Bijlage 3 Bodem verkennend onderzoek
Tekst van het document
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kg <0.010.007 fenantreen mg/kg <0.010.007 antraceen mg/kg <0.010.007 fluoranteen mg/kg 0.01 0.01 benzo(a)antraceen mg/kg <0.010.007 chryseen mg/kg <0.010.007 benzo(k)fluoranteen mg/kg <0.010.007 benzo(a)pyreen mg/kg <0.010.007 benzo(ghi)peryleen mg/kg 0.01 0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg <0.010.007 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor)mg/kg 0.0760.076 0.076
-----------
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)
ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9
3.18 3.18 3.18 3.18 3.18 3.18 3.18 22.3
--------
<=AW 20 510 1000 4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
<5 <5 <5 <5 <20
15.9 15.9 15.9 15.9 63.6
-----
----<=AW190 2595 5000 35
Monstercode 13211818-006
22.3
63.6
Monsteromschrijving M6 demping S3 S3B1 (35-85) S3B2 (50-100)
<=AW 1.5
21
40 0.35
Toetsing volgens BoToVa, module T.1-Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem (Toetsversie 3.0.0, toetskader BBK, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 13-03-2020 - 08:57)
Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie
367815 BO Zonneweide M7 demping S4 Grond (AS3000) Altijd toepasbaar
Analyse
Eenheid SR
droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies)
% g %
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)
% vd DS <1
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
BT
ST
80.5 80.5 <1 Geen 2.3 2.3
SC BC
AW T
I RBK
----
<1
--
<20 54.2 54.2 <0.2 0.238 0.238 <1.5 3.69 3.69 <5 7.17 7.17 <0.050.05020.0502 <10 11 11 0.58 0.58 0.58 3.6 10.5 10.5 <20 33 33
-920 20 <=AW 0.6 6.8 13 0.2 <=AW 15 102 190 3 <=AW 40 115 190 5 <=AW0.15 18 36 0.05 <=AW 50 290 530 10 <=AW 1.5 96 190 1.5 <=AW 35 68 100 4 <=AW140 430 720 20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kg <0.010.007 fenantreen mg/kg <0.010.007 antraceen mg/kg <0.010.007 fluoranteen mg/kg <0.010.007 benzo(a)antraceen mg/kg <0.010.007 chryseen mg/kg <0.010.007 benzo(k)fluoranteen mg/kg <0.010.007 benzo(a)pyreen mg/kg <0.010.007 benzo(ghi)peryleen mg/kg <0.010.007 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg <0.010.007 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor)mg/kg 0.07 0.07 0.07
-----------
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)
ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9
3.04 3.04 3.04 3.04 3.04 3.04 3.04 21.3
--------
<=AW 20 510 1000 4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
<5 <5 <5 <5 <20
15.2 15.2 15.2 15.2 60.9
-----
----<=AW190 2595 5000 35
Monstercode 13211818-007
Monsteromschrijving M7 demping S4 S4B1 (20-70)
21.3
60.9
<=AW 1.5
21
40 0.35
Toetsing volgens BoToVa, module T.1-Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem (Toetsversie 3.0.0, toetskader BBK, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 13-03-2020 - 08:57)
Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie
367815 BO Zonneweide M8 demping S5 Grond (AS3000) Altijd toepasbaar
Analyse
Eenheid SR
droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies)
% g %
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)
% vd DS 2.0
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
BT
ST
78.5 78.5 <1 Geen 5.3 5.3 2.0
SC BC
AW T
I RBK
-----
<20 54.2 54.2 <0.2 0.2090.209 <1.5 3.69 3.69 <5 6.5 6.5 <0.050.0490.049 <10 10.4 10.4 <0.5 0.35 0.35 3.4 9.92 9.92 <20 30.6 30.6
