CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ontwerp omgevingsvergunning

Raadsvergadering 27 februari 2025, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Bindend advies over aanvraag omgevingsvergunning Spitsendyk 10 Haskerdijken (ROM)3.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OMGEVINGSVERGUNNING BOPA

Z.24.453176

AANVRAAG Burgemeester en wethouders hebben op 17 oktober 2024 van PJW Advies, Rinia van Nautaweg 53, 9061 Aa Gytsjerk een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor de omgevingsplanactiviteit ‘Afwijken van regels in het omgevingsplan’ voor het vestigen van een hoveniersbedrijf. De aanvraag betreft de locatie Spitsendyk 10 te Haskerdijken en is geregistreerd onder nummer Z.24.453176. BESLUIT Burgemeester en wethouders besluiten, gelet op paragraaf 5.1.3, paragraaf 16.5.2 en afdeling 22.1 van de Omgevingswet (Ow), titel 4.1.van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en paragraaf 8.1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de omgevingsvergunning te verlenen. Onderstaande stukken maken onderdeel uit van dit besluit: − − − − − − − − − − − −

Aanvraagformulier, d.d. 17-07-2024 AERIUS-projectberekening_haskerdikenspitsendyk.pdf, 14-10-2024 Bodemrapport Sigma Haskerdiken 02-20-2024.pdf Gewenst beeld van totaalindeling terrein 29-05-2024.pdf Luchtfoto bestaande toestand met kadastrale nummers.pdf Machtiging Tuinvorm ondertekend (1).pdf Onderbouwing Omgevingsvergunning Spitsendyk 10 Haskerdiken17102024 overzichtstekening nieuwe toestand.pdf Stikstofrapportage Haskerdiken – Spitsendyk 10 incl bijlage.pdf Verslag participatie uitnodiging Spitsendyk te Haskerdijken.pdf Verzoek 2024101701924_000pdf Wateradvies Wetterskip Fryslân, 24-07-2024

De omgevingsvergunning wordt verleend voor de omgevingsplanactiviteit (art. 5.1, eerste lid en onder a, van de Ow) ‘afwijken van regels in het omgevingsplan’ voor het vestigen van een hoveniersbedrijf in overeenstemming met de bij dit besluit behorende bijlagen en voorschriften. Voorschriften omgevingsplanactiviteit Minimaal 1 week voorafgaand aan de overige graafwerkzaamheden dient via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) een melding te worden gedaan (conform § 4.119 e.v. van het BAL). Indien er tijdens de (graaf)werkzaamheden toch een vermoeden van bodem-verontreiniging wordt aangetroffen, dient de gemeente Heerenveen hiervan zo spoedig mogelijk in kennis te worden gesteld. Bij het graven, opslaan, terugplaatsen of afvoeren van grond moeten partijen grond van verschillende kwaliteitsklassen gescheiden blijven (klasse Landbouw/natuur en Wonen). De

indeling van partijen van verschillende kwaliteitsklassen volgt uit het voorafgaand bodemonderzoek. Gescheiden ontgraven is van belang om vermenging van verschillende kwaliteiten grond te voorkomen. De partijen van verschillende kwaliteitsklassen die bij het ontgraven gescheiden zijn, moeten ook bij de tijdelijke opslag gescheiden blijven. Bijvoorbeeld door tussen de partijen enige afstand te houden of een fysieke scheidingswand aan te brengen. Opslag op de ontgravingslocatie is toegestaan onder de regels van deze activiteit tijdens het uitvoeren van het werk tot uiterlijk 8 weken na de beëindiging daarvan. Na deze termijn moet de grond in principe afgevoerd zijn. Afvoer kan plaatsvinden naar een toepassing elders (onder de regels voor het toepassen van grond en baggerspecie). Hiertoe dient mimimaal 1 week voorafgaand aan de toepassing (volgens artikel 4.1266 van het BAL) via het DSO een melding te worden gedaan. Het langer opslaan op dezelfde locatie onder de regels voor de activiteit graven is niet zonder meer mogelijk. Behalve als het bevoegd gezag via een maatwerkvoorschrift het opslaan gedurende een langere periode heeft toegestaan. Het langer opslaan van de grond kan mogelijk wel plaatsvinden onder de algemene rijksregels voor het opslaan van grond of baggerspecie uit § 4.122 van het Bal, waarbij er andere voorwaarden voor de opslag gelden.

