Bijlage 4 - Ecologische quickscan
Tekst van het document
QuickScan
Bontebok, Eerste Compagnonsweg 45
John Melis Ecologie 2018
Colofon QuickScan Bontebok, Eerste Compagnonsweg 45. Inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (soortbescherming)
JME-rapport
: 18-054
Versie Datum
: 1.4 : 15 augustus 2021
Opdrachtgever
:
Auteur
:
Controle
:
Contactadres
: Gorredijksterweg 26 8411 KE Jubbega
Te citeren als
: Kroezen, E., 2018. QuickScan Bontebok, Eerste Compagnonsweg 45; inventarisatie en beoordeling natuurwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming (soortbescherming). JME-rapport 18-054 John Melis ecologie, Jubbega.
Voorpagina
:
Copyright © 2018 John Melis ecologie
niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Foto vanaf de ingang van de kavel.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding In opdracht van , verder “opdrachtgever” genoemd, heeft ecologisch adviesbureau John Melis ecologie een QuickScan uitgevoerd op de kavel Eerste Compagnonsweg 45 in Bontebok. De opdrachtgever wil de kavel gaan inrichten als voedselbos met workshopruimte en verplaatsbare overnachtingsplekken voor workshophouders. Hiervoor zullen er een aantal aanpassingen worden gedaan. Er worden geen bestaande gebouwen of watergangen aangetast, maar er zullen wel bomen worden gekapt.
1.2
Globale ligging
afbeelding 1.1. Globale ligging van het projectgebied (rood). (Bron: Google maps)
1.3
Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en
vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis.
Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’).
De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat alle provincies en het Rijk de voorheen geldende “Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012” aanhouden en blijven hanteren in de Wet natuurbescherming. Bij
voorliggende toetsing is ervan uitgegaan dat de lijst gehanteerd blijft en dat de nesten een jaarrond beschermde status houden. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1t/m4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan.
Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen een of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3,5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. 1.4
Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het projectgebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande bestemmingswijziging, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. In tegenstelling tot een Natuurtoets wordt bij een QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000, Natuur netwerk Nederland/Ecologische Hoofdstructuur en Weidevogelleefgebied/Ganzenfoerageergebied) en is de bureaustudie beperkt. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande verandering in het bestemmingsbesluit meerdere jaren wordt, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.
1.5
Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn. Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecologen en van JM ecologie op donderdag 15 november 2018. Het bezoek is uitgevoerd van 13:00 tot 14:00 uur, bij 12 graden Celsius, windkracht 3, op een bewolkte dag. Het doel van het veldbezoek is
het inschatten van de aanwezige habitat types en het verkrijgen van inzicht in het projectgebied. Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregel en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden. Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatvinden.
2
Beschrijving locatie en ingreep
2.1
Locatie Op de locatie staat een grote houten schuur. Er is een zanderige braakliggende gedeelte waar vroegen kassen hebben gestaan (afbeelding 2.1). De rest van het gebied is vol gegroeid met zeer veel verschillende soorten bomen, waarvan velen in slechte staat verkeren. Richting de achterzijde van de kavel staat een oude vervallen plastieken tunnelkas (afbeelding 2.2) en een deels vervallen bijenhuis (afbeelding 2.3). Er ligt een grote hoop plantenafval vooral bestaand uit grond, bladeren en takken richting de oostzijde van het gebied (afbeelding 2.4). Het gebied wordt omringd door bomen zoals zomereik, populier, gewone es, berk, haagbeuk en vlierbes (afbeelding 2.5). Ook bevindt zich in het midden een klein nat gebied met een bijna opgedroogde vijver. (afbeelding 2.6). Het zuidelijkste deel van deze kavel bestaat uit een ruigte met veel braam (afbeelding 2.7). Hier staan ook enkele coniferen en een spar (afbeelding 2.8).
afbeelding 2.1. Zanderig braak liggende gebied met een huisje
afbeelding 2.2. Plastieken kas aan de noordzijde.
afbeelding 2.3 Oud bijenhutje.
afbeelding 2.4. Hoop planten afval.
afbeelding 2.5 Oude vlierbes met holtes.
afbeelding 2.6. Bijna opgedroogde vijver is een nat gebiedje.
afbeelding 2.7 Dichte begroeiing die vooral bestaat uit braam.
