Bijlage 2. ETFAL-ondebouwing Bopa
Tekst van het document
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes
Onderbouwing effecten fysieke leefomgeving 19 maart 2025
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes Onderbouwing effecten fysieke leefomgeving
COLOFON Opdrachtgever
: Gemeente Heerenveen
Auteur
: E. Venema
Rapportnummer
: 22-753-80
Versie
: Concept
Datum
: 19 maart 2025
INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Projectgebied Het omgevingsplan Leeswijzer
1 1 1 2 3
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Projectbeschrijving Uitgangssituatie Voorgenomen ontwikkeling Inpassing bij omgevingswaarden Ruimtelijke kwaliteit
4 4 5 6 8
3 3.1 3.2 3.3
Beleid en regelgeving Rijksbeleid en rijksregels Provinciaal beleid en provinciale regels Gemeentelijk beleid
9 9 10 11
4 Aspecten fysieke leefomgeving 4.1 Algemeen 4.2 Zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand 4.3 M.e.r.-beoordeling 4.4 Cultuurhistorische waarden 4.5 Beschermen van gezondheid 4.6 Bedrijfsactiviteiten en milieuzonering 4.7 Geluidaandachtsgebieden 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Bodemkwaliteit 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Omgevingsveiligheid 4.12 Natuur 4.13 Waterparagraaf 4.14 Kabels, leidingen en beperkingsgebieden
12 12 12 12 13 15 15 16 16 17 17 18 18 19 20
5 5.1 5.2 5.3
Uitvoerbaarheid Algemeen Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
22 22 22 23
6 6.1 6.2 6.3
Afweging en conclusie Algemeen Afweging Conclusie
24 24 24 24
Bijlagen Bijlage 1 Stikstofberekening Bijlage 2 Watertoets
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Het schoolgebouw van obs Albertine Agnes aan de Prins Bernhardweg 33 in Oranjewoud is verouderd. De school en kinderopvang worden daarom gehuisvest in een nieuw te bouwen kindcentrum. Het bouwplan voor het kindcentrum is in een uitgebreid ontwerp- en participatieproces tot stand gekomen en past op zichzelf binnen de kaders van het omgevingsplan van de gemeente Heerenveen. Naast de herbouw van het schoolgebouw wordt ook voorzien in een aanpassing van de ontsluiting en de realisatie van een parkeervoorziening op het naastgelegen terrein. Aan dit terrein is een functie als groenvoorziening toegedeeld, waarbinnen de wegen en parkeervoorzieningen in ondergeschikte mate mogelijk zijn. De parkeervoorziening, in combinatie met de ontsluitingsvoorzieningen, horen functioneel bij de school en hebben een effect op de uitstraling van de groenvoorziening, waarmee deze niet als ‘ondergeschikt aan de groenvoorziening’ gezien kunnen worden. Daarom is besloten voor deze onderdelen van het project een omgevingsvergunning Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (Bopa) aan te vragen. Deze onderbouwing vormt een toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning en toetst het bouwplan aan de geldende beleidskaders en instructieregels en aan, de voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante, aspecten.
1.2
Projectgebied Het projectgebied omvat een deel van de groenvoorziening die ten westen van de schoollocatie en de daarvóór gesitueerde woning (Prins Bernhardweg 35) ligt. Het betreft het kadastrale perceel gemeente Knijpe, nummer E-328. De ligging van het projectgebied is op een topografische kaart weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1
Ligging van het projectgebied
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
1
1.3
Het omgevingsplan Het projectgebied is geregeld in het Omgevingsplan gemeente Heerenveen. Het gaat op moment van schrijven om het ‘tijdelijk omgevingsplan’, dat van rechtswege op 1 januari 2024 in werking is getreden en waarin primair de verschillende (ontwerp)bestemmingsplannen en de gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving en de ‘Bruidsschat’, zijn opgenomen.
1.3.1
Bestemmingsplannen Het projectgebied valt binnen het op 14 oktober 2013 vastgestelde bestemmingsplan Beschermd Dorpsgezicht Het Oranjewoud. Het heeft hierin de bestemming ‘Groen’. De gronden zijn primair bestemd voor beplanting en bebossing en groenvoorzieningen zoals plantsoenen, bermen, groenstroken en daarmee gelijk te stellen voorzieningen. Daaraan ondergeschikt zijn verschillende voorziening, waaronder wegen en parkeren mogelijk. Verder zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’ en ‘Waarde – Beschermd Dorpsgezicht’ van toepassing. Binnen deze bestemmingen worden respectievelijk de archeologische verwachtingswaarde en de cultuurhistorische waarden van het Beschermd Dorpsgezicht beschermd. Een fragment van de plankaart van het geldende bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2.
Figuur 1.2
Fragment plankaart geldend bestemmingsplan
Strijdigheid De aanvraag ziet op het aanleggen van een parkeervoorziening ten behoeve van de naastgelegen school (bestemming ‘Maatschappelijk’). Het is dan de vraag of deze voorziening ondergeschikt zijn aan de groenvoorzieningen. Ondergeschikt gebruik betekent dat dit van beperkte functionele en/of ruimtelijke omvang moet zijn ten opzichte van de hoofdfunctie, zodat die hoofdfunctie, wat aard, omvang en verschijningsvorm betreft, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfuncties herkenbaar blijven.
2
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
Of de beoogde voorziening strijdig is, is ten dele interpretabel. De parkeervoorziening, in combinatie met de ontsluitingsvoorzieningen, horen functioneel bij de naastgelegen school en hebben door de ligging enige impact op de uitstraling van de voorziening. Daarom is besloten de voorziening als afwijking van het omgevingsplan (Bopa) aan te vragen. Vergunningplicht kappen boom Verder is het op basis van artikel 21.3.1 van het bestemmingsplan verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, laan- en/of wegbegeleidende beplanting en/of bomen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - historische lanen- en wegenstructuur' te kappen. Dit is van toepassing op de te kappen boom aan de Prins Bernhardweg. De vergunning kan worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden. Deze motivering dient ook ter onderbouwing hiervan. 1.3.2
Andere verordeningen Er zijn geen andere, voor dit project relevant, verordeningen opgenomen in het omgevingsplan.
