CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Was wordt tabel reglement van orde

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Reglement van orde 20267.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was/Wordt tabel Reglement van orde van de gemeenteraad In deze tabel zijn de wijzigingen weesrgeven waar sprake is van een toevoeging of aanpassing. Technische wijzigingen zoals wijziging (verwijzing) artikelnummer en aanpassingen om de leesbaarheid te verbeteren zijn niet opgenomen.

Verordening 2024 Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 5. Agendacommissie 1. De raad stelt een agendacommissie in en benoemt de leden. 2. De agendacommissie bestaat uit vijf leden van de raad, waaronder de waarnemend voorzitter van de gemeenteraad (tevens voorzitter van de agendacommissie) en de commissievoorzitters. 3. De agendacommissie: a. bereidt de agenda van de vergaderingen van de raad voor; b. bepaalt in welke commissie het onderwerp behandeld wordt en deelt de agenda van de raadscommissie zoveel mogelijk op in de onderwerpblokken: Ruimtelijke Ontwikkelingen en Milieu; Samenlevingszaken; Algemene Zaken. c. stuurt procesmatig met behulp van de lange termijnagenda (LTA) en de bestuurlijke planning; d. doet voorstellen bij agenderingsverzoeken, doet voorstellen over het wel of niet gebruiken van een procesvoorstel en/of startnotitie en doet voorstellen over de wijze van behandeling van een voorstel in de commissie; e. bewaakt de kwaliteit, tijdigheid en volledigheid van vergaderstukken en; f. stelt een concept-jaarschema op voor alle vergaderingen waar de raad bij betrokken is of bij wordt gevraagd. 4. De agendacommissie komt zo vaak als nodig bijeen. Bij een gering aantal agendapunten of tussentijdse punten kan door de griffier een digitale raadpleging worden gehouden. 5. Vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar. De vergaderstukken worden na vaststelling gepubliceerd.

Verordening 2026 Artikel 1. Begripsomschrijvingen m.Lange termijnagenda (LTA) het sturingsinstrument van de raad op haar agenda voor de korte termijn (4 maanden) r.Raadsmarkt: informeel moment in de beeldvormende fase waar raadsleden zich kunnen laten informeren. Artikel 5. Agendacommissie 1. De raad stelt een agendacommissie (artikel 84 Wet) in en benoemt de leden. 2. De agendacommissie bestaat uit vijf leden van de raad, waaronder de waarnemend voorzitter van de gemeenteraad (tevens voorzitter van de agendacommissie) en de commissievoorzitters. 3. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier zijn adviseur van de commissie en hebben geen stemrecht. 4. De agendacommissie: a. bereidt de agenda van de vergaderingen van de raad voor; b. bepaalt in welke commissie het onderwerp behandeld wordt en deelt de agenda van de raadscommissie zoveel mogelijk op in de onderwerpblokken: - Mens en Maatschappij - Leefomgeving -; - Algemene Zaken; c. bepaalt welke onderwerpen een plaats krijgen op de raadsmarkt; d. stuurt procesmatig met behulp van de lange termijnagenda (LTA) en de bestuurlijke planning; e. doet voorstellen bij agenderingsverzoeken, doet voorstellen over het wel of niet gebruiken van een procesvoorstel en/of startnotitie en doet voorstellen over de wijze van behandeling van een voorstel in de commissie;

Toelichting Toevoeging

Lid 3 is toegevoegd: is bestaande praktijk. Dat geldt ook voor het verslag in lid 6

f.

5. 6.

Artikel 10. Benoemingsprocedure en beëdiging wethouders 1. De voorzitter van de raad stelt een commissie van onderzoek ‘Benoembaarheid wethouders’ in. Deze commissie verricht onderzoek naar de benoembaarheid van een of meerdere wethouders en adviseert de raad hierover schriftelijk. 2. De commissie bestaat uit de fractievoorzitters van de raad met toevoeging van de voorzitter van de raad. Bij tussentijdse benoeming van (een) wethouder(s) zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben die behoort tot de fractie van waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. 3. De beperking als genoemd in het vorige lid geldt niet in de situatie waarin de raad na de periodieke gemeenteraadsverkiezingen beslist inzake benoeming van alle wethouders. 4. De kandidaat-wethouder legt de documenten en informatie over die nodig zijn voor de in lid 6 door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat-wethouder onderbouwt daarnaast schriftelijk waarom juist hij/zij geschikt is als dagelijks bestuurder. 5. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouder aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de commissie van onderzoek ‘Benoembaarheid wethouders’. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar. 6.

De commissie toetst de van de kandidaat-wethouder ontvangen documenten en informatie aan de hand van in elk geval de volgende voorschriften, documenten en aandachtspunten: a. een Verklaring Omtrent het Gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens ; b. de artikelen 36a, 10 en 41a Wet (benoembaarheidsvereisten);

bewaakt de kwaliteit, tijdigheid en volledigheid van vergaderstukken en; g. stelt een concept-jaarschema op voor alle vergaderingen waar de raad bij betrokken is of bij wordt gevraagd. De agendacommissie komt zo vaak als nodig bijeen. Bij een gering aantal agendapunten of tussentijdse punten kan door de griffier een digitale raadpleging worden gehouden. Vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar. Van de vergadering wordt een verslag gemaakt. De vergaderstukken worden na vaststelling gepubliceerd.

