CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Oplegnotitie met wijzigingen GR

Raadsvergadering 25 april 2024, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling (GR) Bedrijvenparken A73.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1. Wat wijzigt er per 1 juli 2022 en welke impact heeft dat op de huidige regeling van GR bedrijvenpark A7 ca 2010?

Een aantal wijzigingen als gevolg van de wetswijzing Wet gemeenschappelijke regelingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding verwerkt moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen, waaronder in de Gemeenschappelijke regeling Bedrijvenpark A7. Dit vergt een besluit van de deelnemers in de regeling. Zij hebben daarvoor toestemming nodig van hun vertegenwoordigende organen, de gemeenteraden Onderstaand een opsomming van de belangrijkste wijzigingen als gevolg van de bovengenoemde wetswijziging welke direct in werking zijn getreden en de wijzigingen welke toestemming van gemeenteraden behoeven.

a) Zienswijze op ontwerpregeling In de nieuwe wet krijgen gemeenteraden de mogelijkheid bij het treffen of wijzigen van een GR vooraf een zienswijze te geven op het ontwerp daarvan. De colleges of burgemeesters zenden het ontwerp van de regeling naar de gemeenteraden. Tot 8 weken na ontvangst kunnen gemeenteraden een zienswijze indienen. Heeft een gemeenteraad geen behoefte aan het indienen van een zienswijze, dan laat hij dat zo snel mogelijk weten aan het college of de burgemeester. Het recht een zienswijze in te mogen dienen vloeit straks rechtstreeks voort uit artikel 1 WGR en is van toepassing op alle vormen waarin een GR zich kan voordoen. Op dit moment is voor het treffen (of wijzigen) van een regeling ‘slechts’ toestemming nodig van de gemeenteraden van de deelnemers, die alleen kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Na inwerkingtreding van de wetswijziging krijgen vertegenwoordigende lichamen gelegenheid om vooraf een zienswijze te geven op het gehele ontwerp van een gemeenschappelijke regeling (of de wijziging daarvan). GR bedrijvenpark A7 ca 2010 is een gemengde regeling, omdat de raden, de colleges van B&W en de burgemeesters bevoegdheden overdragen aan de GR.

Dit betekent dat bij wijziging van de regeling de colleges het ontwerp van de gewijzigde regeling niet aan de gemeenteraden hoeven te sturen, omdat de betrokkenheid van de gemeenteraden al voldoende gewaarborgd is. Op basis van artikel 1 lid 4 en 5 WGR blijft wel toestemming van alle gemeenteraden nodig. Wijziging huidige regeling noodzakelijk: Nee, vloeit rechtstreeks voort uit de nieuwe WGR en geldt automatisch vanaf 1 juli 2022. Voor GR bedrijvenpark A7 ca 2010 wijzigt er in de praktijk niets.

1

b) Bepalingen omtrent wijziging, opheffing, toetreding, uittreding Niet alleen GR’en voor onbepaalde tijd, ook GR’en voor bepaalde tijd moeten straks regels bevatten over wijziging, opheffing, toetreding en uittreding (artikel 9 WGR). Nieuw is verder dat ‘de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden’ in de regeling moet zijn opgenomen en dat bij de gevolgen van uittreding in ieder geval bepalingen moeten staan omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeenten. De gevolgen voor het vermogen omvatten zowel de gevolgen van de uittreding voor de verplichtingen op grond van aangegane verbintenissen als de gevolgen van de uittreding voor de goederen (zaken en vermogensrechten) van de betreffende rechtspersoon. Gedacht moet worden aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. GR bedrijvenpark A7 ca 2010 is een regeling voor onbepaalde tijd (artikel 3). De huidige regeling van GR bedrijvenpark A7 ca 2010 bevat al regels en voorwaarden die gelden bij uittreding (artikel 29), wijziging (artikel 30) en opheffing (artikel 31). Wel ontbreekt een bepaling over toetreding. Dit wel een vereiste uit de WGR.