1.3.3
De bruidsschat De bruidsschat bestaat uit ongeveer 600 regels uit het voormalige Activiteitenbesluit, Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht (Bor). De regels hebben betrekking op een grote diversiteit aan onderwerpen, zoals horeca, detailhandel, recreatie, lozingen, emissies van geluid, geur en trillingen door bedrijven en bouwen. De regels zijn aangepast aan de terminologie van de Omgevingswet. Dit is beleidsneutraal of beleidsarm gedaan: de essentie van de regels is ongewijzigd. De gemeente heeft de taak om uiterlijk in 2032 alle bruidsschatregels hebben verwerkt tot eigen regels, of hebben laten vervallen.
1.4
Leeswijzer Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het project, dat met de Bopa mogelijk wordt gemaakt. Daar wordt zowel de huidige of uitgangssituatie, als de beoogde situatie beschreven en wordt ingegaan op de inpasbaarheid van dit project bij de zichtbare waarden. Vervolgens toetst hoofdstuk 3 dit project aan de omgevingsvisies en instructieregels van het rijk en de provincie en aan het gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 vormt de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij de omgevingswaarden en milieu- en gezondheidsaspecten centraal staan. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Hoofdstuk 6 geeft ten slotte een beknopte afweging en conclusie voor het verlenen van de Bopa.
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
3
2
Projectbeschrijving
2.1
Uitgangssituatie Het projectgebied betreft een deel van een speelveld/groenvoorziening van ongeveer een hectare in omvang, gelegen aan de historische laan Prins Bernhardweg in Oranjewoud en is een aangemerkt als van belang zijnde open ruimte in de ruimtelijke structuur van Het Oranjewoud. De locatie was tot in de 21ste eeuw een agrarisch perceel, maar is met de ontwikkeling van het woongebied Skoatterwâld, omstreeks 2005 aangewend als speelveld tussen twee langzaam verkeersverbindingen in het verlengde van de Mauritslaan en de Willem Lodewijklaan. Het perceel heeft mede een functie gekregen als speel- en sportveld bij de aangrenzende basisschool Albertine Agnes. Langs het oostelijk gelegen pad is in dezelfde periode een parkeervoorziening voor deze school aangelegd. Het perceel is gelegen tussen een bosperceel en de percelen van de school en het daarvoor gelegen woonhuis aan de Prins Bernhardweg 33. Een luchtfoto van de locatie is weergegeven in figuur 2.1. Een aanzicht op het perceel is weergegeven in figuur 2.2.
Figuur 2.1
4
Luchtfoto projectgebied
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
Figuur 2.2
2.2
Aanzicht op het perceel
Voorgenomen ontwikkeling De aanvraag hangt samen met de ontwikkeling van het kindcentrum (KC) Albertine Agnes. Met dit project wordt de realisatie van een nieuw eigentijds schoolgebouw voorgestaan. Dit project is als geheel met zorg voor de omgevingskwaliteiten tot stand gekomen. De school wordt ingepast in een besloten bosstructuur en wordt gericht op de onderhavige groenvoorziening, als zijnde een open groene kamer. De school krijgt hier, net als in de bestaande situatie, een hoofdtoegang op. Om een al bestaand knelpunt met betrekking tot de verkeerssituatie bij halen, brengen en parkeren op te lossen, is gekozen voor een parkeeroplossing aan de voorzijde van de groenvoorziening, tussen de twee paden. De weg tussen de twee paden wordt voorzien van een klinkerverharding, maar de parkeervoorzieningen wordt uitgevoerd in graskeien. Het grootste deel van de parkeerplaatsen zijn voor bezoekers (halen en brengen) en zal in de regel leeg staan. Deze komen daarom zoveel mogelijk open op het perceel te liggen. De oostelijk gelegen parkeerplaatsen zijn bedoeld voor personeel. Omdat hier langer auto’s zullen staan, worden deze ingepast met een lage houtwal die het zicht op geparkeerde auto’s beperkt. Aan weerzijde van de ontsluiting worden fietsenstallingen binnen beukenhagen voorzien en wordt de bestaande entree opgewaardeerd. Er worden hier geen gebouwen of overkappingen gebouwd.
Voor de ontwikkeling moeten vier bomen worden gekapt, waarvan één boom in de laanbeplanting langs de weg. Hiervoor geldt op basis van het omgevingsplan (tijdelijk deel) een vergunningplicht voor werken en werkzaamheden. In het voortraject zijn meerdere studies gedaan met alternatieven. Vanuit dit proces is een voorkeursvariant gekozen, mede op advies van Hûs en Hiem en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. De situatietekening van de genoemde voorzieningen op het perceel is weergegeven in figuur 2.3.
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
5
Figuur 2.3
2.3
Situatietekening
Inpassing bij omgevingswaarden Het project vindt plaats binnen het beschermd dorpsgezicht van Het Oranjewoud. De percelen aan de noordzijde van de Prins Bernhardweg vormen de rand van dit beschermde gebied. Specifieke waarden voor dit gebied zijn de afwisseling tussen visueel open en gesloten gebieden en de scherpe overgangen tussen deze gebieden en ook de historische wegen en lanenstructuur met de laanbeplantingen en paden. Daarnaast zijn de buitenplaatsen, met bebouwing (inclusief voormalige bedrijfswoningen), tuinen en de recreatie-elementen en houtsingels beschermde waarden in het gebied. Bij het besluit aanwijzing Beschermd Dorpsgezicht Het Oranjewoud d.d. 29 juni 2012
6
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
zit een waarderingskaart, waarop enkele waarden zijn aangegeven. Een fragment hiervan is weergeven in figuur 2.4. Hierop is de groenvoorziening aangemerkt als open ruimte. Verder is de Prins Bernhardweg aangemerkt als onderdeel van de historische lanen- en wegenstructuur. Het kappen van bomen langs deze structuur is aan een vergunningplicht gekoppeld. Die vergunning kan alleen worden verleend als er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden.
