CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1A Inrichtings- en beheerplan

Raadsvergadering 16 oktober 2025, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Rijksweg nabij nummer 19 Omgevingsvergunning - ontwerp VVGB4.208 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zonnepark Oudehaske Inpassing, inrichtings- en beheersplan

4 Juni 2025

Inhoudsopgave 1.

Achtergrond .......................................................................................................................... 2

2.

Beleid ..................................................................................................................................... 3

3.

Landschap.............................................................................................................................. 5

4.

Belemmeringen ..................................................................................................................... 7

5.

Eisen en afspraken ................................................................................................................ 9

6.

Beheersplan en ecologische invulling ................................................................................. 18

7.

Ontwerp .............................................................................................................................. 22

8.

Contact ................................................................................................................................ 24

1

1. Achtergrond 1.1. Voorgeschiedenis Het project “Zonnepark Oudehaske” wordt uitgevoerd op een stuk land van ongeveer 11 hectare, ingeklemd tussen landweg “De Dolten” ten westen, autosnelweg A7 ten zuiden en een zandwinput ten oosten en noorden (zie figuur 1). De ontwikkeling van het project werd begonnen door Rooftop Energy BV. De netaansluiting werd in 2019 al gereserveerd op onderstation Oudehaske, op minder dan één kilometer van het stuk land. Gesprekken over de landschappelijke inrichting van het project werden met de direct omwonenden gevoerd in het najaar van 2019. De aanvraag voor de omgevingsvergunning werd bij de gemeente Heerenveen ingediend in maart 2020, die daarna snel op last van de provincie Friesland opgeschort werd vanwege nieuwe beleidsrichtlijnen voor de ontwikkeling van zonneparken op landbouwgrond. In juli 2021, werd het project verkocht aan Gutami Solar Development BV (Gutami), die vanaf dat moment de verdere ontwikkeling ter hand nam.

Fig. 1: Situering van het gebied (binnen rode afbakening) waarbinnen project Zonnepark Oudehaske ontwikkeld wordt.

2

2. Beleid 2.1. Provinciaal beleid De nieuwe provinciale richtlijnen voor het ontwikkelen van zonneparken op landbouwgrond zijn te vinden in de “Verordening Romte 2014, geconsolideerde versie”, hoofdstuk 9, paragraven 9.5 (Zonneladder) en 9.6 (Opstelling). De Zonneladder verplicht de betreffende gemeente de mogelijkheden vast te stellen voor plaatsting van zonnepanelen, waarbij plaatsing op landbouwgronden eerst aan de orde mag komen als andere mogelijkheden uitgeput blijken te zijn. Van paragraaf 9.6 over de plaatsing springen drie elementen in het oog (zonder af te doen aan welke andere richtlijn dan ook): 1. Verplichte toepassing van de “zonnetafelmethodiek”, 2. De maximum omvang per zonnepark en 3. De lokale gemeenschap heeft ten minste 50% van het zonnepark in eigendom. In het volgende wordt kort op ieder van deze eisen ingegaan. 2.2. Zonnetafelmethodiek De zonnetafelmethodiek schrijft voor dat het initiatief voor ieder nieuw energieproject noodzakelijk door de lokale bevolking van een gemeente genomen moet worden en daarna een aantal stappen moet doorlopen voordat de vergunning aangevraagd kan worden. Evenwel, voor reeds bestaande energieprojecten, zoals zonnepark Oudehaske, waren in de nieuwe provinciale beleidsrichtlijnen geen voorzieningen opgenomen.

