Bijlage 4.1 Rapport onderzoek Armoedebeleid - bijlage 4 Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein Rapport.pdf
Tekst van het document
Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein Rapport Heerenveen, geraadpleegd op 15-07-2022
INLEIDING Gemeenten voeren al sinds 2015 hun eigen beleid in het sociaal domein. De ambities achter de drie decentralisaties zijn onverminderd groot. Gemeenten kennen hun inwoners en de lokale situatie. Zij kunnen daardoor voorkomen dat problemen uit de hand lopen. Door vroegtijdig in te grijpen streven gemeenten ernaar om, waar mogelijk, specialistische en dure hulp terug te dringen. Zij zijn in staat maatwerk te leveren en kunnen integraal werken, zodat gezocht kan worden naar achterliggende oorzaken van problematiek. Met dit rapport kunt u zich een beeld vormen van de situatie in uw gemeente. Hoeveel inwoners kunnen toe zonder ondersteuning en hoeveel doen een beroep op de voorzieningen in het sociaal domein? En in welke mate doen zij dat? Zijn er trends zichtbaar? Hoe is de situatie in uw gemeente in vergelijking tot die in andere gemeenten? De behoefte aan inzicht in deze factoren is alleen maar groter geworden sinds de COVID pandemie en deze monitor kan helpen om inzicht te krijgen in de impact op het zorgaanbod en geleverde zorg in uw gemeente. Voor specifieke informatie over de impact van de Corona crisis op uw gemeente en het sociaal domein verwijzen wij naar de dashboards over Corona-impact op waarstaatjegemeente.nl.
Samen met de verhalen van inwoners, medewerkers, andere gemeenten en experts beschikt u zo over informatie waarmee u leer- en ontwikkelprocessen in uw gemeente kunt stimuleren. Om vergelijkbare gemeenten in het sociaal domein, specifiek voor de Wmo, te vinden kunt u de Wmo-gemeentevergelijker raadplegen. De tool vergelijkt gemeenten binnen Nederland op populatie- en beleidskenmerken, een vernieuwende methode waardoor gebruikers gemakkelijker vergelijkbare gemeenten kunnen vinden buiten de regio en waarvan u het mogelijk niet verwacht. In dit rapport worden altijd de meest recente cijfers gepresenteerd. Cijfers van voorgaande jaren zijn terug te vinden in de database. Dit rapport kan gedownload en geprint worden via de pictogrammen in het Viewer-bestand dat geopend wordt via waarstaatjegemeente.nl. Ter inzicht van de gebruikte begrippen in de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD) is een definitielijst opgesteld. Ook is er een indicatorenoverzicht opgesteld, met achtergrondinformatie bij de indicatoren in dit rapport.
INHOUD Naast dit rapport, bestaat de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein uit een dashboard, een rapport beschermd wonen, een wijkprofiel en een database. In het dashboard kunt u uw gemeente vergelijken met elke andere gewenste gemeente, regio, etc. Het rapport beschermd wonen geeft aanvullende informatie over dit thema op het niveau van de centrumgemeente beschermd wonen. In het wijkprofiel vindt u informatie over het sociaal domein uitgesplitst naar de wijken binnen uw gemeente. In de database vindt u diepgaandere uitsplitsingen en vindt u de halfjaarcijfers over voorgaande perioden alsmede de jaarcijfers. Dit rapport bestaat uit de volgende onderdelen: Huidige situatie Ontwikkelingen per domein Uitgangspositie Resultaten Achtergronden bij de cijfers
RUIMTE VOOR TOELICHTING Het is nu mogelijk om in het rapport op de getoonde cijfers een feitelijke toelichting te geven. Hierdoor kunnen gebruikers van de monitor de informatie beter interpreteren en gebruiken. Het is niet verplicht een feitelijke toelichting te geven. Er is een handleiding beschikbaar voor het schrijven en publiceren van een feitelijke toelichting. De gepubliceerde feitelijke toelichting wordt zichtbaar in dit rapport vóór de paragraaf met achtergronden bij de cijfers.
ACTUALISATIE VAN DE DATA De gegevens in dit rapport worden halfjaarlijks of jaarlijks geactualiseerd op basis van de aanlevering van gegevens door gemeenten en andere betrokken instellingen aan CBS. Bij iedere figuur en tabel in dit rapport geven we de datering van de gegevens weer. Via de weergegeven linkjes bij de figuren en tabellen kunt u de database raadplegen. Daar kunt u tevens zien wanneer de eerstvolgende actualisering van de dataset zal plaatsvinden.
RUIMTE VOOR TOELICHTING Het is voor iedere deelnemende gemeente mogelijk om in het rapport op de getoonde cijfers een feitelijke toelichting te geven. Hierdoor kunnen gebruikers van de monitor de informatie beter interpreteren en gebruiken. Het is niet verplicht een feitelijke toelichting te geven. Er is een handleiding beschikbaar voor het schrijven en publiceren van een feitelijke toelichting. Als uw gemeente op een onderdeel een toelichting heeft gegeven, staat deze voorafgaand aan hoofdstuk 1 'Huidige situatie'.
GEBRUIKTE ICONEN
Link naar de database Link naar het wijkprofiel Link naar dashboard Link naar beschermd wonen
1. HUIDIGE SITUATIE Hoeveel inwoners doen een beroep op de individuele voorzieningen in het sociaal domein en hoeveel redden zich zonder? Wat valt op in vergelijking met andere gemeenten? In dit deel ziet u het aantal en de samenstelling van de huishoudens in uw gemeente. Vervolgens ziet u in dit deel de Sociaal Economische Statusscore (SES-WOA) op gemeente- en wijkniveau. Tot slot ziet u in hoeverre huishoudens gebruik maken van de verschillende vormen van ondersteuning in het sociaal domein (Jeugdzorg, Wmo en Participatiewet).
AANTAL HUISHOUDENS Op 1 januari 2021 telde gemeente Heerenveen 50.650 inwoners en 22.960 huishoudens. Een gemiddeld huishouden in Heerenveen bestaat uit 2,21 personen. In vergelijkbare gemeenten (op grond van de referentiegroep in dit rapport) is dit gemiddeld 2,23 personen per huishouden.
1.1 Samenstelling huishoudens
Heerenveen
361
306
260
73
50-100 dzd inw.
