CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Bijlagenboek Ontwerp-Omgevingsvisie.pdf

Raadsvergadering 28 januari 2021, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Ontwerp Omgevingsvisie gemeente Heerenveen25.777 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Zeker voor Fryslân, waarvan bijna 2/3 deel beneden NAP ligt, zijn maatregelen nodig om de veiligheid te kunnen blijven garanderen. Bodemdaling vergroot deze risico’s;  Extremer weer kan ook leiden tot meer ziekten en plagen, met nadelige consequenties voor landbouw en volksgezondheid;  Andere gevolgen zijn versnelde bodemdaling en paalrot in veengebieden, en beperkte mogelijkheden voor doorspoeling met zoet water zijn; veendijken kunnen door langdurige droogte beschadigd raken.

Figuur 3.5 Mogelijke gevolgen van klimaatverandering

Energietransitie Klimaatverandering en de (inter-)nationale afspraken die hierover zijn gemaakt, maken de transitie naar hernieuwbare en schone energie tot een urgent vraagstuk. Het jaarlijkse energieverbruik binnen de gemeente Heerenveen bedraagt momenteel ruim 5.000 TJ waarvan ruim 2.000 TJ gebruikt wordt voor transport, ca. 1.280 TJ door particulieren en 1.900 TJ voor het bedrijfsleven. Een groot deel van de huidige energiemix bestaat uit brandstoffenverbruik ten behoeve van transport (38%) en aardgas dat wordt gebruikt voor de industrie, warm water en de verwarming van gebouwen (42%). Een kleiner aandeel bestaat uit elektriciteit. Ongeveer 4% van de energie wordt duurzaam opgewekt, waarbij houtkachels en biobrandstoffen in transport samen een aanzienlijk deel beslaan (ca. 60%). In de toekomst verwachten we dat een deel van de energietransitie kan worden bereikt door energiebesparing. Voor de resterende energievraag zijn verschillende opties denkbaar, waarbij de verwachting is dat een deel van de benodigde energie voor vervoer en verwarming straks wordt geleverd door middel van elektriciteit. De gevolgen van deze transitie zullen hoe dan ook te zien zijn in het straatbeeld en in het landelijk gebied.

De bovenstaande figuur geeft een indicatie van de hoeveelheid zonnepanelen, windmolens, geothermie of biomassa die nodig is om voldoende elektriciteit, warmte en brandstof te leveren voor de gemeente.

Figuur 3.6 de opgave op het gebied van de energietransitie is ook een ruimtelijke opgave

Het wordt drukker in de bodem en ondergrond Het wordt drukker in de ondergrond. In de diepe ondergrond kunnen ruimteclaims voor gaswinning, geothermie en drinkwaterwinning elkaar bijten. Het Rijk heeft daarom met de Structuurvisie Ondergrond (STRONG) een stap gezet in de ordening van de diepe ondergrond. Meer aan de oppervlakte zoeken we ruimte voor waterberging, bomen, kabels en leidingen. Daarnaast willen we nieuwe netten aanleggen om energie te transporteren (warmtenetten, verzwaarde elektriciteitsnetten) en om te communiceren (glasvezel). De energietransitie vraagt om een nieuwe ordening van de ondergrond: wat doen we met de gasleidingen? Hoe zorgen we er voor dat de warmtenetten en drinkwaterleidingen voldoende uit elkaar liggen zodat deze niet opwarmen? Hoe gaan we om met “verweesde” kabels en leidingen waarvan we niet precies weten of ze in gebruik zijn en die wel ruimte innemen? Daarnaast zitten er verschillende waarden in de ondergrond die we willen benutten voor maatschappelijke opgaven of willen beschermen voor ons nageslacht (zie paragraaf 3.2).

Figuur 3.7 Schematische dwarsdoorsnede van de bodem en ondergrond

Transitie naar een circulaire economie Onze economie is ingericht volgens een lineair model: grondstoffen worden onttrokken aan de natuur, verwerkt tot producten en na gebruik worden afgevoerd als afval. Door uitputting van natuurlijke voorraden, worden bepaalde grond- en hulpstoffen op termijn schaars en zijn onaanvaardbare kostenstijgingen het gevolg. Schaarste en milieudruk vragen om een economisch model dat is ingericht op hergebruik en waarin afval niet meer bestaat; een circulaire economie.

Figuur 3.8 Van lineaire naar circulaire economie Vitaliteit van het landelijk gebied Hetzelfde geldt in zekere zin voor de vitaliteit van het landelijk gebied. De mens is door de eeuwen heen uitstekend in staat gebleken om zijn omgeving naar zijn hand te zetten. Door ingrepen als inpolderen, land bewerken, bebouwen, waterbeheer, maaien en begrazen zijn de huidige cultuurlandschappen gevormd. Door dit soort ingrepen zijn natuurlijke evenwichten verstoord waardoor we nu voor nieuwe opgaven komen te staan, denk aan de degradatie van ecosystemen en afname van de biodiversiteit. Door ruilverkaveling en het vergroten van percelen zijn kenmerkende landschapselementen als houtsingels en slotenpatronen op verschillende plekken verdwenen. Bodemvruchtbaarheid en bodemverdichting Op sommige plekken wordt de natuurlijke bodemvruchtbaarheid aangetast en de (mineralen)balans in de grond verstoord. Naast uitputting van de grond is bodemverdichting een probleem voor het functioneren van het natuurlijk bodemsysteem. Door bewerking met zware machines is de bodem verdicht, waardoor de bovenste

grondlaag als het ware als een deksel op de lagen daaronder ligt. Gevolg is dat deze bovenlaag slecht water en lucht doorlaat. Dit speelt met name op veenbodems, waar de grond makkelijk wordt samengedrukt. Een gezonde bodem moet makkelijk een bui van 40 tot 50 mm water op een dag kunnen absorberen. Verdichting zorgt ervoor:  

dat het meeste water rechtstreeks naar de sloot wordt afgevoerd; weinig water wordt toegevoegd aan het grondwater er weinig vocht wordt vast gehouden;

dat door een tekort aan doorworteling er ook onvoldoende volume aan poriën in de bodem aanwezig is, waardoor er maar in geringe mate sprake is van capillaire opstijging van grondwater. Deze twee zaken maken dat de bodem direct ónder de verdichte bovenlaag droog komt te liggen en zelfs in de winter droog blijft.

De bodem rond Aldeboarn en de Deelen daalt door veenoxidatie Door ontwatering van het veen daalt de bodem in het gebied rondom Aldeboarn en de Deelen. De effecten van bodemdaling zijn onomkeerbaar en ingrijpend voor de inrichting en het gebruik van het gebied, en daarom ook voor de mensen die er wonen, werken en recreëren. Wanneer we het huidige beleid en de huidige maatregelen doorzetten is het veen over honderd jaar nagenoeg verdwenen.

Figuur 3.9 De veenbodem daalt door een cyclisch proces van maaivelddaling, peilverlaging en veenoxidatie De veenweideproblematiek leidt tot verschillende effecten voor de leefomgeving:  Verdroging van hoger gelegen natuurgebieden (zoals de Deelen) en landbouwgronden;  Versnippering van het waterbeheer;  Droogstaande fundering;  Verzakkende wegen en riolering;  30% van de Friese CO2-uitstoot komt door afbraak van het veen in Friesland;  Afname bodemvruchtbaarheid;  Verdwijnen landschappelijke kenmerken, archeologische waarden en natuurwaarden. Terugloop van de biodiversiteit In Nederland is de biodiversiteit teruggelopen naar ca. 15% van de oorspronkelijke, ongestoorde natuursituatie. Nederland voldoet nog niet aan de Europese doelstelling om soorten en habitattypen in gunstige staat te brengen en te houden. In Fryslân is vooral de afname van de aantallen weidevogelsoorten opvallend. Door ontwatering van het veen zullen natuurwaarden die zijn gerelateerd aan de veenbodem op termijn verdwijnen. Plantensoorten die gedijen in natte omstandigheden en vaak zeldzaam zijn, nemen af en voor weidevogels blijft minder voedsel beschikbaar (zie onderstand kader). Op de zandgronden zijn problemen met vermesting en verdroging aan de orde. Op de lange termijn tast de verschraling van het landschap ook de economie in het gebied aan.