De initiatiefnemer kan er in dat geval voor kiezen om een melding te doen voor de activiteit opslaan van grond of baggerspecie. PROCEDURE Ontvankelijkheid Na ontvangst van de aanvraag is deze aan de hand van hoofdstuk 7 van de Omgevingsregeling (Or), het Participatiebeleid Omgevingswet Gemeente Heerenveen, de Omgevingsvisie en andere gemeentelijke beleidsstukken getoetst op ontvankelijkheid. De aanvraag bevat voldoende informatie om te kunnen beoordelen of wordt voldaan aan de beoordelingsregels neergelegd in § 8.1.1 van het Bkl. De aanvraag is dan ook ontvankelijk en in behandeling genomen. Voorbereidingsprocedure De omgevingsvergunning is voorbereid volgens de reguliere voorbereidingsprocedure van § 16.5.2 van de Ow. De beslistermijn bedraagt standaard 8 weken (art. 16.64, eerste lid, van de Ow). De aanvraag heeft betrekking op de omgevingsplanactiviteit ‘afwijken van regels in het omgevingsplan’ voor het vestigen van een hoveniersbedrijf (art. 5.1, eerste lid en onder a, van de Ow) en is beoordeeld aan § 8.1.1 van het Bkl. De aangevraagde activiteit heeft betrekking op een van de in artikel 4.25 van het Omgevingsbesluit genoemde activiteiten waarvoor gedeputeerde staten van de provincie Fryslân recht van advies en instemming hebben.

Op grond van artikel 3 van de lijst met aangewezen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit niet zonder advies en instemming als bedoeld in artikel 16.15a, sub d, van de Omgevingswet en artikel 4.25, lid 3 van het Omgevingsbesluit worden verleend indien het een activiteit betreft gelegen in buiten bestaand stedelijk gebied. Op 24 september 2024 is het plan besproken in

het spreekuur Romte. De uitkomst is dat de concept-BOPA kan worden voorgelegd voor informeel vooroverleg. Bij akkoord is formeel advies en instemming niet nodig. MOTIVERING EN OVERWEGINGEN Inhoudelijke beoordeling De aangevraagde activiteit voorziet in het vestigen van een hoveniersbedrijf en is getoetst aan het ter plaatse geldende (tijdelijke) deel van het omgevingsplan, te raadplegen via www.omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart. Hier geldt de beheersverordening ‘Haskerdijken-Nieuwebrug’, die onderdeel uitmaakt van het tijdelijke omgevingsplan gemeente Heerenveen. Voor de locatie Spitsendyk 10 Haskerdijken is in de beheersverordening sprake van een zogenaamd besluitvlak “Agrarisch-Agrarisch bedrijf”. De omgevingsvergunning maakt het mogelijk om een hoveniersbedrijf uit te kunnen oefenen op een perceel waar tot op heden een agrarisch bedrijf is gevestigd. Het hoveniersbedrijf richt zich op de aanleg, inrichting en onderhoud van tuin- en groenprojecten en heeft zijn werkterrein bij particulieren, bedrijven en overheidsinstellingen. Het bedrijf heeft toenemende ruimtebehoefte en wil op deze locatie de bedrijfsvoering voortzetten en deze met de beschikbaar komende ruimte optimaliseren. Daarbij is het bedrijf voornemens rekening te houden met een toegevoegde waarde voor mens, dier en plant.

De inzet van het bedrijf is om de aanwezige bedrijfsgebouwen hiervoor geschikt te maken. Ook zullen deze een functie krijgen voor de opslag van materieel en materiaal om kleine bouwkundige werken zoals prieeltjes, schuurtjes en hekwerken te kunnen uitvoeren. Het werkgebied van het bedrijf is grotendeels gelegen binnen de gemeente Heerenveen met de omliggende regio. De aangevraagde activiteit is in strijd met de bepalingen van het bovengenoemde (tijdelijke) omgevingsplan gemeente Heerenveen, waar op de gronden het besluitvlak ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ van toepassing is. Het uitoefenen van een hoveniersbedrijf is niet bij recht toegestaan. Op basis van artikel 5.1, eerste lid en onder a, van de Ow is een omgevingsvergunning vereist om de omgevingsplanactiviteit te verrichten. Voor de omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels van afdeling 8.1 van het Bkl, artikelen 5.18 en 5.21 van de Ow. De omgevingsvergunning kan op grond van artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl slechts worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en als daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Het project is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, zoals bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, van de Ow.

