Bijlage 2 - Ontwerp-omgevingsvergunning
Tekst van het document
OMGEVINGSVERGUNNING
2023-408
Burgemeester en Wethouders hebben op 26 september 2023 van Morssinkhof Plastics Heerenveen B.V., Frankrijkdreef 5, 8447 SH Heerenveen, een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het realiseren van een silopark met 8 silo’s op de locatie Frankrijkdreef 5 in Heerenveen. De aanvraag is geregistreerd onder nummer 2023408. Besluit Burgemeester en wethouders besluiten, gelet op artikel 2.1, 2.10, 2.12, 2.17 en 3.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb), de omgevingsvergunning te verlenen. De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken deel uitmaken van de vergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende activiteiten: Bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1 lid 1 sub a Wabo); Handelen in strijd met regels RO (artikel 2.1 lid 1 sub c jo. artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3o Wabo); Daarnaast besluiten wij dat op grond van artikel 2.1.5 lid 2 en 3 van de bouwverordening dat er geen onderzoek naar bodemverontreiniging vereist is zoals bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht. Voorschriften De realisatie van het project geschiedt overeenkomstig de ruimtelijke onderbouwing, inclusief bijlagen, opgenomen planomschrijving.
De houder van de vergunning dient, ten minste twee dagen voor aanvang, de afdeling handhaving op de hoogte te stellen van de start van de volgende werkzaamheden (indien van toepassing): • de start van de werkzaamheden (inclusief ontgravingwerkzaamheden); • de aanvang van heiwerkzaamheden; • de aanvang van grondverbeteringswerkzaamheden; • het storten van beton. - Tevens dient de voltooiing van de werkzaamheden te worden doorgegeven. Bij voorkeur per mail via bouwmelding@heerenveen.nl of telefonisch op telefoonnummer 0513–617750. - Minimaal 1 week voorafgaand aan de graafwerkzaamheden dient via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) een melding te worden gedaan (conform § 4.119 e.v. van het BAL). - Indien er tijdens de (graaf)werkzaamheden toch een vermoeden van bodemverontreiniging wordt aangetroffen, dient de gemeente Heerenveen hiervan zo spoedig mogelijk in kennis te worden gesteld. - Bij het graven, opslaan, terugplaatsen of afvoeren van grond moeten partijen grond van verschillende kwaliteitsklassen gescheiden blijven (klasse Landbouw/natuur en Industrie). De indeling van partijen van verschillende kwaliteitsklassen volgt uit het
-
-
voorafgaand bodemonderzoek. Gescheiden ontgraven is van belang om vermenging van verschillende kwaliteiten grond te voorkomen. De partijen van verschillende kwaliteitsklassen die bij het ontgraven gescheiden zijn, moeten ook bij de tijdelijke opslag gescheiden blijven. Bijvoorbeeld door tussen de partijen enige afstand te houden of een fysieke scheidingswand aan te brengen. Opslag op de ontgravingslocatie is toegestaan onder de regels van deze activiteit tijdens het uitvoeren van het werk tot uiterlijk 8 weken na de beëindiging daarvan. Na deze termijn moet de grond in principe afgevoerd zijn. Afvoer kan plaatsvinden naar een toepassing elders (onder de regels voor het toepassen van grond en baggerspecie). Hiertoe dient mimimaal 1 week voorafgaand aan de toepassing (volgens artikel 4.1266 van het BAL) via het DSO een melding te worden gedaan. Het langer opslaan op dezelfde locatie onder de regels voor de activiteit graven is niet zonder meer mogelijk. Behalve als het bevoegd gezag via een maatwerkvoorschrift het opslaan gedurende een langere periode heeft toegestaan. Het langer opslaan van de grond kan mogelijk wel plaatsvinden onder de algemene rijksregels voor het opslaan van grond of baggerspecie uit § 4.122 van het Bal, waarbij er andere voorwaarden voor de opslag gelden.
De initiatiefnemer kan er in dat geval voor kiezen om een melding te doen voor de activiteit opslaan van grond of baggerspecie.
