Bijlage 1a. TAM-IMRO motivering
Tekst van het document
Woningen vallen daarnaast onder de regeling 'niet in betekende mate' als er sprake is van minder dan 1.500 woningen. De maximaal 37 woningen die hier gerealiseerd worden vallen daar ruim onder en zullen niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie De bouw van maximaal 37 woningen is passend binnen de wet- en regelgeving ten aanzien van luchtkwaliteit.
4.9
Trillingen Kader Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn van mensen of schade aan gebouwen veroorzaken. De Omgevingswet beschermt (delen van) gebouwen. Gemeenten mogen zelf regels stellen over trillingen door milieubelastende activiteiten. De regels voor trillingen zijn op verschillende plaatsen terug te vinden. In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels voor trillingen. Deze instructieregels zijn gericht op de bescherming van
blad 31 van 43
vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100
trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen. In paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat zijn eveneens regels voor trillingen opgenomen. Deze regels gelden voor trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Onder de Omgevingswet zijn de regels van trillingen door bedrijven (activiteiten) gedecentraliseerd. Dat betekent dat gemeenten zelf regels mogen stellen over trillingen van activiteiten. In het omgevingsplan nemen gemeenten ook regels op voor trillingen door milieubelastende activiteiten. Vastgelegd wordt welke trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn. De meest relevante trillingsbronnen zijn wegverkeer, railverkeer en industriële activiteiten. Voor wegverkeer en railverkeer geldt dat dit afhankelijk is van het aandeel zwaar vrachtverkeer. Voor alle trillingsbronnen geldt dat trillingen afnemen als de afstand tot de bron groter wordt.
Beoordeling Het planvoornemen maakt de bouw van 37 woningen mogelijk aan de 1e Wijk in Jubbega. Dit zijn trillinggevoelige gebouwen. Zoals hierboven beschreven zijn de meest relevant trillingsbronnen wegverkeer, railverkeer en industriële activiteiten. In de buurt van het plangebied zijn geen railverkeer of industriële activiteiten te vinden. De wegen in de omgeving hebben een dusdanig lage verkeersintensiteit dat ze niet relevant zijn in het kader van trillingen. Er zijn daarom geen effecten van trillingshinder te verwachten voor deze locatie. Conclusie Vanuit trillingen zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie.
4.10
Weging van het waterbelang Kader Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk, provinciaal en rijksbeleid als het beleid van het waterschap. Voor het inventariseren van de wateraspecten van een project wordt vaak een geohydrologisch onderzoek voor de waterhuishouding uitgevoerd. Vervolgens worden de verschillende waterhuishoudkundige belangen afgewogen. In de onderzoeken worden niet alleen de wateraspecten opgenomen, maar ook welke maatregelen genomen kunnen worden op het gebied van onder andere klimaatadaptatie. Beoordeling Er is door Antea Group een weging van het waterbelang opgesteld. Dit onderzoek is als bijlage 7 toegevoegd aan deze motivering. Op het planvoornemen is de opgave van het Wetterskip Fryslân van kracht. Het Wetterskip heeft een opgave van 835 m2 nieuw te graven oppervlaktewater of 418 m3 aan infiltratie-
blad 32 van 43
vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100
en/of waterbergingsvoorzieningen voor de toename verhard oppervlak. Daarnaast heeft het Wetterskip voor het dempen van oppervlaktewater een 1:1 compensatieplicht. Daaruit ontstaat een opgave van 95 m2 nieuw te graven oppervlaktewater. Voor de invulling van de opgave worden waterbergende daken, een wadi en een waterbergingsvijver(s) geadviseerd. De wadi biedt een hoeveelheid waterberging gelijk aan de ontwateringsdiepte (maaiveld - GHG) en de waterbergingsvijver(s) biedt een hoeveelheid waterberging gelijk aan de drooglegging (maaiveld - zomerpeil). De wadi kan via infiltratie en/of een knijpconstructie afwateren en de vijver dient door een knijpconstructie vertraagd af te gaan voeren naar het naastgelegen oppervlaktewater. Binnen het plangebied zelf zijn beperkte mogelijkheden voor het aanleggen van wadi's en/of waterbergingsvijvers door de grote hoeveelheid opgenomen bomen, maar op de gronden ten zuidoosten van het plangebied is dit wél mogelijk. Daarnaast dient er minimaal een hoeveelheid van 95 m2 oppervlaktewater worden gegraven om de demping 1:1 te compenseren. Voor het inpassen van dit oppervlaktewater kunnen de bestaande watergangen in het plangebied worden verbreed of kan het oppervlak van een eventuele waterbergingsvijver met 95 m2 worden vergroot. De watergangen in het noordwesten en oosten van het plangebied zijn hier geschikt voor.