Figuur 2.4
Fragment waarderingskaart (aanwijzingsbesluit)
Het ontwerp van de school en de voorzieningen in de groenvoorziening zijn met veel zorg voor de omgevingswaarden tot stand gekomen. De open ruimte blijft als zodanig goed herkenbaar. Nieuwe beplanting die dient ter inpassing van fietsen en auto’s die langer aanwezig zijn (dan enkel halen en brengen), wordt concentreert op de oostzijde, waar nu ook al enige beslotenheid door beplanting is. Het kappen van één boom uit de laan langs de weg leidt niet tot een onevenredige afbreuk aan de laanstructuur. Deze structuur blijft als geheel goed herkenbaar. Het is niet gebiedsvreemd om een opening in de laan te hebben ter plaatse van een uitrit. De ingrepen in het beschermd dorpsgezicht worden uiteindelijk getoetst door de welstandscommissie Hûs & Hiem en door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), die hierover advies uitbrengen. Uit vooroverleg met deze diensten is gebleken dat het project kan rekenen op een positief advies.
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
7
2.4
Ruimtelijke kwaliteit Voor plannen in het landelijk gebied moet op basis van het provinciaal beleid aangegeven worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van de nieuwe functies en hoe het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. In de structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' heeft de provincie Fryslân het belang, dat zij hecht aan goede verankeringen van ontwikkelingen in het landschap, aangegeven. Op basis van de uitgangspunten uit deze structuurvisie is de voorgenoemde ontwikkeling getoetst. Het is van belang dat de ontwikkeling op een verantwoorde manier wordt ingepast in het landschap. Volgens de kaart bij de structuurvisie ligt Oranjewoud in de Zuidelijke Wouden. In dit gebied is een aantal plekken waarbij de landschappelijke inrichting sterk gekoppeld is aan de ordening en verschijningsvorm van de bebouwing aangemerkt als provinciaal belang. Oranjewoud is één van deze plekken. De provincie zet hier in op het beschermen van deze bijzondere ensembles. De inpassing in dit gebied is in paragraaf 2.3 in hoger detail beschreven.
8
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
3
Beleid en regelgeving
3.1
Rijksbeleid en rijksregels
3.1.1
Nationale omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken. Het doel is te kiezen voor slimme combinaties van functies, uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 16 aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVEX-gebied. Het projectgebied valt niet in één van deze gebieden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Gezien het hoge abstractieniveau van de nationale belangen uit de NOVI, heeft het NOVI geen directe implicaties voor de ontwikkeling en kan de voorgenomen ontwikkeling in algemene zin bijdragen aan de belangen uit het NOVI. Het NOVI heeft geen consequenties voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.1.2
Instructieregels Rijk (AMvB’s) Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een aantal besluiten in werking getreden. Het gaat om het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit. Het Bal stelt rijksregels aan (milieu)activiteiten, het Bkl gaat voornamelijk over omgevingswaarden en beperkingengebieden (onder andere natuur en water) en het Bbl stelt regels aan veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en over het DSO. Het project wordt aan deze regels getoetst in hoofdstuk 4. Voortbouwend op de hiervoor genoemde AMvB’s, stelt de Omgevingsregeling eisen aan omgevingsplannen in aangewezen gebieden. Het gaat dan om beperkingengebieden van nationaal belang. Deze regeling volgt de voormalige Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) op. Voor het projectgebied gelden geen specifieke beperkingsgebieden die relevant zijn voor het project.
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
9
3.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
3.2.1
Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt onder andere voor leefbaarheid en voorkomt leegstand en verpaupering van bebouwing. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie, door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving. Dit plan voorziet in de herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied. De provincie bevordert verder de natuurinclusiviteit bij nieuwe ontwikkelingen. Ook het rekening houden met een veranderend klimaat bij nieuwe ontwikkeling een provinciale ambitie. De Provincie streeft naar een robuust watersysteem. Paragraaf 4.13 gaat hier verder op in.
3.2.2
Instructieregels provincie Het projectgebied valt binnen het werkingsgebied van de Omgevingsverordening provincie Fryslân. Deze onderbouwing beperkt zich tot hoofdstuk 2, ruimtelijk omgevingsbeleid, voor zover relevant: Artikel 2.1 De omgevingsverordening gaat uit van het principe ‘Omgevingskwaliteiten als basis’. In een omgevingsplan (of afwijking daarvan) wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de archeologische waarden en de archeologische verwachtingswaarden, waarbij gebruik wordt gemaakt van FAMKE. Paragraaf 4.4 gaat hierop in. Ook moet worden gemotiveerd op welke wijze het plan rekening houdt met de landschappelijke- en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zoals omschreven in Grutsk op ‘e Romte. Paragraaf 2.4 geeft deze motivering. Artikel 2.3 De omgevingsverordening vraagt bij nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied, een onderbouwing van het principe van zuinig- en meervoudig ruimtegebruik. Een ‘nieuwe functie’ is het veranderen van een functie, anders dan het vervangen van een functie door een functie van gelijke aard, omvang en karakter. Op basis van deze definiëring stelt dit project geen nieuwe functie voor. De locatie is aangemerkt als ‘stedelijk groen’, waarbinnen allerlei voorzieningen, waaronder wegen en parkeren zijn toegestaan.