Artikel 10. Benoemingsprocedure en beëdiging wethouders 1. De voorzitter van de raad stelt een commissie van onderzoek ‘Benoembaarheid wethouders’ in. Deze commissie verricht onderzoek naar de benoembaarheid van een of meerdere wethouders en adviseert de raad hierover schriftelijk. 2. De commissie bestaat uit de fractievoorzitters van de raad met toevoeging van de voorzitter van de raad. Bij tussentijdse benoeming van (een) wethouder(s) zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben die behoort tot de fractie van waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. 3. De beperking als genoemd in het vorige lid geldt niet in de situatie waarin de raad na de periodieke gemeenteraadsverkiezingen beslist inzake benoeming van alle wethouders. 4. De kandidaat-wethouder legt de documenten en informatie over die nodig zijn voor de in lid 6 door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat-wethouder onderbouwt daarnaast schriftelijk waarom juist hij/zij geschikt is als dagelijks bestuurder. 5. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn van een wethouder opdracht tot het uitvoeren van een risicoanalyse integriteit. De burgemeester en kandidaat nemen kennis van de uitkomsten van de risicoanalyse. De uitkomsten van de risicoanalyse worden door de burgemeester met de kandidaat-wethouder besproken.

De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan mondeling verslag uit aan de commissie van onderzoek ‘Benoembaarheid wethouders’. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar. 6. De commissie toetst de van de kandidaat-wethouder ontvangen documenten en informatie aan de hand van in elk geval de volgende voorschriften, documenten en aandachtspunten:

Het is gebruik dat de kandidaat-wethouder zich in de raadsgadering kort voorstelt. Dit is opgenomen in lid 10. In lid 5 is de tekst aangevuld aan de huidige praktijk.

c. d.

de artikelen 41b en 12 Wet (nevenfuncties); de artikelen 41c, 15, 36b en 46 Wet (onverenigbare functies); e. de gedragscode integriteit burgemeester en wethouders; f. het verslag risicoanalyse integriteit zoals bedoeld in lid 5. 7. De commissie verricht zijn werkzaamheden in een besloten vergadering waarvan geen verslag wordt gemaakt. 8. De kandidaat-wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten ten overstaan van de commissie. 9. Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een schriftelijk, beargumenteerd, advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Als de commissie niet unaniem is in zijn oordeel, wordt hiervan melding gemaakt in het advies. 10. Nadat de wethouder is benoemd en de benoeming heeft aanvaard, legt de wethouder in de raadsvergadering de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af.

a.

Artikel 20. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad of raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad of raadscommissie, beslissen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. 2. Deelname vindt plaats voordat de beraadslaging over een agendapunt begint.

een Verklaring Omtrent het Gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens ; b. de artikelen 36a, 10 Wet (benoembaarheidsvereisten); c. de artikelen 41b en 12 Wet (nevenfuncties); d. de artikelen 41c, 36b en 46 Wet (onverenigbare functies); e. de gedragscode integriteit burgemeester en wethouders; f. het verslag risicoanalyse integriteit zoals bedoeld in lid 5. 7. De commissie verricht zijn werkzaamheden in een besloten vergadering waarvan geen verslag wordt gemaakt. 8. De kandidaat-wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten ten overstaan van de commissie. 9. Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een schriftelijk, beargumenteerd, advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Als de commissie niet unaniem is in zijn oordeel, wordt hiervan melding gemaakt in het advies. 10. In de raadsvergadering wordt de kandidaatstelling mondeling gemotiveerd door de kandidaat-wethouder. 11. Nadat de wethouder is benoemd en de benoeming heeft aanvaard, legt de wethouder in de raadsvergadering de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af. Artikel 20. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1.

De raad of raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad of raadscommissie, beslissen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. 2. Het voorstel en de besluitvorming over deelname vindt plaats voordat de beraadslaging over een agendapunt begint.

Hoofstuk 3 Informatiesessie en dialoogsessie

Hoofstuk 3 Raadsmarkt, informatiesessie en dialoogsessie Artikel 31 Raadsmarkt 1. De raadsmarkt is een informeel moment waar raadsleden zich kunnen laten informeren door: a. Inwoners, ondernemers of organisaties die een onderwerp onder de aandacht willen brengen. De gesprekken zijn kort en informatief van aard. b. Ambtenaren over onderwerpen die binnenkort besluitvormend worden behandeld. Er kunnen alleen technische vragen gesteld worden.

Verduidelijking van de bedoeling lid 2.

De raadsmarkt is als instrument in de beeldvorming toegevoegd.

2.

Artikel 31. Informatiesessie 1. Er is in een informatiesessie geen plaats voor (politiek) debat. Er worden geen standpunten kenbaar gemaakt. 2. Raadsleden, raadscommissieleden, collegeleden, inwoners en organisaties kunnen de agendacommissie gemotiveerd verzoeken om een informatiesessie. 3. De informatie beoogt verdieping van het onderwerp of thema. De informatie is kort en bondig. 4. Voorwaarde voor een informatiesessie is dat er is geen andere, meer voor de hand liggende mogelijkheid om de raad te informeren. Artikel 32. Dialoogsessie 1. Raadsleden, raadscommissieleden, collegeleden, inwoners en organisaties uit de gemeente Heerenveen en andere belanghebbenden kunnen de agendacommissie gemotiveerd verzoeken om een dialoogsessie.

