Bijlage 2 - Onderzoeksrapport Beheersing kosten Wmo-voorzieningen
Tekst van het document
Om deze ombuiging mogelijk te maken is een nieuw indicatieprotocol voor huishoudelijke hulp ingevoerd en heeft er een herbeoordeling van de doelgroep plaats gevonden. Dit heeft een besparing van € 400.000, - opgeleverd. Er resteert dan nog een taakstelling van € 600.000, -. Over deze nog resterende taakstelling van € 600.000, - is de raad geïnformeerd via een raadsbrief d.d. 29 juni 2022. In de raadsbrief van 21 november 2023 wordt gesteld dat deze taakstelling niet binnen het product huishoudelijke hulp te realiseren is. In de collegevergadering van diezelfde dag heeft het college van B&W een ombuigingsvoorstel ter hoogte van ruim € 600.000, - vastgesteld. Dit ombuigingsvoorstel is breder samengesteld, niet alleen op Wm0, maar ook bijvoorbeeld op sport (maar niet meer op de huishoudelijke hulp). Beleidsmatige afwegingen voor ombuigingen/maatregelen – periode 2025/2026 en verder In de themabegroting 2023-2026 deelt het college met de raad de zorg dat de gemeente voor grote dilemma’s staat hoe de financiële middelen het beste ingezet kunnen. De jaarschijven 2023 tot en 22
met 2025 worden sluitend gepresenteerd. De jaarschijf 2026 kan niet sluitend worden gemaakt. Daarvoor is eerst meer duidelijkheid over de rijksbijdrage nodig. In de themabegroting wordt gemeld dat vanaf 2025 het begrotingssaldo een negatieve trend vertoond, stijgend naar € 11 miljoen. Ook na verwerking van de decembercirculaire wordt een aanzienlijk negatief saldo verwacht van circa € 9,8. De belangrijkste oorzaken, zo wordt gesteld, liggen in de terugloop van de algemene uitkering vanaf 2026, het stijgende rentepercentage met als gevolg oplopende financieringslasten en het grote geplande investeringsvolume voor de komende jaren. Specifiek voor de Wmo wordt duidelijk uit de themabegroting dat de uitgaven voor de Wmovoorzieningen toenemen door vergrijzing. Gemiddeld stijgt het aantal cliënten met 4% per jaar. Er wordt een stijging van de kosten verwacht van € 900.000 in 2023 tot € 2.250.000 in 2026.
Wmo
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Bedragen x
-20.873
-20.286
-21.528
-22.679
-23.782
-24.239
€ 1.000, -
De gemeenteraad heeft al besloten dat er vanaf 2026 ongeveer € 2 miljoen bezuinigd moet worden binnen de Wmo, oplopend naar €2,7 miljoen in 2027. De raad heeft bepaald dat het budgetniveau 2023 leidend is. Mondeling wordt toegelicht dat de 2,7 miljoen niet in het negatieve saldo van 10 miljoen (gemeentebreed zit). De 2,7 is al uit de meerjarenbegroting gehaald, zo wordt aangegeven. Dus in werkelijkheid is er een gat van 12,7 miljoen zo wordt gesteld in de interviews. Er is een opdracht uitgezet om de budgetten binnen het product Wmo te onderzoeken en om vervolgens met voorstellen te komen voor de ombuiging van 2,7 miljoen. Het is de bedoeling dat de raad hierover volgend jaar in de perspectiefnota 2025 keuzes voorgelegd krijgt. Uit de financiële benchmark (maart 2024) zoals toegelicht onder 4.3 komt een richting van denken voor het invullen van de ombuigingen op de Wmo, te weten op maatwerkvoorzieningen en maatwerkdienstverlening 18+. De uitgezette ombuigingsopdracht is onderdeel van het project ‘Duurzaam en gezond financieel perspectief (DGFP). Het project richt zich op het structureel sluitend maken van de begroting vanaf 2025 en het voorbereiden van ombuigingen. Dit project dient eraan bij te dragen dat college en raad tijdig in staat worden gesteld om bij te sturen en integrale keuzes te maken.
