CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Ruimtelijke Onderbouwing

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Akkrum, Alde Rykswei nabij nummer 1, Verklaring van geen bedenkingen10.962 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

▪

Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10;

▪

Een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen.

Doorwerking plangebied Onderhavig project ziet op de ontwikkeling van een laadstation voor elektrische auto’s. Het plan betreft daarom geen gevoel object, waardoor de luchtkwaliteit op voorhand geen belemmering zal vormen voor het realiseren van onderhavig plan. Voor de volledigheid is echter wel een analyse van de receptoren ter plaatse van het plangebied gedaan met de kaart voor luchtkwaliteit van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit. Hieruit is gebleken dat de jaargemiddelde concentratie van NO2, PM10 en PM2,5 ruim onder de grenswaarden zijn gelegen. Ook het aantal overschrijdingsdagen PM10 blijft onder de grenswaarde. Daarnaast kan er gesteld worden dat de realisatie van onderhavig planinitiatief geen verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse als gevolg zal hebben. De verkeersaantrekkende werking van het initiatief is namelijk alleen van toepassing op elektrische auto’s die op hun beurt geen uitstoot van schadelijke stoffen veroorzaken. Hiermee vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Pagina 28 van 36

Ruimtelijke Onderbouwing Verzorgingsgebied ‘Smarpot’, Akkrum

5.6 Trillingen Er is geen wettelijk kader voor hinder door trillingen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening mag er geen hinder ontstaan door trillingen. In het activiteitenbesluit wordt voor de aanwijzing van trilling gevoelige gebouwen verwezen naar de geluidsgevoelige gebouwen van de Wet geluidhinder. Hinder door trillingen ontstaan onder andere door verkeer over de weg of het spoor, of door machines bij industrie. Door trillingen kan schade ontstaan aan gebouwen. Ook kunnen personen in gebouwen hinder ondervinden van trillingen. Doorwerking plangebied Onderhavig planinitiatief ziet niet op de ontwikkeling van een gevoelig gebouw, hierdoor zal het aspect trillingen geen belemmering vormen. Bovendien zal het in gebruik nemen van het beoogde object zelf geen trillingen veroorzaken voor omliggend gebied, aangezien het een aantrekkende kracht heeft van elektrische auto’s. 5.7 Bedrijven- en milieuzonering In het kader van de Wet milieubeheer en op basis van het principe ‘een goede ruimtelijke ordening’ moet in nieuwe situaties rekening gehouden worden met (wenselijke) afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. In de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009) is een lijst met richtafstanden opgenomen.

Deze lijst bevat een overzicht van milieubelastende activiteiten en de daarbij behorende richtafstanden voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De genoemde richtafstanden moeten bij voorkeur worden aangehouden tot milieugevoelige functies, zoals woningen. De grootste richtafstand is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Milieucategorie

Gemengd gebied

Rustige woonwijk

1

0 meter

10 meter

2

10 meter

30 meter

3.1

30 meter

50 meter

3.2

50 meter

100 meter

4.1

100 meter

200 meter

4.2

200 meter

300 meter

Tabel 3: Richtafstanden per milieucategorie

Doorwerking plangebied Voor elektriciteitsdistributiebedrijven zoals snellaadstations gelden verschillende milieucategorieën en de daarbij behorende richtafstanden op basis van het transformator vermogen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de classificaties. Transformator-vermogen - < 10 MVA - 10 - 100 MVA Elektriciteitsdistributibedrijven

