Bijlage 3 - Bijlagenboek
Tekst van het document
Ontwerp-Omgevingsvisie Bijlagenboek Bijlage 1
Opbrengst Omgevingsdialoog
Bijlage 2
Bestaande Omgevingskwaliteit (op hoofdlijnen)
Bijlage 3
Ontwikkeling en trends op het gebied van de fysieke leefomgeving
Bijlage 4
Rijks- en Provinciaal beleid
Bijlage 5
Overzicht Strategische Doelstellingen
Bijlage 6
Overzicht programma’s: nieuw, actueel en verouderd beleid
Bijlage 7
Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan
Bijlage 8
Waterplan (visiedeel)
Bijlage 9
Reacties organisaties (geanonimiseerd)
Bijlage 10
Reacties inwoners (geanonimiseerd)
Bijlage 11
Reactienota zienswijzen
Bijlage 12
Overzicht ambtshalve aanpassingen
Bijlage 1
Opbrengst Omgevingsdialoog
Bijlage 1 Opbrengst Omgevingsdialoog Inleiding In maart, mei en november 2019 hebben in verschillende deelgebieden van de gemeente Omgevingsdialogen plaatsgevonden. Aan de hand van interviews en werkvormen is daarbij met inwoners en inhoudelijke experts gesproken over kwaliteiten, kansen en opgaven in de fysieke leefomgeving. Ook zijn verschillende oplossingsrichtingen voor deze opgaven besproken en is er gediscussieerd aan de hand van stellingen voor de toekomst. In dit document is een samenvatting van de opbrengst opgenomen, is aangegeven op welke plek de opbrengst is verwerkt en zijn de verslagen van de bijeenkomsten opgenomen. Ook bij het opstellen van de ontwerp-Omgevingsvisie zijn inwoners en belangenorganisaties opnieuw betrokken. Opgaven (bijeenkomsten maart) Tijdens verschillende omgevingsdialogen brachten inwoners uit de wijken en dorpen samen in kaart wat de kwaliteiten in de verschillende deelgebieden zijn en welke toekomstopgaven hen bezig houden. De bijeenkomsten vonden plaats in: Nieuwehorne (MFA de Kiekenhof) Oranjewoud (Hotel Tjaarda) Akkrum (OBS Akkrum) Tjalleberd (MFA Aengwirden) Heerenveen (Nordwin College)
Tijdens bijeenkomsten in Nieuwehorne, Oranjewoud, Akkrum, Tjalleberd en Heerenveen werd met inwoners gesproken over kwaliteiten, kansen en opgaven in hun leefomgeving Op veel plekken kwam naar voren dat inwoners waardering hebben voor het landschap en dat dit de gemeente aantrekkelijk maakt om te wonen. Daarnaast werd gesproken over de gevolgen van vergrijzing voor voorzieningen als scholen en sportverenigingen. Voorzieningen als sportverenigingen en scholen zijn als ontmoetingsplek belangrijk voor de binding met het dorp. Inwoners vinden het belangrijk dat dit in stand wordt gehouden. Bij meerdere dialogen werd het belang van goede fietsroutes benadrukt. Dit vergroot niet alleen de bereikbaarheid van voorzieningen, maar zorgt er ook voor dat mensen meer gestimuleerd worden om te bewegen.
1
Ook andere onderwerpen kwamen aan bod, zoals de noodzaak om bestaande woningvoorraad geschikt te maken voor de toekomst. Veel inwoners geven aan dat er meer variatie aan woningbouw nodig is in de dorpen en wijken. Deze variatie kan er zorgen dat er een meer gemengde bevolking ontstaat, wat ten goede komt aan het samenleven in de wijken en dorpen. Dit gaat eenzaamheid onder inwoners tegen. De energietransitie en klimaatadaptatie zijn thema’s die overal spelen. Inwoners geven aan dat de energietransitie tot stand moet komen op een manier die past bij de kwaliteiten van de gemeente Heerenveen. Veel inwoners zien het liefst dat de toekomstige energiebehoefte zoveel mogelijk wordt opgelost op bestaande daken of binnen bestaand bebouwd gebied, zodat het landschap zo weinig mogelijk wordt aangetast. Klimaatadaptatie speelt volgens de inwoners vooral in de bebouwde omgeving. Er is onder inwoners behoefte aan informatie, zodat zij ook in hun eigen achtertuin maatregelen kunnen treffen. Kwaliteiten Landschappelijke kwaliteit en diversiteit / rustig & landelijk wonen Saamhorigheid/verenigingsleven in de dorpen Heerenveen (voorzieningen) en omgeving (landschap) vullen elkaar aan Heerenveen goed bereikbaar per snelweg en spoor
Kansen Technologie (domotica, zelfrijdend vervoer, snel internet) Beleefbaarheid landschap en cultuurhistorie vergroten Verbeteren van de bereikbaarheid via de Lelylijn
Verbeterpunten Kwaliteit openbare ruimte (o.a. Akkrum en A32-zone) Snelweg als barrière en bron van hinder
Opgaven Vergrijzing / voortbestaan verenigingen / vrijwilligers Geschikte woningen jong en oud Aanpassing bestaand woonvoorraad Eenzaamheid / sociale samenhang in wijken Invullen leegstaande panden Beweging / veilig en comfortabel fietsen Balans tussen landbouw/biodiversiteit. Meer dialoog tussen boeren en burgers Landschappelijke identiteit Energietransitie goed inpassen in het landschap. Geen grote zonneparken / wel mini-windturbines Water vasthouden en bergen
Samenvatting benoemde kwaliteiten, kansen, verbeterpunten en opgaven uit de eerste dialoogronde De verslagen en resultaten www.mijnkijkopheerenveen.nl
van
de
bijeenkomsten
zijn
te
vinden
op
de
website
De opmerkingen uit deze dialoogronde komen in de Beleidskoers fysieke leefomgeving terug op de volgende plekken: In de paragraaf over kernkwaliteiten (paragraaf 1.3) In de paragrafen over opgaven (paragraaf 3.2 t/m 3.5)
2
Oplossingsrichtingen (bijeenkomsten mei) De opgaven die waren geformuleerd door inwoners in maart stonden centraal tijdens de vier bijeenkomsten in mei. Tijdens de bijeenkomsten ging het over verschillende oplossingsrichtingen. De werkvormen waren gericht op verschillende ‘hoe-vragen’. Voorbeelden hiervan waren: “Hoe behouden of versterken we de kwaliteit van het landschap?” “Hoe zorgen we ervoor dat er in de toekomst passende woningen zijn voor jong en oud?” “Op welke manier zorgen we dat de inrichting van de leefomgeving bijdraagt aan onze gezondheid?” Bij deze dialoogronde waren experts van verschillende organisaties en medewerkers van de gemeente aanwezig om informatie te geven over de onderwerpen die in maart aan bod zijn gekomen. De dialoogavonden vonden plaats in: Katlijk (Kwartier Noord) Jubbega (MFC de Kompenije) Akkrum (OBS Akkrum) Heerenveen (Trinitas)
Tijdens een tweede ronde bijeenkomsten werd met inwoners gesproken over oplossingsrichtingen Op veel plekken kwam naar voren dat inwoners graag een meer divers woningaanbod zien. Dit zorgt voor doorstroming op de woningmarkt en geeft mensen de kans om in een woning te wonen die bij hen past. Er werden veel suggesties gedaan om de leefbaarheid in de dorpen en wijken te verbeteren (meer ontmoetingsplekken, gemengde woonvoorraad, samenwerking tussen organisaties). Inwoners vinden dat de leefomgeving kan bijdragen aan gezondheid. Zij geven aan dat de aanleg van snelle en veilige fietsroutes daarbij van belang zijn zodat bewegen wordt gestimuleerd, maar ook dat de openbare ruimte voor mindervaliden toegankelijk moet zijn. De openbare ruimte moet ingericht worden voor de voetganger, de auto speelt nog maar een kleine rol. Op het gebied van landschap vindt men het belangrijk dat de identiteit behouden blijft en dat het landschap herkenbaar is. Tegelijkertijd erkent men ook dat het landschap verandert en wordt aangepast aan de eisen van de tijd. Wel kun je een aantal iconen, dragers en structuren vastleggen waarin de identiteit van het landschap besloten ligt en die verwijzen naar de geschiedenis (bijv. watergangen, dijken of de verkavelingsrichting). Daarnaast werd er veel gesproken over de energietransitie.