Om bestaande projecten in de nieuwe richtlijnen in te passen besloten provincie en de betrokken gemeenten een “van geval tot geval” benadering toe te passen. Wat Zonnepark Oudehaske betreft werd de oplossing dat, voordat de vergunning opnieuw aangevraagd wordt, er nog één gesprek met de direct omwonenden diende plaats te vinden, waaraan dan zouden deelnemen, behalve de gemeente, ook een aantal andere belanghebbenden, zoals het Waterschap, de Samenwerkende Heerenveense Energiecoöperatie (SHEC) en Coöperatie It Hasker Pompke namens de burgerbevolking van de gemeente Heerenveen en buurgemeente De Fryske Marren en een afvaardiging van de provincie Friesland. Genoemd zonnetafelgesprek kon uiteindelijk op 29 maart 2022 plaatshebben. Aanwezig waren Gutami en Sweco, deze laatste in zijn hoedanigheid van adviseur van Gutami, alle omwonenden, een delegatie van de gemeente, een delegatie van adviesbureau Weusthuis als organisator van het zonnetafelgesprek, een delegatie van de gemeente Heerenveen en een afgevaardiging van energiecoöperaties SHEC en It Hasker Pompke; de provincie Friesland had haar wensen te kennen gegeven via adviesbureau Weusthuis. In dit gesprek werd Zonnepark Oudehasken door alle aanwezigen grondig op al zijn landschappelijke gevolgen geanalyseerd.

De daarin gedane en genotuleerde aanbevelingen werden in de volgende maanden door Gutami verwerkt met een nieuw ontwerp als gevolg. Dit nieuwe ontwerp werd gepresenteerd in een terugkoppelingsbijeenkomst gehouden op 25 oktober 2022, waarvan het voor u liggende document het resultaat is. 2.3. Maximale omvang De maximale omvang werd vastgesteld op 5 ha per zonnepark voor zonneparken bij kleine dorpen, 15 ha bij regionale centra, 20 ha bij stedelijke centra en 25 ha bij Leeuwarden; 3

Heerenveen wordt beschouwd als stedelijk centrum. Het zonnepark Oudehaske wordt geplaatst op een bruto oppervlak van 11,3 ha waardoor voldaan wordt aan de eis van maximale omvang. 2.4. Participatie Om te voldoen aan de derde eis, die van lokaal eigendom, zijn ook gesprekken gestart met genoemde energiecoöperaties in hun rol van vertegenwoordigers van de lokale gemeenschap. De resultaten van deze gesprekken worden als apart document bijgevoegd. 2.5. Gemeentebeleid Ter precisering en aanvulling van het nieuwe provinciale beleid, heeft ook de gemeente Heerenveen per 15 januari 2023 nieuw beleid vastgesteld omtrent zonneparken op landbouwgrond hetgeen te vinden is in de notitie “Beleidskader Zonneparken in Heerenveen”. In hoofdstuk 4 van het Beleidskader Zonneparken in Heerenveen staan de uitgangpunten en randvoorwaarden ten aanzien van landschap, ecologie en ontwerp. Voor ecologie en biodiversiteit (par. 4.3) is het volgende beschreven: Een zonnepark heeft invloed op de ecologische waarden en biodiversiteit. Hier kan in het ontwerp van het zonnepark op gestuurd worden. Wat de precieze invloed is, is niet altijd op voorhand te zeggen. Van belang is wat de uitgangssituatie is van de bestaande locatie en welke kwaliteiten we willen versterken. Dat bepaalt hoe een zonnepark inpasbaar is en welke maatregelen in ontwerp en inrichting wel of juist niet de voorkeur hebben.

Uit onderzoek blijkt dat naast de inrichting ook het beheer een belangrijke factor is voor het realiseren en verbeteren van biodiversiteit en bodemkwaliteit. Ook leven verschillende soorten in verschillende milieus (droog of nat). Nederland kent een voedselrijke bodem door landbouwkundig gebruik. Afhankelijk van de doelbestemming na ontmanteling van het zonnepark is het verschralen van de voedselrijke bodem tijdens de exploitatie van het zonnepark essentieel om de biodiversiteit te verhogen, dit kost minimaal vijf jaar. Omdat beheer als belangrijkste factor gezien wordt voor het realiseren en behouden van biodiversiteit moet de initiatiefnemer bij de aanvraag van de vergunning een inrichting- en beheerplan opstellen, waarbij niet alleen met de randen van het zonnepark, maar juist met de grond onder de panelen rekening gehouden dient te worden. Het realiseren van en beheren volgens dit inrichting-en beheerplan wordt opgenomen als voorschrift in de vergunning of als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan. Initiatiefnemers moeten rekening houden met in ieder geval de volgende aspecten: -

