vraagt om flexibiliteit van zowel werkzoekenden als werkgevers.

Schuldpreventie is de essentie Als het om financiële problemen gaat, kan vroegsignalering en preventief budgetbeheer veel ellende besparen. Soms bespaart het zelfs een uitkering. Er zijn in veel situaties volop signalen in beeld te brengen die kunnen voorspellen of mensen in de schulden komen - of dat al zijn. Daarom houden we bij de aanpak van financiële problemen rekening met het soort schulden en het soort schuldenaar. Dit leidt aantoonbaar vaker tot daling van de zorgkosten en brengt financiële stabiliteit. En misschien nog wel het belangrijkste: het leidt tot meer eigenwaarde. Samenwerking met meerdere instanties is hierbij van groot belang en die zoeken we dan ook actief op. Het huidige beleidsplan Schuldhulpverlening blijft hierbij van kracht. In het uitvoeringsprogramma gaan we hier dieper op in, mede met het oog op de een aangekondigde wets­wijziging om gegevensuitwisseling voor schuldhulp­verlening te faciliteren. Deze wetswijziging betekent dat de Belastingdienst en woningcorporaties persoons­gegevens aan de gemeente kunnen doorgeven die wij kunnen gebruiken bij de uitvoering van de Participatiewet, Jeugdwet en Wmo.

Participatiewet en de Sociale werkvoorziening: ‘samenwerken aan werk’ Iedereen moet de mogelijkheid krijgen om zijn of haar leven te verbeteren aan de hand van werk. Om dit in praktische zin te bewerkstelligen, bieden we als gemeente kennis, kunde en infrastructuur aan onze sociale werkvoorziening. Wat we zelf kunnen, doen we zelf en waar nodig en/of gewenst schakelen we externen in zoals Caparis. Zo bieden we lokaal werk op maat en houden we het regionale netwerk in stand dat zo broodnodig is voor onze gemeente. Want iedereen mag meedoen!

Mantelzorgers en vrijwilligers Bij de zorg van zelfstandig wonende naasten hebben mantelzorgers vaak een onmisbare rol. Uit het onderzoek Vrijwilligerswerk en mantelzorg in 2018 (11 december 2018) blijkt dat 17 procent van onze inwoners zich als mantelzorger herkent. Het blijft essentieel om onze mantelzorgers gericht te ondersteunen, ondanks dat de overbelasting ten opzichte van 2014 is afgenomen. Ditzelfde geldt voor vrijwilligers die zich inzetten voor de ondersteuning van inwoners, verenigingen of stichtingen, zij het in mindere mate. 29 procent van de vrijwiligers doet dit structureel.

“De weg naar participatie en werk is voor iedereen verschillend.”

10

11

4. Onze belofte aan de inwoner We hebben het als gemeente vaak over ‘onze inwoners’. Maar wie zijn zij precies? Wat is belangrijk voor hen? Waar hebben zij behoefte aan? Medewerkers van de gemeente werken dagelijks aan het zo goed mogelijk binnenhalen van deze informatie.

Waar in andere delen van Nederland welvaart sterk van invloed is op het gevoel van welzijn en geluk, speelt dit in Friesland minder. Dit blijkt uit een onderzoeksresultaat van het Fries Sociaal Planbureau dat de ‘Friese paradox’ wordt genoemd. Minder welvaart (geld) maakt Friezen dus niet per definitie ongelukkig. Maar waar hebben onze mensen dan wél behoefte aan? “Het effect van een verandering hangt af van de kwaliteit van de oplossing maal de acceptatie van de betrokkenen. Beiden moeten kloppen, anders wordt het niets.” Norman Maier. Als het gaat om de mate waarin onze inwoners problemen in hun leven ervaren, zien we in onze gemeente grote lokale verschillen tussen woonservicezones en zelfs tussen straten. Gebeurtenissen in mensenlevens zijn meestal niet strikt langs de wetslijnen te leggen. Ze hebben vaak wel veel invloed op elkaar. Zo speelt armoede een rol in 40 procent van de meldingen bij de Raad voor de Kinderbescherming. Wij staan als gemeente middenin de samenleving en halen dagelijks informatie op bij onze inwoners. Die input vertalen we zo goed als dat kan, binnen de wettelijke kaders en het maatwerkbeginsel. Dit blijven we doen, maar veel meer in samenhang en afstemming. Zo werken we binnen het sociaal domein met gebiedsregisseurs per woonservicezone.

Zij zijn de contactpersonen voor de preventieteams, ze pikken snel signalen op uit de buitenwereld en weten wat er speelt in onze wijken en buurten. Waar nodig zetten ze de verkregen informatie met collega’s om in concreet beleid.

Op basis van de verzamelde informatie brengen we de verschillen in beeld en ontwikkelen we samenhangende interventies op de plekken waar deze de meeste impact hebben. Persoonlijk contact is hierbij essentieel, maar ook het contact tussen hulpverleners onderling. Zo werken we integraal bij het verlenen van toegang tot hulp en ondersteuning en werken professionals onderling methodisch samen op basis van het verhaal en de wens van de inwoner. Meitinkers, gezinswerkers, klantmanagers, jobhunters, accountmanagers, specialisten, casusregisseurs en procesregisseurs staan in direct contact met onze inwoners en voeren waar nodig onderling overleg, zeker wanneer inwoners door verschillende van hen worden begeleid. Het uitgangspunt is altijd het verhaal en de wens van de inwoner. Ook zijn er geregeld themabijeenkomsten met de klankbordgroep samenleving, de regiegroep armoede en de participatieraad als onafhankelijk adviesorgaan van de gemeente. Daarnaast hebben we structureel overleg met steunorganisaties - zoals Stichting Vluchtelingenwerk, Stichting Leergeld, De Barones etc. We ontwikkelen beleid en uitvoering - met behoud van ieders rol en verantwoordelijkheid - in samenwerking met onze partners. De kwaliteit van onze hulp- en dienstverlening wordt continu gemeten. Dit geldt voor de Wmo, de Participatiewet, de Jeugdwet en voor schuldhulp.

