Bijlage 2j - Zienswijze 10
Tekst van het document
(geanonimiseerd) 29 november 2023 PBE, Aan
(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) |
de Gemeenteraad
Gemeente
Heerenveen
Postbus
15000
8440
Heerenveen
GA
Betreft:
Zienswijze
(geanonimiseerd) E-mail: (geanonimiseerd)
met
betrekking
tot
Ontwerpbestemmingsplan (geanonimiseerd)
NL.IMRO.0074.Pean1Nes-OWO1
Geachte
Gemeenteraad,
MN
(geanonimiseerd) op uiteenlopende punten de die de en de initiatiefnemer óók zorgplicht nakomt, gemeente jegens de omwonenden van (geanonimiseerd) de buur-ondernemers en vooral de natuur hebben. Dit ondanks alle mooie voornemens in diverse In
grote lijnen stellen wij vast dat het Ontwerp-Bestemmingsplan
|
niet
studies, beleidsdocumenten e.d. van de hand van gemeente, provincie en rijk met betrekking tot de natuur, milieu en ontwikkeling landelijk gebied. Het (geanonimiseerd) blijkt in de kern een plan uitsluitend en alleen gericht op de interne doelstelling van schaalvergroting van (geanonimiseerd) en gaat de breed aandacht milieu voor natuur, en samenleving. Vele regels die volledig voorbij aan gedragen op dit plan van kracht zijn op het niveau van rijk, provincie, gemeente, waterschap, etc. laten zich niet verenigen met de verdere uitbreidingsplannen van (geanonimiseerd) Onze conclusie is dat dit ontwerpplan onevenwichtig is en dusdanig veel hiaten, tegenstrijdigheden, onduidelijkheden en open einden bevat, dat het nog lang niet rijp is voor accordering.
bestemmingsplan BENN,
Wij zijn het 1.2
Doel
niet eens met de het
van
Ons
en
ontwerpbestemmingsplan:
de
8 1.2 staat ‘dat de huidige planologische regeling onvoldoende aansluit bij de
noodzakelijke
inziens is het creëren
ondernemers
in het
plan
In de laatste zin van
doelstelling om
volgende punten
van
ontwikkelruimte te
meer
bewoners in het
ontwikkelruimte
gebied
waar
vergroten’. voor
(geanonimiseerd) zeer onwenselijk voor
(geanonimiseerd) BM onderdeel
van
uitmaakt
natuur, milieu, (Toelichting 8 1.2).
2.1 Bestaande
planologische situatie 2° alinea, 3° stip: Uitgangspunt hierbij dient volgens ons de situatie in 1998 te zijn, niet de nu bestaande. Derhalve dient de ca 50% vergroting van de bedrijfsgebouwen die sinds 1998 is gerealiseerd in mindering te worden gebracht op de huidige oppervlakte, waardoor nog eens vergroting ons inziens niet mogelijk is. Figuur
4
geeft ons inziens de bestaande
2.2 Nieuwe
situatie in 2023
niet correct
(Toelichting Figuur 4).
situatie
8 2.2. sub 1, laatste zin: ons inziens ten onrechte wordt hier toch chalets nog verder te vergroten,
terwijl wettelijk was toegestaan (<70 m?) (zie ook 6 2.2. sub
weer
10%
6 biedt ons
ze
zo
pag. 172, 8 3.2.2 sub
d).
inziens ten onrechte de
mogelijkheid geboden om de 12 groot zijn (100 à110 m?) als eerder
weer
al anderhalf maal
nu
de
mogelijkheid om een afwijkingsvergunning te verlenen het realiseren van extra recreatieappartementen, aangezien er nu al sprake is van grote en verder toenemende verkeersoverlast en parkeerproblemen (Toelichting $ 4.8 Verkeer en parkeren).
voor
6 2.2, Pag. 13, tweede stip: Aangezien de
voldoet, zijn wij van mening (Toelichting: Figuur 4). 3.1
dat vooral
van
niet aan de eisen moet
zijn
Rijksbeleid
6 3.1.1, 3° alinea: van
beplanting rond het erf op vele plekken herstel en versterking van de bossingel aan de orde zone
De
plannen
van
(geanonimiseerd) voldoen volgens ons op geen enkele wijze aan de uitgangspunten |
de Nationale Omgevingsvisie 2020
3.2 Provinciaal
(Toelichting 8 3.1.1)
beleid
6 3.2.1 Omgevingsvisie Provincie Fryslân Ons
inziens voldoen
Provincie
Fryslân: 8
de
plannen
5.2. Slimme
van
(geanonimiseerd) MN zelfs niet aan
groei
van
de
de
doelstelling in de Omgevingsvisie gastvrijheidseconomie (Toelichting & 3.2.1).
Fryslân 2014 Groepsaccomodaties/Recreatieappartementen Deze alinea creëert de mogelijkheid om ‘bestaande bebouwing maximaal 10% uit te breiden’. Hierbij dient volgens ons het bebouwingsoppervlak in 1998 als uitgangspunt te worden genomen, omdat er sinds 1998 al ca 50% aan groepsaccomodaties is bijgebouwd. 6 3.2.2 Verordening
Romte
Verbetering bedrijfssituatie Het uitbreidingsplan van (geanonimiseerd) ons inziens niet aan de vereisten van 8 4.3.1 uit de Verordening B Romte Fryslân 2014 ten aanzien van milieuhygiënische, verkeerskundige en landschappelijke inpasbaarheid (Toelichting $ 3.2.2).
voldoet
6 3.2.3 Vaarwegenverordening Fryslân 2014, 2° alinea: In
tegenstelling tot het hier gestelde hebben de beoogde ontwikkelingen op de wal wel degelijk invloed langs het plangebied (Toelichting 83.2.3).
op
de vaarweg 3.3
8
Gemeentelijk
3.3.1
beleid
Omgevingsvisie
Heerenveen
2040
Recreatiewoningen De stelling (pag. 19, 4° alinea) ‘met een landschappelijke inpassing [is] aangetoond dat deze recreatie woningen gebaseerd zijn op de beleving en kwaliteiten van de omgeving’ is ons inziens niet correct (Toelichting $ 3.3.1). Verbetering bedrijfssituatie Wij vinden de stelling (pag. 20, 1° alinea) dat voor nieuwe bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning op MN (geanonimiseerd) te worden niet correct 8 ‘geen landschappelijk inpassingsplan [behoeft] opgesteld’ (Toelichting 3.3.1). Bedrijfswoning De stelling dat een nieuwe bedrijfswoning aan de zuidoostkant van het erf ( pag. 20) ‘bijdraagt aan kwaliteitsverbetering van het erf’ is ons inziens voorbarig, temeer omdat er niets wordt vermeld omtrent een beoogd landschappelijk inrichtingsplan op deze locatie. Onderbouwing van de stelling ontbreekt (Toelichting 3.3.1). Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten Conform
het Activiteitenbesluit
Milieubeheer, Art. 2.1 lid 1 en 2, hebben gemeentes en ondernemers een zorgplicht betreft onder andere het voorkomen van geluid-, licht- en zorgplicht geuroverlast, watervervuiling en de zorg voor een doelmatige werking van de voorzieningen voor het jegens de omgeving.
