Bijlage 4. Ruimtelijke onderbouwing Molenplein 23-25 Heerenveen
Tekst van het document
omgevingsvergunning
Heerenveen - Molenplein tussen 23 en 25 Heerenveen
DATUM IMRO IDN
18-07-2022 NL.IMRO.0074.20220682-0001
PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
20220682
AUTEUR STATUS
concept
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Plangebied
6
1.3
Planologische regeling
7
1.4
Leeswijzer
7
Projectbeschrijving
8
2.1
Huidige situatie
8
2.2
Toekomstige situatie
9
2.3
Ruimtelijke inpassing
11
Hoofdstuk 3
Beleidskader
13
3.1
Rijksbeleid
13
3.2
Provinciaal beleid
14
3.3
Gemeentelijk beleid
15
Milieu- en omgevingsaspecten
17
4.1
Mer-beoordeling
17
4.2
Milieuzonering
18
4.3
Verkeer en parkeren
18
4.4
Water
19
4.5
Geluid
20
4.6
Bodem
20
4.7
Archeologie
21
4.8
Cultuurhistorie
22
4.9
Ecologie
22
4.10
Externe veiligheid
23
4.11
Luchtkwaliteit
23
4.12
Kabels en leidingen
24
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
25
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
25
5.2
Economische uitvoerbaarheid
25
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
3/137
Hoofdstuk 6
Afweging en conclusie
Bijlagen toelichting
26 27
Bijlage 1
Digitale watertoets
29
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
35
Bijlage 3
Bodemonderzoek
73
4/137
Ruimtelijke onderbouwing
5/137
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan het Molenplein in Heerenveen, gelegen tussen de nummers 23 en 25, ligt een parkeerterrein. Het voornemen is op de locatie van dit parkeerterrein drie appartementen te realiseren en twee penthouses op de bestaande bebouwing ernaast ter aanvulling van het eerdere plan voor de transformatie van de Van Riesenstraat. Om dit project te realiseren zal er een uitgebreide voorbereidingsprocedure doorlopen moeten worden. Deze ruimtelijke onderbouwing zal worden opgezet ter ondersteuning van de benodigde vergunningsaanvraag.
1.2
Plangebied
In figuur 1.1 is de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Het plangebied ligt aan het Molenplein, op de kruising met de Van Riesenstraat.
Figuur 1.1
6/137
Ligging van het projectgebied
1.3
Planologische regeling
Het projectgebied is geregeld in de beheersverordening 'Beheersverordening Heerenveen Centrum', dat is vastgesteld op 21 maart 2016. In de beheersverordening is het bestaande gebruik vastgelegd. Voor het projectgebied zijn daarbij de aanduidingen 'Centrum - Randzone', 'Waarde - Archeologie 2', 'bedrijf op 2e bouwlaag' en 'bouwvlak klasse I'. Ter plaatse is wonen toegestaan op een tweede of hogere bouwlaag. Op de naastgelegen bebouwing zijn dienstverlenende bedrijven en instellingen toegestaan op de tweede en hogere bouwlagen. Er geldt een maximale goot- en bouwhoogte van 8 en 12 meter. Het voorgenomen woongebouw is niet toegestaan omdat ook op de begane grond gaat worden. Tevens geldt er een 'Correctieve herziening beheersverordeningen Centrum', dat is vastgesteld op 16 december 2019. Wijzigingen die hierin zijn opgenomen zullen geen invloed hebben op de planologische regeling van deze ruimtelijke onderbouwing. Verder heerst er een 'Partiële herziening beheersverordeningen parkeren', dat is vastgesteld 7 oktober 2021. Er geldt dat een regel die verplicht om het gebied in voldoende parkeermogelijkheden te voorzien, op de bouwplan of aanvraag behorende gronden.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 een afweging en conclusie gegeven.
7/137
Hoofdstuk 2
2.1
Projectbeschrijving
Huidige situatie
Het projectgebied betreft het parkeerterrein tussen de bebouwing aan het Molenplein 23 en 25 in Heerenveen en de bestaande naastgelegen bebouwing zoals weergegeven in figuur 2.1. Het gebied ligt aan de noordwestzijde van het Molenplein, in het zuiden van het centrum, en aan de Van Riesenstraat. In de directe omgeving komen zowel woonfuncties, als winkel-, kantoor- en bedrijfsfuncties voor. De omgeving van het plangebied heeft dan ook een functioneel gemengd karakter. Het projectgebied bestaat uit een parkeerterrein op de begane grond en de bestaande naastgelegen bebouwing. Dit parkeerterrein bestaat uit 9 parkeerplaatsen, die zijn afgesloten door middel van een hefboom. Verder grenst dit parkeerterrein aan de noordkant aan bedrijfspanden. Aan de zuidkant grenst het parkeerterrein aan de bestaande naastgelegen bebouwing met de functies detailhandel, opslag en wonen. De naastgelegen bebouwing betreft een pand met negen woningen van twee bouwlagen.
Figuur 2.1
8/137
Luchtfoto van de huidige situatie
Figuur 2.2
Vooraanzicht vanaf het Molenplein
Figuur 2.3
Vooraanzicht vanaf de Dracht
2.2
Toekomstige situatie
Het project stelt een nieuwe invulling voor, voor het parkeerterrein gelegen tussen Molenplein 23 en 25 en de realisatie van een extra bouwlaag op de bebouwing aan de Van Riesenstraat. De parkeerfunctie van het projectgebied wordt getransformeerd tot een pand met drie appartementen. Daarnaast zal op de naastgelegen bebouwing twee penthouses gerealiseerd worden. De impressies van de voor- en zijgevels zijn weergegeven in figuur 2.4 en 2.5. De appartementen worden verdeeld over vier bouwlagen, met op de begane grond plaats voor berging voor de appartementen en op elke verdieping een enkel appartement. Verder wordt op het bestaande pand aan de Van Riesenstraat een enkele bouwlaag toegevoegd, waar twee penthouses op worden gerealiseerd zoals is weergegeven in figuur 2.6.