5.2
Overige maatregelen om de kosten te beheersen
Programma ‘Gezond, Welzijn, Vernieuwen’ met focus op financieel houdbaar houden Wm0 In 2023 is het programma ‘gezond, welzijn, vernieuwen’ gestart. Dit programma wordt leidend voor een groot deel van het sociaal domein (sluit wel aan bij de kadernota 2019-2025 Sociaal Domein). Een belangrijk onderdeel van het uitvoeringsprogramma is het financieel houdbaar houden van de Wmo. Zo wordt er vooruitlopend op een nieuwe inkoop (2026) voor de Wm0 verkend wat de richting moet zijn op basis van de programmadoelstellingen. Er wordt ook gewerkt aan het realiseren van een voorliggende inloopvoorziening voor dagbesteding. (Een algemene voorziening in plaats van een relatief dure maatwerkvoorziening). De intentie die door het college is uitgesproken is dat toekomstig 10% van het maatwerk wordt verschoven naar voorliggende voorzieningen.
Verbeteren administratieve organisatie Alle werkprocessen van de Wmo worden onder de loep genomen om te kijken of deze ook efficiënter ingericht kunnen worden. Alle processen zijn inmiddels beschreven. Dat is van belang, zo wordt aangegeven, zodat ook nieuwe medewerkers weten hoe ze moeten 23
werken. Het moet voor eenieder helder zijn hoe je moet indiceren en rapporteren. Het is vastgelegd in een softwareprogramma specifiek voor procesbeschrijvingen (Engage). Strenger bij de toegang/ werken aan kostenbewustzijn Uit interviews komt naar voren dat er sinds de decentralisatie aangestuurd is op het naar beneden bijstellen van indicaties. Strenger zijn bij de toegang en kijken wat voorliggend opgelost kan worden. In interviews wordt aangegeven dat de laatste jaren actief ingezet is op het verhogen van het kostenbewust van de Meitinkers. Uit een rekenkameronderzoek naar de wijkteams 2020 is dit destijds als aandachtpunt meegegeven. Er was en is ook noodzaak om strenger te zijn bij de toegang, omdat financiën nu al jaren onder druk staan, zo wordt benoemd. Wat scheelt is dat beleid en uitvoering nu ook meer samenwerken (ook fysiek zelfde locatie). Vanuit de uitvoering wordt teruggekoppeld waar beleidsregels knellen, dat leidt tot effectiever handelen, zo wordt gesteld. Als voorbeeld van het succesvol scherper kijken bij de toegang wordt de indicering bij Beschermd Wonen genoemd. Daar zijn door inzet van een provinciaal expertteam grote veranderingen gerealiseerd (en is er voor € 1,4 miljoen bezuinigd). Een ander voorbeeld is het indiceren op basis van een nieuw protocol voor huishoudelijke hulp (HHMprotocol).
Medewerkers hebben meerdere trainingen gehad (indiceren op basis van het nieuwe protocol, of trainingen die ingaan op het uitvragen, doorvragen, en voorliggend oplossen van vragen). Onderzoek KWIZ Ambtelijk is er een opdracht uitgezet bij het onderzoeksbureau KWIZ om een analyse te maken die in gaat op het huidige gebruik van de Wm0-voorzieningen en de onderliggende regelingen en verstrekkingen en de trends die van invloed zijn. Deze analyse zal als basis dienen voor een kostenprognose bij ongewijzigd beleid. Vervolgens kunnen de financiële effecten van een aantal beleidsscenario’s worden doorgerekend. Dit met de bedoeling om afgewogen keuzes te kunnen maken op basis van uitgewerkte beleidsscenario’s. Wat opvalt is dat de analyse vooral een cijfermatige doorrekening betreft. In het rapport is geen nadere duiding of verklaring gegeven op wat een scenario in kwalitatieve zin voor effect heeft op een doelgroep. Aan dergelijke inzichten is bestuurlijk gezien wel behoefte. Door geïnterviewden is aangegeven dat het nog te vroeg is uit de uitgevoerde benchmark conclusies te trekken en nadere duiding van de uitkomst van de benchmark in het najaar zal volgen.
5.3
Consequenties ombuigingen voor inwoners
Uit interviews komt naar voren dat er aandacht is voor het communiceren met inwoners over de consequenties van ombuigingen/veranderingen om paniek over verhoging van kosten te voorkomen. Er wordt ook gezocht naar het bieden van alternatieven voor maatwerkoplossingen, zoals voorliggende voorzieningen. Bij het verhogen van tarieven, bijvoorbeeld voor taxigebruik, wordt van tevoren getoetst of de verhoging te dragen is voor minima. De gevolgen van de ombuigingen voor inwoners worden met de raad gedeeld, zo wordt gesteld.