Deze
2
beheer
van
afvalwater.
hoofdstuk nader
Dit
wettelijke aspect
dient
ons
inziens in het
ontwerpbestemmingsplan
in dit
uitgewerkt te worden.
4.2 Water Hier ontbreekt
plangebied.
De
aandacht
voor
lozingen
leiden
het lozen
van
regelmatig
afvalwater in de
tot stankoverlast
particuliere watergang aan de oostzijde gezondheidsrisico voor vee en wild.
het
van
en
4.3 Luchtkwaliteit
tegenstelling tot hetgeen in deze paragraaf wordt gesteld, dient er bij de berekening van de luchtverontreiniging óók rekening te worden gehouden met de negatieve invloeden van de bouw van de inmiddels gerealiseerde bouw van de 12 chalets. De alinea die spreekt over (pag. 23, Onderzoek) ‘de twee verleende omgevingsvergunningen’ is ons inziens misleidend, want tegen één van de vergunningen loopt nog een juridische procedure. Het niet meenemen van de negatieve milieu-effecten gedurende de bouw van de 12 chalets geeft een onjuist beeld van de impact op het milieu. In
effecten, lees stikstofdepositie, lawaai, verkeer, etc. worden categorisch buiten beschouwing gelaten alle berekeningen die in dit bestemmingsplan worden gepresenteerd (Toelichting 8 4.3). De
in
Bedrijfshinder Toetsingskader Volgens het ontwerp bestemmingsplan ligt het plangebied in omgevingstype 1: ‘rustige woonwijk/buitengebied’ (Zie pag. 23). Dit impliceert dat buiten een cirkel van 30 meter rond het plangebied geen geluids- en lichtoverlast mag plaatsvinden. Dat mag ook al niet omdat het gebied grenst aan stiltegebied Wide le (Toelichting 8 4.4 Bedrijfshinder Toetsingskader). 4.4
Toetsing werking tegenstelling tot het gestelde in deze paragraaf dient ons inziens bij de toetsing van de externe werking ook de bouw en het gebruik van de 12 chalets te worden betrokken, evenals de gewenste toename van het aantal gasten met 50%. Daarmee leidt het planvoornemen zowel tot aantasting van het woon- en leefklimaat van natuur en omwonenden als tot hinder van bedrijven in de directe omgeving (Toelichting $ 4.4 Toetsing Externe werking). Externe In
Ecologie Soortenbescherming In deze paragraaf wordt ons inziens ten onrechte uitsluitend aandacht besteed aan het plangebied zelf. Volgens de Natuurbeschermingswet dient ook aandacht besteed te worden aan de soorten in het omliggende gebied, te weten het weidevogelkansgebied, waar het plangebied nota bene onderdeel van en het NNN-gebied op 35, resp. 135 meter afstand (Toelichting 6 4.5 Ecologie/Soortenbescherming). 4.5
Gebiedsbescherming In deze paragraaf (en diverse andere paragraven in (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) wordt ten onrechte uitsluitend het feit het km over dat van het Natura 2000-gebied ‘De vrijwel gesproken plangebied op 2,5 Âlde Feanen’ ligt, terwijl het feit dat het plangebied zelf binnen een groot weidevogelkansgebied ligt en grenst aan 2 NNN-gebieden onderbelicht blijft. (Toelichting 8 4.5 Ecologie/Gebiedsbescherming).
bestemmingsplan. mm
Beschermde claim dat
houtopstanden
bomenrijen zijn of worden verwijderd klopt niet. (zie bijlage 2, Beknopte Natuurtoets, pag. 4, 2° alinea) De bossingel werd in 2011-2015 aangeplant en vertoont nog steeds grote De
er
geen
bos of
3
is
zichtgaten en de huidige erfbeplanting voldoet Ecologie/Beschermde houtopstanden). 4.7 Externe
de
wettelijke
eisen
(Toelichting 8 4.5
veiligheid
inziens ten onrechte
Ons
niet aan
veiligheidsrisico’s
als
wordt in deze
gevolg
van
paragraaf totaal geen
het sterk toenemende
aandacht besteed
aantal gasten
van
aan
(geanonimiseerd) |
toenemende
De beschikbare
nagestreefde schaalvergroting van (geanonimiseerd) terwijl beide buurgemeenten (Smallingerland resp. Leeuwarden) jaren geleden de toegangswegen en andere infrastructuur rond (geanonimiseerd) al als onvoldoende kwalificeerden om diverse recreatieplannen te realiseren. (Toelichting $ 4.7). infrastructuur wordt als voldoende gezien
4.8 Verkeer
de
parkeren
onrechte wordt in deze
Ten is
en
voor
(Toelichting $
4.8
Bij de berekening
paragraaf gesteld
dat het aantal
verkeersbewegingen
niet
wezenlijk
veranderd
Verkeer). de
benodigde
waarbij MEM
parkeerplaatsen in de situatie (geanonimiseerd) nog 50% extra kan is totaal met het gasten ontvangen, geen rekening gehouden ruimtebeslag van de 50% extra bebouwing (690 m?) die gepland is (Toelichting $ 4.8 Parkeren). van
106
5.3
Bestemmingen Wij zijn van mening dat de boerderij onaangetast moet blijven. Een modern gebouw op deze gezichtsbepalende plek op het scheidsvlak Wijde Ee/ Grêft zou grote afbreuk doen aan de landschappelijke kwaliteit van dit gebied, waar uitsluitend oorspronkelijke boerderijen en een gemaal uit de ontstaansperiode van deze ‘mienskip’ staan. Deze zienswijze heeft nadrukkelijk ook betrekking op $83.2.3 2° alinea, pag. 26 2° alinea en Regels Art. 5.3.5
3.2.1.e.
5.3.6
Hier wordt
opnieuw
vooruit
gelopen
op de
rechtsgang.