- 100 - 200 MVA - 200 - 1000 MVA - >= 1000 MVA

Millieucategorie 2 3.1 3.2 4.2 5.1

Tabel 4: Verschillende classificaties elketriciteitsdistributiebedrijven

Pagina 29 van 36

Ruimtelijke Onderbouwing Verzorgingsgebied ‘Smarpot’, Akkrum

1 MVA (Megavoltampère) staat gelijk aan 10.000 kW (kilowatt). De transformator omvat een vermogen van minder dan 10.000 kW. Het station zit dus in de laagste categorie transformator-vermogen van minder dan 10 MVA, en kent daarmee de milieucategorie 2. Het plangebied is niet gelegen in een rustige woonwijk, maar ook niet in een gemengd gebied. Er zal daarom gerekend worden met de hoogste trap bij de desbetreffende categorie, in dit geval is dat 30 meter voor categorie 2. Het plangebied kent in de nabije omgeving geen (beperkt) gevoelige objecten. Alleen het tankstation Tamoil is op circa 35 meter afstand gelegen. Er kan geconcludeerd worden dat het aspect milieuzonering geen belemmering zal vormen voor onderhavig planinitiatief. 5.8 Kabels en leidingen Er kunnen planologische relevante kabels en/of leidingen in het plangebied liggen. Ze kunnen ook in de omgeving voorkomen. Voorbeelden zijn hoofdnutsvoorzieningen. Dit kunnen leidingen voor het transport van giftige, brandbare en/of ontplofbare stoffen zijn. Daarnaast zijn aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen en afvalwaterleidingen ook voorbeelden. Deze leidingen worden bestemd als ze voorkomen in het gebied. Met het geldende bestemmingsplan kan worden vastgesteld welke maatregelen, overleggen en/of rapporten nodig zijn voor een ruimtelijke ontwikkeling.

Op basis van het geldende bestemmingsplan kan dan vastgesteld worden welke maatregelen, overleggen en/of rapporten noodzakelijk zijn om een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken. Doorwerking plangebied Volgens het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’ zijn er geen relevant kabels of leidingen aanwezig binnen of rondom het plangebied. Het aspect kabels en leidingen is daarom niet relevant voor onderhavige aanvraag. Verder zal door de initiatiefnemer een KLIC-melding gedaan worden voor de aanleg van relevant kabels en/of leidingen ten behoeve van het project. 5.9 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. Daarbij kunnen de volgende bronnen worden onderscheiden:

▪

Inrichtingen: risico's van onder andere tankstations met LPG, gevaarlijke stoffen (PGS-15)opslagplaatsen en ammoniakkoelinstallaties;

▪ ▪ ▪ ▪

Transport van gevaarlijke stoffen over de weg; Transport van gevaarlijke stoffen per spoor; Transport van gevaarlijke stoffen over het water; Transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding.

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een denkbeeldige persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De norm (één op één miljoen per jaar) geldt voor kwetsbare objecten als grenswaarde en voor beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Dit betekent dat er als gevolg van een ongeval - in theorie - per jaar slechts één persoon op een miljoen mensen mag overlijden. Dit geldt ook als deze objecten geprojecteerd zijn.

Pagina 30 van 36

Ruimtelijke Onderbouwing Verzorgingsgebied ‘Smarpot’, Akkrum

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans op een ongeval met veel dodelijke slachtoffers. Hierbij wordt gekeken naar de werkelijk aanwezige bevolking en de verspreiding van die bevolking rond een risicobron. Bepaald wordt hoe groot de kans is op tien, honderd of meer slachtoffers tegelijk onder die bevolking. Groepsrisicoberekeningen beogen maatschappelijke ontwrichting inzichtelijk te maken. Het groepsrisico is afhankelijk van de omvang van het ongeval. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet het groepsrisico worden verantwoord (VGR). Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen nabij een verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg. Het is hierdoor gelegen net buiten het brandaandachtsgebied maar binnen het explosieaandachtsgebied. Bovendien fungeert de A32 als weg waarop gevaarlijke transport plaats kan vinden. Het groepsrisico neemt op het plangebied toe indien er een (beperkt) gevoelig object geplaatst zal worden binnen een afstand van 48 meter van het hart van de weg. Het plangebied is gelegen op circa 40 vanaf het hart van de weg en is daarmee dus gelegen binnen de groepsrisico-contouren van de A32. Vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen en het explosieaandachtsgebied zal het dus niet verantwoord zijn (beperkt) gevoelige objecten op deze locatie te plaatsen.

