CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting Verordening handhaving Heerenveen in balans 2025

Raadsvergadering 27 februari 2025, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verordening Handhaving Participatiewet Heerenveen in balans 2025 (SAZA)4.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting op de verordening handhaving Heerenveen in balans 2025 Inleiding In Nederland is bestaanszekerheid een belangrijk onderwerp, vooral voor huishoudens met lage inkomens. Dit kan leiden tot problemen, omdat zij vrijwel geen buffer hebben om onvoorziene kosten op te kunnen brengen. Het huidige stelsel van maatregelen en boetes is de afgelopen jaren een punt van discussie geweest in het maatschappelijke debat. Uitgangspunt is dat de meeste mensen die een verplichting vanuit de wet niet (geheel) nakomen, dit niet expres doen. Een oorzaak van een fout kan bijvoorbeeld liggen in ervaren stress over hun leefsituatie of door het ontbreken van vaardigheden om te begrijpen wat de verplichting inhoudt. Het is belangrijk om hier het gesprek over aan te gaan en de oorzaak zo goed mogelijk te achterhalen en te zorgen voor heldere voorlichting voor en tijdens de bijstandsperiode aan mensen. Dit uitgangspunt betekent echter niet dat er geen mensen zijn die misbruik maken van uitkeringsgelden. Voor die mensen moeten er ook gepaste maatregelen zijn. Het is onwenselijk als we fouten en opzettelijk misbruik niet op de juiste manier kunnen bestraffen, want dat ondermijnt het vertrouwen en solidariteit in de sociale zekerheid. Handhaven in balans Handhaving is voor de Gemeente Heerenveen niet het einddoel.

Het helpt om de echte doelen van de Participatiewet te bereiken: mensen ondersteunen zodat ze weer hun eigen inkomen kunnen verdienen en ervoor zorgen dat uitkeringen gaan naar mensen die ze echt nodig hebben en er recht op hebben. Er dient evenwicht te zijn tussen aandacht voor preventie, maatwerk en de menselijke maat en het aanpakken van bewuste regelovertreding. Werken volgens de bedoeling Gemeente Heerenveen wil inwoners helpen om hun leven op een blijvende manier te veranderen. Door ze bijvoorbeeld te helpen met het aanpakken van schulden, het vinden van werk en zorgvragen. Hierbij kijken we niet alleen naar het doel van de inwoner, maar ook naar wat de inwoner zelf kan doen en welke hulp daarbij nodig is. Deze manier van werken gaat verder dan het oplossen van enkelvoudige problemen, het richt zich op het creëren van een betere toekomst voor de inwoner. Het gaat om het aanleren van vaardigheden en gewoontes die nodig zijn om problemen zelf op te lossen. Geïntegreerde dienstverlening betekent dat mensen niet alleen geholpen worden om weer aan het werk te gaan, maar dat er ook gewerkt wordt aan het verbeteren van hun positie op de arbeidsmarkt en/of Heerenveense samenleving. Stress Sensitieve Dienstverlening (SSD) Stress-sensitief werken biedt bouwstenen die organisaties op hun eigen manier kunnen gebruiken.

Deze bouwstenen zijn onder andere instrumenten zoals coaching, psychoeducatie, beloningen en een goede schriftelijke communicatie. Ze zijn ontwikkeld met inzichten over chronische stress. De aanpak helpt organisaties hun doelen te bereiken en inwoners hun levensdoelen te realiseren. Bouwstenen kunnen in één keer of stap voor stap worden ingevoerd. Het is belangrijk dat betrokkenen weten hoe chronische stress gedrag beïnvloedt. De werkwijze van SSD kenmerkt zich door: a. Individueel afgestemd: SSD houdt rekening met de unieke behoeften en stressniveaus van elk individu. De dienstverlening is op maat gemaakt om effectief te zijn voor de belanghebbende;

