Bijlage 1d. bijlagen 2022-04-26_1
Tekst van het document
5.1 - 21 5.1.1 5.1.7 5.1.1 5.1.1 5.1.1 5.1.2 5.1.2
Reinigen Reinigen Reinigen Reinigen Reinigen Unit operations Unit operations Unit operations Unit operations
5.1.3 - 1/3 5.1.3 - 10 5.1.3 - 11 5.1.3 - 13 5.1.3 – 9 5.1.4.2 5.1.4.2 5.1.4.6 5.1.4.7
Unit operations Unit operations Unit operations
5.1.4.8 5.1.4.9 5.1.4.10
Unit operations Unit operations Unit operations Unit operations Luchtemissies Luchtemissies
5.1.4.10 5.1.4.11 5.1.4.12 5.1.4.13 5.1.5 - 1 5.1.5
Algemeen: Opleiding, scholing, voorlichting van medewerkers Betrekken milieuaspecten bij ontwerp en aankoop Geluidemissie bronmaatregelen, akoestisch model, immissietoets Onderhoudsmanagement Preventie en reductieprogramma’s (afval)water, energie, afval Monitoring conform BREF Monitoring, MJV Grondstof- en productbalans Productieplanning Scheiden en verzamelen voor hergebruik van output, bijproducten, water Good housekeeping Opslag stoffen conform PGS-15 en NRB Procesautomatisering, procesoptimalisatie, product verdringen, start en stopprocedures ABM-toets reinigingsmiddelen, uitfasering CFK, HCFK en halonen Milieuzorg: Milieuzorgsysteem op basis ISO 14001 Calamiteitenplan Deelname convenanten, opstellen en uitvoeren BEMP, milieujaarverslag nulsituatie en eindsituatie Bodemonderzoek Ontmanteling en afvoer stoffen in eindsituatie Keten: Kwaliteitsborging en selectie grondstoffen Samenwerken: Logistiek management RMO-vervoer, productopslag en transport Reinigen: Product verdringen, voorspoelen, productopvang en hergebruik met hergebruik reinigingsvloeistof en naspoelwater CIP-cleaning Verloren reiniging voor sterk vervuilde systemen Beperken EDTA tot essentiële toepassingen ABM-toets chemicaliën Unit operations: Opvang en bestemming slib van centrifuges Opvang en bestemming seperatoren Meer-traps indamper met mechanische / thermische damprecompressie Uitfasering CFK en HCFK,
STEK-erkend onderzoek lekdichtheid en onderhoud Koeling zie toetsing BREF Industriële koelsystemen Uitvoering AmvB via Nedvang, e-label, bulkaanvoer en –afvoer Deelname MJA, BEMP, energiezorg, maatregelen TVT < 5 jaar, zie BREF Energie-efficiency WKC-installatie Water management, water hergebruik Onderhoudsmanagement Condensaat retour, isolatie, onderhoudsmanagement Luchtemissies: Energiebesparingprogramma, energiezorg, BEMP CO2-emissiehandel, NOx-emissiehandel
Luchtemissies
NOx-emissie voldoet aan BEES
Luchtemissies Luchtemissies Luchtemissies
5.1.5 - 4 5.1.5 - 5 5.1. - 13
Waterzuivering Waterzuivering
5.1.6 5.1.6 - 1/6
Waterzuivering
5.1.6 – 7,9,10
Waterzuivering
5.1.6 – 15/18
Doekfilterinstallatie, stofemissie 5-20 mg/m 3 Maatregelen ter voorkoming van geurhinder Waterzuivering: Scheiding schoon- en vuilwaterriool, (afkoppeling hemelwater) Indirecte lozing conform Wvo-vergunning Voorbehandeling: zeven, zandvang, vetvanger, neutralisatie, buffertank, fysisch chemische voorzuivering Biologische zuivering met lozing oppervlaktewater Effluent: BOD<25, TSS<50, pH 6-9, Ntot<10, P<5 Slibstabilisatie, slibontwatering
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Voedingsmiddelen en zuivel Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit Waterzuivering Onvoorziene emissies Onvoorziene emissies Zuivelspecifiek Zuivelspecifiek Zuivelspecifiek Zuivelspecifiek Zuivelspecifiek Zuivelspecifiek Zuivelspecifiek Zuivelspecifiek Consumptiemelkproductie
Nummer in de BREF 5.1 - 22 5.1.7 5.1.7 5.2.5 - 1 5.2.5 - 2 5.2.5 - 3 5.2.5 - 4 5.2.5 - 5 5.2.5 - 6 5.2.5 - 7 5.2.5 – 8 5.2.5.1
Melk/wei poederproductie Melk/wei poederproductie Melk/wei poederproductie Melk/wei poederproductie Melk/wei poederproductie
5.2.5.2 5.2.5.2 - 1 5.2.5.2 - 2 5.1.5 - 4 5.2.5.2 - 3
Boterproductie Boterproductie Kaasproductie Kaasproductie Kaasproductie Kaasproductie Kaasproductie Kaasproductie
5.2.5.3 - 1 5.2.5.3 - 2 5.2.5.4 - 1 5.2.5.4 - 2 5.2.5.4 - 4 5.2.5.4 - 5 5.2.5.4 - 6 5.2.5.4 - 6
