CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.7 Eindrapportage Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Raadsmarkt 2 februari 2026, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Tafel 1 technische vragen over Eindrapportage Masterplan Lelylijn en Integrale Gebiedsverdieping Lelylijn Heerenveen (ROM)18.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

polyfern i.s.m. dzh

Toekomstverkenning Lelylijn 2125 Beeld ? iken gebru t onze eers ns Vraag gever én o cht ing! opdra oestemm om t + iste de ju altijd ld e Verm credits:

polyfern

Logica brengt je van A naar B, verbeelding brengt je overal

Logika bringt dy fan A nei B, mar ferbylding bringt dy oeral.

Logica brengt die van A naor B, verbeelding brengt die overal hen.

Logik bringt dich von A nach B, aber Vorstellungskraft bringt dich überall hin.

Logik bringer dig fra A til B, men fantasi bringer dig overalt.

La logique vous conduit d’un point A à un point B, l’imagination vous emmène partout.

Leeswijzer Hoofdstuk 1 – Inleiding

Hoofdstuk 4 – Brede welvaart in 2125

Beschrijft de aanleiding, het proces en het doel van de toekomstverkenning Lelylijn 2125. Hier wordt de reikwijdte van het onderzoek geschetst en de gehanteerde methode toegelicht.

Verbindt de scenario’s aan thema’s als leefbaarheid, duurzaamheid en rechtvaardigheid. Hier wordt de kwaliteit van leven per scenario beoordeeld aan de hand van de “meetlat brede welvaart”.

Hoofdstuk 2 – Verleden, heden, toekomst

Hoofdstuk 5 – Retourtje toekomst: keuzes en overwegingen voor vandaag

Geeft een historisch en actueel perspectief op het Nederlandse spoornet, de ruimtelijke ontwikkeling en de invloed van klimaat, bodem en water. Dit hoofdstuk vormt de basis voor het toekomstdenken: begrijpen waar we vandaan komen om te kunnen zien waar we heen kunnen.

Hoofdstuk 3 – Vier scenario’s voor 2125 Werkt vier mogelijke toekomsten uit voor Noordelijk Nederland en de Lelylijn, gebaseerd op variaties in economische groei en snelheid van de klimaattransitie. Elk scenario bevat een beschrijving van klimaat, economie, verstedelijking, landschap en de rol van de Lelylijn, met kaarten en visualisaties.

Vat de belangrijkste inzichten en lessen samen. Dit hoofdstuk benoemt strategische keuzes voor het heden die bijdragen aan een toekomstbestendige ontwikkeling van de Lelylijn en Noordelijk Nederland.

Inhoudsopgave Leeswijzer 

11

Bijlage I. Onderbouwing en toelichting per scenario 115

Management samenvatting 

13

Bijlage II. Stationsklassen 

117

Bronnen 

121

Colofon 

125

1

Inleiding onderzoek Impact Lelylijn over 100 jaar 

19

2

Verleden, heden, toekomst 

23

3

Vier scenario's voor 2125 

37

4

Brede welvaart in 2125 

97

5

Retourtje toekomst: keuzes en overwegingen voor vandaag 

110

Management samenvatting Vanuit het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) is benadrukt dat een investering als de Lelylijn de structuur van Nederland op lange termijn zal beïnvloeden. Daarom pleit het CRa ervoor om zowel de impact als de potentiële baten van de Lelylijn te beoordelen op een tijdshorizon die deze blijvende invloed inzichtelijk maakt. Naar aanleiding van dit advies is de Toekomstverkenning Lelylijn 2125 uitgevoerd. Lijn, economie, delta Vertrekpunt van deze studie is dat de Lelylijn niet op zichzelf staat als infrastructureel project, maar nadrukkelijk wordt verbonden aan haar betekenis voor de regionale en nationale economie en samenleving. Deze economie van de toekomst wordt steeds meer bepaald door de condities van het klimaat, bodem en water. Met andere woorden: de rol van de Lelylijn wordt verbonden aan de economische kansen die de delta waarin we leven in de toekomst biedt.

Binnen het onderzoek zijn vier integrale toekomstscenario’s ontwikkeld voor de regio Noordelijk Nederland. Hierbij is vooruit gekeken naar het jaar 2125 en de functie die de Lelylijn in het toekomstige landschap heeft. Basis voor de scenariostudie is de Toekomstverkenning WLO van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uit 2025. Hierbinnen worden trends rondom klimaat en economie met elkaar verbonden in vier voorstelbare toekomsten voor Nederland. • Het Hoog-Snel scenario gaat uit van een hoge economische groei en snelle klimaattransitie; • Het Hoog-Vertraagd scenario betreft een hoge economische groei en een vertraagde klimaattransitie; • Het Laag-Snel scenario is gebaseerd op een lage economische groei en een snelle klimaattransitie; • Het Laag-Vertraagd scenario gaat uit van een lage economische groei en vertraagde klimaattransitie.

Scenariostudie Voor elk scenario is inzichtelijk gemaakt welke condities van het landschap en klimaat ontstaan, wat de

polyfern i.s.m. dzh

8

demografische trends zijn en welke economie en wereldbeeld daaruit ontstaat voor 2125. In woord en beeld is dit doorvertaald en zijn consequenties inzichtelijk gemaakt. Hierin is aandacht gegeven aan het regiobeeld, wordt ingegaan op de (inter)nationale relaties, de relatie van de Lelylijn met het onderliggend mobiliteitssysteem, wordt een blik gegeven op de Lelylijn zelf en de lijn in het landschap, en wordt gekeken naar hoe knooppunten en stationsgebieden zich ontwikkelen. Ook is onderzocht hoe de scenario’s zich verhouden ten opzichte van Daily Urban Systems en de spreiding van verstedelijking. De scenario's onderscheiden zich op het vlak van regionale en economische ontwikkeling, functie van de Lelylijn, ligging van het tracé, respons op klimaateffecten in het gebied, de locatie en functie van stations, de rol van overige infrastructuren, en de impact op zowel regionaal, nationaal als internationaal niveau.

Grip op keuzes en consequenties Aan de hand van de ontwikkelde Meetlat Brede Welvaart Lelylijn zijn de scenario's beoordeeld op de bijdrage van de Lelylijn aan brede welvaart in Noordelijk Nederland. De meetlat maakt inzichtelijk dat de scenario's elk eigen effecten en consequenties hebben voor de brede welvaart in de regio.

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Schetsmatige uitwerking van het scenario "Hoog-Snel"

Schetsmatige uitwerking van het scenario "Hoog-Vertraagd" 9

polyfern i.s.m. dzh

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Schetsmatige uitwerking van het scenario "Laag-Snel"

polyfern i.s.m. dzh

Schetsmatige uitwerking van het scenario "Laag-Vertraagd" 10

Inzichten Ontwikkeling van de regio

Alle scenario’s uit de verkenning zouden werkelijkheid kunnen worden, afhankelijk van klimaattransitie, bevolkingsontwikkeling en economische groei. Ongeacht het scenario is het essentieel om hoge leef- en omgevingskwaliteit te waarborgen en de unieke kwaliteiten van landschap, economie en infrastructuur te benutten. De ontwikkeling van de Lelylijn moet daarom breed worden bekeken en afgestemd op het economisch profiel van de regio, het landschap en de kernen. Meer onderzoek naar kansrijke economische profielen voor de grotere kernen en de regio is nodig om de kwaliteiten en potenties van het gebied en de mensen voor de toekomst te benutten. Regionale samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen is daarnaast cruciaal om de Lelylijn in te zetten als een motor voor integrale ruimtelijke, economische en landschappelijke gebiedsontwikkeling.

Sturende netwerken en het landschap

De Lelylijn is meer dan een spoorverbinding; ze fungeert als landschappelijke en ruimtelijke drager die

mobiliteit, economie, landschap, energie, waterbeheer en ecologie verbindt. Het tracé en de ontwikkelingszone moeten klimaatrobuust zijn, zodat stedelijke en economische groei zich concentreert op - en gestuurd wordt naar - veilige en duurzame locaties. De twee meest sturende keuzes op korte termijn zijn dan ook 1. de ligging van het tracé, en 2. de ligging en functie van de stations. Een uitgekiende keuze hierin bepaalt in grote mate de klimaatrobuustheid van de lijn zelf, de regio en die van de stedelijke ontwikkeling die door de aanleg van de lijn wordt aangejaagd.

