Bijlage 4. Natuurtoets_woningbouwlocatie_Heerenveen
Tekst van het document
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen
projectnummer 0477941.100 definitief 5 oktober 2022
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen
projectnummer 0477941.100 definitief 5 oktober 2022
Auteur A.M. Mol-Posthumus
Opdrachtgever Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V. K.R. Poststraat 101 8441 EN Heerenveen
Gecontroleerd: P. de Hoop
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. datum 5 oktober 2022
beschrijving definitief
vrijgave
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding & planvoornemen Doel Leeswijzer
1 3 3
2
Effectbeschrijving en -beoordeling
4
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6 2.3.7 2.3.8 2.3.9 2.3.10 2.3.11 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Effectbepaling voornemen Soortbescherming Vogels Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – overige zoogdieren Amfibieën Reptielen Vissen Insecten Kreeftachtigen en weekdieren Zaadplanten, varens en bladmossen Zorgplicht Invasieve soorten Natura 2000 NNN Overig provinciaal beleid Fryslân Beschermde houtopstanden Wnb Kansen voor natuurwaarden in het plangebied
4 5 6 6 9 10 11 12 12 12 13 13 13 14 15 17 17 18 18
3
Conclusie & advies
20
3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Soortbescherming Zorgplicht Invasieve soorten Natura 2000 NNN Overig provinciaal beleid Fryslân Beschermde houtopstanden Wnb Kansen voor natuurwaarden in het plangebied
20 21 21 21 22 22 22 22
Literatuurlijst Bijlage 1 Wettelijk kader Bijlage 2 Methodiek natuurtoets
24
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding & planvoornemen Van Wijnen is voornemens om 50 woningen te realiseren. Het plangebied ligt ten noorden van de Van Beyma Thoe Kingmaweg te Heerenveen (gemeente Heerenveen, provincie Fryslân). De te plaatsen woningen worden in een fabriek gebouwd en in het plangebied aan elkaar gemonteerd (zogenoemde ‘Bouwen in één dag’). De woningen zijn demontabel. Tevens worden er enkele parkeerplaatsen gerealiseerd. De ontsluitingsweg wordt aan de oostzijde van het plangebied gerealiseerd. Tevens worden er aan de noord- en zuidwestzijde kleine ontsluitingswegen gerealiseerd (fiets- of wandelpad). Aan de randen van het plangebied wordt een groene strook gerealiseerd middels nieuwe/extra aanplant. Als gevolg van het voornemen worden er geen bomen gekapt. De huidige watergangen blijven behouden (met uitzondering van de locatie waar de ontsluitingsweg wordt gerealiseerd), maar worden op enkele plekken verbreed/vergroot. De werkzaamheden duren circa drie maanden. Het is momenteel nog niet bekend wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of het voornemen effect heeft op beschermde soorten, beschermde gebieden of beschermde houtopstanden (Wet natuurbescherming (Wnb), Natuurnetwerk Nederland (NNN) en overig (provinciaal) beleid).
Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en/of houtopstanden). Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling. Dit wordt verkend in deze natuurtoets. Daarnaast worden kansen voor het verbeteren van natuurwaarden genoemd. In de figuren 1.1 en 1.2 is de ligging van het plangebied weergegeven. In figuur 1.3 is een impressie van het ontwerp weergegeven.
Blad 1 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Figuur 1.1. Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van de omgeving. Bron: Street Smart, kaart 2021.
Figuur 1.2. Gedetailleerde ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Street Smart, kaart 2021.
Blad 2 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Figuur 1.3. Impressie ruimtelijke ontwikkeling (voornemen). Bron: CB5.
1.2
Doel Het doel van de natuurtoets is om een goed eerste beeld te krijgen van de (beschermde) natuurwaarden die in het plangebied en de (directe) omgeving aanwezig (kunnen) zijn. Dit gebeurt door het uitvoeren van een bureaustudie en oriënterend terreinbezoek. Op basis hiervan wordt getoetst of in het kader van de Wnb als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kunnen optreden. Daarnaast wordt ingegaan op de eventuele vervolgstappen die noodzakelijk zijn.
1.3
Leeswijzer De natuurtoets is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding van de natuurtoets en voorgenomen ontwikkeling; Hoofdstuk 2 beschrijft het gebied en toetst de (in de omgeving) aanwezige beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden aan de natuurwetgeving en overige beleidskaders. Tevens wordt hier kort aandacht besteed aan kansen voor de natuur; Hoofdstuk 3 bevat de conclusies en advies over de te nemen vervolgstappen. In bijlage 1 wordt het wettelijk kader beschreven. In bijlage 2 wordt de methodiek van voorliggende natuurtoets beschreven.
Blad 3 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
2
Effectbeschrijving en -beoordeling In paragraaf 2.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 wordt respectievelijk ingegaan op de aanwezigheid van en toetsing aan de Wnb van beschermde soorten en aanwezige invasieve soorten, Natura 2000-gebieden, NNN, overig provinciaal beleid van de provincie Fryslân en beschermde houtopstanden. In paragraaf 2.8 worden kansen voor het verhogen van de natuurwaarden in het plangebied uiteengezet. Indien blijkt dat een onderdeel van paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 niet relevant is voor voorliggend planvoornemen, vindt er geen toetsing van het voornemen aan de Wnb (of ander relevant beleidskader) van dat onderdeel plaats.
2.1
Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Op 26 september 2022 is vanaf circa 9:45 uur een oriënterend terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij zwaar bewolkt weer met een temperatuur van circa 15 °C. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet geïnspecteerd. Hierbij zijn de bomen in het plangebied geïnspecteerd op de aanwezigheid van grote nesten. Het plangebied bevindt zich ten (noord)oosten van een woonwijk in Heerenveen. Enkele tientallen meters ten (noord)oosten van het plangebied bevindt zich de autosnelweg A32. Tussen het plangebied en de autosnelweg A32 bevindt zich een open bosschage met diverse onverharde wandelpaadjes. Ten tijde van het terreinbezoek werd dit gebied gebruikt als hondenuitlaat gebied. Het plangebied is rondom vrijwel volledig begrensd door smalle watergangen met steile oevers. Ten tijde van het terreinbezoek waren de watergangen recentelijk geschoond. Het water in de watergangen was overwegend helder en enkele tientallen centimeters diep. Op enkele locaties was kroos aanwezig. Het plangebied is ruig begroeid met onder andere diverse grassoorten, harig wilgenroosje, pitrus, braam, brandnetel, riet, akkerdistel, hondsroos, haagwinde, berenklauw en zuring. Aan de noordzijde van het plangebied staan enkele bomen op de oever.