2.2
afbeelding 2.8 Aantal coniferen met een spar.
Ingreep Aan de zuidoost kant van de kavel wordt een nieuwe ingang met parkeerplaatsen aangelegd. Hiervoor zullen een aantal bomen gekapt moeten worden. De noordoost hoek wordt ingericht als plek waar workshopdeelnemers kunnen overnachten in tipi/yurt/pipowagen achtige units. Het huisje/kantoor blijft staan en hierachter wordt een overkapping bijgebouwd. De bijna opgedroogde vijver wordt hersteld en vergroot. Verder zal er een rustpunt worden gemaakt voor fietsers en wordt er een houten schuur bijgeplaatst met als functie opslag/werkplaats. Werkzaamheden zullen vooral bestaan uit het kappen van bomen, egaliseren en opruimen van het gebied, het aanleggen van een weg en het bijbouwen van een extra schuur. (zie afbeelding 2.9).
afbeelding 2.9. Toekomst plan voor Eerste Compagnonsweg 45, Bontebok (Bron:
).
3
Resultaten veldbezoek en bureaustudie Waargenomen soorten en verwachte soorten (op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreiding) worden samengenomen en hun gebruik van het projectgebied wordt beschreven. Hierbij ligt de nadruk op beschermde soorten, maar er zullen ook algemene en lichter beschermde soorten betrokken worden indien waargenomen of van belang voor de ingreep.
3.1
Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. Van 15 vogelsoorten zijn ook de nesten, vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 1 t/m 4 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012). Deze worden apart behandeld onder 4.1: “Jaarrond beschermd”. Daarnaast zijn van 34 vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd als hier een zwaarwegende ecologische reden voor is. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 5 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012). Deze soorten worden mee behandeld onder 4.1 ”Vogels, overige vogelsoorten”. Jaarrond beschermd Er zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen in het projectgebied, of in de nabije omgeving (75 meter). Er staat een grote houten schuur in het gebied, die nesten van huismus zou kunnen bevatten. Daarnaast zijn er geen soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is, aantroffen of te verwachten in (de omgeving van) het projectgebied. Buiten de huismus in een schuur dat niet wordt aangetast, zijn geen potentieel geschikte nestlocaties voor jaarrond beschermde nesten aanwezig. Vogels - overige soorten Er zijn tijdens het veldbezoek meerdere soorten waargenomen zoals vink en koolmees. In het projectgebied zijn bomen aanwezig waarin vele zangvogels, zoals merel, roodborst en koolmees tot broeden kunnen komen.
Er is een nestkast van een torenvalk aangetroffen in een van de bomen aan de noordoostkant van de kavel.
3.2
Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen voor drie doeleinden gebruik maken van een projectgebied, te weten als verblijfplaats, vliegroute en of foerageergebied. Er kunnen zich geschikte verblijfplaatsen bevinden binnen een gebied, welke tijdens 1 of meerdere seizoenen actief gebruikt kunnen worden door vleermuizen, te weten tijdens de zomer-, kraam-, paar- en/of winterperiode. Deze verblijven kunnen gebruikt worden als schuil- en rustplaats, als kraamkamer, voor de paring en/of voor de overwintering. Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor het bereiken van hun foerageergebieden vanuit hun verblijven, en, sommige soorten, voor de jaarlijkse trek naar winterrustgebieden, en naar zomerhabitat. Lijnvormige elementen zoals bomen, dijken en watergangen worden gevolgd en onthouden. Zij vormen voor de vleermuizen een vaste route. Het
onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiele) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Vleermuizen kunnen foerageergebieden hebben in een projectgebied. Dit wil zeggen, vleermuizen komen via vaste routes naar het projectgebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op muggen en nachtvlinders. Verblijven Alle bomen in het projectgebied zijn onderzocht op de aanwezigheid van holtes die vleermuisverblijven kunnen bevatten. Ondanks dat er vele oudere bomen aanwezig zijn is er slechts één geschikt holte aangetroffen in een half dode vlierbes (zie afbeelding 2.5), welke een verblijf kan bevatten van een soort als grootoorvleermuis, of een paarverblijf van gewone- of ruige dwergvleermuis. Deze staat aan de noordoostelijke buitenrand van de kavel. De grote schuur kan mogelijk paarverblijven bevatten van soorten als gewone- of ruige dwergvleermuis. Vliegroutes In de directe omgeving van het projectgebied worden vleermuisverblijven verwacht. Lijnvormige objecten binnen het projectgebied die fungeren als essentiële vliegrouteondersteuning kunnen aanwezig zijn. Foerageergebied Het gehele projectgebied wordt als potentieel foerageergebied voor vleermuizen aangemerkt. Deze wordt echter niet als essentieel verwacht; er is voldoende, even geschikt, alternatief in de omgeving beschikbaar. 3.3
Overige zoogdieren In het projectgebied is een reeën skelet aangetroffen. Verder zijn er ook sporen aanwezig van reeën. Er zijn echter geen ligplaatsen aangetroffen. Overige zoogdieren die beschermd zijn, zoals boommarter, das, eekhoorn, otter en waterspitsmuis zijn niet te verwachten vanwege het ontbreken van geschikt habitat en/of de bekende verspreiding.
3.4
Reptielen, amfibieën en vissen Het gebied is geschikt voor ringslang. De ringslang is bekend uit de nabije omgeving. Er is voedsel aanwezig (kikkers waargenomen). De stapels met afval (takken, grond, bladeren) kunnen, vanwege het gebrek aan direct zonlicht niet als broeihoop dienst doen. Er is wel voldoende schuil- en overwinteringsgelegenheid in de takkenbulten. Andere reptielen zijn niet te verwachten vanwege het ontbreken van geschikt habitat. In het gebied is bruine kikker waargenomen. Vanwege de geslotenheid, door de vele bomen, zullen er geen beschermde soorten amfibieën, zoals poelkikker, verwacht kunnen worden. Algemene soorten als gewone pad en kleine watersalamander kunnen aanwezig zijn. De vijver in het plangebied is bijna volledig dichtgegroeid. Er wordt geen vis verwacht.
3.5
Overige fauna Beschermde insecten als libellen en dagvlinders worden niet verwacht in het projectgebied. Deze soorten zijn specifieke habitats nodig die hier niet zijn aangetroffen.
3.6
Flora Het gebied is voedselrijk daardoor wordt het gedomineerd door algemene soorten. Hierdoor is er geen mogelijkheid voor zeldzamere, specialistischere soorten om hier naast te groeien. Op basis van recente waarnemingen, de bekende verspreiding en de aanwezige habitats kan het voorkomen van beschermde soorten vaatplanten uitgesloten worden.
3.7
Zorgplicht Voor de aanwezige amfibieën geld de zorglicht. Bij het verplaatsen van hopen stenen moet er goed gelet worden op kleine water salamander. Bij het aantreffen van de soort moet deze verplaatst worden naar een veilig plekje.
4
Effecten en gevolgen
4.1
Overzicht beschermde soorten In dit hoofdstuk wordt de geplande ingreep getoetst aan de aanwezige of verwachte beschermde soorten (zie hoofdstuk 3) binnen het projectgebied, en de te verwachten risico’s voor deze soorten, bij uitvoer van de geplande werkzaamheden. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die de vaste verblijfplaatsen in stand houdt. Voor soorten die niet genoemd worden vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of Wnb artikel 3.10 geldt de algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zelfs bij negatieve effecten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Ditzelfde geldt voor soorten van Wnb artikel 3.10, waarvoor een Provinciale vrijstelling is uitgegeven. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, maar ze worden hieronder, ondanks eventueel voorkomen en eventueel te verwachten negatieve effecten, niet meegenomen. Soortgroep Vogels Vleermuizen Reptielen
Soort(en) (broed-) (verblijfplaats, vliegroute) Ringslang
Bescherming VR HR 3.10
Aanwezig potentieel potentieel potentieel
tabel 1. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor het effect van de maatregel bepaald moet worden.
