Bijlage 1 - Startnota Omgevingsplan
Tekst van het document
STARTNOTA
OMGEVINGSPLAN HEERENVEEN
Focus voor 1 juli 2022 en aanpak transitieopgave 2022 - 2029
Omgevingsplan 2022
Status : definitief Datum : 25 november 2021 Aan : college en gemeenteraad
Samenvatting Het omgevingsplan is één van de zes instrumenten uit de in voorbereiding zijnde Omgevingswet. Het doel van een omgevingsplan is, om voor inwoners, ondernemers, instanties, overzichtelijk in één plan alle relevante informatie aan te bieden over de fysieke leefomgeving. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2022 is er sprake van een tijdelijk omgevingsplan. Het tijdelijk omgevingsplan bestaat van rechtswege uit de bestaande bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigingsplannen e.d. van onze gemeente, samen met een aantal rijksregels, de zogenaamde bruidsschat. Het tijdelijk omgevingsplan moet worden omgebouwd naar een ‘echt’ omgevingsplan. Voor de ombouw van het ‘tijdelijk’ naar het ‘echte’ omgevingsplan hebben wij tot eind 2029 de tijd. Tegelijkertijd moet vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet met de nieuwe instrumenten worden gewerkt. Dit is een omvangrijke opgave die veel vraagt van alle betrokkenen. Het is te zien als een puzzel waarin de doelen en uitgangspunten van de wet en onze ambities bij elkaar moeten komen. In aanloop naar de Omgevingswet willen we graag ervaring opdoen met het maken van een omgevingsplan. We willen met de pilot Omgevingsplan Akkrum-Nes leren en ervaring opdoen met de nieuwe regelgeving en de systematiek van de Omgevingswet.
Parallel aan het maken van een pilot omgevingsplan werken we een Handboek Omgevingsplan uit. De raad geeft sturing aan deze stukken met de uitgangspunten die zij in januari 2022 meegeeft.
1 Waarom een Omgevingsplan? 1.1 Van losse puzzelstukjes naar één geheel Het instrumentarium van de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan als versnipperd en onoverzichtelijk worden ervaren. Met de Wabo is een eerste vereenvoudigingsslag gemaakt. De Omgevingswet gaat een flinke stap verder en moet voor meer eenheid en uniformiteit zorgen. Het omgevingsrecht moet inzichtelijk, voorspelbaar en makkelijk in het gebruik zijn. In beleid, besluitvorming en regelgeving moet er samenhang zijn. De overheid moet zich actief en flexibel opstellen en de besluitvorming moet sneller en beter. De Omgevingswet introduceert daartoe een nieuwe set van 6 samenhangende instrumenten.
Figuur 1: de 6 instrumenten Omgevingswet (bron: Ministerie I&M) Het omgevingsplan Het omgevingsplan is één van de instrumenten onder de Omgevingswet en valt onder de decentrale regels. In het omgevingsplan komen alle regels voor de fysieke leefomgeving samen. Dus alle bestemmingsplannen, beheersverordeningen, de ruimtelijke verordeningen, de ruimtelijke delen van de APV én enkele regels die het rijk aan de gemeenten overdraagt (de zogenaamde bruidsschat). Het omgevingsplan richt zich op een goede fysieke leefomgeving 1 (draagt het bij aan doelen) en heeft daarmee een ruimere doelstelling dan het bestemmingsplan dat zich beperkte tot een goede ruimtelijke ordening (is het acceptabel). Het is een belangrijk sturingsdocument omdat het omgevingsplan het enige juridisch ruimtelijk bindende instrument van de gemeente is.
1
In de wet omschreven wat er in ieder geval onder moet worden begrepen: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur en cultureel erfgoed. Om het begrip niet onbedoeld te beperken, is deze opsomming niet limitatief.