Hoofdstuk 4 Raadscommissies Artikel 36. Instelling raadscommissie 1. De raad stelt de volgende raadscommissie in: a. Algemene zaken (AZ) b. Ruimtelijke Ontwikkelingen en Milieu (ROM) c. Samenlevingszaken (SAZA) 2. Als een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, bepaalt de agendacommissie dat een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd of dat de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt. 3. Een raadscommissievergadering kan een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies AZ, SAZA en ROM zijn. Artikel 42. Spreekrecht inwoners en belanghebbenden 1. Inwoners uit Heerenveen en belanghebbenden hebben het recht het woord te voeren in de raadscommissievergadering. Zij worden ervan op de hoogte gesteld dat zij in beeld worden gebracht.

De raadsmarkt kent geen vaste agenda. Raadsleden kiezen zelf welke tafels zij bezoeken. 3. Een van de raadsleden treedt als gastheer op. Artikel 32. Informatiesessie 1. Raadsleden, raadscommissieleden, collegeleden, inwoners en organisaties kunnen de agendacommissie gemotiveerd verzoeken om een informatiesessie. 2. De informatie beoogt verdieping van het onderwerp of thema. De informatie is kort en bondig. Achtergrondinformatie en programma worden een week vooraf toegestuurd. 3. Voorwaarde voor een informatiesessie is dat er is geen andere, meer voor de hand liggende mogelijkheid om de raad te informeren. 4. Er is in een informatiesessie geen plaats voor (politiek) debat. Er worden geen standpunten kenbaar gemaakt. Artikel 33. Dialoogsessie 1. Raadsleden, raadscommissieleden, collegeleden, inwoners en organisaties uit de gemeente Heerenveen en andere belanghebbenden kunnen de agendacommissie gemotiveerd verzoeken om een dialoogsessie. 2. De dialoog beoogt een gesprek in de voorbereiding van beleid of over de uitwerking van beleid. Relevante (achtergrond)informatie, programma en stellingen of vragen worden een week vooraf gedeeld. Hoofdstuk 4 Raadscommissies Artikel 37. Instelling raadscommissie 1. De raad stelt de volgende raadscommissie (artikel 82 Wet) in: a. Mens en Maatschappij b. Leefomgeving c. Algemene Zaken 2.

Als een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, bepaalt de agendacommissie dat een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd of dat de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt. 3. Een raadscommissievergadering kan een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies Mens en Maatschappij, Leefomgeving en Algemene Zaken, zijn. Artikel 43. Spreekrecht inwoners en belanghebbenden 1. Inwoners uit Heerenveen en belanghebbenden hebben het recht het woord te voeren in de raadscommissievergadering. Zij worden ervan op de hoogte gesteld dat zij in beeld worden gebracht.

Toegevoegd in lid 2 om goede voorbereiding mogelijk te maken, waardoor bijeenkomst effectiever kan zijn.

Idem aan vorige.

De namen van de commissie zijn zo gekozen dat het beter past bij de breedte van de onderwerpen die besproken worden. Daarnaast sluit het ook aan bij de domeinen in de organisatie.

Lid 5 is toegevoegd ter verduidelijking op basis van praktijk.

2.

Het woord kan gevoerd worden over een geagendeerd onderwerp. 3. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 4. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit in principe vier dagen voor de vergadering bij de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 5. Bij een vergadering kunnen insprekers maximaal 5 minuten het woord voeren nadat de voorzitter hen dit heeft verleend. Inspreken gebeurt voorafgaand aan de eerste termijn. 6. De insprekers hebben daarna de gelegenheid om korte, verhelderende vragen van commissieleden te beantwoorden. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 7. De vergadering behandelt het onderwerp vervolgens inhoudelijk. 8. Insprekers wordt verzocht voorafgaand aan de vergadering hun bijdrage in te zenden. Dit kan per brief, e-mail, video of op andere wijze van maximaal 5 minuten. 9. De griffie zorgt ervoor dat de raads- en commissieleden voorafgaand aan de vergadering hiervan kennis kunnen nemen en dat de inspraak in de vergadering behandeld wordt. 10.

Bij een digitale vergadering kunnen insprekers deelnemen aan de vergadering op digitale wijze door middel van de toegezonden link met pincode. Na beantwoording van de vragen wordt aan insprekers verzocht om de digitale vergadering te verlaten en de vergadering verder te volgen via de livestream.

Artikel 43. Debat 1. Over hetzelfde onderwerp voert één lid per fractie het woord. Interrupties kunnen door alle commissieleden worden gepleegd. 2. Over een onderwerp worden vooraf vragen gesteld overeenkomstig artikel 75. In de vergadering worden in beginsel geen technische vragen gesteld.

2.

Het woord kan gevoerd worden over een geagendeerd onderwerp. 3. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 4. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit in principe vier dagen voor de vergadering bij de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 5. Voor inspreken namens een actiegroep, vereniging of organisatie is er maximaal vijf minuten inspraak mogelijk per actiegroep, vereniging of organisatie. 6. Bij een vergadering kunnen insprekers maximaal 5 minuten het woord voeren nadat de voorzitter hen dit heeft verleend. Inspreken gebeurt voorafgaand aan de eerste termijn. 7. De insprekers hebben daarna de gelegenheid om korte, verhelderende vragen van commissieleden te beantwoorden. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 8. De vergadering behandelt het onderwerp vervolgens inhoudelijk. 9. Insprekers wordt verzocht voorafgaand aan de vergadering hun bijdrage in te zenden. Dit kan per brief, e-mail, video of op andere wijze van maximaal 5 minuten. 10.

