Bijlage 1. Plan van Aanpak bestrijding invasieve exoten Gemeente Heerenveen 2023-2027 definitief _1
Tekst van het document
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027 Aziatische duizendknopen, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, waterwaaier en grote waternavel
Gemeente Heerenveen
definitief
(085) 4871265 info@ecogroen.nl www.ecogroen.nl
Colofon Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027 Aziatische duizendknopen, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, waterwaaier en grote waternavel
21-452
15 december 2022
definitief
J. (Jonathan) Filius
J. (Jonathan) Filius
A. (Astrid) van Teeffelen
Gemeente Heerenveen
©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Filius, J. (2022). Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027. Aziatische duizendknopen, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, waterwaaier en grote waternavel. Rapport 21-452. Ecogroen bv
Inhoud Samenvatting
6
1.
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Invasieve exoten 1.3 Doelstelling 1.4 Uitgangspunten 1.5 Leeswijzer
9 9 10 10 11 11
2.
Wet- en regelgeving 2.1 Europese wet- en regelgeving 2.2 Nederlandse wet- en regelgeving 2.2.1 Aanpak invasieve exoten 2.2.2 Regeling natuurbescherming 2.2.3 Chemische bestrijding exoten 2.2.4 Handelsverbod Aziatische duizendknopen 2.3 Provinciaal beleid 2.3.1 Hygiëneprotocol 2.4 Uitvoering op gemeentelijk niveau
12 12 13 13 13 14 14 15 15 16
3.
Bestrijdingsmethoden 3.1 Inleiding 3.2 Aziatische duizendknopen 3.2.1 Standaard vereisten 3.2.2 Afgraven en zeven 3.2.3 Maaien/afknippen 3.2.4 Uitsteken/uittrekken 3.2.5 Mogelijk toe te passen methoden 3.3 Reuzenberenklauw 3.3.1 Standaard vereisten 3.3.2 Maaien en afsteken 3.3.3 Schapenbegrazing 3.3.4 Uitboren 3.4 Reuzenbalsemien 3.4.1 Standaard vereisten 3.4.2 Uittrekken 3.5 Waterwaaier 3.5.1 Standaard vereisten 3.5.2 Hydro-venturi 3.5.3 Harkboot 3.5.4 Handmatig verwijderen 3.6 Grote waternavel 3.6.1 Standaard vereisten 3.6.2 Machinaal verwijderen 3.6.3 Handmatig verwijderen
17 17 18 18 18 18 19 19 20 20 21 21 21 22 22 22 22 22 22 23 23 23 23 23 23
3.7 3.8 3.9
Watercrassula 3.7.1 Aangepast beheer Moerashyacint en waterhyacint 3.8.1 Niets doen Monitoren
24 24 24 24 24
4.
Evaluatie bestrijding exoten 2019-2022 4.1 Inleiding 4.2 Aanbesteding beheerbestek 4.3 Inventarisatie groeilocaties 4.4 Interviews wijkbeheerders 4.5 Aziatische duizendknopen 4.5.1 Algemeen 4.5.2 Afgraven en zeven 4.5.3 Maaien en afknippen 4.6 Reuzenberenklauw 4.6.1 Algemeen 4.6.2 Schapenbegrazing 4.6.3 Maaien en afsteken 4.6.4 Heet-water behandeling 4.7 Reuzenbalsemien 4.7.1 Algemeen 4.7.2 Handmatig uittrekken 4.8 Waterwaaier 4.8.1 Algemeen 4.8.2 Hydro-venturi 4.9 Grote waternavel 4.9.1 Algemeen 4.9.2 Machinaal verwijderen 4.10 Overige soorten
26 26 26 27 27 27 27 28 30 30 30 31 32 35 36 36 37 37 37 38 39 39 40 40
5.