b. Samenwerking: In plaats van een top-down benadering, bevordert SSD samenwerking tussen medewerker en belanghebbende. De belanghebbende wordt actief betrokken bij het besluitvormingsproces; c. Competentiegericht: Deze benadering richt zich op de sterke punten en competenties van de belanghebbende; d. Stapsgewijze aanpak: Problemen worden stap voor stap aangepakt. Het werk is verdeeld in kleine, behapbare stappen om overweldiging te voorkomen; e. Niet-intimiderende omgeving: SSD streeft naar een ondersteunende en nietintimiderende omgeving waarin belanghebbende zich op hun gemak voelen om hun uitdagingen aan te gaan; f. Duurzaamheid: Het doel van SSD is om cliënten te helpen duurzame oplossingen te vinden voor hun problemen, zodat ze beter in staat zijn om met toekomstige stressoren om te gaan; g. Empathie: Professionals in SSD tonen begrip en empathie voor de stress en moeilijkheden waarmee de cliënten te maken hebben. Samenvoegen handhavingsverordening en afstemmingsverordening Gemeente Heerenveen werkte de afgelopen jaren met een aparte afstemmingsverordening en handhavingsverordening. Bij het opstellen van de nieuwe handhavingsverordening is ervoor gekozen om deze samen te voegen met de afstemmingsverordening. Het opstellen van een gecombineerde handhavings- en afstemmingsverordening biedt tal van voordelen voor zowel de gemeente als de inwoners.

Ten eerste zorgt een geïntegreerde verordening voor meer duidelijkheid en eenvoud in de regelgeving. Ten tweede vermindert dit de administratieve lasten voor zowel de gemeente als de inwoners. Bovendien wordt de naleving van de Participatiewet gestroomlijnd, wat leidt tot een efficiënter gebruik van middelen. De gecombineerde verordening bevordert ook een betere samenwerking tussen verschillende afdelingen binnen de gemeente. Dit resulteert in een snellere en effectievere dienstverlening aan de inwoners. Verder draagt een geïntegreerde aanpak bij aan een uniform handhavingsbeleid, waardoor rechtsgelijkheid gewaarborgd wordt. Een gecombineerd beleid maakt het tevens mogelijk om sneller in te spelen op veranderingen in wetgeving. Hierdoor kan de gemeente proactief en flexibel reageren. De vereenvoudiging van de regelgeving kan ook bijdragen aan een hogere naleving door inwoners, omdat de regels makkelijker te begrijpen zijn. Daarnaast bevordert het de ondersteuning en handhaving, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de inwoner. Dit kan leiden tot een humanere en effectievere handhaving. Een geïntegreerde verordening zorgt ervoor dat problemen eerder gesignaleerd en aangepakt worden. Tot slot draagt een geïntegreerde verordening bij aan een meer duurzame en toekomstbestendige uitvoering van de Participatiewet.

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. Toepassingsbereik Deze handhavingsverordening bevat regels die gemaakt zijn op basis van de Participatiewet, IOAW en IOAZ. Deze regels gaan over hoe de gemeente Heerenveen het misbruik en oneigenlijk gebruik van de uitkering wil bestrijden. Misbruik betekent dat mensen de regels van de Participatiewet expres verkeerd gebruiken om meer geld of hulp te krijgen dan waar ze recht op hebben. Bijvoorbeeld, de belanghebbende verzwijgt zijn inkomen om meer uitkering te krijgen. Oneigenlijk gebruik betekent dat mensen de regels niet op de juiste manier gebruiken, misschien zonder opzet, maar wel op een manier die niet de bedoeling is. Bijvoorbeeld, de belanghebbende vergeet op tijd door te geven dat hij een nieuwe baan heeft gekregen en krijgt daardoor nog steeds een uitkering. Artikel 2. Handhaven in balans Dit artikel beschrijft de benadering van de gemeente Heerenveen bij handhavingsactiviteiten, specifiek gericht op bijstandsverlening. De kern van de benadering is het uitgangspunt van vertrouwen en het vermijden van aannames over kwade bedoelingen bij belanghebbenden die bijstand ontvangen of aanvragen. De gemeente streeft ernaar om rekening te houden met individuele omstandigheden en een mensgerichte aanpak te hanteren, terwijl we ook waken over misbruik van bijstandsvoorzieningen. 1.