Maatregel Slibafzet conform BOOM Onvoorziene emissies: Calamiteitenplan Risico-inventarisatie (branche eigen risicodoc. Proteus) Zuivel specifiek: Deel-homogenisatie Stromend pasteuriseren Regeneratieve warmtewisselaars Melkfiltratie (zeef) voorafgaand aan centrifugeren Basisreceptuur met componentdosering Terugwinning van start- en stop overgangen Afweging centrale en decentrale CIP-installaties Hergebruik van koelwater, spoelwater, condensaat, permeaat consumptie melk: Energieverbruik 0.07-0.2 kWh/l Waterverbruik 0.61.8 l/l, geloosd water 0.8-1.7 l/l Meer-traps indamper met mechanische / thermische damprecompressie Meer-traps droger Branddetectie, explosie-onderdrukking Stofemissie 5-20 mg/m3 consumptie melk/wei poeder: Energieverbruik 0.07-0.2 kWh/l Waterverbruik 0.8-1.7 l/l, geloosd water 0.8-1.5 l/l Boter productie: Verwijderen van rest-boter uit leidingen Roompasteur spoelen met ondermelk voor reiniging Kaasproductie: Warmte-uitwisseling melk en wei Maximale wei valorisatie en borging weikwaliteit Terugwinning van vet en stofwrongel uit wei Pekelbuffer ter voorkoming onnodig pekelverlies Meer-traps indamper met mechanische / thermische damprecompressie Meer-traps droger voor weipoeder
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Polymeren Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit
Nummer in de BREF
Maatregel
Algemeen
13.1 1
Algemeen
13.1.2
Algemeen
13.1.3
Algemeen
13.1.4
Algemeen
13.1.5
BAT is to implement and adhere to an Environmental Management System BAT is to reduce fugitive emissions by advanced equipment design (see Section 12.1.2.) BAT is to carry out a fugitive loss assessment and measurement to classify components in terms of type, service and process conditions to identify those elements with the highest potential for fugitive loss (see Section 12.1.3). BAT is to establish and maintain an equipment monitoring and maintenance (M&M) and/or leak detection and repair (LDAR) programme (see Section 12.1.4) based on a component and service database in combination with the fugitive loss assessment and measurement (see Section 12.1.3). BAT is to reduce dust emissions (see Section 12.1.5) with a combination of the following techniques: • dense phase conveying is more efficient to prevent dust emissions than dilute phase conveying • reduction of velocities in dilute phase conveying systems to as low as possible • reduction of dust generation in conveying lines through surface treatment and proper alignment of pipes • use of cyclones and/or filters in the air exhausts of dedusting units. The use of fabric filter systems is more effective, especially for fine dust [27, TWGComments, 2004] • use of wet scrubbers [27, TWGComments, 2004].
Algemeen
13.1.6
Algemeen
13.1.7
Algemeen Algemeen
13.1.8 13.1.9
Algemeen
13.1.10
Algemeen
13.1.11
BAT is to minimise plant start-ups and stops (see Section 12.1.6) to avoid peak emissions and reduce overall consumption (e.g. energy, monomers per tonne of product). BAT is to secure the reactor contents in case of emergency stops (e.g. by using containment systems, see Section 12.1.7). BAT is to recycle the contained material from BAT 7 or to use it as fuel. BAT is to prevent water pollution by appropriate piping design and materials (see Section 12.1.8) BAT is to use separate effluent collection systems (see Section 12.1.8) for: • contaminated process effluent water • potentially contaminated water from leaks and other sources, including cooling water and surface run-off from process plant areas, etc. • uncontaminated BAT is to treat the water. air purge flows coming from degassing silos and reactor vents (see section 12.1.9) with one or more of the following techniques: • recycling • thermal oxidation • catalytic oxidation • flaring (only discontinuous flows). In some cases, the use of adsorption techniques may be considered BAT as well.