-

Grondwaterpeil: Het verhogen van de grondwaterstand kan de bodemkwaliteit verbeteren en oxidatie van veenpakketten voorkomen. Ook het creëren van gradiënten kan de biodiversiteit verhogen. Randen: Afhankelijk van het landschap kan bijvoorbeeld een brede houtwal met zoom en mantelvegetatie van inheemse soorten een waardevolle bijdrage leveren aan de biodiversiteit. 4

-

-

-

Afrastering: Hekwerken of brede sloten worden gerealiseerd om ongewenste bezoekers buiten te houden. Door de keuze hoe de afrastering vorm krijgt kunnen ook bepaalde diersoorten buitengehouden worden of juist toegelaten worden om bescherming te zoeken. Ook kan gekeken worden naar levende afrasteringen (planten, struiken, klimmers etc.) met inheemse soorten. Ontwerp: Keuzes in het ontwerp zoals zuid of oost-west opstellingen, de afstand tussen de tafels met panelen en de breedte en hoogte van de tafels met panelen hebben sterke invloed op de biodiversiteit. Belangrijk hierbij is een goede neerslagverdeling. Er is sprake van ten minste 25% onbebouwd oppervlak. Groenbeheer en begrazing: Omdat zonneparken vaak op voedselrijke bodem worden gerealiseerd is het advies om minimaal de eerste vijf jaar te maaien en af te voeren. Het begrazen zorgt vrijwel niet voor verschraling, want de mest van de dieren komt weer terug op het terrein.

3. Landschap Het plangebied ligt in een gebied dat als veenpolder wordt aangeduid, in dit geval de Haskerveenpolder (zie kaarten figuren 2). In deze polders werd de vervening systematisch en grootschalig aangepakt. Dit resulteerde uiteindelijk in een zeer open veenweidegebied met een convergerende strokenverkaveling. Dwars op de kavels ontstonden nieuwe ontsluitingswegen met jonge boerderijen. De structuren in het landschap, zoals groen, dijkjes en vaarten, zijn lineair van karakter. Deze kenmerkende kwaliteiten van een veenpolder zijn op het terrein echter niet meer aanwezig. De weg De Dolten vormt een ruimtelijke scheiding tussen het nog wel als veenpolder herkenbare landschap ten westen van het plangebied en het plangebied zelf. Het plangebied zelf maakt ruimtelijk gezien onderdeel uit van het industrieterrein in de rand van het stadslandschap van Heerenveen. Het talud van De Dolten met daarop bomen en de aanwezigheid van hoogspanningsleidingen en een gronddepot dragen bij aan dit karakter van een stadsrand. De historische kaartenreeks in figuren 2 laat goed zien dat het oorspronkelijke veenpolderlandschap met de komst van landweg De Dolten met bijbehorend viaduct over autosnelweg A7 en met het ontstaan van het industriegebied en de aanleg van de hoogspanningsleidingen zo goed als verdwenen is in het plangebied.

5

Fig. 2a: Plangebied in 1900 en 1950.

Fig. 2b: Plangebied in 1970 en 1985.

Fig. 2c: Plangebied in 2000 en 2018.

6

4. Belemmeringen 4.1. Fysieke belemmeringen De volgende fysieke belemmeringen zijn geïdentificeerd: -

-

Drie hoogspanningsleidingen die vanuit onderstation Oudehaske, op 600 meter ten noorden van het plangebied, in zuid-zuidoostelijke richting over het plangebied lopen, niet geheel evenwijzig met de richting van de sloten. Drie sloten die in noord-zuidrichting het plangebied in vier kavels delen.

4.2. Hoogspanningsleidingen

Fig. 3: Richting panelen (witte pijlen) op de twee verschillende delen van het plangebied: evenwijdig aan de sloten ten westen van middelste sloot, evenwijdig aan de hoogspanningsleidingen (lichtblauw) ten oosten van de middelste sloot.