De meeste bewoners die ondersteuning krijgen van onze meitinkers, gezinswerkers en consulenten werk en inkomen zijn positief over de hulp die zij van ons krijgen.

Onze kaders Nu we weten wie binnen onze gemeente verantwoordelijk zijn voor het contact met - en de ondersteuning van onze inwoners, kunnen we teruggaan naar de belofte die we aan hen doen. Wat is onze missie en visie? En wat zijn onze kaders Het is onze missie om inwoners in alle levensfases te helpen, daar waar het hen zelf en/of samen met anderen even niet lukt. Onze normen worden gevormd door de rechten van het kind, de menselijke waardigheid en bestaanszekerheid. We zijn er voor de Heerenveense samenleving! Onze visie is in deze kadernota dat iedereen mag meedoen in onze gemeente. Voor inwoners in kwetsbare situaties bouwen we veerkracht op en we ondersteunen inwoners van alle leeftijden om zo gezond mogelijk en met plezier kunnen leven. We richten ons op buiten, zijn transparant en vragen feedback. Hierbij verdienen wij vertrouwen en zorgen we voor balans tussen ‘wat moet’ en ‘wat kan’. We werken integraal, vraaggericht en outreachend.

4.1 Continuïteit organisatie hulp en ondersteuning Voor de decentralisaties in het sociaal domein - is een lokale hulp- en ondersteuningsstructuur ontwikkeld waaraan onze gebiedsgerichte preventieteams, mei­ tinkers, klantmanagers, procesregisseurs en ons team Jeugd en Gezin handen en voeten geven. Tijdens de periode van deze kadernota, 2019 - 2025, wordt deze ondersteuningsstructuur doorontwikkeld maar niet herzien. We werken verder aan onze preventie, toegang en het maatwerkbeginsel en bouwen verder op wat al is bereikt. Hierbij is ruimte voor verbetering en vernieuwing. Prioritair voeren we de wet uit. Hierbij gaat het steeds om de vraag: “Wat heeft deze persoon nodig om zo veel mogelijk mee te kunnen doen in de samenleving?” Bij onze interventies is het uitgangspunt dat we effectiviteit en efficiëntie de komende jaren voortdurend verhogen. Hiervoor werken we evidence based: we blijven doen wat werkt en stoppen met wat niet werkt. Dit betekent niet dat we alleen gevalideerde interventies inzetten, maar ze moeten wel gebaseerd zijn op werk­zame elementen. Welke dit zijn, laten we praktijkgericht en wetenschappelijk onderzoeken. Hiervoor zoeken we structurele samenwerking met kennisorga­nisaties zoals universiteiten, HBO’s en academische werkplaatsen. We verbinden het onderzoek aan beleid én uitvoering, door aanbevelingen aan het bestuur en coaching van professionals.

12

13

4.2 Regie en integraliteit Jarenlang hebben wij ons gefocust op het zelfstandig houden en zelfstandig maken van mensen. Zo wilden we hun gevoel van autonomie - het zelf kunnen bepalen wat belangrijk voor hen is - versterken. Participatie in welke vorm dan ook geeft immers perspectief en draagt bij aan het meedoen in onze lokale samenleving. Zo is de ontwikkeling van sociale vaardigheden een belangrijke voorspeller van succes op de arbeidsmarkt, is laaggeletterdheid vaak een voedingsbodem voor het ontwikkelen van schulden en heeft verschil in inkomen een duidelijke relatie met voeding en gezondheid, gelijke kansen in het onderwijs en (top)sport en met cultuurdeelname. Om als gemeente van meerwaarde te zijn, is een integrale uitvoering van beleid nood­zakelijk en wenselijk. Voor onze inwoners én voor ons als organisatie. Altijd in het belang van de gemeenschap en met ruimte voor eigen initiatief en talent. Want succes verdien je in de uitvoering. Als het gaat om integraal werken, hebben alle betrok­ kenen binnen het hulpaanbod van de verschillende leefdomeinen een signalerende functie. Een ieder houdt rekening met wat de burger zelf nog kan en wat preventief kan worden opgelost, weet waar hij signalen kwijt kan en wie hij er op welke momenten bij kan of moet halen. Het basisprincipe is wederkerigheid.

We ondersteunen niet alleen bij een hulpvraag maar ook bij zorgmijding door middel van het verbinden van veiligheid en (bemoei)zorg. Zwaardere casussen op het gebied van veiligheid en zorg komen meestal bij het Zorg- en Veiligheidsteam terecht: procesregie wordt ingezet als de samenwerking van diverse hulpverleners hierom vraagt. Dit vraagt om transparantie over de rol van procesregie versus casusregie en wie wanneer door­zettingsmacht heeft.