358
296
268
78
0
Alleenstaand
200
Samenwonend zonder kinderen
400 600 aantal per 1.000 huishoudens Samenwonend met kinderen
800
Eenoudergezinnen
Figuur 1.1: Het aantal huishoudens in vergelijking met de referentiegroep (per 1.000 huishoudens), 2021.
Zie voor meer informatie over de ontwikkeling van het aantal huishoudens de database. Zie voor meer informatie het wijkprofiel.
1.000
SES-WOA SCORE Het CBS heeft voor het eerst cijfers over welvaart, opleidingsniveau en arbeidsmarktdeelname in onderlinge samenhang op wijkniveau in kaart gebracht. Voor elke gemeente, wijk en buurt is een gecombineerde score berekend op basis van gegevens over elk huishouden. Het doel van de SES-WOA score is om inzicht te krijgen in de sociaaleconomische status en mogelijke kwetsbaarheid binnen wijken.
1.2 Ontwikkeling van SES-WOA Score 0,028 0,024
0,024
0,020
0,019
0,016
0,016 0,014
score
0,012 0,010 0,008
0,007
0,007
0,007
0,004 0,001
0,000 -0,001
-0,004
-0,001
-0,008 -0,008 -0,012 2014 Heerenveen
2015
2016
2017
2018
2019
50-100 dzd inw.
Figuur 1.2: Ontwikkeling van de SES-WOA Score in vergelijking met de referentiegroep, 2014-2019. Extra toelichting: Deze breed toepasbare objectieve score heeft betrekking op de periode 2014 tot en met 2019. De SES-WOA score wordt beschreven in termen van de financiële welvaart, het opleidingsniveau en het recent arbeidsverleden van particuliere huishoudens op 1 januari van het verslagjaar. Voor alle gegevens, ongeacht verslagjaar, geldt dat de gemeente/wijk/buurtindeling van 2021 is toegepast.
Zie voor meer informatie over de ontwikkeling van SES-WOA scores de database. Zie voor meer informatie het wijkprofiel.
1.3 SES-WOA Score per wijk
Figuur 1.3: De SES-WOA Score per wijk, 2019.
Zie voor meer informatie over de ontwikkeling van SES-WOA scores de database. Zie voor meer informatie het wijkprofiel.
GEBRUIK VAN VOORZIENINGEN In de gemeente Heerenveen waren er in tweede halfjaar 2021 230 huishoudens per 1.000 inwoners met een voorziening in het sociaal domein.
1.4 Huishoudens zonder en met zorg en ondersteuning
Heerenveen
77,0%
50-100 dzd inw.
23,0%
79,2%
0% Zonder voorzieningen
20%
40%
20,8%
60%
80%
100%
Met voorzieningen
Figuur 1.4: Het percentage huishoudens zonder en met zorg en ondersteuning ten opzichte van het totaal aantal huishoudens, in vergelijking met de referentiegroep (in procenten), tweede halfjaar 2021. Extra toelichting: Onder zorg en ondersteuning worden de individuele voorzieningen verstaan op grond van de Wmo, de Jeugdwet en/of de Participatiewet. Informatie over algemene voorzieningen is niet beschikbaar.
Zie de database voor meer informatie.
De volgende figuren geven de stapeling van voorzieningen in het sociaal domein weer. Onder stapeling wordt het ontvangen en gebruiken van meerdere voorzieningen op hetzelfde moment verstaan.
1.5 Stapeling per voorziening
Heerenveen
122
50-100 dzd inw.
105
0
1 voorziening
58
10
20
2 voorzieningen
30
40
50
25
57
60
3 voorzieningen
70
80
90
25
100 110 120 130 140 150 aantal per 1.000 huishoudens
4 voorzieningen
5 voorzieningen
160
170
180
13
6
220
12
6
6
190
200
210
6
230
240
6 of meer voorzieningen in het sociaal domein
Figuur 1.5: Het huidige aantal huishoudens met zorg en ondersteuning per aantal voorzieningen ten opzichte van de referentiegroep (per 1.000 inwoners), tweede halfjaar 2021. Extra toelichting: Huishoudens kunnen meerdere voorzieningen naast elkaar ontvangen. Dit figuur toont het aantal voorzieningen dat een huishouden ontvangt, waarbij er geen onderscheid is gemaakt tussen de verschillende wetten. Het cijfer is met andere woorden gebaseerd op de som van het totaal aantal voorzieningen per huishouden. Voor een beeld van het aantal huishoudens die voorzieningen uit meerdere wetten tegelijkertijd ontvangen, zie figuur 1.6.
Zie de database voor de ontwikkeling van de totalen per aantal voorzieningen (absoluut). Zie de database voor de stapeling van voorzieningen per aantal voorzieningen op cliëntniveau (absoluut). Zie voor meer informatie het wijkprofiel.
1.6 Stapeling per domein
Heerenveen
28
50-100 dzd inw.
33
0
alleen Jeugd
49
10
20
alleen P-wet
126
47
30
40
50
alleen Wmo
60
111
70
80
Jeugd en P-wet
90
100 110 120 130 140 150 aantal per 1.000 huishoudens
Jeugd en Wmo
P-wet en Wmo
4
160
170
180
190
6
17
210
220
15
200
230
240
Jeugd, P-wet en Wmo
Figuur 1.6: Het huidige aantal huishoudens met zorg en ondersteuning per domein ten opzichte van de referentiegroep (per 1.000 inwoners), tweede halfjaar 2021 Extra toelichting: Huishoudens kunnen een combinatie van voorzieningen ontvangen uit de verschillende wetten in het Sociaal Domein (Jeugdwet, Wmo2015 en Participatiewet). Dit figuur toont het aantal huishoudens dat een voorziening uit één of meerdere wetten ontvangt. Voor een indicatie van het totaal aantal voorzieningen dat een huishouden ontvangt, zie figuur 1.3.
Zie de database voor de ontwikkeling van de totalen per domein (absoluut). Zie de database voor de stapeling van voorzieningen per domein op cliëntniveau (absoluut). Zie voor meer informatie het wijkprofiel.
2. ONTWIKKELINGEN PER DOMEIN In dit deel vindt u ontwikkelingen per domein. Deze meer specifieke informatie kunt u gebruiken om nader te onderzoeken en te bespreken in hoeverre er verschuivingen ontstaan tussen de verschillende vormen van ondersteuning. Is er bijvoorbeeld sprake van verschuivingen tussen verschillende vormen van zorg? En als er sprake is van een afname van de ene vorm van ondersteuning, komt daar dan andere ondersteuning voor in de plaats?