Het betreft onder andere enkele met hedera begroeide elzen, een conifeer, berk, eik en Spaanse aak. In figuur 2.1 is een impressie gegeven van het plangebied.
Blad 4 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Figuur 2.1. Impressie van het plangebied.
2.2
Effectbepaling voornemen De volgende activiteiten vinden plaats als gevolg van het planvoornemen die gedurende de bouwfase een effect kunnen hebben op (het leefgebied van) (beschermde) soorten en beschermde gebieden: De opgaande vegetatie in het plangebied wordt verwijderd en het terrein wordt bouwrijp gemaakt; Enkele watergangen worden verbreed/vergroot; De watergang bij de ontsluitingsweg wordt aangepast; Er wordt verharding (wegen) aangelegd;
Blad 5 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
-
Aan de randen van het plangebied wordt een groene strook gerealiseerd; Mogelijk wordt er (tijdelijke) verlichting geplaatst; Er is sprake van geluidsverstoring/optische verstoring gedurende de werkzaamheden.
In de gebruiksfase is sprake van geluidsverstoring, optische verstoring en lichtverstoring in het plangebied als gevolg van het reguliere gebruik van de woningen.
2.3
Soortbescherming In de onderstaande paragrafen worden per soortgroep de resultaten van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek beschreven. Op basis van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek wordt ingegaan op de mogelijk effecten die als gevolg van het planvoornemen op mogelijk aanwezige beschermde soorten kunnen optreden. Indien negatieve effecten op beschermde soorten niet zijn uit te sluiten, wordt geadviseerd over de te nemen vervolgstappen.
2.3.1
Vogels Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.1. Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2017-2022).
Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Sperwer Wespendief
Categorie 4 4 2 3 4 2 3 3 4 2 4 4
Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats, alsook bij wezenlijke aantasting van de functionele leefomgeving, altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn gebouwbroedende soorten (zoals gierzwaluw, huismus en kerkuil), boombroedende soorten (zoals boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer en wespendief) en overige soorten (zoals grote gele kwikstaart en ooievaar).
Blad 6 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Tijdens het terreinbezoek is in de omgeving van het plangebied een overvliegende buizerd waargenomen. Overige soorten met een jaarrond beschermd nest zijn niet waargenomen tijdens het terreinbezoek. In het plangebied ontbreekt bebouwing, maar in de omgeving is bebouwing aanwezig. De daken van deze bebouwing zijn bedekt met dakpannen. Dergelijke bebouwing is geschikt voor gebouwbroedende soorten, zoals de huismus en gierzwaluw. Gezien de afstand en/of de tussenliggende afschermende vegetatie bevindt deze bebouwing zich echter buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Geschikte nestlocaties voor de kerkuil (grote (boeren)schuren met nestkasten) ontbreken in de directe omgeving van het plangebied. Geschikt broedbiotoop voor de grote gele kwikstaart (nabij stromend water of nissen onder bruggen) en ooievaar (nestpalen, geschikte bomen of schoorstenen) is in de directe omgeving van het plangebied niet aanwezig, waardoor jaarrond beschermde nestplaatsen van deze soorten kan worden uitgesloten. Het plangebied is geen essentieel onderdeel van de functionele leefomgeving van de gebouwbroedende en drie overige genoemde soorten. Voor de huismus kan de ontwikkeling, afhankelijk van de ruimtelijke inrichting van het terrein en de tuinen, eventueel resulteren in een toename aan functioneel leefgebied.
Tijdens het terreinbezoek zijn in het plangebied geen grote nesten in bomen aangetroffen die kunnen toebehoren aan boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest. De aanwezigheid van nestplaatsen van boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied kan op basis van een oriënterend terreinbezoek echter niet worden uitgesloten. Daarnaast kan het plangebied een essentieel onderdeel zijn van de functionele leefomgeving van boombroedende vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest die in de omgeving broeden, zoals de buizerd. Indien nesten aanwezig zijn en/of het plangebied een essentieel onderdeel vormt van de functionele leefomgeving van één van de soorten, is er sprake van het overtreden van verbodsbepalingen van de Wnb als gevolg van het planvoornemen. Hierom dient de aanwezigheid van nesten (die kunnen toebehoren aan soorten met een jaarrond beschermd nest) in de bosschages in de omgeving na bladval te worden onderzocht (zie figuur 2.2). Indien dergelijke nesten niet worden aangetroffen, zijn er geen verdere vervolgstappen aan de orde. Indien geschikte nesten worden aangetroffen, dient te worden onderzocht of het nest in gebruik is en door welke soort.
Figuur 2.2. Globale begrenzing van het gebied waarin een nestencheck plaats dient te vinden. Bron ondergrond: Street Smart, kaart 2021.
Blad 7 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Concluderend kan de aanwezigheid van nestplaatsen van boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied en essentieel functioneel leefgebied niet worden uitgesloten. De aanwezigheid van nestplaatsen in de directe omgeving van het plangebied en essentieel functioneel leefgebied van gebouwbroedende en overige soorten met een jaarrond beschermd nest kan worden uitgesloten. Vervolgstappen De aanwezigheid van nesten die kunnen toebehoren aan boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest dient na bladval te worden onderzocht. Soorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest (categorie 5) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.2. Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd (NDFF, 2017-2022).