7

TenneT, eigenaar en beheerder van de drie hoogspanningsleidingen, vereist het vrij houden van een strook van 3,40 meter onder ieder van de aanwezige zes sets hoogspanningsdraden (twee per hoogspanningsleiding), het vrij houden van de masten die op het plangebied staan, plus het te allen tijde bereikbaar houden van masten en draden voor personeel van TenneT. Om geen nodeloos ruimteverlies te lijden voor het plaatsen van de zonnepanelen dwingen deze eisen min of meer het zonnepark ter plaatse van de hoogspanningsleidingen te ontwerpen in een richting evenwijzig aan deze hoogspanningsleidingen, terwijl aan de bereikbaarheidseis invulling gegeven wordt door middel van een in west-oost lopende onderhoudsweg in het midden van het plangebied. De consequentie is dat de panelenrichting in het deel ten westen van de middelste sloot evenwijdig aan de sloten zal zijn, maar in het deel daar waar de hoogspanningsleidingen zich bevinden, ten oosten van deze sloot, evenwijdig aan genoemde hoogspanningsleidingen. Het erf van Rijksweg 19 fungeert evenwel als nuttige visuele buffer tegen de twee verschillende panelenrichtingen (zie figuur 3). 4.3. Sloten Het plangebied wordt in noord-zuidrichting doorsneden door drie sloten (zie figuur 4). Deze sloten belemmeren evenwel een efficiënt gebruik van de beschikbare grond.

Besloten is dan ook om de meest oostelijke sloot (de onder de hoogspanningslijnen lopende sloot 3 in figuur 4) en de meest westelijke sloot (die in de vorm van een winkelhaak, sloot 1 in figuur 4) te dempen. De normen van het Waterschap volgend wordt de omringende sloot R dan zodanig verbreed dat het door het dempen van de buitenste sloten verloren gegane oppervlakte water gecompenseerd wordt door de verbreding van de middelste sloot (zie figuur 4). In het meest noordelijke deel van sloot R, aangegeven met N in figuur 4, is na bodemslib onderzoek evenwel een matige verontreiniging geconstateerd; genoemd slootgedeelte N wordt dan ook niet gebruikt voor het dempen van sloten 1 en 3. Genoemde sloten 1 en 3 hadden oorspronkelijk geen andere functie dan het afscheiden van vroegere kavels; het dempen daarvan zal dan ook geen gevolgen hebben voor de waterhuishouding van het omringende gebied.

8

Fig. 4: Slotenplan: de zwart aangegeven sloten worden gedempt, de grijs aangegeven sloten blijven onaangeroerd, de blauw aangegeven sloten worden verbreed.

5. Eisen en afspraken 5.1. Eerdere gemaakte afspraken met omwonenden Reeds in het najaar van 2019 hebben in het bijzijn van de gemeente Heerenveen gesprekken plaatsgevonden met alle direct betrokkene omwonenden. Constaterend dat er alleen zicht is op het zonnepark vanuit het westen (De Dolten) en het zuiden (Rijksweg en autosnelweg A7) hebben deze gesprekken toen tot de volgende uitganspunten en afspraken geleid: -

Omwonenden dienen vanuit hun woonhuizen geen of zo weinig mogelijk zicht op zonnepanelen te hebben. Omwonenden hebben aangegeven desondanks beslist geen groene muren te willen rondom het zonnepark. Sociale veiligheid weegt zwaar voor omwonenden; aan te leggen onderhoudspad dient daartoe volledig binnen het door hekwerk te omheinen gebied komen te liggen. Afschermend hekwerk onopvallend aanwezig. Ontwikkelaar wenste geen hoge struikenrijen aan de zuidkant vanwege schaduwvorming. Gemeente wenste landschappelijke eenheid aan te brengen aan landweg “De Dolten”.