Algemeen
13.1.12
Algemeen
13.1.13
BAT is to use flaring systems to treat discontinuous emissions from the reactor system (see Section 12.1.10) BAT is to use, where possible, power and steam from cogeneration plants (see Section 12.1.11)
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Polymeren Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit Algemeen
Nummer in de BREF 13.1.14
Algemeen
13.1.15
Algemeen
13.1.16
Algemeen
13.1.17
Algemeen Productie van polyolefinen
13.1.18 13.2.1
Productie van polyolefinen Productie van polyolefinen
13.2.2 13.2.3
Productie van polyolefinen
13.2.4
Productie van polyolefinen Productie van polyolefinen
13.2.5 13.2.6
Productie van polystyreen Productie van polystyreen Productie van polystyreen
13.3.1 13.3.2 13.3.3
Productie van polystyreen
13.3.4
Productie van polystyreen
13.3.5
Productie van polystyreen
13.3.6
Productie van PVC
13.4.1
Productie van PVC
13.4.2
Productie van PVC
13.4.3
Productie van PVC
13.4.4
Productie van PVC
13.4.5
Productie van PVC
13.4.6
Productie van PVC
13.4.7
Productie van PVC
13.4.8
Maatregel BAT is to recover the reaction heat through the generation of low pressure steam (see Section 12.1.12) in processes or plants where internal or external consumers of the low pressure steam are available. BAT is to re-use the potential waste from a polymer plant (see Section 12.1.15) BAT is to use pigging systems in multiproduct plants with liquid raw materials and products (see Section 12.1.16) BAT is to use a buffer for waste water upstream of the waste water treatment plant to achieve a constant quality of the waste water (see Section 12.1.17) BAT is to treat waste water efficiently (see Section 12.1.18) BAT is to recover monomers from reciprocating compressors in LDPE processes (see Section 12.2.1) to: • recycle them back to the process and/or • send them to a thermal oxidiser.
BAT is to collect off-gases from the extruders (see Section 12.2.2) BAT is to reduce the emissions from finishing and storage sections (see Section 12.2.3) BAT is to operate the reactor at the highest possible polymer concentration (see Section 12.2.4) BAT is to use closed loop cooling systems (see Section 12.2.6) Taking into account the BAT in Section 13.1 and 13.2, the emission and consumption levels are associated with BAT for the production of polyolefines from table 13.2, 13.2, 13.4 and 13.5: BAT is to reduce and control emissions from storage (see Section 12.3) BAT is to recover all purge streams and reactor vents (see Section 12.3) BAT is to collect and treat the exhaust air from pelletising (see Section 12.3) BAT is to reduce emissions from the preparation in EPS processes (see Section 12.3) BAT is to reduce emissions from the dissolving system in HIPS processes (see Section 12.3) Taking into account the BAT in Sections 13.1 and 13.3, the emission and consumption levels are associated with BAT for the production of polystyrene from table 13.6, 13.7 and 13.8: BAT is to use appropriate storage facilities for the VCM feedstock, designed and maintained to prevent leaks and resulting air, soil and water pollution (see Section 12.4.1) BAT for VCM unloading is to prevent emissions from connections (see Section 12.4.2) BAT is to reduce residual VCM emissions from reactors (see
Section 12.4.3) BAT is to use stripping for the suspension or latex to obtain a low VCM content in the product (see Section 12.4.4) BAT for PVC production is to use a combination of: • stripping • flocculation • biological waste water treatment (see Section 12.1.18.). BAT is to prevent dust emissions from drying process (see Section 12.4.5) BAT is to treat VCM emissions from the recovery system (see Section 12.4.6) BAT is to prevent and control fugitive emissions of VCM arising from equipment connections and seals (see Section 12.4.7)
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Polymeren Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit Productie van PVC
Nummer in de BREF 13.4.9
Productie van PVC
13.4.10
Productie van onverzadigde 13.5.1 polyester Productie van onverzadigde 13.5.2 polyester Productie van onverzadigde 13.5.3 polyester productie van ESBR
13.6.1
productie van ESBR
13.6.2
productie van ESBR
13.6.3
productie van ESBR productie van ESBR
13.6.4 13.6.5
productie van ESBR
13.6.6
productie van ESBR
13.6.7
productie van ESBR
13.6.8
productie oplossing gepolymeriseerde rubbers met butadieen
13.7.1
productie van polyamides
13.8.1
productie van polyethyleentereftalaatvezels
13.9.1
productie van 13.9.2 polyethyleentereftalaatvezels productie van viscosevezels 13.10.1 productie van viscosevezels 13.10.2 productie van viscosevezels 13.10.3 productie van viscosevezels 13.10.4 productie van viscosevezels 13.10.5 productie van viscosevezels 13.10.6 productie van viscosevezels 13.10.7
Maatregel BAT is to prevent accidental emissions of VCM from polymerisation reactors (see Section 12.4.8) Taking into account the BAT in Sections 13.1 and 13.4, the following emission and consumption levels are associated with BAT for the production of PVC of table 13.9 and 13.10 BAT is to treat exhaust gases (see Section 12.5.1) BAT is to thermally treat waste water, arising mainly from the reaction (see Section 12.5.2). Taking into account the BAT in Sections 13.1 and 13.5, the following emission and consumption levels are associated with BAT for the production of unsaturated polyester of table 13.11 BAT is to design and maintain the plant storage tanks to prevent leaks and resulting air, soil and water pollution (see Section 12.6.1) BAT is to control and minimise diffuse (fugitive) emissions (see Section 12.6) BAT is to collect the vents from process equipment for treatment (usually incineration) (see Section 12.6) BAT is to recycle water (see Section 12.6) BAT is to treat waste water using biological treatment or equivalent techniques (see Section 12.6) BAT is to minimise the volume of hazardous waste by good segregation and collect them to send for external treatment (see Section 12.6) BAT is to minimise the volume of non-hazardous waste by good management and offsite recycling (see Section 12.6) Taking into account the BAT in Sections 13.1 and 13.6, the following
emission and consumption levels are associated with BAT for the production of ESBR of table 13.12 BAT is to remove solvents by using one or both of the following or an equivalent technique: • devolatilisation extrusion • steam stripping. BAT is to treat flue-gases from polyamide production processes by wet scrubbing. BAT is to apply a waste water pretreatment such as: • stripping • recycling • or equivalent before sending waste water from PET production processes to a WWT plant. BAT is to treat waste gas streams from PET production with catalytic oxidation or equivalent techniques. BAT is to operate spinning frames in houses (see Section 12.7.1) BAT is to condense the exhaust air from spinning streets to recover CS2 and recycle it back into the process (see Section 12.7.2) BAT is to recover CS2 from exhaust air streams through adsorption on activated carbon (see Section 12.7.3) BAT is to apply exhaust air desulphurisation processes based on catalytic oxidation with H2SO4 production (see Section 12.7.4) BAT is to recover sulphate from spinning baths (see Section 12.7.5) BAT is to reduce Zn from the waste water by alkaline precipitation followed by sulphide precipitation (see Section 12.7.6) BAT is to use anaerobic sulphate reduction techniques for sensitive waterbodies (see Section 12.7.7)
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: BREF Polymeren Naam bedrijf: Toetser:
1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf?
