CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Zienswijze incl. bijlagen

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Bouwplan hoek Uhlweg – K.J. Visserstraat Heerenveen (VVGB)3.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SDOMMERHOED

voce

AANGETEKEND

Burgemeester

Wethouders

en

van

Heerenveen

Postbus

15.000 8440 GA HEERENVEEN

Datum Inzake

2 februari 2026

Dossier Advocaat

251182 mr. S. Maakal

E-mail

s.maakal@dommerholt.nl

Telefoon

0513

Geacht

Bouwplan Uhlweg

—

38 te Heerenveen

/ zienswijze

433 433

College,

Inleiding In het Gemeenteblad van 22 december 2025 is, onder Nr. 561039, mededeling gedaan van een in ontwerp verleende omgevingsvergunning, die ziet op de voorgenomen bouw van een nieuwe woning op het in de aanhef genoemde adres (productie 1).

Overigens bestaat dit adres op dit moment nog ‘mijn regels op de kaart’ als volgt aangeduid:

helemaal

niet. De

ligging is echter

op de website

Uhlweg 44, 8441AG Heerenveen

Belanghebbende

(geanonimiseerd) EN

is eigenaar van het naastgelegen (aangrenzende) perceel Mijn cliënt, de eer aan de Uhlweg 44 te Heerenveen. Hij kan zich niet met het voorgenomen besluit tot vergunningverlening verenigen. Namens hem maak ik hierdoor dan ook van de gelegenheid gebruik een formele zienswijze in te dienen.

Dommerholt Abe

Advocaten

T

(0513) 43

34 33

Lenstra Boulevard 44

Postbus 225 8440 AE

Heerenveen

De

praktijk wordt

(KVK

heerenveen@dommerholt.nl www.dommerholt.nl

vinden de

nr.05081795). op

gevoerd Onze

door

Dommerholt

Advocaten

algemene voorwaarden

www.dommerholt.nl/av.pdf

en

deels

die

N.V.

zijn te

afgedrukt op

achterzijde zijn van toepassing op alle werkzaamheden.

Zienswijze De bestemming van het kadastrale perceel 11622 is weliswaar “Wonen-3” maar op de plankaart (verbeelding) is geen bouwvlak opgenomen en de bouwregels verzetten zich vervolgens ook uitdrukkelijk tegen het oprichten van enige vorm van bebouwing (aan- en bijgebouwen mogen niet worden opgericht omdat die in planologische zin nergens bij zouden horen en meer in het bijzonder niet bij een binnen hetzelfde bouwvlak toegelaten hoofdgebouw): ,

De inbreuk op het ter plaatse geldende planologische regime is met andere woorden zeer groot ook al omdat de stedenbouwkundige uitgangspunten die destijds respectievelijk ten grondslag hebben gelegen aan de vaststelling van het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Heerenveen-Noord” volledig op zijn kop worden gezet (althans voor wat betreft de hoek Uhlweg/ K. J. Visserstraat). ,

,

Cliënt voelt zich in deze mening gesterkt door de (vigerende) plantoelichting. Daaruit worden hierna de meest van belang zijnde onderdelen geciteerd:

Pagina 2 van 13

Pagina 3 van 13

Pagina 4 van 13

Ruimtelijke onderbouwing Voor wat de (ruimtelijke) onderbouwing van het in ontwerp ter visie gelegde besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning wordt in dat besluit (met het nummer 2023-543) kortheidshalve verwezen naar de bijlagen die zijn ingediend bij de aanvraag van de initiatiefneemster waaronder meer in het bijzonder ook ‘de goede ruimtelijke onderbouwing’ d. d. 5 april 2024 die is opgesteld door Bureau Schmidt ingenieurs en adviseurs te Heerhugowaard en/ of de aangepaste versie daarvan die is opgesteld op 10 juli 2025. ,