Plan van Aanpak 2023-2027 5.1 Algemeen 5.1.1 Bestrijden 5.1.2 Beheersen 5.1.3 Monitoren 5.2 Aziatische duizendknopen 5.2.1 Afgraven en zeven 5.2.2 Maaien/afknippen 5.2.3 Handmatig verwijderen (uitsteken/uittrekken) 5.2.4 Chemische bestrijding (pilot) 5.2.5 Monitoren 5.3 Reuzenberenklauw 5.3.1 Maaien en afsteken 5.3.2 Schapenbegrazing 5.3.3 Heet-water behandeling 5.3.4 Monitoren 5.4 Reuzenbalsemien 5.4.1 Handmatig verwijderen 5.4.2 Monitoren 5.5 Waterwaaier 5.5.1 Hydro-venturi 5.5.2 Harkboot 5.5.3 Monitoren 5.6 Grote waternavel 5.6.1 Machinaal verwijderen 5.6.2 Handmatig verwijderen 5.6.3 Monitoren
42 42 42 42 42 43 43 43 43 43 44 44 44 44 45 45 45 45 45 46 46 46 46 46 46 46 46
5.7 5.8
Watercrassula 5.7.1 Monitoren Moerashyacint en waterhyacint 5.8.1 Monitoren
47 47 47 47
6.
Kostenraming bestrijding 2023-2027 6.1 Kostenraming
48 48
7.
Algemene beheerprincipes 7.1 Maaibeheer 7.2 Werkzaamheden rond groeilocaties 7.3 Afvoeren van groenafval 7.4 Tuinafval
50 50 51 51 51
8.
Communicatie 8.1 Aansturing en interne communicatie 8.2 Samenwerking bij groeilocaties op grensgebied 8.2.1 Samenwerking Wetterskip Fryslân 8.3 Communicatie bij werkzaamheden door derden 8.4 Communicatie richting burgers 8.4.1 Website 8.4.2 Social media 8.4.3 Lokale krant en folders
53 53 54 54 54 55 55 55 55
Geraadpleegde bronnen
56
Bijlagen Bijlage 1 - Factsheets exoten Bijlage 2 - Database Invasieve exoten (shapefiles, separate bijlage) Bijlage 3 - Vragenlijst bestrijding exoten gemeente Heerenveen Bijlage 4 - Verspreidingskaarten invasieve exoten 2022 Bijlage 5 - Bestrijdingsmethode per groeiplaats (exceltabel, separate bijlage)
Samenvatting Aanleiding en doelstelling In 2019 heeft Ecogroen voor gemeente Heerenveen een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld voor de bestrijding van een aantal invasieve exotische plantensoorten. Dit eerdere PvA betrof de periode 2019-2022 en de bestrijding van invasieve exoten heeft inmiddels een aantal jaar plaatsgevonden (2019-2022). Voorliggende document vormt een evaluatie van het gevoerde beleid in deze periode en een geactualiseerd PvA voor de periode 2023-2027.
Invasieve exoten Invasieve exoten komen door menselijk handelen in ons land terecht. Ze kunnen schadelijk zijn voor de natuur, bijvoorbeeld omdat ze zich snel vermeerderen. Daarnaast kunnen ze negatieve gevolgen hebben voor volksgezondheid, veiligheid en economie. De plantensoorten Aziatische duizendknopen, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, waterwaaier, grote waternavel en watercrassula komen binnen de gemeente Heerenveen voor. Om schade aan o.a. de natuur, infrastructuur, funderingen, watergangen en de mens te voorkomen is het zaak dat invasieve exoten aangepakt worden. Bovendien geldt voor een aantal exoten die op de Europese Lijst staan een wettelijke verplichting om deze soorten te bestrijden. In de gemeente Heerenveen bestaat de aanpak van invasieve exoten uit het voorkomen van nieuwe groeiplaatsen (preventie) en bestrijden van bestaande groeiplaatsen. Om de situatie niet uit de hand te laten lopen kiest gemeente Heerenveen er voor invasieve exoten structureel aan te pakken.
Wet- en regelgeving Sinds 22 oktober 2014 geldt binnen de Europese Unie een verordening met als doel de introductie, verspreiding en impact van invasieve exoten in Europa te beperken. Op grond van de verordening is de Europese Unielijst invasieve exoten aangenomen met daarop ‘invasieve exoten van EU-belang’, waarvoor een import-, handels- en bezitsverbod geldt. In 2018 heeft het Rijk de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van het merendeel van de door de EU aangewezen invasieve soorten aan de provincies overgedragen. Provincies moeten uitvoering geven aan verwijderings-, beheers- en herstelmaatregelen voor invasieve exoten en zijn verantwoordelijk voor het monitoren van ingrepen. Op 4 oktober 2022 is de Beleidsnotitie Invasieve Exoten Fryslân vastgesteld. De beleidsnotitie beschrijft hoe de provincie Fryslân in samenwerking met andere partijen invasieve exoten gaat beheren en bestrijden. De provinciale aanpak richt zich primair op invasieve exoten die een risico vormen voor de biodiversiteit, waarbij andere belangen zoals economie en volksgezondheid worden meegewogen.