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a Bkl) Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL, artikel 8.0a Bkl). Uit de bijlagen, die onderdeel uitmaken van dit besluit, bijkt dat de balans tussen de verschillende functies die locaties binnen dit gebied kunnen vervullen zal blijven bestaan.

Eveneens is geconcludeerd dat de activiteit voldoet aan het provinciaal beleid (artikel 2.1 t.m 2.5 OVO) en daarmee geen conflict zal optreden. Alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten zijn nader onderzocht en afgewogen. Op basis hiervan is geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hieronder volgt een toelichting. Archeologie Vanuit cultuurhistorisch oogpunt kent het plangebied geen onderscheiden cultuurhistorische waarden. Dat blijkt uit de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart. De locatie Spitsendyk ligt wat betreft de aanduiding ‘steentijd-bronstijd’ in een gebied dat in aanmerking komt voor ‘karterend onderzoek 2’, westelijk grenzend aan een gebied voor ‘karterend onderzoek 3’. De provincie beveelt aan om in gebieden met aanduidingen ‘2’ en ’3’ bij ingrepen van respectievelijk > 2500 m² dan wel > 5000 m² een karterend (boor) onderzoek te laten uitvoeren. Wat betreft de aanduiding ‘ijzertijd-middeleeuwen’ ligt het perceel in een gebied dat in aanmerking komt voor ‘karterend onderzoek 3’. De provincie beveelt aan bij ingrepen van > 5000 m² een historisch en karterend onderzoek te laten verrichten. De voorliggende onderbouwing betreft geen ingrepen van die omvang, zodat archeologisch onderzoek niet aan de orde is. Ecologie De locatie ligt nabij Natuur buiten NNN. Dit heeft geen effect op het plan.

Natuur buiten NNN kent geen externe werking. De locatie ligt in weidevogelkansgebied. Ook dit heeft geen effect op het plan. De activiteiten vinden plaats binnen het besluitvlak van het agrarisch bedrijf. Deze gronden zijn reeds verstoord. Ter plaatse is sprake van een terrein waar reeds bebouwing aanwezig is. Er komen geen elementen als bijzondere bomen/watergangen voor die aanwijzingen geven voor de aanwezigheid van beschermde soorten. Het is met het initiatief juist de bedoeling om door een zorgvuldige erfinrichting de ecologische waarden te verhogen. In de Omgevingswet is vastgelegd dat iedere Nederlander zorgdraagt voor levende dieren en planten en hun directe omgeving. Dit noemen we de zorgplicht voor natuur. In het algemeen geldt dat u bij uw werkzaamheden rekening moet houden met alle planten en dieren die in het wild leven. Daarnaast heeft u misschien ook een vergunning nodig voor uw werkzaamheid. Dit controleert u met de Vergunningcheck in het Omgevingsloket. Er is een Aerius-berekening uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de stikstofdepositie in de exploitatie/gebruiksfase nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring kunnen worden uitgesloten.

Landschappelijke inpassing Vanwege de ligging in het kenmerkende open gebied van het laagveen landschap zal er geen sterk afschermende, opgaande beplanting aan buitenzijden worden aangebracht. Perceel markeringen zullen middels waterlopen met ecologisch gevarieerde oevers worden vormgegeven. Op de zijerven, welke grenzen aan de naastgelegen woningen, zal afschermende beplanting worden aangebracht. Het achtererf wordt ingericht als een bloemrijk grasland voor het versterken van de biodiversiteit. Een en ander is verbeeld op de tekening, ‘Inrichtingsplan gebouwen en terrein' (dd. 29 mei 2024). Zuinig en meervoudig ruimtegebruik Het is inherent aan de transitie van het landelijk gebied dat het (opnieuw) vestigen van een agrarisch bedrijf op deze locatie niet aannemelijk is.