De griffie zorgt ervoor dat de raads- en commissieleden voorafgaand aan de vergadering hiervan kennis kunnen nemen en dat de inspraak in de vergadering behandeld wordt. 11. Bij een digitale vergadering kunnen insprekers deelnemen aan de vergadering op digitale wijze door middel van de toegezonden link met pincode. Na beantwoording van de vragen wordt aan insprekers verzocht om de digitale vergadering te verlaten en de vergadering verder te volgen via de livestream. Artikel 44. Overleg 1. Over hetzelfde onderwerp voert één lid per fractie het woord. Interrupties kunnen door alle commissieleden worden gepleegd. 2. Over een onderwerp worden vooraf vragen gesteld overeenkomstig artikel 72. In de vergadering worden in beginsel geen technische vragen gesteld.

De bewoording is aangepast om meer ruimte te scheppen voor onderlinge afstemming en het gesprek in de commissie te versterken.

3.

De beraadslaging over een onderwerp of voorstel vindt plaats in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 4. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 5. Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 6. Bij de bepaling hoeveel maal een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 7. Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Eerste termijn 8. De raadscommissieleden stellen per fractie vragen aan het college. 9. Het college beantwoordt de gestelde vragen, verstrekt informatie en verduidelijkt het standpunt van het college. 10. De voorzitter sluit de spreektermijn af als alle gestelde vragen zijn beantwoord. Tweede termijn 11. De raadscommissieleden gaan met elkaar het politieke debat aan; krijgen gelegenheid elkaar vragen te stellen, te discussiëren en hun argumenten en standpunt naar voren te brengen. Ook is er gelegenheid om amendementen en moties voor de raad aan te kondigen. 12. Het college kan de gelegenheid krijgen om kort antwoord te geven op in de tweede termijn ontstane vragen van de commissie. 13.

De voorzitter concludeert of het onderwerp voldoende is behandeld en geagendeerd kan worden als hamer-, dan wel bespreekstuk voor de raad. Artikel 54. Ingekomen stukken en raadsinformatiebrieven 1. Bij de raad ingekomen stukken plaatst de griffier op een openbare lijst van ingekomen stukken in het raadsinformatiesysteem, onder geanonimiseerde vermelding van de afzender, het onderwerp en advies voor afdoening. 2. Raadsleden kunnen tijdens de raadvergadering aangeven of zij het eens zijn met het advies van de griffier. 3. Als een raadslid of fractie een raadsinformatiebrief wil behandelen, moet hiervoor een behandelverzoek – via de griffier – bij de agendacommissie worden ingediend. Het behandelverzoek bevat een korte motivatie waarom bespreking gewenst is. 4. De agendacommissie beoordeelt of het behandelverzoek voldoende duidelijk is voor behandeling in een

3.

De beraadslaging over een onderwerp of voorstel vindt plaats in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 4. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 5. Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 6. Bij de bepaling hoeveel maal een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 7. Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Eerste termijn 8. De raadscommissieleden stellen per fractie vragen aan het college. 9. Het college beantwoordt de gestelde vragen, verstrekt informatie en verduidelijkt het standpunt van het college. 10. De voorzitter sluit de spreektermijn af als alle gestelde vragen zijn beantwoord. Tweede termijn 11. De raadscommissieleden gaan met elkaar in politieke overleg; krijgen gelegenheid elkaar vragen te stellen, gaan het gesprek met elkaar aan en brengen hun argumenten en standpunt naar voren te brengen. Ook is er gelegenheid om amendementen en moties voor de raad aan te kondigen. 12. Het college kan de gelegenheid krijgen om kort antwoord te geven op in de tweede termijn ontstane vragen van de commissie. 13.

De voorzitter concludeert of het onderwerp voldoende is behandeld en geagendeerd kan worden als hamer-, dan wel bespreekstuk voor de raad. Artikel 55. Ingekomen stukken en raadsinformatiebrieven 1. Bij de raad ingekomen stukken plaatst de griffier op een openbare lijst van ingekomen stukken in het raadsinformatiesysteem, onder geanonimiseerde vermelding van de afzender, het onderwerp en advies voor afdoening. 2. Uitzondering hierop zijn stukken waar sprake is van een individueel geval (artikel 3.3 lid 2 sub a WOO). Indien de afzender deze als ingekomen stuk voor de gehele raad beschikbaar wil stellen, wordt het stuk als ‘niet openbaar’ aangemerkt. 3. De lijst ingekomen stukken wordt door de raad vastgesteld. 4. Als een raadslid of fractie een raadsinformatiebrief wil behandelen, moet hiervoor een behandelverzoek – via de griffier – bij de agendacommissie worden ingediend. Het

In beginsel staat alles op openbare lijst. De raad ontvangt echter regelmatig brieven van inwoners die persoonsgegevens bevatten en gaan over persoonlijke situaties. Publicatie van deze stukken, zelfs na anonimisering, kan ertoe leiden dat de afzender of andere betrokkenen herkenbaar zijn. Om hier op een juiste manier mee om te gaan is lid 2 toegevoegd. De afzender krijgt overigens ook de keuze om het stuk zelf met de raad te delen via de mailadressen van raadsleden op de website.