Burgemeester en wethouders kunnen deze vergunning bij besluit intrekken in de gevallen, genoemd in artikel 2.33 lid 2 van de Wabo. Tevens kan op grond van artikel 5.19 lid 1 van de Wabo worden besloten tot intrekking van de omgevingsvergunning indien de hierboven vermelde voorschriften niet worden nageleefd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Heerenveen. Namens dit college,
Afdelingshoofd Veiligheid, Vergunningen, Toezicht en Handhaving, S.Talstra
Procedure De omgevingsvergunning is voorbereid volgens de uitgebreide voorbereidingsprocedure van §3.3 van de Wabo. De aanvraag heeft betrekking op de activiteit, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, artikel 2.1 lid 1 sub c, en is beoordeeld aan § 2.3 van de Wabo. Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat de aanvraag voldoet aan de van toepassing zijnde regels en voorschriften, zodat de gevraagde omgevingsvergunning kan worden verleend.
Ontvankelijkheid Na ontvangst van de aanvraag is deze aan de hand van de Regeling omgevingsrecht (Mor) getoetst op ontvankelijkheid. De aanvraag bevat voldoende informatie voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook ontvankelijk en in behandeling genomen. Projectomschrijving Het besluit heeft betrekking op de het realiseren van een silopark met 8 silo’s. Op de locatie is een kunststofrecyclingbedrijf actief. Dit bedrijf verwerkt kunststof afval tot hoogwaardige grondstoffen. Deze herwonnen grondstoffen moeten worden opgeslagen tot het moment dat deze opnieuw in de kunststofverwerkende industrie kunnen worden gebruikt. De beoogde silo’s zullen worden ingezet voor de opslag van plastic regranulaat. Situering en volume van de silo’s in de directe nabijheid van de bedrijfsbebouwing is vanuit een goede bedrijfsvoering noodzakelijk. De aanvraag is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt ingegaan op van toepassing zijnde wet- en regelgeving, beleidskaders en relevante ruimtelijke aspecten. De ruimtelijke onderbouwing maakt, evenals de overige bij de aanvraag behorende bijlagen, integraal onderdeel uit van dit besluit. Zienswijzen Het voornemen om een omgevingsvergunning te verlenen voor de aangevraagde activiteiten is digitaal gepubliceerd in het Gemeenteblad en de Staatscourant van (datum).
Vervolgens hebben de ontwerp-omgevingsvergunning en de (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad, gedurende zes weken ter inzage gelegen en is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Van deze mogelijkheid is wel /geen gebruik gemaakt. De ingebrachte zienswijzen hebben ………………….. Milieueffectrapportage In onderdeel C en D van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van een ruimtelijk plan of besluit planm.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor activiteiten die voorkomen in onderdeel D en die onder de drempelwaarden vallen, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling doorlopen worden. Daarbij gaat het om de vraag of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De realisatie van het planvoornemen de rotonde om te bouwen tot een kruising met verkeersinstallaties valt niet onder de activiteiten genoemd in onderdeel C en D van bovenvermelde bijlage. Dit betekent dat er geen (vormvrije) m.e.r. beoordeling doorlopen hoeft te worden. Initiatiefnemer heeft ondanks dat dit niet verplicht is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten.