Het perceel met bestaande bebouwing en bijbehorend erf, waarop tot op heden een agrarisch bedrijf is gevestigd, wordt geschikt gemaakt voor de functie van hoveniersbedrijf. Energietransitie /duurzaamheid Het bedrijf wil op duurzame en ecologisch verantwoorde wijze zijn hoveniersactiviteiten uitoefenen. De voormalige bedrijfswoning en agrarische bedrijfsgebouwen worden verbeterd, geïsoleerd en er vinden duurzaamheidsmaatregelen plaats door zonnepanelen te plaatsen, wellicht in combinatie met een groen dak. Verwarming zal plaats gaan vinden op een klimaatneutrale wijze. Het bedrijf heeft als uitgangspunt het op duurzame wijze voortzetten en optimaliseren van de huidige bedrijfsvoering om zo een solide positie in de groene sector te behouden, met toegevoegde waarde voor mens, plant en dier. Bodem Voor de aangevraagde omgevingsplanactiviteit zijn de artikelen 22.29, 22.30 en 22.31 van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan en paragraaf 5.1.4.5 (artikel 5.89g) van het Bkl van toepassing. De bovengenoemde artikelen hebben uitsluitend betrekking hebben op bodemgevoelige gebouwen (personen >2 uur aaneengesloten aanwezig en uitbreiding >50 m2) op een bodemgevoelige locatie (locatie wel of niet verdacht voor de aanwezigheid van verontreiniging boven de Interventiewaarde danwel Maximaal Toelaatbare Kwaliteit (MTK)).

Uit de stukken blijkt dat het onderhavige plan aan deze voorwaarden wordt voldaan.Op basis van aangeleverde gegevens blijkt ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek te zijn uitgevoerd, te weten-Verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN5740 en verkennend asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendijk nr. 10 te Haskerdijken (Sigma, kenmerk: 24-M11284, d.d. 13 juni 2024). Op basis van dit verkennend bodemonderzoek (conform NEN5740, NEN5707/NEN5897) blijken lokaal zintuiglijk sporen met baksteen aanwezig in de bovengrond (boring 14 t/m 16, bodemlaag tot 0,5 m-mv). Ter plaatse van G1 t/m G4 is sprake van een volledige puinlaag (tot maximaal 0,5 m-mv). Verder zijn op het maaiveld en in de opgeboorde grond zintuiglijk geen bodemvreemde materialen of asbestverdachte materialen waargenomen. In de bovengrond (MM1, boring 1, 3, 7 en 8) is sprake van licht verhoogde gehalten met lood en PAK (som) aangetoond (kwaliteitsklasse > Landbouw/natuur). In de overige monsters van zowel de boven- als ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond (kwaliteitsklasse < Landbouw/natuur). In het grondwater is maximaal een licht verhoogde concentratie met zink aangetoond (overschrijding streefwaarde). Ter plaatse van de druppelzones is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond boven de norm voor nader asbestonderzoek (norm: 50 mg/kg.ds).

Het aanwezige toegangspad (gaten G1 t/m G4) is een asbestconcentratie (224,7 mg/kg.ds) aangetoond boven de interventiewaarde van 100 mg/kg.ds). De asbestconcentratie wordt veroorzaakt door de fijne fractie (er is zintuiglijk geen asbest waargenomen). Op en nabij de locatie blijkt geen vermoeden aanwezig dat er sprake is van een bodemgevoelige locatie (artikel 22.29 lid c, onder 1) waarbij de maximaal toelaatbare bodemkwaliteit wordt overschreden. Op basis van artikelen 22.29, 22.30 en 22.31 (tijdelijk deel Omgevingsplan) en artikel 5.58g (Bkl) is daarom geen aanvullend verkennend bodemonderzoek naar bodemverontreiniging vereist. Luchtkwaliteit De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is goed. Het initiatief heeft, gelet op de transitie van een agrarisch bedrijf in een hoveniersbedrijf en de inzet voor een duurzame bedrijfsvoering, geen nadelige invloed op de luchtkwaliteit.