5. a. b. c.

informatiesessie of dialoogsessie met behulp van de criteria uit artikel 33. Een verzoek kan ook worden afgewezen als: het onderwerp recent besproken is en de raadsinformatiebrief geen nieuwe informatie bevat. De raadsinformatiebrief geplaatst kan worden bij een al geagendeerd punt. een andere manier van afhandeling meer voor de hand ligt.

Artikel 61. Stemmen bij digitaal vergaderen 1. Bij digitaal vergaderen vindt de stemming plaats via de stemapplicatie in iBabs. 2. De griffier initieert op aangeven van de voorzitter de stemming, waarna raadsleden hun stem kunnen uitbrengen. 3. De griffier en voorzitter volgen het verloop van de stemming en nadat de aanwezige raadsleden hun stem hebben uitgebracht wordt de stemming op aangeven van de voorzitter gesloten door de griffier. 4. Voor eenieder is live te volgen hoe ieder raadslid stemt. 5. Als een raadslid geen stem via de stemapplicatie kan uitbrengen vanwege technische redenen, wordt dit raadslid door de voorzitter gevraagd om in beeld en met geluid in het videovergadersysteem zijn stem kenbaar te maken met ‘voor/ foar’ of ‘tegen/ tsjin’. De uitslag wordt door de griffier verwerkt in de stemapplicatie. 6. De voorzitter gaat pas over tot het uitspreken van een volgende naam als er geen misverstand kan ontstaan over de mondelinge en visuele wilsuitdrukking in het videovergadersysteem van het raadslid. 7. Als door technische redenen een raadslid niet in staat is zijn stem uit te brengen in het videovergadersysteem, neemt dit raadslid niet deel aan de vergadering op digitale wijze en wordt dit raadslid als afwezig genoteerd.

Artikel 64. Stemmen over personen bij digitaal vergaderen 1. Raadsleden ontvangen per post een stembrief. Deze stembrieven worden door ieder raadslid persoonlijk ingeleverd bij de griffie na afloop van een vergadering zodat

5.

6.

behandelverzoek bevat een korte motivatie waarom bespreking gewenst is. De agendacommissie beoordeelt of het behandelverzoek voldoende duidelijk is voor behandeling in een informatiesessie of dialoogsessie met behulp van de criteria uit artikel 33. Een verzoek kan ook worden afgewezen als: a. het onderwerp recent besproken is en de raadsinformatiebrief geen nieuwe informatie bevat. b. De raadsinformatiebrief geplaatst kan worden bij een al geagendeerd punt. c. een andere manier van afhandeling meer voor de hand ligt.

Artikel 62. Stemmen bij digitaal vergaderen 1. Bij digitaal vergaderen vindt de stemming plaats via de stemapplicatie in iBabs. 2. De griffier initieert op aangeven van de voorzitter de stemming, waarna raadscommissiesleden hun stem kunnen uitbrengen. 3. De griffier en voorzitter volgen het verloop van de stemming en nadat de aanwezige raadscommissieleden hun stem hebben uitgebracht wordt de stemming op aangeven van de voorzitter gesloten door de griffier. 4. Voor eenieder is live te volgen hoe ieder raadscommissielid stemt. 5. Als een raadscommissielid geen stem via de stemapplicatie kan uitbrengen vanwege technische redenen, wordt dit raadscommissielid door de voorzitter gevraagd om in beeld en met geluid in het videovergadersysteem zijn stem kenbaar te maken met ‘voor/ foar’ of ‘tegen/ tsjin’. De uitslag wordt door de griffier verwerkt in de stemapplicatie. 6. De voorzitter gaat pas over tot het uitspreken van een volgende naam als er geen misverstand kan ontstaan over de mondelinge en visuele wilsuitdrukking in het videovergadersysteem van het raadscommissielid. 7. Als door technische redenen een raadscommissielid niet in staat is zijn stem uit te brengen in het videovergadersysteem, neemt dit raadscommissielid niet deel aan de vergadering op digitale wijze en wordt dit raadcomissieslid als afwezig genoteerd. vervallen

Lid 3 is conform de huidige werkwijze.

Het is wettelijk niet mogelijk om een raadsvergadering digitaal te houden. Dat betekent dat digitaal stemmen alleen aan de orde kan zijn in een raadscommissievergadering. In een raadscommissievergadering kan gestemd worden over bijv. een voorstel van orde.