,

,

,

Op pagina 8 van het in de vorige alinea bedoelde stuk wordt gesteld dat het hier om een zogenoemde inbreidingslocatie zou gaan. In verband daarmee wordt verwezen naar de brief van uw college van 21 februari 2023 met het kenmerk Z. 22. 379073 (productie 2). Daarin staat inderdaad dat hier sprake is van een inbreidingslocatie maar niet waarop die aanwijzing berust. Er lijkt dan ook veeleer sprake te zijn van een willekeurig gevormde mening c. q. beoordeling van de behandelende ambtenaren dan dat deze status bijvoorbeeld ontleend zou kunnen worden aan een door uw college of zelfs de gemeenteraad vastgesteld stuk zoals een beleidsnota. ,

,

,

,

Cliënt betwist uitdrukkelijk dat hier sprake is van een inbreidingslocatie. Het tegendeel blijkt immers uit de hiervoor geciteerde toelichting die behoort bij het ter plaatse geldende (vigerende) ,

bestemmingsplan. En het is dan ook geenszins zo dat deze beleidsuitgangspunten inmiddels zouden zijn achterhaald door de vaststelling van de Omgevingsvisie van Heerenveen zoals in de brief van 21 februari 2023 – ten onrechte – wordt gesuggereerd. Een concreet onderdeel van deze visie wordt in dit verband ook niet aangehaald en een verwijzing naar een bepaalde paragraaf of bladzijde ontbreekt in het geheel (!). ,

Ontwikkelingslocatie In de ruimtelijke onderbouwing wordt – dus – gesproken over een ‘inbreidingslocatie’ maar dat is uiteraard nog iets heel anders dan het begrip ‘ontwikkelingslocatie’ dat (als enige) voorkomt in de plantoelichting. Deze toelichting is hiervoor geciteerd voor zover het meest van belang voor de beoordeling van het in geschil zijnde bouwplan. Daaruit blijkt ook welke criteria gelden voor wat de toepassing betreft (kort samengevat): ,

,

,

-

-

-

Er moet sprake zijn van een aanwijzing als ontwikkellocatie in de zin van de plantoelichting ; De ontwikkeling moet passen binnen het woningbouwprogramma van de gemeente en de Provincie Fryslân ; Er mogen geen belemmeringen zijn voor wat betreft geluid/ akoestiek ; Uitgangspunt in stedenbouwkundig opzicht is de bestaande maatvoering.

Pagina 5 van 13

Aan deze criteria wordt niet voldaan. In dat verband is tevens van belang dat dit ook door de gemeente zelf al in een vroeg stadium is geconstateerd. Ik verwijs in dit verband kortheidshalve naar de brief die op 21 februari 2024 (toevalligerwijs precies een jaar later als de als productie 2 overgelegde brief uit 2023) is verzonden aan de initiatiefneemster. Een kopie van de betreffende brief (uit 2024) wordt hierbij overgelegd als (productie 3). In deze brief wordt gewezen op het feit dat nog diverse gegevens ontbreken alvorens op de bij de gemeente ingediende aanvraag beslist kan worden. Dit betreft onder meer doch niet uitsluitend de onderwerpen geluid en de milieu-hygiënische inpassing in de omgeving (meer specifiek de effecten voor de bedrijfsuitoefening van Klein Design. Dit betreft (zoals bekend) een onderneming die zich blijkens de inschrijving bij de Kamer van Koophandel richt op onder meer het vervaardigen van meubels. Deze activiteiten vallen onder categorie 31000 uit de lijst van het Centraal Bureau voor de Statistiek (SBI-codes). In milieu-hygiënische zin zijn ze ingedeeld in categorie 3. 2. Dat blijkt (ook) uit de bedrijvenlijst die als bijlage 2 is opgenomen bij de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan: ,

,

,

Ad 1.

Om te beginnen is dus geen sprake van een ‘ontwikkellocatie’ als bedoeld in de plantoelichting. Uiteraard is het ook niet meer mogelijk om achteraf nog één of meer van dit soort locaties aan te wijzen. Bepalend is zoals te doen gebruikelijk de situatie ten tijde van de vaststelling dan wel inwerkingtreding van het ter plaatse geldende bestemmingsplan (peildatum). Alleen bestaande rechten hoeven immers te worden gerespecteerd. Ad 2. In paragraaf 1. 3 van de ambtelijke adviesnota die is behandeld in de vergadering van uw college van 11 november 2025 staat met betrekking tot dit onderwerp (productie 4):