-920 20 <=AW 0.6 6.8 13 0.2 <=AW 15 102 190 3 <=AW 40 115 190 5 <=AW0.15 18 36 0.05 <=AW 50 290 530 10 <=AW 1.5 96 190 1.5 <=AW 35 68 100 4 <=AW140 430 720 20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kg <0.010.007 fenantreen mg/kg <0.010.007 antraceen mg/kg <0.010.007 fluoranteen mg/kg 0.02 0.02 benzo(a)antraceen mg/kg <0.010.007 chryseen mg/kg 0.01 0.01 benzo(k)fluoranteen mg/kg <0.010.007 benzo(a)pyreen mg/kg <0.010.007 benzo(ghi)peryleen mg/kg <0.010.007 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg <0.010.007 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor)mg/kg 0.0860.0860.086
-----------
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)
ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9
1.32 1.32 1.32 1.32 1.32 1.32 1.32 9.25 9.25
--------
<=AW 20 510 1000 4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
<5 <5 14 15 30
6.6 6.6 26.4 28.3 56.6 56.6
-----
----<=AW190 2595 5000 35
Monstercode 13211818-008
Monsteromschrijving M8 demping S5 S5B2 (120-130)
<=AW 1.5
21
40 0.35
Verklaring kolommen SR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel ST SYNLAB toetsings resultaat (door SYNLAB berekend) SC SYNLAB toetsings conclusie (door SYNLAB bepaald) AW Achtergrondwaarde (door SYNLAB beheerd) T Tussenwaarde (door SYNLAB berekend en beheerd maar niet meer beschreven in de wetgeving) I Interventie waarde (door SYNLAB beheerd) RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat + De normen voor barium zijn ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s (waterbodem) en de interventiewaarde voor landbodem van 920 mg/kg (landbodem). ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik.
Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. <=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde WO Wonen IN Industrie ,zp Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing. >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden somIW>1 Interventiewaarde wordt overschreden door som fractie interventiewaarde > 1 (interventie factor) ^ Enkele parameters ontbreken in de som NT>I Niet toepasbaar > interventiewaarde NT Niet toepasbaar * Het gehalte is groter dan de streefwaarde/achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef/achtergrond- en interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SYNLAB beheerd) ** Het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef/achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SYNLAB beheerd) *** Het gehalte is groter dan de interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SYNLAB beheerd) BT/BC gemiddelde op basis van standaard bodemtype (humus 10% en lutum 25%) gem Kleur informatie Rood overschrijding klasse B / Interventiewaarde, nooit toepasbaar Oranje >= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1) of groter dan de B waarde (component niveau) Klasse wonen of klasse industrie
(monsterniveau) Blauw >= Achtergrond waarde, industrie of wonen op component niveau
Bijlage 7
Toetsingskader bodemkwaliteit
Algemene toelichting toetsingskader en toetsingsnormen De Wet bodembescherming (Wbb) geeft regels voor de bescherming en sanering van de bodem. In de Wbb is aangegeven wanneer sprake is van bodemverontreiniging en wanneer deze zodanig is dat sanering met spoed nodig is. Tevens is in de Wbb aangegeven waar de saneringsdoelstelling aan moet voldoen. De concrete uitwerking hiervan is vastgelegd in circulaires, besluiten en regelingen op grond van de Wbb. De toetsingskaders en normen voor landbodemkwaliteit zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit (Staatsblad 2007, nr. 469, met wijzigingen), de Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant 2007, nr. 247 met wijzigingen), de Circulaire bodemsanering 2013 (Staatscourant 2013 nr. 16675) en het Tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 8 juli 2019).