Organisatie & proces Omgevingsvisie Omgevingsplan
Regio specifiek
Gebiedsgericht
Keuzen en prioriteiten
Integraal
Transparant en open
Participatie
de inwoner centraal
Digitaal Stelsel Omgevingswet
Veranderopgave
Om
Figuur 1: Pijlers en opgaven Omgevingswet (bron: Startnota Omgevingsvisie Heerenveen 2017) In de startnota van onze omgevingsvisie is de samenhang tussen de verschillende opgaven in een afbeelding samengebracht (zie figuur 2.) Op 8 juli 2021 heeft de raad de Omgevingsvisie Heerenveen 1.0 vastgesteld. In deze visie staan de ambities, de kernopgaven en de uitgangspunten van ons beleid voor de fysieke leefomgeving. Langdurige transitiefase De Omgevingswet regelt dat de bestaande regelingen automatisch de status krijgen van ‘tijdelijk omgevingsplan’. Dit tijdelijke omgevingsplan voldoet niet aan de eisen van de Omgevingswet. Wij hebben tot eind 2029 de tijd om te zorgen dat het omgevingsplan voor het hele grondgebied van Heerenveen gereed is. Deze periode noemen we de transitiefase.
Figuur 3: van bestemmingsplan naar omgevingsplan (bron: Ministerie van I&M)
Inhoud tijdelijk omgevingsplan Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben wij een tijdelijk omgevingsplan. Dit tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de bruidsschat en de bestemmingsplannen etc. De plaatselijke verordeningen zijn geen onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan, maar worden op termijn door ons wel geïntegreerd in het omgevingsplan nieuwe stijl. In de transitiefase moeten wij deze drie onderdelen verwerken tot het omgevingsplan nieuwe stijl.
Figuur 4: overzicht tijdelijk omgevingsplan (bron: VNG)
1.2 Wat verandert er ten opzichte van nu? De Omgevingswet geeft de gemeente meer ruimte om eigen keuzes te maken. Ook zijn er veranderingen in de rolverdeling tussen raad en college. De gemeenteraad stelt het Omgevingsplan vast. Het college ziet toe op de uitvoering. De raad kan vooral ‘aan de voorkant’ sturen door uitgangspunten mee te geven voor de uitwerking van de plansystematiek.
Figuur 5: rolverdeling raad en college Omgevingswet (Bron: VNG)
In het kennisdocument Omgevingsplan wordt dit nader toegelicht.
1.3 Opbouw Deze startnota vormt de basis voor de verdere besluiten die nodig zijn om te komen tot een omgevingsplan. Deze startnota moet gelezen worden in combinatie met de afwegingsnota en het kennisdocument. De startnota beschrijft de aanleiding voor het maken van een omgevingsplan. De wetgever heeft een aantal kernopgaven gegeven waar minimaal aan voldaan moet worden bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze worden toegelicht. Omdat het vrijwel onmogelijk is om in één keer een omgevingsplan te maken voor ons gehele grondgebied, is er een overgangsfase tot eind 2029. Voor de werkzaamheden in deze transitiefase is een planning opgesteld. De raad wordt gevraagd om de uitgangspunten voor de invulling van het omgevingsplan vast te stellen. Het discussiedocument geeft de keuzes met een uitgebreide toelichting weer. De rol van de raad en de te nemen besluiten worden kort uiteengezet. Aanvullende informatie is opgenomen in het kennisdocument. Afgesloten wordt met een korte toelichting op de financiën en een risico-analyse.
2 Opgave De wet geeft de gemeente op een aantal punten keuzevrijheid, zowel strategisch, inhoudelijk als procedureel. Naast het gewenste niveau van dienstverlening speelt de balans met kosten en beschikbare uitvoeringscapaciteit een beperkende rol bij deze afwegingen. In dit hoofdstuk worden de kernopgaven, de sturingsmogelijkheden en de daarbij behorende afwegingen en consequenties toegelicht.