De
omgevingsvergunning
voor
de 12 chalets
wordt nog betwist worden
bij de Raad van State. Daarmee is het nog steeds mogelijk dat enkele chalets moeten verplaatst naar de oorspronkelijke plek binnen de wettelijk verplichte bossingel.
veldeet
bossingel rond het erf van B (geanonimiseerd) op geen enkele wijze aan de eis uit het Bestemmingsplan Buitengebied Boarnsterhim 2008, dat rond het erf een aaneengesloten bossingel aanwezig dient te zijn, die is uitgevoerd conform bijlage 4 van dat plan (Toelichting $ 5.3.7 Groenzone). 5.3.7 De
6.2
Maatschappelijke
uitvoerbaarheid
Wij betwisten dat hier sprake
is van
goede maatschappelijke uitvoerbaarheid. Het kader waarbinnen de uitvoerbaarheid wordt beoordeeld beperkt zich nagenoeg uitsluitend tot de belangen die (geanonimiseerd) nastreeft. Belangen van omwonenden en agrariërs zijn in deze beoordeling nauwelijks in ogenschouw genomen en natuurbelangen, al dan niet wettelijk voorgeschreven, krijgen een zeer oppervlakkige behandeling. Inmiddels is de rust in het weidevogelkans- en NNN-gebied sterk verminderd, trekken de vogels zich terug en wordt natuurbeheer als onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering in het gebied in toenemende mate belemmerd (Toelichting $ 6.2). een
Bijlage 2 Ecologisch onderzoek, Beknopte natuurtoets Bij de beoordeling van de ecologische situatie in de Beknopte Natuurtoets moet ook gekeken worden naar de invloed van de planologische ontwikkelingen op het plangebied voor de diersoorten en natuurgebieden waar (geanonimiseerd) in ligt, dan wel aan grenst. Hieraan wordt volledig voorbijgegaan in deze toets (Toelichting Bijlage 2 Ecologisch onderzoek). 4
Bijlage 3: Berekening Stikstofdepositie Pean 1 Wij bestrijden de conclusie van het rapport dat er stikstofuitstoot. (Toelichting Bijlage 3). Op pagina
bijlage 3 wordt
3 van
(deels) vergund zijn Boarnsterhim
Wij zijn het van
er
bovendien
maximaal
gesproken 15
maar
sprake
is van toename
van
vakantiewoningen, terwijl er maar zijn toegestaan (Bestemmingsplan Buitengebied 16
over
12
2008, kleinschalige recreatie).
niet eens
de bestaande
zijn geweest,
en
BM
op (geanonimiseerd) geen
moet
met
pagina
9 en
11, waar
bedrijfsbebouwing zelfs een uitbreiding
van
een
wordt uitgegaan. met
nog
eens
uitbreidingsmogelijkheid uitbreidingen 10% uitgesloten worden. Gelet op de
met 50%
die
er
(690 m?)
sinds 1998 al
Regels Regels
Hoofdstuk 1, Inleidende
Art 1.25
Groeninrichtingsplan
Wij zijn
van
deel
minimaal 5 meter breed
het
mening dat hier
regels
toegevoegd: minimaal 10 meter breed rond het zuidelijk en rond noordelijk deel van het plangebied, conform bijlage 4 van Bestemmingsplan Buitengebied Boarnsterhim 2008 (zie Toelichting 6 5.3.7). moet
worden het
Ondergeschikte horeca 2° en 6° stip: In tegenstelling tot het hier gestelde worden er nu al regelmatig grote evenementen gehouden, zoals bruiloften, waarvoor tegen de hier genoemde regels in ook (o.a. online) reclame wordt gemaakt, zowel in brochures, als bij de verhuurvoorwaarden voor diverse chalets. Ook worden chalets verhuurd als vergaderlocatie, hetgeen toch moeilijk onder de noemer ‘verblijfsrecreatie’ kan
Art.
1.30
vallen.
Bij gelijkblijvend beleid zal, ook zich
gedaanten Art.
na
inwerkingtreding van
dit
van
blijven voordoen.
mening dat de hier gegeven omschrijving
Regels
voor
hier de definitie
van
Peil
pleiten Regels art. 2.3 (Oppervlakte van een bouwwerk): “Voor een gebouw waarvan de hoofdtoegang niet direct aan van het aansluitende afgewerkte terrein’, daarom
er
Art.
overlast in velerlei
1.31 Peil
Wij zijn
Art.
bestemmingsplan,
over
te nemen
van
voor
velerlei
uitleg vatbaar
de Vereniging Nederlandse de weg grenst: de
is.
Wij
Gemeenten
en
gemiddelde hoogte
Hoofdstuk 2,
Bestemmingsregels Verblijfsrecreatie 3.2.1. Bedrijfsgebouwen 3 Recreatie
-
Art 3.2.1.b Ons
inziens is
m?
bij het bepalen
1670
ten onrechte
het
van
de maximale
bij de
gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen bedrijfswoning betrokken. Aangezien dit bijgebouw
bijgebouw bij, in of aan de bedrijfswoning wordt gebouwd, dient deze 50 m? in het bouwvlak van de bedrijfswoning te worden opgenomen, dat daarvoor ook voldoende ruimte biedt. Gezien de uitbreiding van de bedrijfsgebouwen met 40 à 50% (400 à 450 m?) die sinds 1998 al heeft plaatsgevonden, moet er ons inziens ook geen mogelijkheid worden geboden om de bedrijfsgebouwen met nog eens 10% (138 m?) uit te breiden, met name omdat ook al de mogelijkheid wordt geboden om een bedrijfswoning van 150 m?, een bijgebouw van 50 m? en een kantoorruimte van 100 m? bij te bouwen, tezamen al 22% toename van het bebouwd oppervlak aan bedrijfsgebouwen. van
Hier wordt dus wederom uitbreiding op uitbreiding op uitbreiding gestapeld. De maximale oppervlakte van de bedrijfsgebouwen dient ons inziens dus 1430 m 2 te zijn (1380 m 2 + 50 m 2 kantoor) zie voor uitleg Art. 3. 4. a. 2) Art 3. 2. 1. e Ons inziens dient herbouw van de boerderij niet in de regels te worden opgenomen. Zie onze zienswijze op Bestemmingen § 5. 3. 5 Art 3. 2. 2 Recreatiewoningen Art 3. 2. 2. a Ons inziens dient het bouwvlak van enkele recreatiewoningen aan de noordzijde te worden verplaatst
zodat de wettelijk voorgeschreven aanleg van de bossingel mogelijk wordt. Art 3. 2. 4 Bedrijfswoningen Art 3. 2. 4. c Ons inziens moet de mogelijkheid worden uitgesloten om een woning groter dan 150 m 2 te bouwen. In het vigerende bestemmingsplan is een bedrijfswoning toegestaan van maximaal 120 m.2 De gemeente Heerenveen heeft beargumenteerd dat dit 150 m 2 mag worden , omdat dat elders in deze gemeente al is toegestaan. Nog groter is derhalve uitgesloten. Art 3. 2. 4. d Ons inziens moet de mogelijkheid worden uitgesloten om een hogere goothoogte toe te staan dan 4 meter , omdat de bedrijfswoning op een gezichtsbepalende plek van het plangebied komt te staan en de boerderij het dominante gebouw op het erf moet blijven. N. B. Ons inziens moet er in de regels tevens een maximale nokhoogte van 8 meter worden opgenomen , omdat de boerderij het dominante gebouw op het erf moet blijven en omdat de woning anders veel te hoog kan worden , met name als een dakhelling van 60° wordt toegepast. Art 3.2.5.d , Art 3. 4. a. 3 Ons inziens dient hier te worden gespecificeerd wat voor bouwwerk het hier betreft. Bovendien zijn wij van mening dat ook de maximale bouwhoogte van een dergelijk bouwwerk 8 meter moet zijn , in overeenstemming met de overige bedrijfsgebouwen en de eis dat de boerderij het dominante gebouw op het erf moet blijven (zie zienswijze op Art. 3. 4. a. 3). Art. 3.