Uitgaan van Vertrouwen: De gemeente Heerenveen werkt vanuit een basis van vertrouwen. Dit betekent dat we vertrouwen hebben in de informatie die de belanghebbende aanlevert ten tijde van de aanvraag van bijstand en tijdens de bijstandsperiode. 2. Menselijke Maat: Bij de handhaving wordt rekening gehouden met de persoonlijke situatie van de aanvragers en ontvangers van bijstand. De gemeente kijkt naar individuele omstandigheden en past de regels toe op een manier die recht doet aan de menselijke situatie van de betrokkene. Dit kan betekenen dat er in bepaalde gevallen soepeler of anders wordt omgegaan met de regelgeving om recht te doen aan specifieke persoonlijke omstandigheden. Door deze benadering helpt de gemeente Heerenveen haar inwoners op een ondersteunende en begripvolle manier, terwijl ze tegelijkertijd alert blijft op het voorkomen van misbruik van de bijstandssystemen. Artikel 3. Uitgangspunten Bij dit artikel is geen verdere uitleg nodig. Artikel 4. Begrippen Bij dit artikel is geen verdere uitleg nodig. Artikel 5. Waarom doen we onderzoek De uitkering kent een aantal rechten en plichten. Hiervoor doen we onderzoek en houden we rekening met onder andere het doenvermogen van de belanghebbende. Doenvermogen Een belanghebbende moet niet alleen de regels en wetten begrijpen, maar er ook naar kunnen handelen. Dit vraagt doenvermogen.

Doenvermogen betekent dat je in actie kunt komen en doorzetten, zelfs als het tegenzit. Het gaat hierbij niet om hoe slim je bent of hoe goed je bijvoorbeeld met computers bent, maar om andere vaardigheden.

Doenvermogen wordt bij iedereen minder als er veel stress is, bijvoorbeeld door moeilijke gebeurtenissen in het leven. Iedereen reageert anders op stress, en het punt waarop het te veel wordt, is voor iedereen verschillend. Er kunnen ook andere redenen zijn waarom een belanghebbende laag doenvermogen heeft, zoals een bepaalde beperking. Als organisaties zoals gemeentes veel verwachten van een belanghebbende, vraagt dit veel doenvermogen. Als belanghebbenden dan niet de juiste dingen doen, komt dat niet altijd omdat ze niet willen, maar soms omdat ze het niet kunnen. Dit is dan geen vrijwillige keuze. Proportioneel gesanctioneerd worden Op het moment dat blijkt dat er toch sprake is van verwijtbaar (schuldig aan) gedrag kan er mede door het onderzoek op een juiste en passende wijze gesanctioneerd (bestraft) worden. De opgelegde sanctie moet in verhouding zijn met de overtreding. Artikel 6. Herstel van de uitkering Bij dit artikel is geen verdere uitleg nodig. Artikel 7. Terugvordering, invordering, kwijtschelding en verhaal Bij dit artikel is geen verdere uitleg nodig. Artikel 8. Herstel van het gedrag Inwoners met een uitkering zijn niet alleen verplicht om juiste informatie te geven (de inlichtingenplicht), maar ook om mee te werken aan hulp of voorzieningen die de gemeente aanbiedt.

Deze hulp is bedoeld om hen te ondersteunen bij het vinden van werk of om mee te doen in de samenleving. Wat gebeurt er als iemand niet meewerkt? Als iemand niet goed meewerkt, kan de gemeente een maatregel opleggen. Dit betekent dat: • De uitkering tijdelijk lager wordt of helemaal wordt stopgezet. • De maatregel is bedoeld om het gedrag te verbeteren en ervoor te zorgen dat de persoon de gemaakte fout herstelt. Artikel 9. Gesprek bij herstel van het gedrag 1. Eerst een gesprek Voordat een maatregel wordt opgelegd, heeft de gemeente een gesprek met de bijstandontvanger. In dat gesprek wordt gekeken of de maatregel eerlijk en passend is. 2. Herbeoordeling Na één maand of eerder (als de persoon daarom vraagt) wordt bekeken of de maatregel nog nodig is. Als de regels alsnog worden nageleefd, stopt de maatregel en krijgt de bijstandontvanger weer de volledige uitkering. Wat als een maatregel te zwaar uitpakt? Soms kan een maatregel te hard aankomen, bijvoorbeeld door persoonlijke omstandigheden. In dat geval kan de gemeente besluiten om de maatregel aan te passen. Ze kijken hierbij naar: • De situatie van de belanghebbende, zoals financiële problemen of gezinsomstandigheden. • Of de belanghebbende iets aan de situatie kon doen (mate van verwijtbaarheid). • Of de gemeente zelf fouten heeft gemaakt, zoals bv. te lange duur van het besluit.

