Bijlage 1 - Treasurystatuut Heerenveen 2026
Tekst van het document
Treasurystatuut 2026 gemeente Heerenveen Versie 17 oktober 2025
De raad van de gemeente Heerenveen; Gelet op het bepaalde artikel 212 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen het Treasurystatuut gemeente Heerenveen 2026. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begrippenkader In dit statuut wordt verstaan onder: •
• • • • •
• •
• • • •
•
• •
1
Derivaten: verhandelbare contracten met als onderliggende waarde een geldlening (of belegging). Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Financiering: het inzetten van eigen vermogen of het aantrekken van benodigde financiële middelen op de geld- en kapitaalmarkt. Geldstromenbeheer: het managen van de geldstromen, zowel binnen de gemeente als tussen de gemeente en derden (betalingsverkeer). Liquiditeitenbeheer: het aantrekken en uitzetten van liquide middelen. Liquiditeitenplanning: een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid. Makelaar: een (geld)makelaar of broker is een tussenpersoon die bemiddelt tussen twee partijen bij het tot stand brengen van financiering en desgewenst andere financiële contracten, waarvoor hij na het afsluiten van de transactie wordt vergoed middels een bemiddelingsprovisie (fee). Onderhandse geldlening: lening, waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geld gevende partij worden vastgesteld. Publiek belang: van een publiek belang is eerst sprake wanneer de overheid zich de behartiging van een maatschappelijk belang aantrekt op grond van de overtuiging dat dit belang anders niet goed tot zijn recht komt 1.
Rating: de inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. Renterisico: het risico van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten door rentewijzigingen. Rentevisie: toekomstverwachting over de renteontwikkeling. Schatkistbankieren: het door de decentrale overheden verplicht aanhouden van (tijdelijk) overtollige middelen in de schatkist bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën. Treasuryfunctie: de treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer. Uitzetting: het beheren van eigen vermogen en andere financiële middelen voor een periode langer dan één jaar; WRR: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
Definitie uit “Het borgen van publiek belang”, rapport WRR, SDU uitgevers Den Haag, 26 april 2000
2
Artikel 2 Doelstellingen van de treasuryfunctie De treasuryfunctie van de gemeente heeft tot doel: 1. Een risicomijdende uitvoering van de Treasuryfunctie binnen de kaders van hiervoor, onder juridische samenhang, aangehaalde wet- en regelgeving. 2. Het verzekeren van een duurzame toegang tot de financiële markten. 3. Het tijdig aantrekken van voldoende financieringsmiddelen teneinde het in de jaarlijkse begroting vastgelegde beleid te kunnen uitvoeren (= beschikbaarheid). 4. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de treasuryfunctie (= risicominimalisatie) 5. Het beperken van de rentekosten van leningen en het bereiken van voldoende rendement op overtollige middelen (= rente-optimalisatie). 6. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities (= kosten-minimalisatie). Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; HOOFDSTUK 2 RISICOBEHEER Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer Voor risicobeheer gelden de volgende uitgangspunten: 1. Uitzettingen (van overtollige liquide middelen) in het kader van de treasuryfunctie zijn niet gericht op het genereren van inkomsten door het aangaan van overmatig risico. 2. De treasury activiteiten worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning.
De liquiditeitenplanning is gericht op de korte termijn (één jaar) en op de lange(re) termijn (meerjarig). 3. Aangaan van leningen en uitzetting van middelen geschied in principe ten behoeve van een publieke taak. 4. Er wordt geen gebruik gemaakt van derivaten. Artikel 4 Renterisicobeheer 1. Renterisicobeheer heeft tot doel de invloed van rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente te beperken. Wij voeren dit uit conform de wet Fido. 2. De rentevisie wordt één keer per jaar bij de opmaak van de begroting opgesteld. HOOFDSTUK 3 GEMEENTEFINANCIERING Artikel 5 Financiering Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten: 1. Financieringen worden in principe aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak; 2. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken om het renteresultaat te optimaliseren; 3. Het aantrekken van financiering gebeurt tegen zo gunstig mogelijke condities; 4. Het aantrekken van financieringsmiddelen geschiedt op basis van het principe van integrale financiering op basis van een recente (meerjarige) liquiditeitsprognose.
