CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Bijlagen samengevoegd

Raadsvergadering 27 februari 2025, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Bindend advies over aanvraag omgevingsvergunning Spitsendyk 10 Haskerdijken (ROM)19.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

datum

2 oktober 2024

projectnummer

24-M11284

in opdracht van

Tuinvorm Henro Drost Wulpstraat 15 8446 GE Heerenveen

uitgevoerd door

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.

oktober ’24

1

Tuinvorm Henro Drostverkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ...................................................................................................................................3 1.1

Algemeen ............................................................................................................................3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................3

1.3

Doel van het onderzoek .......................................................................................................3

1.4

Referentiekader van het onderzoek .....................................................................................4

1.5

Opbouw van het rapport ......................................................................................................4

VOORONDERZOEK ....................................................................................................................5 2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................... 11

3.1 Uitvoering van het veldonderzoek .......................................................................................... 14 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ......................................................................................... 18 4

5

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK.................................................................................. 20 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................... 20

4.2

Toetsingscriteria ................................................................................................................ 22

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ...................................................................................... 24

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 31 5.2

asbest in grond volgens NEN-5707+C2 en asbest in puin NEN-5898+C2........................... 33

6

LITERTUURLIJST ..................................................................................................................... 37

7

COLOFON ................................................................................................................................. 38

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Boorprofielen onderzoekslocatie 4. Analysecertificaten 5. Toetsingsresultaten 6. Onafhankelijkheidsverklaring

oktober ’24

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van Tuinvorm Henro Drost is in april 2024 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 uitgevoerd op verschillende locaties aan de Wirdumerweg en de Singelweg te Loppersum (gemeente Eemsdelta). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. 1.3 Doel van het onderzoek Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is verder om vast te stellen of de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare kwaliteit voor het beoogde bodemgebruik. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

oktober ’24

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

Het verkennend onderzoek asbest in bodem volgens NEN-5707+C2 en NEN5798 heeft tot doel om na te gaan of de locatie al dan niet verdacht is op het voorkomen van asbesthoudende materialen op of in de bodem. 1.4

Referentiekader van het onderzoek

Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN-5725 (versie 2023); 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 10). Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5740 (versie 2023); strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond' (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

oktober ’24

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

Figuur 2: De geohydrologische opbouw

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van informatie uit het historisch onderzoek is bekend dat de onderzoekslocaties als rundveehouderij in gebruik is geweest. Inpandig was een bovengrondse dieseltank aanwezig. Er is geen actuele informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. het onderzoeksgebied beschikbaar. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied).

oktober ’24

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied geen concrete aanwijzingen van bodembedreigende milieubelastende activiteiten die geleid zouden kunnen hebben tot bodemverontreiniging. verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 Verwacht wordt dat de bovengrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse wonen en de ondergrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. T.a.v. milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater wordt verwacht dat deze niet verhoogd is t.o.v. de interventiewaarde en de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering. verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 Tijdens de locatie-inspectie is geconstateerd dat in drie gevallen sprake is van onverharde druppelzones onder asbestverdachte daken op de locatie aan de Spitsendyk 10. De druppelzones zijn in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Onderhavig onderzoek heeft tot doel om na te gaan of de bodem t.p.v. onderzochte delen van de locatie al dan niet asbest verdacht zijn. Om vast te stellen of de bodem asbesthoudend is de onderzoekslocatie in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in grond (percentage bodemvreemd materiaal <50%). Het onderzoek t.p.v.