4 Afwijken van de bouwregels Art. 3. 4. a. 1 Ons inziens moet er geen mogelijkheid worden geboden om het kantoor te plaatsen buiten het bouwvlak dat is aangeduid met ‘specifieke vormen van recreatie – bedrijfsgebouwen’. Het argument om de bedrijfswoning in de zuidoosthoek te plaatsen is immers ‘het garanderen van de privacy van de beheerder’. Dan past het niet om daar vervolgens weer een kantoor bij te plaatsen. Het complex van bedrijfswoning , bijgebouw en kantoor (300 m)2 wordt dan bovendien veel te dominant op het erf en in het landschap. In § 2. 2 laatste alinea is daarom bepaald dat ‘een eventuele nieuwe bedrijfswoning ruimtelijk ondergeschikt wordt ingepast op het erf – de boerderij blijft het belangrijkste gebouw op het erf’. Bovendien staat de in Art 3. 4. a. 1 geboden mogelijkheid tot afwijken , haaks op hetgeen §5. 3. 7. stelt m. b. t. een nieuwe bedrijfswoning , citaat ‘verwacht de gemeente een inrichtingsplan waaruit blijkt hoe aan
de voorwaarden voor een goede landschappelijke inrichting wordt voldaan’. 6
Art.
3.4.0.2
Ons
inziens moet de
gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen beperkt blijven tot 1430 m + 50 m? (1380 kantoor), omdat het oude kantoor van 50 m? dient te worden afgebroken als er een nieuw kantoor gebouwd wordt (rood voor rood) en omdat de bedrijfswoning en het daarbij behorende bijgebouw expliciet zijn uitgezonderd van de definitie Bedrijfsgebouw en een eigen bouwvlak hebben, buiten het bouwvlak ‘bedrijfsgebouwen’. En ten tweede omdat het bebouwde oppervlak van de bedrijfsgebouwen sinds 1998 al ca 50% is uitgebreid van ca 950 m? naar 1380 m?.
2
Art 3.4.a.3
mogelijkheid om bedrijfsgebouwen tot 10 meter te verhogen tot een onaanvaardbare aantasting van het landschap. In 6 2.2 laatste alinea is daarom bepaald dat de overige bedrijfsgebouwen lager moeten zijn dan de boerderij, om ‘het iconische beeld van de boerderij aan de Grêft in stand te houden’ en er voor te zorgen dat: ‘de boerderij [..Jhet belangrijkste gebouw op het erf [blijft], waaraan de overige bebouwing in stedenbouwkundig opzicht ondergeschikt Ons
inziens leidt de
is’.
Art 3.5
Specifieke gebruiksregels Afschermende en opgaande beplanting Ons inziens dient in deze paragraaf te worden verwezen naar bijlage 4 van het Bestemmingsplan Buitengebied Boarnsterhim 2008, waar de inrichtingseisen voor de bossingel zijn opgenomen.
Art 3.5.1
Regels Art.
Hoofdstuk 3 Algemene
7 Algemene
regels
gebruiksregels
Art 7.1.h
Wij zijn niet eens met de mogelijkheid die hier geboden wordt tot parkeren buiten het bouwperceel. De toegangsweg naar (geanonimiseerd) en de smalle B-weg Peansterdyk lenen zich volgens ons niet voor parkeren (Toelichting 6 4.8).
Tot slot Voor het
overige
sluiten
wij ons
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
aan
bij de zienswijzen
van
de andere
indieners.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Bijlage 1 Toelichting Toelichting $ 1.2 Om
te komen
land
(geanonimiseerd) rond
Doel
van
het
plan
de vitaliteit en de veerkracht van het landelijk gebied hebben vergroting Europese en landelijke overheden regels uitgevaardigd. Voorbeelden zijn het Natuurpact 2013, de Natuurbeschermingswet, de Vogel- en Habitatrichtlijn voor behoud van de biodiversiteit, de Kaderrichtlijn Water voor verbetering van de waterkwaliteit en het Klimaatakkoord 2030 voor CO2reductie in het veenweidegebied. Het Natuurpact 2013 stelt dat de provincies tot 2027 80.000 ha nieuwe natuur in het NNN-netwerk moeten hebben gerealiseerd, waarvan 40.000 ha eind 2021 nog niet gerealiseerd was. Friesland moet hiervan 10% leveren (4.000 ha)! In het kader van het Klimaatakkoord 2030 voor COz-reductie in het veenweidegebied, waar (geanonimiseerd) middenin ligt, moet in het veenweidegebied Friesland nog een aanzienlijk COz-reductie worden gerealiseerd, waarvoor de actieve medewerking van de boeren onmisbaar is, óók van degenen met tot
van
(geanonimiseerd) ligt in een gebied met zeer hoge natuurwaarden, als onderdeel van een groot | weidevogelkansgebied, grenzend aan het grootste stiltegebied van Fryslân en op 30 c.q. 135 meter afstand van twee NNN-gebieden, waar alle bovengenoemde regelingen van kracht zijn. De door Pean B.V. gewenste schaalvergroting verhoudt zich totaal niet tot de omgeving waarbinnen zij dit denken te kunnen gaan realiseren.
Toelichting Figuur 4 Figuur 4 is volgens ons een misleidende tekening. Ten eerste suggereert de tekening dat de drie chalets aan de noordzijde binnen de bossingel staan, terwijl ze de wettelijk vereiste gesloten bossingel volledig verstoren en er deels zelfs buiten staan. Op de tweede plaats ontbreekt de bossingel over een grote afstand aan de oostzijde en aan de zuidzijde zelfs volledig. Conform art. 11.129 1° lid van het Besluit Activiteiten Leefomgeving is sprake van de wettelijke plicht tot herbeplanting. Daar wordt niet aan voldaan. De aanplant op immers al van 2011(geanonimiseerd) 2015, terwijl de voorgeschreven herbeplanting binnen een periode van 3 jaar voldoende dekkingskracht moet hebben en binnen een periode van 5 tot 10 jaar een gesloten kronendak.
MN dateert
Deze
zuidaan
foto toont
duidelijk dat de bossingel aan en oostzijde na 10 jaar nog steeds niet de voorschriften voldoet.