5.4
Monitoring van beleid, gebruik dashboards
Bij het leveren van managementinformatie wordt gebruik gemaakt van het programma Cognos. Deze informatie vormt het dashboard dat ambtelijk gebruikt wordt. Het haalt de voeding uit de facturaties. De adviseurs bedrijfsvoering stellen op basis hiervan ieder kwartaal een managementrapportage op samen met de proceseigenaren en de teammanagers. Samen met de adviseurs bedrijfsvoering, kwaliteit, juridisch en de beleidsadviseur wordt gekeken of er opvallende zaken zijn, waar actie op ondernomen moet worden. De informatie uit de managementrapportages wordt vervolgens een keer per jaar verwerkt in de bestuursrapportage. De dashboards zoals boven beschreven zijn er sinds 2021. Ze zijn met name financieel van aard en raken de inhoud te weinig, zo wordt in interviews weergegeven. Ook de duiding van de cijfers gebeurt te weinig, zo wordt gesteld. De dashboards zijn gestoeld op de bedrijfsvoeringsgegevens, Inhoudelijke doelen worden niet gemonitord en weergegeven in de dashboards. 24
6
Betrokkenheid raad
6.1
Informatievoorziening raad over Wmo in algemene zin
De raad wordt hoofdzakelijk geïnformeerd over de Wmo in de P&C cyclus. Aangezien de daarin opgenomen informatie met name financieel van aard is, wordt door sommige ambtelijk geïnterviewden gesteld dat dat ‘volstrekt te mager’ is. Tot voor kort zag de P&C cyclus er als volgt uit: Begroting, jaarrekening en verzamelbesluit (er waren geen tussenrapportages). Vanaf 2024 kent de gemeente Heerenveen tevens een voorjaarsnota en een najaarsnota. Daar zit nu wel wat meer inhoud in, zo geven geïnterviewden weer. Uit interview: ‘In de oude P&C cyclus rapporteerden we op producten, vanaf 2024 werken we met taakvelden. Dat ligt lager, daardoor kan de raad er dichter op zitten. Het verplicht ook de organisatie om meer toe te lichten. Het is een belangrijke ontwikkeling die ook iets doet met de positie van de raad’. Verschillende fracties hebben aangegeven dat de verstrekte informatie te weinig ingaat op de vraag welke maatschappelijke doelen en effecten er bereikt worden. De raad ontvangt geen dashboards of managementrapportages. De verzamelbesluiten in de P&C cyclus worden ervaren als mutaties t.o.v. de begroting. De impact van genomen maatregelen is bij de fracties niet goed scherp. De vraag komt bij fracties op in hoeverre er integrale afwegingen gemaakt worden bij het maken van keuzes.
Fracties vinden het lastig om de vinger aan de pols te houden, het wordt als moeilijk ervaren om overzicht te krijgen op inhoud, maar ook op het financiële vlak wordt aangegeven dat het ondoorzichtig is ‘labyrinth’).
6.2
Betrokkenheid raad bij ombuigingen
Op 25 januari 2024 neemt de raad een motie ‘vreemd aan de orde van de dag’ aan die ingaat op de ombuigingen. Er wordt gereageerd op de raadsbrief ‘invulling taakstelling 2021 sociaal domein’. Het college informeert de raad dat het besluit zoals de door de raad genomen op 8 juli 2021 bij behandeling van de Perspectiefnota niet volledig gerealiseerd kan worden en dat het College met een aanvullend pakket aan maatregelen komt om de voorgenomen bezuiniging te kunnen realiseren. Uit de aangenomen motie maken we op dat de raad het met deze gang van zaken niet eens is. De raad is het niet eens met de veranderde inzet om de bezuinigingen op andere producten te realiseren dan door de raad bedoeld is. Uit opgehaalde informatie uit fracties komt naar voren dat als taakstellingen niet gehaald worden en op andere taakgebieden worden afgewenteld, dat dat politieke keuzes zijn en dat de raad daarin een rol zou moeten spelen. We hebben als onderzoekers niet gezien dat er een alternatieve invulling door de Raad is geagendeerd. Meer uitzoomend over de jaren heen zien we dat het College wel vroegtijdig aan de Raad afwegingsprincipes voor (toekomstige) ombuigingen voorlegt ter besluitvorming (Strategische Agenda) en deze vervolgens uitwerkt in de Perspectiefnota (2021) en Investeringsagenda (2021). De inhoudelijke discussie lijkt echter te weinig gevoerd te worden.