de onderzochte delen van de onderzoekslocatie is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie “verkennend onderzoek op een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld, volgens paragraaf 6.4.5. van de NEN-5707+C2 (verdachte druppelzones). In afwijking van de strategie uit paragraaf 6.4.5. is t.p.v. druppelzones in dit onderzoek alleen de toplaag (0.0-0.1 m-mv) onderzocht i.p.v. de actuele contactzone tot 0.5 m-mv. Conform de gehanteerde onderzoeksopzet zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • visuele inspectie van de toplaag; • het graven van inspectiegaten van 30 * 30 cm tot max. ca. 10 cm-mv. • het plaatsen van boringen met een boordiameter van 12 cm, tot maximaal 2 m-mv. • het visueel inspecteren van de ontgraven grond op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. • het bemonsteren van evt. asbestverdachte materialen. • het analyseren van evt. asbestverdachte materialen conform NEN 5898. • het analyseren van de uitgezeefde bovengrond (fractie <20 mm) conform de NEN 5898 De toetsing van de in dit onderzoek gemeten gehalten asbest is geschied aan de interventiewaarde uit de circulaire bodemsanering 2009. Hierin zijn een interventiewaarde en een restconcentratie van 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie vastgelegd. De gewogen norm bestaat uit de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie.

De resultaten uit dit onderzoek worden geïnterpreteerd volgens NEN 5707+C2 (grond). Opgemerkt wordt dat het overige deel van de locatie in deze fase van het onderzoek niet onderzocht is op asbest. Op basis van bekende informatie zijn geen andere gegevens bekend dat op de locatie sprake is van bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek behoudens t.p.v. de afgebrande loods en de druppelzones, vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft, behoudens ter plaatse van de druppelzone onder het asbestverdachte dak, geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2.

oktober ’24

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5740 De veldwerkzaamheden in het kader van de NEN-5740 hebben bestaan uit het plaatsen van handboringen, peilbuizen en het nemen van grond- en grondwatermonsters. De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt.

Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Het grondwatermonster is genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald.

veldwerkzaamheden in het kader van NEN-5707 Het veldonderzoek in het kader van de NEN-5707 heeft bestaan uit het inspecteren van de toplaag in combinatie met het graven van inspectiegaten en het uitvoeren van handboringen tot de ongeroerde bodemlaag. Conform de NEN-5707 wordt voor landbodem onderscheid gemaakt tussen drie te onderzoeken bodemlagen: 1) het maaiveld 2) de bovengrond (0.02 m-mv-0.5 m-mv) 3) de ondergrond (0.5 m-mv-2.0 m-mv) maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. De inspectie heeft plaatsgevonden als is voorgeschreven in het protocol 2018. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen wordt de vindplaats gemarkeerd en wordt het materiaal verzameld. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken. Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen zijn deze bemonsterd (door middel van “hand-picking”). Tevens is de inspectie-efficiëntie ingeschat. De inspectie-efficiëntie is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden, de conditie van de toplaag (vochtig, vegetatie, vastgereden, plassen) en het type grond (zand, klei).

oktober ’24

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

inspectiegaten bovengrond (0.0-0.5 m-mv) In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de bovengrond. In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond t.p.v. het plangebied zijn, teneinde een betrouwbare uitspraak te kunnen doen m.b.t. het voorkomen van asbest in de grond, inspectiegaten van 0.3 m x 0.3 m tot max. ca. 0.5 meter minus maaiveld, op a-selecte wijze, gegraven m.b.v. een schop. Het uitgegraven materiaal is gezeefd over een 20 mm zeef en/of uitgeharkt (tandafstand 20 mm) en is gescreend op de volgende aspecten: • asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten. De evt. aanwezige (asbest)verdachte delen groter dan ca. 20 mm zijn per soort en per inspectiegat verzameld, gewogen en in gesloten plasticzakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op asbest. Van het uitgezeefde materiaal is op basis van de NEN 5707+C2 zijn representatieve monsters van ca. 10 kg uit de fractie <20 mm verzameld. De bemonstering van de fijne fractie (deeltjes < 20 mm) heeft plaatsgevonden volgens tabel 8, “Minimale greep- en monstergrootte”, uit de NEN 5707+C2. handboringen ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Tevens is visueel onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de ondergrond. Hiertoe zijn handboringen doorgezet tot maximaal 2.0 m-mv.