9/137
Figuur 2.4
Impressie voorgevels rijwoningen
Figuur 2.5
Impressie zijgevel rijwoningen
10/137
Figuur 2.6
2.3
Indeling van de verdiepingen van de voorgenomen woningen
Ruimtelijke inpassing
Het projectgebied maakt deel uit van het centrum van Heerenveen. Hiervoor is eind 2019 een nieuwe centrumvisie vastgesteld: 'Centrum Heerenveen: Ook 'n gouden plak'. De voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied past binnen de gepresenteerde ontwikkelingen en trends binnen de bovengenoemde structuurvisie, waarbij kernwinkelgebieden compacter worden en door leegstand meer woningbouw zal worden aangediend. Uiteindelijk is het voornemen om een volledig gerenoveerd en modern centrum te realiseren. Binnen het projectgebied zal het parkeerterrein worden gerealiseerd tot een aansluitend pand met vijf woningen. Dit nieuwe pand zal een modern uiterlijk hebben om binnen de structuurvisie van het centrum van Heerenveen te passen. Naast dit plan zal op het bestaande pand aan de Van Riesenstraat een extra bouwlaag
11/137
worden toegevoegd, waar twee penthouses op zullen worden gerealiseerd. De woonfunctie is al aanwezig in de omgeving, waarmee de voorgenomen ontwikkeling functioneel aansluit.
12/137
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden.. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het RIJk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. IN de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De ontwikkeling in het projectgebied raakt, gezien de relatief zeer kleine omvang, geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Dit bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro.
13/137
Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dat betekent dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor de behoefte en de beschikbare ruimte binnen stedelijk gebied. In dit geval worden vijf woningen gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. Aan de hand van het gemeentelijk woonbeleid is in paragraaf 3.3 gemotiveerd dat er behoefte is aan de voorgenomen woningen. Daarmee is er voldoende onderbouwing gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciale beleid is uiteengezet in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. De belangrijkste uitgangspunten uit het provinciale beleid zijn in de regelgeving vastgelegd in de Verordening Romte Fryslân. De nieuwe omgevingsverordening is nog niet vastgesteld. Omgevingsvisie Provincie Fryslân 'De romte diele' De hoofdambitie van de provincie voor de Friese leefomgeving is brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. In de Omgevingsvisie werkt de provincie de provinciale ambities, opgaven, doelen en werkwijze voor de komende jaren uit. De werkwijze is gestoeld op negen principes: Inhoudelijke principes 1. zuinig ruimtegebruik; 2. omgevingskwaliteit als ontwerpbasis; 3. koppelen van ambities; 4. gezondheid en veilig; Samenwerkingsprincipes 1. rolbewust; 2. decentraal wat kan; 3. ja, mits; 4. aansluiting zoeken; 5. sturen op proces, ruimer op inhoud. Dit is vertaald naar vier urgente opgaven die de provincie wil aanpakken: 1. Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar; 2. Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; 3. Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht; 4. Fryslân versterkt de biodiversiteit. Toetsing De opgave Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar bestaat onder meer uit het grootschalig opknappen van bestaande bebouwing en het aanbod aan woningen afstemmen op de bevolking.
De provincie stimuleert dit. Daarnaast zet de provincie in op zorgvuldig ruimtegebruik en gaat inbreiding boven uitbreiding.
14/137
Benutting van bestaande locaties en bestaande capaciteit staat voorop. Wanneer in het bestaand gebied niet aan de behoefte kan worden voldaan, wordt pas naar uitbreiding gekeken. De provincie voert periodiek prognoses uit naar de behoefte aan woningbouw en ondersteund gemeenten met het toepassen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De herinrichting van een binnenstedelijke locatie teneinde het aanbod aan woningen te verhogen op een braakliggende locatie past naadloos binnen deze ambitie. Verordening Romte Fryslân De Verordening Romte Fryslân 2014 stelt regels aan ruimtelijke plannen en projecten. Volgens de begrenzing tussen het buitengebied en het stedelijk gebied ligt het projectgebied binnen het stedelijk gebied. Hier wordt ruimte geboden voor het ontwikkelen van stedelijke functies voor zover deze naar aard en omvang passen bij de kern. In artikel 1 van de verordening worden regels gegeven gericht op het bundelen van stedelijke functies in stedelijk gebied. Indien dit niet mogelijk is, kan aansluitend op bestaand stedelijk gebied een uitbreidingslocatie worden toegestaan. Volgens de verordening valt de locatie binnen het bestaand stedelijk gebied. Hier kunnen stedelijke functies, zoals wonen, toegevoegd worden.
In Artikel 3 van de verordening is specifiek aangegeven dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In paragraaf 3.3 is nader uiteengezet hoe het voornemen binnen het woningbouwprogramma past. Daarmee is het plan in overeenstemming met artikel 3 van de Verordening Romte Fryslân. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met de Verordening Romte Fryslân 2014.
3.3
Gemeentelijk beleid
Regionale woningbouwafspraken Zuidoost-Fryslân 2016-2026 Binnen de regio Zuidoost Fryslân, die de gemeenten Smallingerland, Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Opsterland en Heerenveen omvat, zijn woningbouwafspraken gemaakt, die instemming hebben van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. De woningbehoefte voor de regio en de verschillende gemeenten is gerelateerd aan de provinciale huishoudensprognose 2013-2040, waar voor de gemeente Heerenveen van 2012 tot 2030 een groei van 2.339 huishoudens wordt voorzien. De regionale woningbouwafspraken betreffen zowel binnenstedelijk gebied als uitleggebied, en zijn kaderstellend voor de gemeentelijke woningbouwprogrammering. Voor de periode 2016 tot en met 2026 vraagt de regio om de maximale woningbouwruimte vast te stellen op 3.750 woningen. Deze woningbouwruimte is onderling verdeeld op basis van het aandeel huishoudens binnen de gemeenten. Passend bij de programma's heeft dit per gemeente tot een passend voorstel geleid met het aandeel binnen- en buitenstedelijk.