JEUGD 2.1 Procentuele opbouw van jeugdzorg-trajecten 100 90
88,1%
90,0%
% totaal Jeugdzorgtrajecten
80
77,2%
80,9%
70 60 50 40 30 20 10,9%
10
9,1%
10,9%
8,7% 1,0%
0 Jeugdhulp totaal Heerenveen
Jeugdhulp zonder verblijf
Jeugdhulp met verblijf
Jeugdbescherming totaal
Jeugdreclassering
50-100 dzd inw.
Figuur 2.1: Procentuele opbouw van jeugdzorg-trajecten (in procenten), tweede halfjaar 2021. Extra toelichting: Jongeren tot 18 jaar komen in aanmerking voor jeugdhulp en jeugdbescherming. Jongeren van 12 tot 23 jaar kunnen een jeugdreclasseringsmaatregel opgelegd krijgen. Veel jeugdzorgtrajecten lopen aan het einde van een kalenderjaar af. Dit kan van invloed zijn op de eventuele verschillen tussen de halve jaren.
Zie voor meer informatie de database. Zie voor meer informatie het wijkprofiel.
2.2 Aantal jongeren met Jeugdzorg-trajecten vergeleken 100 95 90 80
79
per 1.000 jongeren
70 60 50 40 30 20 11
10
11
11
10 1
0 Jeugdhulp zonder verblijf Heerenveen
Jeugdhulp met verblijf
Jeugdbescherming totaal
Jeugdreclassering
50-100 dzd inw.
Figuur 2.2: Jongeren met Jeugdzorg-trajecten in vergelijking met de referentiegroep (per 1.000 jongeren). De cijfers van jeugdhulp en jeugdbescherming zijn ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. Het cijfer van jeugdreclassering is ten opzichte van het aantal jongeren van 12 tot 23 jaar, tweede halfjaar 2021.
Zie voor meer informatie de database.
WMO In de gemeente Heerenveen waren er in het tweede halfjaar 2021 3.925 unieke cliënten met een maatwerkarrangement Wmo. Binnen de Wmo wordt onderscheid gemaakt tussen een voorziening via een Persoonsgebonden Budget (PGB) en een voorziening via Zorg in Natura (ZIN). Bij een PGB kan de cliënt zelf beslissen wie de zorgverlener wordt, terwijl dit bij een ZIN indicatie door de gemeente wordt bepaald. Van alle cliënten in de gemeente Heerenveen, heeft 65 een PGB, 3.760 een ZIN en 95 een combinatie van PGB en ZIN. Bij een combinatie van PGB en ZIN kan het zowel gaan om cliënten die gelijktijdig PGB en ZIN ontvangen, maar ook om cliënten die in de betreffende tijdsperiode zijn overgestapt van de ene naar de andere leveringsvorm.
2.3 Ontwikkeling van het aantal inwoners met Wmo-voorzieningen 4.800 4.000
4.040
3.925
2.680
2.670
4.090
3.925
personen
3.200 2.630
2.595
1.775
1.690
2.400 1.600
1.705
1.540
975
0
15
eerste halfjaar 2020 Ondersteuning thuis
1.010
845
800
Hulp bij het huishouden
15
15
tweede halfjaar 2020
eerste halfjaar 2021
Verblijf en opvang
Hulpmiddelen en diensten
855
10 tweede halfjaar 2021
Overig
Totaal aantal unieke cliënten met een maatwerkarrangement Wmo
Figuur 2.3: Ontwikkeling van het aantal inwoners met individuele Wmo-voorzieningen (absoluut), uitgesplitst naar type voorziening en het totaal.
Zie voor meer informatie over voorzieningen naar leeftijdsgroep de database.
Zie voor meer informatie over voorzieningen naar geslacht de database.
Zie voor meer informatie het wijkprofiel.
Extra toelichting: Inwoners kunnen gebruik maken van meerdere voorzieningen. Per categorie wordt een inwoner slechts één keer meegeteld, ook als de inwoner gebruik maakt van meerdere voorzieningen binnen die categorie (bijvoorbeeld een rolstoel en een vervoervoorziening). Maakt een inwoner gebruik van voorzieningen uit verschillende categorieën (bijvoorbeeld dagbesteding en hulp in het huishouden) dan telt de inwoner in beide categorieën mee. In het totaal telt elke inwoner slechts één keer mee. Het totaal aantal inwoners met een voorziening kan dus afwijken van de opgetelde totalen per categorie. Onder 'overig' wordt verstaan: overige maatwerkarrangemenenten en generieke toewijzingen. Onder 'verblijf en opvang' wordt verstaan; opvang, spoedopvang, beschermd wonen en overige beschermd wonen en opvang. Informatie over 'beschermd wonen’ kan alleen door de 43 centrumgemeenten worden aangeleverd (zie 2.7). Als cijfers omtrent 'beschermd wonen' door een regiogemeente worden aangeleverd, dan worden deze niet weergegeven in bovenstaande tabel. Zie het rapport beschermd wonen voor aanvullende informatie over dit thema. Zie de definitielijst voor meer informatie over de verdeling van voorzieningen over de vier categorieën.
2.4 Aantal inwoners met Wmo voorziening per categorie 33
Cliënten met hulp bij het huishouden
27 13
Begeleiding
10
Persoonlijke verzorging
0 6
Dagbesteding
4
Kortdurend verblijf
0 7
Woonvoorzieningen
8 6
Rolstoelen
8 8
Vervoersvoorzieningen
31 45
Vervoersdiensten
11
Woondiensten
1 0
Heerenveen
5
10
15
20 25 30 35 aantal per 1.000 inwoners betreffende doelgroep
40
45
50
55
50-100 dzd inw.