De raad wordt te weinig gekend in de keuzes die gemaakt worden voor de ombuigingen en ziet zich voor voldongen feiten geplaatst via schriftelijke informatie als raadsbrieven, zo komt naar voren uit de reacties van de fracties. Een enkele fractie vraagt zich echter ook af of het moeite hebben met kaders te stellen in deze te maken heeft met de geleverde kwaliteit van de informatie. Het wordt als complexe materie ervaren en er is te weinig zicht op wat er in de praktijk gebeurt. De informatievoorziening is over de jaren heen te veel financieel en te weinig inhoudelijk geweest. Raadsleden geven blijk van dit gemis en zien te weinig hoe er bij de afwegingen rekening gehouden is met de effecten van de ombuigingen op de inwoner.
25
7.
Nawoord
De rekenkamer dankt alle betrokkenen die meegewerkt hebben aan dit onderzoek. Zoals gebruikelijk heeft het college van burgemeester van wethouders het onderzoeksrapport ontvangen met het verzoek om hier een bestuurlijke reactie op te geven. Op 17 september 2024 hebben wij deze reactie ontvangen. Op basis van de hoofdconclusie van het rapport dat de gemeente Heerenveen inzicht heeft in huidig gebruik en toekomstig gebruik van Wmo voorzieningen en dat de organisatie adequaat is ingericht om de risico’s op dit terrein te beheersen, gaat het college successievelijk in op geconstateerde verbeterpunten. In het oog springend is dat de gemeente Heerenveen meer geld uitgeeft dan andere gemeenten op het gebied van de Wmo-maatwerkvoorzieningen. Een diepere analyse van de factoren die van invloed zijn op het feit dat Heerenveen meer aan maatwerk uitgeeft dan gemiddeld, anders dan vergrijzing, is niet aangetroffen, stelt de rekenkamer. Het college herkent dat er een verschil is in uitgaven voor Wm0-voorzieningen bij vergelijking van gemeenten, maar stelt dat hier meerdere oorzaken voor zijn of kunnen zijn (snellere vergrijzing dan elders, of anders georganiseerd zijn). Het college is van zins om in het kader van het project Duurzaam en Gezond Financieel op basis van de uitgevoerde benchmark diepgaander te kijken naar de verschillende onderdelen.
De raad zal hierover geïnformeerd worden in het kader van het genoemde project. Op de aanbeveling om realistisch te kijken naar de haalbaarheid van voorgestelde ombuigingen stelt het college dat er voor wat betreft toekomstige ombuigingen een integrale afweging wordt gemaakt en dat deze aan de raad voorgelegd zal worden via de Perspectiefnota 2025. De consequenties en haalbaarheid worden daarin ook opgenomen. Het college geeft verder aan oog te hebben voor niet financiële risico’s (voorbeeld situatie op de arbeidsmarkt). Op de aanbeveling van de rekenkamer om de monitoring meer te richten op het inhoudelijk bereiken van doelen (dus niet hoofdzakelijk kwantitatieve informatie op basis van bedrijfsvoeringsgegevens), zegt het college over het bereiken van inhoudelijke doelen te willen rapporteren via de Voor -en Najaarsrapportage en de Jaarrekening. En aanvullend desgewenst de raad via een informatiesessie te willen informeren. Tot slot geeft het college aan het belangrijk te vinden om met de raad in gesprek te blijven over het beheersen van de kosten enerzijds en kwetsbare inwoners voorzien van optimale ondersteuning anderzijds. Dat doet het college nu al (via informatiesessies en via de bestuursrapportage sociaal domein), maar wil dat ook in de toekomst doen bijvoorbeeld bij de nieuwe inkoop van Wmovoorzieningen De integrale reactie van het college is opgenomen in bijlage 4.
26
BIJLAGEN Bijlage 1 - Normenkader Norm
Bevinding
Uitkomst
Er is een actueel inzicht in het huidige en toekomstige gebruik en de kosten van Wmo-voorzieningen.
Voor het verkrijgen van inzicht in het toekomstig gebruik en kosten voert de gemeente financiële prognoses, ondersteund met benchmarks uit en organiseert de gemeente inzicht in verschillende scenario’s met inzet van externe expertise (KWIZ). Met de recente bestuursrapportage sociaal domein 2023 is meer inzicht verstrekt over de voortgang en ontwikkelingen op het terrein van de Wmo. Daarnaast zal de overgang van rapportage op productniveau naar taakveldenniveau in de P&C producten zorgen voor een meer gedetailleerd inzicht in de kosten voor de Wmo. Er worden periodieke risicogesprekken gevoerd. De risico-inventarisatie is met name op financiële risico’s gericht ten behoeve van het weerstandsvermogen. De organisatie beheert voor de Wmo niet een breed risicoprofiel in het programma NARIS waarin ook niet-financiële risico’s onderdeel vanuit maken. Kritische reflectie en interne controle zijn georganiseerd. Er zijn gestructureerde overleggen met het domein bedrijfsvoering en financiële prognoses worden samen opgesteld. Er wordt door de tweede lijn control ook nadrukkelijk aangestuurd op het hebben van een concreet plan van aanpak alvorens nieuwe beschikbare middelen uit de algemene reserve beschikbaar kunnen komen. De omvang van de ombuigingen voor de Wmo zijn inzichtelijk, de haalbaarheid van de voorgestelde ombuigingen zijn in het verleden niet altijd realistisch geweest.
