CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Zonnepark Oudehaske aanvullende notitie bodem

Raadsvergadering 16 oktober 2025, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Rijksweg nabij nummer 19 Omgevingsvergunning - ontwerp VVGB17.728 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Notitie bodemonderzoek zonneweide Oudehaske Onderwerp: bodemonderzoek zonneweide Oudehaske Projectnummer: 51025111 Referentienummer: NL24-648800269-111800 Datum: 19 november 2024 Auteur: Gecontroleerd door:

Aanleiding en doel Vanwege de voorgenomen aanleg van een zonneweide in Oudehaske langs de Rijksweg A7 is in 2020 een milieuhygiënisch vooronderzoek1 conform de NEN5725 en een verkennend bodemonderzoek2 conform de NEN5740 uitgevoerd. De aanvraag van de benodigde vergunningen voor de aanleg van de zonneweide heeft een tijd stilgelegen, maar wordt binnenkort weer opgestart. Derhalve ontstond de vraag of opnieuw een bodemonderzoek uitgevoerd dient te worden. Deze notitie dient als doel om te onderbouwen dat eerdergenoemde onderzoeken nog voldoende actueel zijn en derhalve niet opnieuw een voorafgaand bodemonderzoek uitgevoerd hoeft te worden.

Huidige wet- en regelgeving In artikel 16.5 van de Omgevingswet staat vermeld dat een besluit genomen kan worden op basis van gegevens, onderzoeken of inventarisaties welke niet ouder zijn dan twee jaar (lid 1). Ook staat vermeld dat een besluit genomen kan worden op basis van gegevens uit rapporten die ouder zijn dan twee jaar als onderbouwd kan worden dat de gegevens nog actueel zijn (lid 2). In de NEN5725:2023 staat vermeld dat het vooronderzoek geen geldigheidstermijn heeft. Afhankelijk van de aanleiding tot het (voor)onderzoek moet de onderzoeker motiveren of actualisatie van het onderzoek noodzakelijk is. Actualisatie van het (voor)onderzoek is in ieder geval noodzakelijk in de volgende gevallen:  het vooronderzoek is niet volgens de norm verricht;  het vooronderzoek is niet actueel of representatief;  het vooronderzoek bevat onvoldoende informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem.

1 2

Vooronderzoek Zonneweide Oudehaske, Sweco, kenmerk: SWNL0255146, 17-01-2020. Verkennend Bodemonderzoek Weiland Percelen aan de Rijksweg te Oudehaske, Sweco, kenmerk: SWNL0258561, 23-03-2020.

Documentreferentie NL24-648800269-111800

1/6

Figuur 1: ligging van de onderzoekslocatie waarop een zonneweide wordt aangelegd.

Samenvatting vooronderzoek en verkennend onderzoek Uit het vooronderzoek bleek dat de locatie in gebruik is als landbouwgrond, er in het verleden en heden geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden en dat er niet eerder bodemonderzoek op de locatie was uitgevoerd. Ook bleek dat er binnen de onderzoekslocatie zich zeven dammen en zes gedempte sloten bevinden. Geconcludeerd werd dat de dammen en slootdempingen verdacht zijn op bodemverontreiniging. Voor de overige terreindelen werd geconcludeerd dat deze onverdacht zijn op bodemverontreiniging en dat de verwachte bodemkwaliteit gelijk is aan de bodemkwaliteitskaart. In het verkennend bodemonderzoek zijn de verdachte terreindelen (de dammen en gedempte sloten) onderzocht. Hieruit is gebleken dat ter plaatse van dam D5 (0,70 – 1,10 m-mv) licht verhoogde gehalten aan molybdeen en nikkel zijn aangetoond. De grond voldoet hier aan kwaliteitsklasse Industrie. Voor de overige dammen is de verdachtheid niet bevestigd en valt de grond in kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. Ter plaatse van slootdemping S1 (0,0 – 0,50 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan molybdeen en nikkel aangetoond. De grond voldoet hier aan kwaliteitsklasse Industrie. Voor de overige slootdempingen is de verdachtheid niet bevestigd en valt de grond in kwaliteitsklasse Landbouw/natuur.

Het puin dat aangetroffen was ter plaatse van twee dammen bleek niet asbesthoudend. De bodemkwaliteitskaart kan dus als wettig bewijsmiddel gebruikt worden voor alle terreindelen behalve dam5 en slootdemping1.

Documentreferentie NL24-648800269-111800

2/4

Nota bene Wanneer er meer dan 25 m3 bodemvolume ontgraven wordt, dan is de MBA ‘graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit’ van toepassing. Er moet in dat geval voldaan worden aan de regels in paragraaf 4.119 van het Bal. Wanneer ter plekke van slootdemping S1 en dam D5 geen sprake is van tijdelijk uitnemen, maar de grond elders toegepast of afgevoerd gaat worden, wordt geadviseerd een aanvullend bodemonderzoek of partijkeuring uit te voeren. Geadviseerd wordt om dit met het bevoegd gezag af te stemmen.

Terreinsituatie 2020 - heden Er zijn geen aanwijzingen verkregen dat de terreinsituatie sinds 2020 is veranderd. De onderzoekslocatie zelf is nog steeds in gebruik als landbouwgrond. Op de omliggende percelen is de situatie ook niet veranderd in de afgelopen jaren.

Nota bodembeheer Op dit moment zijn dezelfde nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart3 van toepassing als tijdens het schrijven van het voor- en verkennend onderzoek. De onderzoekslocatie ligt in bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ (incl. PFAS).

Conclusie Op basis van bovengenoemde gegevens wordt geconcludeerd dat het onderzoek nog representatief is voor de huidige situatie van de onderzoekslocatie. Middels het verkennend bodemonderzoek is de actuele bodemkwaliteit ter plekke van de dammen en slootdempingen vastgesteld. De ondergrond van dam D5 en de bovengrond van slootdemping S1 voldoen aan bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Van de overige dammen en sloten voldoet zowel de boven- als ondergrond aan bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’. Opgemerkt wordt dat ervan uitgegaan is dat er alleen werkzaamheden ter plaatse van de landbodem zullen plaatsvinden en dat de waterlopen ongeroerd zullen blijven tijdens de werkzaamheden.

3

Actualisatie bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer gemeente Heerenveen, Antea group, kenmerk: 401851, 15-09-2015 en Bodemkwaliteitskaart PFAS in Friesland, Antea group, kenmerk: 0457469.100, 23-01-2020.

Documentreferentie NL24-648800269-111800

3/4

Verantwoording Titel

Notitie bodemonderzoek zonneweide Oudehaske

Subtitel Projectnummer

51025111

Referentienummer

NL24-648800269-111800

Revisie Datum

19-11-2024

Auteur(s)

Gemma Stouwie

E-mailadres

Gemma.stouwie@sweco.nl

Gecontroleerd door

Thijs Leverink

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Jeroen van Rooij

Paraaf goedgekeurd

Documentreferentie NL24-648800269-111800

4/4

Bijlage 1 – vooronderzoek

Documentreferentie NL24-648800269-111800

Rapport Projectnummer: 367815 Referentienummer: SWNL0255146 Datum: 17-01-2020

Vooronderzoek Zonneweide Oudehaske

Definitief

Opdrachtgever: Rooftop Energy

Sweco Rozenburglaan 11 9727 DL Groningen Postbus 7057 9701 JB Groningen Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V.