Chemische parameters Mate van verontreiniging Voor het toetsen van de mate van bodemverontreiniging met chemische parameters worden de volgende toetsingswaarden onderscheiden: · Streefwaarde grondwater: De Streefwaarde grondwater geeft aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. · Achtergrondwaarde voor grond: De Achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik. · Interventiewaarde bodemsanering voor grond en grondwater: De interventiewaarde geeft het milieukwaliteitsniveau aan waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem. De Interventiewaarden voor landbodems zijn gebaseerd op een uitgebreide RIVM-studie naar zowel humaantoxicologische als ecotoxicologische effecten van bodemverontreinigende stoffen. De Interventiewaarden voor landbodems zijn daarom gekoppeld aan de potentiële risico's van een bodemverontreiniging op een bepaalde locatie. Of sprake is van actuele risico’s is afhankelijk van de specifieke locatie (inrichting van de locatie en soort gebruik).
Deze risico’s kunnen worden bepaald met behulp van de Risicotoolbox (Sanscrit). Meestal gebeurt een dergelijke risicobepaling pas in het stadium van een nader bodemonderzoek omdat dan voldoende gegevens voorhanden zijn. Voor PFAS zijn nog geen interventiewaarde en streef- of achtergrondwaarden vastgesteld. Bodemtypecorrectie Achtergrondwaarden en interventiewaarden met betrekking tot grond zijn getalswaarden die zijn afgeleid voor de zogenaamde standaardbodem. De standaardbodem is gedefinieerd als bodem die 25% lutum en 10% organische stof bevat. Toetsing van de gehalten aan geanalyseerde stoffen vindt plaats na omrekening van de gemeten gehalten naar gehalten in standaardbodem. Deze omrekening vindt plaats op basis van het lutum- en organische stofgehalte dat het betreffende bodemmonster is bepaald. De Interventiewaarden voor grondwater zijn afgeleid van de Interventiewaarden voor grond, maar zijn onafhankelijk van het bodemtype. Zorgplicht Los van het toetsingskader bodemkwaliteit is in 1987, bij de inwerkingtreding van de Wet bodembescherming, het zorgplichtartikel van kracht geworden. Iedereen die vanaf 1987 handelingen verricht die de bodem (verder) verontreinigen, is verplicht direct saneringsmaatregelen te treffen, zodat de oude situatie wordt hersteld.
Hergebruik grond voor chemische parameters Voor het toetsen van de hergebruiksmogelijkheden van grond, zijn in het Besluit bodemkwaliteit en het tijdelijke handelingskader PFAS de volgende toetsingswaarden opgenomen: · Achtergrondwaarde: grond die voldoet aan de achtergrondwaarde is geschikt voor elke functie. Deze grond is altijd vrij toepasbaar. · Wonen: grond die voldoet aan de maximale waarde wonen is geschikt voor de functie wonen. Deze grond kan worden toegepast in gebieden die de functie ‘’Wonen’’ hebben in de gemeentelijke toepassingskaart · Industrie: grond die voldoet aan de maximale waarde industrie is geschikt voor de functie industrie. Deze grond kan worden toegepast in gebieden die de functie ‘’Industrie’’ hebben in de gemeentelijke toepassingskaart. Deze grond kan niet worden toegepast in gebieden met de toepassingskwaliteit Wonen of Natuur/landbouw (Achtergrondwaarde). · Niet toepasbaar: grond waarin de gehalten de maximale waarde industrie overschrijden maar de interventiewaarde niet. Deze grond kan niet worden toegepast zonder maatregelen te treffen om besmetting van de omgeving te voorkomen (IBC-maatregelen). · Nooit toepasbaar: grond waarin de gehalten de interventiewaarde overschrijden. Deze grond kan niet worden toegepast maar moet worden gereinigd of gestort.