Een lokale, gezamenlijke aanpak zorgt voor volgens de aanwezigen voor draagvlak om de benodigde resultaten te behalen. Op het gebied van klimaat waren veel inwoners enthousiast over de vergroening van daken, tuinen en straten.
3
Geschikte woningen voor jong en oud Een gevarieerde woningvoorraad en daardoor een gemixte bevolking Levensloopbestendige woningen Geschikt maken van de bestaande woningvoorraad Ontwikkeling van hofjes/straten die sociale cohesie stimuleren Betaalbare en duurzame woningen voor kleine huishoudens Meer doorstroming op de woningmarkt Meer flexibiliteit in bestemmingsplannen
Aantrekkelijk om te recreëren Duidelijke identiteit en uitstraling van het gebied rond Oranjewoud Meer recreatieve routes zoals dorpsommetjes Recreatieve voorzieningen toevoegen zoals een zwemplaats in sommige dorpen Digitale en/of fysieke informatievoorzieningen Aanleg voorzieningen voor recreatieve overnachtingen (o.a. sanitair, oplaadpunten en camperplekken)
Bereikbare voorzieningen / dorpen leefbaar Regulier OV en lokale initiatieven vullen elkaar aan Betrokkenheid jeugd vasthouden om verenigingen vitaal te houden Verandering takenpakket vrijwilligers Verlagen kosten door verduurzaming accommodaties Centrale rol voor dorpshuis/MFA Ontmoetingsplekken in groenvoorzieningen Aanleg Lelylijn
Landschap herkenbaar en vitaal Behoud landschap Beheer bosgebied belangrijk om het aantrekkelijk te houden Betere balans tussen landbouw, natuur en recreatie Meer bloemen en kruiden in de openbare ruimte voor vergroten biodiversiteit Landschap aanpassen aan de tijd met behoud van iconen en structuren van vroeger en nu Flexibiliteit voor functiewijziging en (her)ontwikkeling agrarische bedrijven
Een omgeving die uitnodigt om te bewegen Veiligheid: scheiding van wandelaars, fietsers en autoverkeer Aanleg fietssnelwegen Shared space in de centra van dorpen Veilige fietsroutes naar scholen Openbare ruimte beter toegankelijk voor mindervaliden
Inspelen op economische trends en omslag naar circulaire economie Verbetering vestigingsklimaat voor circulaire economie door samenwerking in ketens en aanleg infrastructuur Benutten van leegstaande panden in het centrum van Heerenveen voor start-ups
Een omgeving die bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering Bergen en opvangen van regenwater door bredere sloten en greppels of onder parkeerterreinen Meer groen en minder steen in openbare ruimte en tuinen Experimenten met peilbeheer door gebruiker van agrarische grond Nieuwe projecten aangrijpen om omgeving klimaatbestendig te maken Acceptatie dat straten en viaducten soms onder water staan
Transitie naar duurzame energie Minder energie verbruiken Verduurzaming bestaande woningvoorraad Realisatie capaciteit bij bedrijventerreinen of dichtbebouwd gebied Collectieve projecten zoals dorpsmolens en zonnevelden door middel van energiecoöperatie Lokale projecten waar inwoners de regie hebben Onderzoek blijven doen naar alternatieve oplossingen zoals waterstof en aquathermie Aandacht voor financiering duurzaamheidsmaatregelen in relatie tot armoedeproblematiek
Samenvatting van genoemde oplossingsrichtingen per opgave 4
De verslagen en resultaten zijn te vinden op de website www.mijnkijkopheerenveen.nl De opmerkingen uit deze dialoogronde komen in de ontwerp-Omgevingsvisie terug in de paragrafen over opgaven (paragraaf 5.2 t/m 5.5). Prioriteiten / richting kiezen (bijeenkomst 26 november 2019) Op 26 november werd in het Thialf een Omgevingsdialoog georganiseerd. De bijeenkomst had twee doelstellingen: 1. Terugkoppelen wat er met de inbreng van inwoners uit de eerdere sessies van maart en mei is gedaan. Er waren immers ook verschillende inwoners die voor het eerst meededen aan de Omgevingsdialoog; 2. Ophalen hoe men aankijkt tegen een aantal dilemma’s. De argumenten die hierbij naar voren zijn gebracht, kunnen raad en college gebruiken bij de besluitvorming over de Beleidskoers fysieke leefomgeving en de Omgevingsvisie.
Een paar constateringen naar aanleiding van de Omgevingsdialoog op 26 november: Bij een aantal stellingen was het aantal voor- en tegenstanders redelijk in evenwicht. Daarbij kwamen er ook een aantal nuances aan het licht. Men is bijvoorbeeld wel voor bouwen binnen bestaand bebouwd gebied, mits dit niet ten koste gaat van waardevol groen/speelruimte. En veel inwoners willen wel terughoudender zijn met auto’s binnen de bebouwde kom als er alternatieven zijn (bijvoorbeeld een rondweg) en de bereikbaarheid voor kwetsbare doelgroepen voldoende is geborgd;
5
Bij de stelling over voorzieningen lijken inwoners nog niet heel enthousiast over het bundelen van voorzieningen in grotere dorpen. Velen zien eerder iets in het verdelen van voorzieningen, zodat er in elk dorp een ontmoetingsplek is. Daarnaast vindt men het belangrijk om in te spelen op initiatieven van inwoners; Veel inwoners vinden het vanzelfsprekend dat zij ook een steentje bijdragen aan klimaatadaptatie door hun woning, bedrijfspand, oprit en/of tuin zelf aanpassen aan veranderede weersomstandigheden. De overheid zou daarbij moeten faciliteren met goede informatie en stimuleringsregelingen; Tot slot was er een zelf ingebrachte stelling over tijdelijke woonconcepten. Een grote meerderheid lijkt wel te voelen voor meer flexibele en tijdelijke woonvormen, omdat woningbehoeftes verschillend zijn en door de tijd kunnen veranderen; Gemist tijdens de avond was het onderwerp gezondheid en zorg.
Het verslag en de resultaten zijn ook te vinden op de website www.mijnkijkopheerenveen.nl De opmerkingen uit deze dialoogronde komen in de Beleidskoers fysieke leefomgeving terug in de paragrafen over opgaven (paragraaf 5.2 t/m 5.5) en zijn benut bij het opstellen van het bepalen van de voorkeurskeuzes van het college ten aanzien van een aantal hoofdonderwerpen (zie oplegger bij de Beleidskoers fysieke leefomgeving). Bijeenkomst stakeholders (27 november 2019) Op woensdagmiddag 27 november is een bijeenkomst voor diverse stakeholders en belangenorganisaties georganiseerd. Hiervoor was een groot aantal partijen uitgenodigd, maar was er een beperkt aantal aanmeldingen. Daarom is besloten om de bijeenkomst niet door laten gaan en de partijen die zich hadden aangemeld het aanbod gedaan om afzonderlijk in gesprek te gaan. Twee organisaties hebben hiervan gebruik gemaakt: Huurders Belangen Vereniging (HBV); Mienskipscentrum Leppehiem. De volgende organisaties hebben schriftelijk gereageerd: Participatieraad Heerenveen, werkgroep ouderen; Fries Sociaal Planbureau; Mienskipscentrum Leppehiem; Alliander; Staatsbosbeheer. Deze organisaties hebben een ambtelijke reactie ontvangen. Los van de bovenstaande uitnodiging, is er een position paper ontvangen van Vitens over de bescherming van drinkwater.