Adrian Heslinga

Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

T +31 88 811 53 04 M +31 6 11 03 61 32

Verantwoording Titel

Vooronderzoek

Subtitel

Zonneweide Oudehaske

Projectnummer

367815

Referentienummer

SWNL0255146

Revisie

D0

Datum

17-01-2020

Auteur

Adrian Heslinga

E-mailadres

adrian.heslinga@sweco.nl

Gecontroleerd door

Marijn Hilbrandie

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Marc Zwaanswijk

Paraaf goedgekeurd

2 (9)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 4

1.1

Algemeen................................................................................................................. 4

1.2

Fasering van het onderzoek .................................................................................... 4

1.3

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................ 4

1.4

Opbouw van het rapport .......................................................................................... 5

2

Strategie vooronderzoek ...................................................................................... 6

3

Resultaten .............................................................................................................. 7

3.1

Toekomstige situatie ................................................................................................ 7

3.2

Locatiegegevens...................................................................................................... 8

3.3

Bekende bodemverontreiniging ............................................................................... 8

3.4

Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................... 8

3.5

Potentiele bronnen van bodemverontreiniging ........................................................ 8

3.6

Asbestverdenking .................................................................................................... 8

4

Conclusies.............................................................................................................. 9

4.1

Bevindingen vooronderzoek .................................................................................... 9

4.2

Noodzaak tot vervolgonderzoek .............................................................................. 9

Bijlage 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Situatie

Bijlage 3

Verzamelde gegevens

Bijlage 4

Kwaliteitsborging

3 (9)

1

Inleiding

1.1 Algemeen In opdracht van Rooftop Energy heeft Sweco Nederland B.V. een milieuhygienisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van een toekomstige zonneweide op de kadastrale percelen Tjalleberd F 1954 en F 2009. Het vooronderzoek is gebaseerd op de volgende onderzoeksnorm: • NEN 5725:2017 nl – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1. Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage 2. 1.2 Fasering van het onderzoek In onderstaand figuur is de fasering van het bodemonderzoek uiteengezet. In deze rapportage wordt verslag gedaan van het dik omlijnde onderzoeksspoor in het schema.

1.3 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het uitvoeren van het vooronderzoek is de voorgenomen aanleg van een zonneweide. Doel van het vooronderzoek is het nagaan of in of in de nabijheid van de onderzoekslocatie bodembedreigende activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden, waardoor verontreinigende stoffen in de bodem zijn terechtgekomen. Op basis van deze informatie moet blijken of verkennend bodemonderzoek nodig is en zo ja, welke onderzoeksstrategie bij het bodemonderzoek gehanteerd moet worden.

4 (9)

Het vooronderzoek wordt tevens uitgevoerd om na te gaan of de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor overtollige grond gebruikt kan worden. Verdachte locaties zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. 1.4 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • de wijze van uitvoering van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); • de resultaten van het onderzoek (hoofdstuk 3); • de conclusies, beschrijving van deellocaties, bepaling hypotheses en de aanbevelingen (hoofdstuk 4). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.

5 (9)

2

Strategie vooronderzoek

Voor het vooronderzoek is aangesloten bij de strategie voor aanleiding A 'Opstellen hypothese over de milieuhygienische bodemkwaliteit ten behoeve van eventueel uit te voeren bodemonderzoek'. Tijdens het vooronderzoek worden de volgende onderzoeksvragen gesteld, waarop door middel van dossieronderzoek een antwoord is verkregen: • Wat is de afbakening van het onderzoeksgebied? • Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? • Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? • Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? • Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? • Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? • Is de bodem asbestverdacht? • Wat is visueel waarneembaar op de locatie? Om deze onderzoeksvragen te beantwoorden, zijn een groot aantal onderzoeksaspecten

benoemd. Deze onderzoeksaspecten zijn benoemd en ingevuld in bijlage 3. De gebruikte informatiebronnen voor het vooronderzoek zijn per onderzoeksaspect weergegeven in bijlage 3. Deze informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging.

6 (9)

3

Resultaten

3.1 Toekomstige situatie Op de onderzoekslocatie gaat een zonneweide worden gerealiseerd. In figuur 3.1 figuur is de toekomstige locatie van zonneweide aangegeven. Het is onbekend waar grondroerende werkzaamheden gaan worden uitgevoerd.

Figuur 3.1

Toekomstige locatie

7 (9)

3.2 Locatiegegevens In onderstaande tabel zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 3-1

Overzicht locatiegegevens

Adres locatie

Percelen aan de Rijksweg te Oudehaske

Kadastrale gegevens locatie

Tjalleberd F 1954 en F 2009

Eigenaar locatie

Particulieren

Coördinaten

X:157638 , Y:553388

Oppervlakte locatie (in m²)

113565

waarvan bebouwd (in m²)

0

De begrenzing van het onderzoeksgebied is weergegeven in bijlage 1. 3.3 Bekende bodemverontreiniging Ter plaatse van het onderzoeksgebied zijn geen bodemonderzoeken uitgevoerd en zodoende ook geen bodemverontreinigingen bekend. 3.4 Bodemkwaliteitskaart Uit de bodemkwaliteitskaart is te herleiden dat de vermoedelijke bodemkwaliteit de klasse ’Achtergrondwaarde’ betreft. 3.5 Potentiele bronnen van bodemverontreiniging Op basis van historische kaarten en bodeminformatie van de provincie Friesland zijn enkele slootdempingen en dammen op de betreffende percelen aanwezig. De slootdempingen en dammen worden weergegeven op de tekening in bijlage 2. Het is onbekend of de slootdempingen en dammen zijn gedempt / aangelegd met bodemvreemd materiaal of gebiedseigen grond. 3.6 Asbestverdenking Er is geen verdenking van een bodemverontreiniging met asbest voor de locatie, tenzij in de slootdempingen of dammen bodemvreemd materiaal zal worden aangetroffen.

8 (9)

4

Conclusies

4.1 Bevindingen vooronderzoek Samenvattend kan geconcludeerd worden dat sprake is van een onverdachte locatie, met uitzonderingen van de aanwezige dammen en slootdempingen. 4.2 Noodzaak tot vervolgonderzoek Of vervolgonderzoek nodig is, is afhankelijk van de geplande graafwerkzaamheden. Op de onderzoekslocatie worden zonnepanelen aagebracht, sloten verbreed en sloten gedempt. In navolgende tabel is de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld. Tabel 4-1

Noodzaak tot vervolgonderzoek

Locatie

Verdacht?

Aanleiding?

Bodemonderzoek nodig?

Dammen en slootdempingen

Ja

Mogelijk aangelegd met bodemvreemd materiaal

Ja

Overig perceel

Nee, gelijk aan bodemkwaliteitskaart

Geen

Nee, vooronderzoek is voldoende

Ondanks het feit dat Sweco Nederland B.V. bij de uitvoering van het vooronderzoek aansluit bij landelijke kwaliteitsrichtlijnen en regelgeving, maakt het karakter van het onderzoek het niet mogelijk om garanties af te geven ten aanzien van de beschreven bodemkwaliteit. Sweco Nederland B.V. accepteert dan ook geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever of derden naar aanleiding van het door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde vooronderzoek nemen.