Daily Urban System / Daily Rural System

De Lelylijn kan een belangrijke rol vervullen in het ontwikkelen van een Daily Urban System (DUS) in Noordelijk Nederland. Echter zijn er twee 'post-growth' scenario's in de toekomstverkenning waarbij het DUS niet volledig tot ontwikkeling komt. De opgave is om ook in die scenario's een volwaardig mobiliteits- en bereikbaarheidssysteem tot wasdom te brengen. Zodat toegankelijkheid van bijvoorbeeld voorzieningen geborgd blijft. Het verder onderzoeken van het in deze studie geïntroduceerde concept 'Daily Rural System' (als alternatief voor een DUS) is van belang om hier een antwoord op te formuleren.

Ontwikkeling stations en stationsgebieden

Stationsgebieden moeten flexibel worden ingericht, met voldoende ruimte om toekomstige groei, krimp en veranderende mobiliteitsvormen op te vangen. Verdichting rond stationslocaties in stedelijke centra is een no-regret maatregel, zolang dit verbonden is aan hoge ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid.

11

Nieuwe stations aan stadsranden vragen bovendien om goede afstemming met bestaande centra om verschuiving van functies en leegstand te voorkomen. Door voorzieningen te clusteren kunnen stations uitgroeien tot regionale knooppunten die de toegankelijkheid en leefbaarheid versterken. In de scenario's waarin de economische en stedelijke groei minder is, verandert het economisch profiel van de regio van kennis naar (agro)productie en circulariteit. In die scenario's verbreedt de betekenis van de lijn van sec forenzenvervoer naar combinaties met goederen, en is er dus behoefte aan andere typen stations. Denk aan 'agri-railports' voor goederen, en stedelijke haltes voor forenzen. Een goed onderzoek naar de economische ontwikkelpotenties van elke kern, maakt duidelijk wat de rol van de lijn is en welk type stations nodig zijn. Dit kan worden meegenomen in verdiepend onderzoek op het schaalniveau van de knooppunten aan de lijn.

Relatie nationaal niveau

In elk scenario is de relatie van de regio en de Lelylijn met de rest van Nederland anders. Afhankelijk van het scenario ontstaat een regio met complementaire economie aan de Randstad, of juist als verlengstuk van de bestaande kennis-economie. Ook tonen de scenario's hoe de spreiding van mensen en verstedelijking in ons land verschuift afhankelijk van de snelheid van de klimaattransitie in de scenario's. De rol die de Lelylijn vervolgens vervult in het verbinden van de verschillende stedelijke gebieden, natuur, landschap en productiemilieus, is daarin steeds anders.

polyfern i.s.m. dzh

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

De scenariostudie sorteert niet voor op een keuze, het zijn mogelijke toekomsten. De inzichten geven juist de handvatten om beleidskeuzes te maken richting een wenselijke toekomst. Via 'lessons learned' uit de scenario's is inzichtelijk gemaakt welke strategische en ruimtelijke keuzes en aanbevelingen voorliggen, die in de verdere ontwikkeling van de Lelylijn in de komende jaren en decennia van belang zijn.

1

Inleiding

Inleiding onderzoek Impact Lelylijn over 100 jaar Een spoorlijn leg je aan voor meer dan 100 jaar. De huidige spoorlijn tussen Meppel en Groningen is geopend op 1 mei 1870, de lijn Zwolle – Leeuwarden kwam in delen gereed in de jaren 1867 en 1868. Beide lijnen vormen nog steeds de ruggengraat van het (Noordelijke) spoornetwerk. Stations zijn na al die jaren dynamische plekken in de stad geworden waar vele functies en mensen samenkomen en vormen in de dorpen een poort naar de buitenwereld. Zo zijn we dagelijks nog blij met de investeringen die door generaties voor ons zijn gedaan.

polyfern i.s.m. dzh

De uitdagingen waar wij nu voor staan vergen opnieuw deze lange termijn blik. Denk aan de klimaatverandering, de bevolkingsgroei, de schaarse ruimte en de groeiende verschillen tussen de verschillende landsdelen binnen ons land. Het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) benadrukt in haar advies over de Lelylijn (oktober 2024) dat een investering als de Lelylijn de structuur van Nederland langdurig zal bepalen. En bepleit daarom dat de impact en mogelijke baten van de Lelylijn op een dergelijke lange tijdschaal gewaardeerd moeten worden. Met andere woorden: de 22e eeuw begint nu. Mede naar aanleiding van dit advies heeft het projectteam Lelylijn aan Polyfern landscape architects en De Zwarte Hond gevraagd om de impact van de Lelylijn over 100 jaar in beeld te brengen. Daarbij gaan we er vanuit dat de Lelylijn er in 2050 ligt.

14

Hoe hebben we dit gedaan? • Met ontwerpend onderzoek, meer tekenen dan rekenen, en met de focus op Noordelijk Nederland; • Aan de hand van meerdere toekomstscenario’s, waarbij eerst is gekeken naar de lange lijnen van klimaat, water & bodem, economische groei (hoog of laag) en demografie (groei versus krimp) en vervolgens de Lelylijn is ingebracht. Uitgaande van de bundelingsvariant, met stationslocaties in Emmeloord, Heerenveen, Drachten, Groningen en Leeuwarden, gereed in 2050; • Met medewerking van een diverse groep experts, waar we tussentijds onze uitwerking aan hebben getoetst. Experts van Deltares, Planbureau voor de Leefomgeving, DRIFT, College van Rijksadviseurs, Ministeries van VRO en IenW, Hanze Hogeschool, RUG en gemeentes en provincies.

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Het resultaat mag er zijn! Vier ruimtelijk vertaalde en uitgewerkte scenario’s waarmee we de robuustheid van de Lelylijn hebben getest en lessen leren over wat we nu wel en juist ook niet moeten doen. De scenario’s zijn nadrukkelijk niet bedoeld om nu uit te kiezen, het zijn geen voorspellingen. Wel kan elk scenario waarheid worden, afhankelijk van factoren waar we deels wel en deels ook geen invloed op hebben. Het allerbelangrijkste is dat elk scenario kansen biedt voor (Noordelijk) Nederland en dat het goed is om daar nu met elkaar over na te denken. Veel leesen kijkplezier!

15

polyfern i.s.m. dzh

2

Verleden, heden, toekomst

Verleden, heden, toekomst Je kunt de toekomst niet verbeelden zonder het verleden te begrijpen. Een korte blik op de ontwikkeling van het spoornet, de verstedelijking en de inrichting van ons land in heden, verleden en toekomst, maakt expliciet waar de opgaven voor de toekomstverkenning van de Lelylijn liggen. En wat het toekomstdenken binnen deze opgave van ons vraagt.

Verleden Techniek, romantiek, grandeur De eerste trein in Nederland reed op 20 september 1839 tussen Amsterdam en Haarlem. Uitgevoerd door twee stoomlocomotieven, genaamd 'De Arend' en 'De Snelheid', van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, een voorloper van de huidige NS. Sinds die eerste rit is het reizen met de trein fundamenteel veranderd. De stoomlocomotief werd een dieseltrein en vervolgens een elektrische trein. De

polyfern i.s.m. dzh

boemel werd een intercity en vervolgens een HSL. En de stations transformeerden van reispaleizen met grandeur en rijk gedecoreerde wachtruimten, naar haltes, hypermoderne OV-terminals, spoorwegkathedralen en megastations. De wijze waarop we de trein gebruiken veranderde ook. Van gecombineerd goederen-, post- en personenvervoer naar meer scheiding van modaliteiten en een hoogfrequent forenzennetwerk. Met de opkomst van het vliegverkeer verloor de trein terrein voor langere (Europese) afstanden. Denk aan de TransEuropExpress die in de hoogtijdagen in de jaren '50-70 Amsterdam met o.a. Zurich, Basel, Hamburg en Parijs verbond, maar begin jaren '80 verdween. Maar inmiddels is ook daar weer een kentering waarbij de trein ook voor de langere afstand, onder meer vanuit klimaatbewustzijn, weer populairder wordt. De manier waarop het spoornet wordt gebruikt is dus constant aan verandering onderhevig. Dat zal ongetwijfeld in de toekomst ook zo zijn, afhankelijk van economische en maatschappelijke motieven.