“Een belangrijk criterium dat bij woningbouwplannen wordt gehanteerd is dat er voldoende woningbouwcontingent beschikbaar moet zijn. Omdat voor de kern van Heerenveen geen ,

contingent van toepassing is vormt dit geen belemmering voor onderhavig plan”. ,

Ook dit criterium wijkt af van de plantoelichting. Hierin wordt immers de voorwaarde gesteld dat iedere nieuwe woning moet passen binnen de op provinciaal afgesproken kaders voor de woningbouw. Datzelfde blijkt ook (nog altijd) uit de brief van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 14 juli 2022 (verzenddatum) aan Burgemeester en Wethouders van Opsterland als penvoerder voor de regio Zuidoost Fryslân op het gebied van regionale woningbouwafspraken. In deze brief staat immers in de slotalinea: ,

“Wij verwachten dat deze woningbouwafspraken door de regio of door de gezamenlijke gemeenten zullen worden vertaald in een regionaal dan wel gemeentelijk uitvoeringsprogramma/ woningbouwprogramma. Dit is nodig opdat wij op grond van artikel 3. 1. 1 van de Verordening Romte Fryslân kunnen instemmen met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die woningbouw bevatten (bestemmingsplannen dan wel omgevingsplannen)”.

Pagina 6 van 13

Van een ‘vertaling’ als bedoeld in de vorige alinea is voor zover de waarnemingen van belanghebbende strekken nog geen sprake. Van provinciale instemming c. q. goedkeuring geldt om die reden hetzelfde. ,

,

Verder zij opgemerkt dat uit de brief zelf uiteraard ook nog geen instemming c. q. goedkeuring kan en mag worden afgeleid voor de toevoeging van een ‘ontwikkellocatie’ als hier in het geding is. Daarvoor is de inhoud te zeer in algemene bewoordingen gesteld. Enige verwijzing naar het onderhavige plangebied ontbreekt immers bijvoorbeeld zodat het ‘thema’ van binnenstedelijk programmering alleen wel heel in het algemeen aan de orde komt en zich niet leent voor de toepassing in concrete gevallen. Indien en voor zover dat aan de orde kan zijn vergt dat met andere woorden een nadere toelichting en concrete onderbouwing. Die ontbreekt. ,

,

Ad 3. Voor wat betreft de beoordeling van de milieu-hygiënische aspecten van het voorgenomen besluit tot vergunningverlening ontbreekt een specifieke motivering in dat besluit zelf. Volstaan wordt met een verwijzing naar de in opdracht van de initiatiefneemster opgestelde ruimtelijke onderbouwing.

Specifiek met betrekking tot het onderwerp geluid staat in het ontwerpbesluit: “Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd in september 2024. Uit dit onderzoek volgt dat het milieuaspect geluid de ontwikkeling niet in de weg staat”.

Om ‘achter de schermen te kunnen kijken’ heeft belanghebbende een WOO-verzoek bij uw college ingediend. Dit heeft onder andere als resultaat opgeleverd dat gebleken is dat er een ‘wonderlijke’ discussie heeft plaatsgevonden met de initiatiefneemster en haar adviseurs. In dit verband verwijs ik om te beginnen naar het mailbericht dat p donderdag 18 juli 2024 op ambtelijk niveau is verzonden aan de FUMO. Dit bericht maakt onderdeel uit van een complete serie. Voor het goede begrip en de leesbaarheid c. q. verifieerbaarheid wordt de hele serie overgelegd als bijlage bij deze zienswijze (productie 5):

“Hierbij nog een vraag met betrekking tot akoestiek en regelgeving. Er is een aanvraag ingediend onder de oude wetgeving Aangezien dit problemen geeft met betrekking tot een dove gevel

wil men graag dit beoordeeld hebben onder de nieuwe regelgeving. Dan blijkt de maximale ontheffingswaarde (lees: grenswaarde) niet overschreden te worden en kan volstaan worden met alleen gevelmaatregelen. Hoe sta jij hierin om dit zo op te lossen? Kan je zomaar de rekenmethode en beoordelingsmethodiek toepassen onder de oude wetgeving? ,