Een landschap zonder onderscheidende kenmerken is niet aantrekkelijk om te wonen of te recreëren en op een bodem die zijn natuurlijke vruchtbaarheid verliest, kun je geen landbouw bedrijven. De afname van biodiversiteit, de aantasting van landschappen vragen daarom om een duurzamere verdienmodellen voor het landelijk gebied. Het landelijk gebied krijgt te maken met nieuwe ruimteclaims Door nieuwe stedelijke functies is het landschap rondom Heerenveen de afgelopen decennia flink veranderd (bedrijventerreinen, woningbouw). Daarnaast zijn op verschillende plekken karakteristieke landschapselementen verdwenen door ruilverkaveling en schaalvergrotingsprocessen in de landbouw. Het landschap rondom Heerenveen staat onder druk door de ruimtevraag die nieuwe stedelijke functies met zich mee brengen. Voor het buitengebied van de gemeente geldt dat ook de energietransitie, aanpassing aan klimaatveranderingen en recreatie nieuwe ruimteclaims met zich meebrengen.

3.3

Technologische ontwikkelingen en verandering van de economie

Algemene trends op het gebied van arbeidsmarkt en economie In het kennisdocument Trends, cijfers en ontwikkelingen Friese Leefomgeving (2017) worden een aantal mondiale ontwikkelingen in de mondiale economie benoemd die ook voor de fysieke leefomgeving op Friese schaal gevolgen kunnen hebben:  Arbeid is mobieler en flexibeler geworden, mede door de digitale mogelijkheden. Mensen zijn minder gebonden aan een vaste werkplek, en werken vaker in wisselende verbanden (vast, flexibel en mengvormen). Vooral voor hoger opgeleiden heeft de arbeidsmarkt een internationaal karakter. Het zwaartepunt in de wereldeconomie verschuift, met name naar groeilanden in Azië;  Er is een overgang naar een kenniseconomie (next economy) en er zijn allerlei technologische ontwikkelingen zoals digitalisering, robotisering, biotechnologie, drones en sensoren, virtual-reality en zelfrijdend vervoer. Nieuwe technologieën kunnen ertoe leiden dat banen verdwijnen, maar ze kunnen ook nieuwe werkgelegenheid opleveren;  Mede onder invloed van de internationale concurrentie, zet schaalvergroting van bedrijven en in de landbouw en de onderzoekswereld door.

Tegelijk ontwikkelen zich startups die meestal kleinschalig in nichemarkten beginnen en zich van daaruit ontwikkelen in netwerken met andere partijen;  Op lokaal niveau werken bedrijven en instellingen steeds meer samen; fysieke nabijheid is hierbij van belang. Producenten en consumenten opereren in netwerken (fysiek, sociaal en digitaal) die onderling sterk verbonden zijn, van lokaal tot internationaal; dit zorgt voor sterke vermindering van marginale kosten 3. Het maatschappelijke belang van toekomstbestendige en veilige infra- en informatiestructuren neemt daarmee toe. De richting van deze ontwikkelingen is niet eenduidig. Tegenover schaalvergroting van bedrijven staan kleine vitale bedrijven die flexibel kunnen opereren, en naast globalisering en internationale concurrentie staan lokale en regionale samenwerking en netwerkverbanden. Duidelijk is wel dat informatie, kennis en technologische vernieuwingen de drijvende krachten zijn achter economische ontwikkeling. Bedrijventerreinen en kantoren Voor de toekomst wordt verwacht dat er minder kwantitatieve vraag is naar nieuwe bedrijventerreinen en kantoren. Er is vooral sprake van een vervangingsvraag. Ontwikkelingen als flexibel werken en de transformatie naar nieuwe, hoogproductieve bedrijvigheid leiden tot een kleinere ruimtevraag.

Aan de andere kant ontwikkelen zich ook specifieke bedrijfsvormen die juist extra ruimte vragen. In het Noorden is relatief veel ruimte beschikbaar. Vanwege de ligging aan snelwegen is Heerenveen in de noordelijke context interessant voor logistiek. We krijgen te maken met ontwikkelingen op het gebied van smart logistics (meer geautomatiseerde logistiek). De grootste nieuwe ruimtevraag valt te verwachten uit groothandel (bijvoorbeeld distributiecentra van webwinkels). Kwantitatief gezien zijn er genoeg m2 aan bedrijventerreinen in Fryslân om uit te geven tot 2030. Er blijkt dat vraag naar terreinen alleen op andere locaties en van een ander type is dan er beschikbaar is. In de nabije toekomst krijgt multimodaal goederenvervoer een steeds belangrijkere rol. Goederenvervoer over water is een kosteneffectieve en relatief duurzame vorm van transport voor (bulk)goederen over afstanden groter dan circa 30 kilometer. Groei in activiteiten in de categorie ‘circulaire economie’ en ‘biobased’ (vaak met vervoer over water) vragen om meer ruimte. De toenemende congestie op de weg noodzaakt tot modal shift naar water/spoor. 3 The Zero Marginal Cost Society, Jeremy Rifkin, 2014.

Overige trends met betrekking tot bedrijventerreinen zijn de volgende:  Beschikbaarheid van arbeid en kennis, bereikbaarheid en uitstraling steeds belangrijker;  Levenscyclus van bedrijventerrein wordt korter (steeds verandering nodig);  Verschil tussen MKB en grootschalig neemt toe;  Logistiek is ook in Fryslân een groeisegment;  Productieprocessen worden ruimte efficiënter;  Vraag naar bedrijventerrein vooral uit de traditionele sectoren;  Functiemenging op bedrijventerreinen neemt toe (retail, leisure). Detailhandel en horeca Centrumgebieden krijgen te maken met grotere veranderingen op het gebied detailhandel en horeca. We noemen hier een aantal  Online shopping is niet meer weg te denken uit het dagelijks leven van steeds meer Nederlanders. De groei zet zich onverminderd voort. De smartphone wordt meer en meer benut voor het doen van aankopen, zeker onder jongeren. De verwachting is dat deze groei doorgaat, hetgeen consequenties heeft voor het aantal fysieke winkelmeters;  Blurring en branchevervaging. De grenzen tussen de verschillende productgroepen is aan het verdwijnen. Bouwmarkten verkopen ook planten, tuincentra verkopen tevens huishoudelijke artikelen. Inmiddels zijn er ook mengvormen met andere sectoren (‘blurring’), zoals retail, horeca, cultuur en vermaak.

Een voorbeeld hiervan is de bakker met lunchroom, maar ook zien we steeds vaker bijvoorbeeld kledingzaken of boekwinkels met een horecamogelijkheid;  Wegvallen van het middensegment. Veel bedrijven die in het middensegment opereren hebben te kampen gekregen met een onvoldoende onderscheidend vermogen; vaak is de prijs/kwaliteitverhouding niet meer de juiste. Hierdoor zijn veel formules en bedrijven verdwenen, zoals V&D. Tijdens de economische recessie van de afgelopen jaren is een toename te constateren geweest van het aantal budgetwinkels en tweedehandswinkels;  Beleving en identiteit. Wanneer de consument besluit tot het doen van aankopen in een winkelgebied, dan zijn het eigen gezicht en de beleving van het winkelgebied steeds belangrijker. De keus is groot voor de klant; men kiest voor een gebied waar het aangenaam vertoeven is. De klant wil meer dan in het verleden bewust en gezond eten en genieten. Zo zijn er saladebars in rap tempo bijgekomen, verse producten en kruiden in supermarkten in overvloed, en de bereiding van verse producten in een restaurant vindt plaats in het zicht van de klant. Economie van het buitengebied verandert In het buitengebied van Heerenveen zijn voornamelijk melkveebedrijven actief. Op een aantal plekken in het oostelijke deel van de gemeente komen ook kleinschalige akkerbouw- en tuinbouwbedrijven voor.