Hierbij is gebruik gemaakt van een 12 cm edelman grondboor (combinatie met verkennend bodemonderzoek NEN-5740). De vrijkomende grond is visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. monstername grond en materialen Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001 en 2018. De visueel aangetroffen asbestverdachte materialen zijn op een adequate wijze verpakt en als materiaalmonster aangeleverd aan het laboratorium. Van het gezeefde materiaal <20 mm uit niet asbestverdachte inspectiegaten is een (meng)monster genomen bestaande uit twintig grepen van min. 0.5 kg. Evt. asbestverdachte inspectiegaten zijn afzonderlijk bemonsterd middels twintig grepen van ca. 0,5 kg. Na inspectie zijn de gaten weer gedicht met het uitgegraven materiaal. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 8.

oktober ’24

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

asbest in grond en puin De resultaten van het onderzoek asbest in grond worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Voor asbest in grond is een interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. vastgesteld. Aan deze waarde zijn de gewogen asbestconcentraties (mg/kg ds) getoetst. Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet). Indien de gewogen asbestconcentratie in grond c.q. puin boven 100 mg/kg ds is vastgesteld, is sprake van met asbest verontreinigde grond c.q. puin. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. Indien asbest in de grond boven 100 mg/kg ds aanwezig is en deze verontreiniging vóór 1993 is ontstaan, is ongeacht de omvang van de verontreiniging sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in grond.

Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een indicatieve uitspraak over de mogelijke verontreiniging van het toegepaste bouw- en sloopafval of recyclinggranulaat / bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek asbest al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de grenswaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de grenswaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek.

Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Alleen als in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerd materiaal in de gaten en aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek is een directe toetsing aan de grenswaarde mogelijk. Als het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de grenswaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de grenswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de grenswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogst bepaalde waarde binnen een(deel)locatie of (deel)partij is hiervoor bepalend.

oktober ’24

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

Samenvatting interpretatie onderzoeksresultaten grond en grondwater bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogde gehalte lood (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrond waarde en de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur(=wonen). De bovengrondmengmonsters MM2 t/m MM4 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw en natuur. ondergrond (0.5-1.9 m-mv) Ondergrondmengmonster MM5 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw en natuur. grondwater Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1, bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde, de gemeten gehaltes overschrijden de signaleringsparameter beoordeling grondwater niet. algemeen In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen, PAK’s en /of minerale olie in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem.

Zware metalen bezitten veelal een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan sliben kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) omvat een groep van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen, die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. Ze kunnen zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s kunnen ook worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten.

In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. Ten aanzien van de gemeten gehalten aan PCB’s (som) wordt vermeld dat PCB's polychloorbifenylen) al tientallen jaren in de belangstelling staan als bedreiging voor de volksgezondheid. Dat danken ze aan een slechte afbreekbaarheid, een neiging tot stapelen in dierlijk (en dus ook humaan) vetweefsel en uiteenlopende toxische eigenschappen. Verspreiding van persistente verontreinigingen gaat hoofdzakelijk via de lucht, ze komen vervolgens terecht op gewassen, de bodem en in water. Door hun lipofiele eigenschappen (vetoplosbaar) treedt vervolgens stapeling op in met name dierlijk vetweefsel. PCB’s zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB's in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB's van ongeveer 1930 tot 1980.

oktober ’24

25

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

Polychloorbifenylen (PCB’s) zijn op zeer uiteenlopende manieren toegepast: als isolatie vloeistof in transformatoren en condensatoren, als hydraulische- of warmtegeleidingsvloeistoffen, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen, en verder in verf, inkt, lak, kit, lijm, koolstofvrij kopieerpapier en bestrijdingsmiddelen. Aangezien productie en gebruik van PCB's sinds 1985 volledig zijn verboden, zijn dit soort PCB-houdende producten al lange tijd niet meer in de handel. Opmerking t.a.v. lood in de bodem Een bodemverontreiniging met lood kan vooral voor jonge kinderen een gezondheidsrisico vormen. De wetenschappelijke kennis laat zien dat de huidige interventiewaarde bodem onvoldoende bescherming biedt voor de gezondheid van deze kinderen. GGD’en hebben de wettelijke taak gemeenten te adviseren over de gezondheidsrisico’s van omgevingsfactoren en de publiekscommunicatie daarover. De loodinname die bij kinderen leidt tot één of drie IQ-puntenverlies kan met het blootstellingsmodel CSOIL worden omgerekend naar een gehalte lood in bodem. In onderstaande tabel staan de berekende gezondheidskundige risicowaarden voor lood in bodem weergegeven. Bij de beoordeling van het gezondheidsrisico van lood in bodem wordt het gemeten loodgehalte in de bodem gebruikt (dus niet het gestandaardiseerde loodgehalte). In de tabel staan ook de handelingsperspectieven en gebruiksadviezen.