Nb. Er zou ook nog een hogere waarde nodig zijn volgens mij op grond van de oude Wet geluidhinder. Daar wordt niet over gerept. Die maakt gebruik van een andere rekenmethode en beoordelingssystematiek. Er wordt overigens aangegeven dat in overleg met het bevoegd gezag een keuze is gemaakt om aan te sluiten bij de Omgevingswet onder de ‘oude wetgeving’. Hier herken ik mij niet in”. En verder (mailbericht van woensdag 24 juli 2024 van de gemeente aan de FUMO):

“Dit is wel weer een wonderlijke gang van zaken (…). Ik las dat de geluidbelasting van het bedrijf van Klein op de nieuwe woning 54 dB(A) bedraagt. Hoe borgen we dat dit bedrijf door de bouw van de woning niet in de knel komt? We hebben met dit bedrijf eerder gedoe gehad (…)

Pagina 7 van 13

Bovendien las ik ergens dat daar alleen bedrijven in categorie 1 en 2 zijn toegestaan maar dat is niet juist. Ter plekke zijn bedrijven toegestaan onder categorie 1 2 en 3”. ,

,

Dat brengt belanghebbende op het volgende. Bedrijven en milieuzonering De afstand van de aan de overkant van de straat gevestigde meubelmakerij/ -spuiterij bedraagt in dit geval minder dan de helft van de in algemene zin voorgeschreven afstand van tenminste 30 meter:

Enige motivering voor deze afwijking laat staan: een deugdelijke onderbouwing ontbreekt in het voorgenomen besluit tot vergunningverlening. In plaats daarvan wordt in paragraaf 4. 7. 1 van de rapportage van Bureau Schmidt slechts een toelichting geschreven die uitsluitend ontleend te zijn aan de planschade-risicoanalyse die is opgesteld door Langhout & Wiarda. Als ruimtelijke Onderbouwing schiet dat uiteraard tekort. Hiervoor is de planschadeanalyse ook niet bedoeld. ,

,

,

Overigens lijkt het erop dat bij de milieu-hygiënische beoordeling van de voorliggende aanvraag door Bureau Schmidt ten onrechte is uitgegaan van een indeling van de bedrijfsactiviteiten van de meubelmakerij en -spuiterij in kwestie in milieucategorie 2. Ook dat is dus in ieder geval een omissie. Aldus bestaat aanleiding om in objectieve zin te twijfelen aan de stelling op pagina 18 van de rapportage van Bureau Schmidt dat in dit geval het wegverkeer maatgevend zou zijn voor wat betreft het goede woon- en leefklimaat van omwonenden waaronder belanghebbende. In plaats daarvan zou bij nader inzien immers net zo goed de geluidproductie van de aan de overzijde van de straat toegelaten vormen van bedrijven t/m milieucategorie 3. 2 (!) maatgevend kunnen zijn. ,

In dit verband rijst tevens de vraag in hoeverre er is uitgegaan van een representatieve bedrijfssituatie uitgaande van de maximale invulling van de bouw- en gebruiksmogelijkheden (in de zin van: productierechten) die het ter plaatse geldende planologische regime nog altijd biedt ondanks het feit dat daar mogelijkerwijs niet volledig gebruik van wordt gemaakt door het bedrijf Klein Design. ,

,

De bedoelde fout werkt vervolgens uiteraard ook door in de beoordeling van de akoestische situatie ter plaatse.

Pagina 8 van 13

Dit onderwerp zal dus – andermaal – opnieuw onderzocht moeten worden en aan de hand van een aangepast/ nieuw rapport zou moeten blijken dat de te verwachten milieueffecten ‘meevallen’ zoals nu zonder dan wel zonder afdoende onderbouwing eenvoudigweg gesteld wordt in het geluidrapport waarnaar verwezen wordt in de door Bureau Schmidt opgestelde ruimtelijke onderbouwing. ,

Aan het slot van paragraaf 4. 6. 2 van de (aangepaste) rapportage van Bureau Schmidt (in de tweede versie) staat:

“Op basis van paragraaf 6. 4 concluderen wij dat er geen sprake is van een onevenredige afbreuk van het bedrijfsklimaat van de omliggende bedrijven en de mogelijkheden op het bedrijventerrein. Wel is het benodigd om de rechten van Klein Design met maatwerkvoorschriften vast te leggen zodat zowel het bedrijfsklimaat als de geluidbelasting op de woning geborgd is. ,

Wanneer bovenstaande in acht wordt genomen is er met betrekking tot het milieuaspect geluid sprake van een goede ruimtelijke ordening. Het milieuaspect staat de ontwikkeling hiermee niet in de weg”. ,

Ook deze conclusie kan gelet op (al) het vorenstaande niet langer worden getrokken. De vereiste ruimtelijke onderbouwing daarvoor ontbreekt immers. Sterker nog de feiten zijn nog niet ,

eens duidelijk en dat is in strijd met de artikelen 3:2 en 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Daarnaast is voor zover de waarnemingen van belanghebbende strekken tot op heden nog op geen enkele wijze in juridische zin geborgd dat aan de betreffende voorwaarde voldaan kan en blijvend zal worden terwijl dat wel nodig is om de bedoelde (verstrekkende) conclusie te kunnen rechtvaardigen (!). ,

,

En wat vindt Klein Design hier eigenlijk zelf van? Heeft men wel door dat er van de onderneming gevraagd wordt om in te leveren op de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden en dat mogelijkerwijs zelfs zeer substantieel? Voorwaardelijke verplichtingen

Op diverse andere plekken in het bestreden (ontwerp) besluit en de daaraan ten grondslag liggende rapportages en/ of berekeningen wordt uitgegaan van vergelijkbare voorwaarden en/ of bedingen waaraan – in ieder geval – voldaan zou (zal) moeten worden om tot het verlenen van ,

de gevraagde vergunning te kunnen overgaan. Bijvoorbeeld doch niet uitsluitend gaat het hierbij om voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. ,

,

Ook voor deze onderwerpen geldt dat een en ander niet in juridische zin is geborgd door bijvoorbeeld één of meer voorwaarde verplichtingen als voorwaarde(n) op te nemen in het (ontwerp) besluit tot vergunningverlening. Dat is een omissie die als het ooit zover zou kunnen komen (wat op voorhand door belanghebbende wordt betwist) in ieder geval ook alsnog hersteld ,

,

,

zal moeten worden. Ad 4.

Ook in stedenbouwkundig opzicht wordt tenslotte niet voldaan aan de in de plantoelichting gestelde criteria. Van een ‘bestaande’ maatvoering is immers geen sprake. Daarnaast is van belang dat destijds bij de vaststelling van het ter plaatse geldende bestemmingsplan bewust is gekozen voor een bufferstrook terwijl er geen sprake is van het benodigde ‘zwaarwegende algemene belang’ dat een afwijking van dit principe zou kunnen rechtvaardigen. Ter nadere toelichting wordt het volgende opgemerkt. ,

,

,

Pagina 9 van 13

Binnenstedelijk verdichten In zijn vergadering van 14 april 2014 heeft de toenmalige gemeenteraad van Heerenveen een motie aangenomen waarin Burgemeester en Wethouders werd gevraagd een beleidsnotitie op te stellen met daarin de kaders waarbinnen in planologische zin medewerking zou kunnen worden verleend aan het invullen van zogenoemde inbreidingslocaties. Dit om te voorkomen dat nog langer sprake zou zijn van ‘kansloze’ aanvragen die tot dat moment ook telkens afzonderlijk werden beoordeeld op hun merites. ,

Dit proces heeft geleid tot de vaststelling van de beleidsnotitie “Binnenstedelijk verdichten”. Deze notitie staat (blijkens informatie die te vinden is op de gemeentelijke website) weliswaar op de nominatie om geactualiseerd te worden maar is tot op heden nog altijd niet geldend beleid en is meer in het bijzonder ook nooit ingetrokken (!). ,

In paragraaf 4. 3 van de in de vorige alinea bedoelde beleidsnota staan de verschillende (deel-) belangen die – in ieder geval – tegen elkaar afgewogen behoren te worden bij de beoordeling van een concrete aanvraag om ‘bouwvergunning’. Daarbij gaat het onder andere doch niet uitsluitend om de stedenbouwkundig verantwoorde inpassing (paragraaf 4. 3. 3): ,