9 (9)

Bijlage 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

Zonneweide Oudehaske Opdrachtgever: Rooftop Energy Projectnummer: 367815 Status: Definitief Datum: 15-1-2020 Schaal: 1:19.785 Formaat: A4

Legenda onderzoekslocatie

Getekend: AH 0

190

380

570

760

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

950

1.140 meter

´

Esri Nederland, Community Map Contributors

C:\Users\NLADHR\Desktop\GIS Zonneweide Oudehaske\onderzoekslocatie.mxd 15-1-2020 14:31:53

Topografische ligging

Bijlage 2

Situatie

"

"

"

"

"

"

Situatie tekening

Zonneweide Oudehaske Opdrachtgever: Rooftop Energy Projectnummer: 367815

Legenda "

Status: Definitief Datum: 15-1-2020 Schaal: 1:3.000 Formaat: A4

Dam

Getekend: AH

Slootdemping

0

onderzoekslocatie

30

60

90

120

© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden

150

180 meter

´

Esri Nederland, Community Map Contributors

C:\Users\NLADHR\Desktop\GIS Zonneweide Oudehaske\onderzoekslocatie.mxd 15-1-2020 15:39:48

"

Bijlage 3

Verzamelde gegevens

Conform NEN 5725 – Aanleiding A ’Opstellen hypothese over de milieuhygienische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek'. Onderzoeksvraag : Wat is de afbakening van het onderzoeksgebied? Kadastrale registratie Informatiebron: Kadaster Tjalleberd F2009 en F 1954 Eigendom Informatiebron: Kadastrer Particulieren Informatiebron: Opdrachtgever Oppervlakte en afbakening onderzoeksgebied 2 Oppervlakte onderzoeksgebied: 113565 m Afbakening onderzoeksgebied ten behoeve van vooronderzoek = kadastrale percelen + 25 m Onderzoeksvraag: Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Informatiebron:www.dinoloket.nl Bodemtype

Antropogene lagen in de bodem Ophogingen en bodemvreemde lagen Geen bijzonderheden

Informatiebron: www.ahn.nl

Tussen enkele sloten zijn dammen aanwezig. Die kunnen aangelegd zijn met bodemvreemd materiaal. Dempingen Informatiebron: www.topotijdreis.nl, Nazca-I Friesland In de jaren ’60 zijn slootdempingen uitgevoerd. De slootdempingen zijn de blauwe strepen.

Geohydrologie Grondwaterstand Informatiebron: waternet.nl Circa -1,5 m -mv Drainage Informatiebron: X Vermoedelijke aanwezig, op basis van perceelgebruik Bemaling Informatiebron: X Onbekend Onttrekking Informatiebron: X Onbekend Infiltratie Informatiebron: X Onderzoeksvraag: Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) of in de omgeving van de onderzoekslocatie een bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Geval van bodemverontreiniging?

Informatiebron: Nazca-I Friesland

Onbekend. de betreffende percelen zijn niet onderzocht Zo ja, geval van ernstige bodemverontreiniging? Niet van toepassing Op basis van bodemonderzoeken Informatiebron: www.odnzkg4u.nl De wegbermen van de weg langs een deel van de onderzoekslocatie zijn in 2004 door CSO Adviesbureau onderzocht. In bovengrond is maximaal een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. Op basis van dit onderzoek wordt verwacht dat de bodemkwaliteit in het onderzoeksgebied voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’. Onderzoeksvraag: Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Nee Onderzoeksvraag: Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Kwaliteit obv bodemkwaliteitskaart

Informatiebron: Gemeentelijke nota bodembeheer met bodemkwaliteitskaart

Verwachte bodemkwaliteit bovengrond: Achtergrondwaarde Verwachte bodemkwaliteit ondergrond: Achtergrondwaarde Ontgravingsklasse bovengrond: Achtergrondwaarde Ontgravingsklasse ondergrond: Achtergrondwaarde Toepassingsklasse: Achtergrondwaarde Is er sprake van gebiedsgerichte beleid? Informatiebron: www.amsterdam.nl Nee Onderzoeksvraag: Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? Voormalig Informatiebron: www.topotijdreis.nl Bodemgebruik in het verleden op het perceel en in de omgeving De percelen waren net als nu in gebruik voor de landbouw, slootdempingen en dammen worden weergegeven op de tekening in bijlage 2. Bedrijfsactiviteiten of ondergrondse tanks in het verleden op het perceel en in de omgeving Landbouw Overige verdachte activiteiten in het verleden op of nabij het perceel Geen Huidig Informatiebron: KLIC, eigenaar Huidig bodemgebruik op het perceel en in de directe omgeving Landbouw Aanwezigheid bebouwing of opslagplaatsen op het perceel Nee Aanwezigheid ondergrondse infrastructuur en objecten. Mogelijk Aanwezigheid verhardingen, paden en dergelijke. nee Aanwezigheid dammen Ja, worden weergegeven op de tekening van bijlage 2

Aanwezigheid brandplekken Onbekend Onderzoeksvraag: Is de bodem asbestverdacht? Asbestverdacht Informatiebron: herleid uit alle reeds eerder genoemde bronnen Asbestverdachte activiteiten aanwezig geweest op of nabij de locatie? Bedrijven werkzaam met asbest Nee Stortplaatsen Nee Asbestbewerkingen tbv bouw Nee Toepassing van asbestrestproducten in wegen, dammen of Mogelijk dempingen Historische ophogingen met asbesthoudende bodem/slib Onbekend Gebouwen met asbesthoudende materialen Nee Asbesthoudende beschoeiingen langs waterkant Nee Asbesthoudende afperkingsschotten in (volks)tuinen Nee Glastuinbouw (asbestkit) aanwezig geweest Nee Ongewone voorvallen met asbest (bv brand) Nee Aanwezigheid halfverhardingen Niet bekend Aanwezigheid funderingslaag onder verhardingen Niet bekend Stortingen asbestverdachte afvalstoffen Nee Opslagdepots met puinhoudende grond Nee Op- en overslag van puin of puinbrekers Nee Met puin gedempte putten en sloten Zie onder ‘’bodem en geohydrologie’’ Asbest in en aan bouwwerken en ondergrondse objecten Nee

Bijlage 4

Kwaliteitsborging

Sweco Nederland B.V. wil met haar producten en diensten zo goed mogelijk aan de behoeften, doelstellingen en eisen van haar opdrachtgevers voldoen. Voor het bewijsbaar en zichtbaar maken van de kwaliteit (kwaliteitsborging) beschikt Sweco Nederland B.V. over een kwaliteitssysteem. Dit kwaliteitssysteem is er mede op gericht de individuele kennis, kunde en activiteiten van de medewerkers zodanig te organiseren en af te stemmen, dat de kwaliteit van de gezamenlijk tot stand gebrachte producten en diensten zo goed mogelijk beheerst en gewaarborgd worden. De kwaliteit van de door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde onderzoeken en gegeven adviezen op het gebied van bodembeheer wordt gewaarborgd door onderstaande: NEN-EN-ISO 9001 Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. is gecertificeerd voor NEN-EN-ISO 9001. Deze norm geeft een model voor externe kwaliteitsborging en certificatie. Hierin wordt een aantal activiteiten aangegeven, die zorgen voor vertrouwen in de relatie klant/leverancier. Dit omvat zowel randvoorwaarden voor kwaliteitsverbetering als eisen voor kwaliteitsborging. NEN-EN-ISO 14001 Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. is gecertificeerd voor NEN-EN-ISO 14001. Deze norm geeft eisen en richtlijnen voor het gebruik van milieuzorgsystemen.

Met het certificaat toont Sweco aan dat zij de zorg voor het milieu in haar dienstverlening en interne bedrijfsvoering goed heeft georganiseerd. Kernpunten daarbij zijn het naleven van wet- en regelgeving en de voortdurende verbetering van milieuprestaties. VKB Sweco Nederland B.V. is actief lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Deze vereniging van milieuadvies- en veldwerkbureaus werkt aan de kwaliteitsborging van bodemonderzoek en bodemadvies door o.a. het stellen van eisen inzake opleiding en ervaring, toepassing van normen en voorschriften en certificatie. De advies- en veldwerkzaamheden van Sweco worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van deze vereniging. SIKB De Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) is een samenwerkingsverband van markt en overheid, die werk aan de kwaliteit binnen de praktijk van bodem en ondergrond (bodembeheer, bodembescherming, waterbeheer en archeologie). De SIKB-activiteiten bestaan o.a. uit het samen met betrokkenen ontwikkelen van (werk)methoden en het vastleggen van deze methoden in handreikingen of richtlijnen (BRL’s) en daaronder vallende protocollen. Daarnaast biedt zij een platform voor kennisoverdracht en kennisdeling. Sweco is actief betrokken bij het werk van SIKB en is gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000 (uitvoeren ven veldwerk) en 6000 (milieukundige begeleiding van bodemsanering).