Gemeenten zijn verplicht de nu in de Regeling natuurbescherming en provinciale regelgeving genoemde soorten te beheersen. Voor soorten die wijdverspreid zijn is het van belang dat deze soorten lokaal worden bestreden, verdere verspreiding wordt voorkomen, schade wordt beperkt of een willekeurige combinatie hiervan.
Bestrijdingsmethoden De gemeente Heerenveen past verschillende (soortspecifieke) bestrijdingsmethoden toe aangepast op de situatie in de gemeente. Overige methoden worden vanwege effectiviteit, kostenoverwegingen of haalbaarheid niet in de gemeente toegepast.
Evaluatie bestrijding exoten 2019-2022 In de periode mei t/m augustus 2022 zijn alle bekende groeilocaties uit 2018 en de door de gemeente aangeleverde nieuwe locaties geïnventariseerd. Om informatie in te winnen over welke bestrijdings- en beheersmethoden zijn uitgevoerd en wat de ervaringen van de gemeente zijn met deze methoden, is een plenair interview met de wijkbeheerders afgenomen. Deze informatie is gebruikt om het uitgevoerde beheer in de periode 2019-2022 te evalueren. Aziatische duizendknoop Op negen prioriteitslocaties heeft bestrijding van Aziatische duizendknoop zich gericht op volledige verwijdering door middel van afgraven en zeven. Met de methode zijn goede resultaten behaald. Een aantal locaties binnen de gemeente Heerenveen zijn hiermee volledig bestreden. Het beheer op de andere locaties is gericht op beheersing van de groeiplaatsen. Hier is volledige verwijdering niet het doel, maar dienen de groeiplaatsen beheersbaar te worden gehouden door middel van maaien en knippen. Een groot deel van de groeiplaatsen is in omvang gelijk gebleven. Er zijn echter wel groeiplaatsen waar Aziatische duizendknoop zich gestaag heeft uitgebreid. Waarom het maaibeleid op sommige plekken wel effectief is en op andere locaties niet, is niet bekend. Mogelijk heeft dit te maken met de lokale omstandigheden zoals beschikbaarheid van water en nutriënten.
Reuzenberenklauw Het maaien en afsteken van reuzenberenklauw heeft over het algemeen positieve resultaten opgeleverd. Een groot deel van de groeilocaties is succesvol bestreden en op het merendeel van de andere locaties zijn de groeiplaatsen in omvang afgenomen. Een klein deel van de groeiplaatsen is in omvang toegenomen. Mogelijk komt dit doordat de plekken moeilijk bereikbaar zijn waardoor het afsteken van de bloeischermen niet mogelijk is. Schapenbegrazing is niet effectiever gebleken dan maaien en afsteken maar zorgt voor minder belasting van het groenpersoneel. Ook de behandeling met heet-water in de Le Roy tuinen lijkt goede resultaten op te leveren. Deze methode is nu één seizoen toegepast. Wanneer de methode blijvend succesvol resultaat oplevert, zal worden onderzocht of deze methode ook elders kan worden toegepast. Reuzenbalsemien Met hulp van vrijwilligers en eigen dienst is reuzenbalsemien handmatig verwijderd. Vanwege capaciteit of omvang van de groeiplaats is deze methode niet op alle locaties toegepast. Op de locaties waar de methode wel is toegepast, is reuzenbalsemien verdwenen of is de omvang van de groeiplaatsen sterk achteruitgegaan. Waterwaaier Op de meeste locaties waar waterwaaier aanwezig is wordt deze bestreden met hydro-venturi. Voor de meeste van deze locaties heeft de methode een positief effect gehad.