Door schaalvergroting nemen de landbouwbedrijven af, terwijl het landbouwareaal veel geleidelijker afneemt. Het buitengebied is ook een plek waar we bewegen, sporten en ontspannen. Recreatie en toerisme wordt een steeds belangrijkere economische drager van het buitengebied. Bij ruimtelijke veranderingen liggen er daarom ook kansen om meer ruimte te creëren voor sporten, fietsen, wandelen, varen, roeien, vissen, survival, ATB-en en ruitersport. Recreatie en toerisme Op het gebied van recreatie en toerisme zijn verschillende trends en ontwikkelingen waar te nemen:  Binnenlands toerisme groeit sterk  Mensen gaan vaker op korte vakantie  Kwaliteit en beleving nemen toe aan belang  Opkomst deeleconomie. Denk aan Air B&B

Specifiek voor waterrecreatie zijn de volgende trends en ontwikkelingen relevant:  Door vergrijzing is er een afnemende markt van traditionele watersporters;  De vloot is in beweging. Zo resulteert de verschuiving van bezit naar gebruik in een groeiende verhuurvloot en een afname van het eigen boot bezit. Deelsegmenten als de zeilvloot zitten in een neergaande spiraal, maar (elektrische) sloepen en boardsporten als SUP (Stand UP Paddling) juist in de lift;  Ook de behoefte van de waterrecreant is in ontwikkeling. De Waterrecreant wil meer dan varen alleen. Waar 'voorheen' het toeven op het water centraal stond, zoekt de waterrecreant nu meer beleving en gezelligheid. De waterrecreant wil de wal op om het achterland te verkennen en verblijft graag in een comfortabele verblijfslocatie die meer biedt dan de boot afmeren (Campervaarder met fietsen aan boord). Heeft de haven een hoge verblijfskwaliteit dan is het een aantrekkelijke uitvalsbasis om de omgeving te verkennen en verlengt de passant het aantal ligdagen.

Bijlage 4 Rijks- en provinciaal beleid In deze bijlage is een overzicht gegeven van de belangrijkste wetgeving en het beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving. Daarbij is uitgegaan van de toekomstige situatie waarbij de Omgevingswet in werking is getreden en het beleid is vastgelegd in diverse Omgevingsvisies. Omgevingswet Omgevingswet is een wet die een verregaande vereenvoudiging van de wetgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving (omgevingsrecht) beoogt. Met deze wet worden 26 wetten en honderden regels op het gebied van water, lucht, bodem, natuur, infrastructuur, gebouwen en cultureel erfgoed gebundeld in één nieuwe wet. De instrumenten die in de wet zijn opgenomen – o.a. de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de Omgevingsvergunning zijn gericht op een integrale benadering van de leefomgeving. Het motto van de Omgevingswet is “Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit”. In de wet komt dit tot uitdrukking door de twee doelstellingen die zijn opgenomen: 1. Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; 2. Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Een belangrijke wijziging van de Omgevingswet voor inwoners is dat de beslissing over een omgevingsvergunning in de toekomst binnen 8 weken wordt genomen.

Daarnaast zijn er veranderingen met betrekking tot participatie bij initiatieven en de rol van de raad bij de besluitvorming over Omgevingsvergunningen. In werking treden van de wet staat gepland op 1 januari 2022. Vier algemene maatregelen van bestuur (BKL, BAL, BBL & OB)  Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen.  Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) bevat, samen met het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving.  Het Omgevingsbesluit (OB) richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de omgevingswet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Woningwet De herziene woningwet uit 2015 is erop gericht dat woningcorporaties terugkeren naar hun kerntaak: het bouwen, verhuren en beheren van sociale huurwoningen aan mensen met een laag inkomen of aan mensen die om een andere reden moeilijk passende huisvesting kunnen vinden.

In de wet is vastgelegd dat gemeenten een woonvisie maken. Op basis daarvan maken gemeente, woningbouwcorporaties en huurderbelangenverenigingen jaarlijks afspraken over de uitvoering van de woonvisie (prestatieafspraken). Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming staan beschermingsregels voor de Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Vanwege de inwerkingtreding van deze wet op 1 januari 2017 zijn de Floraen faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet komen te vervallen. Zowel de bescherming van soorten als gebieden zijn nu in de Wet natuurbescherming geregeld. Mijnbouwwet Op grond van de Mijnbouwwet is het Ministerie van Economische Zaken en klimaat bevoegd voor:  De winning van diepe delfstoffen (aardolie, aardgas, zout) en het opslaan van stoffen en gassen op een diepte van meer dan 100 meter (CO2);  De winning van aardwarmte op een diepte van meer dan 500 meter. Bij de besluitvorming houdt de minister rekening met de wettelijke criteria:  Veiligheid en voorkomen van schade;  Planmatig beheer en gebruik van delfstoffen;  Nadelige gevolgen voor milieu;  Nadelige gevolgen voor natuur. Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) aangeboden bij de Tweede Kamer.

De NOVI bevat een integraal langetermijnperspectief voor de ontwikkeling en inrichting van de fysieke leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn 21 Nationale Belangen opgenomen. Daarbij is per belang aangeven welke opgave er ligt en welke Rijksrol er is. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om:  Het waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties  Het waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving Voor alle Nationale Belangen heeft het Rijk een systeemverantwoordelijkheid. Ze ziet daarbij toe op de uitvoering door andere overheden. Bij een aantal is het Rijk ook eindverantwoordelijk voor het halen van de doelen (resultaatverantwoordelijkheid). In de NOVI beschrijft een aantal algemene inrichtingsprincipes die het Rijk van Nationaal belang vindt: 1. Ruimtebeslag beperken door combineren; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen van problemen voorkomen. De NOVI geeft richting aan vier prioritaire opgaven: 1. Ruimte voor klimaatverandering en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland

3. Sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio's met voldoende ruimte om te wonen, werken en bewegen 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Bij deze vier prioritaire opgaven horen diverse beleidskeuzes. Bijvoorbeeld omdat ruimte wordt gereserveerd voor het opvangen van klimaatgevolgen en de benodigde (Nationale) Energieinfrastructuur of doordat er bepaalde ordeningsprincipes van toepassing zijn op de realisatie van zonneparken (zonneladder) of de planning van nieuw kantoren, bedrijventerreinen en grootschalige winkelbedrijven. De ladder voor duurzame verstedelijking komt in diverse beleidskeuzes terug:  We realiseren de opgave van duurzame energie met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies (beleidskeuze 1.3)  Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot) winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken (keuze 2.7)  Nieuwe vestiging van toeristische attracties vindt bij voorkeur plaats buiten de huidige toplocaties en in nabijheid van OV of bestaande aansluitingen op het hoofdwegennet. Voor een goede balans tussen toeristische druk en draagkracht van de leefomgeving stellen gemeenten en provincies een toeristische ontwikkelstrategie op.

Waar nodig en mogelijk ondersteunt het Rijk de provincies en gemeenten bij spreiding van het toerisme, voor een balans tussen de economie en leefomgeving (keuze 2.8)  Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio, toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op ruimte- en mobiliteitsefficiënte wijze ingepast. Het woningaanbod in de regio’s sluit daarbij aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse (keuze 3.3  Voor de bestaande bebouwing zetten we in op een integratie van stedelijke ontwikkeling en beheer om te komen tot een efficiënte aanpak van de vele opgaven daar (keuze 3.4) Er komt meer sturing op de vestiging van distributiecentra. Samen met de provincies wil het Rijk de realisatie van logistieke functies in eerste aanleg concentreren op bestaande terreinen en in specifieke corridors, en alleen indien aantoonbaar nodig daarbuiten. Afstemming over locaties

gebeurt via de Omgevingsagenda’s (op landsdeling niveau). Daarnaast krijgen gemeenten krijgen de bevoegdheid zonnepanelen op het dak bij nieuwe centra te verplichten. Gezondheid speelt een meer nadrukkelijke rol. We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert en we verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (keuze 3.5). Ook is er meer aandacht voor de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Er komt een Nationaal Programma voor het landelijk gebied. Dit Programma bevat een lange termijn aanpak voor het landelijk gebied, met aandacht voor robuuste natuur, bufferzones rond Natura 2000gebieden en ruimte voor agrarische functies in de voor gebieden die goed geschikt zijn voor landbouw. Naar verwachting zal hierin aandacht worden besteed aan de problematiek van de veenweidegebieden. Uit de eerdere kabinetsbrief: “Uitgangspunt is hier dat de benadering gaat veranderen: overheden zullen in samenwerking met de mensen die wonen en werken in de gebieden steeds minder ‘peil volgt functie’ en steeds vaker ‘functie volgt peil’ hanteren. Samen met waterschappen, provincies en betrokkenen in het gebied gaat het Rijk hierop sturen, waarbij we zo nodig per polder bekijken welke maatregelen wenselijk en mogelijk zijn.