15/137
Voor de gemeente Heerenveen geldt een maximale woningbouwruimte van 1.313 woningen, waarvan 30% binnenstedelijk binnen de kern Heerenveen en 70% hier buiten. Aanvullend binnenstedelijk kan nog eens 20% gerealiseerd worden. In het woningbouwprogramma is voldoende ruimte voor de gemeente Heerenveen om de voorgenomen vijf woningen uit dit project te realiseren. Daarmee wordt deels voorzien in de woningbehoefte die is berekend in het kader van de regionale woningafspraken. Centrum Heerenveen: Ook 'n gouden plak De visie Centrum Heerenveen: Ook 'n gouden plak is opgesteld vanuit de gezamenlijke ambitie voor het centurm van Heerenveen om te komen tot een sfeervol en gastvrij centrum voor bezoekers die langer blijven en vaker komen. Dit wil de gemeente bereiken door opgaven aan te pakken aan de hand van 3 opgaven: Compact & Compleet; Ontvangen & Ontmoeten; Bruisen en Beleven. Aan de hand van de 3 opgaven en met een gebiedsgerichte benadering (gebiedsdeal) wil de gemeente de gezamenlijke ambitie realiseren. In de visie is het centrum van Heerenveen onderverdeeld in deelgebieden. Per deelgebied wordt bekeken hoe een initiatief daadwerkelijk gerealiseerd kan worden.
Wat betreft 'compact & compleet' is het voornemen om het centrum compacter te maken door specifieke centrumfuncties en voorzieningen zoals retail en horeca meer te concentreren en de aanloopgebieden te transformeren naar wonen en functies die ondersteunend zijn aan het centrum. Eén van de deelgebieden betreft het winkelgebied Dracht en Sieversstraat. Voor dit deelgebied is het voorstel om de uitstraling te verbeteren, stegen op te waarderen en leegstand aan te pakken. Dit voornemen komt hierin tegemoet door het parkeerterrein aan de Van Riesenstraat een nieuwe indeling te geven. In de centrumvisie is benoemd dat het bestaande raamwerk aan bebouwingen versterkt dient te worden en op een aantal plekken van een kwaliteitsimpuls voorzien moet worden. Ter plaatse van het projectgebied is opgenomen dat de bestaande bebouwingsstructuur opgewaardeerd dient te worden. Met dit project wordt dit voorzien. Bovendien draagt de ontwikkeling bij aan het compact en compleet maken van het centrum van Heerenveen. Door de transformatie in het projectgebied worden centrumfuncties uit het gebied gehaald en wordt wonen voorzien. Daarmee wordt aangesloten bij deze centrumvisie met de voorgenomen plannen.
16/137
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Mer-beoordeling
In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de drempelwaarden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarbij lettend op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In onderdeel C en D van de bijlage uit het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig (onderdeel C en D), projectmer-plichtig (onderdeel C) of mer-beoordelingsplichtig (bijlage D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In bijlage D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Ten aanzien van woningen ligt de drempelwaarde op een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen. In dit geval is er sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, aangezien een nieuw appartementencomplex wordt gebouwd.
Echter, aangezien het project niet binnen de gevallen valt waardoor een project mer-beoordelingsplichtig is, is er geen vormvrije mer-beoordeling benodigt. Kenmerken van het project Het project voorziet in de transformatie van een bestaand parkeerterrein en een bestaand pand naar vijf woningen in het centrum van Heerenveen. Daarop kan worden geconcludeerd dat het project een extensief en grotere belasting legt op het gebied dan in de huidige situatie het geval is. Echter, kijkende naar nabijgelegen functies zal deze belasting geen grote toedrage zijn. Plaats van het project Het projectgebied ligt in een binnenstedelijk gebied, in de overgang van het centrum van Heerenveen, naar een woongebied. Met de beide belangen (mogelijkheden centrumfuncties en hinder woningen) is in de planvorming rekening gehouden. Kenmerken potentiële effecten De transformatie van parkeerfuncties en een huidg pand naar vijf nieuwe woningen leidt uitsluitend tot lokale effecten. Anders dan de effecten die enkel optreden tijdens de realisatie van het plan, treedt er vooral een verschuiving in de milieuzonering op. Conclusie Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook
17/137
geen aanleiding voor het doorlopen van een MER-procedure.
4.2
Milieuzonering
Toetsingskader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Deze afstand wordt gemeten tussen de bestemmingen van bedrijven en de gevels van geluidsgevoelige objecten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. Toetsing In de voorgenomen situatie worden in het projectgebied woningen ontwikkeld. Dit betreffen bedrijfshindergevoelige functies, waarvoor in beginsel aan de richtafstanden van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' moet worden voldaan. In de directe omgeving van het projectgebied zijn veel verschillende functies aanwezig. Daarom kan het als gemengd gebied worden beschouwd. Dit betekent dat voor elke milieucategorie een stap terug kan worden gedaan. Dit plan maakt de ontwikkeling van vijf nieuwe woningen in het centrum van Heerenveen mogelijk. Ter plaatse is in de bestaande bebouwing het al toegestaan om op de verdiepingen te wonen.
De ontwikkeling zorgt daarmee bij voorbaat al niet voor een extra mogelijke belemmering voor omliggende bedrijfsfuncties. In de directe omgeving zijn meerdere functies voorzien. Het gaat onder meer om detailhandel, dienstverlenende bedrijven en instellingen, horeca uit categorie 1 en winkel- en bedrijfsondersteunende functies. Qua milieucategorie komen deze inrichtingen in milieucategorie 1. Hiervoor geldt een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied, waardoor automatisch aan deze richtafstand wordt voldaan. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk naar milieuzonering en er worden geen bedrijven belemmerd in de bedrijfsvoering.