De opmerkingen van de stakeholders komen in de ontwerp-Omgevingsvisie aan de orde in de paragrafen over opgaven (paragraaf 5.2 t/m 5.5). Gesprek met buurgemeenten (20 november 2019) Op de 20 november heeft ambtelijk overleg plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de gemeenten Fryske Marren, Súdwest-Fryslân, Leeuwarden, Smallingerland en Ooststellingwerf. Niet aanwezig (en wel uitgenodigd) waren vertegenwoordigers van Provincie Fryslân, Wetterskip Frylân, 6
gemeente Opsterland en gemeente Weststellingwerf. Het initiëren van dit overleg werd erg gewaardeerd. Opvallende vragen en opmerkingen vanuit de buurgemeenten waren de volgende: 1. Heerenveen heeft een profiel dat bovenregionaal herkenbaar is (topsport). Waarom het behouden/versterken van dit profiel niet (nog) nadrukkelijker neerzetten? 2. Dit geldt ook voor bereikbaarheid. Moet je dit niet neerzetten als een aparte kernopgave? Achterliggende opgave zou kunnen zijn: verbindingen tussen verschillende kernen en gebieden. Zowel fysiek als digitaal; 3. Er is meer regionale afstemming gewenst op het gebied van: voorzieningen, profilering van stedelijke regio’s, zorg, enz. De opmerkingen van de omliggende gemeenten komen in de Beleidskoers fysieke leefomgeving terug in het ambitieparagraaf (paragraaf 4.1) en in de paragrafen over opgaven (paragraaf 5.2 t/m 5.5). Betrokkenheid Raad en college Vanuit de gemeenteraad is een stuurgroep ingesteld. Vanuit elke fractie was een raadslid vertegenwoordigd in de stuurgroep. Tijdens de participatiefase heeft de stuurgroep mede richting gegeven aan de invulling van het participatieproces. De stuurgroep en de coördinerend portefeuillehouder zijn regelmatig bijgepraat over de stand van zaken met betrekking tot de Omgevingsvisie.
Omdat de participatiefase is afgerond en het project van de Omgevingsvisie nu in een oordeelsvormende fase komt, is besloten om de stuurgroep op te heffen. Het college is diverse malen geïnformeerd over proces en inhoud via collegelunches. Enquête Omgevingsvisie (april 2020) Van 14 april tot en met 3 mei 2020 konden inwoners in een enquête aangeven over wat zij belangrijk vinden voor hun leefomgeving. 118 inwoners van de gemeente hebben de enquête ingevuld. De resultaten op hoofdlijnen We zetten kort een aantal uitkomsten voor u op een rijtje: Inwoners zien het energiezuiniger (aardgasvrij) maken van woningen als belangrijk onderwerp voor het geschikt maken van bestaande woningen voor de toekomst. Inwoners van de kern Heerenveen zien de supermarkt, het ziekenhuis en winkelcentrum als de drie belangrijkste voorzieningen. In de andere dorpen zijn dat de supermarkt, sportvereniging en de basisschool. Het groen vinden de meeste inwoners het belangrijkste onderdeel van de openbare ruimte. Daarna ruimte voor voetgangers en fietsers. Twee open vragen Ook zijn er twee open vragen voorgelegd aan de inwoners: Wat zou je willen veranderen om jouw woonplaats te verbeteren? Zie jij jezelf in 2040 wonen en/of werken in de gemeente Heerenveen? Waarom wel, waarom niet? Alle resultaten van de enquête zijn te vinden op de website www.mijnkijkopheerenveen.nl 7
Informatiebijeenkomsten ontwerp-Omgevingsvisie (2 en 3 maart 2021) Op 2 en 3 maart is de inhoud van de ontwerp-Omgevingsvisie (digitaal) gepresenteerd aan inwoners en organisaties. Ongeveer 140 inwoners waren ingelogd en stelden vragen via de chat. Ook waren een aantal gasten aanwezig om een eerste reactie te geven op de inhoud van de ontwerpOmgevingsvisie. Vragen die via de chat zijn gesteld, zijn tijdens de bijeenkomst behandeld of na afloop via de mail beantwoord. Veelgestelde vragen (en de antwoorden daarop) zijn gepubliceerd op de website www.mijnkijkopheerenveen.nl.
Zienswijzen op de ontwerp-Omgevingsvisie Van 18 februari tot en met 1 april heeft de ontwerp-Omgevingsvisie ter inzage gelegen voor een ieder. Tijdens deze periode zijn 11 zienswijzen ingediend door organisaties en 6 zienswijzen door inwoners. De zienswijzen zijn samengevat en van een reactie. De reactienota is samen met deze vast te stellen Omgevingsvisie aangeboden aan de gemeenteraad. Op een aantal punten hebben de zienswijzen geleid tot aanpassingen in de vast te stellen Omgevingsvisie.
8
Bijlage 2
Bestaande Omgevingskwaliteit
2 Omgevingskwaliteit op hoofdlijnen (toelichting kernkwaliteiten)
2.1
Inleiding
Het landschap in Heerenveen is voor een groot deel gevormd tijdens en na de laatste ijstijd. Door de hoogteverschillen en de verschillende bodemsoorten (zand, veen en klei) kent Heerenveen een grote diversiteit aan landschappen. Door ontginning en bebouwing is geleidelijk het landschap ontstaan zoals we dat nu kennen. In dit hoofdstuk beschrijven we de omgevingskwaliteit aan de hand van drie lagen: Paragraaf 2.2 gaat over het natuurlijke bodem- en watersysteem (de ondergrondlaag); Paragraaf 2.3 gaat over de verschillende (cultuur)landschappen en landschappelijke kernkwaliteiten die op deze ondergrond zijn ontstaan; Paragraaf 2.4 en 2.5 gaat over de grijze, groene en blauwe netwerken die op dit landschap zijn ontstaan (netwerklaag); Paragraaf 2.6 gaat over de cultuurhistorische waarden die samenhangen met de ontginning en bewoning van het gebied (occupatielaag); Paragraaf 2.7 tot en met 2.10 gaan over de verschillende functies en voorzieningen die in de gemeente zijn gevestigd (occupatielaag).
De lagenbenadering
2.2
Natuurlijk bodem- en watersysteem
Ontstaan van het landschap Het landschap van de gemeente Heerenveen is vooral gevormd door de laatste ijstijden, de daarop volgende veenvorming en vervolgens door de ontginning van het veen. De hoogteverschillen in het landschap zijn ontstaan door de opstuwende werking van het landijs in de voorlaatste ijstijd (200.000 v. Chr.). In de dalen ontstonden riviertjes als de Tjonger, de Linde en het Koningsdiep. Later, in het Holoceen, werd het klimaat warmer en vochtiger waardoor de plantengroei toenam en op sommige natte plaatsen veen ontstond, zoals ook het geval was in de tussen de zandruggen gelegen laagten.
Hoofdmateriaal in de Bodem (bron: WUR)
Dwarsdoorsnede van de bovenste 4 meter in Nz-richting (Aldeboarn-Mildam), (bron: Dinoloket)
Maaiveldhoogte / bodemopbouw In de figuur 3.3 is het bodemprofiel in de gemeente te herkennen. In het noorden wordt de bovenste laag gevormd door veen- en kleiafzettingen uit het holoceen, terwijl in het zuiden van de gemeente dekzand uit het pleistoceen aan de oppervlakte ligt. De bodemopbouw in het oostelijke deel van de gemeente wordt bepaald door de dekzandrug die van oost naar west loopt (het Drents Plateau). De hoogteligging van oost naar west neemt af van circa 4 à 6 m tot 0 à 1 m in het beekdal van de Tjonger. Bij Katlijk en de Kiekenberg liggen plaatselijk zandopduikingen van 5 à 7 m boven NAP. De laagst gelegen delen van de gemeente zijn de veenpolders tussen het gebied de Deelen en het ontginningslint Terbant, Tjalleberd, Luinjeberd en Gersloot. De polders liggen vrij vlak, op een hoogte van circa 1,5 tot 2 m beneden NAP. Het veen is hier grotendeels weggegraven, waardoor de polders behoren tot de laagst gelegen polders in Friesland.
Maaiveldhoogte (bron: AHN) Geohydrologie Vanaf de hogere zandgronden van het Drents Plateau treedt een grondwaterstroming op in de richting van de laaggelegen polders in het midden van Friesland. Dit systeem wordt gevoed door neerslag op de hogere zandgronden, die inzijgt in de diepere onder grond. Via de diepe ondergrond stroomt het geïnfiltreerde regenwater richting de laaggelegen polders, beekdalen en andere laaggelegen terreinen. Alleen op plaatsen waar de keileemlaag ontbreekt treedt het diepe grondwater omhoog en is sprake van ‘opkwellend’ grondwater ofwel kwel. In de gemeente
Heerenveen is vooral sprake van kwel in het beekdal van de Tjonger en in de laaggelegen veenpolders ten noorden van Tjalleberd en Luinjeberd. Het diepe grondwater heeft over het algemeen een goede kwaliteit, is rijk aan mineralen (vooral kalk en ijzer) en is - omdat het in de bodem allerlei mineralen en stoffen heeft opgenomen - niet zuur maar eerder basisch. Het grondwater in het eerste en tweede watervoerende pakket stroomt in noordwestelijke richting. Het zoet-/brakgrensvlak (chloridengehalte van 150 mg/L) bevindt zich op circa 200 meter onder het maaiveld. Dit betekent dat het grondwater in het eerste en tweede watervoerende pakket zoet is.