4.3 Zorgvraag leidend voor de meerjarenbegroting Wij zijn zowel inhoudelijk, als financieel verantwoordelijk voor het sociaal domein. De inkomsten bestaan uit de algemene uitkering en een aantal doeluitkeringen. De uitgaven zijn een complex samenspel van econo­ mische, demografische, sociaal-culturele en juridische trends. Denk respectievelijk aan laag- en hoogconjunctuur, migratie en vergrijzing, de focus op gezondheid en de veranderende wet- en regelgeving. De efficiëntie en effectiviteit van de organisatie van ons lokale en regio­ nale hulp- en ondersteuningsstelsel worden door de uitgaven in het sociaal domein bepaald. De invloed van dit geheel aan trends op de organisatie van het sociaal domein is grotendeels ongunstig voor onze gemeente. Dit is toegelicht in de analyse in hoofdstuk 2.

zorglandschap nastreven, willen we deze verandering vormgeven met aanbieders van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Tegelijk gaat functie vóór instellingsbelang. Kortom, het maatwerk groeit en is niet meer binnen financiële kaders op te lossen. Daarom stellen we voor om in te zetten op preventie - het garanderen van een financiële basis - en op maatwerk - risico voor concern, sturen op risico’s en het nemen van beheersmaatregelen. Sturing is hierbij een essentieel instrument.

4.4 Samen geven we vorm aan ons sociaal domein Uit de beschrijving van de verdeling van de verantwoordelijkheden binnen het sociaal domein, in de eerste helft van dit hoofdstuk, blijkt wel dat samenwerking nood­ zakelijk is als we onze inwoners de beste hulp en ondersteuning willen bieden.. Enerzijds met de maatschappij, op basis van gesprekken met - en informatie over - inwoners en partners. Anderzijds met gemeenten in informele en formele samenwerkingsverbanden.

Reguleren Regisseren

Om laagdrempelig en toegankelijk te zijn en dicht bij de burger te staan met onze dienst- en hulpverlening, werken onze preventieteams en meitinkers in vaste gebieden. Ook zijn er gebiedsregisseurs, om vraag en aanbod beter te verbinden en om de vragen uit de praktijk sneller te vertalen naar beleid. De vorm en hoeveelheid van de ondersteuning die we verlenen is een kwestie van maatwerk. We kijken hierbij naar de zelfredzaamheid en de behoefte aan ondersteuning, de draagkracht en de draaglast, of en wanneer er wel of geen casus- of procesregie nodig is en of we streven naar een kortetermijnoplossing of naar een langdurige duurzame oplossing.

Een en ander leidt ertoe dat enerzijds niet meer een­ duidig is aan te geven wat de inkomsten voor het sociaal domein zijn, en anderzijds dat de uitgaven onzekerder zijn geworden. Het uitgangspunt dat de uitvoering ‘budgettair neutraal’ moet, is hiermee verleden tijd. Wij stellen als kader voor om reëel te begroten op basis van benodigde middelen. ‘Benodigd’ wordt hierbij geïnterpreteerd als de politiek-bestuurlijke uitspraak over de middelen die nodig zijn voor preventie en toegang van de technisch-bestuurlijke uitspraak over de ingeschatte middelen voor maatwerk. Ons beleid is hierbij gericht op preventie voor curatie en algemene voorzieningen voor maatwerkvoorzieningen. Omdat we een robuust

“Samenwerking is noodzakelijk als wij onze inwoners de beste hulp en ondersteuning willen bieden.”

Stimuleren Faciliteren Loslaten

Als gemeente kiezen we bij deze samenwerkingen steeds bewust voor de rol die het beste bij het betref­ fende onderwerp past, op basis van onze verschillende verantwoordelijkheden en beleidsdoelen binnen het sociaal domein. We kunnen reguleren, regisseren, stimuleren, faciliteren en loslaten. Wij willen bij elke samenwerking een rol kiezen die zo veel mogelijk initiatief laat bij de samenleving, ténzij de rechten van het kind, menselijke waardigheden, bestaanszekerheid of de gemeentelijke financiën om een hogere mate van sturing vraagt. Let op: wanneer de gemeente een regisserende of regulerende rol inneemt, blijft het streven om in een dialoog mét de samenwerkingspartner vorm te geven aan het beleid en de uitvoering.

14

15

5. Doelen en opgaven Nu we de maatschappelijke ontwikkelingen en onze visie, missie, strategie en kaders in deze kadernota hebben beschreven, kunnen we uiteenzetten aan welke doelen en opgaven we als gemeente (verder) gaan werken binnen het sociaal domein. Integraal werken en de sturing daarop is de kern van de verdere ontwikkeling in het sociaal domein voor de komende jaren. Hierbij kijken we altijd integraal naar het wat, het hoe en de wijze waarop we hier uitvoering aan geven.

Opvoeden & Opgroeien Opvoeden en Opgroeien met samenhangende preventie De opvoed- en opgroeiproblematiek is in onze gemeente kleiner dan in veel andere Friese gemeenten. Preventie kent binnen de gemeente Heerenveen een goede basisstructuur en een goed basisaanbod. Opgroeien en opvoeden gaat ook hier niet vanzelf. We hebben als doel dat kinderen, jongeren en gezinnen er niet op achteruit gaan op het gebied van gezondheid, opvoeding en ouderschap, overgewicht en leefstijl. Hierbij willen wij een rijk aanbod houden voor het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen en jongeren, want ‘it takes a village to raise a child’. Hiervoor werken we actief samen met het Team Jeugd en Gezin die onze inwoners het beste kennen en weten wat de meest voorkomende hulpvragen zijn. Preventie wordt op deze manier steeds weer verfijnd en doorontwikkeld. Voor specifieke risico’s, zoals alcohol bij jongeren en kindermishandeling, stellen we actie- of uitvoeringsplannen op.