Voor plaatsen waar jonge kinderen veel in contact komen met grond, gaat de voorkeur uit naar een voldoende bodemkwaliteit voor lood. Het is een beleidsmatige afweging hoe de risicowaarden in de praktijk worden toegepast en welke acties men hieraan koppelt. De GGD’en worden bij voorkeur vroegtijdig hierbij betrokken Voor meer informatie wordt verwezen naar “”Lood in bodem en gezondheid van de GGD” of de plaatselijke GGD.

oktober ’24

26

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.

oktober ’24

27

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

druppelzones asbestdaken toplaag (0.0-0.1 m-mv) In de uitgegraven toplagen t.p.v. de druppelzones (inspectiegaten D1 t/m D12 (0.0-0.1 m-mv) (fractie>20 mm), is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het geanalyseerde mengmonster van daklijn D1 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten D1 t/m D4 (laag 0.0-ca.0.1 m-mv) uit de toplaag is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van 12 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de toplaag uit de inspectiegaten D1 t/m D4 bedraagt 12 mg /kg d.s en is daarmee verhoogd t.o.v. bepalingsgrens, het gemeten gehalte is niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De uitgegraven toplaag uit de inspectiegaten D1 t/m D4 is aantoonbaar verontreinigd met asbest. In het geanalyseerde mengmonster van daklijn D2 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten D5 t/m D8 (laag 0.0-ca.0.1 m-mv) uit de toplaag is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van 23 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de toplaag uit de inspectiegaten D5 t/m D8 bedraagt 23 mg /kg d.s en is daarmee verhoogd t.o.v. bepalingsgrens, het gemeten gehalte is niet verhoogd t.o.v.

het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De uitgegraven toplaag uit de inspectiegaten D5 t/m D8 is aantoonbaar verontreinigd met asbest. In het geanalyseerde mengmonster van daklijn D3 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten D9 t/m D12 (laag 0.0-ca.0.1 m-mv) uit de toplaag is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van 5.9 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de toplaag uit de inspectiegaten D9 t/m D12 bedraagt 5.9 mg /kg d.s en is daarmee verhoogd t.o.v. bepalingsgrens, het gemeten gehalte is niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De uitgegraven toplaag uit de inspectiegaten D9 t/m D12 is aantoonbaar verontreinigd met asbest.

oktober ’24

30

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

5.2

asbest in grond volgens NEN-5707+C2 en asbest in puin NEN-5898+C2

maaiveld Op basis van de visuele locatie-inspectie is op het geïnspecteerde maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. toegangspad halfverhardingslaag (0.0-max. 0.5 m-mv) Ter plaatse van de inspectiegaten G1 t/m G4 is in de uitgegraven halfverhardingslaag (bodemlaag tussen 0.0- max. 0.5 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het geanalyseerde mengmonster van de halfverhardingslaag (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten G1 t/m G4 (de bodemlaag tussen 0.0-max. 0.5 m-mv) is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van 224.7 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G1 t/m G4 bedraagt ter indicatie 224.7 mg/kg d.s en is daarmee verhoogd t.o.v. de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest alsmede het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.). ondergrond (0.5-2.0 m-mv) fractie >20 mm Op basis van de uitgevoerde inspectie van het opgeboorde materiaal uit de inspectiegat G2 zijn vanaf ca. 0.5 m-mv visueel geen bodemvreemde materialen waargenomen. fractie <20 mm Van de ongeroerde ondergrond vanaf 0.5 m-mv zijn in deze fase van het onderzoek geen grondmonsters geanalyseerd op de fractie <20 mm.