Hierbij nemen we de gevolgen voor klimaatverandering mee. Voor bepaalde gebieden zal dit verdere vernatting betekenen.” Uitvoeringsinstrumenten De NOVI is alleen direct bindend voor beleidsontwikkeling van het Rijk. Indirect kunnen de beleidskeuzes in de NOVI gevolgen voor de gemeente Heerenveen. Bijvoorbeeld omdat ze worden uitgewerkt in wetgeving, in bestuurlijke afspraken of in programma’s. De NOVI bevat een breed palet aan uitvoeringsinstrumenten.  Wetgeving (instructieregels via Amvb’s)  NOVI-gebieden  Omgevingsagenda’s. Deze zijn bedoeld voor de afstemming van opgaven en instappingen op landsdelig niveau en komen in de plaats het huidige MIRT-overleg (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport). Voor Heerveen is de Omgevingsagenda Noord-NL van belang.  Er zijn diverse Nationale Programma’s aangekondigd. Hierin wordt het beleid uitgewerkt voor specifieke onderwerpen of gebieden. Provinciale Omgevingsvisie Provinciale Staten hebben in hun vergadering van 23 september 2020 de Provinciale Omgevingsvisie Romte Diele vastgesteld. De provincie Fryslân beschikt hiermee, vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet, over een visie waarin het integrale provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving is opgenomen op een hoog abstractieniveau en voor de lange termijn. Het is geen blauwdruk voor hoe Fryslân er over 20 of 30 jaar uit zal zien.

Er staat in waar we met Fryslân naar toe willen: de ambitie en doelen voor de toekomst.

Als hulpmiddel bij het maken van keuzes voor de ruimtelijke inrichting van de leefomgeving zijn principes benoemd. Hiermee willen we zoveel mogelijk sturen op doelen en minder op regels en maatwerk mogelijk maken (zie onderstaande figuur).

De visie richt zich op het orde houden van de basiskwaliteit van de Friese fysieke leefomgeving. Daarnaast zijn er doelstellingen en acties beschreven voor de volgende vier urgente opgaven. Relevant voor Heerenveen zijn onder ander de volgende doelstellingen en acties: 

Fryslân houdt de leefomgeving leefbaar, vitaal en bereikbaar o Grootschalig opknappen van bestaande bebouwing o Aanbod woningen afstemmen op bevolking o Samen met partners inzetten op circulaire economie en innovatie o Onderzoeken van fietssnelwegen (irt herstructurering OV) o Acties richting het Rijk om de Lelylijn gerealiseerde te krijgen Fryslân zet de energietransitie met kracht voort o Investeren in energiebesparing o Samen met partners de RES en bossenstrategie opstellen

o o

Extra inspanningen doen voor zonnepanelen op daken Het aantal solitaire windmolens terugdringen en saneren (meerdere bestaande molens vervangen door een nieuwe) o Bij onze inzet voor landinrichting, grondbeleid en natuur-inclusieve landbouw, verduurzaming een plek geven Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht o Acties in het kader van een klimaabestendig watersysteem o Waterveiligheid o Voldoende water, beperken van wateroverlast en de gevolgen van droogte en hitte o Schoon water Fryslân versterkt de biodiversiteit o Samen met partners op programmaniveau uitwerken o Basis op orde: afronden, inrichten en beheren natuurnetwerk o Vergroten betrokkenheid van inwoners bij natuur en agrarisch natuurbeheer

De Omgevingsvisie bindt alleen de Provincie zelf. Juridische doorwerking van de Omgevingsvisie in regelgeving voor andere overheden verloopt via de Omgevingsverordening (zie onderstaand). De Omgevingsvisie vervangt de strategische delen uit het Streekplan, het Milieubeleidsplan, Waterhuishoudingsplan en Verkeer- en Vervoerplan en bevat ook de provinciale Natuurvisie. De meer uitvoerende onderdelen van deze plannen lopen nog door tot de nieuwe programma's klaar zijn. Uitwerking van de Omgevingsvisie gaat plaatsvinden in concretere korter lopende Omgevingsprogramma's. Met de voorbereiding van een aantal van die programma's is al gestart of zijn we al aan de slag met onze partners: zoals het Veenweideprogramma, Programma Mobiliteit, Regionaal Waterprogramma, Programma biodiversiteit en natuur en het Programma Energietransitie waarin o.a. de resultaten van de Regionale Energiestrategie (RES) opgenomen zullen worden. Grutsk op ‘e Romte Grutsk op ‘e Romte is een thematische structuurvisie (over landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang) en is voor dit thema een kader dat gebruikt wordt bij ruimtelijke afwegingen. Grutsk op ‘e Romte is als procesvereiste in de verordening Romte opgenomen.

Dat betekent dat vereist wordt dat bij het opstellen van een ruimtelijk plan een analyse wordt gemaakt van de aanwezige waarden in het plangebied, in het bijzonder van de landschappelijke en cultuurhistorische structuren. Veenweidevisie De Veenweidevisie is gericht op het voorkomen en vertragen van bodemdaling in de veenweidegebieden. Daarnaast is het economische perspectief van de boeren en inwoners in de gebieden van belang. In de Veenweidevisie zijn een aantal generieke beleidsuitgangspunten opgenomen en een aantal gebiedsgerichte strategieën. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen gebieden waar veenlaag te dun is (veendikte <80 cm), gebieden waar de veenoxidatie vertraagd kan worden (veendikte >80 cm) en gebieden waar een nog dikke veenlaag aanwezig is. In deze zogenaamde kansrijke gebieden wordt ingezet op een koppeling van meerdere opgaven.

Veenweideprogramma 2021-2030 (ontwerp) Provincie, Wetterskip en verschillende gebiedspartners werken aan de voorbereiding van een Veenweideprogramma voor de periode 2021-2030. OP dit moment ligt het ontwerp-Veenweideprogramma ter inzage. Na vaststelling vervangt veenweideprogramma de Veenweidevisie Met het veenweideprogramma wordt ingezet op vier strategische doelstellingen: 1. De negatieve effecten van bodemdaling zijn verminderd (gemiddeld 0,2 cm minder bodemdaling per jaar; daarnaast beperken, mitigeren en compenseren van negatieve effecten); 2.

De uitstoot van broeikasgassen uit de veenbodem is met 0,4 megaton (Mton) CO2 equivalenten per jaar afgenomen;

3.

De landbouw heeft een duurzaam toekomstperspectief;

4.

Het watersysteem is waterrobuust en klimaatbestendig ingericht

Maatregelen en acties worden zoveel mogelijk gekoppeld aan andere, algemene doelen, zoals biodiversiteit, duurzame energie, vermindering stikstofdepositie, waterkwaliteit. Op die manier is meerwaarde te bereiken en worden zaken in een gebied in een keer aangepakt. De strategie is om deze doelen te bereiken kent een aantal essentiële onderdelen:  We richten ons op hogere grondwaterstanden, in eerste instantie voor de veengebieden met een veenpakket van meer dan 80 cm dik omdat daar de meeste winst te halen is;  Ondanks het feit dat het om maatschappelijk geld gaat waarover de overheden uiteindelijk keuzes moeten maken en verantwoordelijk is, willen de overheden zo veel mogelijk een ondersteunende en faciliterende rol innemen. In het programma is nadrukkelijk opgenomen dat we het samen doen en van onderop.;  De structurele veranderingen die nodig zijn vragen om een integrale benadering en brede samenwerking tussen partijen in en buiten het gebied. Met een adaptieve aanpak wordt bijgestuurd op basis van nieuwe kennis en ontwikkelingen. Dit gaat gepaard met dynamisch programmeren en financieren. Naarmate de kennis zich verder ontwikkelt, onzekerheden verminderen en experimenten blijken te werken, verschuift de balans meer en meer naar uitvoering. Aansluitend bij het nationale Veenplan zijn ijkmomenten ingebouwd in 2022 en 2026.