4.3
Verkeer en parkeren
Verkeersafwikkeling De ontwikkeling is gelegen aan de noordwestzijde van het Molenplein, welke toegankelijk is voor gemotoriseerd verkeer. Het Molenplein sluit aan op de Koornbeursweg die, via de Atalantastraat, aansluit op de Rijksweg A32. Op deze manier is het projectgebied op een goede wijze ontsloten en bereikbaar. De verkeersgeneratie is berekend op basis van de gemiddelde kentallen die afkomstig zijn van het CROW (publicatie 381). Voor de locatie is uitgegaan van een 'centrum' gebied en een 'matig stedelijke' stedelijkheidsgraad. Als er wordt uitgegaan van huurappartementen in het midden segment, dan bedraagt de verkeersgeneratie 16,0 mvt/etmaal. Dit is een laag aantal dat opgaat in het huidige verkeersbeeld. Bovendien vervalt de verkeeersgeneratie ten behoeve van de huidige functies. Er zullen geen belemmeringen in de afwikkeling van verkeer optreden.
18/137
Parkeren Voor het parkeren geldt als uitgangspunt dat er binnen het projectgebied voldoende ruimte moet zijn voor het opvangen van de parkeerbehoefte, om parkeeroverlast in de omgeving van het projectgebied voorkomen. In de exploitatieovereenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar is opgenomen dat er sprake is van koop appartementen in het dure segment met een centrumstedelijke ligging. Op basis hiervan geldt een parkeerbehoefte van 5,5 parkeerplaatsen. In dit geval is binnen het projectgebied geen ruimte om te voorzien in de parkeerbehoefte. Deze zal daarom in de openbare ruimte gezocht moeten worden. Met de gemeente zijn financiële afspraken gemaakt om het parkeren in openbaar gebied op te lossen.
4.4
Water
Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Omdat het voornemen is om een omgevingsvergunning aan te vragen voor de constructie van nieuwe woningen is het benodigd om de digitale watertoets te doorlopen. Deze is meegenomen in bijlage 1. Verder zijn de aspecten ten aanzien van water kort behandeld in deze paragraaf. Waterafvoer/berging Evenals in de huidige situatie blijft het projectgebied volledig verhard. Het water van de daken wordt in dakgoten opgevangen en afgevoerd. Er is geen sprake van een toenemende verharding, dus compensatie is niet aan de orde. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. In dit projectgebied is weinig mogelijk qua ruimtelijke adaptatie.
Het gebied is volledig verhard en blijft ook volledig verhard in de nieuwe situatie. Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval wordt rioolwater aangesloten op het gemeentelijk riool. Uitgangspunt is dat dit voldoende capaciteit heeft voor de extra woningen. Hemelwater wordt afgekoppeld en geïnfiltreerd op het eigen perceel of aangesloten op een nabij gelegen oppervlaktewater. Waterkwaliteit De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen.
19/137
In dit geval zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke (bouw)materialen. Procedure: Korte procedure.
4.5
Geluid
Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt tussen geluidgevoelige functies enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Indien een geluidsgevoelige functie mogelijk wordt gemaakt en binnen de zone van een weg, spoorweg of een industriegebied ligt, moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. In dit geval is alleen het aspect wegverkeerslawaai relevant. Voor wegverkeerslawaai geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde bedraagt 53 dB. De wegen direct rondom het projectgebied betreffen 30 km/uur-wegen. Voor dergelijke wegen geldt geen wettelijke geluidzone, waarvoor conform de Wet geluidhinder een akoestisch onderzoek noodzakelijk is. De Koornbeursweg, even ten zuiden van het projectgebied, betreft echter wel een weg met een maximale snelheid van 50 km/uur. Deze ligt binnen 200 meter van het projectgebied, vandaar dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd.
Deze is opgenomen als bijlage 2. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Koornbeursweg de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB Lden wordt niet overschreden. Om de planvorming mogelijk te maken dient een hogere waarde procedure te worden doorlopen.
4.6
Bodem
Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het projectgebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het projectgebied voor wonen of een andere functie. Daar waar sprake is van nieuwe woningbouw dient op grond van bodemonderzoek vastgesteld worden dat er geen sprake is van risico's voor de volksgezondheid. Voor deze locatie is een bodemonderzoek uitgevoerd, dat is opgenomen als bijlage 3. Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en het grondwater ter plaatse van het toekomstige appartementencomplex. Ter plaatse van een boring is een sterk verhoogd gehalte aangetroffen van de parameter lood. De betreffende verontreiniging maakt mogelijk deel uit van de reeds bekende heterogene verontreinigingen in de directe omgeving welke waarschijnlijk kunnen worden gerelateerd aan de ophoging met oud-stedelijk afval. Het bodemvolume van de aangetroffen verontreiniging ligt vermoedelijk beneden 25 m3, de grootte van de
20/137
verontreinigingscontour is naar verwachting circa 20 m2 groot. De aangetroffen verontreiniging bevindt zich onder de aanwezige verharding in de bodemlaag van 0,30 tot 0,80 meter beneden maaiveld. Uit de beoordeling middels Sanscrit blijkt dat geen onaanvaardbare humane, ecologische en verspreidingsrisico's aanwezig zijn. Vanwege de aanwezige klinkverharding treedt geen hinder op ten gevolge van huidcontact. In de voorgenomen situatie blijft het perceel volledig verhard. De begane grond wordt ingericht met bergingen. De woningen komen op de verdieping. Daarom is geen sprake van direct contact met de bodem.