2.1 Kernopgaven Door de oogharen gezien is de opgave voor het instrument omgevingsplan terug te brengen tot de onderstaande drie kernopgaven die wij op tijd geregeld moeten hebben. 1. Kunnen werken met het tijdelijk omgevingsplan (‘de winkel blijft open’) In de transitiefase zullen zich zeker initiatieven voordoen die de gemeente conform de nieuwe “ja mits” benadering dient te behandelen. Het (moeten) werken met twee verschillende regelsets in de transitiefase mag daar geen belemmering in zijn. We blijven onze taak om wenselijke ontwikkelingen planologisch mogelijk te maken uitvoeren. Hiervoor moeten we weten hoe we om willen gaan met de bruidsschat, het overgangsrecht en hoe het tijdelijk omgevingsplan geraadpleegd kan worden in het DSO-LV (digitale stelstel Omgevingswet). 2. Het kunnen wijzigen van het omgevingsplan Om het omgevingsplan van rechtswege te kunnen wijzigen moet een omgevingsplan nieuwe stijl worden opgesteld. Dat betekent dat we moeten weten hoe we het nieuwe Omgevingsplan Heerenveen er qua systematiek en inhoud aan gaan pakken. De systematische keuzen worden vastgelegd in het Handboek Omgevingsplan (bijvoorbeeld de balans tussen zekerheden en flexibiliteit in de regels, en kanprioritering in de thematische uitwerking). De inhoudelijke keuzen zijn al grotendeels af te leiden uit de recent vastgestelde Omgevingsvisie Heerenveen.
Deze wijziging moet met behulp van de geldende standaard ontsloten worden via de landelijke voorziening.
3. Uiterlijk eind 2029 voor het gehele grondgebied beschikken over één samenhangend omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de wet. Er wordt op drie manieren aan het nieuwe omgevingsplan gebouwd: a) door een geplande gebiedsgewijze omzetting van het tijdelijke omgevingsplan (bestaande regels) naar het omgevingsplan, b) door incidentele ontwikkeling van stukjes omgevingsplan ten behoeve van initiatieven en c) door thematische omzetting van bestaande regels naar het omgevingsplan.
2.2 Sturing op uitgangspunten In de Afwegingsnota Omgevingsplan Heerenveen (separate bijlage) worden uitgangspunten bij de overgang van het tijdelijk omgevingsplan naar het volwaardig omgevingsplan benoemd. Hierin zijn keuzen mogelijk die samen iets zeggen over het te ontwikkelen omgevingsplan en bijbehorend proces. Bijvoorbeeld over het tempo van de transitie en de volgorde waarin we deelopgaven oppakken. De raad kan met deze uitgangspunten dus sturing geven aan de ontwikkeling van het omgevingsplan. Het betreft de volgende uitgangspunten: a. Wij zoeken voor de inhoud van het omgevingsplan aansluiting bij de omgevingsvisie en ander bestaand beleid voor de fysieke leefomgeving; b. De bestuurlijke afweegruimte uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) vullen we gebiedsgericht in; c. De hoofdregel is dat we gebruik maken van algemene regels, tenzij dat dit niet mogelijk is omdat bijvoorbeeld alleen op het niveau van een concrete aanvraag een beoordeling kan worden gemaakt; d. Wij hanteren de planning die in de startnotitie is opgenomen; e. Regels voor de fysieke leefomgeving worden in één keer overgezet uit de verordeningen naar het omgevingsplan (thematisch). Uitgangspunt daarbij is dat alle regels over de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan worden opgenomen; f. Wij maken een lokale keuze over de milieuregels in de Bruidsschat en zetten deze regels in één keer over.
Gezien het belang van deze punten voor het omgevingsplan komen deze als besluitpunten terug in het raadsvoorstel.
3 Beoogd resultaat Om te voldoen aan de opgaven voor inwerking treden van de wet stellen we een pilot omgevingsplan op en werken we een Handboek Omgevingsplan uit. De raad geeft sturing aan deze stukken met de uitgangspunten die zij in januari meegeeft.
3.1 Voor 1 juli 2022 Reden dat deze stukken voor inwerking treden van de wet klaar moeten zijn is dat wijziging of afwijking van bestaande bestemmingsplannen na in werking treden van de Omgevingswet niet meer is toegestaan. Dit moet dan als onderdeel van ons nieuwe omgevingsplan worden opgesteld. In de praktijk moeten we overigens al eerder weten hoe we het omgevingsplan willen opstellen, omdat bestemmingsplannen tot uiterlijk 1 juli als ontwerp ter inzage mogen gelegd. Lukt dat niet, dan moeten ze als omgevingsplan worden voorbereid.