Aangezien de gehele zone langs de Prins Bernhardweg is aangemerkt als landelijk gebied, is het ook niet mogelijk om in het bestaand stedelijk gebied te voorzien de aangevraagde onderdelen. Bovendien worden de voorzieningen zodanig ingepast, dat de locatie haar functie als groenvoorziening ook behoudt. Er is daarmee sprake van zuinig en meervoudig ruimtegebruik. Artikel 2.5 Ook vraagt de Omgevingsverordening de effecten op gezondheid en veiligheid af te wegen, wateroverlast of overstroming vanuit de Friese Boezem te voorkomen en te borgen dat waterrobuust wordt gebouwd. Hoofdstuk 4 beschrijft deze onderwerpen.
10
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Heerenveen 2040 De gemeente heeft op 8 juli 2021 de Omgevingsvisie Heerenveen 2040 vastgesteld. Deze bevat het integrale beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving. In de visie staan de ambities, kernopgaven en de uitgangspunten van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Eén van de kernopgaven van de gemeente is het zorgen voor gezonde, klimaatbestendige en leefbare wijken en dorpen. Ook worden de kwaliteiten van de gemeente, waaronder de historie van de veenontginning, gekoesterd. Vanuit deze opgaven is het belangrijk om het voorzieningenniveau op peil te houden, zonder dat dit ten kosten gaat van de omgevingskwaliteit. Het project is hier een goed voorbeeld van. Het bieden van goede en veilige ontsluitingsvoorzieningen voor de lokale basisschool, met inachtneming van de kwaliteiten van Het Oranjewoud, sluit aan bij de ambities van de gemeente, zoals neergelegd in de Omgevingsvisie.
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
11
4
Aspecten fysieke leefomgeving
4.1
Algemeen In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet en de instructieregels uit het Bkl en de provinciale verordeningen (art. 8.0b).
4.2
Zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand
4.2.1
Wettelijk kader De Ladder duurzame verstedelijking kan hier onderdeel van zijn (schaarse ruimte, zie ook Bkl: is onderdeel van de paragraaf over het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (§ 5.1.5 van het Bkl). Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: 1. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en 2. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.
4.2.2
Toetsing en conclusie Dit project maakt geen stedelijke ontwikkeling mogelijk en komt zodoende niet in aanmerking voor een laddertoets. Wel is er een evidente behoefte aan een adequate ontsluiting- en parkeervoorziening voor de school en wordt deze, zoals gemotiveerd in paragraaf 2.3, op een zorgvuldige wijze ingepast op het aansluitende terrein, waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden gerespecteerd. Hiermee is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik.
4.3
M.e.r.-beoordeling
4.3.1
Wettelijk kader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een Bopa volledig is, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is wordt afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. De lijst bestaat uit vier kolommen, waarbij in kolom 1 de betreffende projecten zijn benoemd, in kolom 2 de mer-plichtige activiteiten zijn opgenomen in kolom 3 de mer-beoordelingsplichtige activiteiten. Kolom 4 geeft aan bij welke besluiten de project-mer-(beoordelings)plicht geldt. Waar een omgevingsplan wordt genoemd, geldt dat ook een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt bedoeld.
12
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
4.3.2
Toetsing en conclusie Het project zou kunnen vallen onder de categorie J11 uit bijlage V van het Ob, namelijk een stedelijk ontwikkelingsproject. Op basis van vaste jurisprudentie op basis van de oude wetgeving kan dit echter niet als zodanig worden aangemerkt. De locatie is perceelsgebonden, er is geen toename van bebouwing en het project heeft geen bovenregionaal verzorgingsgebied. Daarmee is het project niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het besluit. Er is daarmee geen spraken van een m.e.r. plicht of m.e.r. beoordelingsplicht. Overigens blijkt uit de beoordeling in de navolgende paragrafen dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden.
4.4
Cultuurhistorische waarden
4.4.1
Wettelijk kader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
4.4.2
Archeologie In de wet zijn archeologische resten beschermd. Het basisbeginsel van de archeologie is sinds 2007; behoud ‘in situ’ ofwel in de bodem op de plek zelf. Als het niet mogelijk is archeologische vindplaatsen te behouden dan wordt een opgraving uitgevoerd. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische in bepaalde gebieden zijn op basis van landschappelijk, historisch en archeologisch onderzoek archeologische gemeentelijke verwachtingskaarten opgesteld. Om de archeologische waarden voor het plangebied vast te stellen is de FAMKE geraadpleegd. Een fragment van deze kaarten is weergegeven in figuur 4.1.
Figuur 4.1
Fragment FAMKE
Voor de periode ijzertijd - middeleeuwen valt het projectgebied in het gebied waar het advies om bij ingrepen van meer dan 5.000 m² een archeologisch onderzoek te verrichten (beige). Voor de
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
13
periode steentijd – bronstijd valt het projectgebied in een zone waar op enige diepte archeologische resten uit de steentijd aanwezig kunnen zijn (oranje). Hier wordt bij ingrepen groter dan 500 m2 archeologisch onderzoek geadviseerd. Dit advies is in het omgevingsplan van de gemeente overgenomen. Voor ingrepen groter dan 500 m2 én dieper dan 50 cm is het uitvoeren van archeologisch onderzoek nodig. Voor de herbouw van de school is een archeologisch onderzoek uitgevoerd, op basis waarvan geen vervolgonderzoek wordt geadviseerd. Voor de ontwikkeling in het projectgebied geldt dat voor het graven van cunetten voor de wegen en de parkeerplaatsen geen ingrepen dieper dan 50 cm aan de orde zijn. Het project is daarmee vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de gemeente Heerenveen. Andere cultuurhistorische waarden Om na te gaan of sprake is van cultuurhistorische waarden in de omgeving, is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Een fragment van deze kaart is weergeven in figuur 4.2. Het beschermd dorpsgezicht van Oranjewoud is hierop aangegeven. Ook ligt het project op de locatie van een historische boerderijplaats. Ook is de Prins Bernhardweg aangemerkt als historische route.