Opgemerkt wordt dat de interventiewaarden niet voor alle stoffen gelijk is aan de maximale waarde industrie. Voor een aantal stoffen is deze waarde lager dan de maximale waarde industrie. Het gevolg is dat licht verontreinigde grond in enkele gevallen als niet toepasbaar wordt beoordeeld. Dit is met name het geval bij minerale olie. De toepassingsmogelijkheden zijn dus als volgt:
Kwaliteit Grond
bodemfunctie Natuur/landbouw
Wonen
Industrie
GBT
Achtergrondwaarde
Ja
Ja
Ja
Ja
Wonen
Nee
Ja
Ja
Ja
Industrie
Nee
Nee
Ja
Ja
Niet toepasbaar
Nee
Nee
nee
Ja
Nooit toepasbaar
Nee
Nee
Nee
nee
Daarnaast mag de grond: · Ten hoogste 20% m/m steenachtig materiaal of hout bevatten · Sporadisch ander bodemvreemd materiaal bevatten, voor zover redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat het uit de grond wordt verwijderd vóór de toepassing. Met ander bodemvreemd materiaal wordt met name plastics en piepschuim bedoeld. Dergelijke materialen mogen slechts sporadisch aanwezig zijn. Daarbij moet baggerspecie zorgvuldig worden ontgraven of bewerkt, zodat er zo min mogelijk bodemvreemd materiaal in de baggerspecie terecht komt. Voor zover in de baggerspecie bodemvreemd materiaal aanwezig is, moet dat vóór het toepassen daaruit worden verwijderd, voor zover dat redelijkerwijs kan worden gevergd.
Werken in en met verontreinigde bodem De CROW 400 geeft een methodiek voor het veilig, zorgvuldig en risicogestuurd werken met verontreinigde bodem. De systematiek om de veiligheidsklasse voor verontreinigde bodem vast te stellen is in het volgende schema weergegeven.
Voor de beoordeling van niet-vluchtige stoffen is de norm ‘’SRC’’ (Serious Risk Concentration) vastgesteld, zijnde niveau waarboven ernstige risico’s voor de veiligheid en gezondheid van volwassen personen kunnen optreden, inclusief een bepaalde veiligheidsmarge. De arbeidshygiëne maatregelen behorende bij de veiligheidsklassen zijn weergegeven in navolgende tabel.
Mogelijke beheersmaatregelen
Oranje Niet-
Vluchtig
vluchtig
Rood Niet-
Vluchtig
vluchtig
Zwart Niet-
vluchtig
vluchtig
Organisatie V&G-plan
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Logboek
Afwijking
Afwijking
Ja
Ja
Ja
Ja
rapport
rapport
MVK
MVK
HVK
HVK
HVK
HVK
Aansturing
MVK
MVK
MVK
HVK
HVK
HVK
Toezicht
DLP
DLP
DLP
R-DLP
R-DLP
R-DLP
Uitvoering
Basiskennis
Basiskennis
OPM
OPM
OPM
OPM
Deskundigheid
DLP
DLP
MVK
HVK
HVK
HVK
Startwerkinstructie
MVK
MVK
MVK
HVK
HVK
HVK
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Deskundigheid Definitieve vaststelling veiligheidsklasse en maatregelen
Voorlichting en onderricht
Geschiktheidsverklaring Metingen Bodemvocht
Optie
Lucht
Optie Optie
Ja
Ja
Materieel Sanitaire voorzieningen
Was/toilet
Was/toilet
Ja
Ja
Ja
Ja
Laarzenspoelbak
Optie
Optie
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Drietraps sanitaire unit Vonkenvrij systeem Filters materieel aanwezig Filters materieel te gebruiken
Ja Optie Optie
Optie Optie
Stof- en
Stof- en
koolfilter
koolfilter
Situatie-
Situatie-
afhankelijk
afhankelijk
Ja Ja
Ja
Ja
ja
Sproei-installatie
Optie
Optie
Ja
Ja
Ja
Ja
Wasplaats materieel
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Afscherming werkgebied
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Te bepalen
Te bepalen
Te
Te
door HVK
door HVK
bepalen
bepalen
door HVK
door HVK
Signalering Persoonlijke beschermingsmiddelen Filters persoon
Handschoenen
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Overall
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Veiligheidsschoenen
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
MVK: middel veiligheidskundige
V&G-plan: veiligheids- en gezondheidsplan
HVK: hogere veiligheidskundige
