Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
omgevingsvergunning
Aldeboarn Parkeerplaats Wjitteringswei 1 Heerenveen
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging projectgebied
6
1.3
Planologische regeling
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
10
2.1
Huidige situatie
10
2.2
De gewenste ontwikkeling
10
2.3
Verkeersgeneratie
11
Hoofdstuk 3
Beleidskader
12
3.1
Rijksbeleid
12
3.2
Provinciaal beleid
13
3.3
Gemeentelijk beleid
14
Milieu- en omgevingsaspecten
16
4.1
M.e.r-beoordeling
16
4.2
Geluid
17
4.3
Bedrijven en milieuzonering
17
4.4
Bodem
18
4.5
Luchtkwaliteit
19
4.6
Ecologie
19
4.7
Archeologie
20
4.8
Cultuurhistorie
21
4.9
Water
22
4.10
Externe veiligheid
24
4.11
Kabels en leidingen
24
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
26
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
26
5.2
Economische uitvoerbaarheid
26
Conclusie
27
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 6
3/163
6.1
Aanleiding
27
6.2
Afweging
27
6.3
Conclusie
27
Bijlagen
29
Bijlage 1
Inrichtingstekening
31
Bijlage 2
Stikstofberekening
33
Bijlage 3
Watertoets
45
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek eigendomsoverdracht
53
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek aanleg parkeerplaats
113
4/163
Ruimtelijke onderbouwing
5/163
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Heerenveen is voornemens een nieuw parkeerterrein te met 12 parkeerplaatsen te realiseren ter hoogte van de wegen Súdkant en de Boksleat te Aldeboarn.Deze ontwikkeling maakt deel uit van de herontwikkeling van het centrum van Aldeboarn. Door de aanleg van een nieuw parkeerterrein wordt de parkeercapaciteit verplaatst van het cultuurhistorisch centrumgebied van Aldeboarn naar de randen van het dorp. Deze verplaatsing is gewenst om de leefbaarheid van het centrumgebied te verhogen en om het straatbeeld van het cultuurhistorische centrum te verbeteren. Het parkeerterrein zal primair in gebruik worden genomen door bezoekers en werknemers van de omliggende winkels en de inwoners van Aldeboarn. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op basis van de regels van het 'Bestemmingsplan Aldeboarn'. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, moet een omgevingsvergunning (art. 2.12 lid 1, sub a onder 3° Wabo) worden aangevraagd. Het verlenen van de vergunning is slechts mogelijk indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Om aan te kunnen tonen dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld.
Deze ruimtelijke onderbouwing heeft als doel om het voorliggende initiatief inzichtelijk te maken, aan te tonen dat deze aansluit bij de huidige beleidskaders en om de ruimtelijke en maatschappelijke haalbaarheid te onderbouwen.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied ligt ter hoogte van de kruising van de wegen Súdkant en Boksleat aan de zuidzijde van Aldeboarn. Ten noorden van het projectgebied bevinden zich enkele woonhuizen met daarachter het historisch centrum van Aldeboarn. Aan de oost-en westkant van het projectgebied bevinden zich meerdere woningen en enkele bedrijven, zoals een pompstation. Ten zuiden van het projectgebied ligt de N-weg Súdkant met daarachter landerijen. Het perceel staat bekend als kadastrale gemeente Oldeboorn, Sectie E en ligt op perceelnummer 2253. Daarnaast is het deels gelegen in Sectie F met perceelnummer 556. In figuur 1.1 is het projectgebied weergegeven ten opzichte van de omgeving weergegeven en in figuur 1.2 is de begrenzing van eht projectgebied weergegeven.
6/163
Figuur 1.1 Ligging projectgebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Figuur 1.2. Indicatieve begrenzing van het projectgebied (bron: Cyclomedia.nl)
7/163
1.3
Planologische regeling
Bestemmingsplan Het projectgebied is geregeld in het 'Bestemmingsplan Aldeboarn', vastgesteld op 1 maart 2011 door de voormalige gemeenteraad van Boarnsterhim. In figuur 1.3 is een uitsnede opgenomen van de verbeelding ter plaatse van het projectgebied (rood omlijnd).
Figuur 1.3 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Oldeboarn Zuid (bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Een groot deel van de gronden van het projectgebied zijn bestemd met 'Tuin'. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuin behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. In deze bestemming zijn ook water - niet zijnde insteekhavens - en voorzieningen voor de waterhuishouding toegestaan. Binnen de bestemming is het niet toegestaan om de gronden in gebruik te nemen als parkeerterrein. Bovendien ligt een deel van het projectgebied binnen de bestemming 'Verkeer'. Binnen deze bestemming is het toegestaan om parkeervoorzieningen aan te leggen. De gronden in het projectgebied hebben de dubbelstemming 'Waarde - Cultuurhistorie'. Deze gronden zijn bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van het beschermd dorpsgezicht. Voor de gronden in het projectgebied geldt ook de regeling uit de 'Partiële herziening bestemmingsplannen parkeren'. Deze herziening is opgesteld om erop toe te zien dat in alle bestemmingsplannen rekening wordt gehouden met de aanleg van voldoende parkeergelegenheid door toetsing aan de gemeentelijke parkeernormennota.