De bepalingen over gevolgen van uittreding ontbreken en moeten worden toegevoegd, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen (zoals afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen) van de rechtspersoon en de deelnemende gemeenten. Wijziging huidige regeling noodzakelijk: Ja, er dient een artikel over toetreding opgenomen te worden. Hiervoor is een nieuw artikel 29 in de regeling opgenomen. Daarnaast is artikel 30 aangepast.

c) Zienswijze op voorgenomen besluiten Uit de tekst van een GR moet straks blijken op welke voorgenomen besluiten de gemeenteraden een zienswijze kunnen geven (artikel 10 WGR). Er mag ook geregeld worden dat de raad in geen enkel geval een zienswijze in kan dienen. Wordt de mogelijkheid wel gecreëerd en dient een gemeenteraad een zienswijze in, dan stelt het dagelijks bestuur of het bestuur van de GR voorafgaand aan de besluitvorming, de gemeenteraden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze en de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Ook het algemeen bestuur wordt op de hoogte gesteld. Het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting is uitgesloten van deze regeling, aangezien in artikel 35 van de WGR al geregeld is dat een zienswijze door de raden omtrent deze besluiten gegeven kan worden. Dit geldt evenzo voor besluiten die vallen onder afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, aangezien ten aanzien van deze besluiten op grond van deze afdeling een zienswijzeprocedure gevolgd dient te worden, waardoor inbreng van de raad van een deelnemende 2

gemeente al verzekerd is, indien dit wenselijk geacht wordt. GR bedrijvenpark A7 ca 2010 is een openbaar lichaam (artikel 2). Er dient te worden nagedacht of van de mogelijkheid om gemeenteraden een zienswijze te laten geven op bepaalde voorgenomen besluiten gebruik wordt gemaakt. Dit kunnen besluiten zijn met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidskeuzes. Dit is vooral een politieke/bestuurlijke afweging. Wijziging huidige regeling noodzakelijk: Ja, in de regeling moet worden opgenomen of gemeenteraden zienswijzen in kunnen dienen op voorgenomen besluiten. Indien die mogelijkheid wordt gecreëerd, dan moet in de regeling ook worden bepaald op welke voorgenomen besluiten de raden een zienswijze in kunnen dienen. De wijziging is verwoord in de artikelen 21a, 24 en 26

d) Betrekken van burgers De wijziging van de WGR introduceert de mogelijkheid burgers (ingezetenen van de deelnemende gemeenten en andere belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 Awb) te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de GR (artikel 10 WGR). In een GR moet worden opgenomen of burgers betrokken worden en zo ja, op welke wijze en bij welke beslissingen. Dat laatste zal afhangen van de mate waarin het door de gemeenschappelijke regeling gevoerde beleid de belangen van ingezetenen en andere belanghebbenden raakt. Omdat de GR bedrijvenpark A7 ca 2010 een gemengde regeling is, dient te worden nagedacht of van de mogelijkheid om participatie open te stellen voor burgers (meer specifiek: ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden) gebruik wordt gemaakt. Wijziging huidige regeling noodzakelijk: Ja, in de regeling moet worden opgenomen of participatie openstaat. Deze wijziging is opgenomen in een nieuw artikel 22a

e) Evaluatie Sinds 1 juli 2022 is bepaald dat iedere GR een bepaling bevatten over de evaluatie van de regeling. De bepaling kan ook inhouden dat niet wordt geëvalueerd. Wordt wel geëvalueerd dan zullen de bepalingen gaan over wat wordt geëvalueerd, hoe vaak en op welke wijze (artikel 11a WGR).

3

Er dient te worden nagedacht of van de mogelijkheid om de regeling te evalueren gebruik wordt gemaakt. Het is enkel verplicht gesteld om een bepaling omtrent evaluatie op te nemen in de gemeenschappelijke regeling, waarbij het besluit óf er wordt geëvalueerd wordt overgelaten aan de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling. Dit is dus een dus bestuurlijke keuze. Wijziging huidige regeling noodzakelijk: Ja, er moet een bepaling toegevoegd worden waaruit blijkt of de regeling geëvalueerd wordt. In artikel 33 lid is vastgelegd dat de regeling niet zal worden geëvalueerd.