 We steunen de landbouw in de noodzakelijke aanpassingen. We zorgen daarom voor een goed flankerend beleid en zullen ook een beroep doen op rijksmiddelen en Europese middelen.

Verordening Romte De Verordening Romte Fryslân 2014 bevat regels voor het ruimtelijke plannen en projecten en vormt daarmee een juridische vertaling van het ruimtelijk beleid. De verordening bevat regels voor de inpassing van ontwikkeling in landelijk gebied. Nieuwe stedelijke functies dienen te passen bij de aard en omvang van de kern (kernenbeleid). Binnen bestaand bebouwd gebied laat zij meer ruimte voor afweging door gemeente zelf. De Verordening Romte vervalt op het moment dat er een Omgevingsverordening door de Provincie wordt vastgesteld. Provinciale Milieuverordening In de Provinciale Milieuverordening zijn regels opgenomen voor:  De bescherming van gebieden rond drinkwaterwinning (waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden). In waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden

  

gelden beperkingen voor bedrijfsmatige functies, het toepassen van verontreinigde grond of het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Stiltegebieden. In deze gebieden zijn geen lawaaiige (bedrijfs-)activiteiten toegestaan; Verzuringsgevoelige natuurgebieden; sanering van spoedlocaties bodemverontreiniging.

De Provinciale Milieuverordening vervalt op het moment dat er een Omgevingsverordening door de Provincie wordt vastgesteld. Omgevingsverordening Op dit moment wordt gewerkt aan een vertaling van de Omgevingsvisie naar de Omgevingsverordening. Deze verordening komt aan de orde zodra de Omgevingswet in werking is getreden. Zolang de Omgevingsverordening nog niet in werking treedt, blijven de huidige verordeningen voor de fysieke leefomgeving gewoon gelden (Romte, milieu, natuur, water, wegen en vaarwegen etc.).

BIJLAGE 5 OVERZICHT STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN 2030 / 2040 VOOR DE VIER KERNOPGAVEN In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de strategische doelstellingen en de acties voor de vier kernopgaven.

Kernopgave 1 Werken aan Heerenveen als (boven)regionaal centrum voor (top)sport, werk en voorzieningen Wat zien we gebeuren? 1. De vraag naar bedrijventerrein en kantoren is een kwalitatieve vraag geworden 2. Onze grondstoffen worden schaarser en natuurlijke voorraden raken uitgeput 3. Slimme logistiek wordt steeds belangrijker 4. Het aantal vierkante meters winkeloppervlak neemt af en in de centrumgebieden is meer behoefte aan verblijfskwaliteit en beleving 5. De (auto)mobiliteit blijft toenemen en zet de bereikbaarheid onder druk. 6. Er is een lobby gestart rond de realisatie van de Lelylijn 7. De vrijetijdseconomie biedt nieuwe kansen Wat willen we op de lange termijn bereiken? (2040) In 2040 is Heerenveen een gemeente met: 1. Een herkenbaar en versterkt (top)sportprofiel 2. Een belangrijke regionale functie op het gebied van werkgelegenheid, zorg, cultuur, recreatie en detailhandel 3. Een circulaire economie, waar afvalstoffen als grondstof worden ingezet 4. Goede verbindingen naar andere economische kerngebieden Aan welke global goals dragen we bij? 1. Fatsoenlijk werk en economische groei (SDG 8) 2. Industrie, innovatie en infrastructuur (SDG 9) 3. Verantwoorde consumptie en productie (SDG 12)

Welk concreet resultaat willen we op de middellange termijn zien? (tot 2030) 1. Het economisch profiel van Heerenveen is verder versterkt door innovatie, samenwerking, clustervorming en nieuwe bedrijven op het gebied van: a. Sport, vitaliteit & voeding b. Circulaire economie (Circular Valley) c. Slimme en duurzame logistiek 2. Het ondernemersklimaat is verbeterd door betere dienstverlening aan bedrijven 3. Het vestigingsklimaat is verbeterd door: a. Realisatie bedrijventerrein Klaverblad Noordoost b. Toekomstbestendig maken bestaande bedrijventerreinen c. Aantrekkelijker en vitalere Centrumgebieden Heerenveen, Akkrum, Aldeboarn en Jubbega d. Toename dynamiek in de gebieden rondom Abe Lenstra / Sportstad en het Thialf e. Optimale bereikbaarheid van bedrijventerreinen en centrumgebieden f. Vrijetijdseconomie als een belangrijke economische pijler en merkbare bijdrage van recreatieve voorzieningen aan het woon- en leefklimaat van Heerenveen Wat doen we nu al? Wat gaan we nog meer doen?  Ons bedrijventerreinenbeleid is op orde  We werken aan een multifunctioneel gebruik van de stadiongebieden  We verbeteren de bereikbaarheid rond Heerenveen (o.a.

 We geven vorm aan Circular Valley afritten A32)  We realiseren Klaverblad Noordoost  We werken samen met bedrijven aan maatschappelijke  We onderzoeken de knelpunten en potentie van bestaande bedrijventerreinen opgaven (missiegedreven economie)  We maken een visie voor het Stationsgebied  We werken samen aan aantrekkelijke centrumgebieden  We agenderen bereikbaarheidskansen en -knelpunten zoals de Lelylijn en het  We werken samen aan slimme groei vrijetijdseconomie functioneren van de snelwegen A7/A32  We actualiseren ons beleid op het gebied van detailhandel en horeca

Kernopgave 2 Bouwen aan toekomstbestendige woningen Wat zien we gebeuren? 1. De huishoudensgroei en de vraag naar nieuwbouw neemt af 2. Voor sommige groepen is het lastiger om een geschikte en betaalbare woning te vinden 3. De woningvoorraad en woonomgeving moeten aangepast aan veranderende omstandigheden zoals vergrijzing, energietransitie en klimaatverandering 4. Er is leegstand in de centrumgebieden, hierdoor is meer verblijfskwaliteit gewenst en een kwalitatief hoogwaardiger woningaanbod Wat willen we op de lange termijn bereiken? (2040) In 2040 is Heerenveen gemeente waar: 1. Het woningaanbod van goede kwaliteit, divers en betaalbaar is 2. We energieneutraal zijn (95% CO2-reductie) en we energiearmoede voorkomen 3. Wijken en dorpen een gemengde bevolkingssamenstelling hebben qua leeftijd, inkomensniveau en huishoudenssamenstelling Aan welke global goals dragen we bij? 1. Steden en dorpen veilig, veerkrachtig, duurzaam (SDG11) 2. Betaalbare en duurzame energie voor iedereen (SDG7)

Welk concreet resultaat willen we op de middellange termijn zien? (tot 2030) 1. Nieuwe woningen zijn grotendeels gerealiseerd binnen bestaand bebouwd gebied 2. We hebben 40% duurzame energie en 49% CO2-reductie bereikt 3. Verouderde woningen zijn gerenoveerd of vervangen, met prioriteit voor de woningen die zijn gebouwd tussen 1945 en 1969 4. Heerenveen centrum is versterkt door een aantrekkelijke openbare ruimte, transformatie van leegstaand vastgoed en het toevoegen van kwalitatief hoogwaardig woningaanbod 5. De kwantiteit en de kwaliteit van de sociale woningvoorraad is op peil Wat doen we nu al?  We actualiseren ons woonbeleid en ons woningbouwprogramma  We ronden woningbouwlocaties Skoatterwâld, de Eide en de Fjilden af  We werken met woningbouwcorporaties en ontwikkelaars aan verschillende inbreidings- en transformatielocaties  Met het welstandsbeleid en de nota cultuurhistorie sturen we op de kwaliteit van de gebouwde omgeving