8/163
Strijdigheid Binnen de bestemming 'Tuin' is het niet toegestaan om een parkeerterrein te realiseren. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, moet een omgevingsvergunning (art. 2.12 lid 1, sub a onder 3° Wabo) worden aangevraagd. Vanwege de ligging in cultuurhistorisch waardevl gebied wordt de uitgebreide procedure gevolgd.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie en de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Ten slotte worden in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. De ruimtelijke onderbouwing sluit af met een conclusie in hoofdstuk 6.
9/163
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit een intensief beheerde grasberm gelegen langs de parallelweg van de Súdkant. Aan de westzijde van het projectgebied ligt de weg de Bosksleat. In de nabije omgeving zijn meerdere woningen en winkels aanwezig. In figuur 2.1 is een foto opgenomen van het projectgebied.
Figuur 2.1 Impressie huidige situatie van het projectgebied (bron: Streetview)
2.2
De gewenste ontwikkeling
In de gewenste situatie wordt in het projectgebied een parkeerterrein aangelegd dat voorziet in 12 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn bedoeld voor bezoekers en werknemers van het winkelcentrum en voor bewoners van de nabijgelegen woningen. De aanleg van deze parkeerplaatsen is onderdeel van de herontwikkeling van het centrumgebied van Aldeboarn waarbij één van de speerpunten is om auto's zoveel mogelijk te weren uit het historisch centrum van Aldeboarn. In Aldeboarn zijn op dit moment voornamelijk parkeergelegenheden gesitueerd in het historisch centrumgebied. De aanwezigheid van geparkeerde auto's in het centrumgebied heeft een negatieve invloed op de beleving van de cultuurhistorische waarden van Aldeboarn. Het is daarom wenselijk om het automobilisten zo veel mogelijk te stimuleren aan de randen net buiten het centrumgebied te laten parkeren, maar wel op zodanige afstand dat het centrum te voet bereikbaar blijft. In de toekomstige situatie neemt het aantal parkeerplaatsen niet toe door deze ontwikkeling, aangezien het gaat om een verplaatsing van parkeerplekken. Het parkeerterrein is bereikbaar via de parallelweg. De in- en uitrit van het nieuwe parkeerterrein is gesitueerd aan de zuidkant van het projectgebied. De parkeervakken grenzen aan de parallelweg Súdkant. Via de parallelweg is de N392 te bereiken, die aansluit om het omringende wegennetwerk.
Via de parkeerplaatsen is de Boksleat goed te bereiken. Via deze weg is het mogelijk om richting het centrumgebied te gaan. Ruimtelijke inpassing Er worden 12 haakse parkeervakken aangelegd. De parkeervakken zijn circa 8 meter diep en 5 meter breed. Het parkeerterrein heeft een oppervlakte van circa 250 m².
10/163
Ten noorden van de parkeerplaats wordt het bestaande hekwerk naar achter verplaatst en een heg aangelegd. Hierdoor ontstaat er een groene afscheiding tussen de woning aan de Wjitteringswei 1, en de parkeervakken. Hiermee is sprake van een goede ruimtelijke inpassing. In figuur 2.2 is een impressie van de toekomstige situatie opgenomen en bijlage 1 bevat de inrichtingstekening die de gemeente heeft opgesteld.
Figuur 2.2. Impressie toekomstig parkeerterrein (bron: gemeente Heerenveen)
2.3
Verkeersgeneratie
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid. Toetsing Een parkeerplaats is op zich geen verkeersaantrekkende functie omdat het parkeerterrein wordt gerealiseerd ten behoeve van een andere functie (in dit geval de centrumfunctie van Aldeboarn). Daardoor ontstaat er als gevolg van de aanleg geen extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte. Verder draagt het verplaatsen van de parkeerplaats naar de randen van het centrumgebied bij aan een betere verkeersveiligheid in het centrumgebied. De parallelweg is vanaf de N-weg goed bereikbaar zodat het autoverkeer rechtstreeks vanaf de N-weg naar de parkeerplaatsen kan rijden. Daarmee hoeven ze niet meer, zoals in de huidige situatie, door de 30km-zone waar ook fietsers en wandelaars de wegen gebruiken. Op het gebied van parkeren en verkeersveiligheid heeft de gewenste ontwikkeling een positieve bijdrage voor het centrumgebied van Aldeboarn.
11/163
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het is de bedoeling er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI zijn twee instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven op welke wijze medeoverheden en de samenleving uitvoering geven aan de NOVI. Nederland is daarbij verdeeld in vijf landsdelen. Voor Friesland is een uitvoeringsagenda voor landsdeel Noord in de maak (contour).