• De gevolgen van de maatregel voor de belanghebbende en zijn of haar gezin.

Het gesprek is een belangrijk onderdeel van de communicatie tussen de gemeente en de belanghebbende en helpt bij het opbouwen van wederzijds begrip en vertrouwen. Artikel 10. Afzien van een maatregel Verwijtbaarheid ontbreekt Dit betekent dat als de belanghebbende geen enkele schuld heeft aan de gedraging, er geen maatregel wordt opgelegd. Bijvoorbeeld, als iemand door omstandigheden buiten zijn of haar controle een regel heeft overtreden, kan het college besluiten geen maatregel op te leggen omdat de persoon niet verwijtbaar is. Als de overtreding meer dan 8 weken geleden heeft plaatsgevonden voordat het college deze ontdekte, wordt er geen maatregel opgelegd. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen als er een vertraging is in de ontdekking of rapportage van de gedraging. Dringende Redenen In het tweede lid staat dat het college kan besluiten om een verlaging van de uitkering niet door te voeren als er dringende redenen zijn. Normaal gesproken moet de uitkering worden verlaagd als iemand zich niet aan de regels houdt. Maar er zijn uitzonderingen mogelijk als de gevolgen voor de persoon te zwaar zouden zijn. • • •

Dringende redenen betekenen dat er iets heel bijzonders aan de hand moet zijn. Wat precies een dringende reden is, hangt af van de situatie. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met hoe erg de fout was of wat de financiële of sociale gevolgen zijn voor de persoon en zijn gezin. Ernstige financiële gevolgen alleen zijn meestal geen reden om van verlaging af te zien, omdat dit vaak bij een verlaging hoort.

Ontdekken van gedrag na 8 weken (eerste lid onder b) Dit artikel is bedoeld om oneigenlijk gebruik sneller te constateren en ervoor te zorgen dat een maatregel binnen 8 weken wordt opgelegd. Het artikel is opgesteld met een preventieve benadering, waarbij nauwer contact wordt onderhouden met de belanghebbenden door middel van meer gesprekken en interacties. Hierdoor kunnen we beter op de hoogte blijven van de situatie en omstandigheden van de belanghebbenden, wat ons in staat stelt hen beter te begeleiden bij het naleven van de regels. Door deze preventieve aanpak verwachten we tijdig op de hoogte te zijn van eventuele maatregelwaardige gedragingen. Daarnaast is het opleggen van een maatregel bedoeld om een gedragsverandering teweeg te brengen en de fout te laten herstellen. Als er meer dan 2 maanden verstrijken tussen de gedraging en de maatregel, verliest de maatregel zijn effectiviteit. Het wordt dan niet meer ervaren als een middel om gedrag te corrigeren en de regels alsnog na te leven. Bovendien neemt de kans af dat de fout nog hersteld kan worden, bijvoorbeeld door alsnog contact op te nemen met een werkgever, naarmate er meer tijd verstrijkt. Artikel 11 Ingangsdatum en tijdvak van een maatregel Als de gemeente de uitkering wil verlagen, is het makkelijkst om dit te doen voor de toekomst.

Dan hoeven we niet terug te kijken naar wat al betaald is en het teveel betaalde geld terug te vragen. Meestal betekent dit dat de uitkering omlaag gaat vanaf de eerste dag van de maand nadat we het besluit hebben verteld. Om te weten hoeveel de verlaging zal zijn, kijken we naar de bijstandsnorm die geldt voor die maand. Bijvoorbeeld, een belanghebbende krijgt bijstand en heeft een verplichting niet nageleefd, bijvoorbeeld door niet te verschijnen bij een verplichte afspraak. De gemeente besluit op 10 november om een maatregel op te leggen.