Figuur 2.4: Aantal inwoners met Wmo-voorzieningen per categorie in vergelijking met de referentiegroep (per 1.000 inwoners), tweede halfjaar 2021. Extra toelichting: Naast de vier hoofdcategorieën (te weten Ondersteuning thuis, Hulp bij het huishouden, Verblijf en Opvang & Hulpmiddelen en Diensten) worden gemeenten gevraagd om geleverde Wmo voorzieningen verder in te delen in een van de 19 vooraf gespecificeerde productcategorieën. Gemeenten bepalen zelf onder welke categorieën ze de geleverde voorzieningen indelen. Hierdoor kunnen er grote onderlinge verschillen optreden in de uitsplitsing van voorzieningen op dit detailniveau, zoals in dit figuur is weergegeven. VNG Realisatie adviseert gemeenten mede daarom om een feitelijke toelichting toe te voegen aan dit rapport. Hierin kunnen onder andere de keuzes van gemeenten met betrekking tot de indeling van voorzieningen in de verschillende categorieën nader worden toegelicht. In figuur 2.4 wordt een selectie getoond van de meest gebruikte categorieën. In de database vindt u tevens de cijfers van de overige negen categorieën: Overige ondersteuning individueel, Overige groepsgerichte ondersteuning, Overige maatwerkarrangementen, Beschermd Wonen, Opvang, Spoedopvang, Overige beschermd wonen en opvang, Overige hulpmiddelen. Voor meer achtergrondinformatie over deze indeling en categorieën, zie de definitielijst.
Zie de database voor een overzicht van alle 19 productcategorieën (absoluut).
Zie de database voor een overzicht van alle 19 productcategorieën (per 1.000 inwoners).
2.5 Gemeentelijk beleid naar type Wmo voorziening 2019
2020
Hulp bij huishouden
Alleen maatwerkvoorzieningen
Alleen maatwerkvoorzieningen
Begeleiding
Alleen maatwerkvoorzieningen
Alleen maatwerkvoorzieningen
Dagbesteding
Alleen maatwerkvoorzieningen
Alleen maatwerkvoorzieningen
Figuur 2.5: Gemeentelijk beleid naar type Wmo voorziening, 2019 en 2020. Extra toelichting: Gemeenten wordt jaarlijks gevraagd om informatie te geven over het gekozen lokale beleid omtrent aanbieden van voorzieningen in het kader van de Wmo. Tot op zekere hoogte kunnen gemeenten zelf bepalen of Wmovoorzieningen aangeboden worden als algemene- of maatwerkvoorziening. Gemeenten is gevraagd om per type voorziening aan te geven in hoeverre deze als algemene- of als maatwerkvoorziening wordt aangeboden. Een algemene voorziening zijn diensten of activiteiten binnen de Wmo die voor iedere inwoner van een gemeente beschikbaar zijn, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruiker. De gemeente kan hiervoor een bijdrage in de kosten vragen. Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn een maaltijdservice of activiteiten in een buurthuis. Wanneer gemeenten een bepaalde voorziening niet aanbieden dan is 'niet van toepassing' ingevuld.
Zie database voor het gemeentelijk beleid voor de andere type Wmo voorzieningen.
2.6 Aantal inwoners met Wmo-voorzieningen vergeleken aantal per 1.000 inwoners betreffende doelgroep
90 80
77
70 64
60 51
50
41
40 33
30
27
20
17 12
10
10 3
0 Ondersteuning thuis
Heerenveen
Hulp bij het huishouden
Verblijf en opvang
0 Hulpmiddelen en diensten
Overig
Totaal
50-100 dzd inw.
Figuur 2.6: Aantal inwoners met Wmo-voorzieningen in vergelijking met de referentiegroep (per 1.000 inwoners), tweede halfjaar 2021. Voor meer achtergrondinformatie over deze indeling en categorieën, zie de definitielijst.
Zie de database voor de uitsplitsing van Wmo-voorzieningen naar leeftijd en geslacht.
Zie de database voor de uitsplitsing van Wmo-voorzieningen naar inkomen.
2.7 Aantal inwoners in beschermd wonen per regio De gemeente Heerenveen behoort tot de beschermd wonen-regio Leeuwarden. Deze regio telt 780 inwoners in beschermd wonen. Dat zijn 1,5 mensen op 1.000 inwoners. Gemiddeld in alle regio's wonen 1,5 mensen op de 1.000 inwoners in beschermd wonen.
Figuur 2.7: Aantal inwoners in beschermd wonen in vergelijking met de andere regio's voor beschermd wonen (per 1.000 inwoners), tweede halfjaar 2021.
Zie de database voor meer informatie over eerdere perioden.
Zie de database voor de absolute aantallen.
Zie de database voor het aantal cliënten naar financieringsvorm (PGB, Zorg in Natura of een combinatie).
Extra toelichting: De uitvoering van beschermd wonen is belegd bij centrumgemeenten die voor alle inwoners in een regio de benodigde ondersteuning regelen. Vanaf 2016 leveren de centrumgemeenten de informatie over alle ‘beschermd wonen’-cliënten in de regio aan (zie de regioatlas). Voor de centrumgemeenten is deze data onderdeel van de halfjaarlijkse (maart en september) GMSD-aanlevering. Voor extra informatie over beschermd wonen willen we u verwijzen naar het beschermd wonen rapport. Hierin is verdiepende informatie te vinden over onder andere cliëntkenmerken en inzicht in de verhuisbewegingen van cliënten beschermd wonen.
Zie het beschermd wonen rapport.
PARTICIPATIEWET 2.8 Aantal inwoners met een bijstandsuitkering eerste halfjaar 2020
tweede halfjaar 2020
eerste halfjaar 2021
tweede halfjaar 2021
Bijstand gerelateerde uitkering tot AOW-leeftijd
2.020
1.830
1.675
1.570
Bijstand gerelateerde uitkering vanaf AOW-leeftijd
130
130
130
130
2.150
1.960
1.805
1.700
Bijstandsuitkeringen
Figuur 2.8: Ontwikkeling van het aantal inwoners met een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (absoluut).
Zie voor meer informatie (bijvoorbeeld over de totalen per jaar) de database.
Zie voor meer informatie het wijkprofiel.
Extra toelichting: Bijstand gerelateerde uitkeringen tot de AOW-leeftijd zijn bijvoorbeeld de bijstandsuitkering voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en/of - gewezen zelfstandigen (IOAZ). Bijstand gerelateerde uitkeringen vanaf de AOW-leeftijd is bijvoorbeeld de aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen (AIO).
aantal per 1.000 inwoners betreffende doelgroep
2.9 Aantal inwoners met een bijstandsuitkering vergeleken 48 42
40
36
38 33
32 24 16 8
3
4
0 Bijstandsuitkeringen 18 jaar en ouder [aantal per 1.000 inwoners betreffende doelgroep] Heerenveen
Bijstand gerelateerde uitkering tot AOW-leeftijd [aantal per 1.000 inwoners betreffende doelgroep]
Bijstand gerelateerde uitkering vanaf AOW-leeftijd [aantal per 1.000 inwoners betreffende doelgroep]
50-100 dzd inw.
