CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Beleidskader-zonneparken-Heerenveen-2016

Raadsvergadering 22 juni 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Intrekken beleidskader zonneparken 20167.164 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEME E N T E HE E RE N V E E N B E LE I D SK AD E R Z ON N E PARKE N 2 01 6

BEL EI D S K A D E R

GEME E N T E HE E RE N V E E N B E LE I D SK AD E R Z ON N E PARKE N 2 01 6

BEL EI D S K A D E R VA S TG ESTELD DOOR DE G EM E E NTE R AAD O P 1 1 JUL I 2 0 1 6

COLOF ON Beleidskader is opgesteld door rho adviseur s i.s.m. Gemeente Heerenveen P ROJ ECT TE AM R H O AD VIS EUR S VOOR LEEFRU I M TE A u kje de Graaf H y lke Goudswa a rd D r u if streek 72 8911 L H L eeuwa rd e n t 058 256 2525 G E MEEN T E HEERENV EEN M arjan Postma C r ack straat 2 8441 ES Heere nveen t 0513 617 617 3.

INHOUD

1.

INLEIDING .................................................................................................51

2.

VISIE OP ZONNESTROOM ..................................................................73

3.

STROOMSCHEMA HAALBAARHEID ................................................12 6

4.

RICHTLIJNEN VOOR LANDSCHAPPELIJKE INPASSING.............13 7

5.

PLANOLOGISCH INSTRUMENTARIUM........................................ 12 18 BIJLAGEN ............................................................................................... 13 19 1. Nieuwsbrief Bijeenkomst Zonneparken 2. Reactienota Inspraak en Overleg 3. Zienswijze Land- en Tuinbouw Organisatie Noord

4.

1. INLEIDING Het benutten van zonne-energie is in opkomst. Ook in de gemeente Heerenveen spelen initiatieven voor zonneparken: opstellingen van zonnepanelen met fotovoltaïsche cellen (ook wel pv-cellen genoemd), in rijen aaneengesloten, op beschikbare gronden. De gemeente is een voorstander van duurzame energie en wil sturing geven aan de ontwikkelingen die zich voordoen. CON T E XT EN P OS I TI E BE P A L IN G Nederland heeft vanuit de Europese Unie een doelstelling om in 2020 14% groene energie op te wekken. De provinciale doelstellingen ten aanzien van duurzame energie in de vorm van zonnestroom bedraagt 500 MW in 2020, die in 2025 nog 25% hoger zal zijn. Die ambitie moet ruimtelijk gefaciliteerd worden. Dat past in de Klimaatagenda (oktober 2013, actielijn 6) waarin de rijksoverheid aan gemeenten en provincies vraagt om hun ‘toetsingskaders voor vergunningverlening aan te passen’ en om ‘in hun ruimtelijke plannen voldoende ruimte voor hernieuwbare energie op te nemen’, en aldus de integrale afweging te maken tussen energie en andere functies. Het overgrote deel van die 500 MW zal op daken van woningen en agrarische bedrijven worden gerealiseerd. Tussen de 25 en 50 MW zal hiervan op de grond moeten worden gerealiseerd. Dit impliceert een ruimtebehoefte van 50 – 100 ha in de provincie Fryslân.

UI T V O ER IN G A AN D U UR Z A A MH E I D Heerenveen wil meewerken aan deze doelstelling. Op 18 mei 2015 is het ‘Uitvoeringsprogramma duurzaamheid' vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin is aangegeven dat de gemeente partijen die plannen hebben om een zonnepark te ontwikkelen wil ondersteunen en faciliteren. Dit beleid geeft aan waar Heerenveen mogelijkheden ziet voor de ontwikkeling van zonneparken.

5.

KA N T T EK EN IN G Heerenveen is zich bewust dat er naast alle positieve aspecten ten opzichte van de uitvoering aan duurzaamheid ook kanttekeningen gezet mogen worden bij de ontwikkeling van zonneparken.

De opgewekte energie wordt niet automatisch in onze gemeente benut Het lokaal vermarkten van de energie-opbrengsten lijkt nog complex. Het kan daarom zo zijn, dat een groot gerealiseerd vermogen aan MWatt niet lokaal benut wordt.

Voedselverdringing Zonneparken kunnen gerealiseerd worden op landbouwgrond. Deze grond kan niet meer ingezet worden voor het weiden van vee of het verbouwen van voedsel voor mens of dier.

Toename oppervlak met industrieel karakter In Nederland zijn nog nauwelijks grootschalige zonneparken gerealiseerd. Uiteindelijk houdt de realisatie van een zonnepark op het maaiveld wel in dat een tot dan tot groen gebied wordt getransformeerd tot een omgeving met een industrieel karakter. De beleving van deze gebieden verandert. De gemeente is zich bewust van de kanttekeningen, maar vindt het toch verantwoord een deel van haar grond vrij te geven voor de ontwikkeling van zonneparken. Belangrijkste argumenten hierbij zijn:  Het grote belang van de opwekking van duurzame energie,  Het feit dat het bij het inpassen van zonneparken gaat om een relatief zeer gering ruimtebeslag in verhouding tot de totale omvang van landbouwgrond in de gemeente (in onze gemeente ca 14.000 ha landbouwgrond),  Het flexibele karakter en omkeerbaarheid van zonneparken. Op (lange) termijn is ander gebruik van de grond opnieuw mogelijk.

L EES W I J ZE R De visie van de gemeente (hoofdstuk 2) op de ruimtelijke impact van zonneparken leidt tot een overzicht met kansrijke locaties. In een stroomschema staan alle criteria waar een locatie aan moet voldoen genoemd (hoofdstuk 3). Bij ontwikkeling geldt als voorwaarde een goede landschappelijke inpassing. Richtlijnen per landschapstype zijn hiervoor uitgewerkt (hoofdstuk 4).

6.

2. VISIE OP ZONNESTROOM ZO N N E P AN E LE N O P D AK E N De gemeente Heerenveen wil bewust omgaan met de kansen voor zonneenergie. De prioriteit hiervoor ligt bij panelen op daken in het kader van duurzame verstedelijking. Het opwekken van zonnestroom via PV-panelen wordt gezien als een belangrijke bron voor duurzame energie. Het opwekken van zonnestroom via PV-panelen is voor particuliere huishoudens een interessante investering, die geen extra stimulans vanuit de overheid nodig heeft in de vorm van subsidies. De gemeente heeft wel aandacht voor voorlichting aan particulieren (bijvoorbeeld via de zonnekaart; www.watisjouwzonwaard.nl). De gemeente ziet ook een rol bij projecten rond zon op huurwoningen; hier wordt in de woonvisie concreet aandacht aan besteed. Ook maatschappelijk vastgoed en eigen gebouwen bieden mogelijkheden, die de komende jaren verkend en voor zover mogelijk gerealiseerd gaan worden. De realisatie van PV-panelen op daken van panden van lokale bedrijven, scholen, kerken, ziekenhuis (maatschappelijk vastgoed) is een grote kans, waar de gemeente op inspeelt door gerichte informatiesessies voor deze doelgroep te organiseren. In onze gemeente is een aantal energiecoöperaties actief.