R-DLP:register Deskundig Leidinggevende Projecten
DLP: Deskundig Leidinggevende Projecten
OPM: Operationeel medewerker
Asbest Om het asbestgehalte in de bodem te kunnen toetsen zijn eerst de volgende stappen nodig: · omrekenen van het asbestgehalte in de aangetroffen asbestverdachte materialen naar een gehalte per kilogram grond. Voor het asbest op het maaiveld wordt hiervoor een fictieve bodemlaag van 0,02 m dikte gebruikt; · sommeren van het gehalte uit de materialen en het gemeten gehalte in de grond; · berekenen van het gewogen gehalte (gg), zijnde de concentratie serpentijn asbest vermeerderd met tien keer de concentratie amfibool asbest. Mate van bodemverontreiniging Voor het toetsen van de mate van bodemverontreiniging met asbest, gelden de volgende normen: · Interventiewaarde bodemsanering voor grond: Voor asbest in grond geldt alleen een interventiewaarde c.q. restconcentratienorm. Deze norm is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. asbest (gewogen). De Interventiewaarde voor asbest is bij vaststelling gebaseerd op het verwaarloosbaar risiconiveau (VR). Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met tienmaal het gehalte aan amfibool asbest. Bij overschrijding van de interventiewaarde is sprake van een geval van ernstige verontreiniging. · Helft van de Interventiewaarde (=Tussenwaarde): Deze waarde geeft, na uitvoering van een verkennend bodemonderzoek asbest, de noodzaak tot nader onderzoek aan.
Het betreft een rekenkundig gemiddelde, dat niet rechtstreeks aan een specifiek risiconiveau is gekoppeld. Overschrijding van deze waarde heeft slechts een indicatieve functie, namelijk het aangeven van de noodzaak van een nader onderzoek naar de kwaliteit van de bodem. · Grenswaarde hechtgebonden asbest: In hechtgebonden asbest zitten de vezels stevig in het dragermateriaal verankerd; er komen daardoor nauwelijks vezels vrij. De grenswaarde voor hechtgebonden asbest is 1000 mg/kg d.s. gewogen. Bij gehalten hechtgebonden asbest in de grond lager dan deze grenswaarde, wordt, zo blijkt uit praktijkmetingen, geen asbest in de lucht aangetroffen boven de bepalingsgrens. · Grenswaarde niet-hechtgebonden asbest: De grenswaarde voor niet-hechtgebonden asbest is 100 mg/kg d.s. gewogen. Bij gehalten lager dan 100 mg/kg ds zal het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zijn dan 5-10%. Bij overschrijding van deze waarde dient het gehalte aan respirabele vezels bepaald te worden. · Grenswaarde respirabele vezels: Respirabele vezels hebben een diameter < 3 µm en een lengte < 200 µm. Deze vezels kunnen in de longen terecht komen. De grenswaarde is gesteld op 10 mg/kg d.s. gewogen Zorgplicht Niet historische gevallen van bodemverontreiniging (zogenaamde nieuwe gevallen die zijn ontstaan na 1993) moeten op basis van de zorgplicht gesaneerd worden.
Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging moeten (ongeacht het asbestgehalte) voor zover redelijkerwijs mogelijk is volledig verwijderd te worden. Locatiespecifieke risicobeoordeling De locatiespecifieke beoordeling van de risico’s van een asbestverontreiniging worden als volgt beoordeeld:
Hergebruik van asbesthoudende grond en baggerspecie Voor toepassingen van grond en baggerspecie op de land- en de waterbodem is de maximale waarde voor asbest in het Besluit bodemkwaliteit vastgelegd op 100 mg/kg d.s. (gewogen), mits het asbest niet opzettelijk aan de partij grond of baggerspecie is toegevoegd.
Werken in en met asbest verontreinigde bodem De CROW 400 geeft een methodiek voor het veilig, zorgvuldig en risicogestuurd werken met verontreinigde bodem. De beoordeling van met asbestverontreinigde grond is in het volgende schema weergegeven.