Er is meer scherpte op georganiseerd of het voldoende is, is niet met zekerheid vast te stellen.
voldoet
Bij ombuigingen is er voldoende oog voor de consequenties die ze hebben om de doelgroep/inwoner
De inhoudelijke afdeling toetst de consequenties van ombuigingen voor inwoners (voorzieningen moeten betaalbaar blijven), de raad heeft onvoldoende zicht op de consequenties van ombuigingen voor inwoners.
deels
Medewerkers weten de cijfermatige analyse (Cognos-rapportages, benchmarks) inhoudelijk duiden.
In algemene zin weet met cijfers te duiden, diepere analyses (uit de pas lopen van Heerenveen) ontbreken
deels
Risicomanagement wordt toegepast door het beheren van een actueel risicoprofiel bestaande uit zowel financiële als nietfinanciële risico’s.
Er is kritische reflectie georganiseerd door de eerste lijn op haar beleidsproces en er is interne controle aanwezig op het WMO-proces.
Er is inzicht in de omvang van ombuigingen voor de Wmo en de voorgestelde ombuigingen zijn realistisch.
27
deels
voldoet
deels
Dashboards geven de zicht op zowel het bereiken van financiële als inhoudelijke doelen
Dashboards worden gevoed door facturaties, zijn niet inhoudelijk van aard.
deels
Medewerkers werken kostenbewust.
Er is meer aandacht voor het kostenbewust werken (scholing, bewustwording).
voldoet
De informatievoorziening aan de raad voldoet om de kaderstellende en controlerende rol in te vullen.
Informatievoorziening is veelal financieel van aard en te weinig inhoudelijk.
deels
De raad is in voldoende mate betrokken geweest bij ombuigingen.
Zie bovenstaande
deels
28
Bijlage 2 - Kostenontwikkeling 2019-2023: bron Key2financien Tabel: Uitdraai stand Wmo primitieve begroting 2019-2023 Primitieve Begroting 2023
2022
2021
2020
2019
2.581.573
2.527.093
2.482.010
2.426.652
2.791.812
Primitieve begroting voorzieningen WMO, zwaarte 10 algemene 600109 voorzieningen WMO 600111
Inkomsten Leges Invalidenparkeerkaart
-17.783
-17.215
-17.045
-16.876
-16.709
600113
WMO, zwaarte 20 algemeen
120.693
75.132
198.676
197.234
283.383
600114
WMO, zwaarte 30 maatwerk natura materieel
481.607
657.071
652.418
457. 839
523.323
600115
WMO, zwaarte 30 maatwerk natura immaterieel
9.534.304
8.473.168
8.35 9.731
6.852.961
600116
WMO, zwaarte 30 opvang en beschermd wonen
12.363
12.241
12.12 0
12.000
600117
WMO, zwaarte 30 eigen bijdrage
-620.000
-620.000
-620.000
-500.000
600125 WMO, zwaarte 30 PGB
1.007.604
997.628
1.287.750
1.500.000
WMO, zwaarte 40 maatwerk 600127 immaterieel
2.194.965
2.171.748
2.148.760
1.976.000
15.371.317 14.350.844
14.253.210
13.422.770
600187 WMO Reserve mutaties
-160.000
666000 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
1.197.257
667100 Huishoudelijke hulp (WMO)
5.359.116
667110
Begeleiding (WMO)
5.124.068
667120
Dagbesteding (WMO)
1.897.885
668100 Beschermd wonen (WMO) Totaal primitieve begroting voorzieningen
316.000 16.900.416
Begrote doorbelasting primitief WMO, zwaarte 10 algemene 600109 voorzieningen WMO
29
4.379
600113
WMO, zwaarte 20 algemeen
600114
WMO, zwaarte 30 maatwerk natura materieel
600115
105.086
1.870.213
1.6 52.530
1.89 7.022
1.836.091
WMO, zwaarte 30 maatwerk natura immaterieel
1.462.650
1.4 03.706