ARBO en VGM Sweco Nederland B.V. voldoet aan de specifieke veiligheidseisen die voor ARBO, veiligheid, gezondheid en milieu gelden. Risico’s worden op bedrijfs-, vakgebied- en projectniveau geïdentificeerd en geëvalueerd. Ook de effectiviteit van de genomen maatregelen wordt gemonitord.

Bijlage Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid

Versie jan. 2024

Sweco Nederland B.V. wil met haar producten en diensten zo goed mogelijk aan de behoeften, doelstellingen en eisen van haar opdrachtgevers voldoen. Voor het bewijsbaar en zichtbaar maken van de kwaliteit (kwaliteitsborging) beschikt Sweco Nederland B.V. over een kwaliteitssysteem. Dit kwaliteitssysteem is er mede op gericht de individuele kennis, kunde en activiteiten van de medewerkers zodanig te organiseren en af te stemmen, dat de kwaliteit van de gezamenlijk tot stand gebrachte producten en diensten zo goed mogelijk beheerst en gewaarborgd worden. De kwaliteit van de door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde onderzoeken en gegeven adviezen op het gebied van bodembeheer wordt gewaarborgd door onderstaande: NEN-EN-ISO 9001 Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. is gecertificeerd voor NEN-EN-ISO 9001. Deze norm geeft een model voor externe kwaliteitsborging en certificatie. Hierin wordt een aantal activiteiten aangegeven, die zorgen voor vertrouwen in de relatie klant/leverancier. Dit omvat zowel randvoorwaarden voor kwaliteitsverbetering als eisen voor kwaliteitsborging. NEN-EN-ISO 14001 Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. is gecertificeerd voor NEN-EN-ISO 14001. Deze norm geeft eisen en richtlijnen voor het gebruik van milieuzorgsystemen.

Met het certificaat toont Sweco aan dat zij de zorg voor het milieu in haar dienstverlening en interne bedrijfsvoering goed heeft georganiseerd. Kernpunten daarbij zijn het naleven van wet- en regelgeving en de voortdurende verbetering van milieuprestaties. NEN-EN-ISO 27001 Sweco Nederland B.V. is gecertificeerd voor ISO 27001. Deze norm geeft eisen en richtlijnen voor informatiebeveiliging. Met het certificaat toont Sweco aan dat het structureel zorgvuldig omgaat met de digitale infrastructuur en de beveiliging van de digitale en fysieke informatie. Kernpunten daarin zijn preventie van informatiebeveiligingsincidenten zoals datalekken en voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming. ARBO en VGM Sweco Nederland B.V. voldoet aan de specifieke veiligheidseisen die voor ARBO, veiligheid, gezondheid en milieu gelden. Risico’s worden op bedrijfs-, vakgebieden projectniveau geïdentificeerd en geëvalueerd. Ook de effectiviteit van de genomen maatregelen wordt gemonitord. VKB Sweco Nederland B.V. is actief lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Deze vereniging van milieuadvies- en veldwerkbureaus werkt aan de kwaliteitsborging van bodemonderzoek en bodemadvies door o.a. het stellen van eisen inzake opleiding en ervaring, toepassing van normen en voorschriften en certificatie.

De advies- en veldwerkzaamheden van Sweco worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van deze vereniging. SIKB De Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) is een samenwerkingsverband van markt en overheid, die werk aan de kwaliteit binnen de praktijk van bodem en ondergrond (bodembeheer, bodembescherming, waterbeheer en archeologie). De SIKB-activiteiten bestaan o.a. uit het samen met betrokkenen ontwikkelen van (werk)methoden en het vastleggen van deze methoden in handreikingen of richtlijnen (BRL’s) en daaronder vallende protocollen. Daarnaast biedt zij een platform voor kennisoverdracht en kennisdeling. Sweco is actief betrokken bij het werk van SIKB en is gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000 (uitvoeren van veldwerk) en 6000 (milieukundige begeleiding van bodemsanering).

1/2

Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Het Besluit bodemkwaliteit (onderdeel KWALIBO) richt zich op kwaliteit én integriteit van de bodemintermediair. De kwaliteitseisen zijn vastgelegd in beoordelingsrichtlijnen, protocollen en andere documenten. Met een certificaat moeten bodemintermediairs (aannemers, inspectieinstellingen, milieukundige begeleiders e.d.) aantonen dat hun bedrijf aan de kwaliteitseisen voldoet. Het bevoegd gezag mag alleen gegevens accepteren van een erkende intermediair. Bovendien moeten de personen en instellingen die bepaalde cruciale functies in het bodembeheer vervullen (milieukundige begeleiding, monsterneming bij partijkeuringen, veldwerk, certificatie en inspectie), onafhankelijk zijn van hun opdrachtgever (eigenaar / initiatiefnemer). Functiescheiding en het (laten) uitvoeren van de aangewezen werkzaamheden door erkende bodemintermediairs gelden vanaf de datum dat erkenning verplicht is.

Kwaliteitskader veldwerk Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens door de SIKB vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt vermeld welke werkzaamheden zijn uitgevoerd onder de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen: • (water)bodem- of asbestonderzoek onder beoordelingsrichtlijn ‘BRL SIKB 2000 Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’ versie 6.0/7.0, en de bijbehorende protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. • partijkeuringen onder beoordelingsrichtlijn ‘BRL SIKB 1000 monsterneming voor partijkeuringen’, versie 9.0/9.1 en de bijbehorende protocollen 1001, 1002, 1003 en 1004. • mechanische boringen worden uitgevoerd onder beoordelingsrichtlijn ‘BRL SIKB 2100 Mechanisch boren’, versie 4.0/4.1 en het bijbehorende protocol 2101. • milieukundige begeleiding onder beoordelingsrichtlijn ‘BRL SIKB 6000 Milieukundige begeleiding van (water) bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg’, versie 5.0/6.0 en de bijhorende protocollen 6001, 6002 en 6003. De in werking zijnde versies van de beoordelingsrichtlijnen en de daaronder vallende protocollen worden gehanteerd door de uitvoerende partij. Het certificaatnummer van de uitvoerende partij wordt opgenomen in de rapportage. Het moment van certificaatvernieuwing is te controleren op www.bodemplus.nl.

Tevens wordt in de rapportage opgenomen op welke punten eventueel is afgeweken van de protocollen en wat de mogelijke consequenties zijn van de afwijkingen. Sweco Nederland B.V. voert werkzaamheden uit waarvoor zij is gecertificeerd (BRL SIKB 2000, protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018), dan wel worden de werkzaamheden binnen de van toepassing zijnde beoordelingsrichtlijnen en bijbehorende protocollen uitbesteed aan partijen welke hiervoor door het ministerie van I&W zijn erkend.

Kwaliteitskader laboratoriumonderzoek De laboratoria die Sweco inschakelt voor het uitvoeren van milieukundig laboratoriumonderzoek, voldoen aan de accreditatiecriteria van de Raad voor Accreditatie conform NEN-EN-ISO/IEC 17025.

Onafhankelijkheid Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van een partijkeuring, bodem-, asbest- en/of waterbodemonderzoek. Het onderzoek wordt derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd.