,

“In de derde plaats bestaat er een duidelijke relatie tussen het verdichten en de bestaande stedenbouwkundige structuur. Een eventuele verdichting moet stedenbouwkundig inpasbaar zijn. Dat wil zeggen dat een eventuele verdichting moet passen binnen een ‘doelmatige esthetische en technisch verantwoorde vormgeving van ruimten’ (definitie ontleend aan: www. egbertstolk. nl). Het gaat daarbij om zaken als bouwen in (of achter) dezelfde rooilijn een goede verhouding met de omliggende bebouwing qua karakteristiek bouwmassa en bebouwingsdichtheid en een directe ontsluiting vanaf de openbare weg”. ,

,

,

Belangenafweging

Aldus het bepaalde op pagina 9 van de geciteerde beleidsnota (paragraaf 4. 4. 2).

Pagina 10 van 13

Dit alles heeft geleid tot de vaststelling van het volgende algemene uitgangspunt van beleid (paragraaf 7 slot): ,

In de brief van 21 februari 2023 wordt gesteld voor zover hier het meest van belang: ,

“Eerder werd strikt gekeken of er bij een inbreidingsplan sprake was van een stedenbouwkundige verbetering er een milieutechnisch knelpunt werd opgelost of leegstaande/ verouderde (bedrijfs-) ,

bebouwing werd vervangen. Deze aspecten wegen nog steeds mee maar als hier geen sprake van is hoeft dat niet te betekenen dat geen medewerking kan worden verleend”. ,

,

Waarom dat niet meer zou hoeven en waar ook met zoveel woorden staat dat dit niet langer de criteria zijn wordt niet toegelicht in de brief van 23 februari 2023. Hetzelfde geldt ook voor het in ontwerp ter visie liggende document (de ontwerp omgevingsvergunning) omdat daarin immers per saldo slechts terug wordt verwezen naar de door de initiatiefneemster opgestelde ruimtelijke onderbouwing waarin slechts terug wordt verwezen naar de brief van 23 februari 2023. ,

,

,

Kortom er is/ wordt telkens in hele mooie cirkels geredeneerd. Maar feitelijk wordt er helemaal niks gezegd. Meer precies: een rechtvaardiging voor de afwijking van het tot op heden – telkens consequent – gevoerde ruimtelijke ordeningsbeleid van de gemeente Heerenveen (gemeenteraad en college van Burgemeester en Wethouders) wordt nergens gegeven. Als motivering schiet dat uiteraard schromelijk tekort. De gemeenteraad had op basis van deze zelfde stukken en argumenten dan ook nooit mogen besloten de benodigde verklaring van geen bedenkingen (in ontwerp) af te geven. ,

Het vorenstaande is reeds voldoende voor intrekking dan wel vernietiging van het voorgenomen besluit tot vergunningverlening. Daarbij komt tenslotte nog het volgende. Memo

Op 9 november 2022 is op ambtelijk niveau een memo opgesteld waarin wordt gesteld dat de inhoud van de notitie “Binnenstedelijk verdichten” nog steeds geldend beleid is omdat deze inzichten overeenkomen met de Omgevingsvisie van Heereenveen en daarin zijn overgenomen. Een kopie van deze memo wordt overgelegd als (productie 6) behorende bij deze zienswijze. In het betreffende stuk wordt toegelicht dat en waarom de voorliggende (actuele) aanvraag nog altijd in strijd is met de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingsvisie: ,

,

,

,

Pagina 11 van 13

“In de Omgevingsvisie is beschreven dat wordt ingezet op het versterken van de omgevingskwaliteit. Daarbij is onder meer benoemd dat een plan leidt tot een stedenbouwkundige verbetering het oplossen van een milieutechnisch knelpunt of vervanging van leegstand/ verouderde (bedrijfs-)bebouwing. Daarnaast wordt het bijdragen aan het bestaande woningaanbod genoemd. ,