Dit artikel komt te vervallen, omdat er geen digitale raadsvergaderingen mogelijk zijn en er in een raadscommissie niet over personen gestemd wordt.

de authenticiteit van de stem in alle gevallen kan worden vastgesteld. 2. De voorzitter bepaalt het tijdstip waarop de stembrieven uiterlijk door de griffie moeten zijn ontvangen. Artikel 68. Verslag 1. De (concept)besluitenlijst of het (concept)verslag van een besloten vergadering wordt niet verspreid, maar berust bij de griffier. 2. De besluitenlijst of het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag of de besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijst of het verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 68. Verslag 1. De (concept)besluitenlijst of het (concept)verslag van een besloten vergadering wordt niet verspreid, maar berust bij de griffier. 2. Van deze terinzagelegging wordt mededeling aan de raadsleden gedaan. De (concept)besluitenlijst of het (concept)verslag blijft onder de berusting van de griffier of een door hem aan te wijzen functionaris van de raadsgriffie, die de raadsleden desgevraagd inzage verleent. 3. De besluitenlijst of het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag of de besluitenlijst. 4. De vastgestelde besluitenlijst of het verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 70 Geheimhoudingsregister 1. Er wordt een openbaar register bijgehouden van: a. de onderwerpen van informatie waarop de raad of een van zijn commissies geheimhouding heeft opgelegd op grond van artikel 87 Wet; b. informatie waarop het college of de burgemeester op grond van artikel 87 Wet geheimhouding heeft opgelegd en deze op grond van artikel 88 lid 2 respectievelijk lid 3 Wet aan de raad of een van zijn commissies heeft verstrekt; c. verslagen van besloten vergaderingen die op grond van artikel 23 lid 5 Wet van rechtswege geheim zijn. 2.

De griffier is verantwoordelijk voor de publicatie van het openbare register. Artikel 71 Gedragscode integriteit d. De raad stelt op grond van artikel 15 lid 3 Wet een gedragscode integriteit voor de leden en de raadscommissieleden vast. e. De raad stelt op grond van artikel 69 lid 2 en artikel 41 lid 2 Wet een gedragscode integriteit voor burgemeester en wethouders vast . f. De raad stelt een stappenplan integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers vast met een met waarborgen omklede procedure voor de omgang met mogelijke of daadwerkelijke schendingen.

Lid 2 is toegevoegd en geeft een verduidelijking van de werkwijze

Dit artikel is toegevoegd. Met een geheimhoudingsregister is centraal, openbaar en actueel inzichtelijk op welke besluiten, documenten en verslagen geheimhouding rust. Het bijhouden van een geheimhoudingsregister waarborgt transparantie en rechtszekerheid, biedt garanties voor een gelijke informatiepositie binnen de raad en kan risico’s op onrechtmatige openbaarmaking en integriteitsproblemen verkleinen. Op regelmatige basis zal aan de raad een voorstel worden voorgelegd met besluiten die voor het opheffen van de geheimhouding in aanmerking komen. De gedragscode is een wettelijke verplichting en belangrijk document met het oog op transparantie van handelen van de raad en het college. Daarom is dit artikel opgenomen in het reglement van orde

g.

Artikel 75. Tussentijdse technische vragen 1. Tussentijdse technische vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en betreffen vragen over feiten en gegevens. In de vragen wordt geen mening of oordeel gevraagd van het college. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. 2. Ieder raadslid en ieder raadscommissielid kan aan het college of aan de burgemeester tussentijdse technische vragen stellen. 3. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 4. Beantwoording van tussentijdse technische vragen vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen twee weken, nadat de vragen zijn binnengekomen. Als beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 5. De antwoorden worden door tussenkomst van de griffier, in overleg met de steller van de vraag, aan de leden van de raad toegezonden. 6.

De vragensteller kan in de eerstvolgende raads(commissie)vergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad(scommissie) anders beslist.

Artikel 76. Politieke vragen 1. Ieder raadslid en ieder raadscommissielid kan aan het college of aan de burgemeester schriftelijk politieke vragen stellen als bedoeld in artikel 155 lid 1 Wet.

Jaarlijks houden de raad en het college van B&W gezamenlijk een bijeenkomst die in het teken staat van het onderwerp integriteit en weerbaarheid.

Artikel 73. Tussentijdse technische vragen 1. Tussentijdse technische vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en betreffen vragen over feiten en gegevens. In de vragen wordt geen mening of oordeel gevraagd van het college. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. 2. Ieder raadslid en ieder raadscommissielid kan aan het college of aan de burgemeester tussentijdse technische vragen stellen. 3. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 4. Beantwoording van tussentijdse technische vragen vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 10 werkdagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. 5. Als beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de vragensteller hiervan via de griffier gemotiveerd in kennis. Uitstel van maximaal 5 werkdagen is mogelijk in recesperiodes, ziekte zonder vervanging of onvoorziene omstandigheden.. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 6. Indien het college van oordeel is dat beantwoording van (een deel van) de technische vragen een politiek-bestuurlijke afweging vergt, worden deze vragen als politiek aangemerkt.

In dat geval treedt de portefeuillehouder in overleg met het raadslid over de aard van de beantwoording en de te hanteren termijn. 7. De antwoorden worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden, tenzij de steller expliciet anders heeft aangegeven. 8. De vragensteller kan in de eerstvolgende raads(commissie)vergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad(scommissie) anders beslist. Artikel 74. Politieke vragen 1. Ieder raadslid en ieder raadscommissielid kan aan het college of aan de burgemeester schriftelijk politieke vragen stellen als bedoeld in artikel 155 lid 1 Wet.

De termijnen en de mogelijkheid van uitstel zijn aangepast aan de eerder in het presidium gemaakte afspraken.

De termijnen in lid 4 zijn aangepast aan de eerder gemaakte afspraken. Lid 5 is aangepast aan de huidige werkwijze.

2.

3.

4.

5. 6.

7.