12/163
Het project betreft een zeer geringe ingreep die geen rijksbelangen raakt zoals verwoord in de Novi. 3.1.2 Ladder voor Duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Toepassing ladder voor duurzame verstedelijking In het projectgebied wordt binnen stedelijk gebied een nieuw parkeerterrein gerealiseerd. Het parkeerterrein is ten behoeve van andere voorzieningen in de nabije omgeving zoals beschreven in paragraaf 2.2. Het parkeerterrein is een niet op zichzelf staande functie, maar wordt aangelegd ten behoeve van bestaande voorzieningen in het centrumgebied van Aldeboarn. Een parkeerterrein waarvan de behoefte afhankelijk is van de aanwezigheid van een bestaande voorziening, zoals een winkel, is evenmin aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de ladder.
De beoogde ontwikkeling wordt niet aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan de parkeerplaats wordt echter onderbouwd vanuit de herontwikkeling van het centrum van Aldeboarn. Conclusie De beoogde ontwikkelingen raakt geen rijksbelangen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân - De Romte Diele Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân - De Romte Diele vastgesteld waarin de ambitie voor de provincie voor 2030 - 2050 uitgesproken. Hierbij wordt gewerkt met 9 principes die richting geven bij het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting zoeken en sturen op proces, ruimer op inhoud. De insteek om de ambities te realiseren is niet door verandering tegen te houden, maar door de gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. In de Verordening Romte Fryslân 2014 zijn de beleidsuitgangspunten vertaald naar regels voor ruimtelijke projecten. 3.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014 Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld, deze is daarna een aantal keren partieel herzien. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. De verordening wordt vervangen door de Omgevingsverordening.
13/163
In artikel 1 van de verordening worden regels gegeven gericht op het bundelen van stedelijke functies in stedelijk gebied. Indien dit niet mogelijk is, kan aansluitend op bestaand stedelijk gebied een uitbreidingslocatie worden toegestaan. Tot het bestaand stedelijk gebied van een kern rekent de provincie het (aaneengesloten) gebied met stedelijke functies (woonbebouwing, bedrijfsbebouwing in brede zin en maatschappelijke functies), waaronder mede begrepen de daarbij behorende voorzieningen (inclusief groenvoorzieningen) en verkeersinfrastructuur. Volgens de verordening valt de locatie binnen het bestaand stedelijk gebied. Hier kunnen stedelijke functies, zoals uitbreidingen bij bestaande bedrijven, toegevoegd worden. Voorliggende ontwikkeling voorziet in de verplaatsing van een parkeerterrein van het centrumgebied naar de randen van het dorp. Het project voorziet niet in een uitbreiding van een stedelijke voorziening, maar slechts in een verplaatsing. Daarnaast ligt het projectgebied binnen bestaand stedelijk gebied. Hierdoor past het project binnen de regeling van artikel 1 van de Verordening Romte Fryslân 2014. In artikel 2 is bepaald dat in de plantoelichting van een ruimtelijk plan wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de (eventuele) aanwezige archeologische waarden. In paragraaf 4.7 wordt hier uitgebreider op ingegaan.
In deze paragraaf wordt geconcludeerd dat het ruimtelijke plan voldoende rekening houdt met de aanwezige archeologische waarden. Conclusie Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de Omgevingsvisie Fryslân - De Romte Diele en de Verordening Romte Fryslân.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Heereveen 1.0 De omgevingsvisie bevat het integrale beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving. In de visie staan de ambities, kernopgaven en de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid voor de fysieke leefomgeving. De kernkwaliteiten die centraal staan zijn: 3. Een landelijk onderscheidend profiel als (top)sportgemeente; 4. De uitstekende (boven)regionale bereikbaarheid en daarbij horend vestigingsklimaat; 5. De nabijheid van regionale voorzieningen; 6. Landschappelijke diversiteit; 7. De historie van de (veen)ontginningsgeschiedenis; 8. Een robuust groen- en blauw netwerk. De gemeente hanteert een aantal afwegingsprincipes in geval van nieuwe initiatieven: 9. Elk initiatief versterkt de bestaande kernkwaliteiten of voegt nieuwe omgevingskwaliteit toe; 10. Het plan van de één wordt niet het probleem van de ander; 11. We werken gebiedsgericht en durven onderscheid te maken tussen gebieden; 12. We bekijken vraagstukken in samenhang; bij elke ontwikkeling grijpen we kansen op het gebied van gezondheid, veiligheid en duurzaamheid.
14/163
Met betrekking tot de realisatie van een parkeerterrein zijn geen expliciete opvattingen, uitgangspunten of ambities opgenomen in de omgevingsvisie. Door realisatie van het parkeerterrein wordt tevens de verkeersveiligheid in het gebied verbeterd, doordat auto's niet meer door de woonwijk en 30 km-zone's hoeven te rijden. Dit voorkomt verkeersonveilige situaties. Het project is in overeenstemming met de afwegingsprincipes van de gemeente voor nieuwe initiatieven. Centrumvisie Aldeboarn De centrumvisie Aldboarn is in 2023 vastgesteld. Deze visie voor het centrum van Aldeboarn is ontwikkeld via samenwerking van de werkgroep Fysieke Ruimte van Meidwaan yn Boarn (DorpsOntwikkelMethode), omwonenden, inwoners en de gemeente . Naast een plan voor de herinrichting van het Doelhof, het hart van het dorp, is er aandacht voor ontmoeten, parkeren, de stegen, het kerkplein, de aanlichting van de kerk en de inrichtingselementen als bewegwijzering. Ten aanzien van parkeren wordt de aanwezige parkeerproblematiek in het dorp in beeld gebracht en wordt de aanleg van de parkeervoorziening aan de Wjitteringswei (Súdkant) genoemd om te voorzien in benodigde parkeercapaciteit. Ten aanzien van de ventweg wordt opgemerkt dat er mogelijk verkeerskundige maatregelen nodig zijn om de toegankelijkheid en de verkeersveiligheid van deze weg te borgen.