18

Dat hoeft niet altijd iets te zeggen over de ligging van de netwerken die voor het vervoer worden gebruikt. Immers, de stoom-, diesel-, en elektrische trein rijden in de basis over nog steeds dezelfde spoorlijn. Maar de wijze waarop de trein zich vertakt en verbindt in onze leefomgeving kan veranderen. Waar we in de toekomst wonen, welke economie we hebben en hoe we ons willen vervoeren is bepalend voor bijvoorbeeld het type stations dat we nodig hebben en waar deze liggen. En welk type trein er rijdt en op welke frequentie.

Plek-statische netwerken in een dynamische omgeving Wie de spoorkaart van Nederland van 100 jaar geleden naast de huidige kaart legt, ziet op het eerste gezicht weinig verschillen. Het hoofdspoornet is, op enkele toevoegingen en wijzigingen na, in essentie nog hetzelfde. Enkele stations verdwenen, er kwamen nieuwe bij, een aantal spoorverbindingen zoals de Flevolijn en de Hanzelijn werd toegevoegd, maar de hoofdstructuur is nog hetzelfde.

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Spoorkaart 1910, bron: collectie Govert Schipperheijn

Spoorkaart 2024, bron: Prorail

19

polyfern i.s.m. dzh

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Dat betekent dat het spoornet als netwerk in de basis al 100 jaar nagenoeg hetzelfde is. Dat is niet verwonderlijk, want infrastructurele investeringen doe je gezien de hoge kosten voor de lange termijn. Het is tegelijk wel de vraag of dat netwerk van ruim 100 jaar geleden, ook is voorbereid op de komende 100 jaar. Want de omgeving (landschap, steden) van het netwerk is drastisch veranderd. Hoe toekomstvast de (ligging van) de netwerken is, wordt met een veranderend klimaat, geschiktheid van de ondergrond en demografische ontwikkelingen steeds spannender. Is bijvoorbeeld een spoorlijn over 100 jaar nog te handhaven op een slappe veenbodem? En ligt een spoorlijn ook op de plek waar de meeste economische ontwikkeling of concentratie van mensen te verwachten is?

Stationsgebouw Groningen van 1866, bron: Groningen Archieven (boven). Station Peperga, bron onbekend (linksonder). TEE brochure, bron onbekend (rechtsonder).

polyfern i.s.m. dzh

20

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Kaart van spoorinfrastructuur en stedelijk gebied in 1900 (links) en 2010 (rechts), bron: RCE

21

polyfern i.s.m. dzh

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Heden Zichtbare verandering Een vergelijking van de verstedelijking van Nederland tussen het heden en 100 jaar geleden laat een enorme stedelijke groei zien. Daarnaast is het landschap in de afgelopen 100 jaar onherkenbaar veranderd, bijvoorbeeld door schaalvergroting in de landbouw, industrialisatie en energiewinning. Ook de ondergrond, dat wat we niet direct zien, is veranderd. De effecten van klimaatverandering en de manier waarop we met bodem, water en natuur omgaan, leiden tot steeds meer zichtbare veranderingen zoals bodemdaling, verzilting, verdroging en wateroverlast. Door die zichtbare veranderingen wordt ook expliciet dat de manier waarop we het landschap kunnen gebruiken verandert. Wat zijn straks de veilige plekken om te wonen en te werken, en welke kansen geven de condities van de ondergrond voor landbouw en andere vormen van productie? En wat is vanuit die basis de rol van Lelylijn als verbindende structuur in zowel het gebied als de samenleving en economie?

Nederland in de delta: statisch en veranderbaar, wordt dynamisch en veranderlijk Nederland is deel van een delta en leeft met en van het water. Dit betekent dat water en bodemgesteldheid fundamenteel zijn in hoe het landschap kan worden gebruikt. Dat wordt niet alleen binnen de lands-

polyfern i.s.m. dzh

In de Nederlandse delta komen veel rivieren samen vanuit verschillende Europese landen

22

Om hier goed mee om te kunnen gaan moeten we water en bodem weer als sturende basis gebruiken. We moeten het zien als de veranderlijke laag in ons landschap, niet als een veranderbaar natuurlijk organisme.

In de manier waarop we Nederland inrichten, zijn we tegelijk steeds verder af komen te staan van de natuurlijke ondergrond. Bodem en water zijn lang niet altijd meer het vertrekpunt van onze plannen. In plaats daarvan bouwden we lange tijd op techniek: dijken, gemalen, dammen – allemaal ontworpen om het landschap beheersbaar en leefbaar te maken.

Sturende netwerken: integrale kijk op infra en context

Maar deze technische ingrepen functioneren niet op zichzelf (College van Rijksadviseurs, 2023). "Het zijn als het ware protheses, zoals een kunstbeen of gehoorapparaat. Het is heel zinvol dat die hulpmiddelen bestaan, maar ze kunnen niet los van een gezond lichaam functioneren."Als zulke oplossingen niet goed zijn afgestemd op hun omgeving, kunnen ze juist problemen veroorzaken. Neem bijvoorbeeld diepe polders in gebieden waar het grondwater zout is: als we die blijven droogmalen, dringt het zoute water verder het land in. Kijk naar de veenweidegebieden, waarbij bemaling leidt tot bodemdaling. Of kijk naar de hoge zandgronden, waar we jarenlang water versneld hebben afgevoerd. Dat lijkt efficiënt, maar het leidt tot droogte in de hogere gebieden en wateroverlast in de lagergelegen delen bij zware regenval. Door klimaatverandering worden de gevolgen groter en extremer. Daarnaast leiden deze uitdagingen ook tot een verhoging van kosten om huidig landgebruik in stand te houden.

Eerder in dit hoofdstuk werd duidelijk dat infrastructurele netwerken plek-statisch zijn: eenmaal aangelegd veranderen ze zelden tot nooit van plek. Dus als we onze infrastructuur met het oog op klimaat-impact op robuuste plekken willen aanleggen, zodat ze over een periode van meer dan 100 jaar bruikbaar blijft, dan is water en bodem een sturend principe. Bij het vormgeven van de verre toekomst is het tegelijk interessant om te beseffen dat de ruimtelijke planning van infrastructuur zoals de Lelylijn óók kan worden ingezet als sturend principe. Wanneer we willen sturen in het verstedelijken (wonen, werken) op klimaatrobuuste plekken, dan zouden we daar nu al de nieuwe infrastructuur kunnen aanleggen. We sorteren daarmee voort op de klimaat-effecten die pas op langere termijn spelen. Door dus infra zoals de Lelylijn op robuuste plekken aan te leggen, ontstaat er een 'pull-factor' voor de ruimtelijke ordening van het gebied. Infrastructuur is daarmee de aantrekkelijke vestigingsvoorwaarde om verstedelijking (wonen, bedrijven) aan te trekken naar robuuste gebieden.

23

Toekomst Verandering komt soms sneller dan je denkt: kantelpunten en onzekerheden In diverse klimaatscenario's van bijvoorbeeld IPCC en het KNMI wordt een blik op de toekomst gegeven en de mogelijke gevolgen voor bijvoorbeeld zeespiegelstijging, temperatuur en weer. Die scenario's zijn stevig wetenschappelijk onderbouwd maar bevatten binnen een zekere bandbreedte altijd aannames. Immers weet niemand precies hoe de wereld er over 100 jaar uitziet. Dat betekent tegelijk dat factoren die bepalend zijn voor het klimaat van de toekomst soms onzeker zijn en eerder een rol kunnen gaan spelen dan verwacht. Hieronder volgen twee voorbeelden.

Klimaat en golfstroom Kantelpunten in het klimaatsysteem kunnen leiden tot snelle, onomkeerbare en ingrijpende veranderingen voor het leefklimaat en het landschap. Een concreet voorbeeld van een dergelijk klimaatsysteem is de Golfstroom, ook bekend als de AMOC (Atlantic Meridional Overturning Circulation). Dit systeem transporteert als een soort lopende band warmte over de aarde (Nieuwsuur, 2025). Als dit systeem stilvalt, daalt de temperatuur in Noordwest-Europa. Met als gevolg koudere winters, minder regenval en meer zware winterstormen. Aanvankelijk werd gedacht dat deze effecten pas na 2100 zouden plaatsvinden. Nieuwe studies wijzen echter uit dat dit mogelijk al rond 2060 het geval is als

polyfern i.s.m. dzh

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

grenzen bepaald. Juist is Nederland onderdeel van het grotere watersysteem van Noordwest Europa, dat ontspringt in de Alpen. Via de Rijn zijn we verbonden met de gletsjers in de Alpen en merken we het als dit grotere systeem buiten onze landsgrenzen verandert.