Hoe werkt dit in de praktijk? 1. Bekendmaking van het besluit: Op 10 november ontvangt de belanghebbende een brief waarin staat dat de uitkering tijdelijk wordt verlaagd met 30%. 2. Ingangsdatum: De maatregel gaat in vanaf de eerste dag van de maand ná de bekendmaking. In dit geval is dat 1 december. 3. Tijdvak: Als de maatregel voor één maand geldt, ontvangt de belanghebbende in december een lagere uitkering. In januari krijgt hij of zij weer de volledige uitkering, mits de regels daarna goed worden nageleefd. Verlagen met terugwerkende kracht (tweede lid) Soms kan een uitkering die al loopt niet meteen aangepast worden. Dan moet de uitkering met terugwerkende kracht verlagen. Dit betekent dat we terugkijken naar wat al is betaald en het teveel betaalde geld terugvragen. Dit kan echter niet altijd. Als de volledige uitkering voor die periode al is teruggevraagd, is er niets meer om aan te passen. Ook als we niet precies weten wanneer iemand iets fout heeft gedaan, of als het fout was voor de aanvraag, kunnen we alleen voor de toekomst verlagen. Bijvoorbeeld, als iemand niet genoeg heeft gesolliciteerd. Verlaging uitvoeren op nieuwe uitkering (derde lid) • Een verlaging van de uitkering kan alleen als een belanghebbende nog recht heeft op de uitkering. • Als iemand geen recht meer heeft, kan de verlaging niet worden gedaan.

• Als iemand later opnieuw een uitkering aanvraagt, kan de verlaging alsnog gebeuren. • De gemeente moet dan kijken of de verlaging nog nodig is. • De gemeente kan niet van tevoren beslissen om de uitkering te verlagen zonder te kijken of iemand recht heeft op bijstand. • De persoon kan bezwaar maken tegen de verlaging. Artikel 12. Berekeningsgrondslag In het eerste lid is het uitgangspunt vastgelegd dat een verlaging wordt berekend over de bijstandsnorm. Onder de bijstandsnorm wordt verstaan de wettelijke norm, inclusief gemeentelijke toeslag of verlaging en inclusief vakantietoeslag. Bij een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ wordt gekeken naar de grondslag als bedoeld in artikel 5 van de IOAW respectievelijk van de IOAZ. Bijzondere bijstand In het tweede lid is bepaald dat een verlaging ook kan worden toegepast op de bijzondere bijstand als aan een belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet. Personen tussen de 18 en 21 jaar ontvangen een lage jongerennorm, die indien noodzakelijk wordt aangevuld door middel van aanvullende bijzondere bijstand in de kosten van levensonderhoud. Als een verlaging uitsluitend op de lage jongerennorm wordt opgelegd, zou dit leiden tot rechtsongelijkheid ten opzichte van de 21-jarigen.

Daarom is in het derde lid, onderdeel a, geregeld dat de berekeningsgrondslag in dat geval bestaat uit de bijstandsnorm inclusief de verleende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Op grond van het tweede lid, onderdeel b, is het mogelijk dat het college in incidentele gevallen een verlaging oplegt over de bijzondere bijstand. Er moet dan wel een verband bestaan tussen de gedraging van een belanghebbende en zijn recht op bijzondere bijstand. Een verlaging kan uitsluitend worden opgelegd als daadwerkelijk bijzondere bijstand is verstrekt. De verordening biedt geen ruimte om een verlaging toe te passen op een individuele inkomenstoeslag van artikel 36 van de Participatiewet.