Als zich in de bodem lagen bevinden met bodemvreemde materialen oftewel secundaire bouwstoffen, zijn de concentraties niet eenduidig te bepalen. De samenstelling van de secundaire bouwstof kan aanzienlijk verschillen van de grond. De volgende situaties kunnen spelen: · Niet -verontreinigde grond met een secundaire bouwstof geproduceerd na 2005: geen veiligheidsklasse van toepassing; · Verontreinigde grond met een secundaire bouwstof geproduceerd na 2005: veiligheidsklasse bepalen; · Bodem met (secundaire) bouwstoffen van onbekende datum of vóór 2005: o Analyseren combinatie grond en bouwstof: toetsen tegen de SRC-waarde grond; o Analyseren grond en bouwstof separaat: toetsen grond tegen de SRC-waarde grond en toetsen bouwstof als secundaire bouwstof. Zwaarste klasse telt. De arbeidshygiëne maatregelen voor de klasse Zwart niet vluchtig en de beheersmaatregelen zijn weergegeven in navolgende tabel.
Mogelijke beheersmaatregelen
Zwart niet-vluchtig
‘’voorkomen stofvorming en verslepen bouwstoffen’’
V&G-plan
Ja
Project RI&E / TRA
Logboek
Ja
Afwijking rapport
HVK
veiligheidskundige
Aansturing
HVK
Nvt
Toezicht
R-DLP
Nvt
Uitvoering
OPM
Nvt
Deskundigheid
HVK
Basiskennis
Startwerkinstructie
HVK
Ja
Geschiktheidsverklaring
Ja
Nvt
Deskundigheid Definitieve vaststelling veiligheidsklasse en maatregelen
Voorlichting en onderricht
Metingen Bodemvocht
Ja
Lucht
Ja Nvt
Materieel Sanitaire voorzieningen
Ja
Was/toilet
Laarzenspoelbak
Ja
Optioneel
Drietraps sanitaire unit
Ja
Nvt
Filters materieel aanwezig
Ja
Optioneel
Filters materieel te gebruiken
Ja
Optioneel
Sproei-installatie
Ja
Optioneel, bij vocht <10%
Voorziening reinigen materieel
Ja
Ja
Afscherming werkgebied
Ja
Ja
Signalering
Ja
Ja
Filters persoon
Te bepalen door HVK
Optioneel te bepalen door veiligheidskundige
Handschoenen
Ja
Ja
Overall
Ja
Ja
Veiligheidsschoenen
Ja
Ja
PBM
Invasieve exoten Een invasieve exoot is een plant, dier of ander organisme dat van nature niet in Nederland voorkomt en voor de natuur schadelijk is. Op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren geldt een Europees verbod. In de Europese verordening 'Invasieve Uitheemse soorten' (1143/2014) is vastgelegd voor welke invasieve exoten een importhandels- en bezitsverbod geldt. Op grond van de verordening is de Europese Unielijst invasieve exoten aangenomen met daarop ‘invasieve exoten van EU-belang’. Op de Unielijst staat, in relatie tot grond en toepassing van grond, onder andere de Reuzenberenklauw. De Japanse Duizendknoop staat niet op de Unielijst maar wordt over het algemeen wel beschouwd als een invansieve exoot. Voorbeelden van maatregelen ter voorkoming van verspreiding zijn: · Japanse Duizendknoop: o controleer en reinig kleding en machines na werkzaamheden; o voorkom transport van grond met daarin delen van wortelstokken of stengels o grond met delen van wortelstokken of stengels eerst industrieel composteren vóór toepassing o afvoer van besmette grond moet zorgvuldig gebeuren en langs vooraf vastgestelde routes · Reuzeberenklauw o Reinig machines en kleding na werkzaamheden o Voorkom transport van grond met daarin zaden van de berenklauw.