Wat gaan we nog meer doen?  We verkennen de toekomstige woningvraag (o.a. mogelijkheden voor nieuwe uitbreidingswijken)  Met uitkomsten van de G1000 werken we aan de transformatie van het centrum van Heerenveen  Bij wijkvernieuwing en grote inbreidingslocaties kiezen we voor een diverse samenstelling van de woningvoorraad  In kleine dorpen richten we ons op inbreiding en transformatie  We maken een visie voor de ontwikkeling van de A32-zone

Kernopgave 3 Zorgen voor gezonde, klimaatbestendige en leefbare wijken en dorpen Wat zien we gebeuren? 1. Gezondheidsvraagstukken veranderen door vergrijzing en klimaatverandering 2. De samenleving individualiseert en niet iedereen kan daarin goed meekomen 3. Het klimaat verandert; weersextremen nemen toe 4. (Auto)mobiliteit neemt toe 5. De draagkracht voor voorzieningen neemt af Welke ambitie hebben we voor de lange termijn? (2040) In 2040 is Heerenveen een gemeente waar: 1. Inwoners zo lang mogelijk gezond en vitaal leven 2. Voldoende plekken zijn om te spelen, te sporten, te ontmoeten en te verblijven 3. De openbare ruimte klimaatbestendig is ingericht en optimaal ruimte geeft aan biodiversiteit 4. Bewegen op de fiets of te voet optimaal wordt gestimuleerd 5. Het aanbod op het gebied van recreatie, cultuur en evenementen aantrekkelijk is 6. Voorzieningen bereikbaar zijn Aan welke global goals dragen we bij? 1. Gezondheid en welzijn (SDG3) 2. Toegang tot goed onderwijs (SDG4) 3. Schoon water en sanitair (SDG 6) 4. Verminderen ongelijkheid (SDG 10) 5. Steden en dorpen veilig, veerkrachtig, duurzaam (SDG11) 6. Aanpak klimaatverandering (SDG 13) 7. Beschermen ecosystemen en biodiversiteit (SDG 14-15)

Welk concreet resultaat willen we op de middellange termijn zien? (2030) 1. De gezondheid van inwoners is toegenomen 2. (Nieuwe) extra gevoelige functies zijn gebouwd op gezonde plekken 3. De belangrijkste knelpunten op het gebied van klimaatadaptatie zijn aangepakt en de biodiversiteit is versterkt 4. Een substantieel groter aandeel van de verplaatsingen bestaat uit lopen en fietsen 5. Alle openbare gebouwen en de openbare ruimte zijn toegankelijk voor mensen met een beperking 6. Het aanbod recreatie, cultuur en evenementen sluit aan bij de behoeften van onze inwoners en bezoekers 7. 80% van de inwoners is tevreden over de leefbaarheid in hun wijk of dorp. Minstens 30% draagt hier actief aan bij Wat doen we nu al? Wat gaan we nog meer doen?  We werken vanuit het sociaal domein aan de gezondheid van  We bouwen nieuwe scholen, kinderopvang en zorgfuncties op gezonde onze inwoners (uitvoering Wmo-, sport- en preventief plekken gezondheidsbeleid)  We stimuleren dagelijkse beweging door spelen, fietsen en wandelen nog  We werken aan een herkenbare en aantrekkelijke openbare meer te faciliteren ruimte en versterken de groenstructuur  We houden wijken en dorpen leefbaar en voorzieningen bereikbaar  Samen met inwoners werken aan de leefbaarheid van wijken en dorpen  We vergroten de toegankelijkheid van gebouwen en de openbare ruimte voor groepen met een beperking

Kernopgave 4 Versterken van de kwaliteit en de veerkracht van het landelijk gebied Wat zien we gebeuren? Uit bijlage 2 en 3 komen de volgende opgaven naar voren: 1. Klimaatverandering en bodemdaling in het veenweidegebied leidt tot verdroging in hoger gelegen gebieden 2. Het landelijk gebied verandert door schaalvergroting van de landbouw 3. Er komen nieuwe ruimteclaims op het landelijk gebied af (energietransitie, klimaatadaptatie en verstedelijking) 4. De biodiversiteit neemt af en ecosystemen kunnen zich minder goed herstellen Welke ambitie hebben we voor de lange termijn? (2040) In 2040 is Heerenveen een gemeente waar: 1. Verschillende landschapstypen herkenbaar en beleefbaar zijn 2. Ecosystemen veerkrachtiger zijn en de soortenrijkdom is toegenomen 3. Boeren en (recreatie)ondernemers in het buitengebied economisch perspectief hebben 4. De leefbaarheid van het platteland is toegenomen Aan welke global goals dragen we bij? 1. Einde aan honger, voedselzekerheid, duurzame landbouw (SDG 2) 2. Schoon water en sanitair (SDG 6) 3. Betaalbare en duurzame energie voor iedereen (SDG7) 4. Aanpak klimaatverandering (SDG 13) 5. Beschermen ecosystemen en biodiversiteit (SDG 14-15)

Welk concreet resultaat willen we op de middellange termijn zien? (tot 2030) 1. De kwaliteit en de contrasten van de landschappen rondom Heerenveen zijn toegenomen 2. 40% van de energievraag wordt duurzaam opgewekt. Deze opwekcapaciteit is goed ingepast in het landschap 3. We hebben zichtbare stappen gezet op weg naar natuurinclusieve landbouw 4. Het recreatieve gebruik van het buitengebied is toegenomen 5. Vrijkomende agrarische bedrijven hebben een passende bestemming gekregen 6. Wat doen we nu al? Wat gaan we nog meer doen?  We beschermen de landschappelijke kernkwaliteiten  Grote ontwikkelingen gaan gepaard met nieuwe investeringen in het landschap;  Samen werken aan een natuurlijker bodem- en  We werken samen aan natuurinclusieve landbouw en het natuurnetwerk grondwatersysteem  We faciliteren kleinschalige recreatieve ontwikkelingen in het landelijk gebied  Samen werken aan beter verbonden natuurnetwerk  We maken meer mogelijk op agrarische erven  We geven een nieuwe bestemming vrijkomende agrarische bedrijven  We werken samen aan de Regionale Energiestrategie

Bijlage 6 Overzicht Programma’s: Nieuw, actueel en verouderd beleid In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van beleid dat wordt vervangen door de Omgevingsvisie, beleid dat onder de Omgevingswet wordt aangemerkt als programma en nieuwe programma’s die in de Omgevingsvisie worden aangekondigd. NB. In dit overzicht is geen volledige opsomming van al het gemeentelijk beleid opgenomen, maar het beleid dat raakt aan de doelstellingen en de reikwijdte van de Omgevingswet en de Omgevingsvisie Aangekondigde (nieuwe) programma’s In de Omgevingsvisie worden ook een aantal nieuwe programma’s aangekondigd:  Visie Circular Valley  Plan Waterrecreatie  Fietsplan  Transitievisie warmte  Beleidsplan Civiel technische Kunstwerken  Beleidsplan Oever -en Kadebescherming  Beleidsplan Wegen  Programma Groenstructuur  Bodem en ondergrond  Uitwerking kwaliteitsimpuls landschap  Bedrijvigheid in het buitengebied (Voormalig agrarische bedrijven, nevenfuncties, etc)  Stationsgebied Heerenveen  Akkrum, Centrum  Jubbega, Centrum  Aldeboarn, Centrum  A32-zone  Gebiedsplan Aldeboarn-de Deelen Te actualiseren beleid (worden programma’s) In de Omgevingsvisie wordt op diverse punten een actualisatie van het beleid aangekondigd.