Artikel 13. Categorieën van verwijtbaar gedrag binnen de Participatiewet Als iemand een uitkering krijgt vanuit de Participatiewet en zich niet goed gedraagt, kan die persoon daardoor geen voor hem of haar geschikte baan krijgen of behouden. Ook houdt die persoon zich dan niet aan de regels van de Participatiewet. Als er sprake is van slecht gedrag, wordt dit in vier categorieën beschreven. In artikel 14 van deze verordening staat hoeveel de uitkering wordt verlaagd. De categorieën zijn van licht naar zwaar. Hoe ernstiger het gedrag, hoe groter de gevolgen voor het niet krijgen of behouden van een baan. Verwijtbare gedragingen Zodra iemand een uitkering ontvangt vanuit de Participatiewet en deze persoon gedrag vertoont waardoor hij of zij geen algemeen geaccepteerde baan krijgt of weet te behouden en zich niet goed aan de regels van de Participatiewet houdt. Als er sprake is van een verwijtbare gedraging, dan wordt dit gedrag in vier categorieën nader beschreven. Aan die categorieën wordt in artikel 14 van deze verordening een gewicht toegekend in de vorm van een verlagingspercentage. De categorieën zijn gerangschikt naar toenemende zwaarte. Een gedraging wordt ernstiger geacht naarmate de gedraging meer concrete gevolgen heeft voor het niet verkrijgen of behouden van betaalde arbeid.

Algemeen geaccepteerde arbeid Algemeen geaccepteerde arbeid verwijst naar werk dat door de maatschappij als aanvaardbaar wordt beschouwd. Dit omvat geen werkzaamheden die in strijd zijn met de openbare orde of goede zeden, noch werk waartegen gewetensbezwaren bestaan. Volgens de Participatiewet is iedereen met een uitkering die jonger is dan de AOWleeftijd verplicht om algemeen geaccepteerde arbeid te zoeken, aan te nemen en te behouden, zoals vermeld in artikel 9 van de Participatiewet. Hoewel er veel vormen van algemeen geaccepteerde arbeid zijn, kan niet iedereen dezelfde werkzaamheden uitvoeren. Mensen hebben verschillende opleidingsachtergronden en loopbanen, en kunnen te maken hebben met fysieke of mentale problemen die bepaalde werkzaamheden onmogelijk maken. Hier moet rekening mee worden gehouden bij het handhaven van deze categorie. Artikel 14. Categorieën van verwijtbaar gedrag binnen de IOAW en IOAZ Bij dit artikel is geen verdere uitleg nodig. Artikel 15. Hoogte en duur van de maatregel Als blijkt dat er een sanctie (straf) opgelegd moet worden volgens de gedragingen die beschreven zijn in artikel 14 en 15 van deze verordening. De hoogte en duur van de verlaging is afhankelijk van de gedraging (overtreding) uit artikel 14 en 15 van deze verordening. De verlaging van de uitkering is verdeeld onder drie categorieën. Artikel 16.

Verrekenen maatregel Het college heeft de mogelijkheid bij verlaging van de bijstand wegens schending van een arbeidsverplichting, de verlaging te verrekenen. Dit over de maand van oplegging van de maatregel en ten hoogste over de twee volgende maanden. Over de eerste maand moet minimaal een derde van het bedrag van de verlaging worden verrekend (artikel 18, vijfde lid, tweede volzin, van de Participatiewet). Wanneer belanghebbende tot inkeer komt, wordt de verlaging stopgezet en ontvangt belanghebbende weer de volledige uitkering (artikel 18, elfde lid, van de Participatiewet). Het gaat hier om een facultatieve bepaling. Een facultatieve bepaling is een regel die gevolgd hoeft te worden. Het is een keuze. Bijvoorbeeld, als de wet zegt dat je iets mag doen, maar het is niet verplicht, dan is dat een facultatieve bepaling. Een gemeente kan zelf beslissen of zij het willen doen of niet.

Verrekenen bij bijzondere omstandigheden Er is voor gekozen gebruik te maken van de mogelijkheid tot het verrekenen van het bedrag van de verlaging bij een eerste schending van een arbeidsverplichting als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Hierbij kan worden gedacht worden aan bijvoorbeeld: vergroting schuldenproblematiek, dreigende) huisuitzetting of afsluiting van gas en elektriciteit. Maar dit kan een bijzondere omstandigheid zijn, wat niet alle gevallen zo is. Dit zal onderzocht worden. Artikel 17. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid De Participatiewet is gebaseerd op het principe dat iedereen in de eerste plaats in zijn eigen levensonderhoud moet voorzien. Alleen wanneer dit niet mogelijk is, kan men (mogelijk) aanspraak maken op bijstand. De hoofdregel is daarom dat iedereen al het mogelijke moet doen om bijstand te voorkomen. Als iemand iets doet waardoor deze persoon eerder, langer of voor een hoger bedrag afhankelijk wordt van bijstand, kan dit worden beschouwd als een onvoldoende besef van verantwoordelijkheid voor de eigen verzorging.