Een deel van de groeiplaatsen is in zijn geheel verdwenen en een deel is sterk in omvang afgenomen. De groeiplaatsen in het zuiden van de
wijk De Heide zijn de resultaten echter tegengevallen. Dit komt doordat de bodem hier hard is en de methode daardoor minder goed werkt. Hier wordt met een pilot getest of de harkboot een goed alternatief is. Grote waternavel De soort grote waternavel was nog geen onderdeel van het PvA in 2019. De soort was op dat moment nog niet bekend binnen de gemeente. In de afgelopen jaren heeft de soort zich echter gevestigd en flink uitgebreid en is deze in een groot aantal watergangen aanwezig. Na signalering is meest effectieve bestrijdingsmethode, intern door de afdelingen R&W/IBOR, onderzocht en voorbereid. Overige soorten Naast bovenstaande soorten zijn nog een aantal nieuwe soorten gesignaleerd. Het gaat om watercrassula, moerashyacint en waterhyacint.
Plan van aanpak 2023-2027 Op basis van ervaringen uit de beheerperiode 2019-2022 is een nieuw PvA voor de beheerperiode 20232027 opgesteld. Afhankelijk van de urgentie en noodzaak van bestrijding is aan elke groeilocatie een bestrijdingsstrategie toegekend. De volgende drie strategieën worden onderscheiden: bestrijden, beheersen en monitoren. Voor de meeste soorten wordt de bestrijding zoals deze plaatsvond in de periode 20192022, voortgezet.
Kostenraming bestrijding 2023-2027 Op basis van de in te zetten bestrijdingsmethode zijn de totale kosten voor het beheer van invasieve exoten in kaart gebracht voor de periode 2023-2027. De kosten voor het beheer zijn € 106.288 per jaar en in totaal € 425.150 voor de gehele beheerperiode.
Algemene beheerprincipes De gemeente volgt een aantal algemene beheerprincipes om verdere verspreiding van invasieve exoten binnen de gemeente te voorkomen. De gemeente volgt hierbij zoveel mogelijk het protocol ‘Hygiënisch werken met invasieve exoten’ en het ‘Landelijk protocol omgaan met Aziatische duizendknopen’.
Communicatie Voor een efficiënte aanpak is bewustwording en kennisontwikkeling van belang bij alle betrokken partijen binnen de gemeente maar communicatie naar derden en burgers is eveneens van groot belang. De groenbeheerder en beleidsmedewerker zijn verantwoordelijk voor een centrale aansturing rondom bestrijding van invasieve exoten.
Bestrijding Bestrijdinginvasieve invasieveexoten exotengemeente gemeenteHeerenveen Heerenveen2023-2027 2023-2027
1. Inleiding 1.1
Aanleiding In 2019 heeft Ecogroen voor gemeente Heerenveen een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld voor de bestrijding van een aantal invasieve exotische plantensoorten (De Gelder, 20219). Dit eerdere PvA betrof de periode 2019-2022 en de bestrijding van invasieve exoten heeft inmiddels een aantal jaar plaatsgevonden (2019-2022). Om bestrijding van invasieve exoten blijvend mogelijk te maken heeft de gemeente behoefte aan een geactualiseerd PvA. Omdat het probleem rondom exoten structureel is en in de toekomst mogelijk groter wordt, wil de gemeente Heerenveen vooruitlopen en het provinciaal beleid niet afwachten (zie §2.3). Door in een vroeg stadium ervaring op te doen met bestrijding van invasieve exoten is de gemeente Heerenveen weerbaarder tegen de bedreigingen die invasieve exoten met zich mee brengen (zie §1.2). In de afgelopen periode is eveneens meer inzichtelijk geworden wat de (structurele) kosten zijn van de aanpak. Het is bekend dat het vroegtijdig ondernemen van actie de kosten voor bestrijding op de lange termijn aanzienlijk verlaagt (zie figuur 1.1). Om de situatie niet uit de hand te laten lopen kiest gemeente Heerenveen ervoor invasieve exoten structureel aan te pakken. Hiervoor is structureel beheerbudget nodig.