Figuur 4.2
Fragment CHK Fryslân
Zoals aangegeven in paragraaf 2.3 is de inrichting met zorg voor de kwaliteiten van het beschermd dorpsgezicht van Het Oranjewoud tot stand gekomen. Voor de boerderijplaats geldt dat de oorspronkelijke erfinrichting is met de tijd is verdwenen, waarmee de historische waardering niet langer beleefbaar is. De aanleg van de parkeervoorziening doet zodoende geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden van het gebied, zoals aangegeven op de CHK.
14
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
4.5
Beschermen van gezondheid
4.5.1
Wettelijk kader Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet (artikel 1.3 sub a). De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet wordt dit aspect breed gemotiveerd. Van belang is dat de kwaliteit van de leefomgeving door de activiteit verbetert of in elk geval niet (onevenredig) verslechtert. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in de hiernavolgende paragrafen gemotiveerd. Deze paragraaf beperkt zich tot het beschermen van gezondheid in algemene zin. Dus op de vraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid.
4.5.2
Toetsing en conclusie Met dit project hangen geen bijzondere omstandigheden samen, waardoor het verlenen van de vergunning in potentie leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid.
4.6
Bedrijfsactiviteiten en milieuzonering
4.6.1
Wettelijk kader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van geur- en geluidgevoelige gebouwen en functies, maar ook om te zorgen dat bedrijfsactiviteiten niet worden beperkt. De VNG handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ biedt hiervoor een handvat. Deze nieuwe uitgave (oktober 2024) gaat over activiteiten als bedoeld in de paragrafen 5.1.4.2 (Geluid door activiteiten) en 5.1.4.6 (Geur) van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvoor instructieregels zijn opgesteld. In tegenstelling tot de eerdere uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) wordt niet uitgegaan van richtafstanden, maar van de inpasbaarheid van de benodigde gebruiksruimte voor geluid en geur in een bepaald gebied (zones). Omdat de regeling vooral gericht is op het formuleren van regels in het omgevingsplan en deze implementatie nog niet heeft plaatsgebonden, kan gebruik worden gemaakt van een in de handreiking opgenomen transponering (omzetting) van richtafstanden naar posities binnen zones. Hierbij wordt voor geluid onderscheid gemaakt tussen rustige woongebieden en gemengde gebieden. Uiteindelijk moet bij gevoelige gebouwen worden voldaan aan de grenswaarden uit artikel 5.65 Bkl en artikel 22.63 van het Omgevingsplan (onderdeel Bruidsschat).
In het Bkl worden de geur- en geluidgevoelige gebouwen en functies aangewezen die in ieder geval beschermd moeten worden. Hieronder vallen ook gebouwen met een woonfunctie, gebouwen voor onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang. In het kader van de afweging van een evenwichtige toedeling van functies, worden ook andere verblijfsobjecten beoordeeld.
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
15
4.6.2
Toetsing en conclusie De parkeervoorziening is op zichzelf geen milieubelastende functie. Deze is wel onderdeel van de school. Dit is een voorziening die al lange tijd op deze plek aanwezig is. In de huidige situatie zijn ook al parkeerplekken aanwezig langs de rand van de groenvoorziening. De parkeerplekken worden in de nieuwe situatie verder van de aanwezige woningen gesitueerd. Er kan daarmee op voorhand worden uitgesloten dat dit tot onevenredige hinder leidt. Vanuit dit aspect bestaan dan ook geen belemmeringen voor dit project.
4.7
Geluidaandachtsgebieden
4.7.1
Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid in relatie tot een hoge geluidbelasting zijn geluidaandachtsgebieden bepaald. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Dit aspect is behandeld in paragraaf 4.6. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Voor provinciale- en rijkswegen geldt dat de provincie c.q. het rijk verantwoordelijk is voor geluid langs de wegen.
Om de onbeheerste groei aan geluid tegen te gaan, zal het systeem van Geluidproductieplafonds (GPP) worden gebruikt. Voor 2026 moeten de Geluidproductieplafonds worden vastgesteld. Zolang deze niet zijn vastgesteld, blijft de Wet geluidhinder van toepassing. In tabel 5.78t zijn standaardwaarden voor geluid op geluidsgevoelige gebouwen als gevolg van wegverkeer opgenomen. Voor gemeentewegen is dit 53 dB (etmaalintensiteit).
4.7.2
Toetsing en conclusie Een parkeerterrein is niet een gevoelige functie voor geluid en hoeft daarom niet te worden getoetst aan geluidaandachtsgebieden.
4.8
Luchtkwaliteit
4.8.1
Wettelijk kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10).
16
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. 4.8.2
Toetsing en conclusie In Fryslân zijn geen algemene knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in Oranjewoud en omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. Met dit project worden geen functies voorgesteld die mogelijk een effect hebben op de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
4.9
Bodemkwaliteit
4.9.1
Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang: • beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.
4.9.2
Toetsing en conclusie Het perceel betreft geen verdachte locatie voor bodemverontreiniging. Vrijkomende grond wordt toegepast binnen hetzelfde perceel. Dit is niet aan restricties verbonden.
4.10
Verkeer en parkeren
4.10.1
Wettelijk kader Verkeer en parkeren worden gezien als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De toename aan functies zorgen voor verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s, fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn.
4.10.2
Toetsing en conclusie Het project is gericht op de realisatie van een adequate parkeervoorziening voor de naastgelegen school en heeft daarmee een positief effect op de verkeersafwikkeling.
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
17
4.11
Omgevingsveiligheid
4.11.1
Wettelijk kader De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar via de Atlas Leefomgeving.