Soort Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Ekster Gekraagde roodstaart Groene specht Grote bonte specht Huiszwaluw IJsvogel Koolmees Oeverzwaluw Pimpelmees Spreeuw Tapuit Torenvalk Zwarte kraai Zwarte roodstaart
Categorie 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Tijdens het terreinbezoek zijn enkele categorie 5-soorten waargenomen (ekster, zwarte kraai). Nesten van de categorie 5-vogelsoorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5-soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheid hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. De categorie 5soorten vallen daarmee onder de bescherming van algemene broedvogels.
Blad 8 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Algemene broedvogels Tijdens het oriënterende terreinbezoeken zijn enkele algemene broedvogels waargenomen (o.a. merel, Turkse tortel). De open bosschages en overige vegetatie in en rondom het plangebied bieden nestgelegenheid aan deze algemene soorten. Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wnb (artikel 3.1). Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door werkzaamheden niet uit te voeren in het broedseizoen (circa maart tot en met juli1) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wnb aan de orde. Vervolgstappen De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd.
2.3.2
Zoogdieren – vleermuizen In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.3 Overzicht van waargenomen vleermuizen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2017-2022).
Soort Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis
Beschermingsregime HR (artikel 3.5) X X X X
Voor vleermuizen zijn drie functies van het leefgebied te onderscheiden die van groot belang zijn. Dit zijn verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Foerageergebieden en vliegroutes zijn alleen beschermd als deze van essentieel belang zijn voor het functioneren van de verblijfplaats, zogenaamde essentiële foerageergebieden en essentiële vliegroutes. Deze drie onderdelen (verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied) worden hieronder nader beschouwd. Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen hun verblijfplaats in gebouwen of bomen (of beide) hebben. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. Aangezien bebouwing in het plangebied ontbreekt, kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten worden uitgesloten. De 1
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Blad 9 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
bomen aan de noordzijde van het plangebied zijn tijdens het oriënterend terreinbezoek geïnspecteerd op de aanwezigheid van holtes en scheuren die als verblijfplaats voor vleermuizen kunnen dienen. Deze holtes en scheuren zijn niet aangetroffen, waardoor de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende soorten in het plangebied tevens kunnen worden uitgesloten. Holtes of scheuren in de bomen direct grenzend aan het plangebied kunnen op basis van een oriënterend terreinbezoek niet worden uitgesloten. Indien hierin verblijfplaatsen aanwezig zijn en verlichting schijnt (of uitstraalt) op deze verblijfplaatsen, is er sprake van overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb. Een overtreding kan echter worden voorkomen door geen licht te schijnen (of uit te laten stralen) op deze bomen tijdens de realisatie- en gebruiksfase. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan dient de aanwezigheid van verblijfplaatsen te worden onderzocht. Vervolgstappen Het is onduidelijk of er verblijfplaatsen aanwezig zijn in de bomen direct grenzend aan het plangebied. Aantasting kan echter worden voorkomen door geen licht te schijnen (of uit te laten stralen) op deze open bosschages en bomenrijen tijdens de realisatie- en gebruiksfase. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan dient nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen plaats te vinden.
Essentiële vliegroutes Vliegroutes van vleermuizen betreffen (vaak) lijnvormige elementen in het landschap die als verbinding tussen verblijfplaatsen en foerageergebied fungeren. In het plangebied ontbreken dergelijke essentiële lijnvormige elementen, waardoor essentiële vliegroutes in het plangebied kunnen worden uitgesloten. De open bosschages/bomenrijen direct grenzend aan het plangebied kunnen dienst doen als vliegroute. Op basis van een oriënterend terreinbezoek kan niet worden bepaald of er mogelijk sprake is van een essentiële vliegroute. Vleermuizen en ook hun essentiële vliegroutes vallen onder de bescherming van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). Het is onduidelijk of de open bosschages/bomenrijen direct grenzend aan het plangebied dienen als essentiële vliegroute. Aantasting kan echter worden voorkomen door geen licht te schijnen (of uit te laten stralen) op deze open bosschages en bomenrijen tijdens de realisatie- en gebruiksfase. Een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb is dan niet aan de orde. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan dient de aanwezigheid van een essentiële vliegroute te worden onderzocht. Vervolgstappen Het is onduidelijk of de open bosschages/bomenrijen direct grenzend aan het plangebied dienen als essentiële vliegroute.
Aantasting kan echter worden voorkomen door geen licht te schijnen (of uit te laten stralen) op deze open bosschages en bomenrijen tijdens de realisatieen gebruiksfase. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan dient nader onderzoek naar de aanwezigheid van essentiële vliegroutes plaats te vinden. Essentieel foerageergebied Foerageergebied van vleermuizen betreft locaties waar vleermuizen hun voedsel verzamelen. Dit kunnen uiteenlopende gebieden zijn. In het plangebied is sprake van opgaande begroeiing. Daarbij is geen sprake van unieke beplanting en/of structuren die enkel in het plangebied aanwezig zijn. Bij verwijdering van deze begroeiing blijft er voldoende beschut en geschikt foerageergebied over in de directe omgeving van het plangebied, bijvoorbeeld in de open
Blad 10 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
bosschages directe grenzend aan het plangebied. Er is daardoor geen sprake van essentieel foerageergebied in het plangebied. De aanwezigheid van essentieel foerageergebied kan worden uitgesloten.
2.3.3
Zoogdieren – overige zoogdieren In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van overige soorten zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.4 Overzicht van waargenomen zoogdieren in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2017-2022).