Toelichting
Hoofdstuk 3 Beleidskader
Toelichting 8 3.1.1 NOVI Omgevingsvisie (NOVI) staan de (geanonimiseerd) terwijl ze conform deze visie juist in ontwikkelingen | volledig samenhang met de leefomgeving zouden moeten worden gerealiseerd. Er is geen respect voor de natuur (NNN-gebied) en stilte (stiltegebied), weidevogelbeheer wordt in toenemende mate verstoord (weidevogelkansgebied). Kernbegrippen in de NOVI staan voor ‘verduurzaming, leefbaarheid en toekomstbestendigheid’, terwijl (geanonimiseerd) een ruimtelijke beeldkwaliteit dreigt te creëren die volledig botst met de waarden en kwaliteit van het gebied. In
tegenstelling
tot de
uitgangspunten
van
de Nationale
los
van
de omgeving,
of)
Toelichting 8 3.2.1 Omgevingsvisie In
8 5.2 van de omgevingsvisie
Provincie
Provincie
Fryslân Fryslân wordt gesteld
dat ‘de inpassing
[van nieuwe
in de
ontwikkelingen] omgeving gebeurt op basis van maatwerk’, waarbij o.a. gezorgd wordt voor: in de omgeving, versterking van cultuur- en natuurerfgoed en van leefbaarheid in dorpen ‘draagvlak en
steden.” 1. 2. 3.
ontwikkelingsplannen van (geanonimiseerd) geschaad De leefbaarheid van de omgeving is de laatste jaren sterk aangetast (lawaai, licht, verkeersoverlast, zwerfvuil, etc.) In de directe Het
omgeving
natuurerfgoed
is er totaal geen
wordt voortdurend
draagvlak
voor
de
en in toenemende
mate
Toelichting & 3.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014/Verbetering bedrijfssituatie 6 4.3.1 van de Verordening Romte Fryslân 2014 eist dat uitbreiding van het bedrijf is toegestaan mits: ‘deze milieuhygiënisch en verkeerskundig inpasbaar is in de omgeving en het plan voorziet in een goede inpassing binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten’ 1. De uitstroom van de septic tank op (geanonimiseerd) wordt geloosd op de particuliere watergang aan de B oostzijde van het plangebied, met een milieu belastend effect. 2. De huidige verkeerskundige situatie is niet vergeleken met de situatie in 2008, toen nog uitsluitend sprake was van het tweemaal per week wisselen van zeilschoolgroepen gedurende slechts de maanden juli-augustus. 3. Eris geen sprake van een landschappelijke inpassing, want de erfbeplanting voldoet volstrekt niet aan de wettelijk gestelde eisen in bijlage 4 bij Bestemmingsplan Buitengebied Boarnsterhim
2008.
Toelichting $ 3.2.3 Vaarwegenverordening Fryslân 2014 In de Vaarwegenverordening Fryslân 2014 zijn naast regels voor bebouwing langs de oever van vaarwegen ook regels opgenomen met betrekking tot de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer. In deze paragraaf wordt echter uitsluitend ingegaan op een eventueel effect op de vaarweg van de bestaande en gewenste toekomstige bebouwing op de oever van de Grêft en totaal niet op het effect aantal gasten op het veilig en vlot verloop van het scheepvaartverkeer. van het sterk toenemend Er zijn grote steigers bijgebouwd, er worden grote vlotten in het vaarwater gelegd en met name in de zomer is regelmatig sprake van ernstige hinder voor het scheepvaartverkeer door varende en zwemmende gasten van (geanonimiseerd) die de Grêft bezet houden. Toenemende veiligheidsrisico’s en stremmingen van het doorgaande vaarverkeer zijn het gevolg. De Grêft is bovendien ook onderdeel van de Staande Mastroute. Aan toenemende overlast en veiligheidsrisico’s is onterecht geen aandacht geschonken. Toelichting & 3.3.1 Omgevingsvisie Heerenveen 2040/Recreatiewoningen In tegenstelling tot hetgeen hier wordt beweerd is er ons inziens bij de recreatiewoningen geen sprake van een landschappelijke inpassing gebaseerd op beleving en kwaliteiten van de omgeving.
recreatiewoningen zijn te groot en zijn deels gesitueerd in en zelfs gedeeltelijk buiten de wettelijk bossingel. De woningen gaan niet op in de omgeving, maar domineren de omgeving en tasten de ruimtelijke beeldkwaliteit ernstig aan. Bovendien betekent de huidige situering aantasting De misplaatste situering en afwezigheid van verduisterende van de privacy van omwonenden. raambekleding in de chalets zorgen daarbij dagelijks en jaarrond voor ongeoorloofde en ongewenste verstoring van het nachtelijk duister dat is vereist voor (beschermde) nachtdieren (o.a. uilen en vleermuizen) die verkeren op en rond het plangebied. Bewoners, natuur en ruimtelijk beeld zijn hier ernstig tekort gedaan en van versterking van het landelijk gebied kernopgave van de Heerenveen 2040 is hier Omgevingsvisie geen sprake. De
vereiste
—
—
Toelichting & 3.3.1 Omgevingsvisie Heerenveen 2040/Verbetering bedrijfssituatie De Omgevingsvisie Heerenveen 2040 stelt: ‘Bij uitbreiding van bestaande agrarische erven houden we rekening met een zorgvuldige inpassing in het landschap. Bij schaalvergroting tot 2,0 ha vragen we de initiatiefnemer om het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan. Bij grotere erven vragen we ook om een kwaliteitsimpuls in het landschap, waarmee het plan een bijdrage levert aan het versterken van de landschappelijke kernkwaliteiten’, Het hier gestelde is in lijnrechte tegenstelling tot de eerste alinea van pagina 20, waar juist wordt beweerd dat bij een uitbreiding beneden de 2 hectare geen landschappelijk inpassingsplan noodzakelijk zou zijn. Toelichting & 3.3.1 Omgevingsvisie Heerenveen 2040/Bedrijfswoning Sinds 1998 is er al sprake geweest van een aanzienlijke verstening van het erf door het toegenomen bebouwingsoppervlak met ca 1800 m?. Dat heeft al geleid tot wateroverlast aan de zuid- en oostzijde van het erf. Nog meer verstening leidt tot verdere kwaliteitsvermindering van het erf. Daar komt bij dat naast de bedrijfswoning van 150 m? ook nog een bijgebouw van 50 m? gepland is en dat het volgens de regels (art. 3.4.a.1. pag. 173) ook wordt toegestaan om het kantoorgebouw van 100 m? in deze hoek te zetten.
Hiermee wordt bovendien een groot risico geïntroduceerd ten aanzien van de landschappelijke inrichtingseisen, omdat dit bouwvlak van 300 m? getekend is aan de zichtzijde van het erf (Peansterdyk), waar momenteel geen bossingel aanwezig is. Toelichting Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten Toelichting 8 4.3 Luchtkwaliteit In tegenstelling tot het gestelde in deze paragraaf, dient bij de calculatie van de luchtkwaliteit ook rekening te worden gehouden met de invloed van de bouw van de 12 chalets, evenals de invloed van het gebruik van de chalets, die alle van houtkachels, buitenkeukens en bbg’s zijn voorzien. Hiervan is bekend dat ze oorzaak zijn van een aanzienlijke toename van fijnstof- en stikstofoxide-uitstoot. Ook het vuurwerk en de rookbommen die bij de chalets en tijdens festiviteiten worden afgestoken zorgen voor toename van uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden. Het niet meenemen van de negatieve milieu-effecten gedurende de bouw van de 12 chalets is voorbarig en geeft een onjuist beeld van de impact op het milieu, natuur, stikstofdepositie, etc. Ook wordt in deze paragraaf geen rekening gehouden met de verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van
het sterk toenemende
verkeer
van
en
naar
(geanonimiseerd) MN.