In de aanvraag van de omgevingsvergunning dient te worden aangetoond dat het plangebied de volledige wateropgave kan bergen en afvoeren. Daarnaast dient te worden onderbouwd hoe het hemelwater de voorziening kan bereiken. Om het risico op grondwateroverlast te beperken dient de ontwateringsdiepte en/of drooglegging voldoende te zijn. De maaiveldhoogte bevindt zich ter plaatse van het plangebied gemiddeld op ca. NAP +3,3 m. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) bevindt zich op een diepte van 0,6 m-mv. Op basis daarvan is de huidige maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied ook 0,6 m. De richtlijn voor ontwateringsdiepte uit het Watertakenplan van de gemeente Heerenveen is 0,7 m voor 'woningen met kruipruimte'. De ontwikkeling voldoet nagenoeg aan de richtlijn. Om te voldoen aan de richtlijn dient het oppervlak waar de bebouwing komt te staan te worden opgehoogd met ca. 0,1 m zand. Het advies is om vóór de ophoging eerst opnieuw te berekenen wat de GHG ter plaatse van het plangebied is. Deze is in de onderhavige rapportage afgeleid uit het BRO-model grondwaterspiegeldiepte (WDM). In realiteit kan de GHG hoger of lager zijn dan weergegeven in het model. Indien blijkt dat de GHG 0,1 m lager is gelegen dan in het model is opgenomen, voldoet het plangebied in de huidige situatie al aan de richtlijn.
Het vuilwater en hemelwater dienen apart te worden afgevoerd conform het beleid van de gemeente. Het vuilwater dient te worden afgevoerd in een vuilwaterriool en het hemelwater dient op het eigen perceel te worden verwerkt. Het is nodig om af te stemmen met de juiste afdeling binnen de gemeente Heerenveen om te bepalen waar de vuilwateraansluiting(en) van de nieuwe riolering op het bestaande stelsel kan plaatsvinden. Voor het aansluiten van de toekomstige ontwikkeling op het bestaand openbaar rioolstelsel moet een rioleringsplan/technisch ontwerp worden opgesteld. Bij de realisatie van het technisch ontwerp dient te worden aangetoond dat het toekomstige vuilwateraanbod geen negatieve effecten veroorzaakt in het bestaande systeem of dat het rioolsysteem hier voldoende op is aangepast. Conclusie Met inachtneming van de aanbevelingen die volgen uit de weging van het waterbelang vormt dit aspect geen belemmering voor het planvoornemen.
4.11
Klimaatadaptatie Kader
blad 33 van 43
vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100
Het klimaat verandert: het wordt warmer er natter. Ook zijn er vaker lange periodes van droogte en neemt de kans op overstromingen toe. Inspelen op de gevolgen van klimaatverandering wordt klimaatadaptatie genoemd. Klimaatadaptatie is een opgave voor én door iedereen. De gevolgen van klimaatverandering zijn de 4 thema's: hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen. Rijk, gemeenten, waterschappen, provincies en veiligheidsregio's zijn met dit onderwerp bezig met als doel in 2050 klaar te zijn voor extremere weersomstandigheden en de stijgende zeespiegel. Klimaatverandering heeft grote impact op de bebouwde omgeving. Om schade en overlast door weersextremen te beperken, moet de manier waarop steden worden gebouwd en ingericht worden aangepast. Het is belangrijk om deze nieuwbouw duurzaam en dus klimaatadaptief te ontwikkelen om toekomstige extra investeringen te voorkomen. Het uitgangspunt is om gebouwen (nieuwe ontwikkelingen) klimaatadaptief in te richten. Beoordeling De locatie ligt net buiten Jubbega in het buitengebied. Het planvoornemen voorziet in veel groen en hier kan regenwater infiltreren binnen het plangebied. Paragraaf 4.10 laat zien dat wanneer de voorgestelde maatregelen getroffen worden, er voldoende waterbergingsvoorzieningen zijn.
De nieuwe bebouwing sluit aan bij de omliggende en zal op vergelijkbare manier omgaan met klimaatadaptatie door het waar mogelijk behouden van groen en het gebruik van halfopen bestrating en graskeien. Conclusie Het aspect klimaatadaptatie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.12
Gezondheid Kader Gezondheid is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen over stelt, ondanks dat het bieden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving tot de maatschappelijke doelen van de wet behoort. Omdat de Omgevingswet het begrip niet inkadert, kan het veel verschillende onderwerpen raken, bijvoorbeeld regels voor het beweegvriendelijk maken van de omgeving. De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Zo kan een groene en beweegvriendelijke omgeving goed zijn voor de gezondheid. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld een matige luchtkwaliteit of een lawaaiige omgeving ongezond zijn. Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving. Binnen de Omgevingswet kunnen overheden eigen gezondheidsambities vastleggen en uitwerken. Beoordeling Met dit plan wordt een nieuwe woonbuurt gerealiseerd. Er worden verder geen specifieke voorzieningen toegevoegd die bijdragen aan het bevorderen van de gezondheid van de toekomstige bewoners. Zij kunnen in en rond het dorp Jubbega op voldoende plekken wandelen, fietsen en recreëren. Verder is Heerenveen dichtbij als het gaat om specifieke voorzieningen. Ten aanzien van het aspect gezondheid tonen de omgevingsonderzoeken verder aan dat er sprake is van een gezonde leefomgeving.
Conclusie Er hoeven geen specifieke maatregelen getroffen te worden vanuit het aspect gezondheid.
blad 34 van 43
vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100
4.13
Mer-beoordeling Kader Het instrument milieueffectrapportage (mer) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. In het milieueffectrapport (MER) worden de effecten van een ontwikkeling voor alle relevante milieuaspecten systematisch in beeld gebracht. Tevens wordt nagegaan of er alternatieven of maatregelen zijn waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden verminderd of voorkomen. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De verplichting een MER op te stellen is van kracht sinds 1 september 1987 en is verankerd in de Omgevingswet (en voorheen Wet Milieubeheer). Voor sommige plannen of projecten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken. In het Omgevingsbesluit is opgenomen voor welke activiteiten de mer-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten kunnen hebben op het milieu.
Beoordeling In het Omgevingsbesluit is in bijlage V een lijst weergegeven met activiteiten waarvoor een mer-beoordeling moet plaatsvinden. Onder categorie J11 staat een stedelijk ontwikkelingsproject waarvoor een mer-beoordelingsplicht geldt. Er is door Antea Group een mer-beoordeling opgesteld. Deze beoordeling is toegevoegd als bijlage 8. Uit de mer-beoordeling blijkt dat er geen bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en de locatie van het plan zijn, die zouden kunnen leiden tot aanzienlijke milieueffecten ter plaatse van de ontwikkeling. Voor de getoetste milieuaspecten geldt dat er geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden. Conclusie Er wordt geconcludeerd dat er geen noodzaak is voor het doorlopen van een mer-procedure en het opstellen van een MER voor de voorgenomen ontwikkeling.
blad 35 van 43
vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100
blad 36 van 43
vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
5.1
Wijziging omgevingsplan
5.1.1
Omgevingsplan van rechtswege Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Ook twee bodemkaarten en de hogere waarde besluiten maken deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen.
5.1.2
Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD). De Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG) gaat uit van twee varianten van een TAM-IMRO omgevingsplan: de Basisvariant en de Crisis- en herstelwet-variant.
Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan is opgezet volgens de Basisvariant. Deze blijft qua vorm en inhoud zo dicht mogelijk bij een bestemmingsplan. Daarbij wordt uiteraard wel aan alle eisen van de Omgevingswet en bijbehorende AMvB's voldaan.
5.1.3
Werkingsgebied De regels in dit TAM- omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Jubbega, 1e Wijk te Heerenveen, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0074.TAM22Ejuzuid-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In hoofdstuk 1 van de motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen.
blad 37 van 43
vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100
5.1.4
Overzicht wijzigingen De planregels van het omgevingsplan van rechtswege worden met dit TAM-IMRO omgevingsplan gewijzigd. De regels zoals opgenomen in de bestemmingsplannen Partiële herziening Harmonisatie Buitengebied, Thematisch bestemmingsplan Gebouwen bij woningen en beroepsuitoefeningen aan huis, Partiële herziening bestemmingsplannen parkeren, Partiële herziening bestemmingsplannen kamerverhuur, 1e Aanpassing partiële herziening bestemmingsplannen kamerverhuur en bestemmingsplan Buitengebied 2007 worden vervangen door de regels in dit TAM-omgevingsplan. Deze wijziging heeft met name tot gevolg dat de locatie wordt voorzien van de functie wonen waarbinnen maximaal 37 woningen worden gerealiseerd.
5.2
Artikelgewijze toelichting
5.2.1
Preambule De IMRO-standaarden staan niet toe om de regels in het TAM-omgevingsplan te beginnen met een ander hoofdstuk dan hoofdstuk 1. Hetzelfde geldt voor de artikelen. Aangezien het omgevingsplan al een hoofdstuk 1 en artikel 1 heeft, is het noodzakelijk om duidelijk te maken hoe deze objecten dienen te worden gelezen. Hiervoor wordt een zogenoemde preambule opgenomen in het TAM-omgevingsplan.
5.2.2
Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepaling In dit artikel zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. Artikel 2 Toepassingsbereik In dit artikel wordt in het eerste lid de regels uit het TAM-omgevingsplan gekoppeld aan de bijbehorende verbeelding. In het tweede lid wordt bepaald dat bepaalde ruimtelijke plannen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan niet van toepassing zijn op de locatie waarvoor het TAM-IMRO omgevingsplan is opgesteld. In het derde lid is bepaald dat de regels uit afdelingen 22.2 en 22.3 van de Bruidsschat niet van toepassing zijn, als deze regels in strijd zijn met de regels uit het TAM-omgevingsplan. Dit geldt niet voor paragraaf 22.2.7.3 waarin regels zijn opgenomen over activiteiten met betrekking tot bouwwerken die van rechtswege in overeenstemming zijn met het omgevingsplan. Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen In dit artikel is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van deze wijziging gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot.
Artikel 4 Algemene vereisten aan tekeningen Indien uit een artikel volgt dat er tekeningen in het kader van de indieningsvereisten moeten worden verstrekt, dan volgt uit dit artikel aan welke eisen die tekeningen moeten voldoen.
5.2.3
Regels over het gebruik van gronden en bouwwerken Artikel 5 Gebruiksverbod en Artikel 6 Nadere regel over het gebruiksverbod In het omgevingsplan geldt dat als er geen regels voor een activiteit zijn opgenomen, deze
blad 38 van 43
vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100
activiteit zonder meer mag worden uitgevoerd en er geen beperkingen voor die activiteit op grond van het omgevingsplan gelden. Het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het TAM-omgevingsplan moet nadrukkelijk vergunningplichtig worden gemaakt of worden verboden. In dit geval is gekozen voor een algemeen gebruiksverbod. In artikel 5 staat benoemd wat er in ieder geval onder ander gebruik wordt begrepen. Dit 'ander gebruik' is verboden. Artikel 7 Beroep- of bedrijf aan huis In artikel 7 zijn algemene regels opgenomen voor het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis. Artikel 8 Bed & Breakfast activiteiten en Artikel 9 Kamerverhuur activiteiten In het omgevingsplan zijn onder andere vergunningplichten opgenomen voor het uitoefenen van een bed & breakfast en het verhuren van een kamer in een woning.
5.2.4
Specifieke regels voor het gebruik van gronden en bouwwerken Artikel 10 Wonen Regelt het toegelaten gebruik voor wonen, met maximaal aantal woningen per locatie. Afwijken kan met vergunning, mits passend bij de Omgevingsvisie en Woonvisie, en zonder onevenredige afbreuk aan omgeving. Artikel 11 Groen Gronden met de functie 'Groen' mogen gebruikt worden voor groenbeheer, speelvoorzieningen, wegen, water, nutsvoorzieningen. Artikel 12 Verkeer – Verblijf Gronden met deze functie zijn bedoeld voor wegen, paden, parkeervoorzieningen, infrastructuur, speelvoorzieningen.
5.2.5
Algemene regels voor het bouwen van bouwwerken Het vierde hoofdstuk behandelt de algemene bouwregels die voor het hele besluitgebied gelden. Hierin komen onderwerpen aan de orde als de excessenregeling, de maatwerkvoorschriften, beoordelingsregels die afwijken van of in aanvulling zijn op artikel 22.29 en worden het brand- en explosievoorschriftengebied aangewezen, Binnen deze gebieden zijn (beperkt) kwetsbare gebouwen alleen met een vergunning toegestaan. Het hoofdstuk is opgebouwd uit de volgende artikelen: Artikel 13 Toepassingsbereik; Artikel 14 Maatwerkvoorschriften; Artikel 15 Excessen; Artikel 16 Afwijkende beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen; Artikel 17 Aanvullende aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken.
5.2.6
Regels voor het bouwen van specifieke bouwwerken Het vijfde hoofdstuk bevat de regels die gelden voor het bouwen van bouwwerken anders dan ter plaatse van de functie 'Wonen'. Het hoofdstuk is opgebouwd uit de volgende artikelen: Artikel 18 Regels voor het bouwen van bouwwerken anders dan ter plaatse van de
blad 39 van 43
vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100
functie 'Wonen'; Artikel 19 Aanvullende beoordelingsregels.
5.2.7
Overgangsbepalingen Artikel 20 Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht. Omwille van de continuïteit en de voorspelbaarheid kiest de gemeente ervoor om voorlopig gebruik te blijven maken van 'oude' standaardregels uit het Besluit ruimtelijke ordening, die daarbij qua terminologie zijn aangepast aan TAMIMRO.
blad 40 van 43
vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100
Hoofdstuk 6
Maatschappelijke haalbaarheid Door de initiatiefnemer is een participatietraject doorlopen. Het verslag hiervan is opgenomen als bijlage 9. Het ontwerp van het TAM-omgevingsplan heeft met ingang van vrijdag 12 december 2025 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
blad 41 van 43
vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100
blad 42 van 43
vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100
Hoofdstuk 7 7.1
Financiele uitvoerbaarheid Financieel economische haalbaarheid Initiatiefnemer Van Wijnen neemt de financiering van de ontwikkeling voor haar rekening. Er is geen reden om aan te nemen dat Van Wijnen over onvoldoende financiële middelen beschikt om het plan ook daadwerkelijk uit te voeren. De financiële haalbaarheid van het plan is daarmee geborgd.
7.2
Kostenverhaal en nadeelcompensatie Ten behoeve van de gemeentelijke plan- en apparaatskosten betaalt de initiatiefnemer leges. De gemeente sluit met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst. Hierin zijn eveneens afspraken gemaakt over het kostenverhaal van eventueel uit dit plan voortvloeiende nadeelcompensatie. De kosten zijn daarmee anderszins verzekerd en er zijn geen redenen om een exploitatieplan (in ontwerp) vast te stellen. Gelet op het voorgaande zijn hierdoor de gemeentelijke kosten gedekt en is het project economisch uitvoerbaar.
blad 43 van 43