f) Actieve informatieplicht Er komt een algemene informatieverplichting voor het bestuur van de GR: het moet de raden van alle deelnemende gemeenten ongevraagd alle inlichtingen verstrekken die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken (artikel 17 lid 2 WGR). Het doel van de actieve informatieplicht is het eerder en aan alle raden beschikbaar stellen van informatie. Deze informatieverplichting is vergelijkbaar met de informatieverplichting zoals neergelegd in artikel 169 van de Gemeentewet waarin is bepaald dat het college de raad van alle inlichtingen voorziet die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. De informatieplicht is dus niet beperkt tot te nemen of genomen besluiten. In de GR moet worden vastgelegd op welke wijze actief de inlichtingen worden verstrekt (artikel 17 lid 3 WGR). Het doel van deze actieve informatieplicht is om niet alleen gevraagd, maar ook ongevraagd informatie te verstrekken. Het doel is om informatie beter (niet alleen schriftelijk of mondeling), maar ook digitaal c.q. via internet eerder en aan alle raden beschikbaar stellen, zodat raden beter in positie worden geplaatst voor het vervullen van hun rol bij gemeenschappelijke regelingen. Hierbij is het van belang om informatie aan de raden beknopt en op hoofdlijnen te beschrijven, bijvoorbeeld via oplegnotities.

In de huidige regeling is in artikel 21 lid 1 opgenomen op welke wijze het bestuur van de GR of een lid van het bestuur aan de raden van alle deelnemende gemeenten, uiterlijk binnen een maand, desgevraagd door één of meer leden van de raden alle verlangde inlichtingen worden verstrekt. Dit is echter een passieve informatieplicht. Wijziging huidige regeling noodzakelijk: Ja, er moet worden vastgelegd hoe en de wijze waarop het bestuur van de GR de raden van alle deelnemende gemeenten ongevraagd alle inlichtingen verstrekt die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Het gaat dan om afspraken over het actief informeren van de deelnemende raden. Dit betekent een aanpassing van artikel 21 lid 1 van de huidige regeling, die alleen afspraken bevat over passief informeren (alleen gevraagd door één of meer leden). 4

g) Een gemeenschappelijke adviescommissie De gemeenteraden gezamenlijk kunnen het algemeen bestuur van een openbaar lichaam voorstellen een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen (artikel 24a WGR). Het algemeen bestuur moet dan aan het verzoek voldoen en regelt de bevoegdheden, taken en werkwijze. De adviescommissie bestaat uit raadsleden en behartigt de belangen van de gemeenteraden. Niet iedere gemeenteraad hoeft een lid af te vaardigen. De commissie ondersteunt de gemeenteraden bij de voorbereiding van besluitvorming met betrekking tot de GR en adviseert zowel de gemeenteraden als het algemeen bestuur. De bedoeling is het voor de deelnemers eenvoudiger te maken het functioneren van een GR tijdig bij te sturen. Deze wijziging heeft geen directe invloed op GR bedrijvenpark A7 ca 2010. Het betreft slechts een mogelijkheid die gemeenteraden krijgen om in te zetten. Pas als de raden gezamenlijk hebben besloten dat er behoefte is aan een gemeenschappelijk adviescommissie, dient het algemeen bestuur de bevoegdheden, taken, samenstelling en werkwijze van de commissie te regelen. Het dient voorafgaand aan het regelen hiervan de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid te stellen hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

Wijziging huidige regeling noodzakelijk: Nee, vloeit rechtstreeks voort uit artikel 24a WGR en geldt automatisch sinds 1 juli 2022.

h) Veranderingen in begrotingscyclus Enkele data waarvoor stukken toegezonden moeten worden, wijzigen in die zin dat meer ruimte voor controle ontstaat (artikelen 34, 34b en 35 WGR): •

de kadernota moet voor 30 april naar gemeenteraden worden gestuurd in plaats van 15 april;

•

de begroting van een regeling moet uiterlijk 15 september naar gedeputeerde staten worden gestuurd in plaats van 1 augustus; en

•

de ontwerpbegroting moet uiterlijk 12 weken voor 15 september voor een zienswijze aan gemeenteraden aangeboden worden, in plaats van 8 weken.