Subsector/activiteit Nummer in de BREF productie van viscosevezels 13.10.8
productie van viscosevezels 13.10.9
Maatregel BAT is to use fluidised bed incinerators to burn non-hazardous wastes (see Section 12.7.8) and recover the heat for the production of steam or energy Taking into account the BAT in Sections 13.1 and 13.10, the following emission and consumption levels are associated with BAT for the production of viscose staple fibres of table 13.13
Toelichting
2. Is de maatregel op uw bedrijf van
3. Indien van toepassing: hoe gaat u
toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
invulling geven aan de maatregel?
Toelichting
IPPC-toets: Intensieve veehouderij
https://www.infomil.nl/onderwerpen/duurzaamheidenergie/ippc-installaties/brefs-bbt-
Naam bedrijf: Toetser: 1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf? Toelichting
Subsector/activiteit
Nummer in de BREF
ALGEMENE BBTCONCLUSIES Goede bedrijfspraktijken BBT 2.Om effecten op het 2a milieu te voorkomen of te verminderen en de algemene prestaties te verbeteren, is de BBT alle naast genoemde technieken gebruiken.
Maatregel
a) De installatie/boerderij en de activiteiten zo te situeren dat: - het vervoer van dieren en materialen (met inbegrip van mest) beperkt wordt; - voldoende afstand wordt gehouden tot gevoelige receptoren die bescherming behoeven; - rekening wordt gehouden met de klimatologische omstandigheden (bv. wind en neerslag); - rekening wordt gehouden met de mogelijke toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van de boerderij; - de vervuiling van water wordt voorkomen.
2b
b) Personeel voorlichten en opleiden, met name inzake: - de relevante regelgeving, veehouderij, diergezondheid en dierenwelzijn, mestbeheer, veiligheid van werknemers; - het vervoeren en uitrijden van mest; - de planning van de activiteiten; - noodplannen en crisisbeheer; - reparatie en onderhoud van de uitrusting.
2c
c) Een noodplan opstellen voor het aanpakken van onverwachte emissies en incidenten zoals de verontreiniging van waterlichamen. Dit kan het volgende omvatten: - een plattegrond van de boerderij met daarop de drainagesystemen en de oorsprong van het water en het afvalwater; - actieplannen voor de reactie op bepaalde potentiële gebeurtenissen (bv. brand, lekken in of instorting van drijfmestreservoirs, ongecontroleerde afvloeiing van mesthopen, olielekken); - beschikbare uitrusting om een verontreinigingsincident aan te pakken (bv. uitrusting voor het afsluiten van drainagebuizen, het afdammen van greppels, olieschermen).
2d
d) Het regelmatig controleren, herstellen en onderhouden van constructies en uitrusting zoals: - drijfmestreservoirs (controle op tekenen van beschadiging, aantasting, lekkage); - drijfmestpompen, -mixers, -scheiders, -irrigatoren; - systemen voor de toevoer van water en voeder; - ventilatiesystemen en temperatuursensoren; - silo's en transportuitrusting (bv. kleppen, leidingen); - luchtzuiveringssystemen (bv. door regelmatige inspecties). Hieronder kunnen ook de hygiëne van de boerderij en plaagbestrijding vallen.
2e
e) Het zodanig opslaan van dode dieren dat emissies worden voorkomen of verminderd.
5a
BBT 5.Om efficiënt om te gaan met water, is de BBT een combinatie van de onderstaande technieken gebruiken. a) Een register bijhouden van het watergebruik. b) Waterlekken opsporen en repareren. c) Hogedrukreinigers gebruiken voor het reinigen van stallen en uitrusting.