Soort Otter Wolf Das Bunzing Egel Haas Konijn Ree Steenmarter Veldmuis Vos
Beschermingsregime HR Wnb (artikel 3.5) (artikel 3.10) X X X
Vrijgestelde zoogdieren Wnb (artikel 3.10)
X X X X X X X X
Voor zowel de otter als de wolf en de das is er in de afgelopen vijf jaar slechts één waarneming bekend in de NDFF in de wijde omgeving van het plangebied. In (de directe omgeving van) het plangebied ontbreken brede sloten/kanalen die geschikt biotoop kunnen vormen voor de otter. Gezien de ligging van het plangebied (tussen een woonwijk en autosnelweg in) en de afwezigheid van sporen in het plangebied tijdens het verkennend terreinbezoek, maakt het plangebied geen onderdeel uit van het essentiële leefgebied van de wolf en das. De aanwezigheid van essentieel leefgebied van de otter, wolf en das kan worden uitgesloten. Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde zoogdieren niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop. Vrijgestelde soorten zoogdieren in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Er is binnen het plangebied biotoop aanwezig voor de algemeen voorkomende (vrijgestelde) soorten die in de bureaustudie naar voren komen. De hoog opgaande vegetatie in het plangebied biedt voldoende schuilmogelijkheden voor kleine soorten en foerageergebied voor de grotere soorten. Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten op deze soorten optreden. Binnen de provincie Fryslân geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is voor deze soorten de zorgplicht van toepassing.
Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. In paragraaf 2.3.10 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden.
Blad 11 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
2.3.4
Amfibieën In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van amfibieën in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.5 Overzicht van waargenomen amfibieën in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km)(NDFF, 2017-2022).
Soort
Beschermingsregime HR Wnb (artikel 3.5) (artikel 3.10)
Vrijgestelde amfibieën Wnb (artikel 3.10)
Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander
X X X
Uit de bureaustudie (zie tabel 2.6) blijkt dat er geen waarnemingen van beschermde amfibieën bekend zijn in de directe omgeving van het plangebied. Beschermde amfibieën betreffen voornamelijk soorten die afhankelijk zijn van vennen en poelen of ander specifiek biotoop. Dergelijk biotoop is in het plangebied niet aanwezig, waardoor de aanwezigheid van beschermde amfibieën kan worden uitgesloten. Vrijgestelde amfibieën in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Er is binnen het plangebied biotoop aanwezig voor de algemeen voorkomende (vrijgestelde) soorten die uit de bureaustudie naar voren komen. De watergangen bieden geschikt voortplantingsbiotoop voor de genoemde soorten. Daarnaast bieden de oevers en opgaande vegetatie voldoende bescherming om als landbiotoop voor de soorten te dienen. Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten op deze soorten optreden. Binnen de provincie Fryslân geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is voor deze soorten de zorgplicht van toepassing. Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. In paragraaf 2.3.10 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden.
2.3.5
Reptielen Tabel 2.6 Overzicht van waargenomen reptielen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2017-2022).
Beschermingsregime HR (artikel 3.5) Wnb (artikel 3.10) Geen waarnemingen bekend in de NDFF
Soort
Uit de bureaustudie (zie tabel 2.6) blijkt dat er geen waarnemingen van beschermde reptielen bekend zijn in de directe omgeving van het plangebied. Beschermde reptielen betreffen voornamelijk soorten die afhankelijke zijn van zandige (heide)terreinen of ander specifiek biotoop. Dergelijk biotoop is in het plangebied niet aanwezig. Alhoewel het plangebied suboptimaal biotoop betreft, kan enkel de ringslang (incidenteel) aanwezig zijn in het plangebied. Essentieel leefgebied (voortplantingsplaatsen, overwinteringsplaatsen) van deze soort ontbreekt echter in het plangebied, waardoor effecten op beschermde reptielen op voorhand kunnen worden uitgesloten.
Blad 12 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
2.3.6
Vissen Tabel 2.7 Overzicht van waargenomen vissen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2017-2022).
Beschermingsregime HR (artikel 3.5) Wnb (artikel 3.10) Geen waarnemingen bekend in de NDFF
Soort
Uit de bureaustudie (zie tabel 2.7) blijkt dat er geen waarnemingen van beschermde vissen bekend zijn in de directe omgeving van het plangebied. Het biotoop van de beschermde vissen betreft onder andere grote meren, rivieren of beken met al dan niet een stenige bodem, van enige diepte en een dikke modderlaag. Tevens reikt het bekende verspreidingsgebied van de beschermde vissoorten niet tot aan de directe omgeving van het plangebied. De smalle watergangen in het plangebied voldoen niet aan de biotoopeisen van de beschermde vissen, waardoor de aanwezigheid kan worden uitgesloten. Voor overige vissoorten die in de watergangen aanwezig kunnen zijn, geldt de zorgplicht. Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. In paragraaf 2.3.10 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden.
2.3.7
Insecten Tabel 2.8 Overzicht van waargenomen insecten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2017-2022).
Beschermingsregime HR (artikel 3.5) Wnb (artikel 3.10) Geen waarnemingen bekend in de NDFF
Soort
Uit de bureaustudie (zie tabel 2.8) blijkt dat er geen waarnemingen van beschermde insecten bekend zijn in de directe omgeving van het plangebied. Het voortplantingsbiotoop van de beschermde libellen en (water)kevers betreft zeer specifiek biotoop, waaronder vennen, beken en stilstaande rivierarmen. Dergelijk biotoop is in het plangebied niet aanwezig. Tevens reikt het bekende verspreidingsgebied van deze soorten niet tot aan Heerenveen. Dit geldt ook voor een groot aantal vlindersoorten. Daarnaast ontbreken in het plangebied geschikte waardplanten voor vlinders (in combinatie met geschikt vlieghabitat), waardoor de aanwezigheid (van voortplantingsplaatsen) van vlinders kunnen worden uitgesloten. Vervolgstappen met betrekking tot beschermde insecten zijn daarom niet aan de orde.
2.3.8
Kreeftachtigen en weekdieren Tabel 2.9 Overzicht van waargenomen kreeftachtigen en weekdieren in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2017-2022).
Beschermingsregime HR (artikel 3.5) Wnb (artikel 3.10) Geen waarnemingen bekend in de NDFF
Soort
Blad 13 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Uit de bureaustudie (zie tabel 2.9) blijkt dat er geen waarnemingen van beschermde kreeftachtigen en weekdieren bekend zijn in de directe omgeving van het plangebied. Het leefgebied van de meeste beschermde kreeftachtigen en weekdieren betreft rivierarmen; dergelijk biotoop is niet aanwezig in het plangebied. Bekende waarnemingen van de platte schijfhoren in de wijde omgeving van het plangebied beperken zich tot natuurgebieden (dichtstbijzijnde waarneming op circa 13 km afstand in Natura 2000-gebied Rottige Meenthe & Brandemeer). Tevens is het specifieke biotoop van de platte schijfhoren niet aanwezig in het plangebied. Aanwezigheid van beschermde kreeftachtigen en weekdieren kan worden uitgesloten.