Er is geen sprake van (etc. ). Het eerder ingenomen standpunt over de wenselijkheid van een woning is derhalve niet gewijzigd. Gelet op de gehanteerde uitgangspunten is de bouw van een woning niet wenselijk”. Het principebesluit om in planologische zin toch mee te werken aan het voorliggende verzoek zoals de aanvraagster dat heeft verwoord in haar brief van 8 september 2022 aan uw college is genomen in de periode voor 21 februari 2023 (dat moet immers wel). Maar toen was er nog geen sprake van een ruimtelijke onderbouwing. Die is immers pas nadien opgesteld (op dit document staat als datum vermeld: 5 april 2024). Dus hoe was het eigenlijk mogelijk om in de periode voor die tijd tot een weloverwogen besluit te komen? Dat lijkt helemaal niet mogelijk (…). En dat klemt uiteraard temeer nu het hier gaat om een fundamentele breuk met het gemeentelijke ruimtelijke ordeningsbeleid zoals dat tot voor kort werd gevoerd inclusief belangenafweging rondom onder andere de stedenbouwkundige structuur van de omgeving. ,

,

,

,

Verklaring van geen bedenkingen De gemeenteraad van Heerenveen heeft in zijn vergadering van donderdag 11 december 2025 besloten om de benodigde verklaring van geen bedenkingen in ontwerp af te geven. Zulks op basis van het voorstel van uw college waarvan een kopie wordt overgelegd als (productie 7) behorende bij deze zienswijze. Ook in dit voorstel wordt dus nog altijd geen adequate motivering gegeven van de voorgenomen afwijking(en) ten opzichte van de regels van het ter plaatse geldende Omgevingsplan (tijdelijk deel) en het gemeentelijke ruimtelijke ordeningsbeleid inclusief ,

,

Omgevingsvisie. Daarnaast is in ieder geval ook nog steeds geen enkele aandacht besteed aan de belangen van de diverse omwonenden in het plangebied waaronder die van cliënt. ,

Tevergeefs heeft cliënt geprobeerd om de gemeenteraad nog tijdig (voordat de besluitvorming in de voltallige raad zou worden afgerond) op andere gedachten te brengen. Hij heeft dat gedaan door in te spreken tijdens de vergadering van de commissie ROM van 4 december 2025. Een kopie van de bij die gelegenheid voorgedragen spreekaantekeningen wordt thans overgelegd als (productie 8) behorende bij deze zienswijze. Verzocht wordt om de inhoud hiervan als op deze plaats geheel herhaald en ingelast te beschouwen.

Omdat de woon- en leefsituatie van cliënt in zijn beleving onaanvaardbaar zou worden aangetast door de aanwezigheid van een nieuwe woning op een hele korte afstand tot zijn eigen woning en erf alsmede door het feit dat aldus sprake zou zijn van een substantieel intensiever gebruik dat feitelijk van dit perceel zou (kunnen) worden gemaakt dient ook om die reden van het voornemen tot vergunningverlening te worden afgezien. ,

,

Tenslotte speelt in dit verband de schade ook een rol die cliënt zou lijden als gevolg van het voorgenomen besluit tot vergunningverlening waarbij tevens in de overwegingen betrokken dient te worden dat een deel daarvan niet (meer) wordt vergoed wegens ‘normaal maatschappelijk’ risico en dat dit percentage de afgelopen jaren steeds hoger wordt zodat gedupeerde belanghebbenden feitelijk niet of nauwelijks meer worden gecompenseerd voor de ‘offers’ die zij moeten brengen voor het individuele profijt en gewin van particuliere initiatiefnemers zoals hier ook het geval is. ,

,

Pagina 12 van 13

MET CONCLUSIE: Namens cliënt roep ik uw college hierbij op om de in geschil zijnde vergunning die thans nog slechts in ontwerp is verleend niet in een definitieve vorm te verlenen en na heroverweging in plaats daarvan te besluiten de daaraan ten grondslag liggende aanvraag alsnog af te wijzen c. q. te weigeren dan wel (subsidiair) slechts in aangepaste vorm te verlenen (waarbij in voldoende mate tegemoet wordt gekomen aan de door belanghebbende gesignaleerde onderdelen). ,

,

,

Met vriendelijke groet

,

S. Maakal

Pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=3801d653-8a72-409b-a6ae-8d64177daf66