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

gevolg van hogere CO2 uitstoot. Tegelijk kunnen er meerdere kantelpunten zijn, zoals het ontdooien van de toendra’s of het volledig smelten van de ijskappen, die op hun beurt juist leiden tot weer andere klimaateffecten. Hoe dan ook betekenen deze kantelpunten dat het klimaat sneller kan veranderen dan gedacht, wat weer iets betekent voor hoe we in de delta kunnen wonen, werken en produceren.

Demografie De Verenigde Naties maakt doorlopend officiële bevolkingsramingen en -prognoses, onderbouwd door analyses van historische demografische trends. De studie uit 2024 presenteert bevolkingsprognoses tot het jaar 2100, waarin verschillende factoren en scenario's met elkaar zijn gecombineerd. De grafiek met de prognoses voor Nederland (rechts) laat het verschil zien tussen verschillende scenario's (grijze lijntjes) als een bandbreedte van ontwikkelrichtingen, variërend van krimp tot groei. Tot het jaar 2060 is de bandbreedte (tussen de gele stippellijnen) van prognoses nog redelijk compact, daarna ontstaat een kantelpunt. Waarbij de meeste scenario's duiden op krimp en een aantal doorgaat of omslaat naar bevolkingsgroei. Dit omslagpunt (rechts van de rode stippellijn), en dan vooral de uitkomst na 2060, gaat heel bepalend zijn voor de Nederlandse demografie en economie en dus ook de vervoers- en mobiliteitsbehoefte die daaruit ontstaat. Omdat dus zowel groei als krimp een uitkomst kan zijn, zou het toekomstdenken over de Lelylijn van beide opties de consequenties moeten beschouwen.

polyfern i.s.m. dzh

Atlantic Meridional Overturning Circulation, Golfstroom, bron: Nieuwsuur (boven) Prognoses bevolkingsontwikkeling Nederland richting 2100, bron: United Nations (onder)

Toekomstdenken als fundament voor slimme keuzes in het heden Die verstandige en spijtvrije keuzes worden helder door ver vooruit te denken. Toekomstdenken is de afgelopen jaren hoog op de agenda gezet door het College van Rijksadviseurs. Niet zozeer met de bedoeling om wervende vergezichten te maken, meer met het idee om vanuit lange termijnontwikkelingen, trends en grote opgaven (bv. klimaat, wonen, landbouw, mobiliteit, demografie) tot slimme oplossingen te komen die ons land ook in de toekomst leefbaar, rechtvaardig en duurzaam maken. Dat toekomstdenken gaat verder dan de gemiddelde tijdshorizon van beleidskeuzes. Niet 4, 10 of 20 jaar, maar 50 en 100 jaar vooruit denken. Door vanuit trends en opgaven mogelijke toekomsten in beeld te brengen wordt duidelijk welke keuzes, investeringen en ontwikkelingen nodig zijn in het heden om wenselijke toekomsten te bereiken en onwenselijke ontwikkelingen te vermijden. Dat betekent tegelijk ruimte maken voor een kritische reflectie op ons handelen nu.

Van delta, naar klimaat, naar economie, naar samenleving, naar mobiliteit Dat Nederland één van de meest welvarende landen ter wereld is, dankt het voor een groot deel aan zijn natuurlijke condities (College van Rijksadviseurs, 2024). "Door de ligging in een delta beschikt Nederland over een vruchtbare bodem, over energie die eerst uit turf, later uit gas en tegenwoordig steeds meer uit wind komt, over toegang tot zee én het Europese achterland en over een open, internationaal gerichte cultuur, waarin diversiteit, kennis en handel gedijen." Dit betekent dat de delta van de toekomst bepalend gaat zijn voor de economie en samenleving die daarin ontstaat. De delta verandert als gevolg van klimaatverandering. De manier waarop we omgaan met zeespiegelstijging, wateroverlast, droogte en watertekort, is het absolute fundament voor hoe we in de toekomst in de delta in Nederland kunnen overleven.

In essentie gaat het over de betekenis van de lijn in dienst van een samenleving en economie in 2125, die ontstaat vanuit de kansen die de delta biedt, en die zich duurzaam moet verhouden tot het klimaat in de Noordwest-Europese delta in 2125. Vanuit de delta (klimaat, bodem en water) zijn de volgende opgaven van belang voor de toekomst: • zeespiegelstijging en waterveiligheid; • wateroverlast; • bodemdaling veenbodems; • bodemdaling door delfstofwinning (bv. aardgas en zout); • verzilting; • verdamping door temperatuurstijging; • verdroging (bv. hoge zandgronden en beekdalen); • zoetwatervoorziening.

De bovenregionale stresstesten (Deltares, 2025) bevestigen ook dat veel gebieden in Nederland kwetsbaar zijn voor wateroverlast, wat de noodzaak van klimaatrobuuste keuzes onderstreept. Weers- en klimaatextremen gaan alles bepalend zijn voor de bruikbaarheid van ons land. Of we dit nou met technische maatregelen doen of zonder. Dat betekent dat een toekomstverkenning naar de Lelylijn in 2125 in eerste instantie niet gaat over welk type (futuristische) trein over het spoor rijdt.

25

polyfern i.s.m. dzh

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Deze voorbeelden laten zien dat veranderingen sneller kunnen gaan dan gedacht en dat de uitkomst soms onzeker is. Dat maakt het fundamenteel dat er verstandige en spijtvrije keuzes en investeringen worden gedaan in onze leefomgeving en projecten als de Lelylijn. Zodat we om kunnen gaan met deze onzekerheden en snelle(re) veranderingen.

Legenda Indicatie maximale waterdiepte en duur Kustgebied Overwegend ondiep (0,1 - 0,3m) en langdurig (>week) Overwegend diep (0,3 - 2,0m) en langdurig (>week) Overwegend diep (0,3 - 2,0m) snelstromend en kortdurig (>week)

Gebiedskarakteristieken Hoog Nederland Laag Nederland Overgangsgebied Hoog- en Laag Nederland Snelstromende beken Interactie regio-hoofdwatersysteem bepalend voor mate overlast Oppervlaktewater, rivieren en wateraanvoer

Potentiële aandachtspunten Mogelijke impact op gebouwde omgeving Kans op kadedoorbraak/overstroming Mogelijk grootschalige maalbeperking

Landelijk beeld wateroverlastkarakteristieken, als gevolg van grootschalige extreme regen (200 mm in 48 uur) in een regio, kaart op basis van kaart 'landelijk waterbeeld' Deltares 2025

polyfern i.s.m. dzh

26

Water Stedelijk gebied Bodemdaling (Meest extreme scenario 2100 >10 cm) Natura2000 & NNN Overstroming (Middelgrote kans >0.5m diepte) Verdroging (Wegzijging >1mm per dag) Verzilting (grondwater)

Opgavenkaart uitdagingen bodem en water Noordelijk Nederland, bron: Klimaateffectatlas

27

polyfern i.s.m. dzh

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Legenda

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

'Growth / post-growth' De veranderende delta, klimaat en onzekerheid in demografische ontwikkeling op lange termijn geven nog geen vastomlijnd beeld van de samenleving en economie in 2125, waar de Lelylijn zich toe moet verhouden. De impact van klimaatverandering op de geschiktheid van ons land voor bepaalde vormen van landbouw kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat de landbouwsector onrendabel of niet langer mogelijk is. Dit betekent dat in dat geval andere diensten bepalend zijn voor onze economie. Bij het denken over de wereld van 2125 zijn ook scenario's met een krimpende bevolking niet uit te sluiten. De opgave is daarbij om ervoor te zorgen dat die krimp niet leidt tot het onder druk staan van de leefbaarheid, welzijn en brede welvaart. Maar dat het juist een appèl doet op het ontwikkelen van een nieuwe, veerkrachtige economie die perspectief biedt.

maat of bijvoorbeeld ongelijkheid en brede welvaart. In plaats van de nadruk te leggen op een constante stijging van de productie, richt post-groei zich op het verbeteren van sociale welvaart en ecologische duurzaamheid (International Environment Forum). Het idee is dat een duurzame economie mogelijk is door de economische activiteit te verminderen, terwijl de basisbehoeften van mensen worden vervuld en de focus verschuift van winst naar welzijn. Hoe dit concreet vorm zou kunnen krijgen wordt in de scenario's voor de Lelylijn in 2125 verdiept. Niet als dé uitkomst voor 2125, maar als één van de denkbare toekomsten.