2.3.9
Zaadplanten, varens en bladmossen Tabel 2.10 Overzicht van waargenomen zaadplanten, varens en bladmossen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2017-2022).
Beschermingsregime HR (artikel 3.5) Wnb (artikel 3.10) Geen waarnemingen bekend in de NDFF
Soort
Uit de bureaustudie (zie tabel 2.10) blijkt dat er geen waarnemingen van beschermde zaadplanten, varens en bladmossen bekend zijn in de directe omgeving van het plangebied. Tijdens het oriënterende terreinbezoek is met name vegetatie aangetroffen die kenmerkend is voor voedselrijke omstandigheden. Dergelijke omstandigheden bieden ongeschikt biotoop voor de beschermde zaadplanten, varens en bladmossen. Aanwezigheid van beschermde zaadplanten, varens en bladmossen kan worden uitgesloten.
2.3.10
Zorgplicht In het plangebied kunnen de in de bureaustudie genoemde soorten aanwezig zijn in het plangebied (zie tabel 2.4 en 2.5) aanwezig zijn. Deze soorten zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht voor de Wnb in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt voor deze soorten, net als alle overige in het wild levende dieren en planten, de zorgplicht (zie bijlage 1). Dit houdt in dat tijdens de werkzaamheden zo veel mogelijk negatieve effecten op aanwezige natuurwaarden dienen te worden voorkomen dan wel te worden beperkt. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten worden gegarandeerd. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 2.11. Tabel 2.11. Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten.
Soort(groep) Grondgebonden zoogdieren (alle soorten) Amfibieën en vissen
Maatregel Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied in een laag tempo kort maaien waarbij gewerkt wordt in de richting van een vluchtmogelijkheid Werken in de richting van een vluchtmogelijkheid bij het (eventueel) dempen van een watergang
Blad 14 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Soort(groep)
2.3.11
Maatregel Werkzaamheden aan de watergangen en oevers uitvoeren buiten de kwetsbare periodes (winter(rust), voortplanting)
Invasieve soorten Tijdens het terreinbezoek zijn er enkele exemplaren van de reuzenbalsemien in het plangebied aangetroffen2 (zie figuur 2.3). Tevens zijn er meerdere planten van deze soort in het westelijk aangrenzende perceel aangetroffen. De reuzenbalsemien is een invasieve exoot. Dit houdt in dat soort niet van nature voorkomt in Nederland en schadelijk is voor de inheemse natuur. Om verdere verspreiding van de reuzenbalsemien te voorkomen zijn passende maatregelen nodig wanneer er in het plangebied gewerkt wordt.
Figuur 2.3. Reuzenbalsemien in het plangebied.
2.4
Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Deelen en ligt op circa 4,8 kilometer afstand ten noorden van het plangebied (zie figuur 2.4). Dit gebied is aangewezen op basis van de Vogelrichtlijn. Binnen een straal van 15 km liggen nog drie andere Natura 2000-gebieden. Het betreft Rottige Meenthe & Brandemeer, het Sneekermeergebied en Van Oordt’s Mersken (zie figuur 2.4).
2
De lijst met aangetroffen (invasieve) exoten is niet uitputtend. De aanwezigheid van andere exoten kan niet met zekerheid worden uitgesloten.
Blad 15 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Figuur 2.4. Ligging Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied (rode stip). Bron: AERIUScalculator, versie 2021.
Bij voorliggend planvoornemen is er zowel sprake van een realisatiefase als gebruiksfase. Er kan daardoor sprake zijn van zowel tijdelijke als permanente effecten. De Natura 2000-gebieden liggen buiten het invloedsgebied van alle storingsfactoren, zoals bijvoorbeeld verdroging of geluid- en lichtverstoring, met uitzondering van verzuring en vermesting. Gezien de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen in de Natura 2000-gebieden en de voorgenomen werkzaamheden zijn effecten als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie tijdens de realisatiefase en gebruiksfase niet op voorhand uit te sluiten. De stikstofdepositie gedurende de realisatiefase is bij de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering per 1-7-2021 vrijgesteld van de Wnb-vergunningplicht. Voor de realisatiefase hoeft dan ook geen onderzoek naar stikstofdepositie (AERIUS-berekening) meer te worden uitgevoerd. Voor de mogelijke effecten als gevolg van stikstofdepositie in de gebruiksfase dient een AERIUSberekening te worden uitgevoerd. Vervolgstappen Er dient een AERIUS-berekening voor de gebruiksfase te worden opgesteld.
Blad 16 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
2.5
NNN In het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 2,9 kilometer ten noordwesten van het plangebied (zie figuur 2.5). In de provincie Fryslân is sprake van toetsing van mogelijke effecten op NNN als gevolg van externe werking. Gezien de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde NNN-gebied is er geen sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied middels externe werking. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.
Figuur 2.5. Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van het NNN (groene vlakken) en Natuur buiten NNN (oranje vlakken). Bron: Natuur overzichtskaart (indicatief) (arcgis.com), geraadpleegd op 7-92022.
2.6
Overig provinciaal beleid Fryslân Natuur buiten de NNN, ganzenfoerageergebieden en weidevogelkansgebieden Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van ‘Natuur buiten de NNN’, ganzenfoerageergebieden of weidevogelkansgebieden. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.
Blad 17 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
2.7
Beschermde houtopstanden Wnb Volgens de kaart ‘Voorlopig ontwerp Begrenzing bebouwde kom wet Natuurbescherming’3 (figuur 2.6) van de gemeente Heerenveen valt het plangebied binnen de begrenzing van de bebouwde kom Wnb. Er is daardoor geen sprake van beschermde houtopstanden. Binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden zijn tevens geen beschermde houtopstanden Wnb aanwezig. Als gevolg van het planvoornemen worden er tevens geen bomen gekapt. Beschermde houtopstanden Wnb zijn daarom niet relevant voor voorliggend planvoornemen.