4.11.2
Toetsing en conclusie Het project vindt niet plaats in een aandachtsgebied voor omgevingsveiligheid. Vanuit dit aspect bestaan dan ook geen belemmeringen voor dit project.
4.12
Natuur
4.12.1
Wettelijk kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).
4.12.2
Gebiedsbescherming Het projectgebied heeft geen status als Natura-2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Deelen. Dit gebied ligt op 8 kilometer afstand. Gezien de aard van de ingreep doet het voornemen naar verwachting geen afbreuk aan de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000gebieden. Een onderzoek in het kader van natuurbescherming is niet nodig. In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitats die (bijna) overbelast zijn liggen in de Rottige Meethe & Brandemeer en Van Oordt’s Mersken, op ongeveer 10 kilometer afstand vanaf het projectgebied. In dit kader is een stikstofonderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 1. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een stikstofbijdrage. Het bosgebied aan de overzijde van de Prins Bernhardweg is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Een project mag geen afbreuk doen aan de wezenlijke waarden en kenmerken van dit gebied. Gelet op de aard en omvang van dit project, is dat in redelijkheid uitgesloten.
4.12.3
Soortenbescherming Op basis van het literatuuronderzoek en de kenmerken van het project wordt geconcludeerd dat er beschermde vleermuizen, algemene amfibieën, algemene grondgebonden zoogdieren, algemene ongewervelden en algemene beschermde (broed)vogels verwacht worden in de omgeving van het projectgebied. Ook komen mogelijk algemene grondgebonden zoogdieren, ongewervelden en amfibieën voor (zoals huisspitsmuis, egel en gewone pad). Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling (Provincie Friesland, 2016).
18
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
Het projectgebied zelf betreft een speelveld dat op zichzelf een lage ecologische potentie voor de voorgenoemde soorten had. Het project biedt kansen om de biodiversiteit te verhogen en daarmee de ecologische waarde te versterken. De aanlegfase heeft in principe niet geleid tot aantasting van het leefgebied van beschermde soorten en heeft zo niet tot conflicten met de regels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving geleid.
4.13
Waterparagraaf
4.13.1
Wettelijk kader Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Voor het inventariseren van de wateraspecten van een project wordt vaak een plan voor de waterhuishouding opgesteld of een plan met een andere benaming. In dit plan worden de wateraspecten niet alleen beschreven, maar ook wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor het project getroffen moeten worden. Hierbij vindt een toets plaats aan de waterkwaliteitsdoelstellingen uit de Kaderrichtlijn water. De beschrijving van wateraspecten kan onderverdeeld worden in verschillende subparagrafen. In deze paragrafen wordt achtereenvolgens een beschrijving gegeven van de relevante wetgeving en beleid, het opgestelde plan voor de waterhuishouding en volgens dat plan te treffen maatregelen. Hierbij worden de resultaten voorkomend uit het watertoetsproces betrokken. In het kader van de watertoets wordt over het plan advies gevraagd bij de betrokken waterbeheerder. Hoe met dit advies is omgegaan wordt in deze paragraaf toegelicht. Indien het advies niet wordt opgevolgd, dient de afwijking daarvan gemotiveerd te worden.
4.13.2
Weging van het waterbelang De watertoets is het rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. Het project ligt in het beheergebied van het Wetterskip Fryslân. Via de digitale watertoets is het project kenbaar gemaakt bij het wetterskip. Hieruit volgt dat de waterbelangen beperkt zijn. Vanwege de toename aan verharding geldt wel de normale procedure voor de watertoets. De uitgangspuntennotitie is opgenomen in bijlage 2. Waterveiligheid Het projectgebied ligt niet binnen de beschermingszones van waterkeringen. De waterveiligheid is met dit project niet in het geding. Drooglegging Bij de realisering van bebouwing en het aanleggen van verharding is het nodig om rekening te houden met voldoende drooglegging om bijvoorbeeld opdrijven van verharding te voorkomen. Het Wetterskip adviseert voor verhardingen een drooglegging van 0,70 m. Het projectgebied ligt in een peilgebied met een maatgevend peil van -0,70 m +NAP. Het onderhavige perceel ligt op ongeveer 0,10 m +NAP. Door op bestaande maaiveldhoogte aan te leggen, wordt voldaan aan de droogleggingsnorm.
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
19
Klimaatadaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Naast water robuust bouwen door voldoende aanleghoogte zijn problemen als droogte en hittestress belangrijke aandachtspunten om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren in steden en dorpen. Woningen, tuinen en de openbare ruimte moeten worden ingericht met het oog op de toekomst. Ter voorkoming van hittestress is te denken aan de aanleg van een groene buitenruimte, maar ook aanpassingen aan woningen in de vorm van extra isolatie of groene daken. Voor het tegen gaan van droogte is te denken aan de opslag van regenwater voor gebruik in droge tijden. Bij de inrichting van het projectgebied wordt hierop geanticipeerd door zoveel mogelijk gebruik te maken van waterdoorlatende verharding. Waterafvoer/berging Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water en/of watergangen moet volledig gecompenseerd worden.
Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. Compensatie is nodig bij een toename aan verharding van meer dan 200 m2 in het stedelijk gebied en 1.500 m2 buiten bestaand stedelijk gebied. Het projectgebied is door het waterschap aangemerkt als binnen de bebouwde kom. In het project wordt ongeveer 250 m2 aan klinkerverharding aangelegd en ongeveer gelijke oppervlakte aan halfverharding, dat voor 75% meetelt als verharding. De compensatieopgave is daarmee in principe ongeveer 45 m2. Compensatie is in dit geval niet doelmatig, omdat het afstromend hemelwater kan infiltreren voordat het in de sloot afstroomt. In overleg met Wetterskip Fryslân kan hier desondanks een invulling aan worden gegeven binnen het peilgebied. Waterkwaliteit Om een goede waterkwaliteit te realiseren is het nodig dat wordt voorkomen dat milieubelastende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn. Ook is het nodig dat gebouwd wordt met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval komt er vanuit het projectgebied enkele hemelwater. Dit kan vrij afstromen naar de omliggende watergangen.