Infiltratie en kwel (bron: Provincie Fryslân) Waarden in de bodem en ondergrond Naast verschillende functies in de bodem en ondergrond, heeft de bodem verschillende waarden die voor de toekomstige generaties van belang kunnen zijn: Regenwater infiltreert op hoger gelegen gronden in de bodem, blijft in de ondergrond zitten of komt na een bepaalde verblijfstijd weer als kwelwater aan de oppervlakte. Diep grondwater heeft soms een verblijfstijd van eeuwen of duizend jaren in de ondergrond voordat het wordt opgepompt als drinkwater. Doordat het water door de verschillende bodemlagen wordt gefilterd is het zeer schoon. Met een toenemende zeespiegel en de invloed van verzilting, wordt dit schone, zoete grondwater gezien als een belangrijke strategische reserve voor de toekomst. De Rijksoverheid heeft daarom in de Structuurvisie Ondergrond een reservering opgenomen van het grondwater onder een groot deel van Zuid-Friesland;
De ondergrond heeft een energetisch potentieel. Een groot deel van Heerenveen is geschikt voor de (ondiepe) opslag van warmte- en koude. De potentie en voor (diepe) geothermie is hoger rondom Heerenveen en aan de oostkant van de gemeente. Het waterbergend vermogen van de bodem wordt bepaald door het verschil tussen het grondwaterpeil en het maaiveld. Op de zandgronden is dit vermogen veel groter dan in de lager gelegen veengebieden; De mate waarin de bodem vocht vasthoud en in droge periodes levert aan planten wordt het vochtleverend vermogen genoemd. Dit vermogen is onder andere afhankelijk van het bodemmateriaal, de hoeveelheid vocht die van uit het grondwater capillair kan opstijgen en de bewortelingsdiepte van de planten. Het gehalte organische stof is van invloed op het vochtleverend vermogen van de bodem. Gronden met een hoog organisch stof-gehalte, zoals veenbodems, kunnen langer vocht vasthouden dan zandbodems; Doordat de bodem water vasthoud, heeft deze een temperatuurregulerende functie. Op plekken waar meer water wordt vastgehouden, wordt de oppervlaktetemperatuur gedempt. Dit geldt overigens ook voor oppervlaktewater, planten en bomen. Dit betekent dat het in de zomer koeler is en in de winter milder. Dit is een belangrijk gegeven bij het tegengaan van hittestress. De bodem is samen met het lokale grondwatersysteem bepalend voor het ecosysteem boven de grond.
De bodem bevat organische stof waarmee micro-organismen en planten zich voeden. Het bodemleven is samen met andere factoren vervolgens bepalend voor de gewassen die op deze bodem kunnen groeien en het ecosysteem dat daarop kan ontstaan. Vruchtbare bodems zijn in Heerenveen vooral de veen- en kleigronden aan de noordkant van de gemeente; Door het toevoegen van organisch materiaal aan de bodem, wordt koolstof opgeslagen in de landbouwbodem. Een gemiddeld Nederlands landbouwperceel op zand of klei bevat per hectare gemiddeld 50-100 ton C (ofwel ongeveer 200 – 400 ton CO2) in de bovenste 30 cm. Bodems kunnen dus fungeren als koolstofopslag; De draagkracht van de bodem is van waarde voor de fundering van gebouwen; De bouwlaag is van belang als archief van de ontstaansgeschiedenis (aardkundige waarden) en de bewonersgeschiedenis (archeologische waarden).
2.3
Landschappelijke diversiteit
Uniek aan de gemeente Heereveen (en omgeving) is de grote diversiteit aan landschapstypen. Er zijn zowel landschappen met een klei-, veen- en zandondergrond..
Diverse landschapstypen in de gemeente Heerenveen
Landschappelijke diversiteit en kenmerken De verschillende manieren waarop de gebieden zijn ontgonnen en bebouwd en de doorsnijding met verschillende beekdalen geeft een divers geheel. Dit maakt het tot een aantrekkelijke gemeente om te wonen en te recreëren. De verbindingen met het Friese Merengebied geven volop gelegenheid voor watersporters, terwijl de bosgebieden populaire bestemmingen zijn om te recreëren. Er zijn verschillende landschapstypen onderscheiden die elk hun eigen kenmerkende elementen hebben (zie onderstaande tabel). Landschapstype Woudontginning
Ruimtelijke structuren Landschappelijke kenmerken Lintstructuren Gesloten, kleinschalig landschapstype Nieuweschoot, met houtwallen en lintvormige dorpen Oudeschoot, Mildam en Nieuwehorne Heideontginning Rationale rechthoekige verkaveling Landgoederenlandschap Laanbeplantingen, Landgoederen. Landhuizen met Oranjewoud oprijlanen historische tuinen. Afwisseling tussen bossen en open gebieden. Laanstructuren Laagveenontginning Petgaten en legakkers. Langgerekte strokenverkaveling. (veenpolders en Dijken, vaarten en sloten. Grootschalige openheid. Ruime veenweidegebied) zichtlijnen. Langgerekte strokenverkaveling op de veengronden. Hoogveenontginningen Lintdorpen de Knipe, Opstrekkende verkaveling haaks op de Bontebok en Jubbega. turfvaarten. Wijken met elzensingels Compagnonsvaart met haaks daarop de wijken Beekdal van de Tjonger De Tjonger Open gebied. Ruime zichtlijnen. Natte natuur. Struweel. Erven als puntelementen. Beekdal van de Boorne De Boorne met Open landschap. Onregelmatige bijbehorende bedijking blokverkaveling in de klei-opveengronden in het stroomdal van de Boorne Structuren en kenmerken per landschapstype (Regionale Landschapsvisie Zuidoost-Friesland 2018) Donkerte en stilte Donkerte en stilte zijn vooral kwaliteiten van het buitengebied. De Deelen is door de Provincie ook aangewezen als stiltegebied.
In de omgeving van Heerenveen en de snelwegen komt de meeste lichtuitstoot voor.
Lichtuitstoot en duisternis in de omgeving van Heerenveen 2.4
Het blauw-groene netwerk
Natuurnetwerk Nederland Heerenveen is een groene gemeente. Naast het Natura 2000-gebied de Deelen zijn flinke stukken in de gemeente Heerenveen aangewezen als onderdeel van Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), als Ganzenfoerageergebied of Weidevogelkansgebied. Voorbeelden van deze natuurgebieden zijn het Ketliker Schar, de bossen bij Oranjewoud, de Kiekenberg en de Botmar. In het midden van het Heerenveense veenweidegebied ligt natuurgebied de Deelen. Het gebied maakt deel uit van een Europees netwerk van belangrijke natuurgebieden; Natura 2000. De Deelen is één van de gebieden in Friesland die het laatst verveend is en is aangewezen voor bijzondere vogelsoorten. Een sterke groenstructuur Grote bos- en natuurgebieden bepalen het beeld voor de dorpen direct ten oosten van Heerenveen. Het landgoederenlandschap bij Oranjewoud ligt dicht bij de hoofplaats Heerenveen en is een geliefd uitloopgebied. Het woudontginningslandschap met groene houtsingels loopt door tot in de hoofplaats Heerenveen en bepaalt het groene beeld in wijken als Skoatterwâld, de Akkers en de Heide. Ook in de naoorlogse wijken en langs de hoofdontsluitingswegen in Heerenveen is het groen prominent aanwezig. Wel kan worden gesteld dat de groenstructuur binnen de kernen vooral bestaat uit lange lijnen en minder gebieden met volume.
Natuurgebieden in de omgeving van Heerenveen Waterverbindingen Door de gemeente Heerenveen lopen twee belangrijke vaarroutes: de Staande Mastroute en de Turfroute. Veel kernen in de gemeente zijn met de boot bereikbaar. De kern Akkrum vormt een belangrijke verbindende schakel in dit waternetwerk. Het is gelegen aan zowel de Staande Mastroute als de Turfroute en vormt daarmee de oostelijke poort naar het Friese Merengebied.