1.50 3.405
2.123.720
600116
WMO, zwaarte 30 opvang en beschermd wonen
223.670
214 .656
930. 284
67.771
600117
WMO, zwaarte 30 eigen bijdrage
10.946
600125 WMO, zwaarte 30 PGB
678.473
WMO, zwaarte 40 maatwerk 600127 immaterieel
270.907
666000 Maatwerkvoorzieningen (WMO) 667100 Huishoudelijke hulp (WMO)
1.409.757
415.840 1.095.640
667110
Begeleiding (WMO)
103.960
667120
Dagbesteding (WMO)
623.760
Totaal doorbelasting primitief
3.648.957
3.556.533
3.2 70.892
4.33 0.711
5.097.373
Totaal primitieve begroting
20.549.373
18.927.850
17. 621.736
18.5 83.921
18.520.143
Tabel: Uitdraai begrotingswijziging Wmo 2019-2023 Begrotingswijziging 2023
2022
-204.614
176.275
2021
2020
2019
141.193
-13.602
Begrotingswijziging voorzieningen WMO, zwaarte 10 algemene 600109 voorzieningen WMO 600111
Inkomsten Leges Invalidenparkeerkaart
600113 WMO, zwaarte 20 algemeen
-134.864
WMO, zwaarte 30 maatwerk natura 600114 materieel 385.000
235.628
30
0
WMO, zwaarte 30 maatwerk natura 600115 immaterieel
1.322.993
WMO, zwaarte 30 opvang en 600116 beschermd wonen
52.637
600117 WMO, zwaarte 30 eigen bijdrage
190.000
600125 WMO, zwaarte 30 PGB
-207.604
WMO, zwaarte 40 maatwerk 600127 immaterieel
300.035
600187 WMO Reserve mutaties
-125.000
666000 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
145.000
667100 Huishoudelijke hulp (WMO)
854.887
667110 Begeleiding (WMO)
640.012
667120 Dagbesteding (WMO)
420.000
668100 Beschermd wonen (WMO)
-1.558.000
Totaal
557.285
2.200.000
2.208.500 -1.100
40.000 -284.606
-116.000
-1.922.000 -2.172.000 45.000
1.819.100
278.000
217.693
-254.308
Begrotingswijziging doorbelasting WMO, zwaarte 10 algemene 600109 voorzieningen WMO
0
600113 WMO, zwaarte 20 algemeen
-950.000
WMO, zwaarte 30 maatwerk natura 600114 materieel 190.448
0
0
0
0
WMO, zwaarte 30 maatwerk natura 600115 immaterieel
90.900
0
0
-500.000
WMO, zwaarte 30 opvang en 600116 beschermd wonen
0
0
0
0
600117 WMO, zwaarte 30 eigen bijdrage
0
600125 WMO, zwaarte 30 PGB
0
WMO, zwaarte 40 maatwerk 600127 immaterieel
0
666000 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
56.177
667100 Huishoudelijke hulp (WMO)
90.032
667110 Begeleiding (WMO)
14.044
31
667120 Dagbesteding (WMO)
Totaal begrotingswijzigingen
84.266 434.967
90.900
0
0
-1.450.000
992.252
1.910.000
278.000
217.693
-1.704.308
Totaal begroot na wijzigingen 2023
2022
2021
2020
2019
2.376.959
2.703.368
2.482.010
2.567.845 2.778.210
-17.783
-17.215
-17.045
-16.876
-16.709
120.693
-59.732
198.676
197.234
283.383
WMO, zwaarte 30 maatwerk natura 600114 materieel 866.607
892.699
652.418
457.839
523.323
WMO, zwaarte 30 maatwerk natura 600115 immaterieel 0
10.857.297
10.673.168
10.568.231 6.851.861
WMO, zwaarte 30 opvang en 600116 beschermd wonen
65.000
12.241
12.120
12.000
600117 WMO, zwaarte 30 eigen bijdrage
-430.000
-620.000
-580.000
-500.000
600125 WMO, zwaarte 30 PGB
800.000
997.628
1.287.750
1.215.394
WMO, zwaarte 40 maatwerk 600127 immaterieel
2.495.000
2.171.748
2.148.760 1.976.000
Bijgestelde begroting voorzieningen WMO, zwaarte 10 algemene 600109 voorzieningen WMO 600111
Inkomsten Leges Invalidenparkeerkaart
600113 WMO, zwaarte 20 algemeen
600187 WMO Reserve mutaties
-285.000
-116.000