4.14
Kabels, leidingen en beperkingsgebieden
4.14.1
Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden.
20
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
4.14.2
Toetsing In of nabij het projectgebied liggen geen planologisch relevante kabels of leidingen. Ook zijn er geen aangewezen beperkingsgebieden relevant voor het plan.
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
21
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Algemeen De bepaling over de uitvoerbaarheid uit het Besluit ruimtelijke ordening komt onder de Omgevingswet niet terug. De gemeente hoeft niet meer aannemelijk te maken dat een toegedeelde functie er ook zal komen. De gemeente geeft in haar omgevingsplan aan dat een functie op een zekere locatie ‘kan’ komen. Dat is minder verstrekkend. Pas als zich een concreet, binnen de toegedeelde functie passend, initiatief aandient wordt onderzocht 'hoe' dat op een aanvaardbare wijze gerealiseerd kan worden. Bij een Bopa die voldoende concreet is, moet dus de uitvoerbaarheid wel worden aangetoond.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Participatie Artikel 7.4 Or bevat aanvraagvereisten over participatie. Het aanvraagvereiste participatie geldt voor alle omgevingsvergunningen. De participatie bij omgevingsvergunningen wordt door de aanvrager gedaan voorafgaand aan de aanvraag. De gemeente Heerenveen heeft een lijst vastgesteld met gevallen waarvoor adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie onder de Omgevingswet geldt. In dit geval is in het kader van de ontwikkeling van KC Albertine Agnes is een uitgebreid participatietraject doorlopen. Een overzicht hiervan is inzichtelijk op onderstaande website: https://www.heerenveen.nl/actueel/praat-en-doe-mee/kindcentrum-albertine-agnes/ Daarnaast is met de directe buren ook nauw overleg geweest. Op deze manier is de buurt voldoende betrokken bij de totstandkoming van het project.
5.2.2
Advisering ketenpartners Deze onderbouwing wordt in het kader van het kader van afdeling 3.4 Awb ter advisering voorgelegd aan de betrokken ketenpartners (provincie, waterschap, brandweer).
5.2.3
Advies en instemming Op basis van het artikel 16.15a Omgevingswet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om zichzelf als adviseur aan te wijzen met recht van instemming. De gemeente Heerenveen heeft hiervoor een lijst vastgesteld met gevallen waarvoor adviesrecht gemeenteraad en verplichte participatie onder de Omgevingswet geldt. Hieronder vallen onder andere aanvragen binnen de bestaande stads- en dorpsgezichten, met een ruimtebeslag van meer dan 250 m 2. Daarom wordt voor dit initiatief een advies van de gemeenteraad gevraagd.
5.2.4
Procedure omgevingsvergunning Voor deze Bopa geldt de reguliere procedure voor de omgevingsvergunning, zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat er na verlenen van de vergunning de mogelijkheid bestaat tot het indienen van bezwaar en daarna beroep bij de rechtbank. Tot slot is er de mogelijkheid tot het indienen van hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
22
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
5.3
Economische uitvoerbaarheid
5.3.1
Financieel economische haalbaarheid De aanvraag ziet op de aanleg van een parkeervoorziening, behorende bij een openbare basisschool. De gronden zijn in de eigendom van de gemeente en de kosten worden gedragen door de gemeente, die hiervoor middelen beschikbaar heeft gesteld.
5.3.2
Kostenverhaal Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt in het concrete geval niet plaats via de omgevingsvergunning, maar door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Ook wel de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld genoemd. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. De aanleg van een parkeerterrein valt hier niet onder. Bovendien zijn de gronden in eigendom van de gemeente. Er is daarmee geen sprake van een kostenverhaal.
5.3.3
Nadeelcompensatie In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV Ob aangewezen als ‘verhaalbare kostensoorten’. In onderdeel A11 staat nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding door rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die een persoon onevenredig zwaar treft. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen directe en indirecte schade. Directe schade ontstaat omdat bestaande rechten worden ingeperkt. Indirecte schade heeft betrekking op toegevoegde activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie.
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
23
6
Afweging en conclusie
6.1
Algemeen Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze onderbouwing beschrijft de afweging die is gemaakt om tot deze conclusie te kunnen komen.
6.2
Afweging De aanvraag heeft betrekking op een beperkte planologische afwijking van het omgevingsplan, waarbij een parkeer- en ontsluitingsvoorziening ten behoeve van een te herbouwen school wordt gerealiseerd op een deel van een groenvoorziening, waar deze functies in ondergeschikte vorm zijn toegestaan. De inrichting is met zorg voor de cultuurhistorische waarde van het beschermd dorpsgezicht van Oranjewoud ontworpen, die ter plaatse met name tot uiting komt in het open karakter van de groenvoorziening. Het kappen van de boom in de laan langs de weg doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarde van de laan, aangezien de laanbeplanting als geheel in stand blijft en een onderbreking in de laan ter plaatse van uitritten niet gebiedsvreemd is. Het project is verder in overeenstemming met de instructieregels van het rijk en de provincie. Het project is verder met positief resultaat getoetst aan de aspecten voor een fysieke leefomgeving.