Dit betekent dat groei dus niet het enige denkbare scenario is én dat we ervoor moeten zorgen dat ook krimpscenario's een kwalitatieve kracht hebben. Dit vraagt van ons als samenleving een andere manier van denken waarbij economische groei een mogelijke, maar niet de enige uitkomst voor 2125 en verder is.

Het bepalende karakter van de delta voor de economie van de toekomst (CRa, 2024) betekent dat de aanleg van de Lelylijn niet alleen maar gaat over 120 kilometer aan nieuwe spoorstaven, basalt en dwarsliggers. Een infrastructureel werk op zo'n enorme schaal biedt zowel kansen als opgaven om zich te verhouden tot wat in de omgeving gebeurt. In andere woorden, we leggen niet alleen een lijn aan, maar moeten: • enerzijds verstandige keuzes maken in waar de lijn ligt zodat deze robuust is t.o.v. bijvoorbeeld bodem- en watercondities en de stedelijke kernen. • anderzijds de schaal van de ontwikkeling en sturende kracht van het infranetwerk benutten om de regio leefbaar, rechtvaardig en weerbaar te maken door grote ruimtelijke transities als klimaat, landbouw en verstedelijking met kwaliteit en op slimme plekken te ontwikkelen. Hierin is het fundamenteel om de 'shift' te maken van een lijnopgave naar een gebiedsontwikkelingsopgave: de Lelylijn als grootste en meest impactvolle gebiedsontwikkeling van de komende 100 jaar in Noordelijk Nederland.

Post-groei (post-growth) is een verzamelterm voor economische en maatschappelijke perspectieven die pleiten voor een overgang naar een economie die niet langer gebaseerd is op oneindige economische groei. Onder andere gezien de effecten op het kli-

polyfern i.s.m. dzh

Lelylijn als infrastructureel kunstwerk van de toekomst: niet alleen een spoorlijn maar een kansrijke gebiedsontwikkeling op mega-schaal

28

3

Vier scenario's voor 2125

Vier scenario's voor 2125 Het ontwikkelen van integrale toekomstscenario’s waarbij 100 jaar vooruit wordt gekeken vergt een diepe doorgronding van ruimtelijke, sociaalmaatschappelijke, technische en klimaat-gerelateerde ontwikkelingen. Om hiertoe te komen gebruiken we de Toekomstverkenning WLO van het PBL uit 2025 als basis. Deze toekomstverkenning raakt aan een groot aantal onderwerpen die van belang zijn om te begrijpen welke trends we zien, hoe het landschap kan veranderen en welke mogelijke toekomsten voor Nederland voorstelbaar zijn.

De Toekomstverkenning WLO is (op het moment van schrijven) de meest recente studie waarin scenario’s voor Nederland uiteen worden gezet. Dat wordt gedaan aan de hand van een vijftal hoofdonderwerpen: • demografie, • economie, • klimaat en energie, • regionale ontwikkeling • ruimtegebruik en mobiliteit. In de WLO scenario’s wordt tot 2060 vooruit gekeken met enkele uitzonderingen tot verder in de toekomst. De WLO scenario’s zijn ontwikkeld op basis van een assenkruis met op de ene as de mate van economische groei en op de andere as de snelheid van de klimaattransitie. Voor economische groei wordt onderscheid gemaakt tussen hoge- en lage groei. Hoge of lage groei wordt veroorzaakt door de hoeveelheid technische ontwikkelingen, bevolkingsgroei of krimp, migratie en geopolitieke verhoudingen. Waarbij veel technische doorbraken leiden tot hoge groei en vice versa. Voor klimaattransitie wordt onderscheid gemaakt tussen een snelle en vertraagde (internationale) klimaattransitie. Hiervoor is het al dan niet behalen van bestaande klimaatdoelen doorslaggevend. Het behalen van

polyfern i.s.m. dzh

32

de Parijs-doelen wordt gezien als een snelle klimaattransitie, het niet behalen hiervan als een vertraagde klimaattransitie. Dit kan worden opgevat als in hoeverre de klimaatverandering extreme/minder extreme impact heeft en in hoeverre klimaatadaptatie succesvol is in het mitigeren van de opgaven. Zo komt het PBL tot vier scenario’s: • hoog-snel, • hoog-vertraagd, • laag-snel, • laag-vertraagd.

Vertalen van WLO naar Lelylijn De eerder genoemde hoofdonderwerpen en de tijdshorizon van de toekomstverkenning WLO zijn niet scherp genoeg voor de Toekomstverkenning Lelylijn. Zo hebben we in dit onderzoek een tijdshorizon tot 2125, ligt de focus meer op Noordelijk Nederland en hebben we een spoorlijn als integrale drager binnen deze studie. Hierop is verdieping nodig. Verdiepen in tijd wordt in dit onderzoek gedaan door achtergrondrapporten en onderzoeken van de toekomstverkenning WLO te gebruiken. Een aantal hiervan kijken verder dan 2060. Ook worden bronnen

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

WLO + aannames demografie, economie, landschap, Lelylijn

Hoog-Snel

Hoog-Vertraagd

INNO-PARKSTAD-NOORD

LINT-STAD

Laag-Snel CIRCULAR VALLEY

Scenario UITWERKING

regiobeeld

(inter)nationale relaties

blik op de lijn

blik op de knopen

effecten & mogelijke keuzes/koersen

meetlat brede welvaart

Laag-Vertraagd ENERGY VALLEY 2.0

Kruisdiagram van de vier scenario's vanuit de WLO, doorvertaald naar de Lelylijn

Structuur van de uitwerking van de scenario's

33

polyfern i.s.m. dzh

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

buiten de WLO scenario’s gebruikt, zoals de Deltascenario’s uit 2024 en VN prognoses voor bevolkingsgroei tot 2100. Verdiepen in Noordelijk Nederland doen we door het scherper definiëren hoe de vijf hoofdonderwerpen van de WLO scenario’s hier doorwerken. Er wordt specifieker gekeken naar het economisch profiel, de demografische ontwikkeling en ruimtelijke spreiding in Noordelijk Nederland. Binnen het kader van dit onderzoek omvat Noordelijk Nederland Fryslân, Groningen, Drenthe en de Noordoostpolder. Almere en Lelystad worden gerekend tot de Metropoolregio Amsterdam en maken geen onderdeel uit van Noordelijk Nederland in deze analyse. Voor Lelystad en Emmeloord geldt dat zij ook een sterke relatie hebben met Zwolle. De Noordoostpolder is ruraler van karakter en relateert daarom sterker aan Fryslân, Groningen en Drenthe. Tot slot wordt een verdieping gemaakt op het hoofdonderwerp mobiliteit door in te zoomen op welke betekenis de spoorlijn kan hebben in 2125. Denk hierbij aan het type vervoer (personen, goederen, stoffen, stromen) en combinaties daartussen. Om de verdieping compleet te maken worden er voor dit onderzoek vier onderwerpen toegevoegd aan de vijf hoofdonderwerpen van het WLO: • bodem en water, • ontwikkeling dorpen en steden, • betekenis van spoor en stations, • landschap en ecologie, • landbouw.

polyfern i.s.m. dzh

Benadering en gebruik van scenario’s In het overzicht op de volgende pagina is ter illustratie van de aanpak in één oogopslag te zien op welke deelonderwerpen de verschillende scenario’s zich van elkaar onderscheiden. Deze deelonderwerpen komen voort uit de negen hoofdonderwerpen (vijf uit het WLO en 4 verdiepende) zoals hiervoor genoemd. Voor een fijnmazigere analyse zijn sommige hoofdonderwerpen opgesplitst. In de bijlage is de ruwe data te vinden. Deze data ligt aan de basis van het kaart- en beeld materiaal voor alle scenario’s voor Noordelijk Nederland. Daarnaast verwijzen we voor nadere onderbouwing en inkleuring van de aannames (bv. t.a.v. het type economie in elk scenario) naar de WLO en onderliggende onderzoeken, die hier te vinden zijn. Voor alle scenario’s voor Noordelijk Nederland worden dezelfde stappen doorlopen. Dit begint met een analyse van de ruwe data. Op basis hiervan volgt een uitwerking in woord en beeld. Voor elk scenario is een regiobeeld ontwikkeld, is ingegaan op de (inter)nationale relaties, is een blik gegeven op de lijn zelf, de lijn in het landschap en is gekeken naar hoe knooppunten en stationsgebieden zich ontwikkelen. Tegelijk is Noordelijk Nederland niet geïsoleerd van de rest van het land.