Efficiënt gebruik van water BBT 5 efficiënt gebruik van water
5b 5c
2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
3. Indien van toepassing: hoe gaat u per stal invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
IPPC-toets: Intensieve veehouderij
https://www.infomil.nl/onderwerpen/duurzaamheidenergie/ippc-installaties/brefs-bbt-
Naam bedrijf: Toetser: 1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf? Toelichting
Subsector/activiteit
Nummer in de BREF 5d
5e 5f Emissies uit afvalwater BBT 6.Om de productie van 6a afvalwater te verminderen, is de BBT een combinatie van de naast genoemde technieken gebruiken. 6b 6c BBT 7.Om emissies van 7a afvalwater in water te verminderen, is de BBT één of een combinatie van de naast genoemde technieken gebruiken.
Efficiënt gebruik van energie BBT 8.Om efficiënt om te gaan met energie op een boerderij, is de BBT een combinatie van de onderstaande technieken gebruiken.
a) De vervuilde zones van het erf zo klein mogelijk houden.
b) Zo weinig mogelijk water gebruiken. c) Niet-verontreinigd hemelwater scheiden van het te zuiveren afvalwater. a) Afvalwater afvoeren naar een speciale opvangbak of naar een drijfmestreservoir.
7b 7c
b) Afvalwater zuiveren. c) Verspreiding van afvalwater over het land door bijvoorbeeld gebruik te maken van een irrigatiesysteem zoals sproeiers, mobiele sproeiinstallaties, tankers of navelstrenginjectoren.
8a
a) Hoogrenderende verwarmings-, koel- en ventilatiesystemen.
8b
b) Optimalisering van verwarmings-, koel- en ventilatiesystemen en het beheer daarvan, met name wanneer luchtzuiveringssystemen worden gebruikt. c) Isolatie van de muren, vloeren en/of plafonds van de stallen. d) Het gebruik van energie-efficiënte verlichting. e) Het gebruik van warmtewisselaars. Een van de volgende systemen kan worden gebruikt: 1. lucht-lucht; 2. lucht-water; 3. lucht-grond. f) Het gebruik van warmtepompen voor warmteterugwinning. g) Warmteterugwinning met verwarmd en gekoeld, van strooisel voorzien vloeroppervlak (combidecksysteem). h) Toepassen van natuurlijke ventilatie.
8c 8d 8e
8f 8g 8h Geluidemissies
Maatregel d) Geschikte uitrusting selecteren en gebruiken (bv. drinknippelsystemen, ronde drinksystemen, watertroggen) voor de specifieke diercategorie en tegelijkertijd zorgen voor de beschikbaarheid van water (ad libitum). e) De kalibratie van de Drinkwateruitrusting controleren en (zo nodig) regelmatig aanpassen. f) Niet-vervuild hemelwater hergebruiken als reinigingswater.
2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
3. Indien van toepassing: hoe gaat u per stal invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
IPPC-toets: Intensieve veehouderij
https://www.infomil.nl/onderwerpen/duurzaamheidenergie/ippc-installaties/brefs-bbt-
Naam bedrijf: Toetser: 1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf? Toelichting
Subsector/activiteit Nummer in de BREF BBT 9.Om geluidsemissies 9 te voorkomen of, indien dat niet haalbaar is, te verminderen, is de BBT het opzetten en uitvoeren van een geluidsbeheersplan, als onderdeel van het milieubeheersysteem (zie BBT 1), dat de volgende elementen omvat:
Maatregel i. een protocol met passende acties en tijdschema's; ii. een protocol voor de monitoring van geluid; iii. een protocol voor de reactie op geconstateerde geluidsgebeurtenissen; iv. een programma voor geluidsvermindering om bv. de bron(nen) op te sporen, de geluidsemissies te monitoren, de bijdragen van de bronnen te karakteriseren en maatregelen voor de eliminatie en/of vermindering van geluidsemissies te nemen; v. een herziening van de historische geluidsincidenten en corrigerende maatregelen en de verspreiding van kennis over geluidsincidenten.
BBT 10.Om geluidsemissies 10a te voorkomen of, indien dat niet haalbaar is, te verminderen, is de BBT één of een combinatie van de naast genoemde technieken gebruiken.
a) Voldoende afstand in acht nemen tussen de installatie/boerderij en de gevoelige receptoren. Bij de planning van de installatie/boerderij wordt voldoende afstand tussen de installatie/ boerderij en de gevoelige receptoren gewaarborgd door het toepassen van de minimale standaardafstanden.
10b
b) Locatie van de uitrusting Het geluidsniveau kan worden verminderd door: i. de afstand tussen de geluidsbron en de ontvanger te vergroten (door de uitrusting zo ver mogelijk van gevoelige receptoren te plaatsen); ii. de lengte van de voederdistributiepijpen zo klein mogelijk te houden; iii. voederbakken en -silo's zo te plaatsen dat voertuigbewegingen op de boerderij tot een minimum worden beperkt.