Figuur 2.6. Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van de begrenzing van de bebouwde kom Wnb (of Boswet)(rode lijn). Bron: 12 Voorlopig ontwerp Begrenzing bebouwde kom wet Natuurbescherming.pdf, geraadpleegd op 7-9-2022.
2.8
Kansen voor natuurwaarden in het plangebied Het behouden van de aanwezige natuurwaarden of het vergroten, verbeteren en verbinden ervan, kan op diverse punten een meerwaarde creëren voor voorliggend planvoornemen. Door bestaande en nieuwe natuurwaarden in het planvoornemen te integreren wordt een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving gecreëerd voor bewoners. Daarnaast kan een groene invulling van het plangebied bijdragen aan de acceptatie van het planvoornemen in de omgeving.
3
Dit betreft de meest recente kaart die digitaal te vinden is. De gemeente Heerenveen heeft tot nu toe geen uitsluitsel gegeven of deze kaart vastgesteld is.
Blad 18 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Tevens levert het integrale kansen op ten aanzien van verschillende duurzaamheids- en klimaatadaptatie doelen zoals waterretentie, hittestress beperking, luchtzuivering etc. Op basis van het terreinbezoek zijn de huidige natuurwaarden in het plangebied vastgesteld (zie ook paragraaf 2.1). Deze natuurwaarden zijn onder te verdelen in diverse biotopen. De aanwezige biotopen en mogelijkheden voor het realiseren van nieuwe biotopen zijn weergeven in respectievelijk tabel 2.12 en 2.13. Deze tabellen vormen een aanknopingspunt voor het behoud en de ontwikkeling van de natuurwaarden bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Tabel 2.12. Kansen voor bestaande natuurwaarden in het voorgenomen plan.
Aanwezige biotoop
Belangrijkste functies voor flora en fauna
Mogelijkheden voor vergroten, verbeteren en verbinden.
Watergangen
Habitat voor vissen, amfibieën, waterplanten
Bomen
Nest/rustplaats voor vogels
Grasland/ruigte
Foerageer-/leefgebied voor insecten, vogels, kleine fauna.
Kwaliteitsverbetering water en oevers mogelijk door gericht beheer en/of realisatie oevers met flauw talud. Aantal bomen uitbreiden en aansluiten bij bestaande bomenrijen. Diversiteit in boomsoorten aanplanten en kiezen voor inheemse soorten. Gaat deels verloren. Grasstroken in planvoornemen opnemen, bijvoorbeeld door aanplant van kruidenrijke vegetatie afgewisseld met ruigtes. Natuurlijker maaibeheer toepassen.
Tabel 2.13. Mogelijk nieuw te ontwikkelen natuurwaarden.
Kansen nieuwe biotopen Gebouwen
Aanleg (gezamenlijke) tuinen Vijvers/ poelen aanleggen Groenstrook realiseren met kruidenrijke/ bloemrijke vegetaties variërend in hoogte Semi verharde parkeerplaatsen (grastegels)
Belangrijkste functies voor flora en fauna Nestgelegenheid gebouwgebonden vogels (mussen, zwaluwsoorten), verblijfplaatsen voor vleermuizen, vegetatie aan/op gebouw Schuil- en foerageerplek voor (tuin)vogels en grondgebonden fauna, insecten, vlinders Creëren van biotoop voor vissen, libellen, amfibieën. Schuil- en foerageerplek voor (tuin)vogels en grondgebonden fauna, insecten (zoals vlinders).
Hoe te realiseren
Creëren van biotoop voor insecten, foerageerplek voor (tuin)vogels
Inzaaien met laagblijvende kruidenmengels
Blad 19 van 25
Natuurinclusief bouwen
Ontwerp door deskundig ecologisch hovenier, gebruik van inheemse soorten Ontwerp door een ecologisch deskundige of hovenier. Ontwerp door een deskundig ecologisch hovenier, gebruik van geschikte zaadmengsels, natuurlijk (maai)beheer.
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
3
Conclusie & advies In dit hoofdstuk is per onderdeel de conclusie en het advies gegeven dat voortkomt uit de uitgevoerde natuurtoets.
3.1
Soortbescherming Binnen het plangebied en/of de omgeving is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: boombroedende soorten met een jaarrong beschermd nest, algemene broedvogels en vleermuizen. In tabel 3.1 zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soorten opgenomen. De onderbouwing van de conclusies zijn beschreven in paragraaf 2.3 van voorliggende natuurtoets. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht. Tabel 3.1 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Soort(groep)
Boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest
Vogels (algemene broedvogels)
Zoogdieren (boombewonene vleermuizen) – verblijfplaatsen
Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) – essentiële vliegroutes
Essentieel leefgebied in (directe omgeving van) plangebied? Mogelijk nesten aanwezig in de bosschages in de omgeving van het plangebied. Daarnaast kan het plangebied een essentieel onderdeel zijn van de functionele leefomgeving. Ja, nestgelegenheid in de open bosschages en overige vegetatie in en rondom het plangebied Er kunnen verblijfplaatsen aanwezig zijn in de bomen direct grenzend aan het plangebied. Verblijfplaatsen in het plangebied zijn uitgesloten. De open bosschages/bomenrije n direct grenzend aan het plangebied kunnen mogelijk dienen als essentiële vliegroute.
Blad 20 van 25
Nader onderzoek nodig? Ja, zie tabel 3.2
Maatregelen?
N.v.t.
Ja, zie tabel 3.3
N.v.t.
Nee, mits wordt voldaan aan de maatregel en in tabel 3.3
Ja, zie tabel 3.3
Nee, mits wordt voldaan aan de maatregelen in tabel 3.3
Nee, mits wordt voldaan aan de maatregel
Ja, zie tabel 3.3
Nee, mits wordt voldaan aan de maatregelen in tabel 3.3
-
Ontheffing Wnb aan de orde? Nog niet bekend
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Soort(groep)
Essentieel leefgebied in (directe omgeving van) plangebied?