Politieke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen vier weken, nadat de vragen zijn binnengekomen. Als beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. De antwoorden worden door tussenkomst van de griffier, in overleg met de steller van de vraag, aan de leden van de raad toegezonden. De vragensteller kan in de eerstvolgende raads(commissie)vergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad(scommissie) anders beslist. Politieke vragen over een geagendeerd onderwerp kunnen in de vergadering gesteld worden.

Artikel 77. Mondelinge vragen 1. Een mondelinge vraag is een voldoende nauwkeurige vraag over een onderwerp dat politiek en urgent is en niet op de agenda staat.

2. 3.

Ieder raadslid en ieder raadscommissielid kan mondelinge vragen stellen. Een mondelinge vraag moet uiterlijk om 9.00 uur op de dag van de vergadering zijn aangemeld bij de griffie.

2.

3.

4.

5. 6.

7.

Politieke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 20 werkdagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Als beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de vragensteller via de griffier hiervan gemotiveerd in kennis. Uitstel van maximaal 10 werkdagen is mogelijk in recesperiodes, ziekte zonder vervanging of onvoorziene omstandigheden is. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. De antwoorden worden door tussenkomst van de griffier, aan de leden van de raad toegezonden, tenzij de steller expliciet anders heeft aangegeven. De vragensteller kan in de eerstvolgende raads(commissie)vergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad(scommissie) anders beslist. Politieke vragen over een geagendeerd onderwerp kunnen in de vergadering gesteld worden.

Artikel 75. Mondelinge vragen 1. Een mondelinge vraag is een voldoende nauwkeurige vraag over een onderwerp dat politiek en urgent is en niet op de agenda staat. Criteria: a. er leven actuele zorgen of signalen in de samenleving; b. er is sprake van een ontwikkelingssituatie die nú speelt en waarbij snelle duiding of duidelijkheid gewenst is; c. de beantwoording door het college draagt bij aan directe geruststelling, duidelijkheid of richting voor inwoners en de raad. 2. Ieder raadslid en ieder raadscommissielid kan mondelinge vragen stellen. 3. Een mondelinge vraag moet uiterlijk om 9.00 uur op de dag van de vergadering zijn aangemeld bij de griffie.

In de praktijk is gebleken dat er behoefte is aan criteria zowel bij raadsleden als bij voorzitters. In lid 1 zijn de criteria toegevoegd.

4.

De voorzitter kan een vraag weigeren tijdens het agendapunt mondelinge vragen aan de orde te stellen als hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, het onderwerp niet voldoet aan de criteria zoals benoemd in lid 2 of het onderwerp in de raads(commissie)vergadering van die dag aan de orde komt. 5. De griffier meldt (het betreffende lid van) het college of de burgemeester de aangekondigde mondelinge vragen. Vervolgens maakt de griffier het onderwerp van de vragen openbaar. 6. Direct na de vaststelling van de agenda van een raads(commissie)vergadering worden mondelinge vragen gesteld. De voorzitter kan bij digitaal vergaderen bepalen dat mondelinge vragen aan het eind van de vergadering worden gesteld. 7. De voorzitter kan in overleg met de vergadering bepalen dat het agendapunt mondelinge vragen op een ander tijdstip wordt geagendeerd. De voorzitter bepaalt per vergadering het tijdstip van het einde van het agendapunt mondelinge vragen. 8. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de onderwerpen tijdens het agendapunt mondelinge vragen aan de orde worden gesteld. 9. De vragensteller wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om de vragen te stellen en een toelichting te geven. De wethouder of burgemeester wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden. 10.

Na de beantwoording wordt de vragensteller twee minuten het woord verleend om aanvullende vragen te stellen. De wethouder of burgemeester wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om de aanvullende vragen te beantwoorden. 11. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden, ieder voor ten hoogste één minuut, het woord verlenen om vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. De wethouder of de burgemeester wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden. 12. Tijdens het agendapunt mondelinge vragen worden geen moties ingediend en worden geen interrupties gehouden. Artikel 72. Voorstel van orde 1. De voorzitter en ieder lid van de raad of de raadscommissie kan tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

4.

De voorzitter kan weigeren een vraag aan de orde te stellen tijdens het agendapunt mondelinge vragen als de vraag niet voldoet aan de criteria zoals benoemd in lid 1 of het onderwerp in de raads(commissie)vergadering van die dag aan de orde komt. 5. De griffier meldt (het betreffende lid van) het college of de burgemeester de aangekondigde mondelinge vragen. Vervolgens maakt de griffier het onderwerp van de vragen openbaar. 6. Direct na de vaststelling van de agenda van een raads(commissie)vergadering worden mondelinge vragen gesteld. De voorzitter kan bij digitaal vergaderen bepalen dat mondelinge vragen aan het eind van de vergadering worden gesteld. 7. De voorzitter kan in overleg met de vergadering bepalen dat het agendapunt mondelinge vragen op een ander tijdstip wordt geagendeerd. De voorzitter bepaalt per vergadering het tijdstip van het einde van het agendapunt mondelinge vragen. 8. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de onderwerpen tijdens het agendapunt mondelinge vragen aan de orde worden gesteld. 9. De vragensteller wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om de vragen te stellen en een toelichting te geven. De wethouder of burgemeester wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden. 10. Na de beantwoording wordt de vragensteller twee minuten het woord verleend om aanvullende vragen te stellen.