Figuur 2.9: Aantal inwoners met bijstandsuitkeringen op grond van de Participatiewet in vergelijking met de referentiegroep. Bijstandsuitkeringen per 1.000 inwoners 18 jaar en ouder, uitkeringen tot de AOW-leeftijd per 1.000 inwoners tussen 15-64 jaar, uitkeringen vanaf AOW-leeftijd per 1.000 inwoners van 65 jaar en ouder, tweede halfjaar 2021.
Zie voor meer informatie over eerdere perioden de database.
2.10 Aantal re-integratie-/participatievoorzieningen vergeleken 20
aantal per 1.000 inwoners van 15-74 jaar
18
18 17
17
17
17
17
16 14 12 11
11
11
11
11
11
Okt 2020
Nov 2020
Dec 2020
Jan 2021
Feb 2021
Mrt 2021
10 8 6 4 2 0
Heerenveen
50-100 dzd inw.
Figuur 2.10: Aantal re-integratievoorzieningen (per 1.000 inwoners 15-74 jaar) in vergelijking met de referentiegroep.
Zie de database voor meer informatie.
2.11 Aantal inwoners met re-integratie/participatievoorzieningen per categorie 0
Tijdelijke loonkostensubsidie
0
4
Training/cursus/opleiding
2
2
Coaching naar werk of naar participatie
5
2
Jobcoach/begeleiding op de werkplek
1 0
Heerenveen
1
2
3 4 aantal per 1.000 inwoners van 15-74 jaar
5
6
7
50-100 dzd inw.
Figuur 2.11: Aantal inwoners met re-integratie/participatievoorzieningen per categorie (per 1.000 inwoners 15-74 jaar) in vergelijking met de referentiegroep, Mrt 2022.
Zie de database voor een overzicht van alle typen re-integratie/participatievoorzieningen
3. UITGANGSPOSITIE In elke gemeente is de situatie anders. In dit deel ziet u een aantal indicatoren die van invloed kunnen zijn op de benodigde zorg en ondersteuning. Zie voor meer achtergrondinformatie over de indicatoren de definitielijst of het indicatorenoverzicht.
UITGANGSPOSITIE 3.1 Leeftijdsopbouw
Heerenveen
19,4%
5,8%
3,9%
50-100 dzd inw.
19,7%
5,8%
4,3%
0% jonger dan 18 jaar
26,6%
28,1%
20% 18 tot 23 jaar
40%
23 tot 27 jaar
25,7%
27 tot 50 jaar
25,1%
60% 50 tot 68 jaar
8,4%
68 tot 75 jaar
8,1%
10,1%
8,8%
80%
100%
75 jaar en ouder
Figuur 3.1: Leeftijdsopbouw van de inwoners in vergelijking met de referentiegroep (in procenten), 2021.
Zie de database voor meer informatie over de leeftijdsopbouw.
Zie voor meer informatie het wijkprofiel.
3.2 Werkloze beroepsbevolking 6,0% 5,6% 5,3% 5,2% 4,8%
4,8%
4,4% 4,0%
3,9% 3,7%
3,7%
3,6% 3,3% 3,2%
3,8%
3,4%
2,8%
2017 Heerenveen
2018
2019
50-100 dzd inw.
Figuur 3.2: Werkloze beroepsbevolking in vergelijking met de referentiegroep (in procenten).
Zie de database voor meer informatie over de werkloze beroepsbevolking.
2020
3.3 Werkloze jongeren 4%
3%
3%
3%
2%
2%
2%
2%
2%
2%
2%
2%
2%
1%
0% 2016 Heerenveen
2017
2018
2019
2020
50-100 dzd inw.
Figuur 3.3: Werkloze jongeren (16 t/m 22 jaar) in vergelijking met de referentiegroep (in procenten).
Zie voor meer informatie het wijkprofiel.
Uit onderzoek blijkt dat de onderstaande indicatoren goede voorspellers zijn voor het toekomstig gebruik van jeugdzorgvoorzieningen. Ook andere indicatoren zijn van invloed.
3.4 Voortijdig schoolverlaters 23 22 21
per 1.000 leerlingen
20
20
19
19
19
18
18
18
17 16
16
16
16
15 14
2017 Heerenveen
2018
2019
2020
50-100 dzd inw.
Figuur 3.4: Voortijdig schoolverlaters totaal (voortgezet onderwijs + MBO) in vergelijking met de referentiegroep (per 1.000 leerlingen), 2017-2020.
Zie de database voor meer informatie over de voortijdig schoolverlaters.
3.5 Leerlingen in het Speciaal Basisonderwijs 40 36 32
31
per 1.000 leerlingen
28
28 26
25
24
26
26
25
22 20 16
20 17
12 8 4 0 2017 Heerenveen
2018
2019
2020
2021
50-100 dzd inw.
Figuur 3.5: Aantal leerlingen in het Speciaal Basisonderwijs in vergelijking met de referentiegroep (per 1.000 leerlingen 412 jaar).
Zie de database voor meer informatie over leerlingen op speciaal onderwijs.
3.6 Kinderen in uitkeringsgezinnen 7%
6%
6%
6%
6%
6%
6%
6%
5%
6%
6%
6%
5%
4%
2016 Heerenveen
2017
2018
2019
2020
50-100 dzd inw.
Figuur 3.6: Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen, in vergelijking met de referentiegroep.
Zie de database voor meer informatie over Kinderen in Tel.
Zie voor meer informatie het wijkprofiel.
3.7 Kindermishandeling 200 190 180
per 100.000 inwoners
170
170
160
158
150
154
140 130 120
118
110 100 90
gestarte adviezen per 100.000 inwoners Heerenveen
meldingen per 100.000 inwoners
50-100 dzd inw.
Figuur 3.7: Aantal gestarte adviezen en ontvangen meldingen kindermishandeling (per 100.000 inwoners), tweede halfjaar 2021.
Zie de database voor meer informatie over kindermishandeling.
3.8 Kwetsbaarheid
50% 46,6% 41,0%
40%
30%
20%
10%
9,5%
9,8%
8,1% 4,4%
9,3%
4,4%
0% Psychische problematiek [2019] Heerenveen
Twee of meer aandoeningen [2020]
Verminderde mobiliteit [2020]
Eenzaamheid [2020]
50-100 dzd inw.