-1.922.000 -2.172.000 45.000
666000 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
1.342.257
0
0
0
0
667100 Huishoudelijke hulp (WMO)
6.214.003
0
0
0
0
667110 Begeleiding (WMO)
5.764.080
0
0
0
0
667120 Dagbesteding (WMO)
2.317.885
0
0
0
0
668100 Beschermd wonen (WMO)
-1.242.000
0
0
0
0
Totaal bijgestelde begroting voorzieningen
17.457.701
17.190.417
14.628.844 14.470.903 13.168.462
Doorbelasting
32
WMO, zwaarte 10 algemene 600109 voorzieningen WMO
4.379,00
600113 WMO, zwaarte 20 algemeen
-844.914,00
WMO, zwaarte 30 maatwerk natura 600114 materieel 1.600.205
1.870.213
1.652.530
1.897.022 1.836.091
WMO, zwaarte 30 maatwerk natura 600115 immaterieel
1.553.550
1.403.706
1.503.405 1.623.720
WMO, zwaarte 30 opvang en 600116 beschermd wonen
223.670
214.656
930.284
67.771
600117 WMO, zwaarte 30 eigen bijdrage
10.946
600125 WMO, zwaarte 30 PGB
678.473
WMO, zwaarte 40 maatwerk 600127 immaterieel
270.907
666000 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
472.017
667100 Huishoudelijke hulp (WMO)
1.185.672
667110 Begeleiding (WMO)
118.004
667120 Dagbesteding (WMO)
708.026
Totaal bijgestelde doorbelasting
4.083.924
3.647.433
TOTAAL BEGROOT NA WIJZIGINGEN
21.541.625
20.837.850 17.899.736
3.270.892
4.330.711
3.647.373
18.801.614 16.815.835
Tabel: Uitdraai realisatiecijfers Wmo 2019-2023 Realisatie 2023
2022
2021
2020
2019
2.256.627
2.609.202
2.087.514
2.415.833
2.379.113
-27.075
-21.544
-15.960
-14.546
-18.375
Totaal realisatie voorzieningen WMO, zwaarte 10 algemene 600109 voorzieningen WMO 600111
Inkomsten Leges Invalidenparkeerkaart
WMO, zwaarte 20 maatwerk 600112 natura immaterieel
300
600113 WMO, zwaarte 20 algemeen
155.435
-90.759
127.290
70.883
70.428
WMO, zwaarte 30 maatwerk 600114 natura materieel
739.261
972.709
767.934
1.052.816
754.696
33
WMO, zwaarte 30 maatwerk 600115 natura immaterieel
0
11.632.661
11.040.485
10.184.604
8.057.666
11.395
64.375
75.438
19.168
600117 WMO, zwaarte 30 eigen bijdrage
-439.986
-428.582
-431.649
-297.291
600125 WMO, zwaarte 30 PGB
775.445
844.607
954.688
839.032
1.681.552
1.825.314
2.375.449
2.706.919
-116.000
-1.692.000
-2.217.000
45.000
-8.337
7.240
WMO, zwaarte 30 opvang en 600116 beschermd wonen
WMO, zwaarte 40 maatwerk 600127 immaterieel 600187 WMO Reserve mutaties
-285.000
600283 Woningontruimingen 666000 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
1.312.946
667100 Huishoudelijke hulp (WMO)
6.108.130
667110 Begeleiding (WMO)
5.709.862
667120 Dagbesteding (WMO)
2.192.100
667132 Woningontruimingen
2.534
668100 Beschermd wonen (WMO)
-1.532.097
Maatschappelijke- en 668110 vrouwenopvang
-114.846
Totaal realisatie voorzieningen
16.517.877
17.006.337
14.628.517
14.466.515
14.556.357
600187 WMO Reserve mutaties
-285.000
-116.000
-1.692.000
-2.217.000
45.000
Totaal realisatie exclusief reserve mutaties
16.802.877
17.122.337
16.320.517
16.683.515
14.511.357
Doorbelasting WMO, zwaarte 10 algemene 600109 voorzieningen WMO
4.379
600113 WMO, zwaarte 20 algemeen
-844.914
WMO, zwaarte 30 maatwerk 600114 natura materieel
1.870.213
1.652.530
1.897.022
1.836.091
WMO, zwaarte 30 maatwerk 600115 natura immaterieel
1.553.550
1.403.706
1.503.405
1.623.720