Nader onderzoek nodig? en in tabel 3.3
Maatregelen?
Ontheffing Wnb aan de orde?
In tabel 3.1 is aangegeven dat er nader onderzoek nodig is naar de aanwezigheid van nesten van boombroedende vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De beschrijving van dit nader onderzoek wordt in tabel 3.2 uiteengezet. Tabel 3.2. Beschrijving nader onderzoek.
Soort Boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest
Onderzoeksmethode Een check op de aanwezigheid van nesten na bladval in de bosschages in de omgeving van het plangebied (zie ook figuur 2.2)
In tabel 3.1 is aangegeven dat een overtreding van de Wnb voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in tabel 3.3 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Tabel 3.3. Beschrijving maatregelen om overtreding van de Wnb te voorkomen.
Soort(groep) Algemene broedvogels Vleermuizen
3.1.1
Maatregelen Werken buiten het broedseizoen Geen verlichting schijnen of uitstralen op de open bosschages en bomen(rijen) direct grenzend aan het plangebied tijdens de realisatieen gebruiksfase.
Zorgplicht Uit paragraaf 2.3.10 blijkt dat er in het plangebied soort(groep)en aanwezig (kunnen) zijn waarmee rekening dient te worden gehouden in het kader van de zorgplicht voor soorten. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3. Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten.
Soort(groep) Grondgebonden zoogdieren (alle soorten) Amfibieën en vissen
3.1.2
Maatregel Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied in een laag tempo kort maaien waarbij gewerkt wordt in de richting van een vluchtmogelijkheid Werken in de richting van een vluchtmogelijkheid bij het (eventueel) dempen van een watergang Werkzaamheden aan de watergangen en oevers uitvoeren buiten de kwetsbare periodes (winter(rust), voortplanting)
Invasieve soorten
Blad 21 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Tijdens het terreinbezoek zijn er enkele exemplaren van de reuzenbalsemien in het plangebied aangetroffen4 (zie figuur 2.2). Tevens zijn er meerdere planten van deze soort in het westelijk aangrenzende perceel aangetroffen. De reuzenbalsemien is een invasieve exoot. Om verdere verspreiding van de reuzenbalsemien te voorkomen zijn passende maatregelen nodig wanneer er in het plangebied gewerkt wordt.
3.2
Natura 2000 In tabel 3.4 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.4 van voorliggende natuurtoets. Tabel 3.4. Conclusies Natura 2000-gebieden.
Zijn er Natura 2000-gebieden aanwezig waarop effecten kunnen optreden?
Treden er negatieve effecten op of zijn deze te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Wnb-vergunning of akkoord van de provincie noodzakelijk?
3.3
Natura 2000 Ja, binnen een straal van vijftien km bevinden zich vier Natura 2000 gebieden, waarvan de Deelen het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is (circa 4,8 km afstand). Ja, er kan sprake zijn van verzuring en vermesting door stikstofdepositie. Ja, er dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd voor de gebruiksfase. Nog onbekend.
NNN In tabel 3.5 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNN-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.5 van voorliggende natuurtoets. Tabel 3.5. Conclusies NNN-gebieden.
Op welke afstand van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde NNN-gebied? Is er sprake van toetsing van externe werking in de betreffende provincie? Is er sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of is dit te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Afstemming met het bevoegd gezag aan de orde?
4
NNN Circa 2,9 kilometer. Ja Nee
Nee Nee
De lijst met aangetroffen (invasieve) exoten is niet uitputtend. De aanwezigheid van andere exoten kan niet met zekerheid worden uitgesloten.
Blad 22 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
3.4
Overig provinciaal beleid Fryslân Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van ‘Natuur buiten de NNN’, ganzenfoerageergebieden of weidevogelkansgebieden. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.
3.5
Beschermde houtopstanden Wnb Er is bij voorliggend planvoornemen geen sprake van aantasting van onder de Wnb beschermde houtopstanden. Er zijn voor wat de Wnb betreft geen vervolgstappen aan de orde.
3.6
Kansen voor natuurwaarden in het plangebied In tabel 3.6 en 3.7 zijn de kansen voor het behoud en/of vergroten/verbeteren/verbinden van de natuurwaarden bij voorliggende planvoornemen uiteengezet. Tabel 3.6. Kansen voor bestaande natuurwaarden in het voorgenomen plan.
Aanwezige biotoop
Belangrijkste functies voor flora en fauna
Mogelijkheden voor vergroten, verbeteren en verbinden.
Watergangen
Habitat voor vissen, amfibieën, waterplanten
Bomen
Nest/rustplaats voor vogels
Grasland/ruigte
Foerageer-/leefgebied voor insecten, vogels, kleine fauna.
Kwaliteitsverbetering water en oevers mogelijk door gericht beheer en/of realisatie oevers met flauw talud. Aantal bomen uitbreiden en aansluiten bij bestaande bomenrijen. Diversiteit in boomsoorten aanplanten en kiezen voor inheemse soorten. Gaat deels verloren. Grasstroken in planvoornemen opnemen, bijvoorbeeld door aanplant van kruidenrijke vegetatie afgewisseld met ruigtes. Natuurlijker maaibeheer toepassen.
Tabel 3.7. Mogelijk nieuw te ontwikkelen natuurwaarden.
Kansen nieuwe biotopen Gebouwen
Aanleg (gezamenlijke) tuinen Vijvers/ poelen aanleggen Groenstrook realiseren met kruidenrijke/
Belangrijkste functies voor flora en fauna Nestgelegenheid gebouwgebonden vogels (mussen, zwaluwsoorten), verblijfplaatsen voor vleermuizen, vegetatie aan/op gebouw Schuil- en foerageerplek voor (tuin)vogels en grondgebonden fauna, insecten, vlinders Creëren van biotoop voor vissen, libellen, amfibieën. Schuil- en foerageerplek voor (tuin)vogels en grondgebonden fauna, insecten (zoals vlinders).