Omdat geen asbestverdacht materiaal (met fractie > 20 mm) in de ongeroerde ondergrond is aangetroffen is de verwachting dat er geen asbest met fractie < 20 mm in de ongeroerde ondergrond aanwezig is.

druppelzones asbestdaken toplaag (0.0-0.1 m-mv) In de uitgegraven toplagen t.p.v. de druppelzones (inspectiegaten D1 t/m D12 (0.0-0.1 m-mv) (fractie>20 mm), is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het geanalyseerde mengmonster van daklijn D1 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten D1 t/m D4 (laag 0.0-ca.0.1 m-mv) uit de toplaag is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van 12 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de toplaag uit de inspectiegaten D1 t/m D4 bedraagt 12 mg /kg d.s en is daarmee verhoogd t.o.v. bepalingsgrens, het gemeten gehalte is niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De uitgegraven toplaag uit de inspectiegaten D1 t/m D4 is aantoonbaar verontreinigd met asbest. In het geanalyseerde mengmonster van daklijn D2 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten D5 t/m D8 (laag 0.0-ca.0.1 m-mv) uit de toplaag is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van 23 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de toplaag uit de inspectiegaten D5 t/m D8 bedraagt 23 mg /kg d.s en is daarmee verhoogd t.o.v. bepalingsgrens, het gemeten gehalte is niet verhoogd t.o.v.

het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De uitgegraven toplaag uit de inspectiegaten D5 t/m D8 is aantoonbaar verontreinigd met asbest.

oktober ’24

33

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

In het geanalyseerde mengmonster van daklijn D3 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten D9 t/m D12 (laag 0.0-ca.0.1 m-mv) uit de toplaag is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van 5.9 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de toplaag uit de inspectiegaten D9 t/m D12 bedraagt 5.9 mg /kg d.s en is daarmee verhoogd t.o.v. bepalingsgrens, het gemeten gehalte is niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) of de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) voor asbest. De uitgegraven toplaag uit de inspectiegaten D9 t/m D12 is aantoonbaar verontreinigd met asbest. toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als verdacht voor asbest aangemerkt. druppelzones De toplaag t.p.v. de druppelzones bevat een verhoogd gehalte asbest onder de interventiewaarde. halfverharding Uit het onderzoek is gebleken dat de halfverhardingslaag een gehalte asbest bevat boven de interventiewaarde (100 mg/kg d.s) alsmede het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.). Het gemeten gehalte geeft in dit geval formeel aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Sinds 1 januari 2000 is het bezit van een asbesthoudende weg verboden. Dit verbod vloeit voort uit het Besluit asbestwegen milieubeheer.

Bij bezit van een asbestweg moet de eigenaar een melding doen bij de minister. Bovendien moet de eigenaar ervoor zorgen dat gebruikers van die weg niet aan asbest worden blootgesteld. Aangezien het asbest in de toegangsweg uitsluitend wordt veroorzaakt door de fijne fractie en er dus bij droogte sprake kan zijn van stuiven, is er mogelijk sprake van risico’s. Binnen de Wet bodembescherming (Wbb) wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwe gevallen en historische gevallen van bodemverontreiniging. Voor de parameter asbest is de datum 1 juli 1993 hierbij bepalend. Bodemverontreinigingen die ontstaan zijn vóór 1 juli 1993 worden beschouwd als historische verontreinigingen. Bodemverontreinigingen die ontstaan zijn ná 1993 worden beschouwd als nieuwe gevallen waarop de zorgplicht van toepassing is. De locatie is geruime tijd (sinds 1920) in gebruik. Aannemelijk is dat de vervuiling voor 1993 is ontstaan. Aanbevolen wordt om de resultaten en vervolgstappen te bespreken met het bevoegd gezag. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vooraf gestelde onderzoekshypothese “verdacht” aanvaard.

Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Het onderzoek asbest in de toplaag t.p.v druppelzone onder asbestverdachte daken is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie “verkennend onderzoek op een verdachte locatie (verdachte toplaag) met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld”, paragraaf 6.4.5. van de NEN 5707. In afwijking van de strategie uit paragraaf 6.4.5. is in dit onderzoek alleen de toplaag (0.0-0.1 m-mv) onderzocht i.p.v. de actuele contactzone tot 0.5 m-mv. Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen andere afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen BRL SIKB 2001, 2002 en 2108. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.

oktober ’24

34

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

Aanbevelingen 1) Wanneer in het kader van herontwikkeling meer dan 25 m3 grondverzet plaatsvindt, moet dit tenminste 1 week voorafgaand aan de werkzaamheden te worden gemeld via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) als zogenaamde milieubelastende activiteit “graven in de bodem met een kwaliteit onder de interventiewaarde. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen toetsing is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. 2) Uit het onderzoek is gebleken dat de halfverhardingslaag een gehalte asbest bevat boven de interventiewaarde. Dit gehalte geeft aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De locatie is geruime tijd (sinds 1920) in gebruik. Aannemelijk is dat de vervuiling voor 1993 is ontstaan. Aanbevolen wordt om de resultaten en vervolgstappen te bespreken met het bevoegd gezag. 3) Op de locatie is een tank in een lekbak aanwezig geweest.

De exacte ligging van de tank is niet bekend. De vm. tanklocatie was ten tijde van het onderzoek niet te inspecteren. Aanbevolen wordt om het onderzoek op een later tijdstip alsnog uit te voeren.

Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op de locatie gelegen aan de Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster.

Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Geo- & Milieutechniek afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Geo- & Milieutechniek niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een oktober ’24

35

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd.

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.

oktober ’24

36

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 en verkennend onderzoek asbest in grond en puin NEN5707/NEN5897 Spitsendyk nr. 10 te Haskerdijken

6

LITERTUURLIJST 1. 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond' (Nederlandse norm 5740: oktober 2023). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (Nederlandse norm 5725:2023, oktober 2023).). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12.

NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017. 13. NTA 5755, Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek,NNI, juli 2010).

oktober ’24

37

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH)

1902

1908

1935

1955

1975

Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

1984

1994

2000

Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

BIJLAGE 3

Foto 1. Spitsendyk 10, Haskerdijken

Foto 2. Spitsendyk 10, Haskerdijken

Foto 3. Spitsendyk 10, Haskerdijken

Foto 4. Spitsendyk 10, Haskerdijken

03

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an

50

-50 2

veen, m ineraalarm , donker bruin, rest en plant en, edelm an

100 3 150

-150 4 5

200 t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

veen, m ineraalarm , neut raal bruin, rood, rest en plant en, edelm an -190

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, edelm an -200

04

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

05

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

06

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

07

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Sp it se n d yk 1 0 t e H a sk e r d ijk e n 2 4 -M 1 1 2 8 4 N EN 5 1 0 4

08

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

09

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

10

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

11

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

12

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

13

bet on / cm t ov m aaiveld

0

0

volledig bet on 1 50

-15

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, beige, edelm an -50

t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Sp it se n d yk 1 0 t e H a sk e r d ijk e n 2 4 -M 1 1 2 8 4 N EN 5 1 0 4

14

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

15

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, sporen bakst een, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, sporen bakst een, edelm an

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

16 0

bet on / cm t ov m aaiveld

0 -8

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, sporen bakst een, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

17 0

bet on / cm t ov m aaiveld

0 -20

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, beige, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

18 0

bet on / cm t ov m aaiveld

0 -12

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, crem e, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er

-50

g r on d b or in g 1 4 -0 5 -2 0 2 4

G1 0

puin / cm t ov m aaiveld

0

volledig puin, rest en asfalt , schep

50

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, schep -70 t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 1 4 -0 5 -2 0 2 4

m eet punt G1, laag 0-50, bijz. puin 672251175

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Sp it se n d yk 1 0 t e H a sk e r d ijk e n 2 4 -M 1 1 2 8 4 N EN 5 1 0 4