Klachtenafhandeling Wanneer er een meningsverschil ontstaat over de uitvoering van de werkzaamheden binnen bovengenoemd kwaliteitskader, is het mogelijk een klacht in te dienen bij Sweco. In nadere afstemming wordt dan getracht een oplossing te bieden. Indien dit geen uitkomst biedt is het mogelijk zich in tweede instantie te wenden tot de betreffende certificatie-instelling.

2/2

Bijlage 2 – verkennend bodemonderzoek

Documentreferentie NL24-648800269-111800

Rapport Projectnummer: 367815 Referentienummer: SWNL0258561 Datum: 23-03-2020

Verkennend bodemonderzoek Locatie: Weilandpercelen aan de Rijksweg te Oudehaske

Definitief

Opdrachtgever: Rooftop Energy

Sweco Rozenburglaan 11 9727 DL Groningen Postbus 7057 9701 JB Groningen Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Groningen Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

A. Heslinga Adviseur Environmental Consultancy T +31 88 811 5304 M +31 6 11036132

Verantwoording Titel

Verkennend bodemonderzoek

Subtitel

Locatie: Weilandpercelen aan de Rijksweg te Oudehaske

Projectnummer

367815

Referentienummer

SWNL0258561

Revisie

D01

Datum

23-03-2020

Auteur(s)

A. Heslinga

E-mailadres

Adrian.Heslinga@sweco.nl

Gecontroleerd door

M. Hilbrandie

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

D. van de Vis

Paraaf goedgekeurd

Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld bij welke werkzaamheden is afgeweken van de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen. De consequenties hiervan zijn dan toegelicht.

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 5

1.1

Algemeen ................................................................................................................. 5

1.2

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................ 5

1.3

Opbouw van het rapport .......................................................................................... 5

2

Vooronderzoek....................................................................................................... 6

2.1

Algemeen ................................................................................................................. 6

2.2

Resultaten locatiebezoek ........................................................................................ 6

2.3

Conclusies vooronderzoek ...................................................................................... 6

2.4

Onderzoekshypothese en -strategie ....................................................................... 7

3

Veldonderzoek ....................................................................................................... 8

3.1

Onderzoeksstrategie ............................................................................................... 8

3.2

Maaiveldinspectie ten behoeve van asbest bodemonderzoek ................................ 8

3.3

Visuele beoordeling grond ....................................................................................... 8

4

Laboratoriumonderzoek ..................................................................................... 10

5

Resultaten bodemonderzoek asbest ................................................................. 11

5.1

Mate van bodemverontreiniging ............................................................................ 11

5.2

Voorlopige veiligheidsklasse ................................................................................. 11

6

Resultaten bodemonderzoek chemische parameters ..................................... 13

6.1

Toetsingskader ...................................................................................................... 13

6.2

Mate van bodemverontreiniging ............................................................................ 13

6.3

Hergebruik van grond ............................................................................................ 14

6.3.1

Bijmengingen, bodemkundige ziekten en invasieve exoten ................................................ 14

6.4

Voorlopige veiligheidsklasse ................................................................................. 15

7

Interpretatie onderzoeksresultaten.................................................................... 16

7.1

Verontreinigingssituatie ......................................................................................... 16

7.2

Noodzaak tot vervolgonderzoek ............................................................................ 16

7.3

Hergebruik van grond ............................................................................................ 17

7.4

Veiligheidsaspecten ............................................................................................... 18

7.5

Conclusie en advies .............................................................................................. 18

Protocollen en onderzoeksnormen ................................................................................... 19

Bijlage 1

Topografische ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Situatie met gaten en boringen

Bijlage 3

Vooronderzoek

Bijlage 4

Veldonderzoek

Bijlage 5

Analysecertificaten

Bijlage 6

Toetsingstabellen

Bijlage 7

Toetsingskader bodemkwaliteit

Bijlage 8

Kwaliteitsborging

1

Inleiding

1.1 Algemeen In opdracht van Rooftop Energy heeft Sweco Nederland B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van enkele weilandpercelen aan de Rijksweg te Oudehaske. Voor het verkennend bodemonderzoek is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksnormen: · NEN 5725:2017 nl – bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek; · NEN 5740:2009+A1:2016 nl – Bodem -Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; · NEN 5707+C2:2017 nl – Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen aanleg van een zonnepark. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond) noodzakelijk. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie en de eventueel daaruit vrijkomende grond. Op basis van de onderzoeksresultaten moet worden vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, mogelijk is en zo niet, welke vervolgacties noodzakelijk zijn. Het verkennend bodemonderzoek geeft inzicht in de algemene bodemkwaliteit.

Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. 1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: · het vooronderzoek, de indeling in deellocaties en vaststelling onderzoekshypothese (hoofdstuk 2); · het uitgevoerde veldonderzoek (hoofdstuk 3); · het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 4); · de resultaten van het asbestonderzoek (hoofdstuk 5); · de resultaten van de chemische parameters (hoofdstuk 6); · de interpretatie van alle resultaten, conclusie en advies (hoofdstuk 7). Na hoofdstuk 7 is een lijst opgenomen met gebruikte normen en protocollen. De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.

2

Vooronderzoek

2.1 Algemeen Voor het vooronderzoek is de onderzoek systematiek gevolgd, behorend bij aanleiding A ''opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek'' uit de NEN 5725. Met het vooronderzoek worden de onderzoeksvragen zoals benoemd in de NEN 5725 beantwoord. Het volledige vooronderzoek staat in bijlage 3. Het vooronderzoek resulteert in een hypothese over de aard en verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. De hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. 2.2 Resultaten locatiebezoek Het locatiebezoek is uitgevoerd door de heer R. Diekstra van Sweco Nederland B.V. op 3 maart en 4 maart 2020. Een locatiebezoek betreft een inspectie van de locatie gericht op het huidige gebruik, kenmerken die kunnen duiden op bodemverontreiniging en het vaststellen van de mogelijke aanwezigheid van asbest. Tijdens het locatiebezoek is het maaiveld indicatief geïnspecteerd. De bevindingen van het locatiebezoek zijn in tabel 2-1 samengevat. Tabel 2-1:

Bevindingen locatiebezoek

Gebouwen Verhardingen Watergangen Onderhoud Ondergrondse infrastructuur Maaiveldveranderingen Aanwezigheid puin Aanwezigheid plastics Aanwezigheid piepschuim Aanwezigheid invasieve exoten Asbestverdacht materiaal Asbesthoudende toepassingen Aangrenzende locaties

Niet aanwezig Niet aanwezig Aanwezig, onverdacht op bodemverontreiniging Goed Nauwelijks aanwezig, wel hoogspanningsmasten Niet waargenomen Nee Nee Nee Nee Nee Nee Geen bijzonderheden

2.3 Conclusies vooronderzoek Samenvattend kan uit het vooronderzoek geconcludeerd worden dat sprake is van een onverdachte onderzoekslocatie, met uitzonderingen van de aanwezige dammen en slootdempingen. Voor geplande grondroerende werkzaamheden en de aanleg van het zonnepark dienen de dammen en slootdempingen onderzocht te worden. Tabel 2-2

Bevindingen vooronderzoek

Deellocatie 7 Dammen Slootdempingen Overig onderzoekslocatie

Omschrijving en reden tot wel of niet verdenking van bodemverontreiniging Verdacht: Mogelijk aangelegd met bodemvreemd materiaal Verdacht: Mogelijk gedempt met bodemvreemd materiaal Onverdacht: De grond op de locatie hoeft niet onderzocht te worden en heeft op basis van de bodemkwaliteitskaart (incl. PFAS) bodemkwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’. De waterbodem binnen de onderzoekslocatie kan worden hergebruikt op de locatie (verspreiding op aangrenzend perceel)

2.4 Onderzoekshypothese en -strategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek, zoals beschreven in bijlage 3 en paragraaf 2.3, zijn in tabel 2-3 de deellocaties met hypotheses gedefinieerd. In figuur 2-1 zijn de contouren van de deellocaties aangegeven. Tabel 2-3:

Hypothese en onderzoeksstrategie

Deellocatie

7 dammen Slootdempingen

Oppervlakte (m2) / Lengte (m) Per dam < 25 m2 850 m

Bodemlaag (m -mv)

Hypothese

Strategie

0,0 – 1,5

Verdacht

0,0 – 1,5

Verdacht

Maatwerk: Bij elke dam 2 boringen Maatwerk: Bij elke sloot wordt een raai van 3 á 4 boringen uitgevoerd

De invulling van de onderzoeksstrategie wordt gegeven in hoofdstuk 3.