9

5.2. Resultaten zonnetafel Het verslag van zonnetafelgesprek van 29 maart 2022 heeft de volgende aanvullende resultaten opgeleverd: “Landschappelijke inpassing van het zonnepark met streekeigen beplanting op de hoek van de getransformeerde veenpolder sluit goed aan bij de visie om verschil te makken tussen de gebieden aan weerszijden van De Dolten. Via die beplanting komt er minder zicht op het zonnepark voor de aanwonenden. Herstel van doorgaande beplanting langs De Dolten is daarbij echter noodzakelijk. Het behoud van de boerderijen en het vrijhouden van het zicht daarop draagt bij aan de identiteit van het gebied (een stevige zone gras langs de A7 is daarbij noodzakelijk). Dat geldt ook voor de lange lijnen in het gebied, zoals het behoud van een belangrijke sloot. Het is tevens noodzakelijk om enige ruimte langs de sloot vrij te houden van zonnepanelen.”

10

Fig. 5: Verplicht op te volgen aanwijzingen voor de landschappelijke inpassing van Zonnepark Oudehaske, zoals geschetst tijdens de zonnetafelbijeenkomst van 29 maart 2022.

Ten zuiden loopt autosnelweg A7. Een bijkomende overweging is om in plaats van zonneparken voor langsrijdende automobilisten te verbergen, deze voor hen juist om educatieve redenen vanaf de autosnelweg zichtbaar te houden, daarmede men ziet dat op deze plek groene energie opgewekt wordt. 11

De volgende opdrachten werden aan de diverse partijen gegeven: -

Gutami gaat in overleg met de familie Schaap (Rijksweg 21) over lokaal eigenaarschap. De energiecoöperaties gaan samen met Gutami onderzoeken of ook het Hasker Pompke in het lokaal eigenaarschap kan worden betrokken. De gemeente gaat intern informeren over de beplanting langs De Dolten (die belangrijk is voor de structuur in het gebied en deels ook voor de inpassing van het zonnepark). Gutami nog na gaat of het dempen van enkele sloten geen nadelige gevolgen heeft van de afwatering van de woonerven in en rondom het gebied.

Afgezien van voorgenoemde afspraken en uitganspunten is de kaart in figuur 5, die tijdens het zonnetafelgesprek door de landschapsarchitect geschetst werd, leidend geweest in het maken van ontwerp, landschappelijke inpassing, beheersplan en ecologische invulling. 5.3. Uitvoering

Met de van Rijksweg is een regeling getroffen die het voor het zonnepark relevante gevolg heeft dat het in figuur 5 rood ingekaderde stuk land ter grootte van ongeveer 5.000 m2 niet alleen vrijgehouden wordt van zonnepanelen, maar ook buiten het plangebied gehouden wordt (figuur 6).

Fig. 6: Zicht op zonnepark tussen Rijksweg 19 en Rijksweg 21 (positie 5 in figuur 19). Paardenweide Het andere als “groen gras” en geel aangegeven stuk land (ongeveer 7.500 m2) gelegen aan de zuidkant van zonnepark Oudehaske, ten westen van Rijksweg 21, wordt groen gehouden en aan de familie an Rijksweg ter beschikking gesteld om daar paarden te laten weiden (zie figuur 7).

12

Fig. 7: Zicht op zonnepark (links) vanaf hoek Rijksweg. In de verte woonboerderij aan Rijksweg 19. Op zichtbare stuk grasland zullen paarden komen te grazen (positie 4 in figuur 19). Groenstrook aan westkant Ter invulling van de wens van aanwonenden aan De Dolten om het zicht op het zonnepark te elimineren, dan wel zo veel mogelijk te beperken, wordt op het terrein van het plangebied aan de westkant en parallel aan De Dolten een groenstrook aangelegd van 3 meter breed en 3 meter hoog (figuren 8 en 9).

Fig. 8a: Zicht op zonnepark vanaf De Dolten 4 in zuidoostelijke richting: groenstrook onttrekt zonnepark volledig aan het zicht (positie 2 in figuur 19). 13

Fig. 8b: Zicht op zonnepark vanaf De Dolten 4 in oostelijke richting met ingang: groenstrook onttrekt zonnepark volledig aan het zicht (positie 2 in figuur 19).