4.2
Effecten op in het projectgebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna Broedvogels Het broedseizoen loopt ongeveer van half maart tot half juli, maar de daadwerkelijke periode is afhankelijk van het weer en de soort. De Wet natuurbescherming schrijft geen datumgrenzen voor, de genoemde data zijn globaal. Ieder broedgeval is beschermd, dus indien blijkt dat er een vogel aan het broeden is, ook buiten het broedseizoen, mag deze niet verstoord worden totdat deze hiermee klaar is en uit eigen beweging is vertrokken. Het kappen van de bomen, en het opruimen van los materiaal waarin nesten kunnen zijn ontstaan, kan, tijdens het broeden, leiden tot het afbreken van een broedgeval. Dit kan voorkomen worden door deze maatregelen alleen uit te voeren buiten het broedseizoen, of eerst te controleren of er actieve broedgevallen aanwezig zijn. Dit is mogelijk binnen de planning. Deze maatregel is vermeld in paragraaf 5.1. Vleermuizen In de grote houten schuur en in de holtes van de vlierbes kunnen vleermuisverblijven verwacht worden. Er zijn geen plannen voor het afbreken of aanpassen van de schuur of het kappen van die vlierbes. De vlierbes zo oud dat deze waarschijnlijk binnen enkele jaren vanzelf verdwijnt of ongeschikt wordt als verblijfplaats. Het gebruik van extra verlichting op de schuur of de vlierbes kan de functie als verblijfplaats schaden.
De bomen rondom het gebied kunnen fungeren als vliegroute. Deze worden niet gekapt, waardoor de ondersteuning van eventuele essentiële vliegroutes gegarandeerd blijft, ondanks het kappen van de bomen in het projectgebied. Het gebruik van extra
verlichting op deze bomen rond de kavel kan de functie als vliegrouteondersteuning schaden. Deze maatregel is vermeld in paragraaf 5.2.
Reptielen In het gebied kan foerageren en overwinteren door ringslang verwacht worden. Het opruimen van de vijver en de takkenhopen kan dit gebruik negatief beïnvloeden. Er zijn plannen om de hoop takken te verwijderen. De opdrachtgever wil zelf ook een composthoop maken, en tevens op meerdere locaties takkenrillen aanbrengen. Hierdoor komen er meerdere vervangende locaties beschikbaar als overwinteringsplaats. De opdrachtgever wil de vijver herstellen. Wanneer er voldoende oeverbegroeiing overblijft zal er dus geschikt leefgebied van de ringslang bewaard blijven. Er wordt geen negatief effect verwacht, op voorwaarde dat het opruimen van de vijver en de takkenhopen gebeurt in een gunstige periode voor de ringslang. Deze maatregel is vermeld in paragraaf 5.3.
5
Mitigatie In dit hoofdstuk worden de vervolgmaatregelen beschreven voor de soorten waarvan in hoofdstuk 4 is bepaald dat deze mogelijk een effect bemerken van de geplande ingreep. Deze vervolgmaatregel kan bestaan uit het uitvoeren van nader onderzoek om de aanwezigheid te bevestigen of uit te sluiten. Maar de vervolgmaatregel kan ook aangeven dat er een aanvraag voor een ontheffing op de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming benodigd is. Er kan ook een lijst met mitigerende maatregelen staan aangegeven, waarbij de ingreep uitgevoerd kan worden zonder een ontheffing. Indien de ingreep zonder enig nader onderzoek, mitigatie of ontheffingsaanvraag uitgevoerd kan worden, wordt dat in dit hoofdstuk vermeld. Soortgroep Vogels Vleermuizen Reptielen
Soort(en) algemene broedvogels (verblijfplaats, vliegroute) ringslang
Bescherming VR HR 3.10
Aanwezig potentieel potentieel potentieel
Vervolgactie Mitigatie, zie 5.1 Mitigatie, zie 5.2 Mitigatie, zie 5.3
tabel 2. Soort(groep)en van de Wet natuurbescherming waarvoor een vervolgactie benodigd is.