3
Artikel 6 Uitzetten van (tijdelijke) overtollige financieringsmiddelen 1. Tijdelijke overtollige financieringsmiddelen houden we in principe aan in de schatkist van het Rijk; conform de regelgeving behorende bij het schatkistbankieren. 2. Uitzettingen geschieden daarnaast uitsluitend bij financiële instellingen met tenminste een AA-rating, toegekend door tenminste 2 gezaghebbende rating-bureaus; of bij organisaties die direct of indirect door de Nederlandse staat worden gegarandeerd, al dan niet door tussenkomst van een makelaar die geregistreerd staat bij de AFM en daarvan een vergunning als makelaar heeft ontvangen en/of onder toezicht staat van een centrale bank in de Europese Unie; Artikel 7 Verstrekken en garanderen van geldleningen 1. We verstrekken en/of garanderen geldleningen aan door de raad aangewezen organisaties uit hoofde van het publiek belang op grond van de wet Fido. 2. De raad oordeelt omtrent de publieke taak aan de hand van een gemotiveerd voorstel van het College van B&W op grond van artikel 160 lid 1 sub juncto artikel 169 Gemeentewet. 3. Verstrekken en/of garanderen van geldleningen geschiedt op grond van het daarvoor opgestelde toetsingskader (zie bijlage 1). Artikel 8 Relatiebeheer De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities bij af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: 1.
Bij gebruikmaking van bankrelaties dient deze instelling een kredietwaardigheid te hebben van minimaal een AA-rating, afgegeven door tenminste twee ratingbureau ’s overeenkomstige de uitgangspunten van de wet Fido; 2. Het gebruik van makelaars is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. Zij dienen geregistreerd te staan bij de AFM, en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen en/of onder toezicht te staan van een centrale bank in de Europese Unie; b. Zij bemiddelen in financieringen met andere (decentrale) overheden of instellingen met minimaal een AA-rating, afgegeven door tenminste twee ratingbureau ‘s overeenkomstig de uitgangspunten van de wet Fido. c. Zij verklaren geen bemiddelingsprovisie van de geldgever ontvangen te hebben; d. De bemiddelingsprovisie wordt meegenomen in de vergelijking van de totale financieringskosten; e. De maximale provisie bedraagt de netto contante waarde van 0,01%, gerekend over looptijd en hoofdsom van de lening; f. Als de provisie meer bedraagt dan 0,01%, dan besluit de directie hierover. Bedraagt de bemiddelingsprovisie meer dan 0,02% dan dient het college hiervoor vooraf goedkeuring verleend te hebben; g. Provisienota’s worden direct aan de gemeente gestuurd en separaat betaald. 3.
Financiële instellingen dienen onder Nederlands - of anderszins Europees toezicht te vallen; HOOFDSTUK 4 KASBEHEER Artikel 9 Geldstromenbeheer Voor het beheer van de geldstromen verwijzen wij naar de uitgangspunten zoals deze zijn beschreven in artikel 2 en 4 van dit statuut.
4
HOOFDSTUK 5 ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE Artikel 10 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle Voor de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasury-activiteiten zijn eenduidig en schriftelijk vastgelegd; 2. De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat: • De uitvoering rechtmatig en doelmatig is; • De treasury-activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd; • De juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn; 3. Bevoegdheden worden via delegatie en mandaat schriftelijk vastgelegd; 4. Bij de uit te voeren treasury-activiteiten vindt functiescheiding plaats met als belangrijkste voorwaarden: • Iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (vierogen-principe); 5. De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten en gecontroleerd door de functionaris die belast is met de interne controle. Artikel 11 Verantwoordelijkheden De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd. Functie De gemeenteraad
Het college van B&W
De directieleden en/of teammanagers (budgethouders)
De concerncontroller
Verantwoordelijkheden ➢ Het vaststellen van treasury doelstellingen, het treasury beleid, beleidskaders en limieten in het Treasurystatuut ➢ Het uiten van wensen en bedenkingen bij het voornemen tot het verstrekken van leningen en garanties o.g.v. artikel 160 en 169 Gemeentewet boven de €. 50.000; ➢ Het uitvoeren van treasurybeleid ➢ Het nemen van een besluit om een lening of garantie te verstrekken aan derden, met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 7 van dit statuut. Als deze boven de € 50.000 is eerst wensen en bedenkingen vragen aan de raad. ➢ Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare kwalitatief goede operationele informatie over toekomstige geldstromen van hun afdeling aan de financieel strateeg/business controller ➢ Het bewaken van de kwaliteit van treasuryprocessen; ➢ Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover (zelfstandig) rapporteren aan het college van B&W.