Dit geldt met name in de volgende gevallen (indien deze ertoe leiden dat iemand eerder, langer of voor een hoger bedrag afhankelijk wordt van bijstand): - Het te snel interen van vermogen; - Het door eigen toedoen verliezen van het recht op een uitkering; - Het door eigen toedoen te laat aanvragen van een voorliggende voorziening. Artikel 18. Samenloop van gedragingen Bij dit artikel is geen verdere uitleg nodig. Artikel 19. Samenloop bij weigeren uitkering IOAW/IOAZ Het college kan de uitkering blijvend of tijdelijk weigeren als iemand had kunnen werken, maar dit niet heeft gedaan. Dit staat in artikel 20 van de IOAW en artikel 20 van de IOAZ. Het college mag zelf beslissen of ze dit doen. Voordat het college beslist om de uitkering te verlagen, kijken ze eerst of ze de uitkering moeten weigeren. Als het college besluit om de uitkering niet te weigeren, kunnen ze volgens deze regels de uitkering verlagen. Artikel 22 van deze regels is bedoeld om te zorgen dat beide acties niet tegelijk gebeuren.

HOOFDSTUK 4. SANCTIONEREN Artikel 20. Het opleggen van een boete Bij dit artikel is geen verdere uitleg nodig. Artikel 21. Zeer ernstige misdragingen Dit artikel gaat over hoe mensen die een uitkering ontvangen, zich moeten gedragen. Het is belangrijk dat iedereen respectvol omgaat met medewerkers en instanties die verantwoordelijk zijn voor het regelen van uitkeringen, zoals de Participatiewet (PW), IOAW en IOAZ. Wat wordt bedoeld met zeer ernstige misdragingen? Hierbij gaat het om gedrag dat niet acceptabel is, zoals: • Schelden of bedreigen (mondelinge agressie). • Fysiek geweld (zoals duwen of slaan). • Vernielen van eigendommen van de medewerkers of instanties. Wat gebeurt er als iemand zich ernstig misdraagt? • De uitkering wordt één maand lang met 50% verlaagd. Dit geldt als iemand zich misdraagt tegen personen of instanties die werken aan de uitvoering van de PW, IOAW of IOAZ.

Wat gebeurt er als de gemeente schade heeft? Als de gemeente schade lijdt door het gedrag van iemand met een uitkering, dan: 1. Maakt het college een proces-verbaal. 2. Als de schade hoger is dan een bedrag dat het Openbaar Ministerie (OM) heeft vastgesteld, doet het college aangifte bij het OM. Dit artikel is bedoeld om een veilige werkomgeving te garanderen en om ervoor te zorgen dat iedereen zich aan de regels houdt. Misdragingen worden niet geaccepteerd en hebben directe gevolgen.

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN Artikel 22. Uitvoering Bij dit artikel is geen verdere uitleg nodig. Artikel 23. Hardheidsclausule Een hardheidsclausule is een speciale regel die ervoor zorgt dat de gemeente in bijzondere gevallen af kan wijken van de normale regels. Dit betekent dat als de normale regels in een bepaalde situatie te streng of oneerlijk zouden zijn, de gemeente een uitzondering kan maken om te voorkomen dat iemand onterecht in de problemen komt. Bijvoorbeeld, als iemand door een onverwachte gebeurtenis, zoals een ziekte of een ongeluk, niet aan de normale regels kan voldoen, kan de gemeente besluiten om die persoon toch te helpen. De hardheidsclausule zorgt er dus voor dat de gemeente altijd een menselijke kant kan laten zien en maatwerk kan leveren. Artikel 24. Citeertitel, inwerkintreding en overgangsrecht Bij dit artikel is geen verdere uitleg nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=9d407718-da0c-4749-b2df-4ab1a0994834