In de visie wordt aangegeven dat nader verkeerskundig onderzoek moet uitwijzen of de ventweg in de huidige staat voldoet aan de eisen voor verkeersveiligheid en een goede afwikkeling van het verkeer in het zuidelijke deel van het dorp. Wellicht zijn aanvullende verkeerskundige maatregelen nodig, zoals bijvoorbeeld het instellen van een eenrichtingsverkeer. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.
15/163
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
M.e.r-beoordeling
Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Toetsing aan het projectgebied In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). Daarvan is met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die de genoemde drempelwaarden niet overschrijden toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Hierbij wordt aandacht geschonken aan de kenmerken en plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project Het project voorziet in een beperkte toevoeging van 12 parkeervlakken. In paragraaf 2.2 is nader ingegaan op de vooringenomen situatie. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen.
Plaats van het project Het projectgebied bevindt zich op een deel van het perceel bekend als kadastrale gemeente Oldeboorn, sectie E en perceelnummer 2253 en deels in sectie f en perceelnummer 556. Het projectgebied bestaat in de huidige
16/163
situatie uit een grasberm die intensief wordt beheerd. In de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig. Kenmerken van het potentiële effect Op basis van de uitgevoerde onderzoeken kan gesteld worden, dat de nieuwe ontwikkelingen geen nadelige invloed hebben op bestaande natuur- en/of landschapswaarden. Ook worden geen cultuurhistorische en/of archeologische waarden aangetast. Door de nieuwe ontwikkeling worden bestaande bedrijven in de omgeving niet in hun mogelijkheden beperkt. De bodem en het grondwater geschikt zijn voor de beoogde functie. Ook zijn er geen bezwaren met betrekking tot flora en fauna. Het voornemen leidt niet tot een onevenredige toename van verkeer voor de omliggende woningen/winkels en zorgt ook niet voor luchtvervuiling of geluidsoverlast. Conclusie Het project valt niet binnen één van de activiteiten zoals opgenomen in onderdeel C of D van het besluit m.e.r. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, daarom is er geen sprake van een m.e.r. (beoordelings-)plicht. Overigens blijkt uit de beoordeling in de voorgaande paragrafen dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden.
4.2
Geluid
Toetsingskader In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Daarbij onderscheidt de Wgh geluidsgevoelige gebouwen enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Het uitgangspunt is dat op de gevels van geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Toetsing Binnen het projectgebied wordt geen geluidgevoelige functie gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een wijziging van de verkeersomvang, zoals blijkt uit paragraaf 2.3. Aangezien er geen toename is van de verkeersintensiteit leidt dit aspect niet tot extra invloed is op de geluidbelasting van de omliggende woningen. Nader akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect geluid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.
17/163
Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst waarin voor een reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. Toetsing Een autoparkeerterrein is opgenomen in de VNG-publicatie 'Bedrijven- en milieuzonering' en valt onder milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter. Het projectgebied is gelegen in een gebied met diverse functies waardoor er sprake is van een ligging in een 'gemengd gebied'. Omdat hier sprake is van een gemengd gebied, kan de richtafstand worden bijgesteld tot 10 meter. Het dichtsbijzijnde gevoelige object is de woning gelegen aan de Wjitteringswei.
De afstand tussen de gevel van de woning het het autoparkeerterrein bedraagt 15 meter. Er is dus voldoende afstand tussen de parkeerplaats en de woning en de situatie is ruimtelijk aanvaardbaar. Conclusie Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.4
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. Toetsing Een parkeerterrein is geen bodemgevoelige functie. Daarom is het niet noodzakelijk om voor dit project een bodemonderzoek uit te voeren. In het kader van de eigendomsoverdracht en ter voorbereiding op de aanlegwerkzaamheden is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn als Bijlage 4 en Bijlage 5 toegevoegd.
18/163
Hieruit blijkt dat er geen nader onderzoek nodig is en de kwaliteit van de grond voldoende is bevonden. Conclusie Vanuit planologisch oogpunt is er op het gebied van bodem geen belemmering voor de realisatie van de parkeerplaats.
4.5
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. Plannen die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Een plan voldoet hieraan als het een toename van minder dan 3% van de grenswaarden tot gevolg heeft. Toetsing Een parkeerplaats is op zich geen verkeersaantrekkende functie omdat het parkeerterrein wordt gerealiseerd ten behoeve van een andere functie (in dit geval de centrumfunctie van Aldeboarn). Daardoor ontstaat er als gevolg van de aanleg geen extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte. Gezien de aard en omvang van het project kan gesteld worden dat het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Bovendien is volgens de Grootschalige Depositiekaart Nederland de luchtkwaliteit in Aldeboarn goed en ligt dit ruimschoots onder grenswaarden die gelden voor PM10 en NO2. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.6
Ecologie
Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000-gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN).