4.7
Archeologie
In de Erfgoedwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Voor Heerenveen wordt gebruik gemaakt van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE). De kaart is opgemaakt voor twee perioden: de ijzertijd-middeleeuwen en de steentijd-bronstijd. Op basis van de provinciale archeologisch verwachtingskaart Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) is er voor de periode steentijd - bronstijd voor het projectgebied een quickscan noodzakelijk. Van deze gebieden wordt vermoed dat eventuele aanwezige archeologische resten al ernstig verstoord zijn, maar dit is niet met zekerheid te zeggen. De provincie beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 2.500 m² een quickscan te verrichten. Op de provinciale archeologisch verwachtingskaart FAMKE is het perceel voor de periode ijzertijd middeleeuwen aangeduid als 'geen onderzoek noodzakelijk'.
Dit advies wordt gegeven als op basis van eerder onderzoek is gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden, of wanneer de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode ijzertijd middeleeuwen op gefundeerde gronden zodanig laag is dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is. Onderhavig project maakt geen bodemingrepen van meer dan 2.500 m2 mogelijk. Aanvullend archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk op basis van het FAMKE. Op basis van de geldende beheersverordening is daarnaast een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen. Ter plaatse geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen met een oppervlakte groter dan 50 m2 archeologisch onderzoek noodzakelijk is. In verband met nieuwe constructie op dit terrein die groter is dan 50 m2 is daarom archeologisch onderzoek benodigd. Het onderzoek wordt uitgevoerd en in een volgende versie van de onderbouwing toegevoegd.
21/137
4.8
Cultuurhistorie
De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. De gemeente Heerenveen heeft in zijn erfgoednota cultuurhistorisch beleid vastgelegd. In de nota is het projectgebied niet aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. Het projectgebied maakt geen deel uit van een cultuurhistorisch waardevol gebied. Er is geen nader onderzoek naar cultuurhistorie noodzakelijk.
4.9
Ecologie
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze zijn geregeld in de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming In de omgeving van het projectgebied is geen sprake van Natura 2000-gebieden. Gezien de aard en de schaal van de ontwikkeling in het projectgebied, treden geen nadelige effecten op voor NNN- en Natura 2000-gebieden. Het projectgebied is door de Provincie niet aangewezen als weidevogel leefgebied. Verstoring van weidevogels is daarom niet aan de orde. Stikstof Voor deze ontwikkeling is beoordeeld of deze significante effecten heeft voor de stikstofdepositie binnen daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden. Aangezien nieuwe appartementen zullen worden gebouwd op de plaats van een bestaand parkeerterrein en bovenop bestaande naastgelegen bebouwing, zal de aanlegfase stikstofdepositie veroorzaken. Echter, in verband met de bouwvrijstelling, ingegaan op 1 juli 2021, hoeft in nieuwe projecten alleen nog maar rekening te worden gehouden met de exploitatiefase, of gebruiksfase.
In de gebruiksfase worden de woningen gasvrij gebouwd en is stokstofdepositie afkomstig van verkeersbewegingen van en naar het projectgebied. Om dat de verkeersgeneratie niet tot weinig toeneemt ten opzichte van de verkeersgeneratie ten behoeve van de huidige functies, neemt ook de stikstofdepositie afkomstig van het projectgebied niet toe. Hiermee is aangetoond dat het project, gelet op de instandhoudsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van de soorten in dat gebied niet kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het project niet in de weg. Soortenbescherming
22/137
Ten aanzien van de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. Het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen gaan ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. In het projectgebied staat op dit moment een garage, bestaande uit één bouwlaag. Deze zal worden gesloopt. Het gaat om een relatief kleine bouwkundige constructie,die geen mogelijkheden biedt voor beschermde soorten om zich er te vestigen. Dit omdat het gebouw geheel dicht is. Verder, in verband met de huidige opzet en gebruik van het terrein, namelijk een parkeerterrein, is er geen noodzaak voor een Quickscan Flora en Fauna.
4.10 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals bijvoorbeeld vuurwerk, aardgas of lpg. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen(bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn alsmede op het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Risico's zijn inzichtelijk gemaakt op de professionele risicokaart. Vanuit de professionele risicokaart blijkt dat het projectgebied niet in het invloedsgebied van risicobronnen ligt. Er is daarmee geen onderzoek noodzakelijk en er zijn geen maatregelen nodig.
4.11 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Er worden vijf woningen mogelijk gemaakt. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
23/137
4.12 Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het projectgebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels. Ook liggen er geen relevante zones over het projectgebied.
24/137
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Procedure omgevingsvergunning Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) worden beide initiatieven apart voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Daarna worden beide ontwerp-omgevingsvergunningen met bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Een ieder wordt zo in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. De ingekomen zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming over het verlenen van beide tijdelijke omgevingsvergunningen. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. De voorgenoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Dit plan heeft betrekking op een particulier initiatief waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De kosten voor het realiseren van de ontwikkeling worden gedragen door de initiatiefnemer. Aangenomen wordt dat deze over voldoende financiële middelen beschikt om de woningen te kunnen realiseren. Het plan wordt hiermee economisch uitvoerbaar geacht. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan door middel van een anterieure overeenkomst. Voor vaststelling van het planologisch besluit dient duidelijk te zijn op welke wijze de kosten zullen worden verhaald. In dit geval wordt een anterieure overeenkomst opgesteld tussen initiatiefnemer en gemeente.
25/137
Hoofdstuk 6
Afweging en conclusie
Aanleiding Deze ruimtelijke motivering dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 van de Wabo. Het gaat hierbij om de transformatie van een parkeerterrein en een bestaand pand naar vijf woningen. Afweging De ontwikkeling is gericht op het realiseren van negen woningen in gebouwen die in de huidige situatie als parkeerterrein wordt gebruikt. Op basis van de geldende beheersverordening is op de begane grond de woonfunctie niet toegestaan. Op de begane grond wordt echter ook ondersteuning voor de woning gebouwd. Het project is in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau en veroorzaakt geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving. In afwijking hiervan wordt een hogere waarde procedure volgens de Wet Geluidhinder doorlopen. Conclusie Het verlenen van de omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.