WMO, zwaarte 30 opvang en 600116 beschermd wonen
223.670
214.656
930.284
67.771
600117 WMO, zwaarte 30 eigen bijdrage
34
1.600.205
10.946
600125 WMO, zwaarte 30 PGB
678.473
WMO, zwaarte 40 maatwerk 600127 immaterieel
270.907
666000 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
472.017
667100 Huishoudelijke hulp (WMO)
1.185.672
667110 Begeleiding (WMO)
118.004
667120 Dagbesteding (WMO)
708.026
Totaal doorbelasting
4.083.924
3.647.433
3.270.892
4.330.711
TOTAAL REALISATIE
20.601.801
20.653.770
17.899.409
18.797.226 18.203.730
35
3.647.373
Bijlage 3 - Uitkomsten benchmark gemeenten naar gebruik Vergelijking Wmo totaal
Gemeentenaam
Aantal inwoners
Aantal tov klantpote Inwoners Aandeel ntieel met FKG tov FKG
Aandeel WMO65+ gebruikers
Gorinchem
37.632
7.053
2.805
39,77%
11.420
25%
Heerenveen
51.119
11.568
4.621
39,95%
14.557
32%
Westellingwerf
26.278
6.517
1.842
28,26%
8.410
22%
Ooststellingwerf
25.680
6.433
2.208
34,32%
8.123
27%
Opsterland
29.791
6.720
1.896
28,21%
7.875
24%
Middelburg
49.199
11.424
3.646
31,92%
13.460
27%
Roosendaal
77.244
17.196
6.636
38,59%
24.583
27%
Smallingerland
55.895
12.340
4.762
38,59%
16.432
29%
Súdwest-Fryslân
90.300
21.029
7.223
34,35%
25.364
28%
Gemiddeld
34,88%
27%
Vergelijking WMO Huishoudelijke hulp
Gemeentenaam
Aantal tov Aandeel klantpote Inwoners Aandeel 65+ Gebruikers HH ntieel met FKG tov FKG
Aantal inwoners
Gorinchem
37.632
7.053
1.329
18,84%
11.420
12%
Heerenveen
51.119
11.568
2.106
18,21%
14.557
14%
Westellingwerf
26.278
6.517
959
14,72%
8.410
11%
Ooststellingwerf
25.680
6.433
994
15,45%
8.123
12%
Opsterland
29.791
6.720
1.009
15,01%
7.875
13%
Middelburg
49.199
11.424
1.564
13,69%
13.460
12%
Roosendaal
77.244
17.196
2.989
17,38%
24.583
12%
Smallingerland
55.895
12.340
2.168
17,57%
16.432
13%
Súdwest-Fryslân
90.300
21.029
3.517
16,72%
25.364
14%
Gemiddeld
Vergelijking WMO Thuisondersteuning
36
16,40%
13%
Gemeentenaam
Gebruikers Aantal tov Aandeel thuisondersteu klantpote Inwoners Aandeel 65+ ning ntieel met FKG tov FKG
Aantal inwoners
Gorinchem
37.632
7.053
497
7,05%
11.420
4%
Heerenveen
51.119
11.568
1.208
10,44%
14.557
8%
Westellingwerf
26.278
6.517
529
8,12%
8.410
6%
Ooststellingwerf
25.680
6.433
477
7,41%
8.123
6%
Opsterland
29.791
6.720
449
6,68%
7.875
6%
Middelburg
49.199
11.424
918
8,04%
13.460
7%
Roosendaal
77.244
17.196
1.354
7,87%
24.583
6%
Smallingerland
55.895
12.340
1.304
10,57%
16.432
8%
Súdwest-Fryslân
90.300
21.029
1.970
9,37%
25.364
8%
Gemiddeld
8,39%
7%
Vergelijking WMO Hulpmiddelen en Diensten
Gemeentenaam
Gebruikers Aantal tov Aandeel thuisondersteu klantpote Inwoners Aandeel 65+ ning ntieel met FKG tov FKG
Aantal inwoners
Gorinchem
37.632
7.053
1.962
27,82%
11.420
17%
Heerenveen
51.119
11.568
2.886
24,95%
14.557
20%
Westellingwerf
26.278
6.517
955
14,65%
8.410
11%
Ooststellingwerf
25.680
6.433
1.516
23,57%
8.123
19%
Opsterland
29.791
6.720
1.011
15,04%
7.875
13%
Middelburg
49.199
11.424
2.377
20,81%
13.460
18%
Roosendaal
77.244
17.196
4.760
27,68%
24.583
19%
Smallingerland
55.895
12.340
3.009
24,38%
16.432
18%
Súdwest-Fryslân
90.300
21.029
4.593
21,84%
25.364
18%
Gemiddeld
37
22,30%
17%
Bijlage 4 - Bestuurlijke reactie ‘Beheersing kosten Wmo-voorziening’
38