CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b - Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Bouw woning hoek Uhlweg–K.J. Visserstraat Heerenveen - verklaring van geen bedenkingen (VVGB)18.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.2.2 Provinciaal beleid Primair uitgangspunt van het Streekplan „Om de kwaliteit van de romte (2007)‟ is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. Het streven is om 30% - 40% van de toename van de woningvoorraad in bestaand bebouwd gebied te realiseren en in uitleggebieden een woningdichtheid te hanteren van minstens 15 woningen per hectare. Ter uitvoering van het beleid opgenomen in het Streekplan, hebben Provinciale Staten op 25 juni 2014 de Verordening Romte Fryslân vastgesteld. Deze provinciale verordening “romte” bevat bindende regels. In het bestemmingsplan moet met deze regels rekening worden gehouden. De verordening zelf voorziet niet in nieuw beleid. Op grond van de Verordening Romte moet de vestiging van nieuwe woningen in principe beperkt blijven tot het bestaand stedelijke gebied. Het begrip „bestaand stedelijk gebied‟ is daarbij nader aangegeven op een bij de verordening behorende kaart. Deze kaart is als bijlage bij deze notitie gevoegd. Daarbij geldt dat mits aan bepaalde eisen wordt voldaan, voor binnenstedelijk bouwen geen contingent van toepassing is („plafondloos binnenstedelijk bouwen‟). 4.2.3 Gemeentelijk beleid Burgerwoningbouw in het buitengebied (1990) In de notitie “Burgerwoningbouw in het buitengebied”, vastgesteld door burgemeester en wethouders op 20 november 1990, is het beleid opgenomen voor de nieuwbouw van burgerwoningen in het buitengebied.

Leidend principe daarbij is het behoud van de landschappelijke waarde van het buitengebied. De bouw van extra woningen is daarom uitsluitend mogelijk in bebouwingsstroken die qua belevingswaarde vrij dichte bebouwing laten zien en waarin (extra) bebouwing geen afbreuk doet aan het landschappelijk karakter. Dit

notitie „binnenstedelijk verdichten‟

blz. 6

laatste is geconcretiseerd in de eis dat de afstand tussen twee woningen niet meer mag bedragen van 30 meter. De bebouwingsstroken zijn verder aangegeven op een bij deze notitie behorende kaart. Tevens moet worden voldaan aan enkele specifieke benoemde criteria zoals het niet belemmeren van de bedrijfsvoering van belendende agrarische bedrijven en het voldoen aan de maximale geluidsbelasting van de Wet Geluidhinder. 4.2.4 Strategische woonvisie Heerenveen 2010-2025 (2010) In de Strategische woonvisie (Raad: 4 juli 2010) wordt geconstateerd dat de bevolkingsontwikkeling van Nederland de komende jaren fundamenteel zal veranderen. De bevolking vergrijst en de bevolkingsgroei neemt af. De teruglopende groei van de bevolking en de daarmee samenhangende veranderingen in de vraag op de woningmarkt, waren aanleiding om een nieuwe Woonvisie op te stellen. Het doel van de Woonvisie is om de strategie en het beleid voor het wonen in de gemeente Heerenveen voor de komende jaren inzichtelijk te maken. Met dit beleid wil de gemeente anticiperen. Onderdeel van deze woonvisie is het woningbouwprogramma. Dit woningprogramma voorziet in de periode 2016-2025 slechts in beperkte mate in de bouw van incidentele woningen. Het overgrote deel van de nieuw te bouwen woningen wordt gerealiseerd in uitleggebieden, inbreidingslocaties of functiewijzigingen.

4.3

Betrokken belangen

4.3.1 Woningbouwprogramma Er bestaat een duidelijke relatie tussen het al dan niet toestaan van verdichten en het woningbouwprogramma. Het verdichten binnen het bestaand stedelijk gebied leidt namelijk tot een uitbreiding van de woningvoorraad en telt dus mee in het aantal nieuwgebouwde woningen. Behalve dit kwantitatieve aspect, is er ook een kwalitatief aspect en dat betreft het soort woningen dat gebouwd wordt. Het toestaan van verdichting kan leiden tot de bouw van het soort woningen waar het woningbouwprogramma ook in voorziet. Voor zover een eventuele verdichting beperkt blijft tot enkele, incidentele gevallen zal geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het woningbouwprogramma. In dit programma is namelijk al rekening gehouden met incidentele (niet projectgebonden) toename van woningen. Een soepele houding van de gemeente ten aanzien van verdichting, kan leiden tot een verstoring van vraag en aanbod. Er kunnen daardoor meer woningen worden gebouwd dan waar vraag naar is. Indien het beleid te veel ruimte biedt voor verdichting kan dat het woningbouwprogramma dus wel doorkruisen. Daaruit volgt dat het noodzakelijk is om terughoudend om te gaan met het toestaan van verdichten. Weliswaar hebben de provincie en Rijk aangegeven voorstander te zijn van „binnenstedelijk bouwen‟, maar de gemeente heeft hier zijn eigen verantwoordelijkheid.

Dat geldt ook voor het toepassen van de verstedelijkingsladder. Het huidige woningbouwprogramma is gebaseerd op reeds in het verleden gemaakte keuzen voor

notitie „binnenstedelijk verdichten‟

blz. 7

uitleggebieden. Deze keuzen zijn niet meer terug te draaien en het realiseren van reeds gemaakte keuzen, valt inhoudelijk in zoverre niet aan te merken aan nieuwe stedelijke ontwikkelingen. 4.3.2 Goed woon- en leefklimaat Behalve het woningbouwprogramma is ook de relatie met de omgeving belangrijk. Het toevoegen van extra woningen in bestaande gebieden kan leiden tot verminderd zonlicht, verminderde daglichttoetreding, aantasting van privacy enzovoorts, kortom afbreuk doen aan het woon- en leefklimaat. Dit hoeft weliswaar niet te betekenen dat er geen sprake meer is van een goed woon- en leefklimaat, maar in ieder geval zal dit door de bouw van extra woningen wel (kunnen) verslechteren. Ook hieruit volgt dat het belangrijk is om terughoudend om te gaan met het toestaan van verdichten. 4.3.3 Stedenbouwkundig verantwoorde inpassing In de derde plaats bestaat er een duidelijke relatie tussen het verdichten en de bestaande stedenbouwkundige structuur. Een eventuele verdichting moet stedenbouwkundig inpasbaar zijn. Dat wil zeggen dat een eventuele verdichting moet passen binnen een „doelmatige, esthetische en technisch verantwoorde vormgeving van ruimten‟1. Het gaat daarbij om zaken zoals bouwen in (of achter) dezelfde rooilijn, een goede verhouding met de omliggende bebouwing qua karakteristiek, bouwmassa en bebouwingsdichtheid en een directe ontsluiting vanaf de openbare weg.