Toelichting 8 4.4 Bedrijfshinder Toetsingskader Volgens de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) valt mienskip Pean in omgevingstype 1 ‘rustige (geanonimiseerd) valt in de categorie ‘kampeerterrein, vakantiecentrum e.d. (met woonwijk/buitengebied’. | keuken)’ en daarbij hoort geluidshinder categorie 2. Omdat (geanonimiseerd) Bn geluidsruimte zone 1 ligt, moet buiten een zone van 30 meter rond het terrein na 19 uur ’s avonds het geluidsniveau beneden 40 dB liggen en na 23 uur beneden 35 dB. Het plangebied grenst bovendien aan stiltegebied Wide le, waar 24 uur per dag het geluidsniveau beneden 40 dB moet zijn.
10
[Beveiligde
Bijlage-1-tabel-richtafstandenlijst
Formules, OP
BEVEILIGDE WEERGAVE
bestanden
-
ad
E571
1
Let op
A /SBI-1993
Beeld
Help
ertel wat
internet kunnen virussen bevatten. Als u het bestand niet hoeft te bewerken,
kunt
u
u
-
weergave]
Excel
wilt doen beter
in
de Beveiligde weergave blijven.
C
SBI-2008
D
EFIG|H
BI
OMSCHRIJVING
3 2
55
-
569
55
—
570/5511,
5512
5510
571[552
553,
572553
561
552
ERE ele JLOGIES-,
MAALTIJDEN-
Hotels
pensions
en
Kampeerterreinen, Restaurants,
De
geluidruimte
in een
van
de grens
de locatie
van
8
a
Hië
56855 55
Bewerken inschakelt
Werkingsgebied
zone
met
keuken,
conferentie-oorden
vakantiecentra, e.d.
wordt
congrescentra
en
[MIN
ESE ls
le)
w
r
El E 5
8
2
FM
| FM
FM
2|P
5
EE
2
2
P
FM
FM
2
P
(met keuken)
ijssalons met eigen ijsbereiding.
vastgelegd
met
viskramen
e.d.
geluidwaarden
FM
|
per activiteit op
een
vaste afstand
de activiteit wordt verricht:
Afstand vanaf grens locatie
07.00-19.00
19.00-23.00
23.00-07.00
uur
uur
uur
(m)
Geluidruimte
zone
1
30
45
Geluidruimte
zone
2
50
45
Tijdens
|J
EN DRANKENVERSTREKKING
cafetaria's, snackbars,
waar
1
ZONES
E
8
|
| =ALS(Q571="";"";ALS(Q571<=10;"FM";ALS(QS71<=30;1;ALS(Q571<=50;2;ALS(Q571<=100;3;ALS(Q571<=200;4;ALS(Q5712=300;"IT";""}J))))
fe B
van
Controleren
evens
bruiloften
partijen licht- en geluidsoverlast en
dB(A) dB(A)
is er,
soms
40 40
dB(A) dB(A)
tot 1 à 2 uur ’s
35 35
nachts, sprake
dB(A) dB(A)
van
ernstige
[a]
IMG_0897.MOV
Bovenstaande gegevens ontbreken in het ontwerp bestemmingsplan, maar zijn wel wettelijk voorschreven en essentieel voor toetsing van de Externe werking van het bedrijf richting natuur
en
omwonenden.
Toelichting $ 4.4. Toetsing/Externe werking In tegenstelling tot het gestelde in deze paragraaf is er wel degelijk sprake van hinder en belemmeringen voor omliggende bedrijven. De jaarrond aanwezige gasten van nn (geanonimiseerd) de chalets en groepsaccomodaties, begeven zich regelmatig op de omliggende landbouwpercelen, waardoor de agrariërs worden gehinderd in hun opgave tot goed weidevogelbeheer en beperkt in hun mogelijkheid tot het weiden van eigen vee. Gevolgen, verstoring van de rust van weidevogels en toenemend gevaar voor dierziekten onder veestapel en wild, overgebracht door gezelschapsdieren als honden, overlast van rondslingerend zwerfvuil als plastic en glas, risico op aanrijdingen e.d. Lozing van effluent van de IBA (Individuele Behandeling Afvalwater) op de sloten rond de weidegronden van de omwonende agrariërs vormt een extra risico voor vee en wild. Toelichting $ 4.5 Ecologie/Soortenbescherming In deze paragraaf van de natuurtoets van BügelHajema Adviseurs wordt uitsluitend aandacht besteed aan diersoorten die voorkomen op het plangebied zelf. Er wordt in deze paragraaf totaal voorbijgegaan aan het wettelijke voorschrift (Wnb, Wet Natuurbescherming en de Vogel- en Habitatrichtlijn) óók de beschermde dieren in kaart te brengen, die gehinderd kunnen worden/voorkomen in de omliggende gebieden, het weidevogelkansgebied en de NNNgebieden (Grêft en Botmar).
Verstoring van de natuur moet voorkomen worden. In deze gebieden komen vele beschermde diersoorten voor, waaronder een aantal soorten die jaarrond beschermd zijn. Te noemen zijn onder andere roerdomp, lepelaar, ijsvogel, otter, bruine kiekendief, buizerd en verschillende soorten vleermuizen, alsmede de beschermde weidevogels. Daar de Wnb een zorgplicht kent, zelfs voor algemene
11
soorten, bestaat
er een
groot
risico dat diverse
wettelijk is vereist. De suggestie van BügelHajema
Adviseurs
beschermde
soorten
hier niet de aandacht
krijgen
die
tijdens de sloop of de bouw geen verlichting aan te zetten, dit teneinde verstoring van de aanvliegroute voor vleermuizen te voorkomen, gaat volledig voorbij aan de dagelijkse praktijk (geanonimiseerd) | waar met name de uitbundige binnenverlichting van de chalets gelegen aan de Grêft en de terreinverlichting tussen deze chalets en de kade van de Grêft elke avond lichtvervuiling en daarmee verstoring van de natuur veroorzaken. om
of)
Wat betreft lichthinder voldoet
plan ook niet aan de doelstellingen van de provincie Fryslân, weergegeven in Omgevingsvisie Fryslân 2020 De Romte Diele, pag. 57, waar wordt gesteld ‘We stimuleren dat de lichtuitstraling van lichtbronnen in en buiten gebieden met volop duisternis beperkt wordt en blijft. Dit doen we onder meer door het maken van afspraken met betrokken partijen’.