Figuur 2-1: situatie met deellocaties

3

Veldonderzoek

3.1 Onderzoeksstrategie Het veldwerk voor de onderzoeksstrategieën zijn ingevuld, zoals in tabel 3-1 beschreven: Tabel 3-1:

Uitgevoerd veldwerk

Deellocatie

Bodemlaag (m -mv)

Oppervlakte (m2)

Strategie

Veldwerk Boringen Aantal

Diepte (m-mv)

7 dammen

0,0 – 1,5

Per dam < 25 m2

NEN5740: Maatwerk NEN 5707: Maatwerk

1 1 12

0,8 (stuit) 0,9 (stuit) 1,5

Slootdempingen

0,0 – 1,5

850 m

NEN5740: Maatwerk

19

1,5

Het veldwerk is uitgevoerd door Sweco Nederland B.V. (certificaatnummer VB 082/2) op 3 maart en 4 maart 2020. Het veldwerk (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en de bijbehorende protocollen 2001 en 2018 (zie bijlage 7). Het veldwerk is uitgevoerd door persoonlijk gecertificeerde veldwerkers waarvan de naam vermeld is bij de profielen in bijlage 4. De locaties van de boringen zijn weergegeven in bijlage 2. De boorlocaties zijn bepaald aan de hand van de bevindingen van het vooronderzoek, het terreingebruik en de maaiveldinspectie. Bij de uitvoering van het veldwerk is afgeweken van de NEN 5740 en NEN 5707 opgetreden, omdat het veldwerk maatwerk betreft. Ter plaatse van dam D04 zijn de boringen gestuit op 0,8 m -mv en 0,9 m -mv door de aanwezigheid van puin. Op basis van de toekomstige werkzaamheden, de grondwaterstand (ca. 1,0 m -mv) en het feit dat het grondwater onverdacht is op verontreiniging, is besloten het grondwater niet te onderzoeken. 3.2

Maaiveldinspectie ten behoeve van asbest bodemonderzoek

Uitvoering Het maaiveld is geïnspecteerd door de deellocaties in stroken van 1,5 m haaks op elkaar te belopen. Bij de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Bemonstering Omdat geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen, zijn geen monsters genomen. 3.3

Visuele beoordeling grond

Uitvoering Bij het verrichten van boringen en het graven van gaten is de grond visueel geïnspecteerd op grondsoorten, bodemvreemde bijmengingen en afwijkende kenmerken. Voor het asbestbodemonderzoek is de grond gezeefd over een zeef met maaswijdte van 2 cm en is de

uitgezeefde grove fractie geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. Hierbij is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De boringen en gaten zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 4. Zintuiglijke waarnemingen De resultaten van de visuele inspectie c.q. de zintuiglijke waarnemingen in de grond zijn opgenomen in tabel 3-2. Tabel 3-2:

Resultaten visuele inspectie en zintuiglijke waarnemingen

Boringnummer

Maximale boordiepte (m -mv)

Diepte (m -mv)

Grondsoort

Zintuiglijke waarneming

D2B1 D2B2 D4B1

1,50 1,50 0,90

0,50 – 1,00 0,65 – 1,10 0,60 – 0,90

Zand Zand Zand

D4B2 D5B2 D7B1 S1B1 S1B2 S3B2 S4B1 S5B2

0,80 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50

0,90 0,80 0,70 – 1,10 0,90 – 1,50 0,00 – 0,50 0,60 – 0,95 0,50 – 1,20 0,20 – 0,70 1,20 – 1,30

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

Zwak baksteenhoudend Sporen baksteen Resten baksteen, zwak puinhoudend, sporen glas, sporen asfalt Stuitboring Stuitboring Zwak slibhoudend Laagjes slib Zwak sintelhoudend Resten slib Laagjes slib Sporen slib Laagjes slib

Bemonstering De opgeboorde en opgegraven grond is bemonsterd per 0,5 m of per te onderscheiden bodemlaag. Voor het bodemonderzoek naar asbest is de opgegraven grond bemonsterd door het samenstellen van mengmonsters per deellocatie, na verwijdering van de grove fractie >2 cm.

4

Laboratoriumonderzoek

Op basis van de visuele inspectie zijn monsters geselecteerd voor analyse. Ten aanzien van asbest is hierbij maatwerk gehanteerd. Er is uitsluitend een asbestonderzoek, wanneer in de grond puin / baksteen is aangetroffen. De monsterselectie is opgenomen in tabel 4-1. Tabel 4-1:

Monsterselectie

Monster

Monstertraject Deelmonsters (m -mv)

Analysepakket

Motivatie

Dam D2 asbest Dam D4 asbest M1 dam D2

0,50 - 1,10 0,60 - 0,90 0,50 - 1,00

D2B1, D2B2 D4B1 D2B1

Asbest in grond Asbest in grond Standaardpakket incl. lu/os

M2 dam D4

0,60 - 0,90

D4B1

Standaardpakket incl. lu/os

M3 dam D5

0,70 - 1,10

D5B2

Standaardpakket incl. lu/os

M4 dam D7

1,00 - 1,50

D7B1

Standaardpakket incl. lu/os

M5 demping S1 0,00 - 0,50

S1B1

Standaardpakket incl. lu/os

M6 demping S3 0,35 - 1,00

S3B1, S3B2

Standaardpakket incl. lu/os

M7 demping S4 0,20 - 0,70

S4B1

Standaardpakket incl. lu/os

M8 demping S5 1,20 - 1,30

S5B2

Standaardpakket incl. lu/os

Bepaling asbestgehalte Bepaling asbestgehalte Bepaling milieuhygiënische bodemkwaliteit Bepaling milieuhygiënische bodemkwaliteit Bepaling milieuhygiënische bodemkwaliteit Bepaling milieuhygiënische bodemkwaliteit Bepaling milieuhygiënische bodemkwaliteit Bepaling milieuhygiënische bodemkwaliteit Bepaling milieuhygiënische bodemkwaliteit Bepaling milieuhygiënische bodemkwaliteit

Het standaardpakket grond bestaat uit zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbinfenylen (PCB) en minerale olie. De grondmonsters zijn tevens geanalyseerd op organische stof en lutum, ten behoeve van de toetsing. De geselecteerde monsters voor de analyses op de standaardpakketten zijn in het laboratorium van Synlab Analytics & Services B.V. geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS 3000 richtlijn. De analysecertificaten met de resultaten van het laboratoriumonderzoek en een toelichting op de toegepaste analysemethoden zijn weergegeven in bijlage 5. In bijlage 5 is een afwijking op de analyseprotocollen vermeld, te weten: · Het volume van de monsters Dam D2 asbest en Dam D4 asbest voor het asbestonderzoek was onvoldoende. Na drogen was bij Dam D2 asbest respectievelijk 9,9 kg ds over en bij Dam D4 asbest respectievelijk 6,4 kg ds over. Dit is minder dan de voorgeschreven 10 kg ds. De consequentie is dat de analyseresultaten in principe als indicatief moeten worden beschouwd.