Deze ruimtelijke beleidsnotitie zonneparken geeft deze lokale initiatieven ook handvatten om lokaal mee aan de slag te gaan; Eigen kracht! ZO N N E P A RK : D UU R Z A A M R UI M TE G EB R UI K Heerenveen wil ook ruimte bieden voor zonneparken. De realisatie van een zonnepark levert in één keer een groter vermogen, waarbij de verliezen aan energie beperkter zijn. En de overheid faciliteert groene energievoorziening. In aansluiting op het provinciaal beleid wil de gemeente ruimte bieden aan dorpen en wijken om te voorzien in de eigen zonnestroombehoefte. Initiatieven vanuit ‘de mienskip’ zijn in opkomst. Deze ontwikkelingen, bijvoorbeeld in de vorm van lokale energiecoöperaties, wil de gemeente faciliteren. Heerenveen is bewust van de ruimtelijke impact van een zonnepark op de omgeving en wil hier zuinig en bewust mee omgaan. Duurzaam ruimtegebruik is daarom een uitgangspunt. Duurzaam ruimtegebruik houdt in, dat eerst gekeken wordt naar mogelijkheden voor dubbel ruimtegebruik. Te denken valt aan een afvalstortterrein of vervuilde grond, randzones bij wegen of bermzones tussen spoor en snelweg. Daarna worden vrije locaties binnen de bebouwde omgeving onderzocht. Hierbij wordt uitgegaan van locaties binnen het bestaand stedelijk gebied, zoals benoemd in de Verordening Fryslân. Deze grenzen staan weergegeven op kaart 1.

Het gaat om locaties die nog niet zijn ontwikkeld voor woningbouw, voormalige bedrijventerreinen of sportvelden. Pas als er geen locaties binnen stedelijk gebied beschikbaar zijn kunnen locaties grenzend aan het bestaand stedelijk gebied worden onderzocht.

7.

ON D E RS CH E I D DO R PE N E N K E RN H E ER EN V EE N De gemeente kent een aantal dorpen en de kern Heerenveen. In de dorpen is de grens met het buitengebied direct waarneembaar. Zuinig ruimtegebruik moet deze rand zoveel mogelijk in tact houden. Dit betekent dat in de dorpen eerst gezocht wordt naar locaties ‘binnen bestaand stedelijk gebied’ (Verordening Fryslân). Pas als deze er niet zijn, wordt gekeken naar locaties grenzend aan het dorp. Voor de kern Heerenveen geldt dit niet. Rond de kern Heerenveen ligt een stadsrandzone waar nieuwe functies niet direct storend zijn. Voor Heerenveen geldt: locaties binnen stedelijk gebied en grenzend aan de kern zijn gelijkwaardig als het gaat om het zoeken naar een locatie voor een zonnepark. GR OO T T E V AN EE N Z ON N EP A RK De grootte van een zonnepark moet passen bij het dorp. Daarom geldt een richtlijn voor de maximum oppervlakte. Voor de omvang voor zonneparken bij de dorpen geldt dat deze is afgestemd op de aard, de schaal en de energiebehoefte van een dorp. Dit betekent zonneparken van circa 1 ha bij dorpen van ongeveer 2.500 inwoners, circa 2 ha bij 5000 inwoners (gebaseerd op de uitgangspunten van de provincie). Een park van deze omvang kan ongeveer de helft van het elektriciteitsverbruik van particulieren in het dorp opwekken.

Op basis van een koppeling tussen de omvang van de dorpen en het huidige energieverbruik van de dorpen, is een globale oppervlakte per dorp berekend. In de tabel staat dit voor alle dorpen uitgewerkt. Het vastleggen van de oppervlaktes per kern maakt dat een wildgroei van zonneparken onmogelijk is. Het in de tabel genoemde maximale te benutten oppervlak geldt voor het panelenveld. Het zonnepark zelf kan groter zijn. Met panelenveld wordt bedoeld: het vlak binnen de omsluitende grens van een aaneengesloten opstelling van panelen en ondersteunende bebouwing. Oftewel het functionele deel van het zonnepark. Buiten het panelenveld is nog ruimte nodig voor landschappelijke inpassing. Hoeveel dit zal zijn hangt af van het landschapstype, de grootte van het terrein en de hoeveelheid slagschaduw op het terrein. Een risico op nieuwe ‘witte schimmel’ wordt beperkt door de extra ruimtelijke kwaliteit die met de landschappelijke inpassing wordt toegevoegd. Voor de minimum maat geldt geen richtlijn. Hierbij is de minimale oppervlakte voor een financieel haalbare businesscase bepalend.

Figuur 1: Toelichting verschil zonnepark en panelenveld 8.

Kaart 1: Bestaand stedelijk gebied in de gemeente Heerenveen

Kaart 2: Landschappen in de gemeente Heerenveen

9.

B IJ ZO N D E RE LO C AT I E S Zonneparken in het buitengebied niet aansluitend aan een kern zijn niet gewenst. Maar voor bijzondere locaties gelden uitzonderingen en behoren ook grootschalige zonneparken tot de mogelijkheden. Bijzondere initiatieven zijn welkom. Gezamenlijk met de provincie zoekt de gemeente of er passende oplossingen zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor locaties zoals de snelweglocaties rond Heerenveen (Klaverblad Noordoost), voormalige stortplaatsen of braakliggende bedrijventerreinen. DE K W A L IT E IT V AN H ET B ES T A AN DE L AN D S CH AP IS RI CH T IN GG E V EN D Om tot een goede inpassing in de omgeving te komen is de ligging in het landschap sterk bepalend. Een zonnepark heeft een ruimtelijke impact, die wordt bepaald door zichtbaarheid van het panelenveld vanuit de omgeving. Deze impact is groter in open landschappen en landschappen met een bijzonder karakter. De gemeente kiest ervoor de gebieden met hoge landschappelijke waarde uit te sluiten voor de ontwikkeling van zonneparken. Dit betreft de landschapstypes: het beekdal en het landschap van de landgoederen. Deze landschappen zijn weergegeven op kaart 2. Daar waar zonneparken wel zijn toegestaan, is de wijze van inpassing in ieder landschap anders. Elk landschap vraagt om eigen voorwaarden voor inpassing.