De volgende beleidsdocumenten blijven voorlopig van toepassing, maar worden in de komende jaren vervangen door een nieuw programma:  Beleidskader Zonneparken (2016)  Beleidsnotitie Windenergie (2005)  Integrale detailhandelsvisie (2011)  Het aanloopgebied in het detailhandelsbeleid (2012)  Verkenning economische samenwerking F4 (2012)  Samenwerkingsagenda Provincie Fryslân – Gemeente Heerenveen (2011)  Beleidsnotitie antennemasten (2001)  Reclamemastenbeleid (2005)  Gemeentelijk Waterplan (2003)

            

Actualisatie Beleidsplan Wegen 2013-2017 Bermbeheerplan (1995) Harmonisatie bestemmingsplannen buitengebied (2017) Participatie- en inspraakverordening (2016) Verordening burgerinitiatief (2016) Notitie recreatie en toerisme 2015-2018 Kwaliteitsplan kapitaalgoederen en beheer openbare ruimte 2016-2020 Herijking toekomstperspectief huisvesting Basisonderwijs (2016) Integraal Veiligheidsbeleid. Samen Veilig, Samen Doen! 2017-2021 Erfgoednota (2010) Woonvisie 2015-2020 Notitie hogere waarden (2007) Beleidsnotitie Bedrijvigheid in het Buitengebied (1999)

Actueel beleid (programma’s van rechtswege) De volgende beleidsstukken zijn recent vastgesteld of qua uitgangspunten nog actueel. Deze stukken worden na het in werking treden van de Omgevingswet (van rechtswege) gezien als een programma. Het gaat om de volgende stukken:  Duurzaamheidsprogramma (2019)  Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie / biodiversiteit (2020)  Economisch beleid 2020-2030  Regionaal plan Bedrijventerreinen (2019)  Nota grondbeleid (2013)  Beleidsnotitie Geur (2015)  Lichtbeleid (2020)  Actualisatie bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer (2015)  Beleidsnotitie Gaswinning (2019)  Evenementenbeleid (2013)  Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (2017)  Parkeervisie (2017)  Nota parkeernormen en Mobiliteitsfonds (2020)  Fietsagenda Zuidoost-Friesland 2019-2023  Regionaal Veiligheidsplan 2020-2023  Centrumvisie: Centrum Heerenveen: Ook ’n Gouden Plan (2019)  Welstandsnota (2016)  Speelplan Heerenveen (2015)  Sport- en beweegvisie 2017-2025  Cultuurnota (2017)  Kadernota Sociaal Domein 2019-2025  Ontwikkelingsplan Woonservicezones Heerenveen (2007-2020)  Beleidsplan Gladheidbestrijding 2020 – 2025  Hart voor Accommodaties 2008-2014  Actualisatie Accommodatieplan Sport (2016)  Watertakenplan 2021-2025

Verouderd beleid (wordt vervangen door de Omgevingsvisie) De Omgevingsvisie vervang een aantal verouderde beleidsstukken:  Bedrijventerreinenvisie 2010-2020  Kantorenbeleid (2014)  Landschapsbeleidsplan ZOF (2003)  Gemeentelijk Milieuprogramma (2013)  Structuurvisie Boarnsterhim 2018  Ontwikkelvisie Het Oranjewoud (2013)  Integrale visie A7-zone (2005)

Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan

GVVP 2017

Vastgesteld door de raad op: 17 december 2017

Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan

Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Gemeentelijke herindeling

3 3

1.2 Aanleiding

3

1.3 Doel en reikwijdte gemeentelijk verkeers- en vervoerplan (GVVP)

3

1.4 Leeswijzer

3

2 Onderdelen GVVP 2.1 Startnotitie

4 4

2.2 Ambitiedocument

4

2.3 Beleidsgedeelte

4

2.4 Uitvoeringsprogramma

4

3 Huidig verkeers- en vervoerbeleid 3.1 Landelijk

5 5

3.2 Provinciaal

5

3.3 Gemeentelijk

6

4 Waar staan we nu. 4.1 Infrastructurele maatregelen en projecten

7 7

4.2 Verkeerseducatie en handhaving

7

4.3 Effecten op verkeersveiligheid

7

5 Uitdagingen als opmaat naar ambities en doelen 5.1 Maatschappelijke ontwikkelingen

10 10

5.2 Aandachtspunten voor Heerenveen

10

6 Ambities en doelstellingen verkeers- en vervoerbeleid 6.1 Doelstellingen verkeers- en vervoerbeleid

12 12

6.2 Manier van werken

13

6.3 Investeringsruimte

14

7 Beleidsthema’s 7.1 Inrichting wegen (categorisering)

15 15

7.2 Gedragsbeïnvloeding

18

7.3 Gemotoriseerd verkeer

19

7.4 Fietsverkeer

20

7.5 Voetgangers en toegankelijkheid

22

7.6 Openbaar vervoer

23

7.7 Vracht- en landbouwverkeer

24

Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan

1 Inleiding 1.1 Gemeentelijke herindeling De gemeente Heerenveen is op 1 januari 2014 uitgebreid met de dorpen Nieuwebrug en Haskerdijken van de voormalige gemeente Skarsterlân en het zuidelijke deel van de per 1 januari 2014 opgeheven gemeente Boarnsterhim (Akkrum, Aldeboarn en Nes). De gemeente Heerenveen telt nu iets meer dan 50.000 inwoners, zestien officiële kernen, waarvan de plaats Heerenveen veruit de grootste is. 1.2 Aanleiding Het is tijd voor een actuele gemeentelijke visie op het gebied van verkeer en vervoer. Aan de ene kant omdat het wettelijk verplicht is een eenduidig en samenhangend verkeer- en vervoerbeleid te voeren en de acties uit het GVVP van 2005 grotendeels zijn uitgevoerd. Aan de andere kant omdat er veel veranderd in de wereld om ons heen. De vele ontwikkelingen op zowel landelijk als lokaal niveau zijn een goede aanleiding om de visie op verkeer en vervoer te actualiseren. 1.3 Doel en reikwijdte gemeentelijk verkeers- en vervoerplan (GVVP) De komende jaren dient dit GVVP als leidraad voor te nemen beslissingen op verkeersgebied. De ambities en beleidsdoelstellingen kennen een looptijd van ongeveer 10 jaar. De te nemen maatregelen die hieruit voortvloeien, het uitvoeringsprogramma, wordt elke 3 jaar geactualiseerd.

1.4 Leeswijzer Dit gemeentelijk verkeers- en vervoerplan (GVVP) geeft een beschrijving van de evaluatie van het huidige verkeers- en vervoerbeleid. Waar staan we en waar bevinden zich nog knelpunten. Hoe kan vanuit het verkeersbeleid (de ambities) de komende jaren worden ingespeeld op de wensen van belanghebbenden. En hoe geven we uitvoering aan het beleid. Welke maatregelen zijn waar nodig en wat zijn de kosten.

Samenvatting ‘Inleiding’ -

Gemeentelijke herindeling GVVP verplicht, verouderd, kaders en focus veranderen GVVP leidraad voor beslissingen op verkeersgebied Ambities 10 jaar, uitvoeringsprogramma 3 jaar

3

Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan

2 Onderdelen GVVP Het nieuwe GVVP is een plan dat in overleg met belanghebbenden is opgesteld. Participatie en afstemming met verschillende belangengroepen vormde hierbij de rode draad. 2.1 Startnotitie In de startnotitie GVVP, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 september 2016, is het proces beschreven dat tot dit nieuwe GVVP heeft geleid. Inhoudelijke kaders, planning, communicatie en besluitvorming maken daar deel van uit. 2.2 Ambitiedocument Het ambitiedocument, welke door het college is vastgesteld op 28 maart 2017, bevat een terugblik op het gevoerde verkeers- en vervoerbeleid. Op basis van ontwikkelingen en landelijke en provinciale kaders is aangegeven welke richting het verkeers- en vervoerbeleid moet krijgen. De ambities en doelstellingen zijn mede door sessies met de raad, klankbordgroep (die bestond uit vertegenwoordigers van diverse wijk- en dorpsbelangen) en andere beleidsvelden tot stand gekomen. 2.3 Beleidsgedeelte In het GVVP dat voor u ligt zijn de ambities en doelstellingen uitgewerkt in thematische programma’s, vertaald naar praktisch toe te passen richtingen voor de uitwerking op straat. De uitwerking is onder andere in overleg met de klankbordgroep en diverse organisaties zoals de fietsersbond tot stand gekomen.