Opgemerkt wordt dat de fractie respirabele vezels op basis van de volgende overwegingen niet is bepaald: · De gehalten niet-hechtgebonden en hechtgebonden overschrijden de risicowaarden niet (100 respectievelijk 1000 mg/kg ds gg) en · Er is geen asbest aangetroffen in de fracties <0,5 mm, 0,5-1 mm en 1-2 mm.

5

Resultaten bodemonderzoek asbest

Verhoogd

Matig verhoogd

hechtgebonden

100 mg/kg ds gg

50 mg/kg ds gg

0 mg/kg ds gg Niet

Asbest in grond

Sterk verhoogd

Sterk verhoogd

hechtgebonden

verhoogd 100 mg/kg ds gg

en puin

1000 mg/kg ds gg

5.1 Mate van bodemverontreiniging Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, is de interventiewaarde asbest vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De met dit verkennend onderzoek verkregen asbestgehalten, moeten volgens de NEN 5707 beschouwd worden als indicatieve gehalten. Deze indicatieve gehalten asbest zijn getoetst aan de helft van de interventiewaarde, zijnde 50 mg/kg ds gg. Directe toetsing aan de interventiewaarde (100 mg/kg ds gg) is niet mogelijk door de lagere onderzoeksintensiteit in het verkennend onderzoek. Desalniettemin toetst Sweco de indicatieve gehalten aan asbest wel aan de interventiewaarde om inzicht te krijgen in de ernst van de verontreiniging. De toetsingsmogelijkheden voor asbestgehalten verkregen met een verkennend bodemonderzoek asbest zijn als volgt:

Een uitgebreide toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7. De berekende asbestgehalten en de toetsing is per bodemlaag opgenomen in de tabel 5-1. Tabel 5-1:

Resultaat grond

Asbestgat

Monstertraject (m –mv)

Gewogen gehalte asbest in fijne fractie (mg/kg d.s.)

Dam D2 asbest

0,50 - 1,10

<2,0

-

Dam D4 asbest

0,60 - 0,90

<2,0

-

Gewogen gehalte asbest in grove fractie (mg/kg d.s.)

Totale gewogen gehalte asbest in grond (mg/kg d.s.)

Gewogen totaal bovengrens (mg/kg ds)

H/NH

<2,0

-

-

<2,0

-

-

5.2 Voorlopige veiligheidsklasse De veiligheidsaspecten voor werken in of met asbestverontreinigde grond worden indicatief beoordeeld op basis van de CROW 400. Een toelichting op de veiligheidsklassen en de maatregelen zijn opgenomen in bijlage 8. De berekende resultaten, zoals weergegeven in de vorige paragraaf, zijn getoetst aan de veiligheidsnormen.

100 mg/kg ds gg

Veiligheidsklasse zwart niet vluchtig

Respirabel

Beheersmaatregelen: voorkom stofvorming en verslepen bouwstoffen 10 mg/kg ds gg

respirabel

Geen veiligheidsklasse

5 mg/kg ds

Asbest in grond

50 mg/kg ds gg

0 mg/kg ds gg

(niet respirabel) asbest

De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:

De toetsing van het respirabele gehalte heeft niet plaatsgevonden, omdat dit gehalte niet bepaald is (zie hoofdstuk 4). In de grond is geen asbest aangetroffen.. Voor werken in en met de grond zijn, ten aanzien van asbest, geen veiligheidsmaatregelen nodig. De veiligheidsmaatregelen dienen tevens gebaseerd te worden op de chemische parameters, de indicatieve bepaling daarvan is opgenomen in het volgende hoofdstuk. Een beschrijving van de veiligheidsmaatregelen is opgenomen in bijlage 7.

6

Resultaten bodemonderzoek chemische parameters

6.1 Toetsingskader Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit deze circulaire. Aanvullend op de Circulaire bodemsanering toetst Sweco ook aan de tussenwaarde, het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde. Deze toetsing geeft, in combinatie met de bodemkwaliteitskaart en locatiespecifieke kenmerken, een indicatie voor de noodzaak tot nader onderzoek. De veiligheidsaspecten voor werken in of met verontreinigde grond worden indicatief beoordeeld op basis van de CROW 400. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de rekentool van het CROW. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7 bij dit rapport. 6.2 Mate van bodemverontreiniging De resultaten van de toetsing ter bepaling van de mate van bodemverontreiniging, zijn samengevat in de tabel 6-1.

Tabel 6-1:

interventiewaarde Matig verhoogd

Sterk verhoogd

(in tabel: >Aw)

(in tabel: >T)

(in tabel: >I)

tussenwaarde

grondwater

Licht verhoogd

streefwaarde

Niet verhoogd

interventiewaarde

grond

tussenwaarde

achtergrondwaarde

De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:

Toetsing aan de toetsingswaarden grondmonsters (Circulaire bodemsanering)

Monster

Monstertraj ect (m -mv)

Boringnummers

> AW

>T

>I

M1 dam D2 M2 dam D4 M3 dam D5 M4 dam D7 M5 demping S1

0,50 - 1,00 0,60 - 0,90 0,70 - 1,10 1,00 - 1,50 0,00 - 0,50

D2B1 (0,50 - 1,00) D4B1 (0,60 - 0,90) D5B2 (0,70 - 1,10) D7B1 (1,00 - 1,50) S1B1 (0,00 - 0,50)

Nikkel -

-

M6 demping S3 0,35 - 1,00

S3B1 (0,35 - 0,85) S3B2 (0,50 - 1,00)

Molybdeen PAK 10 VROM Nikkel Molybdeen Nikkel Molybdeen

-

-

Monster

Monstertraj ect (m -mv) M7 demping S4 0,20 - 0,70 M8 demping S5 1,20 - 1,30

Boringnummers

> AW

>T

>I

S4B1 (0,20 - 0,70) S5B2 (1,20 - 1,30)

-

-

-

Standaard-

Altijd

parameters

toepasbaar

klasse Wonen

interventiewaarde

waarde industrie

(lokale) maximale

waarde wonen

(lokale) maximale

achtergrondwaarde

6.3 Hergebruik van grond De resultaten van de toetsing ter bepaling van de hergebruiksklasse voor de overige chemische parameters, zijn samengevat in tabel 6.2. De grond is niet geanalyseerd op PFAS, omdat de locatie als onverdacht op PFAS wordt beschouwd. De hergebruiksklassen zijn als volgt:

klasse industrie

Niet toepasbaar

Nooit toepasbaar

Maximale

emmissiewaarde

In grootschalige bodemtoepassing

Tabel 6.2: Indicatieve toetsing hergebruiksklasse op basis van chemische parameters Monster

Monstertraject Boringnummers (m -mv)

> AW

> MWw

> MWi

Oordeel*

M1 dam D2 M2 dam D4 M3 dam D5 M4 dam D7 M5 demping S1 M6 demping S3

0,50 - 1,00 0,60 - 0,90 0,70 - 1,10 1,00 - 1,50 0,00 - 0,50 0,35 - 1,00

Molybdeen PAK 10 VROM Molybdeen Molybdeen

Nikkel Nikkel Nikkel

-

Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse industrie Altijd toepasbaar Klasse industrie Altijd toepasbaar

M7 demping S4 M8 demping S5

0,20 - 0,70 1,20 - 1,30

-

-

-

Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

D2B1 (0,50 - 1,00) D4B1 (0,60 - 0,90) D5B2 (0,70 - 1,10) D7B1 (1,00 - 1,50) S1B1 (0,00 - 0,50) S3B1 (0,35 - 0,85) S3B2 (0,50 - 1,00) S4B1 (0,20 - 0,70) S5B2 (1,20 - 1,30)

Geen exoten

Puin 20%

Plastic sporadisch

6.3.1 Bijmengingen, bodemkundige ziekten en invasieve exoten Voor bijmengingen in de grond, bodemkundige ziekten en restanten en zaden van invasieve exoten, geld het volgende toetsingskader:

Bijmengingen Toepasbaar op landbodem Niet direct toepasbaar op landbodem

Opgemerkt wordt dat naar deze aspecten geen gericht onderzoek is verricht; het zijn slechts waarnemingen op basis van dossieronderzoek en veldbezoek. In de diepere ondergrond van Dam D4 is puin / puinhoudende grond aangetroffen. Het is mogelijk dat dit niet direct toepasbaar is op landbodem.