3.1.1 Representatieve pilot Een representatieve pilot omgevingsplan (d.w.z. niet juridisch vast te stellen) waarmee concrete werkervaring wordt opgedaan met de nieuwe systematiek en actief aan het uitwerken van representatieve vraagstukken wordt gewerkt. Om vlot te kunnen starten wordt het plan stapsgewijs in complexiteit opgebouwd. Te starten met veel voorkomende activiteiten en aan te vullen met meer unieke en dynamischer activiteiten. De volgorde van opschalen wordt primair bepaald door de relevantie voor ons omgevingsplan per 1 juli 2022. Doel pilot: - een pilot waarin veel voorkomende functies conform Omgevingswet en uitgangspunten zijn uitgewerkt; - De resultaten zijn vertaald naar het concept Handboek; - Er is voldoende ervaring opgedaan met zowel het proces als de inhoud van het omgevingsplan Voor het plangebied Akkrum-Nes maken we een pilot-omgevingsplan. Qua plangebied sluiten we aan bij de huidige plangrenzen van het gebied. Het gebied wordt gekenmerkt door een groot aantal verschillende functies, zoals wonen, industrie, detailhandel, recreatie etc. Hierdoor is het mogelijk om een representatieve weergave van het omgevingsplan te maken. Gelet op het tijdspad tot de inwerkingtreding hebben we de volgende keuzes gemaakt voor het opstellen van het pilot-omgevingsplan.
- het plan wordt niet vastgesteld door de raad; - er wordt geen volledige inventarisatie uitgevoerd; - er worden geen onderzoeken uitgevoerd; - er wordt geen MER-traject doorlopen; - er wordt geen participatietraject opgestart. De pilot heeft als doel om ervaring op te doen met het maken van een omgevingsplan. Met deze ervaring kunnen we het Handboek opstellen. Dit Handboek vormt dan de leidraad voor het toekomstige op te stellen omgevingsplan.
3.1.2 Handboek De gemeente heeft niet alleen vrijheid van maken van inhoudelijke beslissingen, deze vrijheid geldt ook voor de opbouw en inrichting van het omgevingsplan. Er zijn (nog) geen landelijke standaarden, zoals die nu wel gelden voor de bestemmingsplannen. Het is daarom belangrijk van te voren de opbouw en indeling van het omgevingsplan goed vast te leggen. Deze zijn immers bepalend voor de verdere uitwerking van het plan. Het is niet eenvoudig deze halverwege het proces te wijzigen, aangezien dan het hele omgevingsplan moet worden gewijzigd. Deze zaken willen we daarom vastleggen in een Handboek. Tegelijkertijd kunnen we niet alles voorzien en heeft het Handboek een organisch karakter. Het is een groeidocument dat regelmatig wordt aangevuld, aangepast en verbeterd. Naarmate het échte omgevingsplan verder wordt vastgesteld zullen er minder ‘nieuwe’ vraagstukken zijn en worden ontwikkeling en gebruik van het omgevingsplan makkelijker. Behalve voor de gemeentelijke organisatie, is het handboek ook van belang voor externe adviseurs. Deze zijn daarmee op de hoogte welke eisen de gemeente aan haar omgevingsplan stelt. Het Handboek wordt niet vastgesteld door de raad. Immers de raad stuurt met de vastgestelde uitgangspunten op de inhoud van het Handboek. Dit Handboek vormt de
leidraad voor het omgevingsplan. De bevoegdheid voor het vaststellen van een omgevingsplan ligt bij de raad.
3.2 Eindresultaat/ Omgevingsplan 2029 Tijdens de transitiefase tot eind 2029 krijgen gemeenten de tijd om het tijdelijk deel van het omgevingsplan in te richten volgens de eisen van de Omgevingswet. Dit doen ze door het tijdelijk deel om te vormen tot 1 omgevingsplan voor de hele gemeente. Hierin verwerkt de gemeente ook de regels in gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan. De verplaatste regels moeten voldoen aan de eisen van de Omgevingswet. Het omgevingsplan moet voldoen aan de eisen van de Omgevingswet en is digitaal beschikbaar via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). In het nieuwe deel van het omgevingsplan landen de gemeentelijke verordeningen fysieke leefomgeving, plus het tijdelijk deel: bruidsschatregels, ruimtelijke regels, gemeentelijke erfgoedverordening, gemeentelijke geurverordening en gemeentelijke verordening afvoer regen- en grondwater. Het omzetten van regels van het tijdelijk deel naar het nieuwe deel van het omgevingsplan moet eind 2029 klaar zijn. De regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan vervallen niet vanzelf, ook niet na die einddatum. Ook de integratie van regels over de fysieke leefomgeving uit andere gemeentelijke verordeningen moet dan klaar zijn. Vanaf de einddatum vervallen deze regels in de verordeningen.