Figuur 3.8: Een aantal indicatoren die een beeld geven over de mate van kwetsbaarheid van inwoners (van 18 jaar en ouder) in uw gemeente, in vergelijking met de referentiegroep, verschillende jaren. Extra toelichting: Zie voor meer achtergrondinformatie over de indicatoren de definitielijst en het indicatorenoverzicht.
Zie de database voor meer informatie over kwetsbaarheid.
4. RESULTATEN Het is niet eenvoudig de maatschappelijke effecten van de verschillende inspanningen in het sociaal domein in kaart te brengen. In dit hoofdstuk vindt u een aantal indicatoren die een indruk geven van de bereikte resultaten.
4.1 Cliëntervaringsonderzoek Wmo Vanaf 2021 wordt het cliëntervaringsonderzoek Wmo (CEO Wmo) op een andere wijze uitgevoerd. In de nieuwe opzet voor het CEO Wmo krijgen gemeenten de huidige standaardvragenlijst en bijbehorende onderzoeksaanpak niet meer voorgeschreven. Het staat hen wel vrij deze te blijven gebruiken. Zij mogen er echter ook voor kiezen om het onderzoek – binnen bepaalde kaders – op een andere wijze in te richten. Daarnaast is er door Verwey-Jonker onderzoek gedaan naar deze nieuwe opzet voor CEO Wmo. Zie hier het gepubliceerde rapport. Hier vindt u meer informatie over de nieuwe opzet van het cliëntervaringsonderzoek Wmo Er is een nieuw format ontwikkeld voor het rapporteren van de resultaten dat uit de volgende drie onderdelen bestaat, te weten:
Doel, opzet en uitvoering van het CEO Wmo Uitkomsten van het CEO Wmo Opvolging van de uitkomsten van het onderzoek Bij 'opvolging van de uitkomsten van het onderzoek' wordt gevraagd aan te geven welke de belangrijkste onderzoeksuitkomsten zijn. Wat zijn voor de gemeente Heerenveen de drie belangrijkste onderzoeksbevindingen van het cliëntervaringsonderzoek Wmo over 2021?
1. Toegankelijkheid van de voorzieningen (toegang) De tevredenheid over de houding / positieve bejegening van onze medewerkers in de toegang ( de Meitinkers) 2. Kwaliteit van de ondersteuning De snelheid van behandeling van een melding/aanvraag 3. Ervaren effecten Dat de ingezette maatwerkvoorziening daadwerkelijk bijdragen om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen
4.2 Inwoners van 70 jaar en ouder die zelfstandig of in een zorginstelling wonen Op 1 januari 2022 wonen in gemeente Heerenveen 8.415 inwoners van 70 jaar en ouder. Daarvan verblijven er 450 in een zorginstelling (tweede kwartaal 2022).
Heerenveen
946
54
50-100 dzd inw.
952
48
0
zelfstandig wonend
200
400 600 aantal per 1.000 inwoners van 70 jaar of ouder
800
1.000
wonend in instelling
Figuur 4.2: Het aantal inwoners van 70 jaar en ouder die zelfstandig of in een zorginstelling wonen, (per 1.000 inwoners van 70 jaar en ouder), tweede kwartaal 2022.
Zie voor meer informatie de database.
4.3 Aantal inwoners naar reden beëindiging Wmo-voorzieningen In het tweede halfjaar 2021 hadden 760 inwoners een beëindigde Wmo-voorziening, in het eerste halfjaar 2021 ging dit om 970 inwoners. eerste halfjaar 2020
tweede halfjaar 2020
eerste halfjaar 2021
tweede halfjaar 2021
Totaal beëindigd
770
1.410
970
760
overlijden
120
100
100
40
levering volgens plan beëindigd
75
445
465
345
verhuizing naar andere gemeente
45
55
50
15
overig/onbekend
530
810
355
360
Figuur 4.3: Inwoners met een beëindigde Wmo-voorziening (absoluut).
Zie voor de uitsplitsing naar alle mogelijke redenen voor beëindiging de database.
4.4 Jongeren met een beëindigd Jeugdzorg-traject naar reden beëindiging tweede halfjaar 2021 Beëindigd volgens plan
260
waarvan in overeenstemming
50
waarvan eenzijdig door cliënt
20
waarvan eenzijdig door aanbieder
10
waarvan wegens externe omstandigheden
10
Voortijdig afgesloten totaal
90
Figuur 4.4: Jongeren met een beëindigd Jeugdzorg-traject naar reden van beëindiging (absoluut). Extra toelichting: Veel jeugdzorgtrajecten lopen aan het einde van een kalenderjaar af. Dit kan van invloed zijn op de eventuele verschillen tussen de halve jaren.
Zie voor meer informatie de database.
Zie voor meer informatie over de duur van de beëindigde trajecten op jeugdzorgregioniveau de database.
4.5 Kosten Voor een goed beeld van de behaalde resultaten in het sociaal domein is ook inzicht in de gemeentelijke uitgaven (kosten) nodig. Sinds 1 januari is het abonnementstarief, een vast tarief voor de eigen bijdragen aan Wmo-voorzieningen, van kracht. Deze wetswijziging heeft gevolgen voor het beleid, de uitvoering, maar ook de financiën van gemeenten.
Wmo-maatwerkvoorzieningen Op grond van de Wet Wmo 2015 kennen gemeenten op de individuele situatie afgestemde ondersteuning toe zodat inwoners langer zelfstandig en actief kunnen leven. De begrote en gerealiseerde kosten voor Wmo-maatwerkvoorzieningen geven een indicatie van de uitgaven van gemeenten voor deze vorm van ondersteuning, exclusief uitvoeringskosten. Begrote kosten 2020
Gerealiseerde kosten 2020
Hulp bij het huishouden
5.803
1.302.519
Ondersteuning thuis
6.634
1.657.953
Hulpmiddelen en diensten
2.172
675.665
-
1.924.849
14.609
5.575.754
Verblijf en opvang Totaal Wmo-maatwerkvoorzieningen
Figuur 4.5: Begrote en gerealiseerde kosten van de Wmo-maatwerkvoorzieningen in duizend euro's (absoluut). Extra toelichting: Bij de centrumgemeenten voor beschermd wonen bevat de categorie verblijf en opvang ook de regionale kosten voor beschermd wonen.
Zie voor meer informatie de database.