De wethouder of burgemeester wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om de aanvullende vragen te beantwoorden. 11. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden, ieder voor ten hoogste één minuut, het woord verlenen om vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. De wethouder of de burgemeester wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden. 12. Tijdens het agendapunt mondelinge vragen worden geen moties ingediend en worden geen interrupties gehouden. Artikel 76. Voorstel van orde 1. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 2. De voorzitter en ieder lid van de raad of de raadscommissie kan tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen.

In lid 3 en 4 is de wijze van behandeling toegevoegd.

3.

Over een voorstel van orde beslist de raad of raadscommissie meteen.

3. 4. 5.

Artikel 71. Motie 1. Ieder raadslid kan in de raadsvergadering een motie indienen. 2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3. Een in te dienen motie wordt bij voorkeur uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de vergadering bij de griffie aangeleverd. 4. Als een motie schriftelijk ter vergadering wordt ingediend, stuurt de indiener de motie spoedig mogelijk naar de griffie. 5. De griffie plaatst de ontvangen motie zo spoedig mogelijk in het openbare gedeelte van het raadsinformatiesysteem. 6. Er kan alleen beraadslaagd worden over moties die ingediend zijn door raadsleden die in de vergadering aanwezig zijn. 7. De behandeling van een motie over een geagendeerd onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 8. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 9. Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk tot het einde van de beraadslagingen. Artikel 70. Amendement 1. Een raadslid kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen in de raadsvergadering. 2. In te dienen amendementen worden bij voorkeur uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de vergadering bij de griffie aangeleverd. 3.

Als amendementen schriftelijk ter vergadering worden ingediend, stuurt de indiener het amendement zo spoedig mogelijk naar de griffie. 4. De griffie plaatst amendementen zo spoedig mogelijk in het openbare gedeelte van het raadsinformatiesysteem. 5. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door raadsleden die in de vergadering aanwezig zijn.

Na een korte toelichting door de indiener kunnen de andere fracties en zo nodig het college of de voorzitter in één termijn kort reageren. De voorzitter geeft de indiener gelegenheid om kort te reageren op de reacties. Over een voorstel van orde beslist de raad of raadscommissie meteen.

Artikel 77. Motie 1. Een raadslid kan tot het sluiten van de beraadslagingen moties indienen in de raadsvergadering. 2. In te dienen moties worden bij voorkeur uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de griffie aangeleverd. 3. Als een motie ter vergadering wordt ingediend, stuurt de indiener de motie zo spoedig mogelijk schriftelijk naar de griffie. 4. De griffie plaatst moties zo spoedig mogelijk in het openbare gedeelte van het raadsinformatiesysteem. 5. Er kan alleen beraadslaagd worden over moties die ingediend zijn door raadsleden die in de vergadering aanwezig zijn. 6. De behandeling van een motie over een geagendeerd onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 7. Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk tot het einde van de beraadslagingen. 8. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld en vormt een apart agendapunt Artikel 78. Amendement 1. Een raadslid kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen in de raadsvergadering. 2. In te dienen amendementen worden bij voorkeur uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de griffie aangeleverd. 3.

Als amendementen ter vergadering worden ingediend, stuurt de indiener het amendement zo spoedig mogelijk schriftelijk naar de griffie. 4. De griffie plaatst amendementen zo spoedig mogelijk in het openbare gedeelte van het raadsinformatiesysteem. 5. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door raadsleden die in de vergadering aanwezig zijn.

De werkwijze bij motie en amendement is zoveel mogelijk gelijkluidend gemaakt. Dubbelingen zijn eruit gehaald.

De werkwijze bij motie en amendement is zoveel mogelijk gelijkluidend gemaakt. Dubbelingen zijn eruit gehaald.

6.

Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een raadslid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 7. Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 8. Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of subamendement is mogelijk, tot het einde van de beraadslagingen. Artikel 78. Inlichtingen 1. Een raadslid kan inlichtingen vragen over een onderwerp als bedoeld in de artikelen 169 lid 3, en 180 lid 3, van de Wet. 2. Een verzoek om inlichtingen wordt door tussenkomst van de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester. 3. Een raadslid kan een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen of andere instituties waarin de raad leden heeft benoemd, ter verantwoording roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig. 4. De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een afschrift van dit verzoek krijgen. 5.

De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. 6. De gestelde vragen en de antwoorden vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven. 7. Binnen vier weken worden de inlichtingen mondeling in de raadsvergadering of schriftelijk gegeven.

6. 7.

8.

Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een raadslid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). Elk (sub)amendement moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of subamendement is mogelijk, tot het einde van de beraadslagingen.

Artikel 79. Inlichtingen 1. Een raadslid kan inlichtingen vragen over een onderwerp als bedoeld in de artikelen 169 lid 3, en 180 lid 3 Wet. 2. Een verzoek om inlichtingen wordt door tussenkomst van de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester. 3. Een raadslid kan een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen of andere instituties waarin de raad leden heeft benoemd, ter verantwoording roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig. 4. De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een afschrift van dit verzoek krijgen. 5. De verlangde inlichtingen worden binnen vier weken aan de raad verstrekt. 6. De gestelde vragen en de antwoorden vormen een agendapunt in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering.

Lid 5 en lid 6 zijn verduidelijkt. Dubbelingen zijn verwijderd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=73d5c40e-7f67-4bd4-b049-62619c071147