Om deze reden wordt in dit onderzoek op een drietal onderwerpen een beeld geschetst van hoe Noordelijk Nederland zich verhoudt tot de rest van Nederland t.a.v. daily urban systems, economisch regioprofiel en spreiding van verstedelijking. Zo ontstaan vier integrale toekomstbeelden

34

voor de Lelylijn in Noordelijk Nederland op verschillende schaalniveaus: van (inter)nationaal tot lokaal. Vervolgens wordt bij elk scenario de volgende vraag gesteld: welke keuzes moeten we nu maken om er voor te zorgen dat de Lelylijn over 100 jaar in dit scenario zo goed mogelijk functioneert? De antwoorden op deze vraag worden aan het eind van elk scenario neergezet als lessons learned. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 elk scenario langs de “meetlat brede welvaart” gelegd om zo een beeld te krijgen van het effect van de Lelylijn op de brede welvaart binnen elk scenario. Belangrijk om te vermelden is dat, hoewel uitgebreid onderzoek is gedaan, op sommige onderwerpen aannames moeten worden gedaan. Dit is evident aan het onderzoeken en uitwerken van scenario’s met een tijdshorizon van 100 jaar (of meer). Dit doet echter niets af aan de waarde van dit onderzoek.

Geen keuze tussen scenario’s De uitwerking van de scenario's heeft niet als doel om te komen tot een voorkeursscenario. De ontwikkelde scenario's zijn op te vatten als ontwerpend onderzoek. Waarbij de inzichten en lessen worden benut om robuuste en slimme (ruimtelijke) keuzes in het heden te maken en wenselijkheden te bepalen. Deze inzichten en keuzes worden zowel per scenario als in hoofdstuk 5 uiteengezet.

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

De scenario's ten opzichte van elkaar en hun verschillen

35

polyfern i.s.m. dzh

Duiding van de werking van de scenario's vanuit de WLO Klimaat

Snelle internationale klimaattransitie

Vertraagde internationale klimaattransitie

(+1,8°C)

(+2,7°C)

Hoge economische groei

Lage economische groei

Samenwerking

Hoge economische groei

Lage economische groei

polyfern i.s.m. dzh

Economie

Snelle internationale klimaattransitie

Vertraagde internationale klimaattransitie

(+1,8°C)

(+2,7°C)

Hoge economische groei

Impact klimaatverandering beperkt, robuuste keuzes gemaakt (ca. 30-80cm zeespiegelstijging)

Grote gevolgen klimaatverandering (ca. 40-90cm zeespiegelstijging)

Snelle internationale klimaattransitie

Vertraagde internationale klimaattransitie

(+1,8°C)

(+2,7°C)

Veel samenwerkingen op mondiaal en Europees niveau

Minder internationale samenwerkingen

Groei-scenario

Lage economische groei

Economie

Post-growth scenario

Snelle internationale klimaattransitie

Vertraagde internationale klimaattransitie

(+1,8°C)

(+2,7°C)

Hoge economische groei

Kennis-intensieve diensten

Lage economische groei

Industriële sectoren & landbouw

36

Snelle internationale klimaattransitie

Vertraagde internationale klimaattransitie

(+1,8°C)

(+2,7°C)

Bevolkingsgroei, meer immigratie (studie + arbeid)

Hoge economische groei

Lage economische groei

Rol Lelylijn

Hoge economische groei

Lage economische groei

Woningbouw (aannames noordelijk NL)

Hoge economische groei

Lage economische groei

Krimp, minder immigratie

Snelle internationale klimaattransitie

Vertraagde internationale klimaattransitie

(+1,8°C)

(+2,7°C)

Lelylijn van regionale, nationale en internationale betekenis

Gebruik Lelylijn

Hoge economische groei

Lage economische groei

Lelylijn van regionale en nationale betekenis

37

Snelle internationale klimaattransitie

Vertraagde internationale klimaattransitie

(+1,8°C)

(+2,7°C)

Grootste woningbouw opgave +875.000

Woningbouw opgave +205.000

Eerst lichte stijging, daarna daling

Woningoverschot -227.000

Snelle internationale klimaattransitie

Vertraagde internationale klimaattransitie

(+1,8°C)

(+2,7°C)

Personenvervoer (forenzen)

Personen- en goederenvervoer

Personenvervoer Stoffen & stromen

polyfern i.s.m. dzh

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Bevolking

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Positionering van gebieden in de scenario's Om de scenariostudie voldoende specifiek en voorstelbaar te maken is de verbinding met de karakteristieken van het gebied cruciaal. Zo verschillen de opgaven en condities vanuit water en bodem enorm per plek. Dit wordt duidelijk uit de landelijke waterkaart van Deltares en de regionale opgavenkaart van bodem en water zoals op p. 27-28 toegelicht. Dit betekent dat het toekomstbeeld van Noordelijk Nederland geschakeerd zal zijn, volgend op de karakteristieken van deelgebieden binnen Noordelijk Nederland. In het ene deelgebied liggen bijvoorbeeld veel kansen voor klimaatrobuuste en economisch krachtige ontwikkelingen, terwijl andere deelgebieden kwetsbaarder zijn. Wanneer we de ontwikkeling van de Lelylijn verbinden aan de economie en het klimaat van de toekomst, is een scherpe duiding van deelgebieden en hun kansen, opgaven en positie in de regio een belangrijk vertrekpunt. Hieronder volgt in het kort een duiding die als basis voor de scenario's is gebruikt.

1. Kustgebied

Dit zijn de ingepolderde zeekleigebieden langs de Waddenkust. Op lange termijn wordt hier verziltingsproblematiek verwacht als gevolg van zeespiegelstijging, zoute kwel en ontwatering. Ook speelt hier evident de opgave van kustverdediging. Geografisch gezien kenmerkt het gebied zich door verspreid gelegen kernen, vaak op afstand van grote infrastructuur.

polyfern i.s.m. dzh

2. Veenontginningen (voornamelijk veenweide)

Het kenmerkende veenweidelandschap heeft te maken met bodemdaling en CO2 uitstoot. Vernatting, waterkwaliteit en waterveiligheid zijn grote opgaven. Geografisch gezien kenmerkt het gebied zich door verspreid gelegen kernen en enkele grotere kernen zoals Heerenveen. Heerenveen neemt een interessante positie in op een kruispunt van noord-zuidverbindingen (bestaand spoor, A32) en oost-westverbindingen (A7 en Lelylijn). In de scenario's is het interessant om te verkennen welk ruimtelijk-economisch profiel Heerenveen krijgt, als kern in de veenweide.

grotendeels voorzien. De polders zijn daarmee naar verwachting relatief al behoorlijk 'safe' richting de toekomst, al blijft bijvoorbeeld waterveiligheid en kwaliteit altijd een opgave. Kenmerkend is het agrarische gebruik en het grootschalige energielandschap in de polders. De Noordoostpolder is landelijk van karakter, terwijl meer naar het zuiden grotere stedelijke kernen als Lelystad en Almere te vinden zijn. Deze steden nemen een positie in als onderdeel van de Metropool Regio Amsterdam (MRA) (voornamelijk Almere) en in relatie tot het Daily Urban System van Zwolle en Noord-Holland (Lelystad).