Jeugdzorg Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de Jeugdwet en de bekostiging daarvan. De volgende tabel geeft een indicatie van de gemaakte kosten voor jeugdzorg. Dit kan worden vergeleken met uitgaven voor andere groepen in het sociaal domein. Begrote kosten
Gerealiseerde kosten
2020
2020
Jeugdhulp zonder verblijf- geleverd door wijkteam Jeugdhulp zonder verblijf- niet geleverd door wijkteam Jeugdhulp met verblijf Kinderbeschermingsmaatregelen Jeugdreclassering Activiteiten in het preventieve justitiële kader Totaal Jeugdzorg
Figuur 4.6: Begrote en gerealiseerde kosten Jeugdzorg in duizend euro's (absoluut).
Zie voor meer informatie de database.
13.650
ACHTERGRONDEN BIJ DE CIJFERS GEBRUIK VAN DE MONITOR GEGEVENS In dit rapport wordt informatie getoond ter ondersteuning van het gezamenlijke leer- en ontwikkelproces in het sociaal domein. De cijfers bieden een basis voor het noodzakelijke gesprek tussen bestuurders, beleidsmakers, uitvoerders, aanbieders, inwoners, etc. Ter ondersteuning van dit gesprek worden in dit rapport gemeenten ook onderling met elkaar vergeleken. De vergelijking heeft altijd een signaalfunctie. Het is niet de bedoeling ranglijsten te maken. Gemeenten hebben diverse uitgangssituaties en maken hun eigen beleidskeuzes. Het is daarom niet mogelijk om zondermeer een waardeoordeel aan de vergelijkingen te hangen. Een juist begrip van de context en de keuzes is noodzakelijk om de resultaten uit dit rapport goed te interpreteren en te gebruiken. Graag verwijzen wij u naar de Wmo-gemeentevergelijker. De recent ontwikkelde tool vergelijkt gemeenten binnen Nederland op populatie- en beleidskenmerken, een vernieuwende methode waardoor gebruikers gemakkelijker vergelijkbare gemeenten kunnen vinden buiten de regio en waarvan u het mogelijk niet verwacht. Bij dit rapport is een definitielijst en een indicatorenoverzicht beschikbaar. Op vng.nl vindt u meer relevante informatie.
BRONNEN VAN INFORMATIE De cijfers over de Wmo-maatwerkarrangementen zijn door gemeenten bij het CBS aangeleverd. Gemeenten doen dit op vrijwillige basis op grond van de VNG-resolutie van 18 juni 2014 om gezamenlijk een beeld op te bouwen van de resultaten van de transformatie in het Sociaal Domein. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het controleren van de cijfers en besluiten om deze al dan niet te publiceren. Deze cijfers worden specifiek voor de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein uitgevraagd, maar worden door het CBS ook gebruikt voor onder meer de monitor abonnementstarief. In de onderstaande tabel ziet u het aantal publicerende gemeenten: Eerste halfjaar 2020
Tweede halfjaar 2020
Eerste halfjaar 2021
Tweede halfjaar 2021
334
325
334
327
Wmo
Zie in dit overzicht welke gemeenten de Wmo basisset gepubliceerd hebben.
HERGEBRUIK Naast de specifiek door gemeenten aangeleverde informatie wordt in dit rapport gebruik gemaakt van cijfers die al beschikbaar zijn. Het gaat om de volgende bronnen: Het cliëntervaringsonderzoek Wmo is wettelijk verplicht. De cijfers over jeugdzorg worden op grond van de wettelijke verplichting beleidsinformatie jeugd door jeugdzorgaanbieders en gecertificeerde instellingen bij het CBS aangeleverd. Ook de cijfers over de Participatiewet-uitkeringen en re-integratievoorzieningen worden wettelijk verplicht door gemeenten bij het CBS aangeleverd via de Bijstandsuitkeringenstatistiek (BUS) en Statistiek Re-integratie door Gemeenten (SRG). Er wordt ook gebruik gemaakt van demografische gegevens van het CBS. Meer informatie over de gezondheidscijfers die door GGD GHOR zijn gerealiseerd vindt u hier. Voor meer data over zorggebruik van Vektis zie het dashboard.
EXTRA TOELICHTING BIJ DE TABELLEN Hieronder vindt u ter ondersteuning van een juiste interpretatie van de cijfers, de nodige extra achtergrondinformatie. Feitelijke toelichting Gemeenten worden geadviseerd een feitelijke toelichting te geven op de cijfers. Dit kan gebruikers, zoals raadsleden, beleidsmedewerkers of inwoners, helpen om de cijfers beter te interpreteren en toe te passen. De toelichting wordt door gemeenten zelf geschreven, VNG Realisatie voert hierop geen redactie. Een stappenplan voor het schrijven en toevoegen van een feitelijke toelichting kunt u vinden in deze handleiding. Referentiegroepen De gegevens van een gemeente worden vergeleken met de gegevens van gemeenten die een vergelijkbare grootteklasse hebben. Er worden op Waarstaatjegemeente.nl vijf grootteklassen onderscheiden. Zie het overzicht om te zien welke gemeenten tot welke grootteklassen behoren. De referentiegroep in dit rapport staat vast. Voor de gemeente Heerenveen geldt de grootteklasse 50.000 - 100.000 inwoners. In de database en op het dashboard van Waarstaatjegemeente.nl kunnen ook andere vergelijkingen worden gemaakt, bijvoorbeeld met de tool Wmo-gemeentevergelijker of op regioniveau. In de database vindt u de volledige datasets van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein en kunt u alle mogelijke vergelijkingen en presentaties maken.
Referentiegroep Wmo Wanneer een gemeente Wmo-cijfers publiceert, dan worden deze cijfers vergeleken met de cijfers van andere gemeenten die Wmo-cijfers publiceren over dezelfde periode. Samenvoegen Wmo-voorzieningen Het komt regelmatig voor dat bij het CBS bestanden aangeleverd worden waarin van één persoon meerdere Wmo-records zitten van hetzelfde type productcode. Het gaat bijvoorbeeld om meerdere taxiritten binnen de productcategorie vervoersvoorzieningen. Het CBS voegt in dergelijke gevallen records samen tot arrangementen van dezelfde productcategorie. Eind 2020 zijn de regels met betrekking tot toewijzingsnummers voor gemeenten veranderd. Ook zijn in die periode alle registraties afgesloten en opnieuw opgestart, wat naar verwachting gevolgen gaat hebben voor het aantal records dat per cliënt door gemeenten wordt aangeleverd. Daarom zijn de regels voor het samenvoegen van records na overleg tussen VNG en CBS aangescherpt. Hierdoor ontstaat een eenduidig beeld over 2020. Zie voor meer informatie www.cbs.nl/gmsd Ontbrekende Wmo cijfers Als gemeenten over een bepaalde verslagperiode geen Wmo-cijfers hebben aangeleverd, dan is het mogelijk dat figuren in dit rapport ontbreken of kolommen in tabellen leeg blijven. Nalevering en correctie Wmo-gegevens Gemeenten kunnen bij iedere aanleverronde de cijfers over de voorafgaande aanleverperiode corrigeren.