4.4

Afweging

4.4.1 Reikwijdte van het beleid Het beleidsvoorstel beperkt zich in de eerste plaats tot het bestaand stedelijk gebied van de gemeente. Deze term wordt ook door de provincie gehanteerd en wordt omschreven als het gebied waarin de woon- en bedrijfsgebouwen van een bepaalde kern zijn toegelaten en is op kaarten nader aangegeven. Het geeft ook de grens aan waarbinnen de gemeente (meer) ruimte heeft om haar eigen ruimtelijk beleid te hanteren. Niet alleen de term maar ook de afbakening is daarom uit het provinciaal beleid overgenomen. Daarmee past het gemeentelijk beleid naadloos in dat van de provincie. De exacte begrenzing van het bestaand stedelijk gebied is nader aangegeven op de kaart die als bijlage bij deze notitie is gevoegd. (PM) In de tweede plaats beperkt deze notitie zich tot verzoeken om één nieuwe woning of enkele nieuwe woningen te mogen bouwen op open plekken in het bestaand stedelijk gebied. Initiatieven om bijvoorbeeld bestaande bedrijfs- of kantoorpanden en de daarbij behorende terreinen een andere functie (transitie of functiewijziging) toe te kennen vallen buiten de reikwijdte van deze notitie. Dergelijke initiatieven zijn van een andere orde en kennen ook een andere belangenafweging. Om die reden wordt in deze notitie ook alleen over „verdichting‟ gesproken. Het moet dus gaan om percelen die (al) een woonbestemming hebben. Bij percelen die geen woonbestemming

1

definitie ontleend aan www.egbertstolk.nl

notitie „binnenstedelijk verdichten‟

blz. 8

hebben, is er geen sprake van verdichten maar betreft het een functiewijziging. Dat valt buiten het bereik van deze notitie. 4.4.2 Belangenafweging Het formuleren van beleid betekent in feite dat het gemeentebestuur bij voorbaat in algemene zin een belangenafweging verricht. Artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht bepaalt in dat verband dat het gemeentebestuur alle bij het besluit betrokken belangen tegen elkaar moet afwegen en dat belangen niet onevenredig mogen worden benadeeld ten opzichte van de met het besluit te dienen belangen. Anders gesteld: de voordelen van het besluiten moeten opwegen tegen de nadelen die het besluit veroorzaakt. Dat houdt dus in dat in algemene zin een uitspraak moet worden gedaan of de voordelen van inbreiding opwegen tegen de nadelen daarvan. Bij een aanvraag om een open plek te verdichten dient het belang van aanvrager te worden afgewogen tegen het belang van omwonenden. Met het bebouwen van een open plek is in de meeste gevallen geen maatschappelijk belang gediend. Wel is sprake van een financieel belang voor aanvrager omdat het toestaan van bebouwing een waardevermeerderend effect zal hebben. Tegelijkertijd heeft het toestaan van verdichting nadelige gevolgen voor de woonomgeving.

Daarmee is niet gezegd dat de woonomgeving in onaanvaardbare mate verslechterd, maar het toestaan van verdichting leidt wel tot een toename van de bebouwing en een intensivering van het gebruik. Ook kan dit leiden tot schaduwwerking, verminderde privacy en verminderde dag- en zonlichttoetreding. Tegenover deze collectieve belangen, staat het individuele (financiële) belang van aanvrager, terwijl met het toestaan van verdichting verder geen maatschappelijke of ruimtelijke belangen worden gediend. De vraag is of het individuele belang van aanvrager opweegt tegen het collectieve belang dat gediend is bij het behoud van de woongeving. Deze vraag moet naar onze mening in het algemeen in negatieve zin worden beantwoord. In de eerste plaats omdat met de inbreiding geen maatschappelijk belangen worden gediend. Tegenover de verminderde woonomgeving staan geen belangen die deze vermindering kunnen rechtvaardigen. Het financieel belang van aanvrager is daarvoor niet afdoende omdat dit niet ten goede komt van de maatschappij. Het is vooral de aanvrager die daar profijt van trekt. In de tweede plaats ook omdat een verminderde woomomgeving meerdere personen treft, waarbij er maar één is die het profijt daarvan heeft. Al met al moet worden geconcludeerd dat in beginsel afwijzend moet worden gereageerd op verzoeken om op open plekken te mogen bouwen.

In de eerste plaats omdat hier geen ruimtelijke en collectieve belangen mee gediend zijn en in de tweede plaats omdat het woningbouwprogramma niet onbeperkt is. Tegelijkertijd vloeit ook uit het woningbouwprogramma voort dat terughoudend moet worden omgegaan met het toestaan van extra woningen In het voorafgaande is er van uitgegaan dat er met het toestaan van verdichtinginitiatieven enkel een particulier belang is gediend. In dat geval weegt het particulier belang niet op tegen het collectieve belang (het behoud van de woonomgeving). Het ligt anders indien met het initiatief (ook) maatschappelijke belangen zijn gediend. In dat geval valt de belangenafweging anders uit en kan het maatschappelijk

notitie „binnenstedelijk verdichten‟

blz. 9

belang, mits voldoende zwaarwegend, wèl opwegen tegen het belang dat met inbreiding nadelig wordt beïnvloed. Zonder daarbij uitputtend te zijn, is in de volgende situaties het maatschappelijk voldoende zwaarwegend om op te wegen tegen het nadeel: 

5.

een vanuit het oogpunt van volkshuisvesting een aanmerkelijke verbetering van de situatie (bijvoorbeeld het vervangen van woningen die niet meer aan de moderne eisen voldoen, zoals langs de Molenlaan in Mildam) een vanuit het oogpunt van stedenbouw een aanmerkelijke verbetering van de situatie, zoals het oplossen van een ruimtelijk knelpunt (ruimtelijke kwaliteitsverbetering); (bijvoorbeeld het vervangen van een bedrijf dat niet meer past in een dorpskom, waarbij tegelijkertijd een onbebouwd terrein wordt bebouwd) een vanuit het oogpunt van het woningbouwprogramma (diversiteit en keuzevrijheid in het woningaanbod) een (aanmerkelijke) verbetering; (bijvoorbeeld het voorzien in een exclusief woningaanbod waar anders niet in wordt voorzien)

Bouwen in de lintbebouwing

De notitie „burgerwoningbouw in het buitengebied‟ is al eerder vastgesteld en de vraag komt naar voren hoe deze notitie zich verhoudt tot het hierboven geformuleerde voorstel. In het nieuwe beleid wordt uitgegaan van het provinciale begrip „bestaand stedelijk gebied‟. Dat begrip omvat meer dan alleen de bebouwde kom van Heerenveen en de buitendorpen. Het begrip omvat ook die delen van de lintbebouwing waar de eerder genoemde notitie uit 1990 betrekking op heeft. Dat betekent dat dit beleidsvoorstel de eerder genoemde notitie vervangt en dat de geformuleerde criteria dus ook van toepassing zijn op de nieuwbouw van woningen in de lintbebouwing. De notitie uit 1990 komt hiermee te vervallen. Wat wel overeind blijft, zijn de criteria uit deze notitie. Dat betekent dat verdichting in de lintstructuren alleen wordt toegestaan indien de bestaande afstand tussen twee woningen niet meer bedraagt dan 30 meter. Dit is dus een extra voorwaarde die alleen in de bebouwingslinten van toepassing is.

6.