3. Hoge zandgronden

Dit is het hoger gelegen gebied met bossen en landbouwgebieden op het Drents Plateau en de Hondsrug. Hier speelt vooral verdrogingsproblematiek. Geografisch gezien kenmerkt het gebied zich door verspreid gelegen kernen en enkele grotere kernen zoals Assen en daarnaast Groningen en Drachten op de overgang naar laaggelegen gebieden. Groningen is de grootste stedelijke kern en een centrum van de kenniseconomie. In de scenario's is het interessant om te verkennen welk ruimtelijk-economisch profiel Drachten krijgt met de komst van een halte aan de Lelylijn.

4. Flevopolders

Deze jonge droogmakerijen worden beschermd door robuuste dijken en kennen een efficiënt ontwateringssysteem. Ook hier speelt bodemdaling en vernatting, al was dit bij de aanleg van de polders al

38

5. Tussengebieden

Verweven tussen de hiervoor genoemde gebieden liggen tussengebieden. Ze zijn vooral in gebruik voor landbouw en hebben diverse uitdagingen vanuit bodem en water zoals bodemdaling, vernatting en verdroging. Geografisch gezien kenmerkt het gebied zich door verspreid gelegen kernen, en enkele grotere kernen. Zoals Leeuwarden dat op de overgang naar kust en veenweide ligt.

6. IJsselmeer - Markermeer

Als 'blauwe hart van Nederland' vervult het IJsselmeer-Markermeer in de toekomst een belangrijke rol voor de zoetwatervoorziening van ons land. Vanwege de directe nabijheid bij Noordelijk Nederland en Flevoland is dit een belangrijke landschappelijke eenheid om mee te nemen in de scenario's.

1

Legenda

Groningen

2 Leeuwarden

5

Kustgebied Hoge zandgronden

Veenweidegebied Tussengebieden

Drachten

5

Flevopolders

2

Assen

Heerenveen

IJsselmeer - Markermeer

3

2

Emmeloord

4 6

Gebiedstypen en hun positionering in Noordelijk Nederland Lelystad Zwolle

4

39

polyfern i.s.m. dzh

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

1

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Positionering van knooppunten in de scenario's Het functioneren van een station in een stad hangt samen met hoe een stad in zijn geheel is opgebouwd, welke functies waar zijn en op welke manier mensen zich naar een station toe bewegen. Om deze reden zijn de uitwerkingen van de knooppunten opgebouwd uit drie elementen om de stad van de toekomst schematisch weer te geven: • Stedelijk station en bestemmingen - Tot 700m vanaf station • Centrum en woongebieden - 2km – 4km tot station • Rand van de stad/buitengebied - Tot 10km tot station

Stedelijke station en bestemmingen Eerder in dit stuk werd al genoemd dat stations zich van mobiliteitspaleizen met grandeur en gedecoreerde wachtruimten transformeerden naar haltes, hypermoderne OV-terminals en wereldstations. Veel stations(gebieden) kregen daarmee ook een rauw randje. Het zijn plekken die zorgen voor veel barrière-werking, die in de avond vaak verlaten zijn en daardoor anoniem en sociaal onveilig kunnen voelen. In de huidige ruimtelijke ontwikkelingspraktijk is de laatste jaren een trend te zien waarin de potentie van stations(gebieden) wordt herontdekt. Vanuit het perspectief van duurzame verstedelijking en duurzame mobiliteit zijn stationsgebieden strategisch

polyfern i.s.m. dzh

interessante plekken voor binnenstedelijke ontwikkelingen. Deze studie neemt aan dat deze trend zich doorzet in de toekomst, met per scenario een andere uitwerking. Met de aanleg van de Lelylijn worden er nieuwe stations ontwikkeld en worden bestaande stations opgewaardeerd en getransformeerd. In beide gevallen zal dit invloed hebben op de ruimtelijke ontwikkeling van een plek. Een station kan een sterke 'pull-factor' voor een breed palet aan voorzieningen worden. Deze voorzieningen vestigen zich op het station zelf of op loopafstand van het station (de bestemmingen). Ook ontwikkelen stations zich in verschillende scenario's anders op het gebied van mobiliteit. Denk hierbij aan de verhouding tussen (inter)nationaal vervoer, regionaal vervoer of goederenvervoer. Daarnaast ontstaat er tussen de scenario's ook differentiatie op gebied van dichtheden van verstedelijking.

ling. De woongebieden zullen echter wel (autonoom) doorontwikkelen. Het belang van het benoemen van centrum- en woongebieden in deze doorsnedes zit in de strategische afweging van de plaatsing van een station ten opzichte van deze gebieden. Eén van de risico's die is geconstateerd tijdens deze studie is namelijk dat er concurrentie kan ontstaan tussen een stationsgebied en het bestaande centrum van een kern. Ook zou een stationsgebied een barrière kunnen vormen in het stedelijk weefsel. Om dit te voorkomen moet de locatiekeuze van het (nog te ontwikkelen) station altijd worden bekeken vanuit de (bestaande) stedelijke context.

Per scenario zien we dat deze gebieden zich na de aanleg van de Lelylijn zich op verschillende manieren doorontwikkelen. Het gehele stedelijke station plus haar bestemmingen beschouwen we in deze doorsnedes als één gebied. Ze ontwikkelen zich onlosmakelijk van elkaar.

Centrum en woongebieden Het centrum en de woongebieden geven een idee van de algemene stedelijke context waarin een station wordt ontwikkeld. Zonder een station komen de bijbehorende bestemmingen niet tot ontwikke-

40

Basisopzet uitwerking knooppunten

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Rand van de stad / buitengebied In de twee scenario's met lage economische groei wordt verwacht dat goederenvervoer een relatief grote rol kan gaan spelen. De reden hiervoor heeft te maken met het veranderende economisch profiel van de regio bij lage (economische) groei. Het benoemen van het 'stedelijke station' versus de 'halte' of een meer ruraal station, is een bewuste keuze om aan te geven dat er in verschillende scenario's ook stations kunnen worden ontwikkeld aan de rand van de stad.

41

polyfern i.s.m. dzh

Hoog - Snel "Inno-Parkstad-Noord"

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Samenvatting: “In 2125 bruist Noordelijk Nederland met 3,7 miljoen inwoners, verbonden door een netwerk van levendige steden en groene landschappen. Na een snelle klimaattransitie is een robuust, klimaatbestendig landschap ontstaan, waarin landbouw niet verdween maar transformeerde. Zilte teelten, agroforestry en andere innovatieve vormen van landbouw zorgen voor voedselproductie én biodiversiteit. De stedelijke ketting Emmeloord–Leeuwarden–Groningen–Drachten–Assen, herbergt zowel historische kernen als moderne uitbreidingen in robuust gebied. Rondom strekt zich een mozaïek uit van natuur, waterberging en duurzame energie. De Lelylijn vormt de ruggengraat (klimaat-as/landschapspark) van dit geheel, verweven met de ondergrond en geflankeerd door stations die functioneren als bruisende stadscentra, kennispoorten en knooppunten voor internationale en regionale verbindingen.”

43

polyfern i.s.m. dzh

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

Essentie van het scenario Hoog-Snel Klimaat en landschap De mondiale opwarming blijft beperkt tot ongeveer 1,8 graden. Noordelijk Nederland heeft tijdig maatregelen genomen om zich aan te passen aan de stijgende zeespiegel en veranderende neerslagpatronen. Het veenweidegebied is vernat om bodemdaling en veenoxidatie te beperken. Op de hogere zandgronden zijn naaldbossen vervangen door loofbossen die meer water vasthouden. De zeespiegel is tot 2125 met circa 30 tot 80 centimeter gestegen. Als reactie hierop is gekozen voor een combinatie van 'meebewegen' en technische maatregelen. Op geselecteerde locaties zijn dijken verhoogd of is een systeem van dubbele dijken aangelegd. De zones tussen en achter de dijken zijn vernat om de grondwaterstand te verhogen en zo een stabiele zoetwaterlens te vormen die verzilting tegengaat. Hierdoor blijft verzilting beperkt en is in overgangsgebieden zilte landbouw mogelijk. Langs de kust zijn vooroevers aangelegd die natuurlijke sedimentaanwas stimuleren en de kracht van golven verminderen. Het IJsselmeer vormt samen met de loofbossen een goed gebalanceerde zoetwatervoorraad. Zo is een robuust en klimaatbestendig landschap ontstaan waarin waterveiligheid, zoetwaterbeheer en ecologie met elkaar in balans zijn.