4 Planning transitieopgave Het is gezien de omvang van de opgave niet haalbaar om in één keer een volwaardig omgevingsplan voor de hele gemeente te maken. Een gefaseerde uitwerking is nodig. Tot de wet in werking treedt, richten we ons op het opstellen van een Handboek en bijbehorende pilot. Daarna starten we met de gefaseerde uitwerking van het échte omgevingsplan. We stellen voor de uitwerking gebiedsgewijs aan te pakken. We volgen daarbij de gebiedsindeling van de Omgevingsvisie. In onderstaand figuur wordt de volgorde weergegeven.
Jaar halfjaar deelgebieden: Akkrum-Nes (pilot) Akkrum-Nes (omgevingsplan) Buitengebied Woongebieden Heerenveen Heerenveen-Centrum Dorpen Historische linten Groene gebieden met bovenlokale betekenis Gemengde gebieden met bovenlokale betekenis Hoofdassen en infrastructuur Bedrijventerreinen Milieuregels Bruidsschat Regels voor de fysieke leefomgeving uit de verordeningen Figuur 6: Volgorde deelgebieden omgevingsplan (bron: Omgevingsvisie)
2021 II
2022 I
2023 II
I
2024 II
I
2025 II
I
2026 II
I
2027 II
I
2028 II
I
2029 II
I
II
Figuur 7: Planning omzetting tijdelijk omgevingsplan naar Omgevingsplan
Met uitzondering van deelgebieden Heerenveen-Centrum en het Buitengebied gaan we uit van gemiddeld 2 jaar om een deelomgevingsplan op te stellen. Voor deelgebied Heerenveen-Centrum hebben we 2,5 jaar gepland. Voor het buitengebied gaan we uit van 3 jaar. Een aangepaste prioritering is binnen grenzen mogelijk. In de afwegingsnota wordt uitgelegd hoe de fasering tot stand is gekomen en welke afwegingen hierbij een rol hebben gespeeld. Gelet op de inwerkintreding van de Omgevingswet (1 juli 2022) is het van belang dat de raad op korte termijn de uitgangspunten vaststelt voor het omgevingsplan. Er is immers geen tijd meer om te wachten.
5 Besluitvorming De rol van de raad verandert onder de Omgevingswet. De Omgevingswet geeft de raad meer mogelijkheden om een kaderstellende rol in te vullen. Meer informatie over de veranderende rol van de raad is opgenomen in het kennisdocument omgevingsplan.
5.1 Genomen besluiten Adviesrecht afwijken omgevingsplan Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan kan de raad in de huidige situatie – voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet- een verklaring van geen bedenkingen afgeven. Om het werkbaar te houden heeft de raad gevallen aangewezen waarin die verklaring van geen bedenkingen niet nodig is. Voor alle overige gevallen is deze verklaring dus wel nodig. Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. De raad wijst gevallen aan waarin wel een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het Omgevingsplan. Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht. Op 18 februari 2021 heeft de raad een lijst met gevallen waarin een bindend advies van de raad nodig is, vastgesteld.