Daarnaast wordt geregeld dat het bestuur de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van zijn oordeel over de zienswijze over de ontwerpbegroting die de raden van de deelnemende gemeenten bij het bestuur naar voren hebben gebracht, alsmede van de eventuele

5

conclusies die het daaraan verbindt voorafgaande aan de vaststelling van de begroting (artikel 35 lid 4 WGR). Waar de zienswijze eerst vóór het zomerreces bij de GR binnen diende te zijn, kan deze als gevolg van de nieuwe termijnen ook ná het zomerreces worden ontvangen. Omdat de wet op 1 juli 2022 in werking is getreden, dienen de nieuwe termijnen al bij de begrotingscyclus voor 2023 te worden gehanteerd. Hierbij moeten dus de reactietermijnen gesteld worden conform de nieuwe termijnen die op 1 juli 2022 ingaan (dus eindigend na het zomerreces). Uitzondering hierop vormen die procedures waarvoor de zienswijzetermijn is geëindigd voor 1 juli 2022. In deze gevallen mag rekening gehouden worden met de verruiming, maar is dit niet verplicht. Wijziging huidige regeling noodzakelijk: Ja, de termijnen in artikel 24 van de huidige regeling dienen te worden aangepast. Art. 24 lid 1

‘voor 1 juni’ moet worden vervangen door ‘voor 1 juni, maar uiterlijk 12 weken voordat de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur wordt aangeboden’

Art. 24 lid 6

‘terstond’ moet worden vervangen door ‘twee weken na vaststelling, maar uiterlijk 15 september’. Tevens kan een passage worden toegevoegd. ‘Het dagelijks bestuur geeft de raden voor de vaststelling van de begroting schriftelijk en gemotiveerd een oordeel en conclusie over de commentaren.’

Art. 26 lid 1

‘artikel 213 bis Gemeentewet’ is vervallen en moet worden vervangen door artikel 213 Gemeentewet.

Art. 26 lid 4

‘terstond’ moet worden vervangen door ‘twee weken na vaststelling, maar uiterlijk 15 juli’.

i) Gemeenschappelijke onderzoekscommissie (enquêterecht) In het nieuwe artikel 155g van de Gemeentewet wordt de basis gelegd voor het inzetten van een gemeenschappelijk enquêterecht bij gemeenschappelijke regelingen. Op grond van dit artikel kan de gemeenteraad tezamen met de andere gemeenteraden van de deelnemende gemeenten op voorstel van een van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten aan een gemeenschappelijke regeling een onderzoek instellen naar de bestuursvoering van de GR. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een door de gemeenteraden gezamenlijk in te stellen gemeenschappelijke onderzoekscommissie. De onderzoekscommissie wordt vormgegeven door het instellen van een gemeenschappelijk orgaan, naar analogie van de gemeenschappelijke rekenkamer of gemeenschappelijke ombudscommissie. De gemeenschappelijke onderzoekscommissie heeft ten minste drie leden en bestaat uitsluitend uit leden van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.

6

Deze wijziging heeft geen directe invloed op GR bedrijvenpark A7 ca 2010. De GR bedrijvenpark A7 ca 2010 betreft een openbaar lichaam, maar het betreft een gemengde regeling die mede door de raad is getroffen. De raad is voldoende betrokken. Wijziging huidige regeling noodzakelijk: Nee, vloeit rechtstreeks voort uit het nieuwe artikel 155g van de Gemeentewet en geldt automatisch vanaf 1 juli 2022.

j) Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers Met de wijziging van artikel 184 Gemeentewet wordt verduidelijkt dat lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, bevoegd zijn onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een GR. Deze bevoegdheid dient gezien te worden als een verdere inkleuring van de bevoegdheid van de rekenkamer om onderzoek in te stellen naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Gezien het beginsel van het verlengd lokaal bestuur ligt de eindverantwoordelijkheid voor de bestuursvoering binnen een samenwerkingsverband op grond van de WGR immers op het niveau van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling. Dit onderzoek kan worden ingesteld door de rekenkamer op het moment dat de jaarrekening of andere rapporten omtrent deze instellingen die zich bij het gemeentebestuur bevinden hiertoe aanleiding geven. Toegevoegd is dat een rekenkamer de andere rekenkamers van de deelnemers informeert op het moment dat een dergelijk onderzoek wordt ingesteld. Deze wijziging heeft geen directe invloed op GR bedrijvenpark A7 ca 2010. De (lokale) rekenkamer heeft de bevoegdheid om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van de GR.