Figuur Overzicht Vaarroutes door Friesland
Het bestaande blauwgroene raamwerk
2.5
Verkeersnetwerken netwerken
Historische verbindingen In vroeger tijden wordt de gemeente via de Boorne en via routes op de hoger gelegen zandruggen verbonden met andere gebieden. Door de start van grootschalige veenontginning en het graven van vaarten kwam Heerenveen centraler in het gebied te liggen. Door de realisatie van een spoorverbinding met Arnhem in 1865, werd de bereikbaarheid van Heerenveen met de rest van Nederland verder verbeterd. Na de oorlog werd rijksweg Leeuwarden-Zwolle verlegd en later opgewaardeerd tot snelweg. (Boven)regionale verbindingen De hoofdplaats Heerenveen ligt centraal in het noorden en is goed bereikbaar via snelweg en spoorverbindingen. Grotere steden Leeuwarden, Groningen en Zwolle liggen op 30-45 minuten reisafstand. Steden in de Randstad bevindt zich op anderhalf uur reisafstand, waardoor sommigen dit als een acceptabele woon-werkafstand beschouwen. De bereidheid om verder te reizen neemt toe, naarmate de woningmarkt in de Randstad oververhit blijft.
Ligging van Heerenveen ten opzichte van andere grote kernen in het noorden Vervoer over het water Overigens zijn een aantal bedrijventerreinen in Heerenveen en Akkrum ook ontsloten voor vrachtverkeer via het water. De vaarweg Heerenveen is een aftakking van het Prinses Magrietkanaal, waarbij sprake is van vaarklasse IV. Op dit moment wordt onderzocht op welke manier de vaarweg kan worden opgewaardeerd, zodat ook in de toekomst schepen gebruik kunnen maken van deze route.
Hoofdwegennetwerk en fietsnetwerk Qua mobiliteit zijn de autosnelwegen, provinciale wegen en de gebiedsontsluitingswegen ingericht voor het autoverkeer. Hier rijden dan ook de meeste auto’s langs. Het netwerk van fietsroutes is op de meeste plekken fijnmaziger. Bij de inrichting van straten wordt gewerkt volgens de inrichtingsprincipes van duurzaam veilig. Dit systeem maakt een duidelijk onderscheid in wegen primair bedoeld voor het afwikkelen van verkeer (verkeersfunctie) en wegen primair bedoeld voor het verblijven (verblijfsfunctie): Stroomwegen hebben een verkeersfunctie en zijn bedoeld om het verkeer zo snel mogelijk door te laten stromen, zowel op wegvakken als kruispunten. Gebiedsontsluitingswegen hebben net als stroomwegen ook primair een verkeersfunctie, maar zijn de verbindende schakel tussen de stroomwegen en de verblijfsgebieden. Erftoegangswegen hebben primair een verblijfsfunctie waar het uitwisselen van verkeer centraal staat, zowel op wegvakken als kruispunten. De bereikbaarheid laat op een aantal plekken te wensen over. Daarom worden verschillende projecten uitgevoerd om de bereikbaarheid te verbeteren.
Wegencategorisering uit gemeentelijk verkeer en vervoersplan Nutsvoorzieningen Ten noorden van Akkrum en Aldeboarn loopt een zogenaamde buisleidingsstraat waarin verschillende aardgastransport leidingen zijn gelegen. Tot slot lopen door Heerenveen enkele hoogspanningsverbindingen en aardgastransportleidingen.
2.6
Cultureel erfgoed
Ontginning en vorming van het cultuurlandschap Na de laatste ijstijd is het landschap geleidelijk veranderd door bewoning en aanpassingen die door de mens zijn gedaan. Het stroomdal van de Boorne wordt sinds de vroege Middeleeuwen bewoond met terpen. Daarnaast is in grote delen van Heerenveen veenontginning plaatsgevonden. Die veenontginning heeft mede bepaald hoe het landschap er vandaag uitziet.
Cultuurlandschappen en cultuurhistorisch waardevolle structuren Een rijke cultuurhistorie Heerenveen kent een rijke cultuurhistorie die de laatste paar honderd jaar voornamelijk gerelateerd is aan de ontginning van het veen. Door de behoefte aan turf in de Hollandse steden werden in de 16e eeuw de eerste voorbereidingen getroffen tot het afgraven van het hoogveen. In 1551 werd op initiatief van drie heren een compagnie opgericht, met als doel grote stukken land op te kopen en aan veenontginning te doen. Van Akkrum tot Heerenveen werd de Heeresloot gegraven en haaks daarop
de Schoterlandse Compagnonsvaart (het veengebied in). Op het kruispunt van beide kanalen ontstond een Heerenveen. De hoofdplaats dankt haar naam aan de heren van het veen. Ook de vestiging van verschillende adellijke families en de realisatie van verschillende landgoederen rondom Oranjewoud, vormt een wezenlijk onderdeel van de identiteit van Heerenveen en omgeving. Het gebied heeft een voorname uitstraling en is ontstaan vanuit het 17e-eeuwse stadhouderlijke landgoed “Oranjewoud”. Landgoederenlandschap Het Oranjewoud ligt ten zuidoosten van Heerenveen en omvat een concentratie van buitenplaatsen met daarbij behorende dienstwoningen en boerderijen. Het landgoederenlandschap staat in contrast met de plekken waar veenarbeiders lange tijd onder erbarmelijke omstandigheden leefden. De contrasten tussen arm en rijk, zand en veen, liggen allemaal besloten in het landschap en zijn bepalend voor de identiteit van Heerenveen. Monumenten en beschermd dorpsgezichten De gemeente kent 106 rijksmonumenten en twee dorpsgezichten die vallen onder monumentenbescherming van het Rijk: Aldeboarn en Oranjewoud. Daarnaast bezit Heerenveen circa vijfhonderd bouwwerken die kenmerkend zijn voor een bepaalde bouwperiode, ontwikkelingsfase of straatbeeld in de gemeente Heerenveen, de zogenaamde gemeentelijke monumenten.
Archeologische waardevolle terreinen in de gemeenten zijn voor een belangrijk deel geconcentreerd in de terpen van het (voormalige) beekdallandschap van de Boorne (zie bovenstaande figuur).
2.7
Woon- en leefklimaat
Een heldere functiescheiding tussen bedrijven en woongebieden Kenmerkend voor Heerenveen is de heldere functiescheiding tussen bedrijventerreinen en de woongebieden. De bedrijventerreinen liggen (goed ontsloten) langs de snelwegen, terwijl veel woongebieden daarvan gescheiden zijn en op zichzelf functioneren met dagelijkse voorzieningen als scholen, kinderopvang en supermarkten.
Relevante milieucontouren Leefomgevingskwaliteit (milieukwaliteit) In grote delen van Heerenveen voldoet de milieukwaliteit op het gebied van geluid, fijnstof, bodem, geur en externe veiligheid ruimschoots aan de wettelijke norm. De geluidsbelasting is het hoogste langs de spoorlijn, de snelwegen en in de omgeving van (gezoneerde) industrieterreinen. Door de toename van het verkeer en bedrijvigheid kan deze hinder toenemen, al wordt dit wel begrensd door geluidszones en geluidsplafonds die zijn vastgesteld door Rijk, Provincie en gemeente. In het kader van de gewijzigde afritten A32 is de luchtkwaliteit langs gemeentelijke hoofdwegen in beeld gebracht voor
de zichtjaren 2018 en 2032 (FUMO, nov 2017). Uit deze berekeningen blijkt dat de concentraties fijnstof en stikstofdioxide (NOx) ruimschoots onder de landelijke normen blijven. De hoogste concentraties zijn te vinden langs (de afritten van) snelwegen. Keuze uit diverse woonmilieus Er is een grote diversiteit aan woonmilieus aanwezig in de gemeente. Je kunt landelijk wonen in de lintbebouwing, maar er zijn ook historische dorpskernen, meer stedelijke woonmilieus met appartementen en groenere wijken zoals Skoatterwâld.
Verschillende woonmilieus in de gemeente Er is sprake van een kwaliteitsopgave in de bestaande woonvoorraad Renovatie van sociale huurwoningen en investeringen in de particuliere woningvoorraad zijn noodzakelijk om de levensduur van woningen te verlengen en de woningvoorraad te verduurzamen. In verschillende buurten in onze gemeente is sprake van een eenzijdige woonvoorraad, waar de bouwkundige kwaliteit niet meer volstaat. Dit kan op termijn leiden tot problemen met de verkoop en verhuur van woningen en problemen op het gebied van leefbaarheid. Waar de verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van woningen niet meer op peil is te brengen met renovatie, kan herstructurering en vervanging van de woningvoorraad gewenst zijn. De kwalitatieve opgave wordt het eerst zichtbaar in kwetsbare delen van de woningvoorraad. Met name in oudere woningen en woningen die net na de oorlog zijn gebouwd ligt er een opgave tot verduurzaming. Van de 22300 woningen in Heerenveen is 38% gebouwd voor 1970.