Sterke pedagogische basisvoorzieningen en kansengelijkheid Kinderen en jongeren groeien op in verschillende situaties en krijgen niet allemaal dezelfde kansen om zich optimaal te ontwikkelen. Dit kan leiden tot ongelijke startposities - en daarmee tot ongelijke kansen - in de verschillende levensdomeinen.

Wat? Missie Visie Kernwaarden Doelen

Welke? Opgaven Resultaten

Hoe? Strategie Succes­ bepalende factoren

Activiteiten: 2019, 2020, 2021, 2022

Wij streven naar gelijke ontwikkelingskansen voor kinderen en jongeren door in te zetten op een sterke doorgaande lijn, integrale samenwerking rondom kinderen en ouders en de versterking van pedagogische basisvoorzieningen. Bij het voorkomen van ontwikkelings- en onderwijsachterstanden, speelt die laatst­ genoemde een cruciale rol. Met onder andere peuteropvang en scholen voor basisen voortgezet onderwijs werken we toe naar meer samenhang en een rijk programma, zoals de ontwikkeling van integrale kindcentra en samenhang tussen jeugdhulp en (passend) onderwijs. Ons ideaal is dat alle kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen en dat onder andere pedagogisch medewerkers, leerkrachten, jeugdverpleegkundigen, gezinswerkers en jeugdhulp­verleners in teams samenwerken vanuit één pedagogische visie. We zetten in op meer deelname aan peuteropvang, een hoger bereik aan voor- en vroegschoolse educatie (vve) door geïndiceerde doelgroepkinderen, minder thuiszitters, geen kind tussen wal en schip door (wettelijke) scheidslijnen passend onderwijs en jeugdhulp en het samen met het onderwijs vergemakkelijken van de stap van onderwijs naar onderwijs, of een ander succes vervolg.

Vanwege de ontgroening van de samenleving gaan we samen met de betreffende ketenpartners in gesprek over de beschikbaarheid en spreiding van pedagogische basisvoorzieningen voor alle inwoners van Heerenveen in alle dorpen en wijken, om ervoor te zorgen dat deze beschikbaar en bereikbaar zijn en blijven voor zoveel mogelijk kinderen en jongeren in onze gemeente.

Getransformeerde en beheersbare jeugdhulp Op basis van de Jeugdwet zijn gemeenten inhoudelijk en financieel verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp. Tegelijkertijd werken gemeenten verplicht samen en is de gemeente slechts een van de toegangen tot jeugdhulp. Ondanks deze beperkende factoren is in de afgelopen jaren een begin gemaakt met de zorginhoudelijke transformatie en waren de uitgaven de eerste jaren beheersbaar. De échte omslag naar een getransformeerde (sneller, dichterbij en meer op maat) en beheersbare jeugdhulp moet echter de komende jaren worden gemaakt. Wij kunnen dit slechts in gezamenlijkheid met alle partners in het regionale zorglandschap realiseren en kiezen daarom ten volle voor een inzet in regionaal verband. Niet alleen omdat de wet dit voorschrijft, maar ook omdat wij er van overtuigd zijn dat alleen samenwerking in het Friese zorglandschap kan leiden tot daadwerkelijke transformatie en structurele sturing. Tegelijkertijd willen wij niet afhankelijk worden van wat anderen doen. Daarom voeren wij – binnen de kaders van de samenwerking – ook een sterker eigen, actief beleid. We willen jeugdhulp dichterbij organiseren. Bijvoorbeeld doordat gezinswerkers van het team Jeugd en Gezin (aanvullend op de meitinkers en preventieteams) dichter bij het onderwijs, de huisarts en de kinderopvang beschikbaar en aanwezig zijn.

Zij zijn voor inwoners vaak een bekend gezicht en kunnen consult, advies en lichte vormen van ondersteuning inzetten. Onder andere bij gezinnen waarbij sprake is van multi problematiek ontwikkelen we een aanpak waarin we rond individuele gezinssituaties, individuele arrangementen organiseren – meer op maat. We gaan hierbij uit van de transformatiedoelen. Onze uitgangspunten hierbij zijn eigenaarschap van het gezin, professionele inzichten en vakmanschap en kostenbeheersing. Bij het toekennen van jeugdhulp kijken we naar een passend totaalarrangement voor alle betrokken gezinsleden en onderhandelen we over de daarvoor noodzakelijke budgetten. Het regionaal aangeleverde beleidskader is hierbij leidend, maar niet bepalend.

16

Om de betaalbaarheid van de uitvoering van de Jeugdwet te herstellen en in aansluiting op de adviezen die uitgebracht zijn door de taskforce Kostenbeheersing jeugdhulp, vertalen we deze adviezen regionaal én lokaal in een gericht actieplan. De verkenning hiervoor is inmiddels gestart en dient meer sturing en substantiële besparingen op te leveren.

Kind- en gezinsvriendelijke wijken en dorpen De buurt of het dorp moet voor kinderen en jongeren een veilige en prettige plek zijn om op te groeien en om elkaar te ontmoeten. Veel buurten en dorpen hebben deze waarde. Een belangrijk uitgangspunt van de Om­ gevingsvisie is om deze waarde te behouden, te beschermen en uit te breiden. Bij veranderingen - zoals de nieuwbouw van scholen - werken we van te voren uit hoe we deze waarde kunnen versterken. Hierbij zoeken we altijd de samenwerking met de buurt.

Leefbaarheid, meedoen en gezondheid Voorkomen roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik Aan de hand van het Nationaal Preventieakkoord gaan wij ons meer inzetten om roken, overgewicht en (overmatig) alcoholgebruik te voorkomen. Van jong tot oud.