G2 0

puin / cm t ov m aaiveld

0

volledig puin, schep -40 50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, beige, schep

100

zand, zwak silt ig, donker beige, geel, edelm an

-95

150

200 t ype dat um boorm eest er

-200

in sp e ct ie g a t 1 4 -0 5 -2 0 2 4

G3 0

puin / cm t ov m aaiveld

m eet punt G2, laag 0-40, bijz. puin 672251172

0

volledig puin, rest en asfalt , schep

50

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, schep -70 t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 1 4 -0 5 -2 0 2 4

m eet punt G3, laag 0-50, bijz. puin 672251173

G4 0

puin / cm t ov m aaiveld

0

volledig puin, schep -40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, schep

50

-60 t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 1 4 -0 5 -2 0 2 4

m eet punt G4, laag 0-40, bijz. puin 672251174

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Sp it se n d yk 1 0 t e H a sk e r d ijk e n 2 4 -M 1 1 2 8 4 N EN 5 1 0 4

BIJLAGE 4 ANALYSECERTIFICATEN

Blad 2 van 11

Analyserapport Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

15-05-2024 Orderdatum 15-05-2024 Startdatum Rapportagedatum 22-05-2024

Spitsendyk 10 te Haskerdijken 24-M11284 14082899 - 1

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001 002 003 004 005

Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)

1 1, 01: 0-50, 03: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50 2 2, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50 3 3, 10: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50 4 4, 15: 0-50, 14: 0-50 5 5, 01: 95-145, 02: 50-100, 03: 50-100, 03: 100-150, 03: 150-190

Analyse

Eenheid

Q

monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten

gew.-% g -

S S S S

Ja 75.2 <1 geen

Ja 83.0 <1 geen

Ja 74.6 <1 geen

Ja 75.9 <1 geen

Ja 15.6 <1 geen

organische stof (gloeiverlies)

% vd DS

S

9.3

8.3

11.7

9.0

85.5

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS

S

8.6

5.2

7.1

6.9

11

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

S S S S S S S S S

36 <0.2 <3 11 0.09 48 <1.5 5.4 50

27 <0.2 <3 7.4 <0.05 22 <1.5 <4 50

24 0.24 <3 7.3 0.06 32 <1.5 4.1 58

40 0.23 <3 11 0.08 36 <1.5 10 66

<20 <0.2 <3 <5 <0.05 <10 <1.5 <4 <20

<0.01 0.05 0.03 0.22 0.14 0.13 0.11 0.14 0.12 0.13 1) 1.077

<0.01 0.05 0.02 0.21 0.11 0.14 0.08 0.13 0.11 0.12 1) 0.977

<0.01 0.05 2) 0.02 0.20 0.10 0.13 0.07 0.11 0.11 0.10 1) 0.897

<0.04 4) <0.03 4) <0.03 4) <0.03 4) <0.04 4) <0.04 4) <0.04 4) <0.03 2) 0.08 2) 0.20 1) 0.476

<1 <1 <1 <1 <1 <1

<1 <1 1.4 <1 2.8 2.9

<1 <1 <1 <1 2) 1.8 1.3

<2.3 4) <2.6 4) <2.1 4) <2.4 4) <2.3 4) <1.6

mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds

001

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.14 antraceen mg/kgds S 0.05 fluoranteen mg/kgds S 0.59 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.33 chryseen mg/kgds S 0.31 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.18 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.34 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.24 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.25 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 2.437 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds

S S S S S S

002

<1 <1 <1 <1 <1 <1

003

004

De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.

Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.

SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Sp jkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschr jving handelsregister : 24226722.