De ruimtelijke kwaliteit van een zonnepark moet zichtbaar zijn door de duidelijke keuze voor structuur: bewust wel of niet zichtbaar door beplanting. Voor grootschalige parken betekent dit een energieproductielandschap, maar met rust in het beeld. Voor de kleinere panelenvelden bepaalt de inpassing in de bestaande structuren de kwaliteit. CON C L US IE : H ET BE N OE M EN V A N DE K AN S RI JK E L OC AT I ES Vanuit de beleidsvisie van de gemeente kunnen kansrijke locaties worden benoemd voor het aanleggen van een zonnepark. Deze staan weergegeven op kaart 3. Kansrijke locaties liggen:  Binnen bestaand stedelijk gebied,  Aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied,  Binnen de grenzen van de landschappen Veenpolders, Hoogveenwinning en Woudontginning,  Langs grootschalige infrastructuur (snelweg en spoor).

10.

Kaart 3: Locaties in het buitengebied waar zonneparken (onder voorwaarden) worden toegestaan.

OPPERVLAKTE PANELENVELD GLOBAAL PER DORP

Buurt

Heerenveen Akkrum-Nes Jubbega Oudehorne & Nieuwehorne De Streek - Luinjeberd, Terband, Tjalleberd, Gersloot Aldeboarn De Knipe Oranjewoud Katlijk Hoornsterzwaag Mildam Nieuwebrug-Haskerdijken Bontebok

aantal inwoners (afgerond)

omvang energieverbruik panelenveld in particulieren in GJ MWp obv aantal (afgerond) inwoners

29.700 4.535 3.300 2.250 1.800 1.525 1.400 1.000 950 820 685 545 420

86.000 85.500 55.000 36.000 33.000 33.500 42.000 13.500 18.500 19.000 0 9.500

N.B.: Dorpen gelegen in hetzelfde landschaptype mogen gezamenlijk een zonnepark ontwikkelen

Figuur 2: Richtlijnen voor de oppervlaktes panelenveld per dorp

11.

20 3,2 2,2 1,6 1,4 1 0,9 0,6 0,5 0,5 0,5 0,3

panelenveld in ha 30 4,5 3,5 2,5 2 1,5 1,5 1 1 1 1 0,5

3. STROOMSCHEMA HAALBAARHEID

U wilt pv-panelen plaatsen.

Ja Wilt u pv-panelen plaatsen op het dak van een gebouw?

Ja

Dit is alleen in uitzonderlijke gevallen niet toegestaan. Vaak is het plaatsen op daken zelfs vergunningsvrij.

Nee Wilt u dit op een plek waar de ruimte duurzaam dubbelgebruikt wordt?

Ja

Dit is in de meeste gevallen toegestaan, mits u kunt aantonen dat de grond daadwerkelijk duurzaam dubbelgebruikt wordt en er een degelijk inpassingsplan wordt gemaakt.

Nee, het gaat om een locatie die ook voor andere doeleinden ingezet kan worden. Wilt u dit op een plek binnen ‘Bestaand Stedelijk Gebied’?

Ja

In principe wil de gemeente hier meewerking aan verlenen, maar er moet wel een degelijk inpassingsplan worden gemaakt en mag de impact op omwonenden niet te groot zijn.

Nee, het gaat om een locatie in het buitengebied. Wilt u dit aangrenzend aan bestaand stedelijk gebied?

Nee

Zonneparken mogen alleen geplaatst worden direct grenzend aan bestaand stedelijk gebied.

Ja Wilt u dit in het landschap Veenpolder, Hoogveenwinning of Woudontginning?

Nee

Het plaatsen van zonneparken is niet toegestaan in de landschappen Landgoederen, Heideont-ginning en Beekdal.

Ja Wilt u de panelen in het buitengebied bij Heerenveen plaatsen?

Ja

Nee, het gaat om een locatie in het buitengebied bij één van de dorpen.

12.

Dit mag onder voorwaarden: - Direct grenzend aan het ‘Bestaande Stedelijk Gebied’ van Heerenveen. - Er wordt een degelijk inpassingsplan gemaakt passend binnen de landschappelijke richtlijnen.

Dit mag onder voorwaarden: - Direct grenzend aan ‘Bestaand Stedelijk Gebied’. - De grootte van het veld is afgestemd op de maat van het aangrenzende dorp. - Er wordt een degelijk inpassingsplan gemaakt passend binnen de landschappelijke richtlijnen. - Er moet aangetoond worden dat het niet kan in het ‘Bestaand Stedelijk Gebied’ van het dorp of op een locatie met duurzaam dubbelgebruik.

4. RICHTLIJNEN VOOR LANDSCHAPPELIJKE INPASSING H ET ON D ERS CH EI D T US S E N G R OOTS CH A L I GE EN KL E IN S C HA L I GE ON T W IK KE L IN GE N Zowel voor grootschalige als voor kleinschalige zonneparken geldt dat het landschap leidend is voor de vormgeving. Rondom de kleinere kernen worden alleen kleinschalige zonneparken toegestaan van 0,5 tot hooguit 4,5 hectare. Wat betekent dat de zonnepanelen veelal in één landschappelijke kamer of op één weiland kunnen worden gerealiseerd. Aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied van Heerenveen, met stedelijk karakter is ruimte voor grootschaligere ontwikkelingen, met een ruimtebehoefte van mogelijk meerdere van dit soort landschappelijke ruimtes. In de meer open landschappen liggen daarbij kansen om de grotere maat van het zonnepark als geheel te ervaren en daarin de patronen van het landschap te herkennen. Hierbij is het van belang dat het geheel als één landschappelijk ensemble wordt vormgegeven. In de meer besloten landschappen kunnen grootschaligere ontwikkelingen meer opgesplitst opgaan in het landschappelijke totaalbeeld, afgestemd op de maat, schaal en de bestaande patronen van het landschap. BE E KD A L Door de hoge waardes van de kenmerkende openheid van dit landschap worden zonneparken in dit landschap uitgesloten.

L AN DG O ED E R EN Door de bijzondere cultuurhistorische waarde van de ‘Buitens’ in het landgoederenlandschap (Oranjewoud) wordt ook dit landschap uitgesloten van de ontwikkeling van zonneparken. H E ID E ON T GIN N I N G In het heideontginningslandschap liggen geen dorpen binnen of nabij de gemeentegrenzen van Heerenveen. Omdat zonneparken in het buitengebied alleen worden toegestaan gekoppeld aan de dorpen, is het niet nodig richtlijnen voor het heideontginningslandschap op te stellen.

13.

V EEN P OL D E R

Kwaliteit: Het landschap is relatief open, met hier en daar een kavel ingericht met bos. De dominante structuren in de veenpolders (de belangrijkste bebouwingslinten, wegen en poldervaarten) zijn oost-west georiënteerd. Haaks daarop staat het verkavelingspatroon dat bestaat uit langgerekte noord-zuid lopende kavels die van elkaar gescheiden zijn door poldersloten.

Doel: Het behouden van het lege, vlakke landschap door het zicht over het veld vrij te houden. Het panelenveld wordt niet aan het zicht onttrokken, omdat dit alleen mogelijk is door middel van een afscherming die tot boven de ooghoogte reikt, wat belemmerend werkt voor het vrije zicht over het landschap. Een goed ontworpen, op de richting van het landschap afgestemd panelenveld kan het V EEN P OL E R landschap benadrukken en versterken. karakter vanDhet

Kwaliteit: Panelen:

Het is relatief open, hier engewenst daar eeniskavel ingerichtgestructureerd met bos. Het landschap veld is zichtbaar vanuit de met omgeving, een logisch, De dominante structuren in de veenpolders (de belangrijkste bebouwingspatroon van panelen. De ondersteunende bouwwerken worden zo linten, wegen endat poldervaarten) zijn oost-west daarop staat gepositioneerd zij zich voegen zich naargeoriënteerd. dit patroon. Haaks Lage panelen van het verkavelingspatroon dat bestaat uit langgerekte noord-zuid lopende kavels ongeveer 1 à 1,5 meter hoog waar men vrij overheen kan kijken. Wanneer de die van elkaar gescheiden zijn door poldersloten. waarnemer hoger staat, bijvoorbeeld doordat de wegen langs het veld hoger liggen dan de polder waar de panelen staan, kunnen de panelen hoger worden. Doel: Uitgangspunt is, dat er vrij zicht over het veld mogelijk blijft waarbij de horizon Het behouden van het lege, vlakke landschap door het zicht over het veld vrij te kan worden gezien. houden. Het panelenveld wordt niet aan het zicht onttrokken, omdat dit alleen mogelijk Randen: is door middel van een afscherming die tot boven de ooghoogte reikt, wat werkt voor het vrije zicht over de hethoogte landschap.

goed Geenbelemmerend hoge opgaande beplanting rondom (maximaal van deEen panelen) ontworpen, op de van het landschap afgestemd kan panelenveld kan met het en geen hekken omrichting het panelenveld. Fysieke afscherming bijvoorbeeld karakter van het landschap benadrukken en versterken. een brede sloot worden gecreëerd. Wanneer er bestaande opgaande beplanting langs het veld aanwezig is, mag hier wel een in de singel ingepast hek worden Panelen: toegepast. Het veld is zichtbaar vanuit de omgeving, gewenst is een logisch, gestructureerd patroon van panelen. De ondersteunende bouwwerken worden zo Ondersteunende bouwwerken: gepositioneerd dat zij voegen dit patroon. Lage panelen Laag houden zodat ookzich zij het zicht zich niet naar belemmeren. Zo positioneren datvan zij ongeveer 1 à 1,5 meter hoog waar men vrij overheen kan kijken. Wanneer de onderdeel zijn van het patroon in het panelenveld. Bijvoorbeeld gelijkmatig waarnemer hoger de wegen langs het veld hoger verdeeld langs eenstaat, rand.bijvoorbeeld Bij eventueeldoordat aanwezige hoge opgaande beplanting liggen dan de polder waar de panelen staan, kunnen de panelen hoger worden. kan de ondersteunende bebouwing hier langs worden geplaatst. Uitgangspunt is, dat er vrij zicht over het veld mogelijk blijft waarbij de horizon kan worden gezien.

Randen: Geen hoge opgaande beplanting rondom (maximaal de hoogte van de panelen) en geen hekken om het panelenveld. Fysieke afscherming kan bijvoorbeeld met een brede sloot worden gecreëerd. Wanneer er bestaande opgaande beplanting langs het veld aanwezig is, mag hier wel een in de singel ingepast hek worden toegepast.

Ondersteunende bouwwerken: Laag houden zodat ook zij het zicht niet belemmeren. Zo positioneren dat zij onderdeel zijn van het patroon in het panelenveld. Bijvoorbeeld gelijkmatig verdeeld langs een rand. Bij eventueel aanwezige hoge opgaande beplanting kan de ondersteunende bebouwing hier langs worden geplaatst.

14.

A. Het zonnepark ligt nabij de kern. B. Het zonnepark wordt laag gehouden zodat de openheid van het landschap behouden blijft. C. Omdat het zonnepark in het zicht blijft dient er een logisch, gestructureerd patroon van panelen worden gemaakt. D. De ondersteunende bouwwerken vormen onderdeel van het patroon. E. De afscheiding wordt, waar mogelijk gevormd door een brede sloot, waar door geen doorlopende hekwerken het beeld verstoren. F. Langs de randen rekening houden met onderhoudsstroken voor de sloten.

H OO G VE EN W IN N IN G

Kwaliteit: Het landschap van dit langgerekte gebied is gevormd door grootschalige commerciële turfwinning. Op deze plek lag een nooit ontgonnen uitgestrekt hoogveengebied. Het resultaat was een rechtlijnig exploitatielandschap, dat eeuwenlang in dienst stond van de turfwinning. De hoofdstructuur van het gebied is de kilometerslange lintbebouwing aan weerszijden van de Compagnonsvaart, grotendeels geaccentueerd door een laanbeplanting. Sloten voor de afwatering en de afvoer van turf, de ‘wijken’, liggen op gelijke afstand van elkaar dwars op de vaart. Deze systematische ordening van het landschap geeft het een heldere en herkenbare structuur.

Doel: Zonneparken inpassen in de kamerstructuur van het landschap, waarbij de boomsingels kunnen worden ingezet om hekwerken in te passen en de panelenvelden aan het zicht te onttrekken.

Panelen: Gewenst is een logisch, gestructureerd patroon van panelen, waarbij de randen van de panelenvelden zijn afgestemd op de lijnen in het landschap. Panelen mogen tot 3 meter hoog worden gepositioneerd.

Randen: Rondom singels met eventueel onderbegroeiing waardoor panelen volledig aan het zicht worden onttrokken. Hekken toepassen ingepast in de singels, dus uit het zicht. Delen van het zonnepark mogen in het zicht blijven daar waar het landschap dat toelaat of dit past bij de landschappelijke structuren. Beplanting inheems, passend bij landschap.

Ondersteunende bouwwerken: Worden in de kamerstructuur geplaatst, afgestemd op het patroon van het panelenveld. A. Het zonnepark ligt nabij de kern. B. De bestaande boomsingels zorgen voor de landschappelijke inpassing. C. De hekwerken kunnen worden ingepast in de onderbegroeiing waardoor ze aan het zicht worden onttrokken. D. Hekwerken die niet in een boomsingel kunnen worden opgenomen, kunnen worden aangekleed met inheemse hagen en/of klimmers. E. Rekening houden met de afstand tot de boomsingels in verband met de slagschaduwen.

15.

W OU D ON T G IN N IN G E N

Kwaliteit: De woudontginning is ontstaan op een kilometerslange van oost naar west lopende dekzandrug. Typerend voor woudontginningen is het voorkomen van twee parallelle wegen. De Schoterlandseweg is de ’binnenweg’, het oudste bebouwingslint over het hoogste deel van de dekzandrug. De ‘buitenweg’ (nu nog: Buitenweg) loopt op de overgang van rug naar beekdal. Dwars op de wegen zijn kavels uitgezet, van elkaar gescheiden door singels, houtwallen en bosstroken van verschillende breedtes, lengtes en dichtheden. Langs de wegen is zo een kleinschalig en besloten coulisselandschap ontstaan met afwisselend lintbebouwing en hooivelden, heidevelden en bos.

Doel: Zonneparken inpassen in de kamerstructuur van het landschap, waarbij de boomsingels kunnen worden ingezet om hekwerken in te passen en de panelenvelden aan het zicht te onttrekken. Daar waar een open zicht op het beekdal is vanaf het lint, moet dit zicht open worden gehouden.

Panelen: Gewenst is een logisch, gestructureerd patroon van panelen, waarbij de randen van de panelenvelden zijn afgestemd op de lijnen in het landschap. Panelen mogen tot 3 meter hoog worden gepositioneerd.

Randen: Rondom singels met eventueel onderbegroeiing waardoor panelen volledig aan het zicht worden onttrokken. Hekken toepassen ingepast in de singels, dus uit het zicht. Delen van de zonnepark mogen in het zicht blijven daar waar het landschap dat toelaat of dit past bij de landschappelijke structuren. Beplanting inheems, passend bij landschap.

Ondersteunende bouwwerken: Worden in de kamerstructuur geplaatst, afgestemd op het patroon van het panelenveld. A. Het zonnepark ligt nabij de kern. B. De bestaande boomsingels en nieuw aan te brengen boomsingels zorgen voor de landschappelijke inpassing. C. De hekwerken kunnen worden ingepast in de onderbegroeiing waardoor ze aan het zicht worden onttrokken. D. Hekwerken die niet in een boomsingel kunnen worden opgenomen, kunnen worden aangekleed met inheemse hagen en/of klimmers. E. Rekening houden met de afstand tot de boomsingels in verband met de slagschaduwen. F. Geen zonnepark plaatsen waar vrij zicht is op het beekdal.

16.

S N E L W EG EN L AN DS CH AP

Kwaliteit: Het landschap van de snelweg kent een eigen langgerekte structuur die de andere historisch-culturele en natuurlijke landschappen doorsnijdt.

Doel: Panelen worden onderdeel van het landschap. Dit kan door panelen direct te koppelen aan de snelweg en de maat, schaal en richting van de snelweg te benadrukken.

Panelen: De plaatsing van panelen kan op twee manieren worden benaderd. Zij kunnen in lange, begeleidende lijnen langs de snelweg worden geplaatst, waarbij zij idealiter worden opgenomen in snelwegelementen zoals geluidsschermen of geluidswallen. Of zij worden geplaatst op plekken aan de snelweg zoals de knooppunten, nabij de tankstations of in de oksels van op- en afritten, waarbij Fde (plaatsingen van de) panelen een meer sculpturale of iconische opzet kennen. Uitgangspunt is in alle gevallen, dat de zonnepanelen niet het vrije zicht van de automobilist mogen verstoren of andere negatieve effecten mogen hebben op het gebruik, het onderhoud en de veiligheid van de snelweg.

Ondersteunende bouwwerken: Voor de ondersteunende bouwwerken geldt dat zij op een zelfde wijze als de panelen worden ingepast in het snelweglandschap: afgestemd op de aard van de snelweg, zonder negatieve effecten op het gebruik, het onderhoud en de veiligheid van de snelweg.

A. Ook zonneparken langs de snelwegen liggen nabij een kern. B. Zonnepanelen kunnen worden ingezet als aankleding van de knooppunten, waarbij bijzondere oplossingen denkbaar zijn. C. Zonneparken worden zo geplaatst dat zij de maat, schaal en richting van de snelweg benadrukken bijvoorbeeld door het inzetten als geluidsschermen.

17.

5. PLANOLOGISCH INSTRUMENTARIUM In onderstaande tabel is weergegeven welk juridisch kader in welke situatie van toepassing is. Ook is aangegeven waar het toekomstige parapluplan betrekking op heeft. PL A AT S IN G :

S PE CI F IE K E S IT U A T I E :

JU R ID IS C H K A D E R

op het dak?

A is het een schuin dak waarbij: Bij het tot stand komen vanzonnepaneel het zonnebeleid voor het Heerenveen is gebruikt het volledig binnen dakvlak geplaatst wordt? gemaakt van: het zonnepaneel in of direct op het dakvlak geplaatst wordt, zonder opbouw?  Romte foar Sinne Fryslan, 2015) gelijk is aan de de (provincie hellingshoek van het zonnepaneel hellingshoek van het dak? http://www.fryslan.frl/romtefoarsinne B is het een plat dak waarbij de afstand tot de zijkant van het Vergunningvrij  Verordeningplatte Fryslân (bestaand gebied) dak minstens gelijkstedelijk is aan de hoogte van het zonnepaneel bijlage II bij de Wabo en de omvormer aan de binnenzijde van de woning geplaatst http://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9921.PVR2011Fr wordt? yslan-VA01/rb_NL.IMRO.9921.PVR2011Fryslan-VA01_kaart1.html C is het een monument waarbij de zonnepanelen worden geplaatst op een onderdeel van het monument dat geen  https://www.heerenveen.nl/fileadmin/website/wonen_en_leven/Duurzaa monumentale waarde heeft? m_Heerenveen/1%2020100901%20Erfgoednota%20deel%201%20low% D beschermd stads- en dorpsgezicht waarbij de zonnepanelen 20res.pdf worden geplaatst op een achterdak waarvan het dakvlak niet naar de openbare weg is gekeerd? op de grond of E op of bij monument? omgevingsvergunning voor de overig? activiteit ‘wijzigen van een beschermd monument’ omgevingsvergunning voor de F

geprojecteerd binnen bestemming wonen en de activiteit ‘bouwen’. Past binnen energieproductie staat in verhouding tot de functie wonen? bestemmingsplan. geprojecteerd binnen bestemming bedrijven of overige bestemmingen en de energieproductie staat in verhouding tot deze bestemming? G Geprojecteerd binnen een van de gebieden rond de dorpen, omgevingsvergunning voor de zoals aangegeven binnen de notitie ‘Beleidskader zonnotitie’? activiteit ‘bouwen’ en bestemmingsplan wijziging. tzt: paraplubestemmingsplan H Geprojecteerd op een grootschalige locatie (KNO)? bestemmingsplan, of bij aanvraag die past I Geprojecteerd in een bijzondere locatie in het buitengebied? binnen beleidskader, maar J Geprojecteerd langs/nabij de snelweg, een zgn. ‘Snelweglocatie’? niet in bestemmingsplan: afwijkingsprocedure op grond van de Wabo. In onderstaande tabel is weergegeven welk juridisch kader in welke situatie Achteraf van aanpassing van bestemmingsplan. toepassing is. Ook is aangegeven waar het toekomstige parapluplan betrekking

5. PLANOLOGISCH INSTRUMENTARIUM

op heeft.