6.3
Conclusie Geconcludeerd wordt dat, gezien de nut/noodzaak gelet op het beleidskader en de effecten op de fysieke leefomgeving, er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
24
Oranjewoud - Parkeervoorziening KC Albertine Agnes 22-753-80 | Concept
Bijlage 1
MEMO
uw mail van:
uw kenmerk:
ons kenmerk:
datum:
-
-
22/753-80
18 maart 2025
Onderwerp: Stikstofberekening Oranjewoud, KC Albertine Agnes
Aanleiding Aan de Prins Bernhardweg in Oranjewoud wordt een basisschool herontwikkeld en wordt een parkeer- en ontsluitingsvoorziening gerealiseerd in een naastgelegen groenvoorziening. Dit project kan potentieel een effect hebben op de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Wanneer de kritische depositiewaarde al (bijna) wordt overschreden, heeft iedere toename van stikstof een potentieel negatief effect op het natuurgebied, waarmee op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving een vergunning, dan wel een passende beoordeling, nodig is. Wanneer de kritische depositiewaarde al (bijna) wordt overschreden, heeft iedere toename van stikstof een potentieel negatief effect op de natuur, waarmee een omgevingsvergunning natuur voor de Natura 2000-activiteiten in het kader van de Omgevingswet c.q. het Besluit kwaliteit leefomgeving nodig is. In dit geval is er in de gebruiksfase geen potentieel negatief effect, omdat er geen sprake is van een uitbreiding van de functies en door de verduurzaming juist minder gebouwemissies. Veiligheidshalve wordt het verkeer van en naar de school wel meegenomen in de berekening. Tijdens de aanlegfase kan er sprake zijn van tijdelijke emissies van stikstof door de inzet van materieel en transportbewegingen van en naar de locatie.
Daarom is op basis van de, in deze memo beschreven, uitgangspunten voor de aanlegfase en stikstofberekening gemaakt met het rekenprogramma AERIUS (versie 2024.1.2). De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige natuurwaarden liggen in het Natura 2000-gebied Rottinge Meenthe & Brandemeer, op ruim 11 kilometer afstand van het projectgebied.
Uitgangspunten De aanlegfase leidt tijdelijk tot een emissie van stikstof vanuit mobiele werktuigen en transport. De input voor AERIUS bestaat uit het aantal transporten (zwaar/middel/licht) en de hoeveelheid diesel die op de bouwplaats wordt verbruikt gedurende de inzet van bepaalde typen machines. Daarbij zijn de draaiuren en AdBlue toevoegingen ook relevante parameters. Voor het verbruik wordt uitgegaan van de vuistregel 0,1 liter/kW/uur. Uit praktijkcijfers onderzocht door TNO is dit gemiddeld overigens iets lager, circa 0,08 liter/kW/uur. Er wordt gebruik gemaakt van een machinepark van bouwjaar 2014 of jonger (Stage IV). Hierbij is een gemiddeld AdBlue verbruik van 5% is op basis van verschillende bronnen representatief. interra oer de feart 163 8502 cv joure 06-30843438 www.interra.nl ealse@interra.nl
Op basis van vergelijkbare werken is een reëel-hoge inschatting gemaakt van de machine-inzet en het transport. Het project wordt uitgevoerd van de zomer 2025 tot de zomer 2026. De meeste machineinzet vindt plaats in 2025, wanneer de sloop, grond- en funderingswerk en de ruwbouw (casco) plaatsvindt. Ook het grondwerk in de groenvoorziening vindt plaats in 2025, waarbij het afwerken en bestraten in 2026 plaatsvindt. Voor het project wordt uitgegaan van 26 weken (per jaar) materieelinzet, waarbij ieder dag 75% van de tijd twee machines aan het werk zijn met een gemiddeld verbruik van 12 liter per uur. Dat komt neer op 26*38*2*75%= 1.482 draaiuren en 17.784 liter diesel (890 liter AdBlue). Voor zwaar transport wordt uitgegaan van 5 leveringen per week, komen en gaan, dus 260 mvt/jaar. De CROW kentallen (publicatie 744) geven geen kentallen voor de verkeer aantrekkende werking van een bassischool. Voor het parkeren wordt uitgegaan van 1 parkeerplaats per leslokaal, voor deze school zijn dat 8 parkeerplaatsen. Bij een turnover van 4 mvt/parkeerplaats is de verkeersgeneratie 32 mvt/etmaal voor de basisschool. De kinderdagverblijf heeft een verkeergeneratie van 38 mvt/etmaal per 100 m2. Het gaat in dit geval om ongeveer 120 m2, dus 46 mvt/etmaal. De totale verkeersgeneratie is daarmee 78 mvt/etmaal.
Door dit verkeer in de gebruiksfase te cumuleren met de aanlegfase, wordt ook het licht verkeer van kleine leveringen en werklieden meegenomen. Het aantal verkeer met een koude start (dat langer dan 2 uren per dag stilstaat) is beperkt tot de 8 parkeerplaatsen van de basisschool.
Resultaten en conclusie In de bijlage bij deze memo is de berekening van de depositiebijdrage van de gecumuleerde aanlegen gebruiksfase (2025) opgenomen. De aanlegfase is hierin aangemerkt als ‘beoogd’, omdat de huidige AERIUS calculator geen tijdelijke situatie kan exporteren als PDF. Dit maakt voor de inhoud van de berekening geen verschil. Uit de berekeningen volgt dat het project tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase geen depositiebijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar tot gevolg heeft. Omdat de bijdrage van de stikstofdepositie is nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar op de stikstofgevoelige habitattype/leefgebieden met een (naderende) overschrijding van de KDW, zijn significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten ten gevolge van stikstofdepositie uitgesloten. Het is daarom niet noodzakelijk om een omgevingsvergunning natuur voor de Natura 2000-activiteiten vergunning aan te vragen.
pagina 2 van 2
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Gemeente Heerenveen Prins Bernhardweg 33, - Oranjewoud KC Albertine Agnes Herbouw school en aanleg parkeervoorziening. Hoort bij MEMO 22753-80
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rr3NCoBKP7Mf 19 maart 2025, 12:47 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanleg en gebruiksfase KC Albertine Agnes - Beoogd Aanleg en gebruiksfase KC Albertine Agnes - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname