CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a. TAM-IMRO motivering

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente HeerenveenBij agendapunt: TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega-Zuid12.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAM-Omgevingsplan Woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen vastgesteld Projectnr. 0496879.100 Revisie 00 Datum 06-05-2026

Auteur(s): YB MvB

datum vrijgave beschrijving revisie 06-05-2026 vastgesteld

goedkeuring NH

vrijgave NH

Copyright © 2014 Antea Nederland B.V. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Inhoudsopgave Motivering

blad 3 van 43

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding en doel Begrenzing plangebied Omgevingsplan Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Projectbeschrijving Huidig gebruik Toekomstige situatie

11 11 12

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskaders en programma's Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

13 13 16 18 18

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Omgevingsaspecten Archeologie, cultuurhistorie en erfgoed Bodemkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Bedrijven en milieuzonering Omgevingsveiligheid Geluid Luchtkwaliteit Trillingen Weging van het waterbelang Klimaatadaptatie Gezondheid Mer-beoordeling

21 21 22 23 25 26 27 29 30 31 32 33 34 35

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Juridische toelichting Wijziging omgevingsplan Artikelgewijze toelichting

37 37 38

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke haalbaarheid

41

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Financiele uitvoerbaarheid Financieel economische haalbaarheid Kostenverhaal en nadeelcompensatie

43 43 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

blad 4 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Motivering

blad 5 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

blad 6 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding Aanleiding en doel Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V. (hierna: Van Wijnen) is voornemens om maximaal 37 woningen te bouwen aan de 1e Wijk in Jubbega Zuid. Op dit moment hebben deze gronden een agrarische bestemming. Dat maakt dat de ontwikkeling binnen de regels van het omgevingsplan van de gemeente Heerenveen niet mogelijk is. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet het omgevingsplan worden gewijzigd. Met deze wijziging wordt de functiewijziging van agrarisch naar wonen juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Ten behoeve hiervan is deze motivering opgesteld.

1.2

Begrenzing plangebied Het plangebied ligt ten zuiden van De Line en ten oosten van de 1e Wijk te Jubbega. Het plangebied omvat de kadastrale percelen gemeente Mildam, sectie K, nummers 528 (gedeeltelijk) 530, 531, 532 en 3.967 (gedeeltelijk). Figuur 1.1 laat de globale ligging van het plangebied zien.

Figuur 1.1: Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Cyclomedia luchtfoto

blad 7 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

1.3

Omgevingsplan Het geldend ruimtelijk kader wordt gevormd door het (tijdelijke) omgevingsplan van de gemeente Heerenveen. Dit omgevingsplan is op 1 januari 2024 (met de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van rechtswege in werking getreden. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit bestaande ruimtelijke besluiten, waaronder de voormalige bestemmingsplannen. Omdat de gemeente nog geen volledig omgevingsplan heeft dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet wordt er nog getoetst aan deze bestemmingsplannen om planologische mogelijkheden te bepalen. Op de locatie is voor het grootste deel het 'Bestemmingsplan Buitengebied 2007' van toepassing, De gronden hebben volgens dit plan een 'Agrarisch Gebied II' bestemming. Deze gronden zijn bestemd voor agrarische activiteiten zonder mogelijkheden voor een reguliere woonbestemming. Figuur 1.2 laat een uitsnede zien van de verbeelding. Ter plaatse van de groene rechthoek aan de noordzijde, waar de ontsluiting is gepland, geldt het bestemmingsplan Jubbega 3e sluis 2012. Deze gronden hebben de bestemming Groen en zijn bestemd voor onder meer beplanting, bebossing, wegen en paden.

Figuur 1.2: Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) in het bestemmingsplan Buitengebied 2007. (Bron: omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart) Voor het plangebied gelden daarnaast nog de volgende (paraplu)bestemmingsplannen: Het 'Thematisch bestemmingsplan Gebouwen bij woningen en beroepsuitoefeningen aan huis', vastgesteld op 7 december 2009, bevat uitsluitend regels omtrent bijgebouwen en beroepsuitoefening aan huis op gronden met een woonbestemming. De 'Partiële Herziening bestemmingsplannen kamerverhuur', vastgesteld op 16 december 2021, en de '1e Aanpassing partiële herziening bestemmingsplannen kamerverhuur', vastgesteld op 28 maart 2024, zijn bedoeld om specifieke regels omtrent kamerverhuur op te nemen binnen bestaande bestemmingsplannen. De Partiele Herziening bestemmingsplan parkeren, vastgesteld op 7 oktober 2021, vormt de juridische basis om in bouwplannen te kunnen toetsen aan parkeernormen. Onderdeel hiervan is ook het Beleidskader 'Nota Parkeernormen Gemeente Heerenveen'. Op de toetsing hiervan wordt verder ingegaan in hoofdstuk 5 paragraaf 11. blad 8 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

De 'Partiële herziening Harmonisatie Buitengebied', vastgesteld op 27 juni 2024, is van toepassing op een deel van het plangebied. Dit bestemmingsplan harmoniseert de regels voor het buitengebied van de voormalige gemeenten Heerenveen, Boarnsterhim en Skarsterlân. Tenslotte bestaat het tijdelijk omgevingsplan uit de bruidsschatregels. Dit zijn de voormalige rijksregels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet over zijn gegaan naar decentrale overheden. In hoofdstuk 3 van deze motivering wordt hieraan getoetst. Conclusie Van Wijnen is voornemens woningen te bouwen op gronden met een agrarische bestemming. Dit is niet toegestaan volgens de regels uit het omgevingsplan. Op grond daarvan moet een wijziging van het omgevingsplan komen, om de nieuwe woningbouwlocatie juridisch-planologisch mogelijk te maken.

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een projectbeschrijving gegeven van de bestaande en nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 en 4 wordt het plan getoetst aan diverse beleidskaders en komen de diverse omgevingsonderzoeken aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische toelichting. In hoofdstuk 6 wordt de maatschappelijke haalbaarheid van het plan besproken en in hoofdstuk 7 de financiële haalbaarheid.

blad 9 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

blad 10 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Hoofdstuk 2 2.1

Projectbeschrijving Huidig gebruik Het plangebied bevindt zich tussen de 1e Wijk en de Bramenstraat, ten zuiden van Jubbega. De gronden zijn op dit moment in gebruik voor agrarische doeleinden. Ten noorden van het plangebied grenst het aan de weg de Line en de dorpskern van Jubbega. De west- en oostzijde van het plangebied grenzen aan bebost gebied, met bosschages en houtwallen. De zuidzijde van het perceel grenst aan agrarisch land.

Figuur 2.1: Het plangebied bezien vanaf De Line richting het zuiden (bron: Antea Group 2025)

Figuur 2.2: Het plangebied in noordelijke richting bezien (bron: Antea Group, 2025)

blad 11 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

2.2

Toekomstige situatie De nieuwe woonbuurt wordt gerealiseerd aan de zuidelijke bebouwingsgrens van Jubbega, aan de 1e Wijk. Met de stedenbouwkundige opzet van het plan wordt aangesloten op het verkavelingspatroon van het landschap. De hoofdontsluiting, voor onder meer autoverkeer, vindt plaats via de 1e Wijk. Door het bosschage aan de noordzijde wordt een tweede ontsluiting aangelegd, voor fietsers en voetgangers. In geval van nood is deze ontsluiting ook te gebruiken door hulpdiensten. Het bosschage wordt voor het overige zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk versterkt. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt een nieuwe houtsingel aangeplant. Het plan omvat 37 woningen. Per type woning zijn de volgende woningen geprojecteerd: 24 rijwoningen; 12 levensloopbestendige twee-onder-een-kapwoningen; 1 vrijstaande woning. Een deel van de woningen krijgt een parkeerplaats op eigen terrein (24 parkeerplaatsen). Daarnaast worden in openbaar gebied 43 parkeerplaatsen aangelegd.

Figuur 2.3: Situatieschets met de geplande woningen en de inrichting van de openbare ruimte (bron: Van Wijnen Projectontwikkeling Noord B.V)

blad 12 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Hoofdstuk 3

Beleidskaders en programma's

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie Kader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Deze biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven.

Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling Dit plan voor een nieuwe woonbuurt bij Jubbega draagt zowel bij aan een sterke regio als aan het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied. Door het bouwen van extra woningen bij het dorp, komt er meer ruimte op de woningmarkt. Dat draagt bij aan het toekomstbestendig maken van Jubbega, omdat daardoor het voorzieningenniveau van Jubbega in stand gehouden kan worden en het de regio rondom de dorpskern versterkt. Conclusie Het planvoornemen past binnen de Nationale Omgevingsvisie.

3.1.2

Instructieregels rijk (AMvB's) Kader Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in getreden. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is gewijzigd in de Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's). In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan de rijksinstructieregels. De hoofdonderwerpen van deze regels zijn: Waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); Beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl); Beschermen van de gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waaronder instructieregels voor dekwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit;

blad 13 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (pararagraaf5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6 Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen vanactiviteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8Bkl). Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: De activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van de instructieregels; De omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); De omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of rijk, belemmert.

Beoordeling In de diverse omgevingsonderzoeken die zijn uitgevoerd en beschreven worden in het volgende hoofdstuk aangetoond dat de ontwikkeling passend is binnen de instructieregels van het Rijk als het gaat om het waarborgen van veiligheid en het beschermen van diverse waarden die in het gebied aanwezig zijn. Conclusie Geconcludeerd wordt dat deze wijziging van het omgevingsplan passend is binnen deze instructieregels.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking Kader In paragraaf 5.1.5.4 artikel 5.129g van het Bkl staat de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Met de toevoeging van dit artikel in het Bkl is beoogd vanuit een oogpunt van ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Er wordt daarom rekening gehouden met: De behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1 Bkl laat onverlet dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel

blad 14 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uiteen worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast. Beoordeling Het planvoornemen voor de woningbouwlocatie in de buurt van de 1e Wijk in Jubbega valt, gezien het aantal van 37 woningen, te kwalificeren als een nieuwe stedelijke ontwikkeling volgens de instructieregel uit artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Vervolgens moet er gekeken worden naar de behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling. Ten behoeve van de gemeentelijke Woonvisie 2023-2028 is eind 2021 een woonbehoefteonderzoek uitgevoerd. Volgens de Primosprognose 2021 is er tot 2030 een behoefte van minimaal 2.000 woningen extra t.o.v. de huidige omvang van de woningvoorraad. Ook in de periode daarna is er nog behoefte aan meer woningen, maar het tempo neemt af. De woonwensen zijn divers en verschillen ook per doelgroep en per gebied.

De dominante woonvraag in de gemeente is het wonen in de grotere kern Heerenveen en een voorzieningenkernen als Akkrum-Nes en Jubbega waar voorzieningen zijn. De kerngebondenheid in de kernen is groot. Er is allereest vooral een behoefte aan koopeengezinswoningen. Het grootste tekort is te zien in de betaalbare koop. Ook naar de bovenliggende prijssegmenten is behoefte. Er is een tekort aan huureengezinswoningen, maar deze is lang niet zo groot als in de koop. Er is een (theoretisch) overschot aan appartementen zonder lift en een klein tekort aan appartementen met lift. Er is weinig behoefte aan huurwoningen boven de liberalisatiegrens. Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er in Jubbega zowel een kwantitatieve als kwalitatieve woningbehoefte bestaat. Het initiatief voor de ontwikkeling van een woongebied met maximaal 37 grondgebonden woningen met een gemengd programma van 24 rijwoningen (waarvan een deel sociale huur), 12 levensloopbestendige twee-onder-een-kapwoningen en 1 vrijstaande woning sluit zowel kwantitatief als kwalitatief aan bij de regionale behoefte. Voor stedelijk gebied wordt de definitie uit het Bkl aangehouden.

Het begrip is daarin gedefinieerd als: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". De stedenbouwkundige structuur van Jubbega beperkt de mogelijkheden tot het ontwikkelen van nieuwe woningbouwlocaties binnen bestaand stedelijk gebied. Voor een planmatige uitbreiding van 37 woningen zijn binnen de contouren van het dorp geen locaties beschikbaar en/of geschikt te maken door transformatie. De beoogde ontwikkeling sluit aan op een eerdere dorpsuitbreiding. Een uitbreiding buiten stedelijk gebied wordt in dit geval daarom aanvaardbaar geacht. Conclusie Het planvoornemen is getoetst aan de ladder van duurzame verstedelijking en is passend binnen de instructieregels.

blad 15 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Provincie Fryslân 'De romte diele' Kader De hoofdambitie van de provincie voor de Friese leefomgeving is brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. In de Omgevingsvisie werkt de provincie de provinciale ambities, opgaven, doelen en werkwijze voor de komende jaren uit. De werkwijze is gestoeld op negen principes: Inhoudelijke principes zuinig ruimtegebruik; omgevingskwaliteit als ontwerpbasis; koppelen van ambities; gezondheid en veilig; Samenwerkingsprincipes rolbewust; decentraal wat kan; ja, mits; aansluiting zoeken; sturen op proces, ruimer op inhoud. Dit is vertaald naar vier urgente opgaven die de provincie wil aanpakken: Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar; Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht; Fryslân versterkt de biodiversiteit. De opgave 'Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar' bestaat onder meer uit het grootschalig opknappen van bestaande bebouwing en het aanbod aan woningen afstemmen op de bevolking. De provincie stimuleert dit. Daarnaast zet de provincie in op zorgvuldig ruimtegebruik en gaat inbreiding boven uitbreiding. Wanneer in het bestaand gebied niet aan de behoefte kan worden voldaan, wordt pas naar uitbreiding gekeken.

Beoordeling In het planvoornemen wordt woningbouw voorzien op een uitbreidingslocatie net buiten het bestaand stedelijk gebied van Jubbega. Er is binnen Jubbega geen mogelijkheid om een dergelijk plan tot uitvoering te brengen en daarom is gekozen voor uitbreiding. Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. In paragraaf 3.2.2 is dit verder gemotiveerd. Paragrafen 3.3 en 3.4 tonen aan dat de geprojecteerde woningaantallen van het planvoornemen passen binnen de behoefte en de woningbouwambities van de gemeente Heerenveen. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de omgevingsvisie van Fryslân.

blad 16 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

3.2.2

Omgevingsverordening Fryslân 2022 De Omgevingsverordening Fryslân 2022 bevat provinciale regels en kaders voor de ruimtelijke ordening, het milieu en de leefomgeving in Fryslân. Deze verordening bepaalt op hoofdlijnen waar, hoe en onder welke voorwaarden ontwikkelingen zoals woningbouw, natuurontwikkeling, infrastructuur en energietransitie mogelijk zijn. Doel is het bevorderen van een vitale, leefbare en toekomstbestendige provincie, waarbij zorgvuldig ruimtegebruik, bescherming van landschappelijke waarden en het inspelen op maatschappelijke opgaven centraal staan. De instructieregels van de omgevingsverordening zijn hierbij leidend. Deze regels schrijven onder andere voor op welke wijze ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw buiten bestaand stedelijk gebied, zorgvuldig moeten worden afgewogen en onderbouwd. Ze bieden daarmee een kader om zowel provinciale als lokale belangen op het gebied van leefomgeving, bereikbaarheid en duurzaamheid in balans te brengen. Door te toetsen aan deze instructieregels wordt geborgd dat nieuwe ontwikkelingen passen binnen het beleid en bijdragen aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit van Fryslân. Beoordeling De locatie in Jubbega heeft twee gebiedsaanwijzingen met instructieregels die volgen uit de Omgevingsverordening Fryslân 2022. Dat zijn 'Buiten Bestaand Stedelijk Gebied' en 'Overstromingskans grasland'.

Buiten Bestaand Stedelijk Gebied Artikel 2.1 benadrukt het belang van ruimtelijke kwaliteit: ontwikkelingen dienen zorgvuldig te worden ingepast in hun omgeving, met aandacht voor landschap, cultuurhistorie en bestaande waarden. In het plan voor Jubbega is hieraan voldaan doordat uitbreiding pas wordt overwogen wanneer binnen het bestaand stedelijk gebied geen passende locaties beschikbaar zijn. De gekozen locatie sluit aan bij bestaande bebouwing en houdt rekening met de landschappelijke inrichting, waardoor ruimtelijke kwaliteit wordt geborgd. Volgens artikel 2.3 moet er zuinig en doelmatig met beschikbare ruimte worden omgegaan. Dit betekent dat inbreiding binnen het bestaand stedelijk gebied altijd de voorkeur heeft boven uitbreiding. In het geval van Jubbega zijn de mogelijkheden binnen het dorp onderzocht en bleek realisatie daar niet mogelijk. De uitbreiding net buiten het bestaand gebied wordt daarom als noodzakelijk en passend gezien, waarbij het woningbouwplan aansluit op de actuele behoefte zoals onderbouwd in het planvoornemen. Artikel 2.6 stelt strikte eisen aan woningbouw buiten bestaand stedelijk gebied. Uitbreiding is alleen toegestaan als aanwijsbaar is aangetoond dat binnen het bestaand stedelijk gebied geen mogelijkheden zijn, en de ontwikkeling aansluit bij de lokale woningbehoefte.

In het plan voor Jubbega is dit zorgvuldig onderbouwd: het aantal woningen sluit aan bij de behoefte, zoals omschreven in paragraaf 3.4.3 van deze motivering, en de locatie is gekozen na een afweging van alternatieven, in overeenstemming met de beleidsdoelen van de provincie. Overstromingskans grasland Monitoring van de omgevingswaarde kans op overstroming vanuit regionale wateren, bedoeld in artikel 3.9 vindt plaats door te beoordelen of de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht voldoen aan de waarde die voor dat gebied is gesteld. In de weging van het waterbelang wordt hier verder op ingegaan en aangetoond dat het gebied, mits de voorgestelde maatregelen worden doorgevoerd, voldoet aan de waarde die wordt gesteld in de omgevingsverordening.

blad 17 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Conclusie Het project is passend binnen de instructieregels van de omgevingsverordening Provincie Fryslân.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Woondeal Zuidoost-Fryslân 2022-2030 De gemeenten Heerenveen, Opsterland, Ooststellingwerf, Smallingerland en Weststellingwerf werken in regioverband samen, gericht op het versterken van de economie en de aantrekkingskracht voor huishoudens binnen de regio en daarbuiten. De ambities vragen om een integraal programma voor alle ruimte-vragende onlosmakelijk met elkaar verbonden functies: wonen, werken en landschap. Op 20 april 2023 is de Regionale Woondeal Zuidoost-Fryslân ondertekend door deze gemeenten, de provincie Fryslân en het Rijk. In 2025 is een herijking van deze woondeal getekend, waarin de gemeente Heerenveen voor 2310 woningen heeft getekend voor de periode van 2022 tot en met 2030. Het accent ligt niet alleen op het toevoegen van woningen, maar ook op het verbeteren van het woon- en leefklimaat, het stimuleren van doorstroming en het inspelen op demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing. Uit de regionale woondeal Zuidoost Fryslân uit 2023 en de recente herijking van deze deal uit 2025, blijkt dat Heerenveen een opgave heeft om 2310 woningen te bouwen voor de periode van 2022 tot en met 2030. Beoordeling De bouw van 37 woningen bij Jubbega sluit naadloos aan bij de afspraken en ambities uit de Regionale Woondeal Zuidoost-Fryslân 2022-2030 en de herijking van deze deal.

De woondeal is gericht op het realiseren van een toename in het woningaanbod, waarbij Heerenveen, samen met de omliggende gemeenten, een gezamenlijke verantwoordelijkheid draagt voor het versterken van de leefbaarheid en het inspelen op de actuele vraag naar woningen. Verder staat in de woondeal beschreven dat ook diverse kernen en wijken in de verschillende gemeenten in de regio kleinschalige projecten gerealiseerd worden. Deze woningen moeten bijdragen aan de lokale behoefte van deze kernen, passend naar de aard en schaal van Fryslân. Ook hier sluit het planvoornemen bij aan, gelet op de stedenbouwkundige verbeeldingen, onder andere uit hoofdstuk 2 van deze motivering. Conclusie Het planvoornemen voor de bouw van 37 woningen bij Jubbega is passend binnen het bestaande regionaal beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Heerenveen 2040 De omgevingsvisie bevat het integrale beleid op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving. In de visie staan de ambities, kernopgaven en de uitgangspunten van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Verderop in de omgevingsvisie van de gemeente Heerenveen zijn vier kernopgaven beschreven: Werken aan Heerenveen als (boven)regionaal centrum voor (top)sport, werk en voorzieningen; Bouwen aan toekomstbestendige woningen;

blad 18 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Zorgen voor gezonde, klimaatbestendige en leefbare wijken; Versterken van de kwaliteit en veerkracht van het landelijk gebied. Beoordeling De ontwikkeling van de nieuwe woonbuurt in Jubbega draagt bij aan de toekomstige vraag van de woningmarkt door ruimte te bieden voor verschillende typologieën in een groene omgeving. Hierdoor ontstaat er een mix van woningen die voor elke doelgroep geschikt is. Het draagt daarom bij aan de opgave om iedereen een passende woning te bieden. Tot slot draagt de nieuwe woonbuurt ook bij om de leefbaarheid in het dorp Jubbega te vergroten en het voorzieningenniveau op peil te houden door ruimte te bieden aan zowel nieuwe inwoners, als doorstroommogelijkheden voor de huidige inwoners van het dorp. Het planvoornemen sluit daarom aan bij de omgevingsvisie Heerenveen 2040. Conclusie Het planvoornemen voor de bouw van 37 woningen bij Jubbega is passend binnen de Omgevingsvisie.

3.4.2

Woonvisie Heerenveen 2023-2028 Op 19 oktober 2023 is de nieuwe woonvisie van de gemeente Heerenveen vastgesteld. In dit document zijn de ambities op het gebied van wonen vastgelegd. Hierbij is brede welvaart een belangrijk begrip geworden en staat voor een fijne en veilige plek in de wijken en dorpen. Onderdeel van een de woonvisie is het doel voor het toevoegen van minstens 2000 woningen van 2023 tot en met 2030. Daarbij wordt goed gekeken naar wat past bij het dorp. De woonvisie is kort over woningbouw in het buitengebied: daarvoor is alleen ruimte wanneer er sprake is van een bestaand (agrarisch) perceel, en wanneer dit naar aard en schaal gebeurt. Beoordeling Rond Jubbega wordt als één van de locaties genoemd in de Woonvisie als mogelijk nieuwe locatie voor woningbouw. Jubbega leent zich daar goed voor dankzij het niveau van voorzieningen. Het planvoornemen voor het ontwikkelen van een nieuwe woonbuurt aan de rand van Jubbega past daarom binnen de ambities van de woonvisie, omdat er sprake is van een bestaand perceel en de ontwikkeling gebeurt naar aard en schaal. Conclusie Het planvoornemen voor de bouw van 37 woningen bij Jubbega is passend binnen de Woonvisie.

3.4.3

Woningbouwstrategie Heerenveen Groeit De gemeente Heerenveen groeit. Om ervoor te zorgen dat we voldoende woningen hebben streeft de gemeente ernaar om tot 2030 minimaal tweeduizend woningen (gerekend vanaf 2023) toe te voegen. De Woningbouwstrategie is opgesteld in het kader van het programma 'een thuis voor iedereen' van de gemeente Heerenveen. Met het programma en dit document werkt de gemeente Heerenveen aan de uitvoering van de Woonvisie 'een buitengewone plek om thuis te komen', de brede welvaartsdoelen (de basis van het hoofdlijnenakkoord) en andere beleidsdocumenten zoals de Omgevingsvisie. Het doel van dit document is om te laten zien hoe de woningbouwdoelen vanuit beleid vertaald worden naar het woningbouwprogramma.

blad 19 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Beoordeling Jubbega bestaat vooral uit twee-onder-een-kap woningen en vrijstaande woningen van 1960 en later, maar de oudste bebouwing stamt van voor 1900. Vrijwel alle basisvoorzieningen zijn er aanwezig. In Jubbega en Oude/Nieuwehorne worden ongeveer 150 woningen verdeeld. Op de projectkaart is het planvoornemen opgenomen als 'JUB7', met 40 woningen en een mix van verschillende segmenten. Dit plan sluit dus aan bij de woningbouwstrategie van de gemeente Heerenveen, omdat het met maximaal 37 woningen in verschillende types voorziet in een groot deel van deze 40 woningen. Conclusie Het planvoornemen voor de bouw van 37 woningen bij Jubbega is passend binnen de Woningbouwstrategie.

blad 20 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

4.1

Archeologie, cultuurhistorie en erfgoed

4.1.1

Archeologie Kader In de Erfgoedwet is de bescherming van het archeologisch erfgoed geregeld. Deze wet verplicht om bij de bestemming van de in het bestemmingsplan begrepen gronden, rekening te houden met de in de bodem aanwezige, dan wel te verwachten archeologische waarden. Archeologische waarden zijn in Nederland veelal onzichtbaar, aangezien ze grotendeels verborgen liggen in de bodem. Hierdoor zijn ze niet eenvoudig te karteren. Om deze reden heeft de provincie Fryslân de FAMKE opgesteld: Friese Archeologische Monumentenkaart Extra. De FAMKE is in de eerste plaats gebaseerd op twee bestaande landelijke kaarten: de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Daarnaast houdt de FAMKE rekening met de kans dat de mogelijk aanwezige archeologische resten verstoord zijn. Aan de andere kant houdt de FAMKE ook rekening met de omvang van de bodemingreep. Dit alles bij elkaar is vertaald in provinciedekkende kaarten die aangeven hoe er het beste met het bodemarchief kan worden omgegaan. Bij bodemverstoringen dient getoetst te worden of de archeologische waarden niet verstoord of beschadigd worden. Beoordeling Er is door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met boringen (verkennende fase) uitgevoerd (bijlage 1) naar aanleiding van het woningbouwinitiatief aan de 1e Wijk in Jubbega.

Uit het archeologisch booronderzoek (IVO-O, verkennende fase) blijkt dat er ondanks het gebruik van het terrein als grasland toch een aanzienlijke verstoring van het oorspronkelijk bodemprofiel aanwezig is. Deze reikt gemiddeld tot circa 0,7 m onder het huidig maaiveld en het uit zich in een omgewerkte laag, waarin brokken lemig zand, moerige grond, brokken geel dekzand en brokken van gepodzolideerd dekzand voorkomen. Podzolprofielen zijn echter vrijwel geheel verstoord en van de oorspronkelijke veenlaag resteert vrijwel niets. Deze aangetroffen restanten moerige grond wordt beschouwd als een vermenging van veen en zand en vermoedelijk daarmee het resultaat van de middeleeuwse ontginning. Ook deze grond is niet meer als laag aanwezig, enkel als brokken in de omgewerkte laag. De bodemprofielen binnen het voorliggende plangebied bestaan daarmee in hoofdzaak uit omgewerkte grond op een C-horizont van dekzand. Intacte en relevante archeologische resten zijn hierin niet te verwachten. De archeologische verwachting kan voor het plangebied op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek worden bijgesteld naar laag. Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het oogpunt archeologie.

4.1.2

Cultuurhistorie en erfgoed Kader Onder erfgoed vallen cultureel erfgoed en werelderfgoed. Cultureel erfgoed bestaat uit rijksmonumenten, gemeentelijke- en provinciale monumenten en archeologische

blad 21 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

monumenten. De bescherming van erfgoed wordt geregeld in het Bal, de provinciale omgevingsverordening en het omgevingsplan. Het Bal stelt onder andere regels aan rijksmonumenten. De provinciale omgevingsverordening stelt regels aan provinciale monumenten (zoals provinciale monumenten, molenbiotopen en landgoed- en kasteelbiotopen). In het omgevingsplan legt de gemeente de te beschermen gemeentelijke en provinciale monumenten vast. Bij het opstellen van het omgevingsplan moet de gemeente voldoen aan de instructieregels van het Rijk (paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl). Deze instructieregels gelden ook bij het afwijken van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Beoordeling Op de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) heeft het plangebied geen aanduiding gekregen. Er zijn daarom, binnen het plangebied, geen elementen te vinden die van cultuurhistorische waarde zijn. Conclusie Het aspect cultuurhistorie en erfgoed geeft geen beperking voor de uitvoerbaarheid van deze wijziging.

4.2

Bodemkwaliteit Kader Het bodembeleid gaat over het voorkomen en wegnemen van bodemverontreiniging. Waar het bodembeleid eerder sterk gericht was op het saneren van bodemverontreiniging legt de Omgevingswet meer nadruk op het voorkomen van verontreinigingen en het beheren van bestaande verontreinigingen. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5.89K Bkl, artikel IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).

Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal): Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22); Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4). Beoordeling Er is door Antea Group een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de toekomstige nieuwbouwlocatie. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 2 aan deze motivering. Uit de beoordeling van de gemeente blijkt dat het onderzoek nog niet volledig is en moet worden uitgebreid. Dit aanvullend onderzoek wordt nog uitgevoerd. Voor de borging van de uitvoering van het aanvullend onderzoek is in de regels een voorwaardelijke

blad 22 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

verplichting opgenomen. De gronden in het plangebied zijn in het verleden altijd agrarisch in gebruik geweest. Gezien dit historische gebruik is de verwachting dat de bodemkwaliteit de toekomstige functie niet in de weg staat. Het omgevingsplan is niet evident onuitvoerbaar ten aanzien van het aspect bodem. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt naar verwachting geen belemmering voor het planvoornemen.

4.3

Natuur Kader In het Bkl zijn regels opgenomen voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten- en diersoorten en regels ter bescherming van houtopstanden. Voorheen werd dit geregeld in de Wet natuurbescherming. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden als deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en /of houtopstanden). Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling. Beoordeling Er is door Antea Group een natuurtoets uitgevoerd in het werkingsgebied. Dit onderzoek is als bijlage 3 toegevoegd aan deze motivering. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Van Oordts Mersken, wat op ongeveer 5 kilometer ten noordwesten van het plangebied ligt. Dit gebied is aangewezen op basis van de Vogelrichtlijn. Binnen een straal van 15 kilometer liggen meerdere Natura 2000-gebieden, namelijk Het Sneekermeer, De Alde Feanen, Het Wijnjeterperschar en De Rottige Meenthe.

Deze gebieden liggen buiten het invloedgebied van alle storingsfactoren, zoals bijvoorbeeld verdroging of geluid- en lichtverstoring, met uitzondering van verzuring en vermesting. Op voorhand zijn effecten als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie tijdens de realisatiefase en gebruiksfase niet uit te sluiten. Daardoor is er ook een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. De uitkomsten zijn verderop in deze paragraaf te vinden. Stikstofdepositie-onderzoek Er is door Antea Group een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 4 toegevoegd aan deze motivering. De AERIUS Calculator geeft voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase een maximale bijdrage van 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden. Significante gevolgen voor de habitats in Natura 2000-gebieden ten gevolge van stikstofdepositie zijn daarmee uitgesloten. Dit aspect staat verdere besluitvorming daarom niet in de weg.

blad 23 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Soortbescherming Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Ow) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen vogels met jaarrond beschermd nest in gebouwen, algemene broedvogels, vleermuizen, overige zoogdieren (bunzing, hermelijn, wezel en grote bosmuis) en reptielen (ringslang). In onderstaande tabel zijn de conclusies ten aanzien van de beschermde soorten opgenomen. Tabel 4.1 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming. Soort(groep)

Essentieel leefgebied in Nader onderzoek (directe omgeving van) nodig? plangebied?

Maatregelen?

Omgevings-vergunning flora- en fauna-activiteit Ow aan de orde?

Vogels (algemene broedvogels)

Ja, nestgelegenheid in N.v.t. onder andere opgaande begroeiing (zoals bosschages), weilanden en oevers van watergangen.

Ja, zie tabel 1.2

Nee, mits de maatregelen uit tabel 1.2 worden opgevolgd

Zoogdieren (diverse Ja, mogelijke soorten vleermuizen) – vliegroutes buiten het verblijfplaatsen en plangebied. vliegroutes in de omgeving van het plangebied

Nee, indien lichtuitstraling voorkomen wordt.

Ja, zie tabel 1.2

Nee, mits de maatregelen uit tabel 1.2 worden opgevolgd.

Overige zoogdieren Ja, mogelijk leefgebied (bunzing, hermelijn en met verblijfplaatsen wezel) aanwezig

Eventueel, indien niet Ja, zie tabel direct een vergunning 1.2 flora en fauna activiteit wordt aangevraagd op basis van de habitatbeoordeling (zie hoofdstuk 2.3.4. van de Natuurtoets)

Ja, aanvragen vergunning op basis van habitatbeoordeling (zie hoofstuk 2.3.4 van Natuurtoets) OF bij aanwezigheid op basis van uitkomsten nader onderzoek.

Overige zoogdieren (grote bosmuis)

Ja, mogelijk leefgebied met verblijfplaatsen in de bosschages.

Ja, zie tabel 1.3

Ja, zie tabel 1.2

Mogelijk, afhankelijk van uitkomsten nader onderzoek

Reptielen (ringslang)

Ja, mogelijk Nee, tenzij Ja, zie tabel overwinteringsgebied in geadviseerde werkwijze 1.2 de te rooien bosschages (zie tabel 1.2) niet gevolgd kan worden.

Mogelijk, afhankelijk van uitkomsten nader onderzoek.

In de tabel is aangegeven dat een overtreding van de Ow voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in tabel 4.2 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Voor de overige soorten is nader onderzoek benodigd. Tabel 4.2. Beschrijving maatregelen om overtreding van de Ow te voorkomen. Soort(groep)

blad 24 van 43

Maatregelen

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Algemene broedvogels

Bij voorkeur werken buiten het broedseizoen (circa maart t/m juli). Wanneer gewerkt wordt in het broedseizoen dient de onderstaande werkwijze gevolgd te worden: In overleg met de ecoloog (delen van) het plangebied ongeschikt maken voorafgaand aan het broedseizoen door het kortmaaien en houden van de vegetatie en het plaatsen van stokjes met lintjes; Opstarten (deel van de) werkzaamheden voor broedseizoen en continueren in broedseizoen in overleg met de ecoloog; Controle op broedvogels voorafgaande aan de werkzaamheden door een ecoloog. De rooiwerkzaamheden in de bosschages kunnen alleen worden verricht wanneer middels nader soortonderzoek is uitgesloten dat er verblijfplaatsen van zoogdieren (zoals kleine marterachtigen en grote bosmuis) aanwezig zijn.

Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen)

Indien s 'avonds en nachts (door)gewerkt wordt dient lichtverstoring voorkomen te worden door bouwverlichting niet te schijnen op bomen, watergangen en gebouwen.

Reptielen (ringslang)

Rooiwerkzaamheden uitvoeren gedurende de actieve periode van de ringslang (tussen circa half maart en half oktober) bij temperaturen hoger dan 10 graden. Daarnaast stapvoets rijden en eventuele verblijfplaatsen (zoals houtstapels en dichte struiken) onder ecologische begeleiding handmatig verwijderen zodat aanwezige ringslangen kunnen wegkruipen. In tabel 4.1 is aangegeven dat er (mogelijk) nader onderzoek nodig is naar zoogdieren (grote bosmuis, bunzing, hermelijn en wezel) en reptielen (ringslang) als er geen maatregelen genomen kunnen worden. Voor de kleine marterachtigen en ringslang is een omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit aangevraagd op basis van de natuurtoets en habitatbeoordeling. Deze vergunning is verleend. Voor de grote bosmuis is een nader onderzoek uitgevoerd (bijlage 5). Hieruit is gebleken dat de grote bosmuis niet is waargenomen in het plangebied en dat het plangebied geen essentiële functie voor deze soort heeft. Vervolgstappen zijn niet aan de orde. Conclusie Wanneer de geadviseerde werkwijzen worden gevolgd, vormt het onderdeel soortbescherming geen belemmerende factor in de procedure. Ook het onderdeel gebiedsbescherming vormt geen belemmerende factor in de procedure.

4.4

Verkeer en parkeren Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: De berekeningen zijn gemaakt op basis van CROW-publicatie 744 “Parkeerkencijfers” uit 2024. De kentallen geven de gemiddelde verkeersgeneratie per weekdag aan. Voor de berekening is echter een gemiddelde werkdag maatgevend. Daarom is het weekdagkencijfer van wonen vermenigvuldigd met 1,11; De locatie van het plangebied bevindt zich in de rest van de bebouwde kom; De locatie bevindt zich in een niet-stedelijk gebied, op basis van de CBS Omgevingsadressendichtheid 2024 op buurtniveau; De verkeersgeneratie in de toekomstige situatie is berekend aan de hand van de CROW-normen die zijn opgenomen voor de categorie “wonen”, waarbij verschillende typen woningen worden gehanteerd bij de berekeningen.

blad 25 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Door de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk ontstaan er, afgerond, gemiddeld 311 extra verkeersbewegingen op een werkdag. De verkeersintensiteiten op de omliggende wegen zijn niet bekend. In de landelijke categorisering van wegen werd voor erftoegangswegen uitgegaan van een maximale intensiteit van 5.000 tot 6.000 motorvoertuigen per etmaal. Gezien de ligging van het plangebied aan de rand van de bebouwde kom, de inrichting van de bestaande wegen in de omgeving en de verkeersgeneratie als gevolg van het plan worden hier niet op voorhand knelpunten verwacht. Parkeren Voor de berekening van de parkeerbehoefte is het Beleidskader Nota Parkeernormen Gemeente Heerenveen aangehouden. Voor het plangebied is uitgegaan van de functie Wonen*1 en ligging in de Rest bebouwde kom. Voor de vrijstaande woning en de 12 levensloopbestendige woningen zijn de parkeernormen voor Koop, hoog segment aangehouden, van twee parkeerplaatsen per woning. De parkeerbehoefte is 26 parkeerplaatsen. Voor de rijwoningen zijn de parkeernormen voor Koop, middensegment aangehouden, van 1,7 parkeerplaatsen per woning. De parkeerbehoefte is, naar boven afgerond, 41 parkeerplaatsen. De totale parkeerbehoefte van het plan is 67 parkeerplaatsen. Bij 24 woningen wordt op eigen terrein één parkeerplaats gerealiseerd. In openbaar gebied worden 43 parkeerplaatsen aangelegd.

Met in totaal 67 parkeerplaatsen wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.5

Bedrijven en milieuzonering Kader Voorheen werd vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een goede ruimtelijke ordening beoogd bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen. Deze goede ruimtelijke ordening is gericht op het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. In dat kader is een systematiek ontwikkeld die middels richtafstanden voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) op voorhand regelt om hinder en gevaar te voorkomen: De VNGbrochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Deze milieuzonering dient twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het bieden van voldoende ruimte en zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een nieuwe werkwijze geïntroduceerd, waarbij het werken met milieucategorieën voor bedrijven komt te vervallen en de regeling daarvoor wordt vervangen door direct milieuregels in het omgevingsplan op te nemen:

blad 26 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

'Milieuzonering nieuwe stijl'. Ook onder deze nieuwe regeling blijven beide doelen die met milieuzonering worden nagestreefd gelden. Het toepassen van de 'milieuzonering nieuwe stijl' is echter vrijwillig. Er kan ook op een andere wijze getoetst worden aan de milieunormen. In een motivering bij een wijziging van het omgevingsplan dient in ieder geval te worden onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan door voldoende afstand tussen de milieubelastende en de woonactiviteiten aan te houden. Wat voldoende is, hangt af van de aard en omvang van de milieubelastende activiteiten die op het bedrijventerrein zijn toegelaten. De VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' biedt hierbij nog steeds een basis voor een indicatie voor de inpasbaarheid van de activiteit en kan nog steeds worden gebruikt. De VNG-brochure bevat specifieke regelingen voor 'Rustig woongebied'. Met een rustig woongebied wordt in deze handreiking de gebruikelijke woonwijk en woonbuurt bedoeld. Binnen deze gebieden staat een prettig, rustig woongenot als doel centraal. Binnen een rustig woongebied komen incidenteel ook niet-woonactiviteiten voor, zoals een buurtsuper en een school.

Maar deze activiteiten zijn beperkt in aantal, voegen zich naar het primaat van de rustige woonomgeving en veroorzaken doorgaans geen wezenlijke hinder voor de omwonenden. De vestiging van niet-woonactiviteiten blijft in rustig woongebied veelal beperkt tot het toestaan van beroepen en bedrijven aan huis. Beoordeling Het plan maakt de ontwikkeling van een nieuwe woonbuurt mogelijk en deze nieuwe buurt zal te kwalificeren zijn als een 'Rustig woongebied'. Binnen het plangebied komen in essentie geen niet-woonactiviteiten voor. Daarnaast ligt het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf op 350 meter afstand. De ontwikkeling wordt daarom niet belemmerd door omliggende milieubelastende functies en milieubelastende functies worden niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd. Conclusie Vanuit bedrijfs- en milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie.

4.6

Omgevingsveiligheid Kader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico's worden weergegeven in PR-risicocontouren.

Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het

blad 27 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

(dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). De categorie zeer kwetsbare gebouwen is nieuw ten opzichte van de voorheen geldende regelgeving. De gebouwen in deze categorie vielen eerder onder de categorie kwetsbare objecten. Een gebouw is 'zeer kwetsbaar' als het een gebouw is voor mensen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht.

Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten.

Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning. Een berekening van het groepsrisico is optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par. 5.1.2.3 Bkl. Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl. Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl). blad 28 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Veiligheid rond luchthavens (par. 5.1.2.6 Bkl). Beoordeling Binnen en buiten het werkingsgebied zijn geen bedrijven of transportroutes gelegen waarbij rekening moet worden gehouden met het aspect omgevingsveiligheid. Conclusie Vanuit omgevingsveiligheid zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie.

4.7

Geluid Kader Omgevingswet (geluid (spoor)wegverkeer en industrieterreinen) Onder de Omgevingswet zal de Wet geluidhinder vervallen. De geluidsnormen zijn onder de Omgevingswet neergelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Een omgevingsplan dient bij de toevoeging van een nieuw geluidgevoelig gebouw ervoor te zorgen dat het geluid op dat gebouw niet de standaardwaarde overschrijdt (5.78t Bkl). De waardes die gelden worden weergegeven in tabel 4-1. Echter, in het omgevingsplan kan van deze standaardwaarden onder voorwaarden worden afgeweken. Indien afwijking mogelijk is, dan gelden de grenswaarden uit artikel 5.78u Bkl. Afwijking van de standaardwaarde is mogelijk indien geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen, de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt en het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde zoals bedoeld in artikel 5.78u Bkl. Tabel 4.3: standaardwaarde geluidgevoelige gebouwen (5.78t Bkl)

Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Provinciale wegen Rijkswegen

50 Lden

Gemeentewegen Waterschapswegen

53 Lden

Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen

55 Lden

Industrieterrein

50 Lden 40 Lnight Tabel 4.4:grenswaarde geluidgevoelige gebouwen (5.78u Bkl)

Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Provinciale wegen Rijkswegen

60 Lden

Gemeentewegen Waterschapswegen

70 Lden

Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen

65 Lden

Industrieterrein

55 Lden 45 Lnight

blad 29 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Geluidgevoelige gebouwen Een geluidgevoelig gebouw is conform artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: Woonfunctie en nevengebruiksfunctie daarvan; Onderwijsfunctie en nevengebruiksfunctie daarvan; Gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. Dit geldt niet voor het gedeelte van het gebouw waar het omgevingsplan geen geluidgevoelige ruimte toelaat, tenzij het gebouw een woonschip of woonwagen is. Onder een geluidgevoelig object wordt ook een geluidgevoelig gebouw verstaan, wat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd. Beoordeling Door Antea Group is een akoestisch onderzoek opgesteld. Dit onderzoek is als bijlage 6 toegevoegd aan deze motivering. Gezien de relatief kleine populatie van Jubbega en de gunstig gelegen locatie van de 1e Wijk aan de zuidelijke rand van het dorp, is het voldoende aannemelijk dat de worst-case benadering, met Lden = 38,8 dB(A), representatief is voor de beoogde geluidssituatie. Daarbij wordt ruimschoots voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB uit het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Er wordt geconcludeerd dat de geluidbelasting als gevolg van de vervoersbewegingen op de 1e Wijk verwaarloosbaar is ten opzichte van de standaardwaarde uit het Bkl. Verder akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor dit planvoornemen.

4.8

Luchtkwaliteit Kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit. Op basis van artikel 2.4 en artikel 2.5 van het Bkl gelden omgevingswaarden voor stikstofdioxide, stikstofoxiden en fijnstof. In de onderstaande tabel zijn de vastgestelde concentraties opgenomen. Tabel 4.5: Vastgestelde omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit

blad 30 van 43

vastgesteld TAM-omgevingsplan woningbouw Jubbega Zuid Gemeente Heerenveen Projectnummer 0496879.100

Niet in betekenende mate Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; of Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit de artikelen 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3 . Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Aandachtsgebieden Toetsing aan de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties is altijd nodig als het plangebied is gelegen in een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (PM10 ). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51, lid 2 Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 Omgevingsregeling. Beoordeling Het plangebied ligt niet in een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=d429bb5a-1774-4c01-a273-57c9d41a7fb5