5.2 Nog te nemen besluiten Formuleren uitgangspunten omgevingsplan In de afwegingsnota wordt de raad gevraagd om in te stemmen met een aantal uitgangspunten voor het omgevingsplan. Met deze uitgangspunten maken we een pilotomgevingsplan en vullen we geleidelijk het Handboek Omgevingsplan. Het Handboek is een onderlegger voor het eigen om te zetten tijdelijk omgevingsplan en voor de plannen van initiatiefnemers. Keuzen transitiefase De uitwerking van het omgevingsplan gaat na afronding van de pilot en het Handboek verder als project Transitiefase Omgevingsplan. De beoogde fasering is opgenomen in figuur 6 +7. De voortgang wordt gemonitord en de planning kan waar nodig in kader van de begroting jaarlijks binnen kaders worden bijgesteld. De raad wordt bij de voorbereiding van alle deel omgevingsplannen betrokken. Onderwerp van afstemming zal onder meer het te doorlopen participatietraject per plangebied zijn. Zo is de raad direct ook nauw betrokken bij de stapsgewijze ontwikkeling van het volledige omgevingsplan richting 2029. Delegatiebesluit De raad is bevoegd tot het vaststellen van een omgevingsplan. In artikel 2.8 van de Omgevingswet is bepaald dat de raad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het plan kan delegeren aan het college. De raad moet hierover nog een besluit nemen.
Besluit toetsing welstand Om te kunnen bepalen of bouwplannen voldoen aan de redelijke eisen van welstand, hebben wij nu een welstandscommissie en onze eigen gemeentelijke expertise. De huidige bepalingen over deze toetsing vallen niet onder het overgangsrecht en gaan dus ook niet automatisch over in het omgevingsplan. De raad moet voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een besluit nemen over de instelling van de gemeentelijke adviescommissie.
Kaders participatie Participatie is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet en kan een goede bijdrage leveren aan besluitvorming. De Omgevingswet zelf laat de invulling van participatie verder vrij. Recent heeft de raad ingestemd met de startnota Participatiebeleid. Het vaststellen van het participatiebeleid staat gepland voor het voorjaar van 2022.
6 Financiën De voorgestelde uitgangspunten hebben gevolgen voor de organisatie. Wij voorzien dat een robuust team de komende jaren de uitrol van de (deel-)omgevingsplannen naar één integraal en compleet omgevingsplan Heerenveen zal realiseren. In de Perspectiefnota van het voorjaar en de Programmabegroting 2022 vastgesteld door de raad in november 2021 is een voorstel gedaan, op basis van de kennis van nu. In de komende maanden en met het toenemen van onze ervaringen in de pilots omgevingsplan, zal het beeld concreter worden en zal de benodigde organisatie capaciteit duidelijker worden. Daarom zal in het voorjaar van 2022 opnieuw een gedetailleerder beeld en, mogelijk ook, een voorstel gedaan worden voor de middelen die nodig zijn voor een succesvolle uitvoering van de transitiefase.
6.1 Risicoanalyse Risico: Landelijk is er nog weinig ervaring met het omgevingsplan opgedaan. Heerenveen heeft relatief veel plannen, waardoor de opgave relatief groot is. De verwachting is dat de transitiekosten hoger uitvallen. Beheersmaatregel: We maken het omgevingsplan stap voor stap. Bij de begroting 2023 (en navolgende jaren) wordt mede op basis van het Handboek en de opgedane ervaringen een evaluatie/herijking van de ramingen voorzien. Risico: De huidige standaard voor het maken van bestemmingsplannen heeft de wetgever losgelaten. Er is dus geen ‘format’ waar we de regels in kunnen gieten. Dat betekent dat iedere gemeente zelf bepaalt hoe het omgevingsplan wordt vormgegeven. Er moet worden gezocht naar een nieuwe balans tussen flexibiliteit en rechtszekerheid. Er is nog geen jurisprudentie over het omgevingsplan, zodat een groter risico zal bestaan dat een wijziging van het omgevingsplan bij de Raad van State sneuvelt. Beheersmaatregel: We volgen de jurisprudentie die onder de Omgevingswet ontstaat nauwlettend en laten dit doorwerken in het omgevingsplan. Risico: De Omgevingswet en werken met het omgevingsplan vragen erg veel van de kennis en vaardigheden van medewerkers. Coronatijd en een zeer krappe arbeidsmarkt komen daarbij als belemmerende omstandigheden.
Beheersmaatregel: Er is een uitgebreid scholingsprogramma opgestart voor leidinggevenden en de medewerkers in de lijn.