Bij het tot stand komen van het zonnebeleid voor Heerenveen is gebruikt gemaakt van: 

Romte foar Sinne (provincie Fryslan, 2015) http://www.fryslan.frl/romtefoarsinne

Verordening Fryslân (bestaand stedelijk gebied) http://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9921.PVR2011Fr yslan-VA01/rb_NL.IMRO.9921.PVR2011Fryslan-VA01_kaart1.html

https://www.heerenveen.nl/fileadmin/website/wonen_en_leven/Duurzaa m_Heerenveen/1%2020100901%20Erfgoednota%20deel%201%20low% 20res.pdf

18.

BIJLAGEN

19.

1.

Nieuwsbrief Bijeenkomst Zonneparken

2.

Reactienota Inspraak en Overleg

3.

Zienswijze Land- en Tuinbouw Organisatie Noord

Nieuwsbrief maart 2016

Bijeenkomst zonneparken Inwoners, agrariërs, milieuorganisaties, Plaatselijk belang, bedrijfsleven; meer dan 70 deelnemers hebben meegepraat over zonneparken eind februari! De gemeente Heerenveen heeft deze bijeenkomst georganiseerd vanwege de nieuwe ontwerpnotitie ‘ruimtelijk kader zonneparken in Heerenveen’. Doel van de avond is het toelichten van het beleid voor geïnteresseerden en vooral het krijgen van feedback: maken we de juiste keuzes? Zon bij elk dorp!

Workshops

Wethouder Siebenga heeft de aftrap van

Het tweede deel

de avond verzorgd. Hij geeft de ambities

van de avond

van de gemeente Heerenveen aan; op

zijn de

termijn naar energieneutraal. Omdat

deelnemers aan

windenergie vooralsnog geen optie is in

de slag gegaan.

onze gemeente, moeten we meters

Via een knip-

maken met andere duurzame energie

en-plak sessie

mogelijkheden, waaronder zon.

hebben we

Vervolgens is het concept beleid

zonneparken bij

toegelicht door beleidsadviseur mevrouw

dorpen

Postma. Zij heeft stilgestaan bij de

ingepast: waar kan dit wel of juist niet?

belangrijkste gemaakte keuze; bij elk

Dit is een vingeroefening die eenvoudig

dorp een zonneweide, en de kansen die

laat zien hoeveel ruimte er maximaal

dit biedt. Ook dilemma’s en aspecten die

rond een dorp kan worden gebruikt voor

nog geregeld moeten worden, zijn aan

een zonnepark en welke consequenties

de orde gekomen.

dit kan hebben. De uitkomsten gebruiken we dus niet voor het

Ús Kooperaasje

aanwijzen van concrete locaties. Tijdens

Avondvoorzitter mevrouw Stelma heeft

de knip-en-plaksessie hebben we veel

samen met de heer Frietema de Vries

tips van de deelnemers ontvangen.

van Ús Kooperaasje gesproken over kansen en mogelijkheden voor lokale initiatieven. Wat is er eigenlijk nodig om een initiatief te starten? Hoe kunnen bewoners makkelijk kennis, expertise en geld regelen? Ús Kooperaasje en de Energiewerkplaats van de provincie Fryslân kunnen hierin veel voor lokale initiatieven betekenen. www.uskooperaasje.nl www.energiewerkplaats.frl

Feedback uit de workshops

Niet doen

Wel doen - De gemeente moet de regiefunctie

- Lokale betrokkenheid onderschatten - Als gemeente de spelregels

houden

veranderen

- Zoek de relatie met dorpsvisies en

- Niet Klaverblad Noordoost ipv

Dorpsbelangen

dorpsmogelijkheden (dus en..en..)

- Kijk naar de nieuwe ‘Postcoderoos’;

- Groen opofferen voor asfalt/infra

deze kan gunstig uitpakken - Sta panelen op het water toe - Gemeentegrond beschikbaar stellen, breng kansrijke locaties in beeld - Kijk naar mogelijkheden bij fietspad, parkeerterrein en winkelstraat - Nadenken over een goede publiciteitscampagne; tv, krant, radio - Tijdelijke zonneparken op onbebouwde bouwkavels (bv

Vervolg

Skoatterwâld) - Overweeg dorpsmolens

U kunt tot 30 maart 2016 uw mening

- Liever zon dan bedrijven op

over de notitie aan ons laten weten. Vervolgens neemt de gemeenteraad een

Klaverblad Noordoost - Eerst decentrale energieopslag. Pas

besluit over de notitie. Wij sturen de notitie daarna aan alle deelnemers.

als dat niet lukt via Liander - Uitzoeken welke (on-)mogelijkheden er zijn rond aansluitingen op het net

Daarnaast werken we verder aan:

- Coördineren van samenwerking

-

Vereenvoudiging procedures

- Clustering van dorpen ook toestaan

-

Aansluitmogelijkheden Liander

- Begin met een pilotproject met

-

Communicatie over het onderwerp

businessplan bij één van de dorpen - Kijk nog goed naar de zuidzijde van Mildam, hier ook ruimte geven?!

Tot slot hartelijk bedankt voor uw interesse en meedenken!

Gemeente Heerenveen

Bezoekadres:

Correspondentieadres:

(0513) 61 76 17

Crackstraat 2

Postbus 15000

www.heerenveen.nl

8441 ES Heerenveen

8440 GA Heerenveen

Gemeente Heerenveen

Inspraak en Overleg Beleidskader Zonneparken 2016 Reactienota Het ontwerp beleidskader Zonneparken 2016 is in het kader van de inspraakprocedure ter inzage gelegd van 16 februari t/m 29 maart 2016. Voorafgaand aan deze ter inzage termijn heeft de gemeente Heerenveen het beleidskader informeel toegelicht aan het bestuur van LTO afdeling Heerenveen. Tijdens de inspraakperiode heeft de gemeente Heerenveen op 23 februari 2016 een informatiebijeenkomst georganiseerd, waar het beleidskader is toegelicht en aanwezigen konden reageren. Daarnaast heeft de gemeente Heerenveen tijdens de ter inzageperiode het beleidskader toegelicht tijdens een vergadering van Plaatselijk Belang AEngwirden op 9 maart 2016, een vergadering van energiecoöperatie Duurzaam Akkrum Nes op 10 maart 2016 en een bijeenkomst van de provincie Fryslân en gemeente Leeuwarden ‘Fryslân geeft Energie’ op 22 maart 2016. Tijdens de ter inzageperiode is één formele zienswijze ontvangen van LTO Noord op 15 maart 2016, via brief met kenmerk 01316/frl/fw-nv. Deze zienswijze is als bijlage bij deze nota gevoegd. Van de door de gemeente Heerenveen georganiseerde informatiebijeenkomst is een nieuwsbrief opgesteld, deze is eveneens als bijlage toegevoegd. De feedback die tijdens de overige drie bijeenkomsten is ontvangen, is in onderhavig document opgenomen.