Aanvullende voorwaarden

Wanneer op grond van het beleid, zoals dat hierboven is beschreven, een open plek bebouwd zou mogen worden, moet er ook worden voldaan aan de hieronder beschreven voorwaarden:     

de (wettelijke) eisen die gelden voor archeologie, ecologie, luchtkwaliteit en de afstand tussen woningen en (agrarische) bedrijven; de nieuwe woningen moeten direct worden ontsloten vanaf de openbare weg; waardevolle bomen in principe behouden blijven; geen bebouwing in structureel groen; het plan moet economisch uitvoerbaarbaar zijn (dat houdt in dat wanneer er kans is op planschade deze voor rekening is van de initiatiefnemer, tenzij anders wordt besloten);

De onderbouwing dat aan deze eisen wordt voldoen, moet worden opgenomen in een „ruimtelijke onderbouwing‟ Dit is onderdeel van de toelichting op een bestemmingsplan of is een afzonderlijk onderdeel van de omgevingsvergunning. Voor zover hier onderzoek voor nodig is,

notitie „binnenstedelijk verdichten‟

blz. 10

zoals bijvoorbeeld vaak voor archeologie of ecologie het geval, komen de kosten daarvan voor rekening van initiatiefnemer.

7.

Conclusie

Voorgesteld wordt om als algemeen beleidsuitgangspunt vast te leggen dat in beginsel geen medewerking zal worden verleend aan initiatieven om het bestaand stedelijk gebied te verdichten. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang. Tot een zwaarwegend maatschappelijk belang wordt in ieder geval gerekend:  een vanuit het oogpunt van volkshuisvesting een aanmerkelijke verbetering van de situatie;  een vanuit het oogpunt van stedenbouw een aanmerkelijke verbetering van de situatie, zoals het oplossen van een ruimtelijk knelpunt (ruimtelijke kwaliteitsverbetering);  een vanuit het oogpunt van het woningbouwprogramma (diversiteit en keuzevrijheid in het woningaanbod) een (aanmerkelijke) verbetering; Voorzover het gaat om verdichting in de bebouwingslinten in het buitengebied geldt bovendien dat de afstand tussen twee woningen niet meer dan 30 meter mag bedragen.

notitie „binnenstedelijk verdichten‟

blz. 11

BIJLAGE kaarten „bestaand stedelijk gebied‟

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek Uhlweg/K.J. Visserstraat te Heerenveen 4 maart 2021

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Verantwoording Titel

Verkennend bodemonderzoek Uhlweg/K.J. Visserstraat te Heerenveen

Opdrachtgever

J.J. Hof

Projectleider

Christiaan Broekhuizen (kwaliteitsborging BRL2000)

Auteur(s)

Steffan Meijer BSc

Uitvoering meet- en inspectiewerk

Kees Meerlo en Henk Onstenk (TAUW, certificaatnummer K54913)

Projectnummer

1280124

Aantal pagina’s

12

Datum

4 maart 2021

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv W.A. Scholtenstraat 3a Postbus 722 9400 AS Assen T +31 59 23 91 30 0 E info.assen@tauw.com

2/12

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4

2

Vooronderzoek .......................................................................................................................... 4

3

4

2.1

Algemeen ........................................................................................................................... 4

2.2

Locatiegegevens ................................................................................................................ 4

2.3

Regionale bodemopbouw en geohydrologie ...................................................................... 5

2.4

Historische gegevens ......................................................................................................... 6

2.5

Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie ............................................ 7

2.6

Terreinverkenning .............................................................................................................. 8

2.7

Asbestverdachtheid van de bodem .................................................................................... 8

2.8

PFAS-verdachtheid van de bodem .................................................................................... 8

2.9

Conclusie ........................................................................................................................... 8

Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden ............................................................. 9 3.1

Onderzoeksstrategie .......................................................................................................... 9

3.2

Uitgevoerde werkzaamheden ............................................................................................ 9

3.3

Veiligheid en kwaliteit ....................................................................................................... 10

Resultaten ............................................................................................................................... 10 4.1

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .................................................................... 10

4.2

Resultaten grond .............................................................................................................. 11

4.2.1 4.3 5

Standaard stoffenpakket grond ................................................................................. 11

Resultaten grondwater ..................................................................................................... 11

Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 12

Bijlage 1

Regionale ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Kaart situering monsternemingspunten

Bijlage 3

Veiligheid en kwaliteit

Bijlage 4

Boorprofielen

Bijlage 5

Toetsingskader

Bijlage 6

Getoetste omgerekende analyseresultaten

Bijlage 7

Analysecertificaten

Bijlage 8

Oude luchtfoto’s

3/12

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

1 Inleiding In opdracht van de heer J.J. Hof heeft TAUW een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 1 uitgevoerd op een perceel gelegen nabij de kruising Uhlweg/K.J. Visserstraat te Heerenveen. Aanleiding De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aanvraag van een bouwvergunning. Doelstelling Doelstelling van het onderzoek is het verkrijgen van een beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater).

2 Vooronderzoek 2.1

Algemeen

Er is een vooronderzoek conform de NEN 5725 2 uitgevoerd. Gezien de aanleiding van het onderzoek is gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding B uit de NEN 5725. In paragraaf 2.6 staat de conclusie van het vooronderzoek weergegeven. Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: • • •

Kadaster en BAG-gegevens Straat- en luchtfoto’s van Cyclomedia Streetsmart en Google Maps Historische topografische kaarten van Topotijdreis

• • •

Bodeminformatiesysteem Nazca-i Friesland Gemeente Heerenveen Actualisatie bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer gemeente Heerenveen

• •

(projectnummer 401851, definitief revisie 02, d.d. 15 september 2015) Bodemkwaliteitskaart PFAS in Friesland (projectnummer 0457469.100, d.d. 23 januari 2020) Door de opdrachtgever aangeleverde informatie

•

Terreinverkenning voorafgaand aan de veldwerkzaamheden

2.2

Locatiegegevens

De onderzoeklocatie is gelegen op een perceel gelegen nabij de kruising Uhlweg/K.J. Visserstraat te Heerenveen (figuur 2.1, rood omkaderd). De oppervlakte van het te onderzoeken perceel bedraagt circa 381 m2. Ten oosten van het te onderzoeken perceel is een schuurtje aanwezig. Naast het schuurtje is een verharding met tegels aanwezig. Het overige terrein is onverhard en braakliggend.

1

NEN 5740:2009+A1:2016: Bodem – Onderzoeksstrategie bijverkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009/A1:2016 2 NEN 5725: Bodem – Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017

4/12

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Figuur 2.1 Situering onderzoekslocatie (bron: Google Maps)

Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie en een kaart met de ligging van relevante bevindingen en foto’s zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2. Alle overige informatie is weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie

Adres

Kruising Uhlweg/K.J. Visserstraat te Heerenveen

Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)

Gemeente: Tjalleberd Sectie: A Perceel: 11622

RD-coördinaten (X/Y)

X = 190.121 Y = 553.927

Oppervlakte (m2)

381

Huidig gebruik

Braakliggend terrein

Toekomstig gebruik

Vrijstaande woning

Bodemfunctieklasse

Wonen

Bodemkwaliteitsklasse

Bovengrond: Achtergrondwaarde (AW2000) Ondergrond: Achtergrondwaarde (AW2000)

2.3

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

In tabel 2.2 staan de regionale geohydrologische gegevens ter plaatse van de onderzoekslocatie weergegeven. Lokale omstandigheden zoals waterlopen, drainagesystemen, (lekke) rioleringen en dergelijke kunnen de regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater beïnvloeden.

5/12

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Tabel 2.2 Regionale geohydrologische gegevens Onderdeel

Bevinding

Informatiebron

Regionale bodemopbouw

Bebouwd gebied

Bodemkaart van

Stijghoogte freatische grondwater

1.71 m -NAP

NAGROM³

Verwachte regionale grondwaterstromingsrichting van

Noord Oost

NAGROM³

In een grondwaterbeschermingsgebied?

Nee

INSPIRE View⁴

Onttrekkingen binnen de onderzoekslocatie?

Nee

wkotool.nl⁵

Kwel / infiltratie (tussen deklaag en watervoerende laag)

infiltratie (0,1-0,5 mm/dag)

Klimaateffectatlas⁶

Drainerende of infiltrerende situatie aanwezig als gevolg

Niet aanwezig

Cyclomedia

Nederland, WUR¹

het eerste watervoerend pakket

van nabij gelegen waterlichamen ¹

Streetsmart

https://www.wur.nl/nl/show/Bodemkaart-1-50-000.htm, ³ NAGROM, Nationaal GROndwater Model, ⁴ INSPIRE view service voor AreaManagement van de gezamenlijke provincies, ⁵ Betreft onttrekkingen die zowel vergunningsplichtig als meldingsplichtig zijn

2.4

Historische gegevens

Uit (historisch) kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) blijkt dat de directe omgeving tussen 1960 en 1989 bebouwd is geraakt. Voor 1960 maakt de onderzoeklocatie deel uit van agrarisch gebied. Vanaf circa 1960 tot aan 2000 blijkt op locatie een hoogspanningsmast aanwezig te zijn geweest. De ontwikkeling van de onderzoeklocatie is weergegeven in figuur 2.2 en figuur 2.3.

Figuur 2.2 Onderzoekslocatie rond 2020 (links) en rond 1989 (rechts) Bron: www.topotijdreis.nl

Figuur 2.3 Onderzoekslocatie rond 1960 (links) en rond 1958 (rechts) Bron: www.topotijdreis.nl

6/12

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Uit aangeleverde informatie (oude luchtkaarten) van de gemeente Heerenveen blijkt dat de locatie tussen 2006 en 2020 niet bebouwd is geweest. Wel blijkt dat tussen 2006 en 2018 op locatie sprake is geweest van opslag van materiaal (waaronder enkele boten). Na 2018 lijken er geen menselijke activiteiten meer plaats te hebben gevonden. Een overzicht van deze luchtkaarten is bijgevoegd in bijlage 8. Voor zover het bekend is, zijn op de onderzoekslocatie geen gegevens bekend van ophogingen, dempingen, voormalige bedrijfsactiviteiten en/of calamiteiten waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt.

2.5

Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie

Uit informatie van het bodeminformatiesysteem Nazca-i en de gemeente Heerenveen blijkt dat de onderzoeklocatie in het verleden niet eerder is onderzocht. Binnen een straal van 25 meter zijn wel gegevens bekend van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Een samenvatting van deze resultaten is hieronder per adres weergegeven. K.J. Visserstraat/Uhlweg Ter plaatse van een toekomstig plantvak is in 1996 een de grond een zintuiglijk een sterke carbolineumgeur met een sterke oliereactie waargenomen. De verontreiniging is op 21 november 1996 zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van verontreinigingen en is de omvang globaal vastgesteld 3. In totaal zijn in en rondom het plantgat twaalf boringen verricht om de omvang van de verontreiniging vast te stellen. Zintuiglijk is bij twee boringen (boringen 5 en 6) in het plantgat een sterke carbolineumgeur met een sterke oliereactie waargenomen. Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat de verontreiniging met carbolineum zich met name in het bodemtraject van 0,6-1,7 m -mv bevindt. De verontreiniging blijft beperkt tot het plantgat en heeft zich niet dieper dan circa 2,0 m -mv verplaatst. Op basis van deze informatie verwachten wij niet dat de verontreiniging met carbolineum van invloed is geweest op de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderhavige onderzoeklocatie.

Een overzicht van de locatie en de verrichte boringen is weergegeven in figuur 2.4.

Figuur 2.4 Overzicht voorgaand onderzoek met situering boringen 3

Bodemonderzoek plantgat Uhlweg-Visserstraat te Heerenveen, Oranjewoud, projectnummer 16546-96455, 2-12-1996

7/12

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Uhlweg 5 Ter plaatse van de Uhlweg is in 1997 4 en in 2012 5 een bodemonderzoek uitgevoerd. Tijdens deze onderzoeken zijn diverse verdachte activiteiten onderzocht. Hierbij is in 1997 in de grond ter plaatse van een ondergrondse brandstoftank een matig verhoog gehalte met minerale olie aangetoond. De brandstoftank en de met matig verontreinigde grond is in 1998 gesaneerd. Ter plaatse van het overige terrein zijn in 1997 en 2012 maximaal lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater aangetoond. Uhlweg 7 Ter plaatse van de Uhlweg is in 2000 6 en in 2012 7 een bodemonderzoek uitgevoerd. Tijdens beide onderzoeken zijn in de grond en in het grondwater maximaal lichte verontreinigingen aangetoond.

2.6

Terreinverkenning

Op 10 februari 2021 is door Kees Meerlo een fysieke terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning is onder andere gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de terreinverkenning zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van vormen van bodemverontreiniging.

2.7

Asbestverdachtheid van de bodem

Op basis van de bij ons bekende gegevens blijkt vooralsnog dat er geen directe aanleidingen zijn om asbest in de bodem te verwachten. Daarnaast zijn tijdens de terreinverkenning geen asbestverdachte materialen waargenomen. Op basis van deze informatie wordt de bodem ter plaatse van de onderzoeklocatie vooralsnog als onverdacht beschouwd op het voorkomen van asbest. Mochten tijdens de veldwerkzaamheden in de opgeboorde grond asbestverdachte materialen worden waargenomen zoals ongedefinieerde puin(sporen), dan dient de locatie alsnog als asbestverdacht aangemerkt te worden.

2.8

PFAS-verdachtheid van de bodem

Op of nabij de onderzoekslocatie zijn vooralsnog geen terreindelen aanwezig die de bodem verdacht maken voor PFAS verbindingen als gevolg van puntbronnen 8. Uit informatie van de ‘Bodemkwaliteitskaart PFAS in Friesland’ is de te verwachten kwaliteit van de boven- en ondergrond klasse ‘landbouw-natuur’ (gehalten beneden de achtergrondwaarde).

2.9

Conclusie

Op basis van het vooronderzoek wordt vooralsnog geconcludeerd dat op en nabij de onderzoekslocatie geen (bedrijfs)-activiteiten of calamiteiten hebben plaatsgevonden waardoor de bodem op de locatie verontreinigd kan zijn geraakt.

4

Nulsituatie onderzoek Uhlweg 5 te Heerenveen, Verhoeve Milieu bv, projectnummer 87055, september 1997 Eindsituatie bodemonderzoek Uhlweg 5 te Heerenveen, Arnicon, projectnummer M12-025-O, 18 december 2012 6 Verkennend bodemonderzoek Uhlweg 7 te Heerenveen, GEOMET B.V., projectnummer MA-06813, 8 juni 2000 7 Nulsituatie onderzoek Uhlweg 7 te Heerenveen, Oranjewoud, projectnummer 16546-177191, 3 augustus 2007 8 Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018 5

8/12

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Als gevolg van het antropogene gebruik (locatie is al meer dan 60 jaar in gebruik geweest) van de locatie kunnen lichte bodemverontreinigingen met parameters uit het standaard NEN-pakket (met name zink door de aanwezigheid van een hoogspanningsmast) niet worden uitgesloten. De locatie wordt vooralsnog als onverdacht beschouwd op het voorkomen van asbest. Mochten tijdens de veldwerkzaamheden in de opgeboorde grond asbestverdachte materialen worden waargenomen zoals ongedefinieerde puin(sporen), dan dient de locatie alsnog als asbestverdacht aangemerkt te worden.

3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1

Onderzoeksstrategie

Op basis van de resultaten uit het vooronderzoek is het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd volgens de strategie voor een ‘verdachte niet- lijnvormige locatie diffuse bodembelasting heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL)’, conform de NEN 5740. In aanvulling op deze onderzoekstrategie is in totaal één extra handboring verricht en zijn in plaats van twee handboringen, twee inspectiegaten gegraven. Hiermee kan een beter beeld van de bodemopbouw worden verkregen en kunnen eventuele asbestverdachte materialen worden uitgesloten. Met de situering van de diepe boring (2,0 m -mv) is rekening gehouden met de nabij gelegen historische verontreiniging met carbolineum in de grond ten zuidwesten van de onderzoeklocatie.

3.2

Uitgevoerde werkzaamheden

De grond is bemonsterd op 10 februari 2021 door Kees (K.) Meerlo. Het grondwater is bemonsterd op 19 februari 2021 door Henk (H.) Onstenk. Voorafgaand aan de uitvoering van het onderzoek is de onderzoekslocatie visueel geïnspecteerd conform NEN 5725 en NEN 5740. De opgeboorde grond is bemonsterd per de te onderscheiden bodemlaag, in trajecten van maximaal 0,5 m. Afhankelijk van de bodemopbouw en de veldwaarnemingen is eventueel een kleiner monstertraject gekozen. Alle veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaatnummer K54913. Een kaart met de situering van de monsterpunten en foto’s is opgenomen in bijlage 2. In tabel 3.1 staan de uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Veldwerk

Aantal

Monsterpuntnummers

Inspectiegat tot 0,5 m -mv

1

6

Inspectiegat tot 0,5 m -mv met boring tot 2,0 m-mv

1

3

Boring tot 0,5 m-mv

3

1, 2, 4

Boring met peilbuis tot 2,7 m-mv

1

5

9/12

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Analyses

Aantal

(Meng)monstercodes

Standaard stoffenpakket grond

2

MM1 en MM2

Standaard stoffenpakket grondwater2

1

Pb 5

1

1)

Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof

2)

Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en minerale olie (GC)

3.3

Veiligheid en kwaliteit

Voor een overzicht van de veiligheids- en kwaliteitsaspecten wordt verwezen naar bijlage 3. Er is niet afgeweken van de vigerende protocollen.

4 Resultaten 4.1

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen

Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld en in de opgegraven en opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen en/of andere bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Daarnaast zijn in de opgeboorde grond (boring 3) nabij de historische verontreiniging met carbolineum zintuiglijk geen waarnemingen (geur en/of olie-water reactie) gedaan welke kunnen duiden op vormen van bodemverontreiniging. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4. De grondwaterbemonsteringsdata is weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1 Grondwaterbemonsteringsdata Peilbuis

Filterdiepte

Datum

(m -mv) Pb 5

1,70

2,70

19.02.2021

GWS

pH

EC

Spoelwater

Troebelheid

Belucht

(m -mv)

(-)

(μS/cm)

(l)

(ntu)

(ja/nee)

0,48

6,00

402

3

60

Nee

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn normaal voor deze regio. De gemeten waarde voor troebelheid wordt als verhoogd beschouwd (NTU > 10). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentraties aan organische parameters in het grondwater. Hierdoor kunnen mogelijk onterecht hoge concentraties in het grondwater worden gemeten. De gemeten waarde van de troebelheid heeft in onderhavig geval aanleiding gegeven om extra controlestappen uit te voeren met betrekking tot de grondwaterbemonstering. Tijdens de grondwaterbemonstering is gecontroleerd of de bovenkant van het filter zich onder de grondwaterstand bevindt. De bovenkant van het filter bevond zich onder de grondwaterstand waardoor het monster niet is belucht. Het grondwater van de peilbuis stroomde tijdens de bemonstering goed toe, er is voorafgaand aan de bemonstering voldoende spoelwater afgepompt, de bemonstering is uitgevoerd bij een constante EC en zonder beluchting. De verhoogde NTUwaarde heeft geen negatieve invloed op de kwaliteit van onderhavig onderzoek.

10/12

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Herbemonstering van het grondwater is niet noodzakelijk. Verwacht wordt dat de gemeten concentraties in het grondwater representatief zijn voor de werkelijk aanwezige concentraties.

4.2

Resultaten grond

4.2.1 Standaard stoffenpakket grond In tabel 4.2 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 6 en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.2 Samenvatting getoetste analyseresultaten grond en samenstelling mengmonsters (Meng)monster

Deelmonster

Diepte

Textuur en

> AW

>T

>I

(m -mv)

bijzonderheden #

MM1

1-1, 2-1, 3-1

0-0,5

humeus, siltig, fijn

Zn, PCB

-

-

zand, bruin, wortels 3,

(som 7)

-

-

geroerd MM2

4-1, 5-2, 6-1

0-0,5

humeus, siltig, fijn

Zn, PCB

zand, bruin, wortels 3,

(som 7)

geroerd, veenbrokjes 1 #

1: zeer weinig (<1 %), 2: weinig (1 – 5 %), 3: matig (5 – 10 %), 4: veel (10 – 15 %), 5: zeer veel (15 – 50 %)

-

Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de samengestelde bovengrond mengmonsters MM1 en MM2 maximaal licht verhoogde gehalten met zink en PCB zijn aangetoond.

4.3

Resultaten grondwater

In tabel 4.3 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten van het grondwater. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5 en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.3 Samenvatting onderzoeksresultaten grondwater Peilbuis

Filterstelling (cm-mv)

>S

>T

>I

Pb 5

170-270

-

-

-

-: Geen overschrijdingen door de geanalyseerde parameters

In het grondwater zijn geen verhoogde concentratie gemeten ten opzichte van de streefwaarde.

11/12

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

5 Conclusies en aanbevelingen De hypothese dat de locatie verdacht is op het voorkomen van maximaal lichte verontreinigingen is bevestigd. De licht verhoogde gehalten aan zink (waarschijnlijk afkomstig van de voormalige hoogspanningsmast) en PCB in de bovengrond vormt geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek en vormt ons inziens geen belemmering voor de voorgenomen aanvraag van een bouwvergunning. De uiteindelijke beoordeling zal plaatsvinden door het bevoegd gezag (gemeente Heerenveen). Bij eventueel toekomstig grondverzet vormt dit onderzoek geen geldig bewijsmiddel, maar geldt het als indicatie voor de kwaliteit van de af te voeren grond. Bij grondverzet en afvoer van grond vanaf de locatie kan het daarom noodzakelijk zijn een partijkeuring volgens de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit uit te voeren. Melding toepassen van grond Het elders toepassen van vrijkomende grond en bouwstoffen dient vijf werkdagen voorafgaand aan de toepassing gemeld te worden via www.meldpuntbodemkwaliteit.nl.

12/12

Kenmerk

Bijlage 1

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Regionale ligging onderzoekslocatie

Kenmerk

Bijlage 2

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Kaart situering monsternemingspunten

1

!

2

6

!

S

3

! S

4

!

 5

0

7,5

´

15 m

Legenda

!

Grens onderzoeklocatie

Opdrachtgever

Handboring tot 0,5 m-mv

Project

Formaat

Projectnummer

Titel

Datum 02-03-2021

Tekeningnummer

Peilbuis

S

Inspectiegat tot 0,5 m-mv

! S

Inspectiegat met handboring tot 2,0 m-mv

De heer J.J. Hof

Verkennend bodemonderzoek Uhlweg/ K.J. Visserstraat te Heerenveen Boorpuntenkaart

Schaal

Status

1:350

A4

Get.

Gec.

TEGSIS xme

Definitief

1280124

2

Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66

Esri Nederland, Community Map Contributors

Foto’s terreinverkenning en veldwerk

Foto 1: Situering peilbuis

Foto 2: Overzicht onderzoeklocatie

Foto 3: Overzicht onderzoeklocatie

Kenmerk

Bijlage 3

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Veiligheid en kwaliteit

Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s is uitgevoerd. TAUW bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. TAUW bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.

De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek: • •

Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters

TAUW verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar. De analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium. De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is bepaald door het doen van een Klic-melding.

Kenmerk

Bijlage 4

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Boorprofielen

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Bijlage 5

Toetsingskader

B5.1 Toetsingskader circulaire bodemsanering 2013 De analyseresultaten zijn getoetst aan de volgende, in landelijk beleid opgenomen, toetsingswaarden (normen): • •

De Streefwaarden (voor grondwater) en/of Interventiewaarden (voor grond en grondwater) uit de Circulaire Bodemsanering 9 De Achtergrondwaarden (voor grond) uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 10

Daarnaast is voor grond en grondwater ook getoetst aan de Tussenwaarden. Deze waarde is niet opgenomen in de Circulaire Bodemsanering en/of Regeling Bodemkwaliteit maar wel in de Regeling Uniforme Saneringen (RUS). De Tussenwaarde is gedefinieerd als T = ½(AW + I) voor grond en T = ½(S + I) voor grondwater. In tabel B5.1 is vermeld op welke wijze de toetsingsresultaten zijn weergegeven in toetsingstabellen en tekstueel aangeduid in de rapportage. Tabel B5.1 Overzicht toetsingskader Concentratieniveau voor een stof

Weergave in tabellen

Omschrijving in de tekst

≤ AW/S-waarde (of < rapportagegrens)

-

-

> AW/S-waarde ≤ T-waarde

+

Licht verhoogd / verontreinigd

> T-waarde ≤ I-waarde

++

Matig verhoogd / verontreinigd

> I-waarde

+++

Sterk verhoogd / verontreinigd

Bodemtypecorrectie voor grond Op basis van de (gewijzigde) bijlage G 11 onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit wordt vanaf 1 november 2013 bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem het analyseresultaat omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarde voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van locatiespecifieke waarden voor organische stof en lutum. Gevalideerde bodemtoetsing: BoToVa De toetsing van analyseresultaten vindt plaats in een geautomatiseerde toetsingsmodule. Deze toetsingsmodule maakt gebruik van de landelijke BoToVa 12-service voor de validatie van de toetsingsresultaten. Op deze wijze is de kwaliteit van de toetsing aan de geldende normen geborgd.

9

(gewijzigde) Circulaire Bodemsanering die op 1 juli 2013 in werking is getreden (Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013 10 (gewijzigde) Regeling bodemkwaliteit die op 1 januari 2014 in werking is getreden (laatste wijzigingen zijn opgenomen in Staatscourant 31950, d.d. 15 november 2013) 11 Deze gewijzigde bijlage van de Regeling bodemkwaliteit is voor het eerst gepubliceerd in Staatscourant 22335, d.d. 2 november 2012 12 BoToVa: Bodem Toets- en Validatieservice. Voor meer informatie zie www.botova-service.nl

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

B5.2 Toetsingswaarden grond Toetsingswaarden grond (mg/kg)

SRC gr

gAW

T

I

4050

-

463

920

Cadmium (Cd)

101

0,6

6,8

13

Kobalt (Co)

285

15

103

190

Koper (Cu)

28500

40

115

190

Kwik (Hg)

405

0,15

18,1

36

Lood (Pb)

735

50

290

530

Molybdeen (Mo)

2030

1,5

96

190

Nikkel (Ni)

10100

35

68

100

Zink (Zn)

101489

140

430

720

PAK (10 van VROM)

-

1,5

20,8

40

Fenantreen

8030

-

-

-

Antraceen

8030

-

-

-

Fluorantheen

10000

-

-

-

Chryseen

10000

-

-

-

Benzo(a)antraceen

1000

-

-

-

Benzo(a)pyreen

100

-

-

-

Benzo(k)fluorantheen

1000

-

-

-

Indeno(1,2,3cd)pyreen

1000

-

-

-

Benzo(ghi)peryleen

6030

-

-

-

PCB (som 7)

-

0,02

1

1

PCB-28

2,3

-

-

-

PCB-52

2,3

-

-

-

PCB-101

2,3

-

-

-

PCB-118

2,3

-

-

-

PCB-138

2,3

-

-

-

PCB-153

2,3

-

-

-

PCB-180

2,3

-

-

-

-

190

2595

5000

Lutum: 25 % Organisch stof :10 % Metalen Barium (Ba)

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen

Gechloreerde koolwaterstoffen

Overige stoffen Minerale olie (C10-C40) SRC gr

Serious Risk Concentration voor grond

gAW:

Achtergrondwaarden [mg/kg ds]

T:

Tussenwaarden grond [mg/kg ds]

I:

Interventiewaarden grond [mg/kg ds

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

B5.3 Toetsingswaarden grondwater Toetsingswaarden grondwater (ug/l)

SRC gw

So

To

Io

Barium (Ba)

4050000

50

337,5

625

Cadmium (Cd)

101000

0,4

3,2

6

Metalen

Kobalt (Co)

285000

20

60

100

Koper (Cu)

28500000

15

45

75

Kwik (Hg)

405000

0,05

0,18

0,3

Lood (Pb)