Fig. 8c: Zicht op zonnepark vanaf een punt 150 meter noorderlijk van De Dolten 4 in zuidoostelijke richting met ingang: inkoopstation achter groenstrook net zichtbaar (positie 6 in figuur 19).

14

Fig. 9: Zicht op zonnepark vanaf talud ter hoogte van De Dolten 2: door de hoogte is zonnepark deels zichtbaar (positie 3 in figuur 19). Groenstrook aan noordkant Om dezelfde reden overweegt Gutami op het terrein van het plangebied aan de noordkant en grenzend aan de zandwinplas eenzelfde groenstrook aan te leggen van 3 meter breed en 3 meter hoog. Evenwel, net buiten het plangebied is daar ter plekke al dichte vegetatie aanwezig met hoge bomen en dicht struikgewas. Zonder ook maar enig bezwaar te hebben tegen een extra groenstrook daar ter plaatse, vraagt Gutami zich af of een extra groenstrook werkelijk nodig is. Afrastering Het afschermende hek (behalve een wens van de omwonenden ook een verplichting die verzekeringsmaatschappijen plegen op te leggen) zal het toekomstige zonnepark zodanig omsluiten dat alle het zonnepark kenmerkende elementen binnen het hek zullen komen te liggen. De toegang tot het zonnepark (daar waar de in oost-west richting lopende onderhoudsweg begint) zal in de afrastering geïntegreed worden, waardoor alle onderhoudswegen volledig binnen het privéterrein van het zonnepark zullen komen te liggen. Aan landweg De Dolten zal de afrastering vrijwel in zijn geheel in de geprojecteerde groenstrook opgaan. Op verzoek van de omwonenden zal de afrastering in een sjieke, doch sobere stijl en in “cultuurlijk” zwarte kleur uitgevoerd worden.

Eveneens zal het hek niet hoger worden dan 2 meter. Zonneweides worden doorgaans door kleinere dieren als rust-, graas- en jachtgebied gebruikt; de spijlen van het hekwerk zullen daartoe voldoende wijd uit elkaar liggen (10 cm is voldoende) dat kleine dieren het moeiteloos kunnen passeren. Groeter dieren zullen buiten de afrastering via de begreide zones rond de zandwinplas kunnen migreren.

15

Fig. 10: Voorbeeld van diervriendelijke afrastering in cultuurlijk zwarte kleur. Begroeiing langs hekwerk rond zandberg

Fig. 11: Situatie De Dolten 5 vanuit noordwestelijke richting op 245 meter afstand voor het verdwijnen van de zandberg (positie 1 in figuur 19). 16

De zandberg in de ten noordwesten van het zonnepark zal eens verdwijnen, ook al is het volstrekt onbekend wanneer dat zal zijn. De zandberg belemmert nu nog het zicht op het toekomstige zonnepark vanuit noordwestelijke richting. Verschillende omwonenden maakten hun bezorgdheid kenbaar hinderlijk zicht op het zonnepark vanuit het noordwesten te krijgen wanneer de zandberg er eenmaal niet meer zou zijn en vroegen daarom begroeiing aan te brengen langs de gedeelten van het hekwerk die evenwijdig aan de middelste sloot en aan de onderhoudsweg liggen.