5
Teammanager Financiën en Belastingen
➢ ➢
➢ ➢ Financieel strateeg // Business Controller (BC)
➢ ➢
➢
➢
➢
➢
➢
➢ ➢ ➢ ➢
➢ Senior Grootboek Allround financieel medewerker
➢ ➢ ➢ ➢
➢
De externe accountant
➢
Het (laten) opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury; Het uitvoeren van de aan haar/hem gemandateerde treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut Het rapporteren aan het college van B&W over de uitvoering van het treasurybeheer; Het afleggen van verantwoording aan het college van B&W; Het voorbereiden en opstellen van beleidsvoorstellen op treasurygebied; Het rapporteren over de treasuryactiviteiten in het kader van de P&C-cyclus (begroting en jaarrekening); Het opstellen van de rentevisie ten behoeve van de teammanager Financiën en Belastingen; Het adviseren aan de directie/afdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten; Het aantrekken van gelden voor de korte en lange termijn in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer; Het uitzetten van gelden voor de lange termijn in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer; Het onderhouden van contacten met (huis)bankiers, geldmakelaars en overige financiële instellingen; Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande acties; Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties; Het beheren van de liquiditeitenplanning; Het adviseren van de teammanager Financiën en Belastingen bij het aantrekken van gelden en het afsluiten van financiële contracten; Het geven van opdracht tot overboeken van saldi tussen bankrekeningen; Het beheren van de
leningenadministratie; Het overboeken van banksaldi tussen de bankrekeningen; Het afhandelen van het contante en girale geldverkeer; In opdracht van de senior grootboek de mutaties van de leningenadministratie controleren en verwerken. Het uitzetten van gelden voor de korte termijn in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer (schatkist) Het in het kader van haar reguliere controletaak (gevraagd en ongevraagd) adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van het treasurystatuut.
6
Artikel 12 Bevoegdheden In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot de treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij behorende fiattering. Saldo-, liquiditeitenen geldstromenbeheer (tot een jaar) Het uitzetten van middelen conform de richtlijnen van het Schatkistbankieren Het aantrekken van kasgeld Betalingsopdrachten uitvoeren Bankrelatiebeheer Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen Bankcondities en tarieven bespreken Financiering en uitzetting (langer dan een jaar) Het aantrekken van gelden via onderhandse leningen Het uitzetten van gelden bij de schatkist
Bevoegd/eerste handtekening
Autorisatie/tweede handtekening
Allround financieel medewerker (via saldoregulatie)
Teammanager Financiën en Belastingen
Financieel strateeg/BC
Teammanager Financiën en Belastingen Allround financieel medewerker (4-ogen)
Allround financieel medewerker
Senior Grootboek Financieel strateeg/BC
Teammanager Financiën en Belastingen Teammanager Financiën en Belastingen
Financieel strateeg/BC
Teammanager Financiën en Belastingen
Allround financieel medewerker
Teammanager Financiën en Belastingen
7
Artikel 13 Informatievoorziening Met betrekking tot de treasury-activiteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen:
Informatie
Frequentie
Informatieverstrekker
Informatieontvanger Teammanager Financiën en Belastingen
Gegevens m.b.t. toekomstige geldstromen voor de liquiditeiten-planning Beleid treasury paragraaf financiering van begroting Evaluatie treasury in paragraaf Financiering van jaarrekening Voortgang onderdelen paragraaf Financiering via rapportages Informatie aan derden (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art. 8 wet Fido Lenings- / uitzettings-/ garantiebesluiten
2 x per jaar
Directie/teammanagers/ budgethouders
Jaarlijks
College van B&W
Gemeenteraad
Jaarlijks
College van B&W
Gemeenteraad
2 x per jaar
College van B&W
Gemeenteraad
Kwartaal
College van B&W
Derden
Binnen 14 dagen na besluit
College van B&W
Provincie
Artikel 14 Inwerkingtreding 1. Dit treasurystatuut treedt in werking op 1 januari 2026. 2. Met de inwerkingtreding komt te vervallen het Treasurystatuut 2022 vastgesteld op 22 maart 2022. 3. Dit statuut wordt aangehaald als “Treasurystatuut 2026 gemeente Heerenveen”.
8
BIJLAGE 1: toetsingskader garantstellingen Is de organisatie door de raad aangewezen als een organisatie met publiek belang ? Nee
Opnemen in raadvoorstel
Ja
Is sprake van een natuurlijk persoon ? Ja
Nee
Verricht de organisatie activiteiten in de gemeente Heerenveen ? Nee
Ja
Is garantstelling strikt noodzakelijk ? Nee
Ja
Is sprake van recht op eerste hypotheek ? Nee
Ja
Is sprake van staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU? Ja
Nee
Is de financiële positie van de organisatie op orde ? Nee
Ja
Garantstelling verstrekken en indien > € 50.000 en/of de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben de raad in de gelegenheid stellen zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
9