Het PvA brengt, aan de hand van een evaluatie en actualisatie, de huidige stand van zaken en aanpak van de problematiek in beeld inclusief bestrijdingskosten voor de periode 2023 – 2027. Daarnaast streeft de gemeente Heerenveen naar een bepaalde kwaliteit van haar kapitaalgoederen (Nota kapitaalgoederen 2021-2022). Om de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte te behouden is bestrijding van invasieve exoten noodzakelijk. In de Nota kapitaalgoederen 2023-2027 is aangegeven dat de problematiek structureel is en het daadwerkelijk benodigde bedrag voor bestrijding, eind 2022, uit de actualisatie van het Plan van Aanpak Invasieve exoten volgt. Via de Nota kapitaalgoederen 2023-2027 is daarom geen beheerbudget opgenomen. Bestrijding in 2023 wordt gefinancierd vanuit de voorgaande eenmalige investering. Begin 2023 wordt het Plan van Aanpak aan de raad voorgelegd inclusief een voorstel voor financiering van de beheerskosten in de periode 2023-2027.
09
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
Figuur 1.1 De invasiecurve beschrijft de samenhang tussen de duur van de invasie van een exoot, de kosten van het beheer en de mogelijkheden om in te grijpen in de invasie. De steilheid van de curve, de beste beheersmaatregelen en moment van ontdekking zijn afhankelijk van de ecologie van een invasieve exoot. Bron: natuurkennis.nl.
1.2
Invasieve exoten Planten en dieren die niet van nature in Nederland voorkomen worden exoten genoemd. Exoten komen door menselijk handelen in ons land terecht. Ze kunnen schadelijk zijn voor de natuur, bijvoorbeeld omdat ze zich snel vermeerderen. Daarnaast kunnen ze negatieve gevolgen hebben voor volksgezondheid, veiligheid en economie en schade veroorzaken aan kapitaalgoederen. Het gaat dan om de zogenoemde invasieve exoten (Ministerie van LNV, 2007). De plantensoorten Aziatische duizendknopen, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, waterwaaier, grote waternavel en watercrassula komen binnen de gemeente Heerenveen voor. De ecologie van de soorten en negatieve effecten die ze kunnen hebben op de omgeving is beschreven in bijlage 1. Om schade aan o.a. de natuur, infrastructuur, funderingen, watergangen en de mens te voorkomen is het zaak dat invasieve exoten aangepakt worden. Bovendien geldt voor een aantal exoten die op de Europese Lijst staan een wettelijke verplichting om deze soorten te bestrijden (zie §2.1). In de gemeente Heerenveen bestaat de aanpak van invasieve exoten uit het voorkomen van nieuwe groeiplaatsen (preventie) en bestrijden van bestaande groeiplaatsen.
1.3
Doelstelling Het plan van aanpak kent de volgende doelstellingen: 1. Het actualiseren van het wettelijk kader rondom invasieve exoten; 2. Het actualiseren en in beeld brengen van de ontwikkeling van groeiplaatsen van Aziatische duizendknopen, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, waterwaaier, waternavel en andere invasieve soorten binnen de gemeentegrenzen van Heerenveen; 3. Het evalueren van het uitgevoerde beheer in de periode 2019-2022; 4. Het actualiseren van het PvA voor de periode 2023-2027; 5. Het geven van een onderbouwd overzicht van de kosten die nodig zijn om groeiplaatsen van invasieve exoten beheersbaar te houden voor de periode 2023-2027; 6. Het presenteren van algemene beheerprincipes om het thema invasieve exoten een structurele plek te geven in de afdeling Realisatie en Wijkbeheer; 7. Het geven van handvatten voor interne en externe communicatie.
10
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
1.4
Uitgangspunten • In dit plan van aanpak worden onder de noemer ‘invasieve exoten’ alleen plantensoorten bedoeld. • Een succesvolle aanpak van invasieve exoten op het schaalniveau van gemeente Heerenveen vraagt om een planmatige aanpak. Deze planmatige aanpak bestaat uit twee onderdelen: – Een op de soort en groeiplaats afgestemde bestrijdingsstrategie; – Een op invasieve exoten afgestemd gemeentelijk groenbeheer en -beleid volgens een aantal algemene beheerprincipes. Beide onderdelen zijn uitgewerkt in het plan van aanpak. • Als ambitieniveau voor de aanpak van invasieve exoten is ‘beheersbaar houden’ gehanteerd: het voorkomen van verdere uitbreiding en verspreiding van een groeilocatie en het reduceren van de omvang van een groeilocatie. • In de praktische uitwerking van dit plan van aanpak en de kostenraming wordt uitgegaan van bekende groeiplaatsen van Aziatische duizendknopen, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien en waterwaaier en waternavel. Niet uit te sluiten is dat in de nabije toekomst nieuwe groeiplaatsen van deze soorten ontstaan binnen de gemeentegrenzen. Ook kunnen andere invasieve soorten zich in de toekomst vestigen in Heerenveen. Om te anticiperen op deze potentieel nieuwe groeiplaatsen en soorten is het van belang dat de algemene beheerprincipes die worden geschetst in hoofdstuk 7 worden nageleefd.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de wet- en regelgeving betreffende invasieve exoten beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de bestrijdingsmethoden die in de gemeente worden toegepast toegelicht. Een evaluatie van het PvA van 2019 wordt besproken in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt de aanpak voor de beheerperiode 2023-2027 gepresenteerd. Vervolgens worden in hoofdstuk 6 de kosten die benodigd zijn voor de uitvoering van het PvA inzichtelijk gemaakt. In hoofdstuk 7 worden enkele essentiële beheerprincipes geschetst. In hoofdstuk 8 wordt een aantal handvatten aangeboden voor communicatie en samenwerking richting inwoners en andere terreineigenaren. Ten slotte wordt in hoofdstuk 9 een overzicht gegeven van de gebruikte bronnen voor totstandkoming van dit plan van aanpak.
11
Bestrijding Bestrijdinginvasieve invasieveexoten exotengemeente gemeenteHeerenveen Heerenveen2023-2027 2023-2027
2. Wet- en regelgeving 2.1
Europese wet- en regelgeving Sinds 22 oktober 2014 geldt binnen de Europese Unie een verordening (EU-verordening 1143/2014) met als doel de introductie, verspreiding en impact van invasieve exoten in Europa te beperken (Europese Unie, 2014). Op grond van de verordening is de Europese Unielijst invasieve exoten aangenomen met daarop ‘invasieve exoten van EU-belang’, waarvoor een import-, handels- en bezitsverbod geldt. Op basis van risicobeoordeling kunnen soorten aan de lijst worden toegevoegd, of er weer afgehaald worden. De laatste aanvulling dateert van 2 augustus 2022 (Europese Unie, 2022). Er zijn 22 plant- en diersoorten toegevoegd aan de lijst1. Centraal in deze verordening staat een lijst met soorten waarvan de negatieve effecten zodanig zijn, dat gezamenlijk optreden van de lidstaten van de Europese Unie gewenst is. De commissie IAS (Invasive Alien Species), waarin alle lidstaten zijn vertegenwoordigd, beoordeelt of een soort op de Unielijst behoort. Een soort (plant of dier) dient aan alle volgende vijf criteria te voldoen. De soort: 1. is (bewezen) uitheems; 2. kan in “het gastland” een levensvatbare populatie vormen; 3. kan zich daar, nu en in de toekomst, verspreiden/uitbreiden; 4. heeft nadelige gevolgen voor (lokale) biodiversiteit, ecosysteemdiensten, gezondheid of economie; en 5.
vereist EU-coördinatie om de introductie, vestiging en/of verdere verspreiding te voorkomen. De Europese Unie heeft 90 soorten aangewezen als invasieve exoot (Europese Unie, 2022). Daarnaast zijn er nog vele andere invasieve exoten die niet op deze lijst staan, maar wel problemen veroorzaken. Deze invasieve exoten staan (nog) niet op de Unielijst, vanwege gebrek aan onderzoek en informatie of vanwege gebrek aan draagvlak voor plaatsing op de lijst bij de lidstaten. Zo ontbreken Aziatische duizendknopen op de Unielijst. Voor deze soorten bestaat nog geen effectieve bestrijdingsmethode en plaatsing op de lijst betekent hoge beheerkosten voor lidstaten. Vanuit Europa is er dus geen wettelijke plicht om deze soorten aan te pakken, maar het is niet uitgesloten dat in de toekomst de soorten alsnog op de lijst komen te staan.