Fig. 12: Situatie De Dolten 5 vanuit noordwestelijke richting op 245 meter afstand na het verdwijnen van de zandberg; het hekwerk is zichtbaar als een dunnen zwarte lijn; het zonnepark is nagenoeg onzichtbaar (positie 1 in figuur 19). Een dergelijke begroeiing moet echter om de volgende redenen als onuitvoerbaar worden geacht: 1. De korste afstand tussen het dichtstbijzijnde woonhuis (aan De Dolten 5) en het zonnepark bedraagt 245 meter: dat is te ver voor het blote oog om diverse artefacten nog duidelijk te kunnen waarnemen. 2. Het verdwijnen van de zandberg zal het uitzicht eerder verbeteren dan verslechteren. 3. Vanuit de verte zal de afrastering nauwelijks zichtbaar zijn. 4. De relatieve dichtheid van 10 cm tussen de spijlen en de zwarte kleur van de afrastering zal ieder daarachter gelegen element van genoemde 245 meter afstand onzichtbaar maken. Het één en ander is te zien in figuren 11 en 12, die de situatie vanuit noordwestelijke richting (positie 1 in figuur 19) van voor en na het verdwijnen van de zandberg weergeven. 5. Het zonnepark zou veel installeerbaar vermogen moeten opgeven om aan de wens te voldoen, daar de begroeiiing geheel op het privéterrein van het zonnepark gerealiseerd moeten worden. 17

6. Beheersplan en ecologische invulling 6.1. Een zonnepark brengt rust Gras- akkerbouwlanden worden in Nederland traditioneel zeer intensief gebruikt ten einde een maximale productie te bewerkstelligen. . Vanzelfsprekend onderbreekt een zonnepark deze dynamiek. Echter, een zonnepark is een volkomen passief element in zijn omgeving; voor de aanleg behoeft de bodem immers geen belastende ingrepen te doorstaan en produceert het ook geen vervuiling van bodem, water en lucht. Daardoor kan de aanwezigheid van een zonnepark een welkome rustperiode voor het land betekenen voor de tijd dat het in bedrijf is. In deze periode zal door het uitblijven van bemesting het bodemleven (micro-organismen, schimmels en regenwormen) een nieuwe kans krijgen met als gevolg een toename van de bodemkwaliteit. 6.2. Zuidopstelling Een noodzakelijke voorwaarde voor een dergelijke bodemregeneratie is dat de bodem licht en water kan ontvangen. Dit is één van de redenen waarom Gutami besloten heeft de panelen in zuidopstelling te plaatsen.

Fig. 13: Bestaand zonnepark in oostwestopstelling; bodem ontvangt geen licht of water. Een alternatieve plaatsing zou de oostwestopstelling kunnen zijn. Hierbij worden de panelen in dakvorm in noord-zuid lopende rijen zonder tussenruimte opgesteld (figuur 13). Hierbij worden de panelen aan de linkerkant van iedere rij naar het westen gericht en de panelen ter rechterzijde naar het oosten. Bij een zuidopstelling worden de panelen in oost-west lopende rijen in zuidelijke richting opgesteld (figuur 14). Ten einde schaduwwerking te voorkomen dient er bij deze opstelling tussen de rijen ruimte vrijgehouden te worden.

18

Fig. 14: Bestaand zonnepark in zuidopstelling; let op tussenruimten die licht en water doorlaten. Het behoeft geen nadere uitleg dat een oostwestopstelling ongunstig is voor de bodem, daar deze dan geen licht of water meer ontvangen kan. Bij een zuidopstelling hebben wij dat probleem niet. Om niet te zeggen, de zuidopstelling waarvoor Gutami bij Zonnepark Oudehaske heeft gekozen biedt uitgesproken kansen om het zonnepark te benutten voor herstel van de bodem en het ontwikkelen van een stuk natuur, wat noch bij een oostwestopstelling, noch bij regulier agrarisch gebruik, mogelijk zou zijn. De zuidopstelling van de panelen biedt immers de mogelijkheid ruimte open te laten tussen de rijen. Gepland is een rijafstand van 1,80 meter (zie figuur 18) met een maximale panelenhoogte van 2 meter boven maaiveld. Een van zonnepanelen vrij oppervlak van ten minste 34% is hiermee gewaarborgd (het streven is minstens 25%). De bodem zal dan voldoende licht, lucht en water kunnen ontvangen om een zeer gevarieerde vegetatie mogelijk te maken anders dan gras, hetgeen goed te zien is in figuren 15. 6.3. Verschraling Ten einde die gevarieerde vegetatie mogelijk te maken is er evenwel verschraling nodig op het gehele plangebied. Maaisel mag men daartoe niet laten liggen, maar dient men af te voeren.