De wijken die zijn gebouwd in de jaren ’70 en ’80 moeten in de komende tijd hun toekomstwaarde bewijzen. Ook hier kan het noodzakelijk zijn om een deel van de woningvoorraad te renoveren en de openbare ruimte aan te passen. Ook op nieuwere woningen is het verduurzamingsvraagstuk uiteraard ook van toepassing. Voor deze woningen geldt echter dat die over het algemeen beter zijn geïsoleerd en dat hier minder grote stappen nodig zijn om ze energiezuinig te maken. Extra aandacht voor het centrum In het centrum van Heerenveen speelt daarnaast het vraagstuk van leegstaande winkelpanden. Hier moet worden nagedacht over transformatie naar andere functies, waarbij de woonfunctie in het centrum kan worden versterkt. Gelet op de bestaande woonvoorraad, zijn hier vooral kwalitatieve toevoegingen gewenst. Volop recreatiemogelijkheden Het landschap van Heerenveen strekt zich uit van het bosrijke gebied van de zuidelijke Friese wouden tot de rand van het waterrijke Friese merengebied. Deze landschappelijke diversiteit biedt kansen voor verdere ontwikkeling van verschillende vormen van recreatie. In Heerenveen is een uitgebreid fietsknooppunten- en een fijnmazig wandelknoppuntennetwerk gerealiseerd. Door de gemeente Heerenveen lopen twee belangrijke vaarroutes: de Staande Mastroute en de Turfroute. Veel kernen in de gemeente zijn met de boot bereikbaar.
Akkrum is gelegen aan de Staande Mastroute door Friesland en ligt daarmee centraal in het Friese Merengebied
In de gemeente zijn volop recreatiemogelijkheden beschikbaar
Het landschap is daardoor een waardevolle aanvulling op de grotere plaats Heerenveen en de omliggende dorpen, waarbij sommige gebieden in Heerenveen zelfs ook een aantrekkingskracht voor recreanten buiten de gemeente hebben. Denk bijvoorbeeld aan het landgoederenlandschap bij Oranjewoud, waar in het weekend veel mensen komen te wandelen. Het onderwerp recreatie en toerisme is zowel relevant vanuit leefbaarheid (voorzieningenniveau) als vanuit economisch oogpunt (lokale economie en werkgelegenheid). Sociale cohesie in de dorpen is sterk De leefbaarheid in de gemeente Heerenveen is over het algemeen goed te noemen. De meeste regionale voorzieningen bevinden zich in de kern Heerenveen (zie 2.8). Voor de dorpen aan de noorden de oostkant van de gemeente is de afstand tot regionale voorzieningen groter dan voor de kern Heerenveen en de dorpen daar direct omheen. Deze dorpen richten zich dan ook deels op voorzieningen buiten de gemeente (bijvoorbeeld in Grou, Gorredijk, Oosterwolde).
Spreiding van voorzieningen In de dorpen en wijken organiseren inwoners evenementen, runnen voorzieningen zoals sportverenigingen en dorpshuizen en doen allerlei soorten vrijwilligerswerk. Met name in de kleinere dorpen kent men elkaar en is de sociale cohesie groot. Voorzieningen als scholen, sportverenigingen en dorpshuizen worden erg gewaardeerd als plek om elkaar te ontmoeten. In veel dorpen en wijken is zo’n ontmoetingsplek aanwezig.
De leefbaarheid en sociale cohesie in de dorpen is sterk
Leefbaarheidsscore ten opzichte van het landelijk gemiddelde (bron: Ministerie van BZK) … maar er zijn ook zorgen Uit de Omgevingsdialogen blijkt dat inwoners zich ook zorgen maken over maatschappelijke problemen zoals eenzaamheid en de individualisering in de samenleving. Op sommige plekken ontbreken voorzieningen of komen deze onder druk te staan door een gebrek aan nieuwe leerlingen of leden. Ook zijn er steeds meer problemen om vrijwilligers te vinden.
Over autonome dorpen en woondorpen Bij veel bewoners bestaat het beeld dat het dorp alleen leefbaar kan blijven door de lokale voorzieningen te behouden. Daarvoor moet het dorp groeien en de uitstroom van jongeren worden tegengegaan. Wetenschappers nuanceren dit beeld. Volgens hen wordt leefbaarheid juist steeds minder bepaald door de lokale beschikbaarheid van voorzieningen en steeds meer door de kwaliteit van de woonomgeving en door de aanwezigheid van sociaal en menselijk kapitaal. Voorzieningen moeten echter wel bereikbaar blijven. Frans Thissen (hoogleraar UvA) beschrijft de overgang van autonome dorpen naar woondorpen. In autonome dorpen met veel bewoners, die er geboren en getogen zijn en met dagelijkse activiteiten vooral in het eigen dorp, wordt leefbaarheid vaker beoordeeld op grond van het voorzieningenniveau. Deze autonome dorpen veranderen door processen als vergrijzing en schaalvergroting en door de komst van mensen van buitenaf die rustig willen wonen in woondorpen. In een woondorp dagelijkse activiteiten zijn buiten het dorp. De leefbaarheid wordt vaker beoordeeld op grond van de kwaliteit van de woonomgeving. Hij concludeert verder dat de vitaliteit van een woondorp voor een groot deel wordt bepaald door in hoeverre het dorp in staat is om sociaal en menselijk kapitaal aan te trekken en te benutten voor lokale initiatieven en activiteiten.
2.8
Regionale voorzieningen
(Boven)regionale voorzieningen Door de realisatie van een spoorverbinding met Arnhem in 1865, werd de bereikbaarheid van Heerenveen met de rest van Nederland sterk verbeterd. Deze (boven)regionale verbinding gaf de streekfunctie van Heerenveen ook een impuls. Deze nam verder toe toen er vanaf de late negentiende eeuw scholen, een ziekenhuis, een wedstrijdijsbaan en voetbalstadion werden gebouwd. Deze regionale functie als voorzieningen- en werkgelegenheidscentrum heeft Heerenveen nog steeds. In Heerenveen zijn verschillende voorzieningen gevestigd, waarvan een deel ook een bovenregionale, landelijke uitstraling heeft (zie ook de volgende paragraaf). Thialf en SC Heerenveen vormen bovenregionale voorzieningen, die vooral tijdens sportevenementen worden bezocht. Museum Belvédère trekt jaarlijks ca. 50.000 bezoekers, Museum Heerenveen en de Ecokathedraal rond de 10.000. Parklandschap Oranjewoud trekt regionaal en bovenregionaal vele bezoekers.
Regionale voorzieningen en werklocaties in en rond Heerenveen
2.9
Regionale functie voor de economie
Heerenveen is een belangrijke banenmotor voor de regio. De werkgelegenheid in Heerenveen is in de afgelopen jaren veel harder gegroeid dan in andere Friese steden. Het aandeel werkgelegenheid van Heerenveen in de provincie Friesland is toegenomen van 8,5% (in 2000) naar 10,3% (in 2017). Net als in de andere F4-gemeenten vertegenwoordigen de sectoren (gezondheids)zorg en zakelijke dienstverlening, handel & reparatie en industrie een groot deel van de werkgelegenheid. Grootste werkgever in de gemeente is ziekenhuis Tjongerschans. Daarnaast is in Heerenveen ook de sector vervoer, opslag & communicatie relatief groot. Dit direct hangt samen met de ligging nabij de snelwegen A32 en A7. Veel inwoners uit omliggende gemeenten werken in Heerenveen, terwijl de uitgaande pendel beperkter is. Er is daardoor geen 1-op-1 koppeling tussen groei van de economie en afname van het aantal werklozen in Heerenveen. Dit komt door een mismatch op de arbeidsmarkt (onvoldoende gekwalificeerd personeel voor kanssectoren als gezondheid, bouw, horeca en logistiek).