735000

15

45

75

Molybdeen (Mo)

2030000

5

153

300

Nikkel (Ni)

10100000

15

45

75

Zink (Zn)

101489000

65

432,5

800

Benzeen

-

0,2

15,1

30

Ethylbenzeen

-

4

77

150

Tolueen

-

7

504

1000

Xylenen (som)

-

0,2

35,1

70

Styreen (vinylbenzeen)

-

6

153

300

Aromatische verbindingen

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Naftaleen

-

0,01

35,01

70

Fenantreen

8030000

0,003

2,502

5

Antraceen

8030000

0,0007

2,5004

5

Fluorantheen

10000000

0,003

0,501

1

Chryseen

10000000

0,003

0,102

0,2

Benzo(a)antraceen

1000000

0,0001

0,2501

0,5

Benzo(a)pyreen

100000

0,0005

0,0253

0,05

Benzo(k)fluorantheen

1000000

0,0004

0,0252

0,05

Indeno(1,2,3cd)pyreen

1000000

0,0004

0,0252

0,05

Benzo(ghi)peryleen

6030000

0,0003

0,0252

0,05

-

0,01

2,51

5

Gechloreerde koolwaterstoffen Vinylchloride Dichloormethaan

-

0,01

500,01

1000

1,1-dichloorethaan

-

7

454

900

1,2-dichloorethaan

-

7

204

400

1,1-dichlooretheen

-

0,01

5,01

10

Dichloorethenen (som)

-

0,01

10,01

20

Dichloorpropanen (som)

-

0,8

40,4

80

Trichloormethaan (chloroform)

-

6

203

400

1,1,1-trichloorethaan

-

0,01

150,01

300

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Toetsingswaarden grondwater (ug/l)

SRC gw

So

To

Io

1,1,2-trichloorethaan

-

0,01

65,01

130

Trichlooretheen (tri)

-

24

262

500

Tetrachloormethaan (tetra)

-

0,01

5,01

10

Tetrachlooretheen (per)

-

0,01

20,01

40

Minerale olie (C10-C40)

-

50

325

600

Tribroommethaan (bromoform)

-

-

315

630

Overige stoffen

SRC gw:

Serious Risk Concentration voor grondwater

So:

Streefwaardenwaarden grondwater [ug/l]

To:

Tussenwaarden grondwater [ug/l]

Io:

Interventie grondwater [ug/l]

Streefwaarden grondwater en Interventiewaarden bodemsanering uit de Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, 16675) Achtergrondwaarden uit Toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater conform Staatscourant 2007, 247

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Bijlage 6

Getoetste omgerekende analyseresultaten

B6.1 Grond Monsteromschrijving

MM1

MM2

Diepte (m -mv)

0-0,5

0-0,5

Lutum (%)

25

25

Organisch stof (%)

10

10

Eenheid

mg/kg Ds

mg/kg Ds

barium (Ba)

70

<48

cadmium (Cd)

0,56

-

0,45

-

kobalt (Co)

<6,5

-

<6,7

-

koper (Cu)

23

-

17

-

kwik (Hg)

0,084

-

<0,049

-

lood (Pb)

47

-

41

-

molybdeen (Mo)

<1,1

-

<1,1

-

nikkel (Ni)

<7,4

-

<7,5

-

zink (Zn)

249

+

188

+

0,71

-

0,92

-

0,068

+

0,079

+

minerale olie (C10-C40)

<48

-

<72

-

Conclusie Bbk indicatief (BoToVa)

Toepasbaar als klasse

Toepasbaar als klasse

Industrie

Industrie

METALEN

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)

OVERIGE STOFFEN

Conclusie (BoToVa)

+

+

B6.2 Grondwater Peilbuis

Pb 5

Filterdiepte (m -mv)

1,7-2,7

Eenheid

ug/l

METALEN barium (Ba)

< 20

-

cadmium (Cd)

< 0,2

-

kobalt (Co)

2

-

koper (Cu)

4,2

-

Kenmerk

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Peilbuis

Pb 5

kwik (Hg)

< 0,05

-

lood (Pb)

<2

-

molybdeen (Mo)

<2

-

nikkel (Ni)

3,1

-

zink (Zn)

20

-

benzeen

< 0,2

-

ethylbenzeen

< 0,2

-

tolueen

< 0,2

-

xylenen (som)

< 0,21

-

styreen (vinylbenzeen)

< 0,2

-

16 aromatische oplosmiddelen (som, Bbk 1-

<0,77

AROMATISCHE VERBINDINGEN

(2)(14)

1-2008)

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen

< 0,02

-

vinylchloride

< 0,1

-

dichloormethaan

< 0,2

-

1,1-dichloorethaan

< 0,2

-

1,2-dichloorethaan

< 0,2

-

1,1-dichlooretheen

< 0,1

-

1,2-dichl.etheen (c+t)

< 0,14

-

dichloorpropanen (som)

0,42

-

trichloormethaan (chloroform)

< 0,2

-

1,1,1-trichloorethaan

< 0,1

-

1,1,2-trichloorethaan

< 0,1

-

trichlooretheen (tri)

< 0,2

-

tetrachloormethaan (tetra)

< 0,1

-

Tetrachlooretheen (per)

< 0,1

-

minerale olie (C10-C40)

< 50

-

tribroommethaan (bromoform)

< 0,2

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN

OVERIGE STOFFEN

Conclusie (BoToVa) 2

Enkele parameters ontbreken in de som

14

Streefwaarde ontbreekt

(14)

-

Kenmerk

Bijlage 7

R001-1280124XME-V01-kst-NL

Analysecertificaten

TAUW B.V. T.a.v. Steffan Meijer BSc Postbus 133 7400 AC DEVENTER

Analysecertificaat Datum: 15-Feb-2021

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2021022542/1 1280124 Heerenveen, VO perceel Uhlweg/Visserstraat 12 443102 11-Feb-2021

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

1280124 Certificaatnummer/Versie Heerenveen, VO perceel Uhlweg/Visserstraat Startdatum 12 analyse 443102 Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina Eenheid

Analyse

1

2

Uitgevoerd

Uitgevoerd

% (m/m)

75.2

79.2

2021022542/1 11-Feb-2021 15-Feb-2021 15-Feb-2021/13:19 A,B,C 1/2

Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

5.1

3.4

Gloeirest

% (m/m) ds

95

96

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

3.3

3.0

S

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

21

<20

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.38

0.28

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

13

8.7

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.061

<0.050

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

<1.5

<1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4.0

<4.0

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

32

27

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

120

86

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

<11

<11

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

6.9

6.7

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

<6.0

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

<35

<35

Minerale olie

S

Polychloorbifenylen, PCB

S

PCB 28

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

S

PCB 52

mg/kg ds

0.0018

0.0012

S

PCB 101

mg/kg ds

0.0074

0.0050

S

PCB 118

mg/kg ds

0.0037

0.0027

Nr. Uw monsteromschrijving

1

MM1

2

MM2

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

Grond (AS3000) Grond (AS3000)

11862408 11862409

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

1280124 Certificaatnummer/Versie Heerenveen, VO perceel Uhlweg/Visserstraat Startdatum 12 analyse 443102 Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina Eenheid