26/137
Bijlagen toelichting
27/137
28/137
Bijlage 1
29/137
Digitale watertoets
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 05-07-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Korte procedure
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
05-07-2022, 08:52
P agina 1 van 5
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het plan uits luitend over de functiewijziging van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? nee
2.
Verwacht je een toename van verharding in het plan? nee
3.
Is er s prake van een toename van lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater? nee
4.
Wordt het oppervlaktewaterpeil in het plangebied ook gewijzigd? nee
5.
Wordt er oppervlaktewater gegraven en/of gedempt? nee
6.
Ga je tijdelijk of permanent op de ingetekende locatie grondwater onttrekken? nee
7.
Raak je de laag primaire waterkeringen? nee
8.
Raak je de laag regionale en/of lokale waterkeringen? nee
9.
Raak je de laag hoofdwateren? nee
10.
Raak je de laag rioolwaterpers leidingen? nee
11.
Raak je de laag Grondwaterbes chermings gebied? nee
05-07-2022, 08:52
P agina 2 van 5
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 12.
Raak je de laag Kaderichtlijn water? nee
13.
Raak je de laag vrij voor de boezem? nee
14.
Raak je de laag waterzuiverings object? nee
05-07-2022, 08:52
P agina 3 van 5
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Korte procedure Voor je plan moet je de korte procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetters kip Frys lân via de knop ‘Direct aanvragen’.
Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons kenbaar te maken. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan mogelijk invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals dijken, gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving. Onder ‘details ’ van de s amenvatting aanvraag s taat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of bes luit in de waterparagraaf. Daarnaas t moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.
Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.
Achtergrondinformatie Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen
Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van 05-07-2022, 08:52
P agina 4 van 5
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Z ie de ‘Leidraad watertoets ’ voor meer informatie over compens erende maatregelen of neem contact op met ons .
Indien er niet wordt gecompens eerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovens taande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeens temming plaats vindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waters chap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets ’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compens eren. Als je niet compens eert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het s nel afvoeren van regenwater.
Klimaat Om ook in de toekoms t prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten s teden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekoms t. Z o is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bes tand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overs troming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Fries e klimaatatlas ’: www.fries eklimaatatlas .nl
Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https ://www.wetters kipfrys lan.nl/over-de-s ite/privacyverklaring
05-07-2022, 08:52
P agina 5 van 5
https://dewatertoets.nl
Bijlage 2
35/137
Akoestisch onderzoek
Titel:
Akoestisch onderzoek nieuwbouw ”de Patio” te Heerenveen
Kenmerk:
0006-R-22-G
Datum:
12 juli 2022
Versie:
1
Adviseur:
ing.
Opdrachtgever:
Rho Adviseurs dhr. Druifstreek 72-c 8911 LH Leeuwarden
Inhoud 1
Inleiding ................................................................................................................................................. 3
2
Toetsingskader ..................................................................................................................................... 4
3
Uitgangspunten .................................................................................................................................... 5 3.1
Ontwerp ........................................................................................................................................ 5
3.2
Rekenmethode/-model ............................................................................................................... 6
3.3
Brongegevens ............................................................................................................................... 6
4
Resultaten en beoordeling .................................................................................................................. 7
5
Conclusie ............................................................................................................................................. 10
Bijlagen 1) Verkeersgegevens 2) Invoergegevens rekenmodel 3) Rekenresultaten
Titel: akoestisch onderzoek nieuwbouw ”de Patio” te Heerenveen Kenmerk: 0006-R-22-G Versie: 1
Bladzijde 2
1
Inleiding
In opdracht van Rho Adviseurs is door GeluidMeesters BV een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd voor een ruimtelijke procedure. Aanleiding is het voornemen tot het realiseren van appartementencomplex “de Patio” aan het Molenplein in Heerenveen. Het terrein is nu in gebruik als parkeervoorziening. Het plan omvat de realisatie van drie appartementen en twee penthouses. De locatie is gelegen binnen de geluidzones van de wettelijk gezoneerde “Koornbeursweg” en van de ”Burgemeester Falkenaweg”. Onderzocht is of ter plaatse van de te realiseren woningen wordt voldaan aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Het plangebied grenst aan de westzijde aan de weg het Molenplein. Op deze eenrichtingsweg is een 30 km/uur regime van toepassing waardoor er geen verplichtingen uit de Wet geluidhinder van toepassing zijn. Wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur veroorzaken meestal geen geluidbelastingen boven de voorkeurswaarde. Omdat in deze situatie sprake is van een weg met klinkerverharding kan de geluidbelasting wel een rol spelen en is daarom inzichtelijk gemaakt. Voor de beoordeling is aansluiting gezocht bij de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Aan de oostzijde is de, niet voor verkeer toegankelijke, Dracht gelegen. Deze weg is niet nader beschouwd. Afbeelding 1.1: situering ontwikkelingslocatie (bron: Google Maps)
De berekeningen zijn uitgevoerd met standaard rekenmethode II overeenkomstig Reken- en meetvoorschrift geluid 2012.