Infografic Heerenveen banenmotor van de regio
Bedrijventerreinen en kantoren Binnen de gemeente is een groot deel van de werkgelegenheid geconcentreerd op de bedrijventerreinen, kantoren en detailhandelsgebieden in Heerenveen (ca. 80%). De grootste werkgelegenheidsontwikkeling in de afgelopen 10 jaar heeft zich voorgedaan op het Internationaal Businessterrein Fryslân (IBF). In de regio Zuidoost-Friesland bestaat net als in de hele provincie Fryslân kwantitatief een fors overschot aan bedrijventerreinen. Tegelijkertijd is er sprake van een mismatch tussen vraag en aanbod, waardoor er wel behoefte aan nieuwe ontwikkelingen is. Hierover zijn recent nieuwe regionale afspraken gemaakt Kansen voor de circulaire economie Binnen de gemeente is een mix van grote en kleine bedrijven die van betekenis kunnen zijn voor de circulaire economie. Er zijn verschillende sectoren zijn waarin veel grondstoffen omgaan zoals de (zuivel)industrie, de behandeling van afvalwater en afvalverwerker Omrin. We willen met provincie, Circulair Fryslân en ondernemers in de potentie van afvalstromen en grondstoffen in de regio verder in beeld brengen. De recent vastgelegde komst van het Nationaal Testcentrum Circulair Plastic biedt een belangrijke impuls voor de verbetering van de kunstofketen door meer kennis, samenwerking en innovatie. Het NTCP gaat actief werken aan het verbeteren van de technieken voor sorteren en recyclen van kunststof verpakkingen.
Daarnaast krijgt het NTCP een publieksfunctie. Detailhandel Het centrum van Heerenveen is de belangrijkste detailhandelslocatie in de regio. Het centrum bevat vooral aanbod in de sector Mode en Luxe. Opvallend is verder dat het dagelijkse aanbod in Heerenveen voor het overgrote deel in het centrumgebied te vinden is. Naast Heerenveen hebben de dorpen Akkrum en Jubbega een verzorgende functie voor de omliggende dorpen. De winkels aan het Akkerplein, de Jister, in Nieuwehorne en Aldeboarn hebben een lokale functie. De concentratie van detailhandel zet zich ook in deze gemeente voort. Tussen 2007 en 2017 is het aandeel van Heerenveen in de gemeentelijke detailhandelsoppervlakte toegenomen van 83% naar bijna 85%. In Heerenveen is overigens ook sprake van de meeste leegstand in onze gemeente. Voor de gehele gemeente ligt de leegstand in de detailhandel gemiddeld op ongeveer 10,5%.
Hoeveelheid winkelvloeroppervlak en leegstand per winkelgebied (bron: Locatus Online, 2018) Economie in het buitengebied In het buitengebied van Heerenveen zijn vooral melkveebedrijven actief. Sinds 2014 is het aantal (volwaardige) landbouwbedrijven afgenomen met 19%, terwijl het landbouwareaal ongeveer gelijk is gebleven (bron: landbouwtelling CBS, 2018). Dit betekent dat er sprake is van schaalvergroting. Naast de landbouw komen er in het buitengebied en in de linten tal van andere functies voor. Vrijkomende agrarische gebouwen worden deels hergebruikt voor woon-, zorg- en bedrijfsfuncties, waaronder recreatieve- en toeristische bedrijven.
2.10 Landelijk bekend als (top)sportgemeente
Wie aan de andere kant van het land Heerenveen noemt, heeft het al snel over Thialf of over voetbal. Heerenveen staat bekend als (top)sportgemeente. Dit profiel wordt verder ondersteund door voorzieningen als het Centrum voor Topsport en Onderwijs en evenementen. Daarnaast zijn er diverse (inter)nationale sportevenementen als de Survivalrun in de Knipe en de Healthy Ageing Tour. Dit is een sterk merk dat gekoesterd en uitgebouwd kan worden. Heerenveen kent twee stadiongebieden met elk een eigen profiel en identiteit. In beide gebieden zijn er mogelijkheden om de synergie en multifunctioneel gebruik te vergroten (combinatiebezoek en dubbelgebruik parkeerplaatsen).
Sportstad
Bijlage 3 Ontwikkeling en trends op het gebied van de fysieke leefomgeving
Bijlage 3 Ontwikkelingen en trends op het gebied van de fysieke leefomgeving De fysieke leefomgeving verandert. Schoksgewijs doen zich veranderingen voor die de samenleving en de fysieke omgeving ingrijpend kunnen veranderen. Daarbij zijn er veel onzekerheden. Ontwikkelingen lijken elkaar steeds sneller op te volgen en van sommige ontwikkelingen is de uitkomst nog niet eenduidig. Dit betekent dat trends uit het verleden niet altijd kunnen worden doorgetrokken naar de toekomst en dat we geen blauwdruk kunnen maken voor de toekomst. We houden hier rekening mee door de Omgevingsvisie regelmatig te actualiseren.
3.1
Demografische verandering en ontwikkelingen in de samenleving
Wereldwijde bevolkingsontwikkeling Wereldwijd zien we verschuivingen in de bevolkingsaantallen. De wereldbevolking groeit volgens prognoses van de VN van 7 miljard mensen in 2016 tot 8,1 à 10,6 miljard in 2050. In Europa als geheel neemt de bevolking af. Stedelijke regio’s blijven groeien en economische migranten trekken vooral naar de rijkere regio’s; daarbuiten nemen bevolking, voorzieningen en mobiliteit overwegend af1. Ook vluchtelingen zijn mobieler en leggen grotere afstanden af; de ongelijke verdeling van natuurlijke hulpbronnen in de wereld blijft een bron van geopolitieke spanningen en economische onzekerheden. Ook Fryslân kan hierdoor weer te maken krijgen met opvang van meer vluchtelingen. Bevolkingsontwikkeling (tot 2040) Voor de toekomst zijn verschillende regionale bevolkingsprognoses gemaakt. In 2016 zijn door Provincie Fryslân Bevolkings- en Huishoudensprognoses gemaakt voor de regio Zuidoost Fryslân. Daarnaast geven de regionale bevolkingsprognoses uit 2016 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) specifieke cijfers op gemeenteniveau. Deze prognoses laten gezamenlijk het onderstaande beeld zien: In Zuidoost-Friesland krimpt de bevolking vanaf 2020, wel blijft het aantal huishoudens nog enige tijd doorgroeien, waarbij vooral het aantal eenpersoonshuishoudens toeneemt.
De dynamiek op landelijk niveau heeft consequenties voor Fryslân: vooral hoger opgeleiden en studenten vertrekken richting de Randstad en andere grote steden. Ook op regionale en gemeentelijke schaal is een trek naar grotere plaatsen waar te nemen. In Heerenveen blijft nog tot 2030/2035 sprake van een gestage bevolkingsgroei. Na 2035 krimpt de bevolking in de gemeente Heerenveen; Bevolkingsgroei wordt vooral veroorzaakt door binnenlandse migratie (verhuizing vanuit andere gemeentes). Het aantal geboortes en sterftes houdt elkaar tot 2030 in evenwicht. Op termijn ligt het aantal sterftes hoger dan het aantal geboortes. Met name in de leeftijdsklasse boven de 65 is sprake van een sterke toename. In de leeftijdsklasse 15-64 neemt de bevolking na 2020 sterk af, terwijl in de leeftijdsklasse 0-15stabiel is. Dit betekent dat de hoeveelheid ouderen sterk toeneemt, het aantal jongeren stabiliseert en dat de beroepsbevolking afneemt (zie figuur 3.1).
De Agenda en De opgaven voor de Nationale Omgevingsvisie; PBL, Verkenning Omgevingsopgaven, Den haag 2016. 1
In Heerenveen zet deze vergrijzing sterker door dan in de rest van Nederland. In 2040 is 30% van de bevolking in Heerveen 65-plus tegenover 27% in Nederland. De beroepsbevolking is navenant kleiner.
Figuur 3.1 Verwachte ontwikkeling per leeftijdsgroep (bron: Regionale bevolkingsprognose CBS/PBL, 2-18)
Figuur 3.2 Samenstelling van de bevolking in 2040 De huishoudensgroei en de vraag naar nieuwbouw neemt op termijn af In onze gemeente blijft het aantal huishoudens voorlopig nog groeien. Daardoor blijft er tot 2035 vraag naar nieuwe woningen. Rond 2035 slaat de groei van het aantal huishoudens om in krimp. Ook daarna blijft er behoefte aan nieuwe woningen, ook al is er dan vooral sprake van een kwalitatieve behoefte (vervanging van verouderde woonvoorraad). De vraag naar woningen is niet overal in de gemeente hetzelfde. We verwachten dat de trek naar grotere plaatsen doorzet en vraag naar woningen op goed bereikbare plekken toeneemt. De kans op vraaguitval hangt onder andere af van de woningkwaliteit, energiezuinigheid, voorzieningen en bereikbaarheid. Op korte afstand kunnen er soms grote verschillen zijn en ook in de grotere kernen zijn minder gewilde wijken.