10c
c) Operationele maatregelen Hieronder vallen maatregelen zoals: i.indien mogelijk deuren en grote openingen van het gebouw sluiten, met name tijdens het voederen; ii. uitrusting laten bedienen door ervaren personeel; iii. indien mogelijk lawaaierige activiteiten 's nachts en tijdens het weekend vermijden; iv. maatregelen treffen voor lawaaibeheersing tijdens onderhoudswerkzaamheden; v. transportbanden en transportschroeven zo veel mogelijk volledig gevuld gebruiken; vi. de te schrapen buitenoppervlakken zo klein mogelijk houden om zo veel mogelijk lawaai van trekkers met schuiven te vermijden.
10d
d) Geluidsarme uitrusting Het gaat hierbij onder meer om uitrusting zoals: i.hoogrenderende ventilatoren wanneer natuurlijke ventilatie niet mogelijk of voldoende is; ii. pompen en compressoren; iii. voedersysteem waarmee de eetstimulans wordt verminderd (bv. vultrechters, passieve ad libitum-voederinstallaties, compacte voederinstallaties).
10e
e) Uitrusting voor lawaaibeheersing Het gaat hierbij onder meer om: i. lawaaibeperkende maatregelen; ii. trillingsisolatie; iii. afscherming van lawaaierige uitrusting (bv. molens, pneumatische transportbanden); iv. geluidsisolatie van gebouwen.
10f
f) Lawaaibestrijding De verspreiding van lawaai kan worden verminderd door obstakels tussen zender en ontvanger te plaatsen.
Stofemissies
2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
3. Indien van toepassing: hoe gaat u per stal invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
IPPC-toets: Intensieve veehouderij
https://www.infomil.nl/onderwerpen/duurzaamheidenergie/ippc-installaties/brefs-bbt-
Naam bedrijf: Toetser: 1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf? Toelichting
Subsector/activiteit Nummer in de BREF BBT 11.Om stofemissies 11a van elke stal te verminderen moet worden aangegeven welke van naast genoemde technieken worden gebruikt.
11b
11c
Geuremissies BBT 12. geurbeheersplan:
Maatregel a) De stofproductie in de stallen verminderen. Hiertoe kan een combinatie van de volgende technieken worden gebruikt: 1. grover strooisel gebruiken (bijvoorbeeld lang stro of houtkrullen in plaats van gehakseld stro); 2. vers strooisel aanbrengen door toepassing van een techniek die weinig stof veroorzaakt (bv. met de hand); 3. ad libitum-voedering toepassen; 4. vochtig voeder of voeder in pellets gebruiken of olieachtige grondstoffen of bindmiddelen toevoegen in droogvoersystemen; 5. stofafscheiders installeren in opslagruimten voor droog diervoeder die pneumatisch worden gevuld; 6. het interne ventilatiesysteem ontwerpen voor en gebruiken met lage luchtsnelheden. b) De stofconcentratie binnen verminderen door een van de volgende technieken toe te passen: 1. waterverneveling; 2. olieverneveling; 3. ionisatie. c) Behandeling van afvoerlucht door een luchtzuiveringssysteem zoals: 1. watervanger; 2. droge filter; 3. waterwasser; 4. natte zure wasser; 5. biowasser (of biotricklingfilter); 6. twee- of drietrapsluchtzuiveringssysteem; 7. biofilter.
12
i. een protocol met passende acties en tijdschema's; ii. een protocol voor de monitoring van geur; iii. een protocol voor de reactie op geconstateerde geurhinder; iv. een programma voor de voorkoming en eliminatie van geur om bijvoorbeeld de bron(nen) op te sporen, de geuremissies te monitoren (zie BBT 26), de bijdragen van de bronnen te karakteriseren en maatregelen voor de eliminatie en/of vermindering van geuremissies te nemen; v. een herziening van de historische geurincidenten en corrigerende maatregelen en de verspreiding van kennis over geurincidenten. De bijbehorende monitoring is te vinden in BBT 26.
BBT 13.Om geuremissies 13a en/of geureffecten van een boerderij te voorkomen of, indien dat niet haalbaar is, te verminderen, is de BBT een combinatie van de onderstaande technieken gebruiken.
a) Voldoende afstand in acht nemen tussen de boerderij/installatie en de gevoelige receptoren.
2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
3. Indien van toepassing: hoe gaat u per stal invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
IPPC-toets: Intensieve veehouderij
https://www.infomil.nl/onderwerpen/duurzaamheidenergie/ippc-installaties/brefs-bbt-
Naam bedrijf: Toetser: 1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf? Toelichting
Subsector/activiteit
Nummer in de BREF 13b
Maatregel b) Een stalsysteem gebruiken dat één of een combinatie van de volgende beginselen hanteert: - de dieren en oppervlakken droog en schoon houden (bv. vermijden dat voeder wordt gemorst, het vermijden van mest in ligruimtes met gedeeltelijke roostervloer); - het emitterend mestoppervlak verkleinen (bv. gebruikmaken van metalen of kunststofroosters, kanalen met een beperkt blootgesteld mestoppervlak); -mest regelmatig afvoeren naar een externe (overdekte) mestopslagplaats; -de temperatuur van de mest (bv. door drijfmestkoeling) en de binnentemperatuur verlagen; - de luchtstroming en -snelheid over het mestoppervlak verminderen; - het strooisel in systemen op basis van strooisel droog en onder aerobe omstandigheden houden.