19/163
Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: • soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; • soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; • overige soorten. Toetsing De ontwikkeling van het projectgebied betreft een ruimtelijke ingreep waarbij een parkeerterrein wordt gerealiseerd op een groenstrook. Gebiedsbescherming Het projectgebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het projectgebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen 25 kilometer van het projectgebied liggen de Natura 2000-gebieden Deelen, Van Oordt’s Mersken, Sneekermeergebied en Alde Feanen. Van deze Natura 2000-gebieden is alleen de Alde Feanen stikstofgevoelig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 6 km afstand en betreft Van Oordt's Mersken. Voor de ontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Uit het stikstofonderzoek komt een depositiebijdrage van 0,00 mol/ha/jaar, zie bijlage 2. Andere Natura 2000-gebieden die overgevoelig zijn voor stikstof liggen verder weg en zullen geen negatief effect ondervinden van de werkzaamheden. Soortenbescherming Ter plaatse van het projectgebied bevind zich een internsief onderhouden grasberm die regelmatig wordt gemaaid. Daarnaast ligt het projectgebied langs de drukke N-weg die veel wegverkeerslawaai genereert.
Het is dan ook zeer onwaarschijnlijk dat het terrein geschikt is of gebruikt wordt als leefgebied voor mogelijke beschermde diersoorten en planten. Bovendien zal er geen demping van waterlichamen of kap van bomen plaatsvinden om deze ontwikkeling mogelijk te maken. Vanwege deze redenen is ecologisch onderzoek niet noodzakelijk. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zal rekening worden gehouden met de algemene zorgplicht. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.7
Archeologie
Toetsingskader Het Rijk en de provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken.
20/163
Doelstelling van het Verdrag van Valletta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In de provincie Friesland wordt gebruik gemaakt van de archeologische kaart FAMKE. FAMKE staat voor Friese Archeologische Monumentenkaart Extra. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd - bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.). Voor deze indeling in twee perioden is gekozen omdat de adviezen voor mogelijke vindplaatsen uit de steentijd vaak verschillen van die voor mogelijke jongere vindplaatsen. Toetsing Voor de periode steentijd-bronstijd geeft de FAMKE het advies 'Karterend onderzoek 3' en dit houdt in dat nader onderzoek noodzakelijk is bij ingrepen van meer dan 5.000 m2. Voor de periode ijzertijd-middeleeuwen geldt het advies karterend onderzoek 1. Bij ingrepen van meer dan 500 m2 adviseert de provincie archeologisch onderzoek te verrichten. In totaal wordt 250 m2 an gronden geroerd en daarom is het verrichten van archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Eventuele archeologische vondsten worden gemeld bij de gemeentelijke archeoloog.
Aan de linkerkant van figuur 4.1 staat de adviesperiode ijzertijd-middeleeuwen en aan de rechterkant de periode steentijd-bronstijd.
Figuur 4.1 Uitsnedes archeologische verwachtingswaarde FAMKE (bron: FAMKE) Conclusie Gezien het bovenstaande is het niet noodzakelijk archeologisch onderzoek te verrichten. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.8
Cultuurhistorie
Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden.
21/163
Toetsing Voor het projectgebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'. Dit betekent dat de gronden deel uitmaken van het beschermde stadsgezicht van Aldeboarn. In het bestemmingsplan is een bepaling opgenomen dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed moet worden geraadpleegd voordat de vergunning kan worden verleend voor uitvoeren van werken en/of werkzaamheden. Het projectgebied is gelegen aan de rand van deze zone en gelegen aan de doorgaande N-weg waar geen cultuurhistorische waarden zichtbaar zijn. Met de realisatie van het parkeerterrein ontstaat geen wezenlijk ander aanzicht van de centrumrand. Zoals eerder beschreven bestaat het projectgebied uit een grasberm en bevat het geen cultuurhistorische elementen zoals gebouwen en een eventuele cultuurhistorische stedenbouwkundige structuur. Met de aanleg van het parkeerterrein wordt het parkeren uit het centrum verplaatst naar de randen. In het centrumgebied zijn daadwerkelijk veel cultuurhistorische gebouwen en landschappelijke elementen aanwezig. Het parkeren van auto's in het centrumgebied doet afbreuk aan deze cultuurhistorische waarden, aangezien dit zorgt voor blik op de straat. Het is daarom wenselijk om parkeren uit het historisch centrumgebied te verplaatsen naar de randen van het dorp om de beleving van de cultuurhistorische elementen in het centrum te versterken.
Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt daarom geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.9
Water
Toetsingskader Een belangrijk onderdeel van de planvorming is de Watertoets. Het doel van de Watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen meer expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het project op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Toetsing Het projectgebied is gelegen in het beheergebied van Wetterskip Fryslân. Het waterschap is verantwoordelijk voor het watersysteem en het zuiveren van het aangeboden stedelijk afvalwater. De ontwikkeling is op 18 september 2023 aan het waterschap kenbaar gemaakt via de digitale watertoets en de uitkomst is opgenomen in bijlage 3. Uit deze digitale watertoets blijkt dat voor dit project de normale procedure gevolgd moet worden. Voldoende Klimaatadaptie: In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het projectgebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het projectgebied groener in te richten.
Met dit aspect is rekening gehouden door aan de randen van de parkeerplaats beplanting aan te planten.
22/163
Toename verharding: Het waterschap hanteert als uitgangspunt in stedelijk gebied dat bij een toename van meer dan 200 m2 aan verhard oppervlak 10% van deze toename wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Met deze ontwikkeling is sprake van een toename aan verhard oppervlakte ten opzichte van de huidige situatie. Door de aanleg van de parkeerplaats neemt de oppervlakteverharding toe met 248 m2. In het projectgebied wordt gebruik gemaakt van half-open verharding. Half-open verharding zorgt ervoor dat meer hemelwater infiltreert in de ondergrond dan de standaard verhardingen. Deze halfverharding telt als 50% verharding in plaats van 100% verharding. Dit betekent dat het verhard oppervlak toeneemt met 124 m2. De toename van het verhard oppervlak blijft hierdoor onder de vrijstellingsgrens van 200 m2. Hoofdwater: De hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone 5 meter. De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Het projectgebied ligt buiten de beschermingszone van 5 meter gemeten vanaf het hoofdwater. Schoon Afvalwater en regenwatersysteem: Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval wordt afvalwater afgevoerd op de bestaande rioleringsaansluiting.
Hemelwater wordt aangesloten op de bestaande voorzieningen. Waterkwaliteit: De aanlegwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. Er dient aangelegd te worden met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Bij de aanleg van de parkeerplaats, wordt indien mogelijk, zoveel mogelijk duurzaam en milieuvriendelijk materiaal gebruikt. Vervolg Waterwet: Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet tijdig een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet. Procedure: Bij de uitvoering wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van het wateradvies. Conclusie De omgevingsvergunning zal ter beoordeling aan het waterschap worden voorgelegd. De gemeente zal in overleg met het Wetterskip afstemmen hoe de waterbelangen in het projectgebied worden geborgd.
23/163
4.10 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Het toetsingskader wordt gevormd door verschillende besluiten en documenten (Bevi, Bevb, Bevt).
Risico's zijn inzichtelijk gemaakt op de risicokaart die per provincie wordt bijgehouden. Toetsing Voor het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in de omgeving van het projectgebied geen sprake is van risicovolle inrichtingen of buisleidingen. Met de ontwikkeling in het projectgebied worden ook geen risicovolle inrichtingen gerealiseerd. Conclusie Ten aanzien van het aspect externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor het project.
4.11 Kabels en leidingen Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een KLIC-melding in kaart gebracht. Toetsing Er lopen geen relevante kabels en leidingen in of nabij het projectgebied.
24/163
Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
25/163
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Via de procedure van de omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan kan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit project worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op het project c.q. de deelprojecten. Directe belanghebbenden zullen apart worden geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. Procedure omgevingsvergunning Uitgebreide procedure Er wordt ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling een omgevingsvergunning aangevraagd om het voornemen mogelijk te maken. Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Daarna wordt de ontwerpomgevingsvergunning met bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Een ieder wordt zo in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. De ingekomen zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming over het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. De genoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Financiële haalbaarheid Deze ruimtelijke onderbouwing vormt het toetsingskader voor de realisatie van een parkeerterrein aan de Súdkant te Aldeboarn. De kosten voor de aanleg zijn door de gemeente Heereveen gereserveerd. Hierdoor is het plan financieel haalbaar. Grondexploitatie Met deze omgevingsvergunning wordt géén bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. Voor de aanleg van het parkeerterrein is de grondexploitatieregeling niet van toepassing: er wordt geen exploitatieplan opgesteld.
26/163
Hoofdstuk 6 6.1
Conclusie
Aanleiding
Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de ontwikkeling van een parkeerterrein in Aldeboarn wordt mogelijk gemaakt.
6.2
Afweging
Het project past binnen de beleidskaders van het rijk, de provincie en de gemeente. Verder leveren de omgevingsaspecten en/of sectorale wet- en regelgeving geen belemmeringen op voor realisatie van de ontwikkeling in het projectgebied. Met het Wetterskip wordt overlegd hoe de waterbelangen in het projectgebied worden geborgd. Andersom is er ook nauwelijks sprake van impact van de ontwikkeling op de omgeving.
6.3
Conclusie
Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
27/163
28/163
Bijlagen
29/163
30/163
Bijlage 1
31/163
Inrichtingstekening
Bijlage 2
33/163
Stikstofberekening
44/163
Bijlage 3
45/163
Watertoets
Digitale Watertoets
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Normale procedure 2. Advies aanbrengen toename verharding 3. Advies hoofdwater
Op basis van onderstaande locatie
18-09-2023 08:49
1
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
Vragen en antwoorden uit de check Gaat het plan uitsluitend over de functiewijziging van bestaande bebouwing zonder fysieke aanpassing van bebouwing en ruimte?
nee
Verwacht je een toename van verharding in het plan?
ja
Is er sprake van een toename van lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater?
nee
Wordt het oppervlaktewaterpeil in het plangebied ook gewijzigd?
nee
Wordt er oppervlaktewater gegraven en/of gedempt?
nee
Ga je tijdelijk of permanent op de ingetekende locatie grondwater onttrekken?
nee
Raak je de laag primaire waterkeringen?
nee
Raak je de laag regionale en/of lokale waterkeringen?
nee
Raak je de laag hoofdwateren?
ja
Raak je de laag rioolwaterpersleidingen?
nee
Raak je de laag Grondwaterbeschermingsgebied?
nee
Raak je de laag Kaderichtlijn water?
nee
Raak je de laag vrij voor de boezem?
nee
Raak je de laag waterzuiveringsobject?
nee
18-09-2023 08:49
2
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
Details 1. Normale procedure Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons in te dienen. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden.
Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan grote invloed heeft op het water of de wateraspecten (zoals dijken, gemalen, stuwen of persleidingen) in de omgeving.
Onder ‘details’ van de samenvatting aanvraag staat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of besluit. We nemen contact met je op wanneer er nog een aanvulling nodig is op dit wateradvies.
Daarnaast moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.
Waar moet ik op letten? Voor sommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevingsloket online www.omgevingsloket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.
Achtergrondinformatie
18-09-2023 08:49
3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetterskipfryslan nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen
Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.
Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: • • •
Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen.
Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Zie de ‘Leidraad watertoets’ voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met ons. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovenstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.
Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compenseren. Als je niet compenseert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het snel afvoeren van regenwater.
Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Meer informatie hierover kun je vinden op de Friese klimaatatlas
Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https://www.wetterskipfryslan nl/ over-de-site/privacyverklaring
18-09-2023 08:49
4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 2. Advies aanbrengen toename verharding Wat moet ik doen? We verzoeken je om het plan bij ons aan te vragen, via de blauwe knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht op de vorige pagina
Waar moet ik op letten? Neemt het aantal vierkante meters toe ten opzichte van de bestaande bebouwing en bedraagt deze toename meer dan 200 m2 in de bebouwde kom (stedelijk gebied) of 1500 m2 buiten de bebouwde kom (landelijk gebied) dan geldt de vergunningsplicht. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.6) https:// www.wetterskipfryslan nl/documenten/vergunningen-wetten-en-regels/leidraad-watertoets 2013.pdf
18-09-2023 08:49
5
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 3. Advies hoofdwater Wat moet ik doen? We verzoeken je om het plan bij ons aan te vragen, via de blauwe knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht op de vorige pagina
Waar moet ik op letten? Onze hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie en we verzoeken je hier rekening mee te houden zie: https://www.wetterskipfryslan nl/kaarten/leggerkaart. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone 5 meter. De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Werkzaamheden binnen de beschermingszone van hoofdwatergangen betreffen een vergunningsplichtige activiteit https://www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/vergunning-checkmeteen-of-maak-een-afspraak.
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.1) https:// www.wetterskipfryslan nl/documenten/vergunningen-wetten-en-regels/leidraad-watertoets 2013.pdf
18-09-2023 08:49
6
https://dewatertoets.nl
52/163
Bijlage 4
53/163
Verkennend bodemonderzoek eigendomsoverdracht
Project
: Verkennend bodemonderzoek (asbest) Wjitteringswei 1 te Âldeboarn
Projectnummer
: 230435
INHOUD 1
INLEIDING
3
1.1
Voorwaarden en uitgangspunten
3
1.2
Indeling rapportage
3
2
VOORONDERZOEK
4
2.1
Algemeen
4
2.2
Bekende gegevens
4
2.3
Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese
4
3
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
5
3.1
Algemeen
5
3.2
Veldwerkzaamheden
5
3.3
Chemisch-analytisch onderzoek
5
3.4
Toetsingskader
6
4
RESULTATEN
8
4.1
Zintuiglijke waarnemingen
8
4.2
Analyseresultaten grond
9
4.3
Interpretatie onderzoeksresultaten verkennend bodemonderzoek
9
4.4
Toetsing hypothese verkennend bodemonderzoek
10
4.5
Onderzoeksresultaten verkennend bodemonderzoek asbest
10
5
CONCLUSIES EN ADVIES
11
BIJLAGEN: 1.
Regionale ligging onderzoekslocatie
2.
Overzicht locatie met situering monsternamepunten
3.
Boorbeschrijvingen
4.
Analysecertificaten
5.
Toetsing analyseresultaten WBB
6.
Toetsing analyseresultaten BBK
7.
Berekening veiligheidsklassen CROW 400
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
2 van 11
Project
: Verkennend bodemonderzoek (asbest) Wjitteringswei 1 te Âldeboarn
Projectnummer
: 230435
1
INLEIDING In opdracht van gemeente Heerenveen, is door Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV een verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest) uitgevoerd op een deel van het terrein aan de Wjitteringswei 1 te Âldeboarn. Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek betreft de voorgenomen eigendomstransactie van de locatie en de geplande aanleg van parkeerplaatsen. Het onderzoek heeft als doel, inzicht te verschaffen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse, teneinde vast te kunnen stellen, of deze al dan niet een belemmering vormt voor de beoogde eigendomstransactie en herinrichting.