Lichtvervuiling
over
het
de Grêft
Lichtvervuiling
Lichtvervuiling tijdens evenement
in het
weidevogelkansgebied
Lichtvervuiling langs de
Grêft
Toelichting & 4.5 Ecologie/Gebiedsbescherming Het plangebied ligt in een groot weidevogelkansgebied, grenst aan watergang de Grêft, ligt op 35 meter van de nevengeul van de Grêft en op 135 meter van de Botmar, beide Natuur Netwerk Nederland-gebied. Volgens Verordening Romte Fryslân 2014, art. 7.1.1. sub 3 en art 7.2.1 t/m 7.2.3 mogen in deze gebieden alleen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden indien ‘voldoende rust en openheid van het weidevogelkansgebied kan worden gegarandeerd’ en indien deze ‘niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur *. En art. 6.1.5 van de nota weidevogels van de provincie Fryslân verplicht gemeenten om in ruimtelijke plannen tijdig rekening te houden met het ruimtelijk beleid voor weidevogelkansgebieden en -parels.
12
Het
natuurpact
stelt dat in 2027 in Friesland nog 4.000 ha nieuwe natuur moet worden ‘Uitvoeringsprogramma Natuur’ van Rijk en provincies kent hiervoor een budget
2013
Het
van gerealiseerd. 3 miljard euro. Bovendien besteedt de provincie Fryslân vele miljoenen aan onder andere het gebiedsplan Âldeboarn-de Deelen, Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw en het weidevogelplan ‘Aanvalsplan Grutto’. Dit alles vereist een voorzichtige opstelling ten aanzien van het weidevogelkansgebied en de NNN-gebieden, die in dit plan volledig wordt miskend. Door de steeds toenemende verstening van het plangebied, de grote toename van verkeer en aantal gasten, het volslagen gebrek aan aandacht voor de bossingel rond het plangebied, wordt ons inziens niet aan de voorwaarden van de Verordening Romte Fryslân voldaan.
Toelichting & 4.5 Ecologie/Beschermde houtopstanden De beplanting rond het erf van (geanonimiseerd) volstrekt niet aan de wettelijke vereisten voor een bossingel B (Bestemmingsplan Boarnsterhim 2008, bijlage 4). De bossingel, aangelegd tussen 2011 en 2015 had conform wettelijke voorschriften van de Besluit Activiteiten Leefomgeving al na 3 jaar voldoende dekkingskracht en na 10 jaar een gesloten kronendak moeten hebben. Niets van dat alles! Ten eerste is voor de bouw van de 12 chalets al een groot deel van de houtopstanden op het noordelijk deel gekapt. Bovendien is het de bedoeling om aan de zuidzijde, waar de bedrijfswoning (en het kantoorgebouw?) gepland zijn, een deel van de opgaande beplanting te kappen ( zie Bijlage 2: Beknopte natuurtoets, pag. 4).
voldoet
Toelichting 8 4.7 Externe veiligheid Het jaarrond sterk toegenomen aantal autobewegingen door de bouw van de 12 chalets en toegenomen aantal wandelaars, soms in grote groepen, op de smalle B-weg Sodumerdyk/Peansterdyk leidt tot een toegenomen risico op aanrijdingen. De combinatie landbouwverkeer toeristen
en
en
personenvervoer wordt door vele omwonenden het agrarische verkeer ervaren.
toenemend
belastend
voor
het
als risicovol
voor
bij dat de recreatieve activiteiten van de gasten van | (geanonimiseerd) in en op het water in de kop van de Grêft, hoofdvaarweg van de Staande Mastroute, nu al regelmatig leidt tot overlast/stremming Daar
van
komt
het vaarverkeer.
Toelichting 8 4.8 Verkeer De claim dat er geen sprake is van wijziging in het aantal verkeersbewegingen, wordt gebaseerd op hetgeen er binnen dit plan nog aan recreatieappartementen en groepsaccomodaties bijgebouwd zou kunnen worden. De inmiddels gerealiseerde toename in verkeersbewegingen ten gevolge van de bouw van de 12 chalets, die jaarrond verhuurd worden, wordt hierbij ten onrechte buiten beschouwing gelaten. Het betreft hier 60 extra permanente bewoners voor dit dun bevolkte gebied. Omdat (geanonimiseerd) zeen recreatievoorzieningen kent, ook nauwelijks voor kinderen, rijden de huurders van de chalets meerdere malen per dag over de smalle B-weg naar Akkrum of Âldeboarn om elders te recreëren, hetgeen storend en niet zonder risico is voor met name het landbouwverkeer, maar ook
BM
voor
fietsers
en
de vele wandelaars
in deze
omgeving.
In de
gepresenteerde calculatie is verder geen rekening gehouden met het openbaar vervoer van de leerlingen en instructeurs die doorgaans in Akkrum met een busje worden opgehaald. Ten behoeve van de groepsrecreatie (scholen en bedrijven) rijden er vrijwel dagelijks grote touringscars van en naar (geanonimiseerd) evenals vrachtwagens voor de bevoorrading, met overlast voor het overige verkeer tot gevolg.
BW
13
De
B-weg is niet berekend op de touringcars
vrachtwagens
die
dagelijks
naar
en
(geanonimiseerd) BM rijden
Toelichting 6 4.8 Parkeren Indien de plannen van (geanonimiseerd) goedgekeurd kan volgens dit ontwerp bestemmingsplan maximaal 690 m? worden bijgebouwd op het zuidelijke deel aan (pag. 30) groepsaccomodaties nog Samen van het plangebied. met de bedrijfswoning (150 m?), het bijgebouw bij de bedrijfswoning (50 m?) en het kantoor (100 m?), zou dus nog ca 1000 m? extra kunnen worden bijgebouwd. De beschikbare ruimte voor parkeerplaatsen wordt in dat geval met ca 1000 m? verlaagd, terwijl het benodigde aantal parkeerplaatsen met 50% toeneemt. En dat terwijl in de huidige situatie tijdens de (ongeoorloofde) feesten en partijen de Peansterdyk al regelmatig als parkeerplaats wordt gebruikt, omdat op het plangebied onvoldoende parkeerruimte is. Ongewenst, gezien het intensieve agrarische
PN
worden
verkeer alhier. De
conclusie
(pag. 30) dat
aan
de
parkeerbehoefte
kan worden voldaan wordt
weersproken
door de
praktijk.
Tijdens evenementen en bij grote groepen wordt de Peansterdyk als parkeerruimte gebruikt
Toelichting Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving van het plan Toelichting 6 5 Bestemmingen Toelichting $ 5.3.7 Groenzone/bossingel Op de plankaart staat een bossingel ingetekend van 10 meter breed rond het zuidelijk deel van het plangebied en 5 meter rond het noordelijk deel. Dit komt overeen met de eis uit het Bestemmingsplan Bsuitengebied Boarnsterhim 2008, art. 11.8.a sub 3, dat rond het erf een aaneengesloten bossingel aanwezig moet zijn, die moet bestaan uit minimaal drie rijen bomen, met daaronder een strook opgaande struiken. In
tegenstelling tot de voorschriften staat rond het zuidelijk deel van het plangebied uitsluitend een enkele rij bomen, met wat struiken en grote openingen. Aan de oostzijde zijn er enkele grote gaten in de groenstrook, met name ter hoogte van de loods en aan de noordzijde staan enkele chalets half buiten de bossingel. Ons inziens dient in deze paragraaf daarom te worden verwezen naar de bijlage van het Bestemmingsplan Buitengebied Boarnsterhim 2008 en met name te worden toegezien op realisatie en instandhouding van de bossingel volgens voorschrift. 14
Ontoereikende beplanting zuidzijde
Ontoereikende beplanting oostzijde
Afwezige bossingel deel oostzijde
Huisjes staan in en deels buiten bossingel noordzijde
15
Toelichting Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Toelichting & 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omdat het plangebied in een weidevogelkansgebied ligt en grenst aan twee NNN-gebieden, is volgens Verordening Romte Fryslân 2014, art. 7.1.1.3 en art. 7.2.2 en 7.2.4 uitbreiding op (geanonimiseerd) alleen mogelijk indien het een ‘noodzakelijke ruimtelijke ingreep van openbaar belang’ betreft en men ‘voorziet in een regeling waarmee voldoende openheid en rust van die gebieden wordt gehandhaafd’ en de plannen ‘niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur’, bebouwingsoppervlak (ca 170%) om (geanonimiseerd) geluid- en lichtoverlast van de 12 chalets en de groepsaccomodaties en dit regelmatig tot diep in de nacht, luidruchtig gedrag van het toenemend aantal gasten, vertier zoekende B (geanonimiseerd) op andermans land en dit jaarrond, hebben al geleid tot een significante afname van rust en duisternis in het weidevogelkans- en de beide NNNgebieden. De
grote
in
toename
gasten
agrarische ondernemers in de omgeving worden in toenemende mate in hun bedrijfsvoering beperkt. Inspanningen voor weidevogelbeheer worden teniet gedaan (raadpleeg de tellingen van de Vogelwacht) en mogelijkheden tot het weiden van schapen en jongvee worden beperkt tot weilanden waar gasten en honden niet (meer) kunnen komen en geen vervuiling van gronden en water kan plaatsvinden. De
Aangezien
de
ondernemer
geplande planologische ingreep
(geanonimiseerd) uitsluitend ten nutte is van één opm
dit zonder voldoende acht te slaan op de belangen van omwonenden, natuur, is niet voldaan aan de vereisten van de Verordening Romte Fryslân. en
omgeving
en
Toelichting en Kanttekeningen bij Bijlage 2, Ecologisch onderzoek Bij de beoordeling van de ecologische situatie in de Beknopte Natuurtoets moet ook gekeken worden naar de invloed van de planologische ontwikkelingen op het plangebied voor de diersoorten en natuurgebieden waar zen (geanonimiseerd) grenst. Hieraan wordt volledig voorbijgegaan in deze toets. In het weidevogelgebied en de NNN-gebieden zijn vele beschermde diersoorten aanwezig, o.a. roerdomp, lepelaar, ijsvogel, otter, bruine kiekendief, buizerd en verschillende soorten vleermuizen, alsmede de beschermde weidevogels, waarvan de aanwezigheid in de Beknopte Natuurtoets
over
het hoofd wordt gezien.
uitgebreide informatie over de soortenbescherming van de Stichting lepen Lânskip om ‘e Botmar. Zie voor
Toelichting Bijlage 2, Ecologisch
en
gebiedsbescherming de zienswijze
onderzoek
Pag. 1, 2° alinea: “de
bomenrij aan
de
zuidzijde is een aantal jaren geleden nieuw aangeplant”. Beknopte Natuurtoets laten overduidelijk zien dat niet alleen aan de oostzijde de dekkingskracht van de al jaren geleden aangebrachte totaal niet voldoet aan de wettelijk gestelde eisen. bossingel foto’s op pag. 2 van de zuidzijde maar ook aan de De
Pag. 8, 3° alinea: ‘De locaties aantal
voor
de
nieuwbouwwoning
groepsaccomodaties liggen momenteel achter een het terrein in de huidige situatie al afgeschermd van het en
de
bomenrijen. Hierdoor wordt weidevogelkansgebied’. Er is geen sprake van afscherming van het weidevogelkansgebied. De groendekking aan de noord- en oostzijde is als gevolg van kap/bouw en plaatsing van de chalets de afgelopen jaren al verstoord en aan de zuidzijde is in het geheel geen sprake van afdoende afscherming. 16
Pag.
9 Conclusies:
-Conclusie 4:
(citaat) ‘dat rustig in het broedseizoen gewerkt kan worden omdat vogels wegens de continue verstoring’ vinden wij ongepast. ecologische paragraaf onwaardig! dan niet zullen gaan broeden
Een
-Conclusie 6: Deze conclusie is ons inziens in meerdere
opzichten onterecht. Ten eerste was conclusie 1 al: ‘de verspreidingsgegevens geven een onvoldoende beeld om de toetsing aan de Wet Natuurbescherming op te baseren’. Bovendien heeft de uitbreiding op MM (geanonimiseerd) met 12 chalets, met als gevolg veel extra omgevingsbelasting, lees het jaarrond aanwezig zijn en sterk toegenomen aantal gasten en verkeer, wel degelijk een negatief effect gehad op de weidevogelstand in de aanpalende weilanden. Vogels trekken zich terug van drukke gebieden en drukke wegen! Raadpleeg de Vogelwacht-gegevens.
MMM
Conclusie 8: Het is overduidelijk dat (geanonimiseerd) zich de
vereisten, houtwallen
te
verstevigen
en
afgelopen jaren
niet gehouden
heeft
aan
de Wnb-
onderhouden.
Toelichting Bijlage 3 Stikstofdepositie Ons inziens is er (geanonimiseerd) wel degelijk sprake van toegenomen stikstofuitstoot. opm Er dient namelijk uitgegaan te worden van de situatie vóór de bouw van de 12 chalets. Er dient dus ook rekening te worden gehouden met stikstofuitstoot tijdens de bouw en aanvullend ook de depositie tijdens de gebruiksfase van de 12 chalets. Ontkend wordt
vervolgens een toename van het personeelsbestand, groei van de verkeersbewegingen en gasverbruik en dit ondanks jaarrond verhuur van groepsaccomodaties en chalets, een geplande verdere toename van het bebouwd oppervlak met 438 m? of zelfs 990 m? en een geplande verdere toename van het aantal gasten met 50%. Bovendien heeft elk chalet een houtgestookte kachel, een terrasverwarming en een bbq, welke uitstoot ook niet wordt meegenomen in de depositie--inventarisatie. Afsluitend merken waardoor de
we
op dat
er ten
behoeve
capaciteit voor stikstofopname
van
de bouw
inmiddels ook
nog veel groen
op de locatie (geanonimiseerd) is teruggelopen.
17
is
gekapt,