Dit kan invloed hebben op eerder gepubliceerde gegevens. Na deze tweede aanleverperiode worden de cijfers definitief vastgesteld door het CBS. De hier gepubliceerde cijfers over het tweede halfjaar van 2021 zijn dan ook voorlopig. Bij publicatie van de cijfers over het eerste halfjaar van 2022 worden de cijfers van het tweede halfjaar van 2021 definitief vastgesteld. Indeling personen en huishoudens Voor de indeling van personen en huishoudens in gemeenten wordt uitgegaan van de gemeentecode zoals die door de deelnemende gemeente bij CBS is aangeleverd. De indeling van personen en huishoudens naar gemeente bij de stapelingstabellen sociaal domein gebeurt op basis van het laatst bekende adres in de verslagperiode in de Basisregistratie Personen (BRP).
Relatieve cijfers De relatieve cijfers worden berekend per 1.000 inwoners ten opzichte van het totaal aantal inwoners in een gemeente. Bij berekeningen per doelgroep (zoals leeftijd, geslacht of etniciteit) worden de relatieve cijfers berekend per 1.000 inwoners ten opzichte van de doelgroep. Voorbeeld: Bij het aantal Wmo-maatwerkarrangementen uitgesplitst naar de leeftijdscategorie 75+ is het cijfer berekend ten opzichte van het aantal 75-plussers in de gemeente (en dus niet ten opzichte van het totaal aantal inwoners van de gemeente). Verantwoording Op Waarstaatjegemeente.nl kunt u data vinden over onder andere de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein. Als bezoeker heeft u keuze om aan te vinken vanuit welk demografisch vergelijkingsniveau u de cijfers zou willen zien. U kunt kiezen uit gemeentegrootte, provincie, gemeente etc. De keuze die u hierin maakt heeft effect op de gemiddelden en de correctheid/foutmarge van de berekende gemiddelden. Wanneer er gemiddelden worden berekend en er gekeken wordt naar cijfers over de jaren heen, dan kan er een vertekend beeld ontstaan. Voor sommige gemeenten is namelijk niet altijd de halfjaarlijks data beschikbaar. Hierdoor kan het voorkomen dat wanneer u bijvoorbeeld provincies met elkaar vergelijkt, dat u vanuit provincieperspectief over de jaren heen een daling ziet.
Terwijl wanneer u de gemeenten afzonderlijk van elkaar zou bekijken, u een stijging zou zien per gemeente. Daarnaast bestaat een vergelijkingsgebied niet uit hetzelfde aantal gemeenten. Zo is het gemiddelde van een provincie, bestaand uit een klein aantal gemeenten, gevoeliger voor het aantal ontbrekende gemeentecijfers dan het gemiddelde van een provincie bestaand uit een groot aantal gemeenten. Bij een vergelijkingsgebied wordt namelijk alleen het gemiddelde berekend van de beschikbare getallen. Voorbeeld: Provincie X bestaat uit 4 gemeenten. Over de eerste helft van 2019 hebben alle gemeenten die deel uitmaken van de provincie cijfers aangeleverd over het aantal WMO-cliënten. Over de tweede helft van 2019 hebben drie van de vier gemeenten cijfers aangeleverd. Gemeente 3 (zie tabel hieronder) heeft geen cijfers aangeleverd. Als we bij iedere gemeente afzonderlijk naar het verschil kijken tussen de cijfers over de eerste helft van 2019 en de tweede helft van 2019, dan is er een toename te zien van het aantal Wmo-cliënten. Wanneer we naar de cijfers kijken op provincieniveau, dan is er juist een daling zichtbaar van het aantal Wmo-cliënten in de tweede helft van 2019. Deze daling is het gevolg van het ontbreken van de data van gemeente 3.
Aantal inwoners
Aantal Wmo-cliënten eerste
Aantal Wmo-cliënten tweede
halfjaar 2019
halfjaar 2019
Gemeente 1
20.000
1.450
1.503
Gemeente 2
40.000
3.300
3.309
Gemeente 3
17.000
800
-
Gemeente 4
55.000
3.400
3.480
Provincie X
132.000
8.950
8.292
Afronding De cijfers 0 t/m 4 worden afgerond naar een 0 en de cijfers 5 t/m 9 worden afgerond naar een 10. Alle overige cijfers zijn afgerond op vijftallen. Hierdoor kan het voorkomen, dat de som van de detailgegevens afwijkt van het totaal. Wordt er in de opgevraagde tabel geen getal maar een "?" of "-" weergegeven, dan is het cijfer onbekend, onvoldoende betrouwbaar of niet toonbaar i.v.m. herleidbaarheid tot personen (privacy). De relatieve aantallen per 1.000 inwoners worden uitgerekend op basis van de afgeronde absolute aantallen. Hierdoor wordt voorkomen dat de relatieve aantallen zelf ook nog eens afgerond moeten worden op vijf- of tientallen vanuit privacyoverwegingen. Met name bij grote gemeenten zou afronding van de relatieve cijfers een nodeloze verslechtering zijn van de nauwkeurigheid. Opmerking bij cijfers Jeugdzorg Het onderscheid tussen preventief handelen en ambulante hulp is niet scherp te maken. Het oordeel wordt overgelaten aan de professional, waarbij mogelijk een onderscheid wordt gemaakt tussen vrij- en niet-vrij toegankelijke jeugdhulp. Aangezien dit per gemeente verschilt, leidt dit waarschijnlijk tot verschillen per gemeente in de registratie van jeugdhulp zonder verblijf, geleverd door het wijkteam. Bij de overige vormen van jeugdhulp zonder verblijf speelt dit niet.