5.1
Broedvogels; mitigatie Als er ten tijde van de beoogde start van de werkzaamheden vogels in, of binnen de verstoringszone van het projectgebied broeden, kunnen de werkzaamheden ter plaatse geen doorgang vinden tot dat de jongen zijn uitgevlogen. Voor de wet is er geen verschil tussen broedvogels gemaakt. Alle broedvogels zijn beschermd gedurende hun voortplantingsperiode. Dit kan voor bijvoorbeeld boerenzwaluwen duren van april t/m oktober. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren en verjagen van broedende vogels.
Indien binnen het broedseizoen gewerkt moet worden: 1. Het kappen en snoeien van bomen, het rooien van struiken en het opruimen van stapels waarin nesten verscholen kunnen worden dient ruim buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. 2. Broedgevallen binnen het plan- en verstoringsgebied van de werkzaamheden moeten voorkomen worden. Het ongeschikt maken kan preventief gedaan worden door ruim voor het vogelbroedseizoen de bomen te kappen, de struiken te rooien en stapels waarin nesten verscholen kunnen worden te ruimen. Indien deze maatregel gestart wordt in of rond het broedseizoen dient het plan- en verstoringsgebied eerst door een ter zake kundige ecoloog gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedvogels; 3. Indien vastgesteld wordt dat (mogelijk) sprake is van actuele broedgevallen binnen het plan- of verstoringsgebied wordt door de ter zake kundige ecoloog specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt door (een deel van) het projectgebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot alle nesten, vanuit eigen beweging van de vogels, niet meer in gebruik zijn. Als buiten het vogelbroedseizoen wordt gewerkt of het werkgebied vrij is van broedvogels
kan er zonder het overtreden van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming gewerkt worden. 5.2
Vleermuizen; mitigatie Op het projectgebied staat een schuur en een vlierbes met holtes, die mogelijk verblijfplaatsen kunnen bevatten. Deze twee elementen mogen niet verwijderd worden. Dit is ook niet het voornemen van de opdrachtgever. Er mag geen extra verlichting vallen op deze elementen.
5.3
Reptielen; mitigatie Het projectgebied bevat geschikt habitat voor de ringslang. Werkzaamheden aan de takkenhopen moet worden gedaan buiten de winterslaapperiode van de ringslang. Dit betekent dat dit globaal moet gebeuren na 1 mei en voor 1 oktober, maar is wel afhankelijk van het weer. Rond april komen de slangen uit hun winterslaap en rond oktober worden de winterslaapplekken weer opgezocht. Aangezien er in de nieuwe situatie afdoende plekken overblijven of juist zullen ontstaan waarin overwinterd kan worden zal er geen functioneel leefgebied voor de ringslang verloren gaan. Het herstellen en mogelijk verplaatsen van de vijver kan het best in de overwinteringsperiode gebeuren. Hierdoor zullen er geen slangen verstoord worden. Bij het herstellen van de vijver moet er voor worden gekozen om in ieder geval een deel van de oever te laten begroeien om zo de beschutting voor de ringslang te behouden. Bij het herstellen en mogelijk verplaatsen van de vijver buiten de overwinteringsperiode moeten eventueel aanwezige ringslangen kunnen vluchten; er is afdoende geschikt habitat in de omgeving om te kunnen foerageren.
6
Conclusie In het gebied zijn mogelijk beschermde soorten aanwezig. Mitigatie is nodig om negatieve effecten te voorkomen. Deze worden per soort uitgelegd in hoofdstuk 5. Wanneer de opdrachtgever de werkzaamheden uitvoert conform de aangegeven mitigerende maatregelen is nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing op de verbodsartikelen in de Wet natuurbescherming (Wnb) niet benodigd.
Gorredijk, november 2018 John Melis ecologie
7
Geraadpleegde bronnen • •
• •
Nationale Database Flora- en Fauna (NDFF), geraadpleegd op 20 november 2018. Melis, J. & M. Koopmans, 2015. Fiskatlas Fryslân, verspreiding en ecologie van zoetwatervissen in Friesland in de periode 1900 t/m 2014. Bornmeer, Gorredijk. BIJ12, 2017. Kennisdocumenten. Vleermuisprotocol 2017, Netwerk Groene Bureaus (NGB).
www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.vogelbescherming.nl
•