Bijlage 1 - Uitgangspositie lokaal uitvoeringsprogramma bij de regionale visie op wonen, zorg en welzijn
Tekst van het document
Portefeuillehouder Sybrig Sytsma Datum 5 november 2025 Opsteller Thijs van der Wal
Heerenveense uitgangspositie voor het uitvoeringsprogramma o.b.v. de regionale woonzorgvisie Zuidoost Fryslân De tussenstap Op 12 mei 2025 is de “Regionale visie wonen, welzijn en zorg Zuidoost Fryslân’ vastgesteld. In de visie worden aan de hand van vier pijlers de centrale opgaven voor gemeenten behandeld: versterken van de Mienskip, langer zelfstandig wonen van ouderen, de opvang en huisvesting van aandachtsgroepen, en werken aan een toekomstbestendig woonzorglandschap. Vanuit deze regionale visie worden in de vijf Zuidoost Fryslângemeenten lokale uitvoeringsprogramma’s gemaakt om de ambities uit de regionale visie te vertalen in concrete acties, rekening houdend met de specifieke situatie in elke gemeente. Het opstellen en vaststellen van een dergelijk uitvoeringsprogramma is een collegebevoegdheid. Om richting mee te geven vanuit de gemeenteraad richting college, is bij de raadsbehandeling van de visie afgesproken om een ‘tussenstap’ te doen. In deze notitie wordt de uitgangspositie van de gemeente Heerenveen per pijler aangegeven, vanuit de gemeenteraad. Pijler 1: Versterken Mienskip De raad geeft op het punt van Mienskip aan het college mee om in te zetten op de Mienskip, omdat een krachtige Mienskip de kwaliteit van het leven in de kernen versterkt en ook omdat hier een sterkte preventieve werking van uitgaat.
In veel kernen is de Mienskip al best sterk of vraagt de ondersteuning / versterking daarvan niet veel middelen of tijdsinzet. Waar de Mienskip minder sterk ontwikkeld is, kan de gemeente dit niet op eigen kracht vergroten, omdat Mienskip uit de samenleving zelf moet komen. Wel kan de gemeente beginnende initiatieven ondersteunen, bijvoorbeeld met welzijnswerk of dorpsondersteuning. Daarbij vraagt de raad met name inzet in een aantal wijken van de kern Heerenveen zelf, waar de Mienskip niet altijd vanzelf ontstaat en anders van karakter is dan in een klein dorp. Ontmoeten is een belangrijke basis voor meer sociale samenhang. De raad vraagt het college om goed in beeld te brengen of er overal in de gemeente voldoende gelegenheid is tot ontmoeten nabij huis, waarbij breder gekeken moet worden dan alleen fysieke ruimten in gebouwen. Door meer samen te werken met andere partners zijn er mogelijk meer plekken algemeen open te stellen voor omwonenden (te denken valt aan zorginstellingen, maar ook kerken en sportverenigingen). Het is belangrijk om de bewoners nauw te betrekken bij deze zoektocht en in overleg te treden waar er concreet behoefte aan is.
Pijler 2: Langer zelfstandig thuis De raad geeft het college mee om bij het huisvestingsvraagstuk in een vergrijzende samenleving in te zetten op het toevoegen van meer voor ouderen geschikte woningen, en daarbij te kijken naar logische locaties (nabij voorzieningen) en een gezonde mix van oud en jong in grotere nieuwbouwprojecten. Daarnaast biedt ook de bestaande woningvoorraad
potentie, Heerenveen heeft al veel gelijkvloerse woningen maar een groot deel daarvan wordt niet bewoond door ouderen. Hier kan in de woonruimteverdeling gerichter op gestuurd worden. De raad geeft aan het college mee dat beide kanten van het vraagstuk belangrijk zijn. Zet in op het stimuleren van doorstroming van senioren naar een meer geschikte woning, door middel van voorlichting en ondersteuning. Maar hou er tegelijkertijd rekening mee dat veel ouderen het liefst niet willen verhuizen, omdat zij gehecht zijn aan de buurt en daar hun sociale netwerk hebben. Ook deze inwoners moeten worden ondersteund in hun behoefte. Pijler 3: Opvang en uitstroom aandachtsgroepen De raad verwacht van het college regie op dit vraagstuk, in lijn met de aankomende Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. Het is uiteindelijk een collectief maatschappelijk belang om te voorkomen dat er in bepaalde buurten een cumulatie van mensen met een kwetsbare achtergrond ontstaat. Door in te zetten op het toevoegen van betaalbare huurwoningen (onder de 1e aftoppingsgrens) in meer kernen en buurten kan een betere spreiding worden bereikt. Dit algemeen belang mag zwaarder wegen dan het persoonlijk belang van direct omwonenden.
De raad heeft aan het college mee om de samenwerking met andere betrokken partners (woningcorporaties, zorginstellingen, welzijn, vluchtelingenwerk, etc) te versterken en de gezamenlijke inzet en ambitie op dit punt te vergroten. Pijler 4: Toekomstbestendig woonzorglandschap De raad geeft aan het college mee om lokale zorgvraagstukken zo veel mogelijk lokaal op te lossen, omdat lokale worteling voor veel doelgroepen belangrijk is. In sommige situaties is samenwerking in de regio echter belangrijk, bijvoorbeeld wanneer een doelgroep te klein is om per gemeente efficiënt op te kunnen vangen of wanneer een doelgroep een grotere mate van specialistische kennis in de aanpak nodig heeft. Hierover kan Heerenveen afspraken maken met de vier andere regiogemeenten. De raad begrijpt dat het bij een toenemend personeelsgebrek onontkoombaar is om in te zetten op verhoging van zorgverleningsefficiëntie door clustering van zorgvraag onder minder verschillende partijen per dorp. Wel geeft ze daarbij aan het college mee dat de keuzevrijheid daarbij niet geheel mag verdwijnen en dat er oog moet zijn voor lokale verankering en lokale maat. Clustering van zorgaanbod zou er idealiter juist voor moeten zorgen dat er per kern een vaste contactpersoon vaker aanwezig en aanspreekbaar is.