2.4 Uitvoeringsprogramma In het uitvoeringsprogramma is aangegeven welke acties en maatregelen de komende jaren uitgevoerd worden om de ambities en doelstellingen voor de komende 10 jaar waar te maken. Samenvatting ‘Onderdelen GVVP’ -

Een plan van alle belanghebbenden Startnotitie: verkenningsfase, planning en proces Ambitiedocument: terugblik en ontwikkelingen, bestuurlijke kaders, ambities en doelen Beleidsgedeelte GVVP: beleidsthema’s, richtlijnen, netwerken en maatregelen Uitvoeringsprogramma: maatregelen, prioritering en kosten

4

Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan

3 Huidig verkeers- en vervoerbeleid Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van het huidige verkeers- en vervoerbeleid. 3.1 Landelijk De “Planwet verkeer en vervoer” regelt dat elke bestuurslaag, van Rijk tot gemeente, een verkeers- en vervoerplan moet vaststellen. Het doel is een samenhangend verkeeren vervoersysteem voor heel Nederland. De “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte” verwoord het nationale verkeers- en vervoerbeleid met een Europese en mondiale blik. Het doel is de concurrentiekracht te vergroten, de bereikbaarheid te verbeteren en een leefbare en veilige omgeving te waarborgen. Sinds de jaren ‘90 is “Duurzaam Veilig Verkeer” een initiatief van de verschillende Nederlandse overheden om preventief de verkeersveiligheid van het wegverkeer te vergroten. “Shared Space” is een ontwerpfilosofie dat uitgaat van het nemen van meer eigen verantwoordelijkheid en het hebben van onderling contact. Belangrijk onderdeel is dat de inrichting van de openbare ruimte uitnodigt tot sociaal gedrag. Met het “Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2008-2020” is het landelijke verkeersveiligheidsbeleid uiteengezet. Het doel is een verdere reductie van het aantal verkeersslachtoffers (maximaal 500 doden en 10.600 gewonden in 2020). De focus ligt op het beschermen van kwetsbare verkeersdeelnemers en harder aanpakken van veroorzakers van onveilig verkeersgedrag.

Om het aantal fietsongevallen drastisch terug te dringen krijgt fietsveiligheid een prominente plek in het nieuwe Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 dat in 2018 gereed zal zijn. Om de landelijke doelstellingen te halen is de “Beleidsimpuls Verkeersveiligheid 2012” in het leven geroepen. De maatregelen zijn gericht op jonge beginnende bestuurders, ouderen en fietsers. De handhaving van de politie Noord-Nederland richt zich op de speerpunten Veelplegers, Afleiding, Alcohol, Roodlicht en Snelheid (VAARS). 3.2 Provinciaal In de “Omgevingsvisie” (verwacht medio 2018), zijn de opgaven voor kwaliteit, de inrichting, het beheer en gebruik van de fysieke leefomgeving opgenomen voor de lange termijn. In het “Provinciaal verkeers- en vervoerplan 2006 Herzien” is het provinciale verkeersen vervoerbeleid verwoord. Het doel is het realiseren van een duurzaam verkeers- en vervoersysteem dat voldoet aan de verplaatsingsbehoefte, bijdraagt aan de versterking van de economie, veilig is en schade aan de leefomgeving beperkt. Een toekomstgericht beleid met name gericht op fiets en openbaar vervoer.

5

Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan De “Investeringsagenda Drachten Heerenveen” heeft als doel het verbeteren van de bereikbaarheid en sociaaleconomische structuur van Fryslân door het realiseren van projecten in Drachten en Heerenveen. Met het “Kwaliteitsnetwerk voor landbouwverkeer” is een netwerk van paden en wegen opgesteld waar zwaar (landbouw)verkeer op een relatief veilige manier kan worden afgewikkeld. De doelstellingen van de beleidsnota “Fryslân Fytslân” richt zich op de acceptatie van de fiets als volwaardig alternatief voor de auto tot 15 km. Met de “Strategie Verkeersveiligheid 2010-2025” zijn de onderwerpen en activiteiten benoemd die moeten leiden tot een verdere reductie van het aantal slachtoffers. Met het “Manifest Verkeersveiligheid Fryslân 2011-2015” is een fundament gelegd onder de gezamenlijke uitvoering van de Friese Strategie Verkeersveiligheid 2010-2025 met het streven om in 2025 geen vermijdbare ongevallen meer te laten plaatsvinden. Om een antwoord te geven op het stijgende aantal verkeersgewonden, met name onder (oudere) fietsers, wordt met “Fyts Feilich Yn Fryslân” ingezet om de verkeersveiligheid van fietsers te verbeteren.

3.3 Gemeentelijk Met het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan 2005 wil de gemeente een integraal verkeers- en vervoerbeleid voeren gericht op het in stand houden en verbeteren van de (economische) bereikbaarheid, het vergroten van de verkeersveiligheid en het verbeteren van het (leef)milieu.

Samenvatting ‘Huidig verkeers- en vervoerbeleid’ -

-

Landelijk samenhangend verkeers- en vervoersysteem, verkeersveiligheid gericht op beschermen kwetsbare verkeersdeelnemers en aanpakken veroorzakers van onveilig verkeersgedrag Provinciaal duurzaam verkeers- en vervoersysteem, gericht op fiets en openbaar vervoer Gemeentelijk integraal verkeers- en vervoerbeleid, verbeteren bereikbaarheid, vergroten verkeersveiligheid, verbeteren leefomgeving

6

Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan

4 Waar staan we nu. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de stand van zaken van de uitvoering van het verkeers- en vervoerbeleid in de periode 2005-2017 voor het gemeentelijke wegennet. 4.1 Infrastructurele maatregelen en projecten Op het gebied van infrastructuur is veel werk met werk gedaan. In Heerenveen, de dorpen en het buitengebied zijn maatregelen uitgevoerd om verblijfsgebieden (30 en 60 km/uur zones) te realiseren. De wijken De Greiden, Heerenveen midden en Akkers moeten nog verder als 30 km/uur worden ingericht. Voor de Fok en Schans staan maatregelen gepland om de verkeersveiligheid verder te verbeteren. In het centrumgebied is de parkeergarage aan het Geerts Willigenplein gerealiseerd en in het Stadiongebied, bij de toe- en afritten van de A32, is afwikkelingscapaciteit vergroot door de verkeersregelinstallaties te optimaliseren. In het kader van de investeringsagenda Drachten Heerenveen is de ontwikkeling van het openbaar terrein Thialf, het Molenplein en de verbetering van de bereikbaarheid bedrijventerrein IBF uitgevoerd en de uitvoering van een verkeersveilige overweg Rotstergaastweg staat gepland. Maatregelen ter bevordering van de doorstroming op de A32 en de verbetering van het busstation Heerenveen bevinden zich in de planvorming.

4.2 Verkeerseducatie en handhaving Met een jaarlijks actieplan verkeersveiligheid, afgestemd op het werkplan van het Regionaal Orgaan verkeersveiligheid Fryslân, vond jaarlijks voorlichting plaats (o.a. middelbare scholen, landbouwverkeer), werd het verkeersexamen op basisscholen afgenomen en vonden fiets- en opfriscursussen plaats voor ouderen. Een onderzoek naar schoolomgevingen heeft geleid tot een vastgesteld maatregelenpakket. Verkeershandhaving liftte mee op het landelijke vijf speerpunten beleid (snelheid, roodlicht, alcohol, gordel en helm) en de inzet van handhaving was opgenomen in teamplannen van de politie. 4.3 Effecten op verkeersveiligheid Op basis van geregistreerde ongevallen kan inzicht worden gegeven in de effecten voor de verkeersveiligheid. De registratiegraad van ongevallen is de laatste jaren onder de maat, zodat geen gedegen analyse kan plaatsvinden. Heerenveen sluit aan bij het landelijke ongevallenbeeld; Het totaal aantal slachtoffers neemt af, maar het aantal ernstige slachtoffers (ziekenhuisgewonden) neemt toe. Na de personenauto vallen de meeste slachtoffers onder fietsers. Op afbeelding 1 zijn de geregistreerde slachtofferongevallen op gemeentelijke wegen in de periode 2011 t/m 2015 (5 jaren) weergegeven. In deze periode zijn er 397 ongevallen op het gemeentelijke wegen geregistreerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=51d8ba6c-d2da-4346-807a-61d9aa033c44