à onvoldoende

Mutagene en carcinogene stoffen Veiligheidsklasse

Oranje

rood

Veiligheidsklasse zwart

Mutageen of carcinogeen

Veiligheidsklasse

SRC

Geen veiligheidsklasse <75% SRC

Niet-vluchtige stof

Voldoende ß

1000 mg kg ds of 1000 µg/l

Alle stoffen

ventilatie

waarde

Vluchtige stof

interventie-

tussenwaarde

6.4 Voorlopige veiligheidsklasse De resultaten, zoals weergegeven in de vorige paragraaf, zijn getoetst aan de veiligheidsnormen. De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:

Op basis van de CROW 400 is vastgesteld dat geen veiligheidsklasse van toepassing is op basis van de chemische parameters. De uiteindelijke veiligheidsklasse wordt tevens bepaald door de asbestverontreiniging. De definitieve veiligheidsklasse wordt vastgesteld door een hogere of middelbare veiligheidskundige. Een beschrijving van de veiligheidsmaatregelen voor werken in en met verontreinigde grond is opgenomen in bijlage 7.

7

Interpretatie onderzoeksresultaten

7.1 Verontreinigingssituatie Hierbij de analyseresultaten per deellocatie Dammen Uit de analyseresultaten blijkt dat in de dammen D2 en D4 indicatief geen asbest in aangetoond. Bij dam D4 zijn de boringen gestuit op ca. 0,9 m -mv. Het onderliggende puin is niet geanalyseerd. Ter plaatse van dam D5 zijn in de ondergrond (bodemtraject: 0,7 – 1,1 m -mv) licht verhoogde gehalten aan molybdeen en nikkel aangetoond. De ondergrond voldoet indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Ter plaatse van dam D7 is in de ondergrond (bodemtraject: 1,0 – 1,5 m -mv) een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. De ondergrond voldoet indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’. Bij de overige dammen zijn in de grond geen verhoogde gehalten aangetoond of is de grond niet geanalyseerd, omdat de grond zintuiglijk schoon is. Slootdempingen Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond (bodemtraject: 0,0 – 0,5 m -mv) van slootdemping S1 licht verhoogde gehalten aan molybdeen en nikkel zijn aangetoond. De bovengrond voldoet indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Ter plaatse van slootdemping S3 zijn in de grond (bodemtraject: 0,35 – 1,0 m -mv) licht verhoogd gehalten aan molybdeen en nikkel aangetoond. De grond voldoet indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’.

Bij de overige slootdempingen zijn in de grond geen verhoogde gehalten aangetoond of is de grond niet geanalyseerd, omdat de grond zintuiglijk schoon is. 7.2 Noodzaak tot vervolgonderzoek De resultaten van het verkennend onderzoek worden in twee stappen getoetst op de noodzaak tot vervolgonderzoek. Stap 1 betreft de toetsing van de onderzoekshypothese: geven de resultaten aan dat de juiste hypothese gekozen is? En indien niet, is aanvullend verkennend onderzoek nodig om te voldoen aan een andere hypothese? Stap 2 betreft de toetsing van de mate van verontreiniging: zijn de gehalten aan verontreinigende stoffen zodanig hoog dat nader onderzoek nodig is? In tabel 7-1 is de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld voor asbest respectievelijk de chemische parameters.

Tabel 7-1:

Noodzaak vervolgonderzoek Stap 1: toetsing hypothese

Deellocatie

Bodemlaag Hypothese (m -mv)

Correct?

7 dammen

0,0 – 1,5

Verdacht

Slootdempingen

0,0 – 1,5

Verdacht

ja, want verhoogde gehalten ja, want verhoogde gehalten

7.3

Aanvulling verkennend onderzoek nodig voor nieuwe hypothese? nee, onderzoeksinspanning voldoende nee, onderzoeksinspanning voldoende

Stap 2: toetsing mate van verontreiniging Nader onderzoek nodig?

Nee, want geen gehalten > I Nee, want geen gehalten > I

Hergebruik van grond

Toetsingskader Als de bodemkwaliteit zoals vastgesteld met het voorliggende bodemonderzoek overeenkomt of beter is dan de bodemkwaliteit zoals vastgelegd in de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart (Bkk), dan vormt de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart het erkende bewijsmiddel voor hergebruik van grond. Bij een afwijkende slechtere kwaliteit is voorafgaande aan hergebruik een partijkeuring nodig om een erkend bewijsmiddel te verkrijgen. Hergebruik binnen de grenzen van het project is mogelijk zolang de interventiewaarde niet wordt overschreden. Echter, indien sprake is van zorgplicht (nieuw geval, zie bijlage 7) is hergebruik van verontreinigde grond op locatie niet zonder meer mogelijk. Geadviseerd wordt hergebruik op locatie af te stemmen met de gemeente. Voor asbest geldt een hergebruiksnorm van 100 mg/kg ds gg. Bij lagere gehalten mag de grond elders toegepast worden als secundaire bouwstof. Los van de analytische samenstelling, gelden ook restricties ten aanzien van de hoeveelheid bodemvreemd materiaal in de toe te passen partij grond. In de Regeling bodemkwaliteit staat een grens van 20% aangegeven voor puin en puinachtige bijmengingen. Voor plastics en piepschuim geldt dat deze sporadisch of in niet redelijkerwijs verwijderbare stukjes mogen voorkomen in de toe te passen partij.

Resultaten De bovengrond van slootdemping S1 en de ondergrond van dam D5 heeft bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Indien deze grond afgevoerd dient te worden, wordt geadviseerd aanvullend bodemonderzoek (partijkeuring) uit te voeren. De overige grond ter plaatse van de onderzoekslocatie kan over het algemeen als schoon (bodemkwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’) worden beoordeeld en kan op basis van de bodemkwaliteitskaart elders worden hergebruikt. De grond van alle deellocaties kan op de gehele projectlocatie worden hergebruikt, mits rekening wordt gehouden met het stand-still principe.

Er is geen sprake van meer dan 20% puinachtige bijmengingen in de grond met uitzondering van dam D4. In de ondergrond dam D4 is vanaf 0,8 m -mv puin aanwezig. De grond kan mogelijk niet worden hergebruikt. 7.4 Veiligheidsaspecten Voor het werken in of met de grond ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie is op basis van de CROW 400 geen veiligheidsklasse (basishygiëne) van toepassing. 7.5 Conclusie en advies Op basis van het bodemonderzoek is geconstateerd dat er geen belemmeringen zijn voor de omgevingsvergunning en de toekomstige graafwerkzaamheden. Alle graafwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder veiligheidsklasse (basishygiëne). Indien graafwerkzaamheden worden uitgevoerd in de ondergrond (vanaf 0,8 m -mv) bij dam D4 wordt geadviseerd aanvullend bodemonderzoek uit te voeren. Voor hergebruik van de grond op de gehele onderzoekslocatie wordt verwezen naar hoofdstuk 7.3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=1e78546b-c007-4a29-8f88-a77d7df32784