Wijziging huidige regeling noodzakelijk: NEE, vloeit rechtstreeks voort uit het gewijzigde artikel 184 Gemeentewet en geldt automatisch vanaf 1 juli 2022.

2. Binnen welke termijn dienen de wijzigingen te worden doorgevoerd? De Wijzigingswet WGR is in werking getreden op 1 juli 2022. Het deel van de wet dat rechten geeft aan volksvertegenwoordigers geldt dus al. Voor het andere deel (waarbij de bestaande regeling moet worden aangepast) geeft de wet een implementatieperiode van 2 jaar. Dit betekent dat GR bedrijvenpark A7 ca 2010 uiterlijk op 1 juli 2024 dient te zijn aangepast en te voldoen aan de nieuwe WGR.

7

3. Overige zaken in de GR die verbeterd kunnen worden, en voorstellen voor nieuwe artikelen De huidige GR bedrijvenpark A7 ca 2010 ziet er in de kern logisch en gestructureerd uit, maar de regeling is gedateerd. U heeft ons gevraagd om in het advies overige zaken op te nemen die ons opvallen en hiervoor eventueel voorstellen te doen voor te wijzigen artikelen. •

De gemeente Skarsterlân is opgegaan in de gemeente De Fryske Marren. Overal waar in de regeling nu Skarsterlân moet De Fryske Marren komen te staan.

•

In artikel 1 onder f van de regeling bij ‘deelnemers’: het woord ‘instanties’ te vervangen door ‘bestuursorganen’.

•

In artikel 7 van de regeling staan diverse gedateerde verwijzingen naar de Wet ruimtelijke ordening, Woningwet en Wet milieubeheer. Deze verwijzingen zijn aangepast naar de vigerende wetgeving (Omgevingswet).

•

In artikel 7 van de regeling zijn gedateerde verwijzingen naar de APV’s van de deelnemende gemeenten opgenomen. Dit betreft artikel 2.1.5.3 APV (uitritvergunning) en artikel 4.4.2 APV / artikel 4.4.3 APV (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame). Deze dienen voor beide gemeenten te worden vervangen door artikel 2.12 APV (uitritvergunning) en artikel 4.15 APV (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame).

•

In artikel 22 lid 1 van de regeling zijn in de regeling artikel 16 tot en met artikel 32 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing verklaard op de vergaderingen van het algemeen bestuur én het dagelijks bestuur. Artikel 22 lid 1 van de WGR verklaart de artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet, voor zover daarvan bij WGR niet is afgeweken, op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam van overeenkomstige toepassing. Geadviseerd wordt voor de vergaderingen van het algemeen bestuur om artikel 22 lid 1 WGR van overeenkomstige toepassing te verklaren, omdat in deze bepaling specifiek de toepasselijke bepalingen uit de Gemeentewet worden benoemd.

•

In artikel 23 lid 2 van de regeling is artikel 215 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing verklaard. Geadviseerd wordt om: -

in artikel 23 lid 1 van de regeling betreffende het geldelijke beheer en vast te stellen richtlijnen en voorschriften, artikel 212 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing te verklaren.

-

in artikel 23 lid 2 van de regeling betreffende de controle op het geldelijke beheer en 8

inrichting van de financiële organisatie, artikel 213 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing te verklaren. •

Geadviseerd wordt in artikel 24 en 26 van de regeling ‘gevoelen doen blijken’ te vervangen door ‘zienswijzen’. Door deze voorgestelde wijziging wordt aangesloten bij de wettelijke benaming van ‘zienswijze’ in de WGR.

•

Bij aanpassingen van de regelingen dienen de artikelen 34 en 35 van de regeling uiteraard te worden aangepast.

•

Geadviseerd wordt de tekening (werkingsgebied) te bezien op actualiteit en die zo nodig aan te passen.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=14ab05b4-509b-4004-943f-3c4713b9116f