Titel: akoestisch onderzoek nieuwbouw ”de Patio” te Heerenveen Kenmerk: 0006-R-22-G Versie: 1
Bladzijde 3
2
Toetsingskader
In artikel 82 van de Wet geluidhinder is de voorkeursgrenswaarde van 48 dB L den voor de gevelbelasting op woningen binnen een geluidzone vastgelegd. Indien aan deze waarde wordt voldaan zijn er geen akoestische belemmeringen. Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Is dit niet mogelijk en/of niet realistisch dan kan een verzoek tot hogere waarde worden gedaan. De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting is gereguleerd in artikel 83 van de Wet geluidhinder. Voor woningen in stedelijk gebied bedraagt dit 63 dB Lden. In tabel 2.1 is de normering voor de ontwikkelingslocatie opgenomen. Bij de beoordeling van geluid afkomstig van wegen mag rekening worden gehouden met het in de toekomst stiller worden van verkeer. Dit is opgenomen in artikel 110g van de Wet geluidhinder. In artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG) is de toe te passen aftrek verder ingevuld. Deze reductie bedraagt 5 dB bij wegen met een rijsnelheid lager dan 70 km/uur. In tabel 2.1 is de van toepassing zijnde aftrek opgenomen. Tabel 2.1: normering en reductie Aftrek (artikel 110g Wgh.)
Voorkeursgrenswaarde
Maximale ontheffingswaarde
Koornbeursweg 50 km/uur
5 dB
48 dB (art. 82, lid 1 Wgh)
63 dB (art. 83, lid 2 Wgh)
Burg. Falkenaweg 50 km/uur
5 dB
48 dB (art. 82, lid 1 Wgh)
63 dB (art. 83, lid 2 Wgh)
Molenplein 30 km/uur
5 dB*
n.v.t. 30 km/uur
n.v.t. 30 km/uur
Wegvak
* De Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur. Er kan dan ook niet zondermeer een aftrek worden toegepast. Op basis van de uitspraak van de Raad van State (Uitspraak 201304862/3/R2) is aansluiting gezocht bij de aftrek zoals die voor 50 km/uur wegen bestaat.
Indien een hogere-waarde procedure moet worden gevolgd, dan moet het bevoegd gezag motiveren dat de gecumuleerde geluidbelasting aanvaardbaar is. De Wet geluidhinder noemt hier geen grenswaarden.
Titel: akoestisch onderzoek nieuwbouw ”de Patio” te Heerenveen Kenmerk: 0006-R-22-G Versie: 1
Bladzijde 4
3
Uitgangspunten
3.1
Ontwerp
Het plan omvat de realisatie van drie appartementen en twee penthouses. Het gebouw zal bestaan uit vier bouwlagen. Op de begane grond worden bergingen, techniekruimten en een algemene verkeersruimte gerealiseerd. Op de 1e t/m 3e verdieping komt op iedere bouwlaag één appartement. Zowel de noord- als zuidgevel van de appartementen worden als dove gevel (belendend perceel) uitgevoerd. Het naastgelegen pand (aan de zuidzijde), bestaande uit twee bouwlagen, zal worden opgetopt met één extra bouwlaag voor de realisatie van twee penthouses. De noordgevel van penthouse 2 wordt als dove gevel (belendend perceel) uitgevoerd. Door Bouwkundig Teken- en Adviesbureau L. W. de Bos zijn tekeningen van de planvorming gemaakt, het betreft: - 22013 B-01 2022-05-16, Bestek – plattegronden – impressie en situatie; - 22013 B-02 2022-05-16, Bestek – derde verdieping en doorsnede. De voornoemde tekeningen zijn in voorliggende onderzoek als uitgangspunt gehanteerd. In afbeelding 3.1 zijn de plattegronden weergegeven. Voor meer gedetailleerde informatie wordt kortheidshalve verwezen naar de tekeningen. Afbeelding 3.1: plattegronden
Titel: akoestisch onderzoek nieuwbouw ”de Patio” te Heerenveen Kenmerk: 0006-R-22-G Versie: 1
Bladzijde 5
3.2
Rekenmethode/-model
De berekeningen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer zijn uitgevoerd overeenkomstig het Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012 (kortweg: RMG 2012). Gelet op de ligging van de wegen, in relatie tot het onderzoeksgebied, is standaardrekenmethode II toegepast met behulp van een computerrekenmodel Geomilieu versie 5.21. In de overdrachtsberekening zijn de van invloed zijnde factoren zoals geometrische uitbreiding, wegdekcorrectie, reflectie, bodemdemping en dergelijke in rekening gebracht. Voor de standaardbodemfactor is uitgegaan van een absorberend oppervlak. Voor (half)harde oppervlakken, zoals wegen, fietspaden, water etc., zijn bodemgebieden ingevoerd met een reflecterende eigenschap. De beoordelingspunten zijn ingevoerd op 1,5 meter boven vloerhoogte. Voor de appartementen komt dit neer op 4,5; 7,5 en 10,5 meter en voor de penthouses is dit 8,0 meter. Voor de nabijgelegen rotondes is een optrektoeslag toegepast.