Blad 23 van 25
Hoe te realiseren Natuurinclusief bouwen
Ontwerp door deskundig ecologisch hovenier, gebruik van inheemse soorten Ontwerp door een ecologisch deskundige of hovenier. Ontwerp door een deskundig ecologisch hovenier, gebruik
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Kansen nieuwe biotopen bloemrijke vegetaties variërend in hoogte Semi verharde parkeerplaatsen (grastegels)
Belangrijkste functies voor flora en fauna
Creëren van biotoop voor insecten, foerageerplek voor (tuin)vogels
Blad 24 van 25
Hoe te realiseren van geschikte zaadmengsels, natuurlijk (maai)beheer. Inzaaien met laagblijvende kruidenmengels
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Literatuurlijst Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Overig NDFF Street Smart AERIUS-calculator, versie 2021. www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdiervereniging.nl
Blad 25 van 25
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Bijlage 1 Wettelijk kader
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Bijlage 1 Wettelijk kader In deze bijlage staat een beschrijving van de relevante wet- en regelgeving en het beleidskader. Het betreft de Wet natuurbescherming (Wnb). Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Wnb - Algemeen De Wnb is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Wnb beschermt: De Natura 2000-gebieden die aangewezen zijn in het kader van het Europees natuurbeleid (gebiedsbescherming) De planten- en diersoorten (onderdeel soortbescherming) Bos en houtopstanden (onderdeel houtopstanden). Veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen bij de provincies. Er zijn hierop wel uitzonderingen waarvoor het ministerie van LNV bevoegd gezag is. Dit betreft onder andere de aanleg en uitbreiding van hoofdwegen, landelijke spoorwegen, hoofdvaarwegen, primaire waterkeringen, militaire terreinen en oefengebieden, militaire luchthavens, Schiphol en overige burgerluchthavens, het landelijke gastransportnet, hoogspanningsverbindingen van tenminste 220 kV, activiteiten van buitenlandse mogendheden en activiteiten namens een lid van het Koninklijk Huis.
LNV is ook bevoegd gezag voor ruimtelijke ingrepen in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) en voor Windenergie op zee (kavelbesluiten). Gemeenten hebben een loketfunctie. Het is mogelijk om een natuurvergunning ‘aan te haken’ bij de omgevingsvergunning, maar dit hoeft niet. De Wnb richt zicht op bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. Wnb - Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1) soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v. Wnb); 2) soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn (artikel 3.5 e.v. Wnb); 3) ‘andere soorten’(onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’) (artikel 3.10 e.v. Wnb).
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v. Wnb) Het beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn is vastgelegd in artikel 3.1 e.v. 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Het is mogelijk om ontheffing aan te vragen voor de overtreding van de verbodsbepalingen. De ontheffing kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Vogelrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang 1: ‘in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid’ (dit is dus strenger dan voor soorten van de Habitatrichtlijn en de andere soorten); - Er is geen verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en/of Bonn (artikel 3.5 e.v. Wnb) Deze categorie bestaat uit Europees beschermde soorten. De verbodsbepalingen zijn vastgelegd in artikel 3.5 e.v.: 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Onder de Wnb is het mogelijk om voor streng beschermde soorten zoals opgenomen in artikel 3.5 bij ruimtelijke ontwikkelingen te werken volgens een door de Minister goedgekeurde gedragscode. Hierbij geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten zoals opgenomen in artikel 3.5 van de Wnb bij overtreding van de verbodsbepalingen een ontheffing worden aangevraagd. De ontheffing kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Habitatrichtlijn.
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
-
Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang 3: ‘in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’; Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
Andere soorten (artikel 3.10 e.v. Wnb) De categorie ‘andere soorten’ bestaat uit soorten zoals opgenomen in bijlage A en B van de wettekst. Dit zijn nationaal beschermde soorten. De verbodsbepalingen zijn vastgelegd in artikel 3.10 e.v.. Het is verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling wanneer aantoonbaar gewerkt wordt volgens een door de Minister van LNV goedgekeurde gedragscode. Daarnaast geldt ook vrijstelling bij ruimtelijke projecten voor soorten die staan op besluit vrijgestelde soorten. Het hangt per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies. Wel dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). Deze zorgplicht is verder in deze bijlage nog toegelicht.
Indien de ‘andere soorten’ niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten uit de categorie ‘andere soorten’ van de Wnb bij overtreding van de verbodsbepalingen een ontheffing worden aangevraagd. De ontheffing kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang h ‘in het algemeen belang’; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
Natuurtoets Woningbouwlocatie te Heerenveen projectnummer 0477941.100 5 oktober 2022 Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V.
Samenvatting gronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie beschermde soorten (artikel 3.1, 3.5 en 3.10). Artikel 3.1 Artikel 3.5 Artikel 3.10 Soorten van de Ontheffingsgronden Soorten van de Andere Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn soorten Bonn & Bern Er bestaat geen andere bevredigende 1 Ja Ja Ja oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van 2 Ja Ja Ja instandhouding volksgezondheid en openbare veiligheid Ja Ja Ja veiligheid van luchtverkeer Ja Nee Ja ter voorkoming van schade aan gewassen, Ja Ja Ja vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna Ja Ja Ja voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en Ja Ja Ja herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, 3 met inbegrip van sociale of economische aard Nee Ja Ja en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling Nee Nee Ja schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud (ook Nee Nee Ja natuurbeheer), algemeen belang, bestendig gebruik
Zorgplicht Er dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de zorgplicht zoals vastgelegd in artikel 1.11 van de Wnb. Deze zorgplicht houdt o.a. in dat als een activiteit wordt ondernomen waarvan kan worden vermoed dat deze nadelig kan zijn voor in het wild levende dieren en planten, deze activiteit niet plaats mag vinden. Ook moeten alle maatregelen worden genomen om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Deze zorgplicht heeft betrekking op de gebieds- en op de soortbescherming. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven.