CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Archeologisch_onderzoek (anoniem)

Raadsvergadering 23 maart 2023, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen voor 50 tijdelijke woningen aan de Pastorielaan tegenover nummer 8 1 t/m 304 Heerenveen4.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Heerenveen, Het Poortje II Gemeente Heerenveen (Fr.) Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek Steekproefrapport 2010-07/06

Heerenveen, Het Poortje II Gemeente Heerenveen (Fr.) Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek Een onderzoek in opdracht van de gemeente Heerenveen Steekproefrapport 2010-07/06 ISSN 1871-269X auteur: drs. C. Tulp (senior archeoloog) autorisatie: drs. E. Schrijer (senior archeoloog)

De Steekproef werkt volgens KNA 3.1. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door de Steekproef bv, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, Zuidhorn, juli 2010 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Hogeweg 3 9801 TG Zuidhorn telefoon fax internet e-mail kvk

050 - 5779784 050 - 5779786 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214

Inhoud Samenvatting 1. Inleiding.................................................................................................................................1 • 1.1 Aanleiding en doel (KNA 3.1 LS01).....................................................................1 • 1.2 Locatie en administratieve gegevens (KNA 3.1 LS01, LS02)...........................2 2. Bureauonderzoek.................................................................................................................3 • 2.1 Bronnen......................................................................................................................3 • 2.2 Fysische geografie (KNA 3.1 LS04)......................................................................3 • 2.3 Archeologie (KNA 3.1 LS04).................................................................................4 • 2.4 Historische geografie (KNA 3.1 LS03)................................................................6 • 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 3.1 LS05).........................................8 3. Veldonderzoek......................................................................................................................9 • 3.1 Plan van Aanpak veldonderzoek (KNA 3.1 VS01)............................................9 • 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 3.1 VS02, VS03)....................................................10 4.

Conclusies en advies (KNA 3.1 VS07)..........................................................................12

Appendix I: Archeologische periodes Appendix II: Kaart met bekende archeologische waarden Appendix III: Boorbeschrijvingen volgens Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode

Samenvatting Op 12 juli 2010 heeft in plangebied Het Poortje te Heerenveen, gemeente Heerenveen, provincie Friesland, een inventariserend archeologisch veldonderzoek plaatsgevonden. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herinrichting van het terrein. Het doel van het onderzoek was vast te stellen of er in het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn. Het onderzoek bestaat uit een bureau- en een veldonderzoek. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op de overgang ligt tussen zandgrond en veengronden. Uit het plangebied zijn geen eerdere vondstmeldingen bekend. In de omgeving is materiaal gevonden uit de periode middeleeuwen/nieuwe tijd. Verder naar het oosten toe is bewerkt en verbrand vuursteen gevonden. Het plangebied lijkt voor het grootste deel een verstoorde bodem te bevatten, doordat in het oosten de voorloper van de Rijksweg A32 heeft gelopen. Verder zijn er enkele sportterreinen aangelegd en ligt het westelijke deel van het plangebied ter hoogte van een voormalige plas. Tijdens het veldonderzoek zijn in totaal zeventig boringen geplaatst om de gaafheid van de bodem te bepalen en om archeologische indicatoren op te sporen. Het plangebied blijkt zoals verwacht grotendeels verstoord te zijn. Alleen op het bosperceel en in het zuidoosten van het terrein zijn podzolbodems aangetroffen, maar deze zijn zwak ontwikkeld.

Er zijn tijdens het veldwerk geen archeologische indicatoren gevonden. Wij adviseren op basis van deze resultaten dat er geen nader archeologisch onderzoek nodig is op deze locatie.

Figuur 1: Heerenveen, Het Poortje II: de begrenzing van het onderzoeksgebied is met een rode lijn aangegeven. Het eerder onderzochte deel is zwart omlijnd. [Naar: ANWB. Topografische Atlas Friesland 1:25000. Den Haag, 2004, p. 101 en 102. Eén rasterblok komt overeen met één vierkante kilometer; de kaart is naar het noorden gericht.]

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 3.1 LS01) In opdracht van de gemeente Heerenveen, vertegenwoordigd door de heer A.J. Meijerink, is plangebied Het Poortje onderzocht op het voorkomen van archeologische waarden (zie Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is de geplande herinrichting van het terrein. Er komt een jeugdgevangenis, enkele woningen, infrastructuur en de bestaande sportvelden worden verplaatst (zie Figuur 2). De hiermee gepaard gaande graafwerkzaamheden kunnen eventueel aanwezige archeologische grondsporen verstoren. De diepte van de bodemingrepen was ten tijde van het onderzoek nog niet bekend. Een deel van plangebied is in 2009 reeds door De Steekproef bv onderzocht (Exaltus 2009, Figuur 1). Dit eerdere onderzoek is uitgevoerd onder dezelfde naam, waardoor het voorliggende project Het Poortje II is genoemd. Voorliggend onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek middels grondboringen. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Het doel van het veldonderzoek is het vaststellen van de kans op aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied.

Hierbij wordt gekeken naar de bodemopbouw, de mate waarin deze intact is en naar het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals aardewerk, metalen voorwerpen, bouwmateriaal, bewerkt vuursteen, bewerkt en verbrand bot en houtskool.

Figuur 2:

Heerenveen, Het Poortje II: afbeelding van de geplande herinrichting (bron: gemeente Heerenveen). 1

1.2 Locatie en administratieve gegevens (KNA 3.1 LS01, LS02) Het circa 19 hectare grote plangebied bevindt zich aan de noordoostzijde van Heerenveen, direct ten zuiden van het Knooppunt Heerenveen (van de Rijkswegen A7 en A32) in de gemeente Heerenveen, Friesland (zie Figuur 1). De noordelijke en oostelijke begrenzing wordt gevormd door de ventweg naast deze snelwegen, de Weinmakker. De westelijke grens van het plangebied is de bebouwing ten westen van Hepkema Boschjes. De zuidelijke begrenzing wordt eveneens gevormd door bebouwing. Tijdens het onderzoek waren de oostelijke en zuidoostelijke delen van het terrein begroeid met distels, brandnetels, riet en jonge bomen. Het westelijke deel bestaat uit bospercelen (Hepkema Boschjes). In het centrale deel van het plangebied liggen een sportterrein (een voetbal- en een rugbyveld), een deel van een in onbruik geraakte ijsbaan, een braakliggend perceel en een grasperceel met schapen. Voor een overzicht van de administratieve gegevens wordt verwezen naar Tabel 1. Tabel 1:

Heerenveen, Het Poortje II: administratieve gegevens van het onderzoek.

Soort Onderzoek

Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek (IVO) - verkennende fase

Provincie

Friesland

Gemeente

Heerenveen

Plaats

Heerenveen

Locatie / Projectnaam

Het Poortje II

Kaartblad

11D

Coördinaten hoekpunten onderzoekslocatie

NW – 190,520/554,007 ZW – 190,587/553,566

Status terrein (AMK-nr); ARCHIS-nrs

-

Bevoegde overheid

Gemeente Heerenveen (adviseur voor bevoegde overheid: provincie Friesland)

Opdrachtgever

Gemeente Heerenveen, vertegenwoordigd door dhr. J.A. Meijerink

ARCHIS CIS-code

41943

ISSNnr.

1871-269X

Steekproef projectcode

2010-07/06

Oppervlakte

circa 19 hectare

NAP hoogte maaiveld (meters)

Tussen 0,74 +NAP en 1,62 -NAP

Maximale diepte onderzoek

250 cm onder het maaiveld

Uitvoering veldwerk

12 juli 2010

Beheer en plaats documentatie

De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis / Provincie Friesland / E-depot / DINO-loket (boorgegevens)

2

NO – 190,930/553,917 ZO – 191,252/553/658

2. Bureauonderzoek 2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van de onderzoekslocatie verzameld. Daartoe zijn de in Tabel 2 weergegeven bronnen geraadpleegd. Aan de hand van het bureauonderzoek is het archeologische verwachtingsmodel voor de locatie opgesteld. Tabel 2:

Heerenveen, Het Poortje II: gebruikte bronnen en kaarten.

Actueel Hoogtebestand Nederland ANWB, 2004. Topografische Atlas Friesland 1:25000. ANWB bv, Den Haag, k.101, 102. Centraal Archeologisch Archief (CAA) en Centraal Monumenten Archief (CMA) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) [ARCHIS]. Exaltus, R., C. Tulp & J. Jelsma. 2005. Heerenveen, Skoatterwâld: Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Zuidhorn, De Steekproef 2005-03/7. Exaltus, R., C. Tulp, A. Vissinga & J. Jelsma. 2005. Heerenveen, IBF (Fr.): Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Zuidhorn, De Steekproef 2005-05/19. Exaltus, R., 2009. Heerenveen, Het Poortje, Gem. Heerenveen (Frl.): Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Zuidhorn, De Steekproef 2009-05/11. Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) www.fryslan.nl Geomorfologische Kaart (Alterra) [ARCHIS]. Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) versie 3.1. College voor de Archeologische Kwaliteit (www.sikb.nl). Schotanus, C. 1664. Beschrijvinge van de Heerlyckheydt van Frieslandt. Facsimile-uitgave 1978. De Tille bv Leeuwarden/Theatrum Orbis Terrarum bv Amsterdam, kaart voor p.221. Stichting voor Bodemkartering, 1976. Bodemkaart van Nederland 1:50000. Blad 11 West Heerenveen. StiBoKa, Wageningen. 12 Provinciën 2008. Topografische en Militaire Kaart van het Koningrijk der Nederlanden (TMK) 1864. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer, k.40.

12 Provinciën 2006/2007. Atlas van Topografische Kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer, k.55. Uitgeverij Nieuwland, 2006. Grote Historische Topografische Atlas ±1926-1934. Fryslân 1 : 25 000. Uitgeverij Nieuwland, Tilburg, k.164. Uitgeverij 12 Provinciën, 2005. Luchtfoto-Atlas Fryslân. Schaal 1:14000. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer, p.235. Versfelt, H.J. & M. Schroor, 2005. De Atlas van Huguenin: Militair-topografische Kaarten van Noord-Nederland 18191829. Heveskes Uitgevers, Groningen/Veendam, k.37. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1990.Grote Historische Atlas van Nederland deel 2: Noord-Nederland 1851-1855, schaal 1:50000. Wolters-Noordhoff, Groningen, k.64, 65. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1992. Grote Historische Provincie Atlas 1:25 000. Friesland 1853-1856. WoltersNoordhoff Atlasprodukties, Groningen, k.129, 130. www.watwaswaar.nl

2.2 Fysische geografie (KNA 3.1 LS04) Het grootste deel van plangebied Het Poortje is wegens de ligging binnen de bebouwde kom van Heerenveen niet gekarteerd voor de geomorfologische kaart. Het uiterste noordoosten en oosten van het terrein bevindt zich in een dekzandvlakte (classificatie geomorfologische kaart 2M13). Ook op de bodemkaart is alleen het noordoosten en oosten van plangebied Het Poortje gekarteerd. De bodem bestaat hier voornamelijk uit een veldpodzolgrond in leemarm en zwak lemig fijn zand (classificatie bodemkaart Hn21 met grondwatertrap III: gemiddeld hoogste 3

grondwaterstand minder dan 40 cm en gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 80 en 120 cm onder het maaiveld). In het uiterste zuidoosten bestaat de bodem uit een madeveengrond met zand ondieper dan 120 cm onder het maaiveld en met een humuspodzol (aVp met grondwatertrap II: gemiddeld laagste grondwaterstand tussen 50 en 80 cm onder het maaiveld). In de directe omgeving van het plangebied komen verder moerige podzolgronden (vWp) en vlierveengronden met zand op minder dan 120 cm onder het maaiveld en zonder humuspodzol (Vz) voor. Het onderzochte terrein lijkt op een overgang te liggen tussen een droger en een natter gebied (zandgrond en veengronden; zie Figuur 3).

Figuur 3:

Heerenveen, Het Poortje II: detail van de bodemkaart. Het plangebied is in blauw aangegeven. Legenda: in oranje de humuspodzolgronden (Hn21), in paarse tinten de moerige podzolgronden (vWp) en veengronden (Vz en aVp, waarbij de 'p' staat voor de aanwezigheid van een humuspodzol en de 'z' voor de afwezigheid van een podzolbodem).

2.3 Archeologie (KNA 3.1 LS04) In het Centraal Archeologisch Archief (CAA) en het Centraal Monumenten Archief (CMA) van ARCHIS zijn geen meldingen bekend uit het plangebied. Twee meldingen liggen direct ten zuidoosten van het terrein [ARCHISnummers 40036 en 40037]. De beide meldingen betreffen dezelfde vondst, namelijk van een slijpsteen, vervaardigd van een leiachtige steensoort. Nader onderzoek wees uit, dat de slijpsteen zeer waarschijnlijk is gemaakt van de in Het Bildt in Friesland veel voorkomende platte en soms grillig gevormde stenen, bekend als 'Bildtse kluiten' (mededeling in ARCHIS2 door Elzinga). De slijpsteen werd gevonden bij graafwerkzaamheden aan de Pastorielaan. De overige meldingen liggen meer dan een halve kilometer van 4

plangebied Het Poortje verwijderd. Ten zuiden van het terrein bevindt zich de historische kern van Heerenveen [ARCHIS-nummer 15014]. Hier zijn vondsten gedaan van scherven aardewerk uit de nieuwe tijd [ARCHISnummers 37208 en 400449]. Eveneens zijn hier 4 goudguldens ontdekt [ARCHIS-nummer 40038]. Verder naar het zuidoosten is bij de aanleg van de Rijksweg A32 een gouden schijffibula of mantelspeld met zilveren inleg gemeld [ARCHIS-nummer 31735]. Ten oosten van de Rijksweg A32 zijn een groot terrein ten zuiden van de Mobilisatieweg en een terrein ten zuiden van de weg Het Meer onderzocht door De Steekproef bv. Hierbij zijn een vuurstenen spits, twee fragmenten verbrand vuursteen en houtskool gevonden [ARCHIS-nummers 400864 en 405776; Exaltus et al, 2005]. Tabel 3:

ARCHIS-nrs

Heerenveen, Het Poortje II: overzicht van de ARCHIS-meldingen (voor de dateringen en de ligging wordt verwezen naar Appendix I en Appendix II). RD-coördinaten

Omschrijving

Datering

191,000/552,750

historische kern van het veenontginningsdorp Heerenveen

vanaf late middeleeuwen

31735/11DZ-7

192,150/552,460

1 schijffibula van goud met zilveren inleg

vroege middeleeuwen C

37208/11DZ-8

190,990/552,800

onbekend aantal scherven gedraaid aardewerk

nieuwe tijd A-B

40036/11DZ-4

191,200/553,500

1 slijpsteen

onbekend

40037/11DZ-4

190,970/553,630

zie 40036

40038/11DZ-5

191,100/552,600

4 gouden guldens uit Holland, Overijssel, Gelderland, Utrecht

nieuwe tijd B

400449/11DZ-9

191,047/552,868

1 scherf aardewerk (gedraaid en geglazuurd)

nieuwe tijd

400864/11DZ-11 192,925/553,312

houtskoolconcentraties en 1 verbrande vuursteen splinter

onbekend

405776 (vondstmelding)

1 vuursteen spits en 1 fragment verbrand vuursteen

onbekend

CMA 15014/11D004 CAA

192,634/554,323

Een deel van plangebied Het Poortje is in 2009 reeds door De Steekproef bv onderzocht (Exaltus 2009; onderzoeksmeldingsnummer 35265). Dit deel is op Figuur 1 met een zwarte lijn aangegeven. Hierbij zijn geen vondsten gedaan en de bodem bleek sterk verstoord. Op de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) worden voor het terrein verschillende onderzoeken voorgeschreven. Voor de periode steentijd/bronstijd geldt voor het grootste deel van het terrein een quickscan. In het zuidoosten wordt een karterend onderzoek 1 (in het noordelijke deel) en 2 (in het zuidelijke deel) gevraagd. Op basis van de bodemkaarten, onderzoeks- en vondstmeldingen wordt aan dit zuidoostelijke deel een grotere kans op archeologische grondsporen gegeven.

5

2.4 Historische geografie (KNA 3.1 LS03) Op Figuur 4a (boven) is te zien dat het plangebied rond het begin van de negentiende eeuw deels in een plas lag. Deze plas is op basis van de perceelvormige begrenzing ervan ontstaan door vervening van het gebied. Het droge deel van het plangebied was toendertijd niet bebouwd. Halverwege de negentiende eeuw loopt er een weg door het oostelijke deel van het plangebied; de Pastoriesingel (Figuur 4a onder). De plas is inmiddels gereduceerd tot een vaart.

Figuur 4a:

Heerenveen, Het Poortje II: details van historische kaarten. Boven is een detail uit de Huguenin-atlas met kaarten uit 1819-1829 afgebeeld. Het detail onder is uit de Grote Historische Atlas van Nederland deel 2: 1853-1856 afkomstig. De kaarten zijn verschaald en naar het noorden gericht. Het plangebied is met een rode lijn aangegeven.

6

Figuur 4b:

Heerenveen, Het Poortje II: details van historische kaarten. De uitsnede boven komt uit de historische atlas met kaarten van 1926-1934. Het detail onder is uit de atlas van 1955-1965 afkomstig. De kaarten zijn verschaald en naar het noorden gericht. Het plangebied is met een rode lijn aangegeven.

Op latere kaarten is in het zuidoosten nog steeds de weg te zien en is het water helemaal verdwenen (Figuur 4b boven). Op de locatie van de voormalige plas staat nu grotendeels bos. Tevens is er een ijsbaan aangelegd. In de atlas van 1955-1965 is nog een weg door het plangebied zichtbaar. Dit is de voorloper van de Rijksweg A32, die door het noordoostelijke en oostelijke deel van het plangebied loopt (zie Figuur 4b onder).

7

2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 3.1 LS05) Het plangebied is in ieder geval de laatste twee eeuwen flink aan veranderingen onderhevig geweest. Op een groot deel van de westelijke helft lag in eerste instantie een plas, ontstaan door vervening, en later werd een bos met paden op dit deel aangelegd. Het centrale deel bestaat uit verschillende percelen en is in gebruik geweest als ijsbaan en nu nog deels als sportterrein. Op het oostelijke en noordoostelijke deel hebben twee wegen gelopen: de Pastoriesingel en de voorganger van de Rijksweg A32. Er is één slijpsteen gevonden bij de zuidoostelijke grens van het plangebied. De datering van deze slijpsteen is niet bekend. Archeologische waarden in de directe omgeving dateren voornamelijk vanaf de middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Verder naar het oosten toe is bewerkt vuursteen uit de steentijd gevonden. Het plangebied is voor zover bekend niet bebouwd geweest en ligt circa een halve kilometer ten noorden van de historische kern van Heerenveen. De FAMKE eist voor middeleeuwen/nieuwe tijd hier geen onderzoek, maar schat de kans op archeologische waarden uit de steentijd groter in. Deze eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen bestaan uit houtskool, bewerkt en/of verbrand vuursteen en scherven aardewerk (vanaf het neolithicum).

Eventuele artefacten zullen zich bevinden in de top het zandpakket (waarin zich een podzolprofiel heeft ontwikkeld) onder het restant veen. Volgens KLIC lopen er enkele leidingen door het gebied, maar deze volgen over het algemeen de waterlopen of paden/wegen (nummers 10G160656 en 10G160666). Door het oosten en noordoosten loopt een gastransportleiding. Verdere verstoringen zullen ontstaan zijn door de verveningen, het graven van de ijsbaan en het vermoedelijk egaliseren van sportvelden. Tevens zal het oostelijke en noordoostelijke deel verstoord zijn door de aanleg en verwijdering van de wegen die hier doorheen hebben gelopen. Het veldwerk dat in 2009 is uitgevoerd liet een sterk verstoorde bodem zien (Exaltus 2009).

8

3. Veldonderzoek 3.1 Plan van Aanpak veldonderzoek (KNA 3.1 VS01) Het veldwerk is uitgevoerd op 12 juli 2010. Voor het inventariserend booronderzoek (verkennende fase) is gebruik gemaakt van een edelmanboor met een diameter van zeven centimeter in combinatie met een steekguts met een diameter van 2 centimeter. Aan de hand van de resultaten van deze boringen is bepaald in welke mate de bodem intact is en wat de kans is op archeologische lagen en/of grondsporen.

Figuur 5:

Heerenveen, Het Poortje II: situatietekening met de boorlocaties [Naar: Google Earth]. De rode genummerde punten geven de uitgevoerde boringen weer. Het plangebied is met een gele lijn aangegeven (RD-coördinaten plangebied: NW – 190,520/554,007; NO – 190,930/553,917; ZW – 190,587/553,566; ZO – 191,252/553/658 ). 9

Volgens de FAMKE ligt het zuidoostelijke deel van het plangebied in een zone waar voor de periode steentijd-bronstijd een 'karterend onderzoek 1 en 2' (respectievelijk in de noordelijke helft en in de zuidelijke helft) wordt geëist. In het overige deel van het plangebied dient een quickscan te worden uitgevoerd. Over het plangebied zijn van noord naar zuid lopende boorraaien uitgezet. Daar waar een quickscan is geëist is het boorgrid 50 meter tussen de boorraaien en 60 meter tussen de boringen op één raai. Bij het 'karterend onderzoek 1 en 2' wordt gebruik gemaakt van een grid van respectievelijk 50 meter tussen de raaien en 40 meter tussen de boringen, en 30 meter tussen de raaien en 20 meter tussen de boringen op één raai. De opgeboorde grond is in de boor, de guts en op een 4 mm zeef bekeken op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Daarnaast zijn de diepte, lithologie en kleur (m.b.v. Munsell) bepaald, alsmede alle overige bijzonderheden en archeologische indicatoren zoals houtskool, bewerkt of verbrand vuursteen, scherven aardewerk, etc. Van alle boringen zijn de RDcoördinaten bepaald met behulp van GPS (zie Figuur 5). De hoogten van de boorlocaties zijn met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bepaald. Voor de NAP-hoogtes en de RDcoördinaten van de afzonderlijke boorpunten wordt verwezen naar de boorstaten en boorbeschrijvingen in Appendix III.

Een veldkartering kon wegens de dicht begroeide bodem niet worden uitgevoerd. Tijdens het veldonderzoek is het verwachtingsmodel zoals geformuleerd in paragraaf 2.5 getoetst. 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 3.1 VS02, VS03) Bodem Een intacte podzolbodem zal bestaan uit donkergrijs zand (A-horizont), een uitspoelingslaag van lichtgrijs zand (E-horizont), gevolgd door een donkerbruine inspoelingslaag (B-horizont), een bruingele overgangslaag (BChorizont) en het gele zand waarin geen bodemvorming heeft plaatsgevonden (C-horizont). Tijdens het eldonderzoek bleek de bodem voor het grootste deel van het plangebied verstoord te zijn. De boringen op het voetbalveld (boringen 48, 51-52, 56-57) laten een opgebrachte bouwvoor zien, gevolgd door de Chorizont. Hetzelfde geldt voor de boringen die zijn uitgevoerd op het rugbyveld (boornummers 40-43). Ook op de noordelijke helft van de voormalige ijsbaan laten de boringen een bouwvoor van venig materiaal zien, gevolgd door de C-horizont (nummers 44-46, 49-50, 53-54). Dit geldt ook voor de boringen op een braakliggend veldje met veel begroeiing (boornummers 38 en 39) en een grasveld waar schapen waren (boringen 22-23, 29-31, 34-35). In de twee boringen op het noordelijke deel van dit grasveld werd veen aangetroffen.

Boorlocatie 12 ligt op een hoek van het terrein tussen een weg en een sloot en laat tot 125 cm diepte een verstoord bodemprofiel zien. 10

De bodem in het bos, in het westelijke deel van Het Poortje, is verstoord of heeft een jonge en daarom zeer zwak ontwikkelde podzolbodem (boringen 55, 58-70). Dat is logisch gezien het feit dat zich op deze locatie de plas water bevond tot het begin van de negentiende eeuw, voorafgaand aan het bos. De ontwikkeling van de podzol is hier zwak, omdat de bodem ter plaatse lange tijd te nat was voor een goede ontwikkeling. De strook grond ten zuidwesten van de Rijksweg A32 bevat over het algemeen een pakket opgebrachte grond gevolgd door een restant veen. Het opgebrachte pakket hangt samen met de aanleg en verwijdering van de weg die er heeft gelegen. In het zich eronder bevindende zandpakket is in sommige boringen een intact, maar zeer zwak ontwikkelde podzolbodem gezien (boringen 1-3, 8-9 en 25). In twee boringen (nummers 5 en 27) werd een redelijk intact podzolprofiel aangetroffen. In de overige boringen werd onder de opgebrachte laag direct een C-horizont waargenomen (boornummers 4, 7, 10,11, 13, 14, 16-21, 26 en 28). Archeologie Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische indicatoren of archeologische cultuurlagen aangetroffen. Op de locaties van de verstoringen van het bodemprofiel zullen zich geen archeologische waarden (meer) bevinden. Op de locaties waar zich een zwakke podzolbodem heeft ontwikkeld was het te nat in het verleden om bewoning te verwachten.