Echter, volgens het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ en zoals naar verwezen in het ‘Besluit externe veiligheid tranportroutes’ en het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen’ is een snellaadstation geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object. Bovendien heeft het beoogde object geen grote aantrekkingskracht op mensen en zal het gebruikt worden door gebruikers van de A32 die al aanwezig zouden zijn in de omgeving. Daarnaast beidt het snellaadstation op piekmomenten plaats voor slechts 4 auto’s tegelijk, welke na een korte oplaadbeurt hun weg weer vervolgen. Met het realiseren van een snellaadstation wordt er daarnaast ook geen bouwwerk gerealiseerd dat risico’s met betrekking tot het omliggende gebied met zich meebrengt. Het aspect externe veiligheid zal derhalve geen belemmering vormen voor onderhavig planinitiatief. 5.10 Water De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Tevens is via de Invoeringswet Waterwet de saneringsregeling voor waterbodems van de Wet bodembescherming overgebracht naar de Waterwet. Naast de Waterwet blijft de Waterschapswet als organieke wet voor de waterschappen bestaan. Met de Waterwet zijn Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter uitgerust om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan.

Het omgevingsaspect water heeft binnen de ruimtelijke ordening vaak een beperkend karakter. Enerzijds moet het ruimtegebruik aansluiten bij het bergen van het water, anderzijds kunnen ontwikkelingen negatieve effecten hebben op de kwaliteit van het water (watervervuiling). Doorwerking plangebied Wetterskip Fryslân Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het Wetterskip Fryslân. Dit waterschap is verantwoordelijk voor het watersysteem. Hierbij draag het waterschap de zorg voor veiligheid tegen hoog water en overstromingen en worden regelmatig dijken, meren, kanalen en vaarten gecontroleerd. Daarnaast zorgt het waterschap voor voldoende regenwater in meren, plassen, vaarten en sloten. Tevens verzorgt het waterschap de zuivering van afvalwater.

Pagina 31 van 36

Ruimtelijke Onderbouwing Verzorgingsgebied ‘Smarpot’, Akkrum

Om het waterbeheer in goede banen te leiden zijn er regels opgesteld waaraan gehouden dient te worden. De regels zijn opgenomen in de Keur en de Legger. De Keur omvat de verbods- en gebodsbepalingen ter bescherming en instandhouding van de waterhuishouding en waterstaatswerken. In de Legger is vastgelegd wie onderhoudsplichtig is voor een waterstaatswerk en wat die onderhoudsplicht inhoudt. En aan welke ligging, afmetingen, vorm en constructie een waterstaatswerk zou moeten voldoen. Digitale watertoets Voor onderhavig planinitiatief is de digitale watertoets ingevuld. Deze watertoets helpt om aan de hand van de locatie en het ruimtelijk plan te toetsen of de belangen van het waterschap geraakt worden. Op basis van de uitgevoerde check wordt er gesteld dat er sprake is van het raken van waterschapbelangen. Voor onderhavig planinitiatief wordt daarom advies gegeven over het aanbrengen van toename in verharding en het dempen/graven van oppervlaktewater. De uitgevoerde check is bijgevoegd als bijlage bij voorliggende GoFlo. Een uitsnede is hieronder weergegeven.

Advies aanbrengen toename verharding Voor het toevoegen van verhard oppervlakte buiten de bebouwde kom (landelijk gebied) geldt dat er een vergunningsplicht is zodra het een oppervlakte van meer dan 1.500 m2 betreft. Onderhavig project ziet op een toevoeging van circa 715 m2. Hierdoor is het toevoegen van verharding ten behoeve van het project niet vergunning-plichtig. Advies dempen en graven van oppervlaktewater Daarnaast zal voor onderhavig project een deel van het achterliggende oppervlaktewater verwijderd of aangepast te worden. Binnen de grenzen van Wetterskip Fryslân geldt dat 100% van het gedempte oppervlaktewater gecompenseerd moet worden. Het dempen of aanpassen van het oppervlaktewater zal echter in afspraak met en op verantwoordelijkheid van de Rijkswaterstaat plaatsvinden. De initiatiefnemer is derhalve niet verantwoordelijk voor de compensatie van het dempen.