13c
c) De wijze waarop afvoerlucht uit de stallen wordt verwijderd optimaliseren door één of een combinatie van de volgende technieken te gebruiken: - de hoogte van de afvoerbuis vergroten (bv. de lucht boven de dakhoogte afvoeren, schoorstenen, luchtafvoer door de nok in plaats van door het lage deel van de muren); - de verticale afvoersnelheid verhogen; - aan de buitenzijde efficiënte barrières (bv. vegetatie) plaatsen om turbulentie in de afvoerluchtstroom te creëren; - de afvoeropeningen in het lage deel van de muren uitrusten met deflectoren om de afvoerlucht naar de grond te leiden; - de afvoerlucht lozen aan de stalzijde die van de gevoelige receptor is afgewend; - de as van de nok van een natuurlijk geventileerd gebouw dwars op de overheersende windrichting oriënteren.
13d
d) Een luchtzuiveringssysteem gebruiken zoals: 1. biowasser (of biotricklingfilter); 2. biofilter; 3. twee- of drietrapsluchtzuiveringssysteem.
13e
e) Voor de opslag van mest één of een combinatie van de onderstaande technieken gebruiken: 1. opgeslagen drijfmest of vaste mest afdekken; 2. de locatie van de opslagplaats bepalen rekening houdend met de algemene windrichting en/of maatregelen nemen ter vermindering van de windsnelheid rond en boven de opslagplaats (bv. bomen, natuurlijke barrières); 3.het roeren van drijfmest tot een minimum beperken.3.het roeren van drijfmest tot een minimum beperken.
13f
f) Mest verwerken door middel van een van de onderstaande technieken om geuremissies tijdens (of voor) het uitrijden tot een minimum te beperken: 1.aerobe vergisting (door beluchting) van drijfmest; 2. compostering van vaste mest; 3. anaerobe vergisting.
13g
g) Voor het uitrijden van mest één of een combinatie van de onderstaande technieken gebruiken: 1.rijenbemesters, ondiepe of diepe drijfmestinjectoren; 2. mest zo snel mogelijk onderwerken.
Emissies uit de opslag van vaste mest BBT 14. vaste nmestopslag 14a en emissies naar lucht.
a) De verhouding tussen het emitterend oppervlak en het volume van de mesthoop verkleinen.
2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
3. Indien van toepassing: hoe gaat u per stal invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
IPPC-toets: Intensieve veehouderij
https://www.infomil.nl/onderwerpen/duurzaamheidenergie/ippc-installaties/brefs-bbt-
Naam bedrijf: Toetser: 1. Is deze BREF van toepassing op uw bedrijf? Toelichting
Subsector/activiteit
BBT 15.Vaste mestopslag en emissies naar water en bodem.
Nummer in de BREF 14b 14c 15a
Maatregel b) Mesthopen afdekken. c) Gedroogde vaste mest opslaan in een schuur. a) Gedroogde vaste mest opslaan in een schuur.
15b 15c
b) Een betonnen silo gebruiken voor de opslag van vaste mest. c) Vaste mest opslaan op een dichte, ondoordringbare vloer die is uitgerust met een drainagesysteem en een verzameltank voor het afvloeivocht. d) Een opslaginstallatie kiezen met voldoende capaciteit om de vaste mest te bewaren tijdens perioden waarin niet kan worden uitgereden. e) Vaste mest opslaan op mesthopen die verwijderd zijn van bovenen/of ondergrondse waterlopen waarin het afvloeivocht zou kunnen terechtkomen.
15d 15e
Verwerking van mest op de boerderij BBT 19.Indien mest op de 19a boerderij wordt verwerkt, is om stikstof-, fosfor- en geuremissies alsmede emissies van microbiële ziekteverwekkers in de lucht en het water te verminderen, en om de opslag en/of het uitrijden van mest te vergemakkelijken, de BBT de mest verwerken door één of een combinatie van de naast genoemde technieken te gebruiken.
BBT 29.De BBT is de naast genoemde procesparameters ten minste eenmaal per jaar monitoren.