Inhoud zienswijze LTO Noord De reactie van LTO Noord betreft zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik en openheid van het landschap. LTO Noord stelt voor om: - Eerst daken van bestaande (bedrijfs-)panden te gebruiken voor zonnepanelen. Bedrijfspanden van agrariërs zijn hier in beginsel ook voor geschikt. Liever ziet LTO Noord dat de gemeente deze ontwikkeling stimuleert - Daarna leegstaande plekken op bestaande industrieterreinen, parkeerterreinen of geluidswallen waar zonnepanelen geplaatst kunnen worden - En als laatste optie: nieuwe uitleglocaties. Met het oog op bovenstaande redenering, wil LTO Noord voorkomen dat er onnodig beslag wordt gelegd op schaarse landbouwgrond en een inbreuk veroorzaakt op de landbouwstructuur. Wanneer de gemeente voorstelt dat bij elk dorp en elke plaats in de gemeente in principe een zonnepark gerealiseerd kan worden, maakt LTO Noord zich zorgen over het zorgvuldig ruimtegebruik en de gevolgen voor de landbouwgrond. Hetzelfde geldt voor zonneparken langs het snelweglandschap. In beide gevallen pleit LTO Noord ervoor geen zonneparken op landbouwgrond te realiseren. Gronden met een agrarische bestemming dragen overwegend de landschappelijke karakteristiek ‘openheid’. Ingebruikname als zonneakker, ook tijdelijk, zal een aantasting van de openheid betekenen zodra de zonnepanelen boven ooghoogte uitstijgen.

Ook dit is een reden om zonneakkers uit te sluiten in het buitengebied of de dorpen en te concentreren op werklocaties waar aantasting van de openheid en het agrarisch karakter en gebruik niet (meer) in het geding is. Mocht er wel een

zonneakker worden gerealiseerd dan ziet LTO Noord graag dat na beëindiging van de zonneakker de oorspronkelijke bestemming weer op het betreffende perceel komt.

Reactie gemeente Wij begrijpen de zorg van LTO Noord ten aanzien van het zuinig gebruik van landbouwgrond. Dit is ook een van de redenen voor het expliciet opnemen en benoemen van de ‘Duurzaamheidsladder’, waar LTO Noord in haar zienswijze ook aan refereert. Gezien onze opgave willen wij niet op voorhand specifieke gronden zoals landbouwgrond uitsluiten, maar stellen wij beperkingen aan de omvang bij de dorpen, gerelateerd aan het elektriciteitsverbruik van particulieren. Wij gaan uit van vrije marktwerking, waarbij individuele agrariërs zelf moeten en kunnen bepalen of zij landbouwgrond of bijvoorbeeld het dak van het boerenbedrijf willen inzetten voor de realisatie van een zonnepark. Ten aanzien van het aantasten van de landschappelijke karakteristiek ‘openheid’ zijn wij van mening dat een zonnepark, net als stedelijke ontwikkeling en industrialisatie, in principe best gezien mag worden, mits de kwaliteit van het park aansluit bij de omgeving. Hoe wij dit voor ogen hebben, is opgenomen in het beleidskader. Juist het ‘verstoppen’ van een zonnepark in een verder weidse omgeving draagt een reëel risico in zich gekunsteld te zijn. Tot slot is het niet in alle gevallen mogelijk om gronden na beëindiging van het zonnepark de oorspronkelijke bestemming weer te laten gelden.

Dit is locatiespecifiek; voor een voormalige stortlocatie of Klaverblad Noordoost als concrete voorbeelden, kan dit wellicht juist niet wenselijk of de bedoeling zijn. Het is wel goed deze suggestie mee te nemen voor mogelijke toekomstige zonneparken in de omgeving van de dorpen. Inhoud reacties openbare bijeenkomst Abe Lenstra Stadion De gemeente heeft een openbare bijeenkomst georganiseerd over de ontwerpnotitie. Deze is bezocht door meer dan 70 inwoners, agrariërs, milieuorganisaties, Plaatselijk Belang en bedrijfsleven. In de los bijgevoegde nieuwsbrief zijn de inhoud en uitkomsten van deze avond besproken. Samengevat: 1. De gemeente moet de regiefunctie houden, coördineren van samenwerking 2. Kijk naar de nieuwe ‘Postcoderoos’; deze kan gunstig uitpakken 3. Sta panelen op het water toe, mogelijkheden bij fietspad, parkeerterrein en winkelstraat 4. Gemeentegrond beschikbaar stellen, breng kansrijke locaties in beeld. Tijdelijke zonneparken op onbebouwde bouwkavels (bv Skoatterwâld). Liever zon dan bedrijven op Klaverblad Noordoost. Niet Klaverblad Noordoost ipv dorpsmogelijkheden (dus en..en..) 5. Uitzoeken welke (on-)mogelijkheden er zijn rond aansluitingen op het net 6. Clustering van dorpen ook toestaan 7. Kijk nog goed naar de zuidzijde van Mildam, hier ook ruimte geven?!

Reactie gemeente 1. De gemeente is zich bewust van de impact en kansen die het nieuwe beleid bieden. De gemeente vindt een goede uitrol van het beleid, vooral in eigen gemeente, van groot belang. Momenteel werken we samen met partners als de provincie Fryslân en Us Kooperaasje1 aan een goede methodiek om deze uitrol gedegen vorm te geven. 2. De nieuwe Postcoderoos2 is een stuk gunstiger dan de oorspronkelijke regeling. De gemeente ziet het als haar rol om de ontwikkelingen nauwgezet bij te houden en eventuele initiatiefnemers te wijzen op kansen en mogelijkheden en vooral door te verwijzen naar experts, bijvoorbeeld via de Energiewerkplaats3 of Us Kooperaasje. 3. De gemeente is een voorstander van dubbel ruimtegebruik en parken in transitielandschap zoals Klaverblad Noord Oost, of uitleglocaties die vooralsnog niet ingevuld worden. Wij zullen onze invloed aanwenden om initiatieven van dien aard te stimuleren en faciliteren. 4. Naar aanleiding van herhaaldelijke vragen over opties op gemeentelijke grond, hebben wij een kaart geproduceerd met gemeentelijk onroerend goed om en nabij de dorpen en plaatsen in onze gemeente. Het is op voorhand niet te zeggen of een aantal van deze gebieden geschikt zijn voor de realisatie van een zonnepark. Dit is per locatie verschillend en kan door eventuele toekomstige initiatiefnemers samen met de gemeente nader onderzocht worden. 5.

De gemeente is in gesprek met Liander. De eerste uitkomsten zijn gunstig; de geprojecteerde parken nabij de dorpen zijn van dien aard en schaal dat deze naar verwachting geen probleem ondervinden met de aansluiting op het elektriciteitsnet. Liander werkt momenteel samen met de gemeente aan een meer gedetailleerde ‘kansenkaart’ waarin beter inzichtelijk wordt waar aansluitpunten gesitueerd zijn in relatie tot de door de gemeente aangegeven gebieden. 6. Clustering van dorpen is een interessante suggestie. Wanneer dorpen of gemeenschappen hun krachten bundelen en gezamenlijk een park ontwikkelen, moet hier ons inziens de kans voor geboden worden. Ruimtelijke samenhang is hier wel van belang; dit betekent dat we clustering mogelijk willen maken voor zover de betreffende dorpen in het gebied met dezelfde ruimtelijke kwaliteit (zie kaart in de notitie) gesitueerd zijn. 7. We sluiten het beekdallandschap uit, inclusief de zuidzijde van Mildam. Reden is dat wij het deels open beeklandschap richting de Tjonger zoveel mogelijk willen behouden. Mogelijk biedt het toestaan clustering van dorpen, het dorp Mildam (en andere kleine gemeenschappen) alternatieve mogelijkheden.

1

Us Kooperaasje: de Friese koepel voor lokale energiecoöperaties met als doel verduurzamen en vergroenen op lokaal niveau. 2 Postcoderoos-regeling: dit is de belastingregeling ‘Verlaagd Tarief bij collectieve opwek’. Kleinverbruikers die samen eigenaar zijn van een productie-installatie en die rond de productie-installatie wonen (zgn. postcoderoos), hebben recht op belastingkorting op het elektriciteitstarief. 3 Energiewerkplaats: dit is een samenwerkingsverband van Doarpswurk, de Friese Milieu Federatie en Ús Koöperaasje dat initiatiefnemers en werkgroepen uit dorpen en wijken ondersteunt. (Mede) gefinancierd door de provincie Fryslân.

Inhoud reacties bijeenkomst Fryslân geeft Energie Tijdens de workshop Zonneweides hebben aanwezigen (met name overheidsinstanties, lokale initiatieven, bedrijfsleven) op een drietal flipovers aanbevelingen aangegeven: Ruimtelijke inpassing  Kan een sloot ook, in plaats van een hek (als beveiliging)  Vanaf het begin bewoners erbij betrekken  Samen ontwerpen (dialogue by design)  Overheid moet ontwerper aanbieden  Uitgangspunt bij projecten moet zijn: meervoudig ruimte gebruik o Functiemenging o Geothermie onder zon o Etc.  De energie van onderop laten ontstaan  Netto versus bruto energiewaarden per/ m2 Randvoorwaarden  Infrastructuur erg belangrijk, regionale energieregisseur vanuit netbeheerder aanstellen  Overheid (gemeente) moet aanjager zon aanstellen, wil dit een succes worden  Financieel: sturen op meer zekerheid. SDE niet beschikt gekregen? Dan overheid laten optreden als achtergestelde financier  Regionale investeerders erbij betrekken  Zuinig zijn op gezonde landbouwgrond  Bestemmingsplannen goed voorbereiden  Goede ruimtelijke kaders vaststellen vertalen in lokaal beleid, geef ook ruimte aan bezwaarmakers  Speciaal deel van de SDE pot beschikbaar stellen voor lokale initiatieven

Participatie  Zonneweides mogen alleen voortkomen vanuit een lokale energiecoöperatie of initiatief. Ontwikkelkracht mist dan soms wel. Projectontwikkelaars volgend maken aan lokale ideeën  Eigenaarschap zonneweide moet deels lokaal zijn  Rol voor de netbeheerders en de organisatie van de energiewet  Zonnepark anders benaderen, als zijnde kwaliteitsversterkend element. Ontwerpen als ‘tuin’  Naar draagkracht aandeelhouders Samenvattend feedback op gemeentelijk niveau: 1. Energiecoöperatie of dorpsbelang moeten voorop in initiatiefvorming. Daarna ontwikkelkracht projectontwikkelaars inbrengen; 2. Overheid moet ontwerper aanbieden, aanjager zon 3. Kan een sloot ook, in plaats van een hek (als beveiliging) 4. Uitgangspunt bij projecten moet zijn: meervoudig ruimte gebruik a. Functiemenging b. Geothermie onder zon

c. Etc. 5. Zuinig zijn op gezonde landbouwgrond 6. Goede ruimtelijke kaders vaststellen vertalen in lokaal beleid, geef ook ruimte aan bezwaarmakers, Bestemmingsplannen goed voorbereiden Reactie gemeente 1. Het is publiekrechtelijk niet mogelijk om vanuit de gemeente lokale initiatieven voorrang te geven op andersoortige initiatieven. Ons enige instrument is onszelf een inspanningsverplichting op te leggen ten aanzien van het expliciet ter sprake brengen van het belang van lokale participatie bij commerciële initiatiefnemers en hen verzoeken dit op te pakken. 2. De gemeente is zich bewust van de impact en kansen die het nieuwe beleid bieden. De gemeente vindt een goede uitrol van het beleid, vooral in eigen gemeente, van groot belang. Momenteel werken we samen met partners als de provincie Fryslân en Us Kooperaasje aan een goede methodiek om deze uitrol gedegen vorm te geven. 3. Dit is in principe goed mogelijk en staat ook als zodanig aangegeven in het beleidskader 4. Volgens de opgenomen ‘duurzaamheidsladder’ streven we naar functiemenging en meervoudig ruimtegebruik. We stimuleren particulieren en bedrijven zon op dak te realiseren, de ultieme functiemenging. We geven ruimte aan zon op geluidswal, langs snelweg en in transitielandschap. Het is in onze ogen echter niet een kwestie van of..of.. maar en..en.. 5. Zie de reactie op de zienswijze van LTO Noord 6.

Hier werken we aan door de ruimtelijke kaders om te zetten in een specifiek bestemmingsplan (zgn. parapluplan), teneinde de procedurele aspecten te verkorten . Wij verzoeken initiatiefnemers hun plannen zo vroeg mogelijk te delen met omwonenden, zodat zij input kunnen leveren op het moment dat er nog ruimte is voor eventuele aanpassingen of verbeteringen. Bezwaarmakers hebben ruimte hun bezwaren via de formele vergunningprocedure kenbaar te maken. 7.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=5ceb0b69-4391-47f0-a2b2-fc30ac263c14