1.1
Voorwaarden en uitgangspunten Bij een verkennend bodemonderzoek dienen de volgende normen te worden gevolgd. -
Voorafgaand aan het bodemonderzoek dient een vooronderzoek conform de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm (NEN) 5725: “Bodem, leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek” te worden verricht;
-
Het verkennend bodemonderzoek dient te voldoen aan de richtlijnen in de Nederlandse Eind Norm
-
Het verkennend asbestonderzoek asbest dient te voldoen aan de richtlijnen in de Nederlandse Eind
(NEN) 5740: “Bodem, onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek”; Norm (NEN)5707+C2: Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. Volledigheidshalve merken wij op dat Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV een onafhankelijk opererend adviesbureau is, welke op generlei wijze verbonden is met de opdrachtgever voor het onderzoek of de eigenaar van de onderzoekslocatie.
1.2
Indeling rapportage In het onderhavige rapport wordt eerst ingegaan op de locatiegegevens en het vooronderzoek. Vervolgens komen de veldwerkgegevens, het laboratoriumonderzoek en de analyseresultaten aan bod. De rapportage wordt afgesloten met een bespreking van de analyseresultaten en de bijbehorende conclusies en aanbevelingen.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
3 van 11
Project
: Verkennend bodemonderzoek (asbest) Wjitteringswei 1 te Âldeboarn
Projectnummer
: 230435
2
VOORONDERZOEK
2.1
Algemeen Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725. In het kader van het vooronderzoek is informatie ingewonnen uit de volgende bronnen:
2.2
-
informatie van de opdrachtgever;
-
informatie voorgaand bodemonderzoek;
-
informatie uit het bodeminformatiesysteem (Nazca-I);
-
interpreteren van topografische en geohydrologische kaarten;
-
interpretatie van tekeningen van de huidige situatie;
-
een locatie inspectie.
Bekende gegevens De onderzoekslocatie betreft een strook grond, dat onderdeel uitmaakt van het perceel aan de Wjitteringswei 1 te Âldeboarn. De te onderzoeken locatie maakt deel uit van het kadastrale perceel: gemeente Oldeboorn, sectie E, nummer 1661 (deels) en is momenteel ingericht als groenstrook. De locatie heeft een oppervlakte van circa 90 m2 en grenst aan de rijbaan van Súdkant. Op het perceel aan de Wjitteringwei 1 bevindt zich een (woon)boerderij waar activiteiten worden georganiseerd (workshops, kinderfeesten en een ijssalon). Volgens informatie van gemeente Heerenveen, heeft de locatie een langdurig agrarisch gebruik gekend. Op basis van informatie uit het provinciaal bodeminformatiesysteem Nazca-I, zijn geen gegevens bekend omtrent (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten en/of eerder uitgevoerd bodemonderzoek.
2.3
Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 ‘Bodem - Landbodem’ - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Hierbij is de volgende onderzoeksstrategie gehanteerd: Onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL). Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2 ‘Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond’. Hierbij is de onderzoeksstrategie gehanteerd, voor een verdachte bovengrond, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (§ 6.4.5). NB: Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksgegevens dient, gezien de gehanteerde strategie (gebaseerd op de Nederlandse Norm (NEN 5740 en NEN 5707), welke is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico. Tevens wordt erop gewezen, dat onderhavig onderzoek een momentopname is.
©Bodemvisie Milieu & Veiligheid BV, Singel 60, 9001 XP GROU
4 van 11
Project
: Verkennend bodemonderzoek (asbest) Wjitteringswei 1 te Âldeboarn
Projectnummer
: 230435
Standaardpakket grondwater: -
zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink;
-
vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN);
-
vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen;
-
minerale olie (GC).
Verkennend onderzoek asbest: -
3.4
asbest in grond (NEN 5898).
Toetsingskader De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Wet Bodembescherming. Het toetsingskader bestaat uit achtergrond- (voor grond) en streefwaarden (voor grondwater) alsmede interventiewaarden. Het gemiddelde van achtergrondwaarde (voor grond) of streefwaarde (voor grondwater) en de interventiewaarde wordt als tussenwaarde aangeduid. Een beschrijving van de waarden is hieronder weergegeven: Achtergrondwaarden (AW) (alleen voor grond) De achtergrondwaarden geven de milieuhygiënische kwaliteit voor bodem, waarop geen locatie-specifieke bodembelasting is opgetreden. De achtergrondwaarden geven derhalve de gemiddelde gehalten van de parameters in gebieden, waarin geen antropogene beïnvloeding van de bodem heeft plaatsgevonden. Streefwaarden (S) (alleen voor grondwater) De streefwaarden geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau voor de bodem aan. De streefwaarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondconcentraties, of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. Ook is er een risicobenadering in de streefwaarden geïntegreerd. Tussenwaarden (T) De