Kennisgeving ontwerp omgevingsvergunning provincie Gelet op het bepaalde in artikel 6.12 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is de ontwerpomgevingsvergunning op (datum) toegezonden aan gedeputeerde staten om op het ontwerpbesluit te kunnen reageren. In de reactie van (datum) heeft de provincie aangegeven dat er wel/geen zienswijze volgt voor de ontwerp-omgevingsvergunning. De ingebrachte zienswijzen heeft ………………….. Bijgevoegde documenten De volgende documenten behoren bij het besluit:
1. Aanvraagformulier, d.d. 26-09-2023 2. Frankrijkdreef 5 Heerenveen Ruimtelijke onderbouwing, d.d. 12-12-2023 3. Frankrijkdreef 5 Heerenveen Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing, d.d 12-12-2003 4. Raadsbesluit, inclusief VVGB d.d. datum 5. Atellus funderingsadvies, d.d. 26-09-2023 6. IBtL palenplan en fundatie, d.d. 26-09-2023 7. IBtL statische berekening, d.d. 26-09-2023 8. IBtL wapening fundatie, d.d. 26-09-2023 9. 04 Drawings new, d.d. 26-09-2023 10. Morssinkhof VO-01 Aanzichten 230629, d.d. 26-09-2023 11. Morssinkhof VO-02 Begane grond 230629, d.d. 26-09-2023 12. Morssinkhof VO-03 Eerste verdieping 230629, d.d. 26-09-2023 13. Morssinkhof VO-04 Situatie 230629, d.d. 26-09-2023 14. Folder Nieuwe silos Morssinkhof Plastics 060224, d.d. 08-02-2024 Beroep Tegen het besluit kan door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Rechtbank Noord-Nederland, Afdeling bestuursrecht, Postbus 150, 9700 AD Groningen. Deze mogelijkheid staat open voor belanghebbenden die over het ontwerpbesluit tijdig hun zienswijzen bij het college hebben ingebracht en die redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen of niet tijdig zienswijzen bij de gemeenteraad naar voren hebben gebracht. De beroepstermijn bedraagt zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd.
Het beroepschrift moet op grond van artikel 6:5 jo 7:1 van de Awb ondertekend zijn en moet ten minste bevatten de naam en het adres van de indiener, de dagtekening en een omschrijving van het besluit waartegen het beroep zich richt, alsmede de gronden van het beroep. Bij het beroepschrift dient zo mogelijk een afschrift van dit besluit te worden overgelegd. Tevens kan de indiener van een beroepschrift aan de voorzieningenrechter van voornoemde rechtbank verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen indien de indiener van het beroepschrift van mening is dat onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, vereist is. U kunt ook digitaal beroep instellen bij de genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de voorwaarden. Voor het instellen van beroep is een griffierecht verschuldigd. De griffier zendt hiervoor een rekening. Inwerkingtreding en geldigheid omgevingsvergunning De omgevingsvergunning treedt in werking met ingang van de dag na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift, tenzij ook een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend.
Als binnen de termijn voor het indienen van een beroepschrift een verzoek om voorlopige voorziening is gevraagd treedt de omgevingsvergunning niet in werking voordat op dat verzoek is beslist.
Inhoudelijke beoordeling Aan het besluit liggen de volgende inhoudelijke overwegingen ten grondslag: -
Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan
Bestemmingsplan: Het perceel is begrepen in de geldende beheersverordening ‘Joure, Langweer, Nijehaske, Oudehaske en het Buitengebied’ waarin aan de gronden de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ is toegekend. De silo’s zijn slechts deels buiten het bouwvlak gesitueerd. ( Indien sprake is van strijd met de regels wordt de aanvraag mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor de activiteit ‘het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan’, en wordt de vergunning slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is. Nog het bestemmingsplan, nog de kruimelregeling (artikel 4 Bijlage II van het Bor) voorziet in een afwijkingsbevoegdheid waarmee het plan kan worden gerealiseerd Het bestemmingsplan en de algemene afwijkingsregels bieden geen mogelijkheid om hiervan af te wijken. Medewerking kan worden verleend met een project afwijkingsbesluit op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3o van de Wabo. Verklaring van geen bedenkingen gemeenteraad De Wabo bepaalt in artikel 2.27 in samenhang met artikel 6.5 Bor dat, indien het voornemen bestaat om een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het geldende bestemmingsplan, de gemeenteraad vooraf hiervoor een zogenaamde verklaring van geen bedenkingen dient te verlenen.
De verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De onderbouwing maakt integraal onderdeel uit van het (te nemen) besluit. Hierna zijn kort de verschillende ruimtelijke aspecten benoemd. Archeologie Op grond van de FAMKE (Friese Archeologische Monumentenkaart Extra) kan worden geconcludeerd dat het project uitvoerbaar is op het gebied van archeologie. Het project beslaat een oppervlakte van minder dan 2.500 m², archeologisch onderzoek kan om die reden achterwege worden gelaten. Cultuurhistorie Het projectgebied en het gebied waar deze in ligt (bedrijventerrein Haskerveen), is niet opgenomen als cultuurhistorische waarde. Het plaatsen van de silo's op deze locatie heeft geen invloed op het aspect cultuurhistorie. Waterhuishouding Er is door initiatiefnemer een digitale watertoets (Wetterskip Fryslân) ingevuld. Op basis van de watertoets dient de verkorte procedure bij het Wetterskip Fryslân te worden gevolgd. Het plan is aangemeld bij het Wetterskip. Uit oogpunt van het aspect water gelden geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het project, mits de aanwijzingen uit de watertoets gevolgd worden. Bodem In artikel 8 van de Woningwet en de gemeentelijke bouwverordening zijn voorschriften
opgenomen omtrent het tegengaan van het bouwen van een bouwwerk op verontreinigde bodem. Deze voorschriften hebben uitsluitend betrekking op bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven, een omgevingsvergunning is vereist en sprake is van een bouwwerk dat de grond raakt of sprake is van een functiewijziging. Evenwel geldt dit voor een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk zoals voorheen genoemd in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. Onderhavig bouwplan betreft geen verblijfsruimte voor mensen betreft. Tevens bestaat er geen vermoeden dat sprake is van ernstige bodemverontreiniging ter plaatse van de bouwlocatie en ook betreft het geen van een asbestverdachte locatie. Daarom is op grond van artikel 2.1.5 lid 2 en 3 van de Bouwverordening geen onderzoek naar bodemverontreiniging vereist zoals bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht; Milieu Met de plaatsing van 8 silo's met plastic regranulaat, wordt er geen gevoelige functie mogelijk gemaakt. Om die reden hoeft niet getoetst te worden of omliggende bedrijven en andere activiteiten van invloed zijn op het leefklimaat ter plaatse van het projectgebied. Ook leidt het plaatsen van 8 silo’s niet tot een milieueffect op de omgeving (wat betreft geluid, geur, stof en gevaar).
Luchtkwaliteit De opslag van plastic regranulaat in silo's heeft geen negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit. Externe veiligheid Een silo is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (er zijn geen personen aanwezig). Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn dan ook geen belemmeringen aan de orde. Daarnaast zorgt de opslag van plastic regranulaat niet voor extra risico's voor de omgeving. Ecologie Het aspect ecologie (soorten- en gebiedsbescherming) levert geen noemenswaardige belemmeringen op voor dit project. Het projectgebied beslaat enkel een deel van een verhard bedrijfsperceel, tegen de bestaande bedrijfsbebouwing aan. Op deze plek zijn geen beschermde plant- en diersoorten te verwachten. De verwachting is dat de plaatsing van 8 silo's geen significante verstoring zal opleveren. Verkeer en vervoer Het project leidt niet tot een verslechtering van de verkeerssituatie-/toename in het projectgebied en/of tot een grotere parkeerbehoefte. Samenvattende conclusie is dat er geen belemmeringen zijn en dat het plan ruimtelijk aanvaardbaar is. De gemeenteraad heeft op datum (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen afgegeven voor het realiseren van een silopark met 8 silo’s op de locatie Frankrijkdreef 5 in Heerenveen.
-
Bouwen
Bouwbesluit: Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat het bouwplan voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Bouwverordening: Er is voldoende aannemelijk gemaakt dat het bouwplan voldoet aan de voorschriften van de bouwverordening. Welstand: De aanvraag is door de welstandscommissie Hûs en hiem getoetst aan de gemeentelijke welstandsnota. Er is sprake van een gebiedsgericht beoordelingskader, te weten ‘Overig – witte gebieden’ niveau 3. Dat wil zeggen dat de locatie is gelegen binnen een welstandsluw gebied. Het bouwplan daarom alleen is getoetst aan de excessenregeling van de Welstandsnota. Een exces een buitensporigheid in het uiterlijk is die ook voor nietdeskundigen duidelijk is, en als storend wordt ervaren en afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Er is hier geen sprake van een exces.