Bijlage 4. Motie VNG financiering bodemtaken
Tekst van het document
MOTIE
Indiener: gemeente Oostzaan Titel motie: financiering bodemtaken door gemeenten na inwerkingtreding Omgevingswet Datum indiening: 31 mei 2023
Inhoud motie Op 1 januari 2024 gaat de Omgevingswet van kracht. Sinds een aantal jaar bereiden overheden zich intensief voor op deze wetswijziging. Als de Omgevingswet ingaat, verandert er op het gebied van bodem een aantal zaken. Zowel in de verdeling van de taken tussen de bevoegde gezagen als op de inhoud. Gemeenten zijn vanaf dat moment het bevoegd gezag voor de gehele milieu-hygiënische bodemkwaliteit. De decentralisatie van de bodemtaken biedt gemeenten voordelen. Onder meer waar het gaat om, integraal en binnen de gestelde kaders en regels, ontwikkelingen in de bodem toe te staan die nu nog niet mogelijk of wenselijk zijn. Of juist ontwikkelingen tegen te gaan, wanneer het wenselijk is om de bodem extra te beschermen. Tegelijkertijd is er ook al langere tijd zorg over de adequate financiering van de bodemtaken na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Eind november 2022 maakten het Rijk, IPO, VNG en UvW, na jaren overleg, definitief afspraken over de bodem en ondergrond voor de periode 2023-2030. Deze afspraken brengen gemeenten echter het minst gunste scenario; voor wat betreft de apparaats- en beleidskosten kunnen provincies en de grote gemeenten een beroep doen op Rijksmiddelen die tot en met 2030 worden gecontinueerd, maar voor de overige gemeenten, komen er geen middelen beschikbaar.
De beslisnota bij de kamerbrief van de Minister over de bestuurlijke afspraken 2023-2030 ging in op de zorg bij gemeenten dat er te weinig geld is om alle taken goed uit te voeren. Daarnaast werd ingegaan op het feit dat de financiële consequenties van deze verschuiving van taken complex liggen en niet goed konden worden geraamd. Om meer inzicht te krijgen in de noodzakelijke financiering van de bodemtaken, is onderdeel van de landelijke afspraken Bodem en Ondergrond 2023-2030 dat koepels inventariseren welke consequenties de verschuiving van taken heeft in de uitvoering, maar ook welk effect de Omgevingswet heeft op de omvang en uitvoering van de bodemtaken. De monitoring moet daarmee ook inzicht geven in de middelen die voor gemeenten nodig zijn om via toezicht, handhaving en vergunningverlening en beleidsvoorbereiding de kwaliteit van de bodem blijvend te beschermen.
Overwegende, dat • Gemeenten afgelopen jaren meermaals hun zorg uitspraken over de beschikbare financiële middelen voor de bodemtaken na inwerkingtreding van de Omgevingswet; • Bodem en bijhorende taken naar de toekomst steeds belangrijker worden in het licht van opgaves als woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie; • De Commissie van Aartsen met haar aanbevelingen de noodzaak benadrukte van het versterken van omgevingsdiensten om de uitvoering van milieutaken, waaronder bodembeheer, te verbeteren; • De landelijke monitoring tot op heden nog onvoldoende is gestart.
Pagina 1 van 2, 1 juni 2023
De motie roept op: • Om druk te zetten achter start en afronding van de monitoring om inzicht te krijgen in het effect van de Omgevingswet op de uitvoering van de bodemtaken; • Bij het Rijk te bepleiten dat, in ieder geval tot afronding van de landelijke monitoring, gemeenten – waar nodig – financieel worden ondersteund om zekerheid te bieden dat de beschikbare capaciteit met de daarbij horende kennis & expertise blijft behouden. De burgemeester,
De wethouder,
M.D. Polak
R. Dral
Gemeenten die deze motie ondersteunen: • • • • • • • • • • • • •
Gemeente Beverwijk Gemeente Bloemendaal Gemeente Edam-Volendam Gemeente Haarlem Gemeente Heemskerk Gemeente Heemstede Gemeente Landsmeer Gemeente Purmerend Gemeente Uitgeest Gemeente Velsen Gemeente Waterland Gemeente Wormerland Gemeente Zandvoort
Pagina 2 van 2, 1 juni 2023