Sociale samenhang, leefbaarheid en minder eenzaamheid We behouden de bestaande maatschappelijke accommodaties in onze wijken en dorpen. Daarbij zetten we ons in om de sociale samenhang te vergroten en investeren we in activiteiten om eenzaamheid en sociaal isolement te verminderen.

Meer mantelzorgers en vrijwilligers ondersteunen Ook willen we de ervaren overbelasting onder mantelzorgers verminderen. In 2019 was 12 procent van hen overbelast. Wij zorgen ervoor dat onze mantelzorgers ondersteuning ontvangen, zoals respijtzorg. Dit geldt ook voor onze vrijwilligers. We zetten ons in om meer vrijwilligers te krijgen en we willen hen ondersteunen. Mantelzorgers en vrijwilligers moeten weten dat ze er niet alleen voor staan.

De Wmo-ondersteuning toekomstbestendig maken Hoewel de beleidsvrijheid binnen de Wmo steeds verder aan banden wordt gelegd, blijven wij kritisch kijken naar sturingsmogelijkheden. Wij herijken onze maatwerkvoorzieningen om deze financieel en kwalitatief toekomstbestendig te maken.

17

Zorgen voor een lager risico op psychische problemen We willen het aantal inwoners dat risico loopt op psychische problemen verlagen. Daarom investeren we in activiteiten waarmee we psychische problemen onder mensen kunnen voorkomen en verkleinen. Ook blijven we ons inzetten om verwarde en overlastgevende situatie te voorkomen en te verminderen. We bieden onze inwoners via het maatschappelijk werk en/of ons Zorg en Veiligheidsteam voldoende ondersteuning, zodat zij niet langer - of minder snel - een beroep hoeven te doen op maatwerkvoorzieningen.

Langer thuis wonen mogelijk maken Wij zorgen ervoor dat onze inwoners zo lang mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. We richten ons hierbij op het versterken van de zelfredzaamheid, het verstevigen van de sociale omgeving en het vergroten van de bewustwording van de eigen levensloop. Hierbij garanderen we ondersteuning aan onze kwetsbare (ofwel aantoonbaar minder-valide) inwoners, als de eigen kracht en het sociaal netwerk hen niet meer voldoende hulp kunnen bieden. Als langer thuis wonen niet meer verantwoord is, zetten wij ons in om de overgang naar een intramuraal verblijf te versoepelen. De lokale woonopgave voor onze ouderen maakt structureel onderdeel uit van de prestatieafspraken met de corporaties en wij voeren de maatregelen uit het plan ‘Soarch for Thûs’ uit.

Meer uitstroom beschermd wonen Onze doelgroep voor beschermd wonen neemt toe. Dit geldt ook voor de uitgaven. De tekorten op het provinciale budget lopen elk jaar verder op. In 2018 is de grens van € 5 miljoen al aangetikt. De (verwachte) landelijke ontwikkeling op dit gebied is dat de Rijksoverheid vanaf 2021 de budgetten niet meer per centrum­ gemeente verdeelt, maar per gemeente. Hiermee dringt zich de vraag op of gemeenten de uitvoering nog provinciaal willen doen of meer regionaal of lokaal. Wij oriën­ teren ons daarom nu al op de (on)mogelijkheden om beschermd wonen en maatschappelijke ondersteuning anders vorm te geven, met als doel om de regie en sturing terug te nemen. Wij willen minder mensen intramuraal opvangen en meer mensen via de Thuisplus-variant (zelfstandig wonen met forse ondersteuning) laten doorstromen naar de reguliere thuisondersteuning. Hoofddoel hiervan is om de zelfredzaamheid en participatie te maximaliseren. Wij willen grip krijgen op de uitgaven en voorkomen dat de tekorten nog verder oplopen.

Participatie en bestaanszekerheid Samen op weg naar duurzaam passend werk Onze arbeidsmarkt kenmerkt zich door veel werk en een groeiende opleidingskloof. We zijn goed voor ruim 33.000 banen. 70 procent van deze mensen werkt wel in onze gemeente, maar woont hier niet. We zien in onze gemeente meer lageropgeleiden dan gemiddeld in Noord-Nederland. Over het algemeen geldt dat we hier relatief veel laagopgeleiden - en meer laag- dan hoog­ opgeleiden - hebben. Het lijkt erop dat deze kloof groter wordt. Onze inwoners met een bijstandsuitkering hebben vaak geen afgeronde beroepsopleiding en/of startkwalificatie. Hun kans op werk is hierdoor gering, ook wanneer het economisch beter gaat en het aantal vacatures toeneemt. Het aantal uitkeringen is afhankelijk van de conjunctuur, onze arbeidsmarktstructuur, onze reïntegratie-inzet en het aantal beschikbare mensen in relatie tot het aantal beschikbare banen. Een intensieve en integrale aanpak op de gebieden van (passend) onderwijs, leerplicht, zorg en arbeidsmarkt is de sleutel om deze groep aan het werk te krijgen. We moeten hiervoor de handen ineen slaan. Voldoende klantmanagement is een voorwaarde om ons uitstroomdoel te halen. Uw raad ontvangt hiervoor conform de raadsbrede motie van 8 november 2018 een uitvoeringsplan.

De oploop naar de nieuwe Wet inburgering wordt hierin meegenomen, net als de invulling van de dienstverleningsovereenkomst met het ‘nieuwe Caparis’.

Werken en ondernemen: samen optrekken met nieuw economisch beleid De CBS prognoses geven aan dat onze gemeente tot 2035 groeit, in tegenstelling tot de rest van onze provincie. Na 2035 krijgt ook onze gemeente te maken met (economische) krimp. We hebben nu relatief veel snel groeiend bedrijven en exporteren bovendien veel ten opzichte van andere gemeenten in Noord-Nederland. Onze grootste sectoren zijn de zorg, (groot)handel, logistiek en vervoer, industrie en de IT. De sector zorg en welzijn is de grootste werkgever in onze gemeente en het is zaak dat dit zo blijft. Dit vergt continue afstemming tussen de werkgelegenheid en werkloosheid. De nieuwe peilers van het economisch beleid richten zich op ‘vestigingsklimaat’, ‘de kracht van Heerenveen’ en ‘onder­ nemerschap’. De uitdagingen liggen dan specifiek op het gebied van logistiek, voedingsmiddelen, circulaire economie en vitaliteit.

Financieel gezonder worden Zo’n 15 procent van onze huishoudens leeft op of onder de zogenaamde armoedegrens. Voor een gezin met twee kinderen is dit netto € 2.000 per maand. We hebben het dan in brede zin ook over de groep ‘werkende armen’. Hoe zorgen we ervoor dat ook zij kunnen blijven meedoen? ‘Minder armoede’ is vaak het credo, maar hoe doen we dat en meten we dit? In het uitvoeringsprogramma gaan we hier op in en bedenken we stappen die ervoor kunnen zorgen dat ook deze groep een fatsoenlijk en verrijkt bestaan kan leven.

We helpen meer mensen die moeite hebben met lezen en schrijven Tot slot hebben we een actieplan om meer mensen te helpen met lezen en schrijven. Veel maatschap­pelijke problemen zijn namelijk te herleiden naar het niet goed begrijpen van (digitale) tekst.

18

19

6. De kosten

Hoe gaan we te werk

In de voorgaande hoofdstukken hebben we de maatschappelijke ontwikkelingen, onze ambities, doelstellingen en de bijbehorende risico’s geschetst. De vraag hierbij is wat het sociaal domein ons mag (of maximaal moet) kosten. En welke zaken onuitstelbaar en onvermijdelijk zijn. Wij vinden dat de zorgvraag leidend moet zijn voor de meer­ jarenbegroting. Hoe richten we de sturing hierop zo in, dat we de beoogde resultaten daadwerkelijk realiseren?

Vanaf 2019 maakt het sociaal domein integraal onderdeel uit van de totale gemeentelijke begroting. Hierdoor kan op lokaal niveau niet meer een direct verband worden gelegd tussen inkomsten (bijdragen van het rijk) en uitgaven sociaal domein. Dit verband blijft alleen mogelijk voor de uitkeringen en de uitgaven voor de sociale werkvoorziening maar niet langer voor Wmo en Jeugd. Het meeste geld wordt uitgegeven in ons begrotings­ thema Zorg en Welzijn. Financieel gezien maakt het sociaal domein dus onderdeel uit van de algemene uitkering. Daarnaast is de BUIG (het rijksbudget voor uitkeringen) de grootste specifieke uitkering. Ook het Beschermd Wonen, de re-integratie voor de nieuwe doelgroep Participatiewet, de Wsw en de Ondertoezichtstelling Jeugd maken vooralsnog deel uit van een aparte uitkering. In de begroting van 2019 zijn de uitgaven van het sociaal domein met € 1,9 miljoen structureel verhoogd. Een groot deel van deze verhoging wordt gecompenseerd door de verhoging van de algemene uitkering. Naar verwachting wordt het verdeelmodel voor het sociaal domein in 2021 herzien. Dit vormt een groot risico voor het meerjarenperspectief, aangezien dit nieuwe verdeelmodel ongunstig kan uitpakken.

“De zorgvraag is leidend voor onze meerjarenbegroting.”

Grootste risico’s en sturingsmogelijkheden Factoren zoals de uitkomst van het verdeelmodel, de demografische impact, tariefstijgingen, open einde regelingen en de aanzuigende werking zijn allemaal opgenomen in Naris en maken deel uit van het weerstandsvermogen. Ze worden regelmatig beoordeeld op impact, kans van optreden en de eventueel te nemen beheersmaatregelen. (Bij)sturing kan via beleidsaanpassingen, inkoop, organisatie van de toegang, de mate van kwaliteit en het aangeboden voorzieningenniveau. Kosten doorontwikkeling Sociaal Domein: 2019 - € 1.962 2020 - € 2.411 2021 - € 2.433 2022 - € 2.690 Uitgaven 2019: Uitkeringen Minimabeleid Sociale werkvoorziening Re-integratie en schuldhulpverlening Subsidies Jeugdhulp (in natura) Jeugdhulp (persoonsgebonden budget) Jeugdbescherming-reclassering Algemene en uitvoeringskosten Wmo preventie Wmo voorzieningen Structurele samenwerking met kennisorganisaties Totaal (excl. kostenplaatsen)

€ 19,7 miljoen € 2,2 miljoen € 9,2 miljoen € 1,4 miljoen € 0,6 miljoen € 11,7 miljoen € 0,4 miljoen € 1,2 miljoen. € 1,2 miljoen € 2,9 miljoen € 10,4 miljoen € 0,1 miljoen € 61 miljoen

Allereerst meten we zoveel mogelijk de maatschappelijke effecten van onze inspanningen als gemeente. Vrijwel altijd zijn er meer partijen en invloeden betrokken die deze effecten bepalen, daarom meten we in alle gevallen onze output. Echter, om inzicht in een specifieke situatie te krijgen, is het ook nodig om de input te meten. Denk bijvoorbeeld aan de hulpvragen. Tot slot gaan we een poging wagen om onze preventieve inspanningen te meten.

Nog opmaken!

We rapporteren jaarlijks over de voortgang van deze kadernota. Dit doen we naast - of gelijktijdig met - de vaste momenten van de perspectiefnota, de begroting en de jaarrekening. We bouwen de rapportage als volgt op: - De realisatie per doelstelling, met daarbij de trends van de afgelopen jaren. Bij afwijkingen tussen de doelstellingen een realisaties voegen we een analyse toe van oorzaken en gevolgen. - De te nemen maatregelen met de verwachte effecten en kosten. - De actuele risico’s die het realiseren van de doelstelling in de weg kunnen staan, maar die buiten onze cirkel van invloed liggen. - Een prognose van één jaar vooruit waarin we het verwachte effect van de te nemen maatregelen verwerken. Deze kan aanleiding geven om een (of meerdere) doelstelling(en) te wijzigen. Dit wordt dan een beslispunt.

PREVENTIE

INPUT

PRODUCTIE

Monitoring en sturing: onze indicatoren Preventieve inzet toegang

Aantal meldingen Meitinker Preventiequotiënt Poort Inzet preventieteams WSZ Aantal meldingen Gezinswerker

Gebruik voorzieningen

Aantal cliëntenmaatwerkvoorzieningen Aantal uitkeringsdossiers Pwet Aantal cliënten Jeugdhulp Aantal uithuisplaatsingen Aantal Onder Toezicht Stelling Aantal cliënten Schuldhulp Aantal cliënten Bijzondere Bijstand Aantal cliënten minimaregelingen

Kosten

Wmo Maatwerkvoorziening Bijstand, Participatie en schuldhulp Jeugdhulp Wmo

Kwaliteit

Klanttevredenheidscijfers Aantal bezwaar/beroep Aantal klachten

Dit zijn onze indicatoren waarover we kunnen en willen rapporteren.

OUTPUT

OUTCOME

20

21

Ons doel

Resultaten

Risico’s

Ons doel

Resultaten

Risico’s

Samen op weg naar passend werk

• In 2023 gemiddeld 1.100 uitkeringen (400 minder dan in 2017). Bijbehorende uitvoeringsprogramma’s: Uitstroom naar duurzaam passend werk De nieuwe wet inburgering

• Conjunctureel; •D  e rijksbijdrage dekt de uitgaven niet. Er moet geld bij; •S  amenwerking nieuwe Caparis komt niet van de grond.

Een fatsoenlijk verrijkt bestaan

• We bereiken de doelgroep niet.

Financieel gezonder worden

•E  erder betalingsachterstanden en potentiele schulden signaleren; • meer mensen in preventief beheer en meer inzet kleine saneringskredieten. Bijbehorende uitvoeringsprogramma: Het eerder herkennen van schulden

• Conjunctureel; • We bereiken de doelgroep niet; •G  egevensuitwisseling lukt niet.

• Meer mensen helpen die moeite hebben met lezen, schrijven en digitale vaardigheden; • Ieder huishouden kan sporten of culturen; • Meer gebruik regelingen budgetgids; • Meer mensen aan het werk. Bijbehorende uitvoeringsprogramma: De aanpak van armoede De aanpak van laaggeletterdheid

Aansluiten van preventieve activiteiten en voorzieningen op de behoefte in een wijk of dorp

• De leefplek-meter is uitgevoerd. • Preventieteams zetten gerichte activiteiten op per wijk, dorp of zone. Bijbehorende uitvoeringsprogramma: Nog in te vullen

•O  nvoldoende capaciteit preventieteams; • Onvoldoende inzicht wat er speelt in een wijk, dorp of zone.

• Betaalbaar houden van voorzieningen; • Versterken zelfredzaamheid, participatie en verstevigen sociale omgeving en samenhang; • In stand houden maatschappelijke accommodaties gericht op ontmoeting; • Continu investeren in bewustwording van de levensloop; • Maatregelen Soarch for Thûs worden uitgevoerd. Bijbehorende uitvoeringsprogramma: Inwoners helpen langer zelfstandig te wonen

• Vergrijzing; • Verdeelmodel; •V  erlaging eigen bijdrage Wmo.

De Wmo toekomstbestendig maken

• Wmo-maatwerkvoorzieningen zijn herijkt. • Maximale sturingsmogelijkheden worden ingezet. Bijbehorende uitvoeringsprogramma: Nog in te vullen

• Invloed SDF; •F  inanciering systematiek; • Tariefstelling; • Open einde regeling.

Sterke pedagogische basisvoorzieningen en kansengelijkheid

Ruimte voor mantelzorg en vrijwillige deelname

•W  aardering mantelzorgers; • Minder overbelasting mantelzorgers en meer vrijwilligers. Bijbehorende uitvoeringsprogramma: De ondersteuning aan mantelzorgers en vrijwilligers

• Niet tijdig bereiken dreigende overbelaste mantelzorgers. • Bereidheid van inwoners om vrijwilligerswerk met een meer structureel karakter is te laat.

Voorkomen roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik

• Minder rokers; • Minder inwoners met overgewicht; • Minder problematisch alcoholgebruik ten opzichte van de meest recente GGD-rapportage gezondheidsonderzoek. Bijbehorende uitvoeringsprogramma: Nog in te vullen

• Rookwaar en alcohol blijft laagdrempelige toegankelijk; • Inwoners te weinig bewust van gezonde leefstijl.

• Gelijke ontwikkelingskansen voor kinderen en jongeren; • Versterking van pedagogische basisvoorzieningen: o meer deelname aan peuteropvang; o een hoger bereik aan voor en vroegschoolse educatie (VVE) door geïndiceerde doelgroepkinderen; • Minder thuiszitters; • Geen kind tussen wal en schip door (wettelijke) scheidslijnen passend onderwijs en Jeugdhulp; • Het samen met het onderwijs vergemakkelijken van de stap van onderwijs naar onderwijs, of naar een ander succesvol vervolg; • Meer samenhang en een rijk programma; • Pedagogische basisvoorzieningen beschikbaar en bereikbaar zijn en blijven voor zo veel mogelijk kinderen en jongeren.

• Faciliteren samenwerking; • Bereiken doelgroep; •A  fhankelijkheid van autonomen (commerciële) aanbieders (peuteropvang) en besturen (onderwijs). •H  oogte rijksbijdrage Oab-middelen door Rijksoverheid •D  oor ontgroening dalend draagvlak voor voorzieningen.

Eenzaamheid en sociaal isolement voorkomen en bestrijden

• Uit de gezondheidsonderzoek blijkt dat inwoners minder eenzaamheid ervaren; • En voldoende sociale netwerken tot hun beschikking hebben. Bijbehorende uitvoeringsprogramma: Nog in te vullen

• I ndividualisering van de samenleving.

Minder inwoners die risico lopen op psychische problemen en voorkomen verwarde en overlast gevende personen.

• Via te ontwikkelen preventieve activiteiten voorkomen dat inwoners psychische problemen krijgen; • Preventieteams, waaronder het maatschappelijk werk, inzetten ter voorkoming en het bestrijden van psychische problemen; • Goede begeleiding van personen die uitstromen uit beschermd wonen of maatschappelijke ontvang; • I ntegrale aanpak van problematiek. Bijbehorende uitvoeringsprogramma: Nog in te vullen

•P  reventieteams onvoldoende capaciteit om aan de vraag te kunnen voldoen; • Langer thuiswonen; • Hoogwaardige zorg en ondersteuning in onze gemeente heeft een aanzuigende werking.

Verhogen uitstroom beschermd wonen naar zelfstandig wonen met mogelijk ThuisPlus ondersteuning.

• Ten opzichte van 2018 ligt de uitstroom hoger en wordt er meer ThuisPlus (ondersteuning aan huis) ingezet. Bijbehorende uitvoeringsprogramma: Nog in te vullen

• Toename psychische problemen; • Verdeelmodel; • Onbetaalbaarheid beschermd wonen.

Langer zelfstandig (thuis) wonen

Bijbehorende uitvoeringsprogramma’s: ‘Jong geleerd, wordt vroeg gedaan’ – Beleidsplan Voorschoolse Voorzieningen en Voor- en Vroegschoolse Educatie gemeente Heerenveen 2020 – 2023 Lokale Educatieve Jeugd Agenda (LEJA)

22

23

Ons doel

Resultaten

Risico’s

Preventie voor Opvoed- en Opgroeiproblematiek

• Opvoed- en opgroeiproblemen minimaal net zo goed houden: o Ervaren gezondheid en chronische aandoeningen; o Pesten; o Schoolverzuim; o Psychosociale gezondheid; o Weerbaarheid; o Opvoeding en ouderschap; o Seksuele vorming; o Overgewicht; o Bewegen en sporten / Leefstijl. Bijbehorende uitvoeringsprogramma’s: Actieprogramma 2019 – 2022: Aanpak Huiselijk geweld en kindermishandeling Actieplan over Scheidingen

•S  ociaal-culturele opvattingen over opvoeding en ouderschap • Inwoners te weinig bewust van gezonde leefstijl. •O  ngunstige conjunctuur veroorzaakt meer Opvoed- en Opgroei­ problematiek

Jeugdhulp – transformatie en sturing

• Jeugdhulp sneller, dichterbij en meer op maat; • Gezinswerkers dichter bij het onderwijs, de huisarts en de kinderopvang; • Bij gezinnen met multi problematiek vaker een passend totaalarrangement voor alle betrokken gezinsleden; • Meer sturing en substantiële besparingen bij de uitvoering van de Jeugdwet. Bijbehorende uitvoeringsprogramma’s: Doorbraak! Actieplan ‘Foar Fryske Bern’ Implementatie adviezen Taskforce

• Te grote variatie in wensen vanuit de individuele scholen en partners; • Te weinig beschikbare tijd bij de gezinswerkers; • Te groot beroep vanuit scholen en preventieteams (wachttijd); • Onvoldoende integraliteit en samenhang in de aanpak vanuit intern betrokkenen en externe partners bij transformatie; •G  edeeltelijke autonomie (Gecertificeerde Instellingen) en autonomie (Huisarts, Jeugdarts) deel toegang jeugdhulp; • Sociaal Domein Fryslân stelt huidige en toekomstige inkoopsystematiek vast; • Geen additionele financiering Rijksoverheid; •T  oename hulpvragen; • Toename complexiteit; • Open einde regeling.

VN-inclusie agenda

•S  amen met het lokale VN-panel stellen wij een VN-inclusie agenda op basis waarvan gericht uitvoering wordt gegeven aan de rechten van personen met een handicap.

•V  ergrijzing, individualisering van de samenleving

Bijbehorende uitvoeringsprogramma’s: Doorbraak! Actieplan ‘Foar Fryske Bern’ Implementatie adviezen Taskforce

Gemeente Heerenveen

Bezoekadres:

Correspondentieadres:

14 0513

Crackstraat 2

Postbus 15000

www.heerenveen.nl

8441 ES Heerenveen

8440 GA Heerenveen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=4961c171-dc0d-47cc-afe3-53e9472ead1f