Geluid De geluideffecten blijven binnen de aanvaardbare normen. Volgens artikel 22.60 van de Bruidsschat is een akoestisch onderzoek in deze situatie niet nodig. Water In het plan is er geen sprake van toename van de aanwezige verharding, en er is dan ook geen compensatieplicht. De sloten rondom de locatie staan in de legger aangegeven als schouwwatergangen (zie paarse stippellijn op onderstaande uitsnede legger) deze hebben een belangrijke functie in de aan- en afvoer van water uit het gebied en dit moet worden geborgd. Volgens de watertoets moet de aanwezigheid van secundaire wateren (schouwwater) worden opgenomen in het ruimtelijk plan, en ook de consequenties voor het onderhoud. Het aanleggen van plas-dras zones hebben voor zowel de waterkwaliteit, biodiversiteit, als waterberging grote voordelen voor het watersysteem. Hoewel we hier natuurlijk graag aan meewerken, moet de afvoer van water wel geborgd blijven door een goede toegankelijkheid voor onderhoud. Vanaf het erf mogen geen verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. Door perssappen en uitspoeling van meststoffen uit de opslagen kan verontreiniging worden veroorzaakt als deze naar de bodem of het oppervlaktewater (af)stromen. Ook door afstromend regenwater dat in contact is geweest met een niet bezemschoon erf en een niet bezemschone voeropslag kan het oppervlaktewater verontreinigd worden.

De initiatiefnemer dient deze erfafspoeling te allen tijde te voorkomen door bepaalde maatregelen te nemen. Voor toekomstige aanpassingen aan de watergangen zal een watervergunning moeten worden aangevraagd. Ook moet er ook overeenstemming met de aanliggende grondeigenaren zijn. Verkeer en parkeren De bestaande aansluiting op de Spitsendyk wordt geoptimaliseerd en er wordt voldoende parkeergelegenheid voor het personeel op het bestaande erf gerealiseerd. Het parkeren wordt voorzien aan de oostzijde in een aangepaste situering, namelijk terug gelegen ten opzichte van de aangrenzende woning. Er worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd op basis van de “Nota parkeernormen gemeente Heerenveen 2020” welke onderdeel is van de “Partiële herziening bestemmingsplannen parkeren” (vastgesteld door de gemeenteraad op 10 juli 2021). Er wordt geen onevenredige toename van verkeer verwacht. Per saldo gaat het om 2 x 4/6 = 8 - 12 verkeersbewegingen van personenauto’s. Incidenteel komt zwaarder verkeer voor bij het laden en lossen van materiaal. Dit blijft beperkt tot 2 maal per week. Externe veiligheid Middels het planvoornemen ontstaan geen gewijzigde omstandigheden ten opzichte van de veiligheidszones van de A32. De locatie van de bestaande bedrijfswoning blijft ongewijzigd. Milieu De hoveniersactiviteiten zijn vanuit de richtafstanden voor het milieu passend.

De hoveniersactiviteit wordt (mogelijk) in de nieuwe situatie een milieubelastende activiteit die meldingsplichtig is. Via de vergunningcheck van het Omgevingsloket moet nagegaan worden of volstaan kan worden met een melding. Een melding lijkt nodig in verband met de opslag van groenafval (snoeihout etc). Toets aan instructieregels De activiteit is getoetst aan de rijksinstructieregels van hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Op grond hiervan zijn gelden geen specifieke regels.

Ook is de activiteit getoetst aan de Omgevingsvisie Fryslân – ‘De romte diele’ en de provinciale instructieregels in de Omgevingsverordening Fryslân 2021. De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie. De omgevingsplanactiviteit heeft niet betrekking op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan. Ook belemmerd de activiteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit door gedeputeerde staten van de provincie Fryslân of het Rijk is vastgesteld niet (artikel 8.0, tweede lid onder b en c van het Bkl) Participatie (artikel 7.4 Or) Op grond van artikel 16.55, zevende lid Ow is participatie verplicht voorafgaand aan alle aanvragen om af te wijken van het omgevingsplan. De wijze waarop mag door initiatiefnemers zelf worden ingevuld. De gemeente Heerenveen geeft in de nota Participatiebeleid Omgevingswet richtlijnen hoe hiermee om te gaan. De betrokken bewoners zijn schriftelijk geïnformeerd waarna er vervolgens een inloopmiddag is gehouden (8 juni 2024). Daarbij hebben de belangstellenden ook het terrein kunnen bekijken. De resultaten van de participatie laten zien dat de bewoners positief en enthousiast zijn over de plannen van Tuinvorm. Er vinden geen belemmeringen voor omwonenden plaats en men is positief over het voornemen van de onderneming in de buurt.