19

Fig. 15: Voorbeelden van vegetatie die mogelijk is bij zonneparken in zuidopstelling.

6.4. Beheer Beheertypen In het plangebied zelf en direct aangrenzend zijn geen bestaande beheertypen. Op basis van de aanwezigheid van de aangrenzende plas en het niet meer agrarisch in gebruik zijnde (en niet meer te bemesten) grasland ligt het nastreven van de natuurkwaliteit behorend bij het beheertypen N12.02 Kruiden-en faunarijk grasland en het zorgen voor natuurvriendelijke oevers langs de sloten het meest voor de hand. De vegetatie van kruiden en faunarijk grasland kan behoren tot allerlei verbonden van graslandvegetaties; onder meer kamgrasvegetaties of de meer algemene witbolgraslanden. Diverse soorten ruigte en struweel kunnen in dit grasland voorkomen en het wordt gekenmerkt door een variatie in structuur en hoogte (zie figuur 15 voor een voorbeeld).

20

Gras Onder en rond panelenopstellingen inzaaien met een inheems kruidenmengsel. Door in elk geval de eerste vijf jaar 3x per jaar te maaien en het maaisel af te voeren vindt verschraling plaats. Op basis van uitgevoerd bodemonderzoek is de bovenste 20-30 cm van de bodem matig humeus (Bijlage 3 Bodem verkennend onderzoek, bijlage 4). Afhankelijk van de mate van verschraling die na vijf jaar heeft plaatsgevonden, kan overgegaan worden naar minder intensief maaien. Verschraling is gunstig voor de ontwikkeling van een grotere diversiteit aan plantensoorten. Globale maaiperiodes zijn begin mei, eind juli en oktober. Door gevarieerd te maaien, waarbij ook delen niet gemaaid worden, kan gezorgd worden voor meer structuur (hoogteverschillen). Ook ontstaat, door minder gewenste of overheersende soorten voor de zaadzetting te maaien, meer kans voor andere soorten en daardoor meer variatie in soorten. En met meer variatie in planten worden ook meer soorten insecten en insecteneters bediend. Maaien kan machinaal plaatsvinden met op afstand bestuurbare machines, maar het afvoeren van maaisel en daarmee het verschralen is dan niet mogelijk. Alternatieven zijn handmatig maaien of om voorafgaande aan de aanleg van de zonneweide de meest voedselrijke toplaag af te plaggen en een kruidenrijk grasmengsel in te zaaien.

Sloten De oevers van de sloten zo vlak mogelijk maken of laten en begroeiing in sloot en op oevers laten staan en als de oevers kaal zijn riet inplanten. Zo ontstaat uitbreiding van leefgebied voor amfibieën. De begroeide en beschutte sloten kunnen voor de voortplanting worden gebruikt.

Fig. 16: Voorbeeld van sloot met rietzoom in open landschap. Beplanting voor groenstroken Aan de noordzijde en de zuidwestzijde worden langs het hek hagen aangeplant van circa 3 m hoog en 3 m breed. Als voor wintergroen wordt gekozen, zijn soorten als vuurdoorn en 21

Fig. 17: Ontwerp en inpassing met verklaring der kleuren. Verschil in richting van de panelenrijen is duidelijk te zien: haaks op sloten in westelijk deel, haaks op hoogspanningsleidingen in oostelijk deel; voor detailontwerp zie Bijlage 1B Inrichtings- en beheersplan.pdf

23

Fig. 18: Rijafstanden en hoogteverschillen.

Fig. 19: Overzichtskaart van de posities vanuit welke de visualiseringen in figuren 6, 7, 8, 9, 11 en 12 zijn genomen.

8. Contact Gutami Solar Development B.V. Eekwal 6 8011 LD Zwolle

Contactpersoon: Frans Bakker Email: frans@gutami.com Telefoon: +31 625179128

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=775b148c-337a-4149-ba09-7e9163a8d0e9