Figuur 6:

Heerenveen, Het Poortje II: foto's van het plangebied. De linkerfoto is genomen richting het zuiden en laat het grasveld zien, bij boring 30. De rechterfoto is genomen richting het oosten van het oostelijke deel van het plangebied, bij boring 24.

11

4. Conclusies en advies (KNA 3.1 VS07) Plangebied Het Poortje te Heerenveen is voor zover bekend nooit bebouwd geweest. Het terrein heeft echter wel veel veranderingen ondergaan en bevat sportvelden, een bosperceel, een deel van de voormalige ijsbaan, grasland en een strook grond in het oosten waar wegen hebben gelopen en wat om die reden is opgehoogd. Uit het plangebied zelf zijn geen meldingen van archeologische vondsten of terreinen bekend, maar in de directe omgeving is een melding gedaan van een slijpsteen met onbekende datering. De historische kern van Heerenveen ligt op ongeveer een halve kilometer afstand. Hier zijn vondsten aangetroffen die wijzen op menselijke activiteiten in de middeleeuwen en nieuwe tijd. Oudere vondsten zijn gedaan op grotere afstand ten oosten van de A32, namelijk een deel van een werktuig en twee stukken verbrand vuursteen. Voorafgaand aan het veldwerk is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld: een grote kans op recente verstoringen van het bodemprofiel, maar mogelijk ook sporen uit de steentijd onder het eventueel nog aanwezige veen. De resultaten van het veldwerk voldoen grotendeels aan het opgestelde verwachtingsmodel. Het grootste deel van het plangebied bevat een verstoorde bodem. Alleen ter hoogte van het bos en deels in het zuidoosten is nog een redelijk intacte bodem aanwezig.

Hier is ook een zwak ontwikkelde podzolbodem waargenomen. Het terrein heeft duidelijk op de overgang gelegen tussen zandopduikingen en natte gebieden. De zwak ontwikkelde podzolbodem houdt in dat het terrein hoogstwaarschijnlijk te nat is geweest voor bewoning. Er kunnen zich wel andere activiteiten hebben afgespeeld (jacht en visvangst bijvoorbeeld), maar hiervan zijn geen sporen of aanwijzingen gevonden. Tijdens het veldwerk zijn geen archeologische indicatoren voor menselijke activiteiten uit de steentijd of latere perioden gevonden. Advies Op basis van de bovenstaande resultaten concluderen wij dat de kans op onverstoorde archeologisch grondsporen en archeologisch materiaal binnen het plangebied zeer klein is. Beperkende of beschermende maatregelen zijn voor het onderzochte terrein dan ook niet te verdedigen. Wij adviseren daarom dat geen verder archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. Wij wijzen erop dat indien er bij de uitvoering onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, deze conform de Monumentenwet 1988 artikel 53 & 54 direct dienen te worden gemeld bij zowel de gemeente Heerenveen als bij de provinciaal archeoloog, , Postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden, 0582925487, vsmp@fryslan.nl.

12

Appendix I Heerenveen, Het Poortje II Archeologische periodes

paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:

ijzertijd: tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC

mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:

8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC

neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:

5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC

bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:

2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC

ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:

800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC

romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:

12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC

middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:

450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC

nieuwe tijd: nieuwe tijd A: nieuwe tijd B: nieuwe tijd C:

1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden

Appendix III Heerenveen, Het Poortje II Boorbeschrijvingen volgens Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=34fee39a-6411-4a96-9dc5-655b90a768cf