polyfern i.s.m. dzh

Economie De economie groeit sterk en is gebaseerd op kennis, innovatie en circulaire productie. De techsector ontwikkelt zich krachtig mee. Het Innovatiecluster Drachten in Fryslân, Groningen en Drenthe groeit uit tot een van de vier nationale techregio’s en profiteert van de betere internationale aansluiting via de Lelylijn met de Randstad en prominente steden als Brussel, Parijs, Hamburg en Kopenhagen. De steden in Noordelijk Nederland functioneren als centra voor kennisintensieve diensten, onderwijs en onderzoek. Universiteiten en bedrijven werken samen aan vernieuwende oplossingen voor waterbeheer, energie en natte landbouw. Het landelijk gebied fungeert als proeftuin voor klimaatbestendige landbouw en circulaire voedselproductie. Binnen deze proeftuin ontstaan verschillende typen proeflabs voor adaptieve landbouw: in de veengebieden ligt de nadruk op natte teelten, aquacultuur, ecologie en energie. Dichter bij de steden krijgen deze gebieden daarnaast een recreatieve functie als uitloopgebied van de stad. In de kustgebieden ontstaan combinaties van landbouw, energieopwekking en natuurbeheer, met proeflabs voor zilte landbouw die inspelen op zoute kwel vanuit zee. De Flevopolders zijn als ‘voorbeeldpolders’ in dit scenario het toonbeeld van innovatie op het gebied van de landbouwtransitie.

Bestaande en nieuwe proefboerderijen worden slimme agrarische kennishubs waar geëxperimenteerd wordt met nieuwe teelten en technieken. In de Flevopolders richten proeflabs

44

zich op zilte teelten die voortkomen uit ondergrondse zoutwaterbellen, of natte teelten in de gebieden met bodemdaling. De polders van Flevoland blijven daarnaast belangrijk voor voedselproductie op locaties waar geen bodemdaling of verzilting optreedt. De kust en het IJsselmeergebied ontwikkelen zich verder tot laboratoria voor deltatechnologie en zoetwaterbeheer. Deze verweving van hightech, landbouw, energie, ecologie en kennis versterkt de regionale economie en levert tegelijk ecologische winst op.

Mens en vestiging In 2125 telt Noordelijk Nederland 3,7 miljoen inwoners, verdeeld over ongeveer 1,8 miljoen huishoudens. De groei komt voort uit een aantrekkelijk klimaatrobuust vestigingsklimaat waarin veiligheid, ruimte en goede bereikbaarheid samenkomen. Bedrijven kiezen voor deze regio omdat zij hier veilig kunnen opereren en goed verbonden zijn met de Randstad en Duitsland via de Lelylijn en andere hoogwaardige verbindingen. De stedelijke corridor Emmeloord–Leeuwarden– Groningen–Drachten–Assen vormt het zwaartepunt van de verstedelijking. Hier liggen compacte, duurzame steden met een mix van historische centra en nieuwe woon-werkgebieden. Nieuwe stedelijke ontwikkeling vindt plaats op klimaatrobuuste hooggelegen plekken. Doordat de Lelylijn hier al is aangelegd stuurt de lijn de verstedelijking naar klimaatrobuust gebied. Groei op de as Groningen-Assen zorgt voor een geleidelijke verschuiving van het stedelijk zwaartepunt naar het Drents Plateau. Een mogelijk

Functie lijn en omliggend landschap Klimaatrobuuste gebieden vormen de ruggengraat voor het tracé van de Lelylijn. In een regio waar het landschap op specifieke plekken onder druk komt te staan is het belangrijk kwetsbare gebieden zoveel mogelijk te vermijden. Hoge zandgronden, flanken en overgangszones richting lage veengebieden zijn de meest geschikte plekken voor een robuuste Lelylijn. De lijn meandert door een landschap met sterke variatie: door de vlakke droogmakerijen en langs natte veenweides, door traditionele robuuste landbouwgronden en hooggelegen natuurgebieden, richting de grote steden. De Lelylijn presenteert zich hier als een landschapspark: een klimaatrobuust lint van groenblauwe structuren dat door de stad adert. Ze verbindt bestaande en nieuwe natuur, en verweeft deze met het stedelijk landschap. In het landschapspark langs de lijn is er plek voor inwoners en bezoekers om te recreëren en te ontspannen in de natuur.

Daily Urban System Noordelijk Nederland beschikt over een volwaardig Daily Urban System (DUS) waarin wonen, werken en mobiliteit nauw met elkaar zijn verbonden. De Lelylijn vormt de ruggengraat van dit netwerk en verbindt de stedelijke corridor met de Randstad, Noord Duitsland en Scandinavië en sluit naadloos aan op de Nedersaksenlijn. De Nedersaksenlijn versterkt het oostelijke deel van het DUS door Emmen, Groningen en Twente te verbinden. De bestaande Flevolijn en Hanzelijn zijn de schakels in het DUS van Lelystad in de MRA en als verbinding naar Zwolle. De Lelylijn wordt intensief gebruikt door zowel regionale forensen als nationale en internationale reizigers en versterkt de samenhang tussen de steden. Rond de stations liggen verdichte stadscentra met een mix van wonen, werken, onderwijs en voorzieningen. Binnen de regio zorgen snelle openbaarvervoerverbindingen voor goede verbindingen tussen steden en dorpen. De nadruk ligt op collectieve vervoerssystemen die efficiënt en duurzaam functioneren, gebaseerd op deelgebruik.

Ligging en functie van stations Doordat treingebruik in dit scenario de voornaamste manier is van internationaal reizen, worden stations langs de Lelylijn prominente stedelijke knooppunten. Treinstations in grote bestaande kernen als Groningen krijgen een upgrade, waarbij ze ontwikkelen tot hoogwaardige 'megastations'* met een hoog voorzieningenniveau. Andere groeiende steden zoals

Lelystad, Assen en Drachten krijgen ook uitgebreide megastations. In woonkernen die eerder nog niet over een stationsgebied beschikten, komen toekomstige Lelylijn-stations buiten de bestaande bebouwing te liggen op robuuste gebieden. Deze stations sturen stedelijke uitbreiding richting klimaat-bestendige gronden, waar nieuwe bruisende stadscentra ontstaan die op lange termijn veilig zijn tegen overstroming, verdroging en bodemdaling. Rondom deze (nieuwe) grote stations clusteren diverse functies, voorzieningen en woon- en werkgelegenheid. Kleinere woonkernen langs de Lelylijn, waarbij ook stedelijke groei plaatsvindt, beschikken over kleinere haltes.

Verhouding tot de Randstad In dit scenario verschuift de groei van Nederland richting het noorden en oosten. Het klimaatrobuuste en veilige vestigingsklimaat en de beschikbare ruimte maken Noordelijk Nederland aantrekkelijker dan de kwetsbare regio’s en de Randstad. Waar de Randstad kampt met een toenemende druk op de ruimte, biedt het noorden ruimte voor duurzame verstedelijking, innovatieve landbouw en kennisintensieve economie. De regio ontwikkelt zich als klimaatrobuuste en groene metropool tot een volwaardige tegenhanger van de Randstad, met sterke onderlinge verbindingen via de Lelylijn en een complementaire economische structuur. De kaarten op de volgende pagina's illustreren de verhouding tussen Noordelijk Nederland en de overige regio's van Nederland. *zie bijlage II voor definities 'Stationsklassen / typologieën'

45

polyfern i.s.m. dzh

Toekomstverkenning Lelylijn 2125

doorgroeimodel van deze lijn is het creëren van een “Lelylijn-loop”, waarbij na 2125 een extra lus wordt gerealiseerd tussen Assen en Wolvega. Daarbij is ook de verbinding met de Nedersaksenlijn van wezenlijk belang. Buiten deze as blijft het netwerk van dorpen en middelgrote plaatsen vitaal dankzij goede voorzieningen en een aantrekkelijk en veilig woon- en leefklimaat. Lelystad ontwikkelt zich als stedelijk knooppunt en onderdeel van de Metropool Regio Amsterdam en legt verbindingen met Zwolle en Noord-Holland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=f020fc9d-8993-4a4b-bd01-772dad2d0624