3.3
Brongegevens
Onder brongegevens wordt verstaan alle aspecten die van invloed zijn op de geluidemissie, zoals verkeersintensiteiten, samenstelling verkeer, snelheid en wegdekverharding. Voor de toetsing aan de wettelijke normen dient te worden uitgegaan van de toekomstige situatie. Hieronder wordt verstaan de situatie 10 jaar na realisatie. In dit onderzoek is uitgegaan van het jaar 2032. Voor de intensiteiten van de Koornbeursweg en de Burgemeester Falkenaweg is uitgegaan van door de gemeente verstrekte prognosegegevens verstrekt in het kader van het onderzoek “Akoestisch onderzoek 9 zelfstandige woningen Van Riesenstraat te Heerenveen, met kenmerk 0129-W-21-B van 23 februari 2021. Het betreft prognosegegevens voor het jaar 2031 die opgehoogd zijn 1% (autonome groei) tot het jaar 2032. De gegevens van het Molenplein zijn ontleend aan het rapport “akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai”, 2020.0711 van 18-06-2020. Het betreft gegevens voor het prognosejaar 2032. In tabel 3.1 zijn de verstrekte verkeersgegevens opgenomen. Tabel 3.1: gehanteerde verkeersgegevens (weekdag gemiddelden) Weg EtmaalUurintensiteit Licht mvt intensiteit [%] [%] jaar 2032 d a n d a n
Middelzw. Mvt [%] d a n
Zware mvt [%] d a n
Koornbeursweg
11.960
6,65
3,71
0,67
97,8
99,1
97,8
1,4
0,6
1,4
0,7
0,3
0,7
Burg. Falkenaweg
8.998
6,94
3,34
0,42
98,2
99,1
96,6
1,1
0,4
2,7
0,7
0,5
0,8
Molenplein
900
6,69
3,62
0,65
92,5
96,4
94,6
6,2
2,9
5,4
1,3
0,7
0,0
De wettelijk maximum toegestane snelheid bedraagt op de Koornbeursweg en de Burgemeester Falkenaweg 50 km/uur. Op het Molenplein bedraagt de wettelijk maximum toegestane snelheid 30 km/uur. De wegdekverharding op de Koornbeursweg bestaat (m.u.v. ten noordoosten van de Burgemeester Falkenaweg) uit het asfalttype SMA 0/11 dat gelijkwaardig is aan referentiewegdek. Ten noordoosten van de Burgemeester Falkenaweg is sprake van SMA 0/8. Op het Molenplein is sprake van een elementenverharding gelegd in keperverband. Titel: akoestisch onderzoek nieuwbouw ”de Patio” te Heerenveen Kenmerk: 0006-R-22-G Versie: 1
Bladzijde 6
4
Resultaten en beoordeling
De positie van de beoordelingspunten is weergegeven in afbeelding 4.1 en in de bijlagen. Afbeelding 4.1: positie beoordelingspunten
In tabel 4.1 zijn de resultaten, met uitzondering van de dove gevels (zie afbeelding 3.1), opgenomen en beoordeeld. Een “dove gevel” is geen gevel in de zin van de Wet geluidhinder. Conform de Wet geluidhinder wordt de geluidbelasting op deze gevels dan ook niet beoordeeld. De resultaten op deze punten (03/04/05/06/14) zijn volledigheidshalve opgenomen in de bijlagen. Tabel 4.1: rekenresultaten Beoordelingspunt (zie afbeelding 3.1 & 4.1)
App. 1 (bh. 4,5 mtr)
App. 2 (bh. 7,5 mtr)
App. 3 (bh. 10,5 mtr)
Geluidbelasting toekomst [Lden] (excl. aftrek artikel 110g Wgh)
Geluidbelasting toekomst [Lden] (incl. aftrek artikel 110g Wgh)
Koornbeursweg
Burg. Falkenaweg
Molenplein*
Cumulatie
01 – west
51
32
52
60
02 – oost
32
26
22
38
01 – west
51
33
51
59
02 – oost
34
28
20
40
01 – west
51
35
50
59
02 – oost
37
33
15
44
Titel: akoestisch onderzoek nieuwbouw ”de Patio” te Heerenveen Kenmerk: 0006-R-22-G Versie: 1
Bladzijde 7
Vervolg tabel 4.1: rekenresultaten Beoordelingspunt (zie afbeelding 3.1 & 4.1)
Penthouse 1 (bh. 8,0 mtr)
Penthouse 2 (bh. 8,0 mtr)
* tekst tekst
tekst
Geluidbelasting toekomst [Lden] (excl. aftrek artikel 110g Wgh)
Geluidbelasting toekomst [Lden] (incl. aftrek artikel 110g Wgh)
Koornbeursweg
Burg. Falkenaweg
Molenplein*
Cumulatie
07 – west
52
35
44
57
08 - zuid
48
33
45
55
09 – zuid
41
28
40
49
10 – zuid
38
28
29
44
11 – zuid
38
28
37
46
12 – zuid
41
29
35
48
13 – oost
46
40
15
52
de Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur. In dit onderzoek is voor de beoordeling wel aansluiting gezocht bij de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden wordt niet overschreden. De weg vormt akoestisch geen belemmeringen. de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden wordt overschreden. Wel wordt voldaan aan de ontheffingswaarde van 63 dB Lden. Indien bron- en overdrachtsmaatregelen geen soelaas bieden dient een verzoek tot ontheffing (Hogere waarde) te worden ingediend. aansluiting zoekende bij de grenswaarden uit de Wet geluidhinder blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden wordt overschreden. Wel wordt voldaan aan de ontheffingswaarde van 63 dB L den. Voor dit wegvak hoeft geen hogere waarde vastgesteld te worden.
Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van het verkeer op de “Burgemeester Falkenaweg” op de te realiseren geluidgevoelige bestemmingen voldoet aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. Voor dit wegvak zijn er vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen. Omdat het Molenplein geen wettelijk geluidzone heeft is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Als aansluiting zou worden gezocht bij de daarin vermelde grenswaarden dan blijkt dat, met ten hoogste 52 dB Lden, de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden wordt overschreden. Wel wordt ruimschoots voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB L den. Omdat de Wet geluidhinder niet van toepassing is hoeven er voor dit wegvak geen hogere waarden te worden vastgesteld. De geluidbelasting als gevolg van het verkeer op de wettelijk gezoneerde Koornbeursweg overschrijdt op de drie appartementen en het penthouse 1 de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB Lden wordt niet overschreden. Op basis van de volgende argumenten wordt het bevoegd gezag verzocht hogere waarden vast te stellen (zie tabel 4.1 oranje en cursief gedrukte waarden): -
Bronmaatregelen. Het toepassen van een type asfalt met een hogere reducerende werking zal gezien de rotonde en de aansluiting met het Molenplein extra onderhoudskosten, door wringing van het asfalt, tot gevolg hebben. Het aanbrengen van deze maatregel zal dan ook naar verwachting op financiële bezwaren stuiten.