________________________________________________________________________________ 1 https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten
12
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
2.2
Nederlandse wet- en regelgeving
2.2.1
Aanpak invasieve exoten Nederland heeft sinds 2007 beleid voor de aanpak van invasieve exoten (Ministerie van LNV, 2007), voortvloeiend uit het Biodiversiteitsverdrag (CBD, 2002). De Partijen van het Biodiversiteitsverdrag (CBD) - waaronder Nederland - hebben vastgesteld dat invasieve exoten, na habitatverlies en overexploitatie, de grootste bedreiging voor biodiversiteit vormen (CBD, 2002). Het Rijk heeft in 2018 met een ministeriële regeling in het kader van de Wet natuurbescherming de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van het merendeel van de aangewezen soorten overgedragen aan de provincies (Ministerie van LNV, 2018). Daarbij zijn Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het zoveel mogelijk terugdringen van het aantal soorten en voor de communicatie over de eliminatie- en beheer(s)maatregelen. In opdracht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), Bureau Risicobeoordeling & onderzoeksprogrammering van het Ministerie van Economische Zaken (kortweg BuRo) is onderzoek verricht naar wetenschappelijke onderbouwing voor het Nederlandse standpunt over plaatsing van soorten op de Unielijst (Verbrugge et al, 2015). Mede naar aanleiding van resultaten uit dat onderzoek is advies verstrekt aan het Ministerie van EZ over mogelijke uitbreiding van de Unielijst. Aziatische duizendknopen zijn niet in het advies vermeld (Opperhuizen, 2016).
In 2020 is er opnieuw een advies uitgebracht door BuRo waarin wordt geadviseerd Aziatische duizendknopen aan te dragen voor opname op de Unielijst (Opperhuizen, 2020). In de Wet natuurbescherming worden de termen exoten en invasieve exoten specifiek genoemd (art. 1.1.1 Wnb; Overheid, 2020). Artikel 3.19 beschrijft de kern voor de aanpak van invasieve exoten: “Onze Minister wijst -in overleg met betreffende Gedeputeerde Staten (GS)- invasieve exoten aan die in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna of de instandhouding van natuurlijke habitats door of in opdracht van GS worden bestreden. Gedeputeerde Staten kunnen opdracht verlenen tot het beheren van populaties van invasieve uitheemse planten (art. 3.19 lid 4) of dieren (art, 3.12 lid 10 en art. 3.18 lid 4).” In artikel 3.34 staat vervolgens: “Het is verboden om exoten - behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen plantensoorten - te planten of te zaaien”. Verder zijn in paragraaf 3.8 van de Wet natuurbescherming (artikelen 3.36 t/m 3.40) en in titel 3.5 van het Besluit natuurbescherming (artikelen 3.31 en 3.32) regels opgenomen voor de omgang met invasieve exoten. Landelijk is er een onderscheid gemaakt tussen: • Uitroeibare soorten: exoten die zich al in ons land hebben gevestigd, maar nog op één of enkele locaties voorkomen.
Dergelijke soorten kunnen met de nodige inspanningen nog volledig worden uitgeroeid, zoals de Pallas’ eekhoorn, huiskraai en kleine waterteunisbloem (Artikel 17-soorten). • Beheersbare soorten: deze exoten hebben zich in ons land gevestigd en zijn inmiddels zo wijdverspreid dat volledige uitroeiing in heel Nederland niet meer tot de mogelijkheden behoort. Het gaat om onder andere reuzenberenklauw en reuzenbalsemien (Artikel 19-soorten).