Analyse

1

2 1)

S

PCB 138

mg/kg ds

0.0085

S

PCB 153

mg/kg ds

0.0080

0.0065

S

PCB 180

mg/kg ds

0.0045

0.0036

PCB (som 7) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.035

0.027

<0.050

<0.050

S

2021022542/1 11-Feb-2021 15-Feb-2021 15-Feb-2021/13:19 A,B,C 2/2

0.0070

1)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

S

Naftaleen

mg/kg ds

S

Fenanthreen

mg/kg ds

0.077

0.095

S

Anthraceen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

S

Fluorantheen

mg/kg ds

0.16

0.24

S

Benzo(a)anthraceen

mg/kg ds

0.072

0.096

S

Chryseen

mg/kg ds

0.097

0.13

S

Benzo(k)fluorantheen

mg/kg ds

<0.050

0.058

S

Benzo(a)pyreen

mg/kg ds

0.073

0.068

S

Benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

0.058

0.076

S

Indeno(123-cd)pyreen

mg/kg ds

0.068

0.085

S

PAK VROM (10) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.71

0.91

Nr. Uw monsteromschrijving

1

MM1

2

MM2

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

Grond (AS3000) Grond (AS3000)

11862408

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

11862409

Akkoord Pr.coörd.

VA TESTEN RvA L010

Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2021022542/1 Pagina 1/1 Monster nr.

Uw monsteromschrijving Van

Tot

0538586242

DM1 - 1

0

0538586235

DM2 - 2

0538586455

DM3 - 3

Barcode

11862408

11862409

Boornr

Uw datum monstername

Monsteromsch./Monstername ID

50

10-Feb-2021

1 (0,0-0,5)

0

50

10-Feb-2021

2 (0,0-0,5)

0

50

10-Feb-2021

3 (0,0-0,5)

MM1

MM2

0538586240

DM1 - 1

0

50

10-Feb-2021

4 (0,0-0,5)

0538586232

DM2 - 2

20

50

10-Feb-2021

5 (0,2-0,5)

0538586236

DM3 - 3

0

50

10-Feb-2021

6 (0,0-0,5)

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2021022542/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)

PCB 138 kan positief beïnvloed worden door PCB 163.

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

.

Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2021022542/1

Analyse

Pagina 1/1

Methode

Techniek

Methode referentie

W0106

Voorbehandeling

AS3000

Droge Stof

W0104

Gravimetrie

pb 3010-2 en NEN-EN 15934

Organische stof (gloeiverlies)

W0109

Gravimetrie

pb 3010-3 en NEN 5754

Korrelgrootte < 2 µm (lutum)

W0171

Sedimentatie

pb 3010-4 en NEN 5753

Barium (Ba)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Cadmium (Cd)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kobalt (Co)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Koper (Cu)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Kwik (Hg)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Molybdeen (Mo)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Nikkel (Ni)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Lood (Pb)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

Zink (Zn)

W0423

ICP-MS

pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2

W0202

GC-FID

pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703

W0271

GC-MS

pb 3010-8 en NEN 6980

Voorbehandeling

Cryogeen malen Bodemkundige analyses

Metalen

Minerale olie

Minerale Olie (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB

PCB (7)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

PAK som AS3000/AP04

W0271

GC-MS

pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287

PAK (10) (VROM)

W0271

GC-MS

pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287

Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2020.

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

TAUW B.V. T.a.v. Meijer BSc, Steffan Postbus 133 7400 AC DEVENTER

Analysecertificaat Datum: 24-Feb-2021

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2021026867/1 1280124 Heerenveen, VO perceel Uhlweg/Visserstraat 12 443101 19-Feb-2021

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

1280124 Certificaatnummer/Versie Heerenveen, VO perceel Uhlweg/Visserstraat Startdatum 12 analyse 443101 Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina

Analyse

Eenheid

1

2021026867/1 19-Feb-2021 24-Feb-2021 24-Feb-2021/16:12 A,B,C 1/2

Metalen

S

Barium (Ba)

µg/L

<20

S

Cadmium (Cd)

µg/L

<0.20

S

Kobalt (Co)

µg/L

2.0

S

Koper (Cu)

µg/L

4.2

S

Kwik (Hg)

µg/L

<0.050

S

Molybdeen (Mo)

µg/L

<2.0

S

Nikkel (Ni)

µg/L

3.1

S

Lood (Pb)

µg/L

<2.0

Zink (Zn)

µg/L

20

S

Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen

S

Benzeen

µg/L

<0.20

S

Tolueen

µg/L

<0.20

S

Ethylbenzeen

µg/L

<0.20

S

o-Xyleen

µg/L

<0.10

S

m,p-Xyleen

µg/L

<0.20

S

Xylenen (som) factor 0,7

µg/L

0.21

BTEX (som)

µg/L

<0.90

S

Naftaleen

µg/L

<0.020

S

Styreen

µg/L

<0.20

1)

Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen

S

Dichloormethaan

µg/L

<0.20

S

Trichloormethaan

µg/L

<0.20

S

Tetrachloormethaan

µg/L

<0.10

S

Trichlooretheen

µg/L

<0.20

S

Tetrachlooretheen

µg/L

<0.10

S

1,1-Dichloorethaan

µg/L

<0.20

S

1,2-Dichloorethaan

µg/L

<0.20

S

1,1,1-Trichloorethaan

µg/L

<0.10

S

1,1,2-Trichloorethaan

µg/L

<0.10

S

cis 1,2-Dichlooretheen

µg/L

<0.10

Nr. Uw monsteromschrijving

1

Pb 5 F(1,7-2,7)

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

Water (AS3000)

11876509

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer

1280124 Certificaatnummer/Versie Heerenveen, VO perceel Uhlweg/Visserstraat Startdatum 12 analyse 443101 Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina Eenheid

1

trans 1,2-Dichlooretheen

µg/L

<0.10

CKW (som)

µg/L

<1.6

Analyse

S S

Tribroommethaan

µg/L

<0.20

S

Vinylchloride

µg/L

<0.10

S

1,1-Dichlooretheen

µg/L

<0.10

S

1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7

µg/L

0.14

S

1,1-Dichloorpropaan

µg/L

<0.20

S

1,2-Dichloorpropaan

µg/L

<0.20

S

1,3-Dichloorpropaan

µg/L

<0.20

Dichloorpropanen som factor 0.7

µg/L

0.42

Minerale olie (C10-C12)

µg/L

<10

Minerale olie (C12-C16)

µg/L

<10

Minerale olie (C16-C21)

µg/L

<10

Minerale olie (C21-C30)

µg/L

<15

Minerale olie (C30-C35)

µg/L

<10

Minerale olie (C35-C40)

µg/L

<10

Minerale olie totaal (C10-C40)

µg/L

<50

S

2021026867/1 19-Feb-2021 24-Feb-2021 24-Feb-2021/16:12 A,B,C 2/2

1)

Minerale olie

S

Nr. Uw monsteromschrijving

1

Pb 5 F(1,7-2,7)

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

Water (AS3000)

11876509

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

W: Waals Gewest erkende verrichting

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=32c8d208-d530-4e52-af12-a31d29434fb4