Advies en instemming Het project heeft betrekking op een van de in artikel 4.25 van het Ob genoemde activiteiten waarvoor gedeputeerde staten van de provincie Fryslân recht van advies en instemming hebben. Gedeputeerde staten hebben op 24 september 2024, tijdens het digitaal spreekuur Romte, aangegeven dat de concept-BOPA kan worden voorgelegd voor informeel vooroverleg. Bij akkoord is formeel advies en instemming niet nodig. CONCLUSIE Alles overwegende kan – gezien de noodzaak gelet op het beleidskader en de effecten op de fysieke leefomgeving – worden geconcludeerd dat de gevraagde activiteit leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gelet op bovenstaande verlenen wij de aangevraagde omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit ‘Afwijken van regels in het omgevingsplan’ voor het vestigen van een hoveniersbedrijf op de locatie Spitsendyk 10 te Haskerdijken.

ONDERTEKENING EN VERZENDING Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Heerenveen, d.d. xx-xx-2024 Namens dit college,

E. de Boer Teamleider Omgevingszaken INWERKINGTREDING OMGEVINGSVERGUNNING Inwerkingtreding De omgevingsvergunning treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop burgemeester en wethouders het besluit aan de aanvrager hebben toegezonden (artikel 16.79 van de Ow). RECHTSBESCHERMINGSMIDDELEN Bezwaar Bent u het niet eens met dit besluit, dan kunt u hiertegen bezwaar maken door een bezwaarschrift te sturen naar burgemeester en wethouders. Stuur het bezwaarschrift op naar: Gemeente Heerenveen Postbus 15000 8440 GA Heerenveen Voor het bezwaarschrift zijn de volgende regels belangrijk: U moet het bezwaarschrift binnen 6 weken, gerekend vanaf de dag na de dag dat het besluit is toegezonden aan de aanvrager van dit besluit, indienen. Verder moet u tenminste in het bezwaarschrift vermelden: -

een omschrijving en de datum van het besluit waartegen u bezwaar maakt (indien mogelijk een kopie bijvoegen); waarom u bezwaar maakt; de datum van uw bezwaar; uw naam, adres en telefoonnummer; uw handtekening.

U kunt ook digitaal (DigiD is verplicht) bezwaar maken. Dit kunt u doen via onze website:

www.heerenveen.nl. Hier vindt u ook meer informatie over de bezwarenprocedure. Verzoek om een voorlopige voorziening Het bezwaar heeft geen schorsende werking. Dit betekent dat zodra de omgevingsvergunning in werking is getreden, deze mag worden gebruikt. U kunt, als u bezwaar heeft gemaakt tegen de omgevingsvergunning, tevens de Rechtbank NoordNederland verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen. Dit kan aan de orde zijn, als er sprake is van onmiddellijke spoed; bijvoorbeeld als de uitvoering van het project tot gevolgen leidt die niet ongedaan kunnen worden gemaakt. Als de voorzieningenrechter van de rechtbank een voorlopige voorziening heeft getroffen, geldt het besluit van burgemeester en wethouders niet, totdat er een besluit is genomen in uw bezwaarprocedure. Richt uw verzoekschrift aan: Voorzieningenrechter Rechtbank Noord-Nederland Afdeling bestuursrecht Postbus 150 9700 AD Groningen In uw verzoekschrift moet u tenminste het volgende vermelden: - uw naam en adres; - de datum; - wat het spoedeisend belang is; - wat de voorlopige voorziening volgens u moet inhouden; - uw handtekening. Verder dient u het besluit waartegen uw bezwaar loopt en eventuele documenten en foto’s waarmee u uw standpunt onderbouwt met het verzoekschrift mee te sturen. Voor het in behandeling nemen van een verzoek om voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

U kunt ook digitaal (DigiD is verplicht) een verzoek om voorlopige voorziening instellen bij genoemde rechtbank. Dit kunt u doen via mijn.rechtspraak.nl/keuze. Meer informatie over de procedure voorlopige voorziening vindt u op www.rechtspraak.nl.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=5c48d412-1349-499e-953b-ac5e95a99b05