Pagina 32 van 36

Ruimtelijke Onderbouwing Verzorgingsgebied ‘Smarpot’, Akkrum

Afvoer water Verder is voor onderhavig project de afvoer van het hemelwater relevant en dient er voldaan te worden aan de gestelde regels van het waterschap. In de gewenste situatie wordt het opgevangen hemelwater afgevoerd naar achterliggend oppervlaktewaterlichaam. Indien deze manier van hemelwaterafvoer niet gewenst is zijn er ook mogelijkheden voor het afvoeren van hemelwater via eventueel aanwezig hemelwaterafvoerstructuur, of kan het hemelwater verwerkt worden middels de installatie van infiltratiekratten. Conclusie Naar verwachting zal het aspect water geen belemmering vormen voor onderhavig project. Wel is advies om tijdig in overleg te treden met het waterschap en Rijkswaterstaat over zowel het aanpassen/verwijderen van achterliggend oppervlaktewater, als over het afvoeren van hemelwater. Het dempen en vervolgens compenseren van het oppervlaktewater zal plaatsvinden op verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat en niet op die van de initiatiefnemer. Ten slotte geldt ten alle tijden de zorgplicht zoals opgenomen in de Keur. 5.11 Parkeren en verkeer De reikwijdte van het begrip ‘goede ruimtelijke ordening’ bestrijkt ook het goed omgaan met verkeer en parkeren. Ten aanzien van verkeer is het van belang dat de nieuwe functie aantoonbaar geen onevenredige verkeer-aantrekkende werking heeft en dat er sprake is van een acceptabele verkeerssituatie.

Daarnaast dienen er voldoende parkeerplaatsen voor de beoogde functie aanwezig te zijn. Daarbij is het uitgangspunt om parkeren op eigen terrein op te vangen. Doorwerking plangebied Verkeer aantrekkende werking Met het beoogde planinitiatief worden 4 oplaadpunten voor elektrische auto’s gerealiseerd, bij 1 laadeiland. Gezien het beperkte aantal oplaadpunten en het feit dat opladen van een auto circa een kwartier tot 20 minuten duurt, is het aannemelijk dat het laadstation maximaal 16 auto’s per uur zal aantrekken. Hiermee kan verondersteld worden dat de realisatie van een snellaadstation geen onevenredige verkeersaantrekkende werking zal hebben, en dat de omgeving de eventuele toename in verkeersbewegingen met gemak kan opvangen. Daarnaast is het terrein waarop het laadstation wordt gerealiseerd ruim opgezet met een eenrichtingsverkeer werking. Hierdoor wordt de nieuwe situatie overzichtelijk en veilig geacht. Parkeren Er worden voor onderhavig plan geen nieuwe parkeerplekken ontwikkeld op locatie, er zal gebruik gemaakt kunnen worden van de parkeergelegenheid die in de huidige situatie al aanwezig is op het verzorgingsgebeid. Hiermee blijft het aantal beschikbare parkeerplekken ter plaatse onveranderd. Echter, de insteek van een snellaadstation is het snel opladen van een elektrische auto om vervolgens door te rijden.

Mocht er toch behoefte zijn om te parkeren door gebruikers is daar dus gelegenheid voor op de op hetzelfde verzorgingsgebied die daarvoor voldoende gelegenheid biedt. Mochten gebruikers moeten wachten omdat alle laadstations in gebruik zijn, is er op het terrein bij het laadstation voldoende ruimte om te wachten. Er zal daarom geen hinder voor de omgeving optreden. Het aspect parkeren en verkeer vormt geen belemmering voor onderhavig planinitiatief.

Pagina 33 van 36

Ruimtelijke Onderbouwing Verzorgingsgebied ‘Smarpot’, Akkrum

5.12 Duurzaamheid en energie Voor het beoogde planinitiatief dient te worden aangegeven hoe omgegaan wordt met het duurzaamheids- en energieaspect. Hierbij wordt aangetoond welke acties er ondernomen worden om het gebruik van energie zo beperkt mogelijk te maken. Dit kan doormiddel van isolatie en zuinig apparatuur, of het gebruik duurzame energie zoals bijvoorbeeld situering of zonne-energie in combinatie met warmte-koude opslag. Ook kan er nagedacht worden over eventuele compensatiemaatregelen, zowel in als buiten het plangebied. Doorwerking plangebied Onderhavig planinitiatief ziet op de realisatie van een laadstation voor elektrische auto’s. Hiermee kan er vanuit worden gegaan dat het aspect duurzaamheid en energie geen belemmering zal zijn aangezien het een ontwikkeling betreft die bijdraagt aan de verduurzaming van energie. De ontwikkeling zal een aantrekkende kracht hebben voor elektrische auto’s, en het gebruik van elektrische auto’s regionaal en (inter)nationaal stimuleren.