005

3)

4)

4)

Blad 3 van 11

Analyserapport Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

15-05-2024 Orderdatum 15-05-2024 Startdatum Rapportagedatum 22-05-2024

Spitsendyk 10 te Haskerdijken 24-M11284 14082899 - 1

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001 002 003 004 005

Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)

1 1, 01: 0-50, 03: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50 2 2, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50 3 3, 10: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50 4 4, 15: 0-50, 14: 0-50 5 5, 01: 95-145, 02: 50-100, 03: 50-100, 03: 100-150, 03: 150-190

Analyse

Eenheid

Q

001

002

003

004

005

PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)

µg/kgds µg/kgds

S S

<1 1) 4.9

<1 1) 4.9

2.6 1) 11.8

1.8 1) 7.7

<2.3 1) 10.92

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds

S

<5 <5 15 16 30

<5 <5 16 15 30

<5 <5 18 18 40

<5 6 27 21 50

<5 21 89 140 250

De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.

Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.

SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Sp jkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschr jving handelsregister : 24226722.

4)

Blad 4 van 11

Analyserapport Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Spitsendyk 10 te Haskerdijken 24-M11284 14082899 - 1

15-05-2024 Orderdatum 15-05-2024 Startdatum Rapportagedatum 22-05-2024

Monster beschrijvingen

001

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

002

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

003

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

004

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

005

*

De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.

Voetnoten 1 2 3 4

De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot. In verband met een storende matrix is de onzekerheid in het resultaat vergroot. De rapportagegrens is verhoogd i.v.m. het lage gehalte aan droge stof.

Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.

SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Sp jkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschr jving handelsregister : 24226722.

Blad 5 van 11

Analyserapport Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

15-05-2024 Orderdatum 15-05-2024 Startdatum Rapportagedatum 22-05-2024

Spitsendyk 10 te Haskerdijken 24-M11284 14082899 - 1

Analyse

Monstersoort

Relatie tot norm

monster voorbehandeling

Grond (AS3000)

droge stof

Grond (AS3000)

gewicht artefacten

Grond (AS3000)

Grond: NEN-EN 16179. Grond (AS3000): AS3000 en NEN-EN 16179 Grond: NEN-EN 15934. Grond (AS3000): AS3010-2 en NEN-EN 15934 AS3000 Idem AS3010-3 en NEN 5754. Grond: eigen methode. Grond (AS3000): AS3010-4 AS3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2 (ontsluiting NEN 6961 en NENEN-ISO 54321) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem

aard van de artefacten

Grond (AS3000)

organische stof (gloeiverlies)

Grond (AS3000)

lutum (bodem)

Grond (AS3000)

barium

Grond (AS3000)

cadmium

Grond (AS3000)

kobalt

Grond (AS3000)

koper

Grond (AS3000)

kwik

Grond (AS3000)

lood

Grond (AS3000)

molybdeen

Grond (AS3000)

nikkel

Grond (AS3000)

zink

Grond (AS3000)

naftaleen

Grond (AS3000)

fenantreen

Grond (AS3000)

antraceen

Grond (AS3000)

fluoranteen

Grond (AS3000)

benzo(a)antraceen

Grond (AS3000)

chryseen

Grond (AS3000)

benzo(k)fluoranteen

Grond (AS3000)

benzo(a)pyreen

Grond (AS3000)

benzo(ghi)peryleen

Grond (AS3000)

indeno(1,2,3-cd)pyreen

Grond (AS3000)

pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) PCB 28

Grond (AS3000)

PCB 52

Grond (AS3000)

PCB 101

Grond (AS3000)

PCB 118

Grond (AS3000)

PCB 138

Grond (AS3000)

PCB 153

Grond (AS3000)

PCB 180

Grond (AS3000)

som PCB (7) (0.7 factor)

Grond (AS3000)

totaal olie C10 - C40

Grond (AS3000)

Grond (AS3000)

AS3010-8 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-7 en NEN-EN-ISO 16703

Monster

Barcode

Aanlevering

Monstername

Verpakking

001 001 001 001 002 002

O1209222 O1208669 O1209218 O1208655 O1209219 O1209213

15-05-2024 15-05-2024 15-05-2024 15-05-2024 15-05-2024 15-05-2024

14-05-2024 14-05-2024 14-05-2024 14-05-2024 14-05-2024 14-05-2024

ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201 ALC201

Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=2abfcb64-06da-4fd5-b7c1-7d4f475cea79