Nu al zijn er plekken waar de vraag naar woningen afneemt en waar het aantal inwoners daalt (vraaguitval). Ook op die plekken is het belangrijk dat we blijven investeren in kwaliteit, zodat er geen gaten vallen in de kleinere dorpen. Dit kan betekenen dat op plekken die worden vernieuwd, minder woningen worden teruggebouwd. Kwaliteitsopgave Op de woningmarkt is steeds meer sprake van een kwaliteitsopgave. De bestaande woningvoorraad moet ook in de toekomst geschikt blijven voor de bevolking die er dan is. Omdat er in de toekomst meer ouderen zijn en deze langer thuis wonen, moeten meer woningen geschikt levensloopbestendig worden gemaakt of worden aangepast op een toenemende zorgbehoefte. Daarnaast is er nu een grote groep ouderen waarvan de woningen in de toekomst op de woningmarkt komen. Hoe zorgen we ervoor dat die woningen verkoopbaar blijven? De woonomgeving moet worden aangepast aan veranderende omstandigheden Daarnaast is het belangrijk dat de woonomgeving aantrekkelijk is en dat die wordt aangepast aan veranderende omstandigheden. De vergrijzing vraagt op bepaalde plekken om een andere inrichting van de openbare ruimte. Ouderen die slecht ter been zijn of dementerend, bewegen en oriënteren zich op een hele andere manier dan kinderen en jonge mensen.
Omdat kinderen graag samen spelen, moeten in verschillende wijken en dorpen het aantal speeltuinen in overeenstemming worden gebracht met het toekomstige aantal kinderen. Gevolgen van vergrijzing voor de volksgezondheid In de komende jaren heeft de vergrijzing gevolgen voor de gezondheid en het gebruik van voorzieningen. Doordat de babyboomgeneratie de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en mensen langer leven, neemt de bevolkingsgroep ouder dan 65 sterk toe. Doordat we ouder worden, blijven we langer vitaal. Wel ontstaan er meer chronische aandoeningen. Dementie en artrose veroorzaken de grootste toename in ziektelast tot 2040. In de leeftijdscategorie boven 75 jaar verwachten we dat eenzaamheid een groter probleem wordt.
Figuur 3.3 Ontwikkeling van specifieke aandoeningen tot 2040 (bron: Rivm, Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018)
Gevolgen vergrijzing en ontgroening voor de leefbaarheid Daarnaast zijn vergrijzing en ontgroening van invloed op de leefbaarheid in dorpen en wijken. Voorzieningen staan onder druk doordat de bevolking vergrijst en het aantal basisschoolleerlingen afneemt. Uit de Herijking toekomstperspectief Huisvesting Basisonderwijs blijkt dat in 2030 het aantal basisschoolleerlingen afneemt van 4412 tot 3676 leerlingen (een afname van 17%). Belangrijke kanttekening hierbij is dat de leefbaarheid niet alleen afhangt van de voorzieningen. Leefbaarheid hangt ook samen met onderwerpen als woongenot, veiligheid, sociale cohesie en elkaar kennen. Voorzieningen kunnen in de komende jaren onder druk komen doordat het aantal de bevolking vergrijst en het aantal basisschoolleerlingen afneemt. Om het voorzieningenniveau in stand te houden, is samenwerking en op sommige plekken samenvoeging noodzakelijk. In het onderwijshuisvestingsplan (2016) worden op dit gebied verschillende haalbaarheidsonderzoeken aangekondigd. Gezondheid en de leefomgeving De gezondheid wordt door veel factoren beïnvloed. Volgens onderzoek van het RIVM wordt (landelijk) een groot deel ziektelast bepaald door roken (13,1%). Ongeveer 5,7% van de ziektelast wordt bepaald door een ongezond milieu (lokale cijfers ontbreken). Een aanzienlijk deel daarvan is te relateren aan fijnstof-uitstoot van verkeer en industrie.
Daarnaast hebben een aantal andere oorzaken van ziektelast een relatie met de fysieke leefomgeving, zoals een gebrek aan lichamelijke beweging (3,5%) en/of overgewicht (5,2%). Mobiliteit veranderd Voor langere ritten wordt vooral de auto gebruikt, zodat 75% van het gereisde aantal kilometers voor rekening van de auto komt. Mensen verplaatsen zich over steeds grotere afstanden per dag en de (auto)mobiliteit blijft toenemen. De samenleving en de techniek blijven veranderen. Mensen worden mobieler, bezit wordt minder belangrijk en de samenleving organiseert meer dingen zelf. Daarnaast zijn er nieuwe technieken op het gebied van duurzaam vervoer en doen op de langer termijn de zelfrijdende auto’s wellicht hun intrede. De verhouding autoverkeer/langzaam verkeer wordt gezien als een belangrijk gezondheidsvraagstuk voor Heerenveen, waarbij Heerenveen de ambitie heeft om fietsstad te worden. Doordat e-bike in opkomst is, kan de fiets ook voor langere ritten (>7,5 km) concurrerend worden met de auto. Organisatiekracht in de samenleving neemt toe De samenleving transformeert van een centraal en top-down aangestuurde samenleving naar een decentrale, bottom-up samenleving waarin nieuwe verbanden en netwerken zich sterk ontwikkelen. Mensen zijn mondiger en meer deskundig, o.a. doordat veel kennis digitaal toegankelijk is.
Een andere ontwikkeling die speelt is die van een terugtrekkende overheid waarbij verantwoordelijkheden steeds meer worden teruggelegd bij de dorpen en individuen en ondernemers. Burgers en ondernemers nemen hierdoor ook steeds vaker zelf het initiatief om hun leefomgeving aan te passen aan hun wensen. Verschillen tussen bevolkingsgroepen en regio’s nemen toe Niet iedereen lukt het om aan te haken. Verschillen tussen bevolkingsgroepen in de samenleving nemen toe: tussen jong en oud, arm en rijk, hoger opgeleiden en lager- en middelbaar opgeleiden. Dat manifesteert zich onder meer in levensstijl en gezondheid, kwaliteit van de eigen leefomgeving, vrijetijdsbesteding en deelname aan de samenleving. De beroepsbevolking van Heerenveen kent grote verschillen in opleidingsniveau en inkomensniveau. Het opleidingsniveau is laag, maar Heerenveen heeft ook gemiddeld het hoogste inkomen van Friesland. Eén op zes
inwoners heeft een uitkering, maar het aantal bijstandsuitkeringen neemt recent in snel tempo af (van 1.450 in 2017 naar 1.250 nu). Een maatschappelijke tweedeling tekent zich af, zowel sociaaleconomisch als maatschappelijk-cultureel. Ook gezondheidsverschillen tussen laag- en hoog opgeleide bevolkingsgroepen nemen toe. Mensen met een lager opleidingsniveau voelen zich minder vaak gezond en hebben vaker last van overgewicht.
Figuur 3.4 Gezondheidsverschillen tussen mensen met een hogere en lagere opleiding nemen toe
De tweedeling manifesteert zich ook ruimtelijk Groepen mensen wonen in verschillende wijken, waardoor de mogelijkheden van interactie beperkt zijn en de tweedeling zich versterkt (segregatie)2. Het systeem van passend toewijzen zorgt ervoor dat er minder diverse groep huurders in een buurt komt te wonen. Mensen met een kleinere portemonnee zij aangewezen op de goedkoopste categorie huurwoningen, terwijl mensen met een middeninkomen niet meer in de sociale verhuur terecht kunnen. Daarbij komt dat er meer mensen met psychische en sociale problematiek verwacht worden, die zijn aangewezen op de sociale huurvoorraad. Dit alles leidt ertoe dat de leefbaarheid onder druk staat. Maar ook regionaal zien we fragmentatie: tussen zich snel ontwikkelende steden met kennisintensieve bedrijven en hoogwaardige voorzieningen, en regio’s met een krimpende bevolkingsomvang, vergrijzing, ontgroening en tanende voorzieningen.
2 SCP, Sociaal en Cultureel rapport, 2014, Verschil in Nederland, 2014; SCP, Niet buiten de burger rekenen,