19b 19c 19d 19e 19f 29a
29b
29c
29d
29e 29f
a) Mechanisch scheiden van drijfmest. Dit omvat bijvoorbeeld: scheiding d.m.v. schroefpers; - scheiding d.m.v. decanteercentrifuge; - coagulatie-flocculatie; - scheiding d.m.v. zeven; - filterpersen.
b) Anaerobe vergisting van mest in een biogasinstallatie. c) Gebruik van een externe tunnel voor het drogen van mest. d) Aerobe vergisting (door beluchting) van drijfmest. e) Aerobe vergisting (door beluchting) van drijfmest. f) Compostering van vaste mest. Waterverbruik Registratie bv. door middel van geschikte meters of op basis van facturen. De belangrijkste waterverbruikende processen in de stallen (schoonmaken, voederen enz.) kunnen afzonderlijk worden gemonitord. Elektriciteitsverbruikt Registratie bv. door middel van geschikte meters of op basis van facturen. Het elektriciteitsverbruik van de stallen wordt afzonderlijk van de andere boerderij-installaties gemonitord. De belangrijkste energieverbruikende processen in de stallen (verwarming, ventilatie, verlichting enz.) kunnen afzonderlijk worden gemonitord. Brandstofverbruik Registratie bv. door middel van geschikte meters of op basis van facturen. Aantal binnenkomende en uitgaande dieren, in voorkomend geval met inbegrip van geboorten en sterfgevallen. Registratie bv. in bestaande registers. Voederconsumptie Registratie bv. op basis van facturen of in bestaande registers. Mestproductie Registratie bv. in bestaande registers.
2. Is de maatregel op uw bedrijf van toepassing? Indien nee: s.v.p. toelichting geven.
3. Indien van toepassing: hoe gaat u per stal invulling geven aan de maatregel?
.Toelichting
Voorbeeld pragmatisch managementsysteem Managementsysteem IPPC Aspect
Bodem
Maatregel
Lucht
Technisch
Implementeren Organisatorisch
Geschikt Technisch Vloeistofdichte werking geborgd?' (aantonen middels certificaat/geen visuele technische gebreken)
Overzicht van vloeistofdichte vloeren
Is beschreven wie verantwoordelijk is voor de keuring?
Vloer aanwezig? Feitelijke situatie gelijk aan overzicht vloeistofdichte vloeren?
Keuringen uitgevoerd? Registratie in logboek?
Vloeistofkerende vloer
Overzicht van vloeistofkerende vloeren
Is beschreven wie verantwoordelijk is voor visuele inspectie? Wie is verantwoordelijk voor bijhouden logboek?
Vloer aanwezig? Feitelijke situatie gelijk aan overzicht vloeistofkerende vloeren?
Inspecties uitgevoerd? Registratie in logboek?
Rioleringstekening dwa/hwa inclusief voorzieningen
Is beschreven wie verantwoordelijk is voor de keuring/onderhoud/bemonsteri ng?
Feitelijke situatie gelijk aan rioleringstekening dwa/hwa?
Keuringen uitgevoerd? Registratie in logboek?
Is er een systeem voor de acceptatie- en registratie van afvalstoffen
Werken de verantwoordelijke functionarissen overeenkomstig het AVbeleid & AO/IC?
Wordt met de ingezette middelen doelmatige been verwerking bereikt?
Middelen om maatregelen te treffen aanwezig (bijv. sproeiinstallatie, afdekmaterialen, etc.)
Worden de maatregelen daadwerkelijk getroffen door de verantwoordelijke functionaris om stof/geuroverlast te voorkomen?
Is de maatregel afgestemd op het voorkomen van stof/geuroverlast?
Feitelijke situatie gelijk aan overzicht van stookinstallaties?
Keuringen en onderhoud uitgevoerd? Registratie in logboek?
Voldoen de stookinstallaties aan de keurings- en onderhoudseisen?
Acceptatie van afvalstoffen (gericht op doelmatige be- en verwerking)
Melden aan LMA Registreren afvalstoffen
Stof/Geurhinder voorkomen
Stookinstallaties - Scioskeuring Transport/logistieke handelingen - uitlaatgassen Veiligheid Geluid/trillingen Energie Afvalpreventie
Documenteren Organisatorisch
Vloeistofdichte vloer
Riolering (gescheiden) (incl. OBS)
Afval
Technisch
Overzicht van stookinstallaties
Is beschreven hoe invulling wordt gegeven aan het AVbeleid & AO/IC? Is beschreven welke functionarissen verantwoordelijk zijn voor het AV-beleid & AO/IC? Is beschreven welke functionaris verantwoordelijk is voor het voorkomen van stofoverlast? Zijn de instructies voor stof/geuroverlast gedocumenteerd? Is beschreven wie verantwoordelijk is voor de keuring en onderhoud?
Vloeistofkerende werking geborgd? Functie afgestemd op constructie? Vloeistofdichte werking geborgd?' (aantonen middels certificaat/geen visuele technische gebreken)
Organisatorisch Heeft de verantwoordelijke functionaris de vereiste keuring uitgevoerd?
Heeft de verantwoordelijke functionaris de vereiste inspecties uitgevoerd?
Heeft de verantwoordelijke functionaris de vereiste keuring uitgevoerd?
Is het AV-beleid & AO/IC de instructies geschikt voor doelmatige be-/verwerking Heeft de verantwoordelijke functionaris de juiste kennis/kwalificatie? Zijn de instructies geschikt om stof-/geuroverlast te voorkomen? Heeft de verantwoordelijke functionaris de juiste kennis/kwalificatie? Heeft de verantwoordelijke functionaris de juiste onderaannemers ingehuurd voor de uitvoer van de vereiste keuringen en het onderhoud ?