Zaden houden tot 7 jaar hun kiemkracht, bij de toepassing van grond dient hier rekening mee te worden gehouden.
Bijlage 8
Kwaliteitsborging
Sweco Nederland B.V. wil met haar producten en diensten zo goed mogelijk aan de behoeften, doelstellingen en eisen van haar opdrachtgevers voldoen. Voor het bewijsbaar en zichtbaar maken van de kwaliteit (kwaliteitsborging) beschikt Sweco Nederland B.V. over een kwaliteitssysteem. Dit kwaliteitssysteem is er mede op gericht de individuele kennis, kunde en activiteiten van de medewerkers zodanig te organiseren en af te stemmen, dat de kwaliteit van de gezamenlijk tot stand gebrachte producten en diensten zo goed mogelijk beheerst en gewaarborgd worden. De kwaliteit van de door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde onderzoeken en gegeven adviezen op het gebied van bodembeheer wordt gewaarborgd door onderstaande: NEN-EN-ISO 9001 Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. is gecertificeerd voor NEN-EN-ISO 9001. Deze norm geeft een model voor externe kwaliteitsborging en certificatie. Hierin wordt een aantal activiteiten aangegeven, die zorgen voor vertrouwen in de relatie klant/leverancier. Dit omvat zowel randvoorwaarden voor kwaliteitsverbetering als eisen voor kwaliteitsborging. NEN-EN-ISO 14001 Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. is gecertificeerd voor NEN-EN-ISO 14001. Deze norm geeft eisen en richtlijnen voor het gebruik van milieuzorgsystemen.
Met het certificaat toont Sweco aan dat zij de zorg voor het milieu in haar dienstverlening en interne bedrijfsvoering goed heeft georganiseerd. Kernpunten daarbij zijn het naleven van wet- en regelgeving en de voortdurende verbetering van milieuprestaties. SIKB De Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) is een samenwerkingsverband van markt en overheid, die werk aan de kwaliteit binnen de praktijk van bodem en ondergrond (bodembeheer, bodembescherming, waterbeheer en archeologie). De SIKB-activiteiten bestaan o.a. uit het samen met betrokkenen ontwikkelen van (werk)methoden en het vastleggen van deze methoden in handreikingen of richtlijnen (BRL’s) en daaronder vallende protocollen. Daarnaast biedt zij een platform voor kennisoverdracht en kennisdeling. Sweco is actief betrokken bij het werk van SIKB en is gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000 (uitvoeren ven veldwerk) en 6000 (milieukundige begeleiding van bodemsanering). ARBO en VGM Sweco Nederland B.V. voldoet aan de specifieke veiligheidseisen die voor ARBO, veiligheid, gezondheid en milieu gelden. Risico’s worden op bedrijfs-, vakgebied- en projectniveau geïdentificeerd en geëvalueerd. Ook de effectiviteit van de genomen maatregelen wordt gemonitord.
Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) Het Besluit bodemkwaliteit (onderdeel KWALIBO) richt zich op kwaliteit én integriteit van de bodemintermediair. De kwaliteitseisen zijn vastgelegd in beoordelingsrichtlijnen, protocollen en andere documenten. Met een certificaat moeten bodemintermediairs (aannemers, inspectie-instellingen, milieukundige begeleiders e.d.) aantonen dat hun bedrijf aan de kwaliteitseisen voldoet. Het bevoegd gezag mag alleen gegevens accepteren van een erkende intermediair. Bovendien moeten de personen en instellingen die bepaalde cruciale functies in het bodembeheer vervullen (milieukundige begeleiding, monsterneming bij partijkeuringen, veldwerk, certificatie en inspectie), onafhankelijk zijn van hun opdrachtgever (eigenaar / initiatiefnemer). Functiescheiding en het (laten) uitvoeren van de aangewezen werkzaamheden door erkende bodemintermediairs gelden vanaf de datum dat erkenning verplicht is.