Pagina 34 van 36

Ruimtelijke Onderbouwing Verzorgingsgebied ‘Smarpot’, Akkrum

6

Uitvoerbaarheid

6.1 Financiële uitvoerbaarheid De ontwikkeling van het nieuwe Fastned station wordt mogelijk gemaakt middels een uitgebreide wabo procedure. De gemeente Heerenveen heeft een legesverordening vastgesteld (Verordening voor de heffing en invordering van leges 2023) waarmee de gemeentelijke kosten voor het behandelen van de vergunningsaanvraag worden gedekt. Deze kosten zullen door de initiatiefnemer betaald worden, de gemeente Heerenveen wordt daarmee financieel niet belast. Het project wordt gerealiseerd op rekening en risico van de initiatiefnemer Fastned. Fastned beschikt over voldoende financiële middelen om het project na vergunningverlening te kunnen uitvoeren. Voor het overige is er geen financiële onderbouwing noodzakelijk voor de verlening van de omgevingsvergunning. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Gezien de locatie, omvang en inhoud van onderliggend initiatief heeft vooraf geen participatie plaatsgevonden. Wel zal een afstemming met de grondeigenaar ter plaatse en het Rijkswaterstaat nog plaats kunnen vinden vooraf aan de realisatie van onderhavig plan. Voor het plan wordt de uitgebreide omgevingsvergunningsprocedure gevolgd op basis van de Wabo. Daarbij kunnen belanghebbenden, gedurende een termijn van zes weken, zienswijzen indienen tegen het ontwerp omgevingsvergunning zodra dit stuk ter inzage is gelegd.

Door het doorlopen van de procedure wordt voldaan aan de wettelijke verplichting voor de gemeente om belanghebbenden te horen. 6.3 Sociale veiligheid Bij het realiseren van onderhavig project wordt gezorgd voor genoeg verlichting in de vorm van lantaarnpalen. Eveneens worden er bijkomend camera’s en overige verlichting geplaatst als onderdeel van het laadstation. Daarnaast bestaat er het feit dat het laadstation wordt gerealiseerd ter plaatse van een druk bezocht verzorgingsgebied. Met het nemen van deze maatregelen wordt er vanuit gegaan dat de sociale veiligheid geborgd kan worden.

Pagina 35 van 36

Ruimtelijke Onderbouwing Verzorgingsgebied ‘Smarpot’, Akkrum

7

Conclusie

Om de gewenste ontwikkeling te realiseren, is een omgevingsvergunning vereist in het kader van artikel 2.1, lid 1 onder a en c juncto artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3° Wabo. Onderhavige aanvraag betreft een uitgebreide procedure op grond van artikel 3.10, lid 1 Wabo. Met voorliggende ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. De realisatie van een snellaadstation past binnen de geldende beleidskaders van de provincie en de gemeente. In hoofdstuk 5 is onderbouwd dat het toevoegen van een snellaadstation ten behoeve van elektrische auto’s op het verzorgingsgebied ‘Smarpot’ langs de A32 past binnen bestaande wet- en regelgeving voor de omgevingsaspecten. Op basis van het huidige bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat de omgevingsaspecten geen belemmering vormen voor de voorgestelde ontwikkeling. Er dient enkel nog overlegd te worden met het waterschap en Rijkswaterstaat met betrekking tot het afvoeren van hemelwater en het aanpassen van het achterliggende oppervlaktewater. Voor de aanpassing van achterliggend oppervlakte water is Rijkswaterstaat verantwoordelijk. Voor onderliggend plan kan gesteld worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

Pagina 36 van 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=c2f97d02-e448-47de-880d-050c302b1094