2.2.2
Regeling natuurbescherming Op 7 maart 2018 is in de Regeling natuurbescherming artikel 3.30a toegevoegd (Min EZ, 2018). Dit artikel heeft betrekking op de aanwijzing van door de provincies te bestrijden invasieve uitheemse soorten. De aangewezen soorten (9 zoogdier-, 4 vogel-, 2 vis-, 2 reptielen-, 1 insecten- en 13 terres-
13
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
trische planten- en 10 aquatische plantensoorten; zie bijlage 10 van de regeling2) betreffen echter een beperkte afgeleide van de Unielijst. Qua terrestrische planten dienen wel de soorten kudzu, Perzische berenklauw, Sosnowsky’s berenklauw, struikaster, schijnambrosia en gestekelde Aziatische duizendknoop actief bestreden te worden. De lijst met te bestrijden waterplanten bestaat uit: grote waternavel, kleine waterteunisbloem, moeraslantaarn, parelvederkruid, verspreidbladige en smalle waterpest, waterhyacint, waterteunisbloem en waterwaaier. 2.2.3
Chemische bestrijding exoten In november 2020 bepaalde het gerechtshof dat het wettelijk verbod op het professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw “onverbindend” verklaard moest worden. Op vrijdag 8 juli 2022 heeft de Hoge Raad deze uitspraak van het Gerechtshof Den Haag vernietigd. Daarmee werd een streep gezet door het verbod dat vanaf oktober 2016 van kracht was (Kennisnetwerk Invasieve Exoten, 2022). In Nederland is daarmee het professioneel gebruik van bestrijdingsmiddelen buiten de landbouw (alle verharde en niet-verharde terreinen) niet toegestaan ('Gebruiksverbod'). Hierop zijn drie uitzonderingen omschreven in de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Staatscourant 18714, 31 maart 2020). Dit zijn: • Wanneer middelengebruik noodzakelijk is voor een veilige exploitatie. Het gaat dan vooral over onkruidbeheersing op bijzondere locaties, zoals spoorwegen, vliegvelden en militaire locaties; • Voor bescherming vanwege de gezondheid van mensen, dieren of van het milieu.
Gerichte bestrijding van de volgende soorten is toegestaan: – Eikenprocessierups; – Bastaardsatijnrups; – Aziatische duizendknopen: Japanse duizendknoop, Sachalinse duizendknoop, bastaard duizendknoop, Afghaanse duizendknoop en kruisingen; – fluweelboom/azijnboom; – Pontische rododendron; – robinia; – knolcyperus; – schadeveroorzakende organismen op rozen bij oorlogsgraven; – terrestrische soorten die zijn opgenomen op de Unielijst voor zorgwekkende invasieve uitheemse soorten met uitzondering van moeraslantaarn en reuzenberenklauw; • Voor toepassingen van middelen op specifieke terreinen (voor recreatieve doeleinden of voor het beoefenen van sport) die vanwege hun aard of omvang redelijkerwijze niet op een andere wijze kunnen worden onderhouden. Dat betreft met name sportvelden en campings.
2.2.4
Handelsverbod Aziatische duizendknopen Naar aanleiding van de motie van de leden Moorlag (PvdA) en Weverling (VVD) om de verkoop van watercrassula zo spoedig mogelijk te verbieden, heeft Minister Schouten van LNV besloten om naast watercrassula ook Aziatische duizendknopen als soorten voor te dragen voor plaatsing op de Europese Unielijst voor zorgwekkende invasieve uitheemse soorten (Kamerstuk 33 576, nr. 214, 5 februari 2021).
________________________________________________________________________________ 2 https://wetten.overheid.nl/BWBR0038668/2022-07-29#Bijlage10
14
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
Vooruitlopend op een Europees handelsverbod geldt met ingang van 1 januari 2022 een nationaal ‘handelsverbod’ voor drie soorten Aziatische duizendknopen (Staatsblad, 14 juli 2021). Doel van het verbod is het beperken van nieuwe introducties en verspreiding in het milieu als gevolg van handel. Het verbod lijkt primair bedoeld om de verkoop van Aziatische duizendknoop zelf, zoals planten of stengels, te beëindigen. Hieronder valt ook het transport van grond waarin zich Aziatische duizendknoopresten bevinden. In de Wet natuurbescherming wordt het onder zich of voorhanden hebben, vervoeren of ten vervoer aanbieden (van delen van invasieve exoten) expliciet aangemerkt als verhandelen. Gelet op deze ruime definitie maakt het hierbij niet uit of het gaat om de delen van de Aziatische duizendknoop zelf, of om de delen van de Aziatische duizendknoop in een partij grond die wordt getransporteerd. Dit betekent dat grondtransport met (levensvatbare delen van) Aziatische duizendknoop verboden is tenzij een vrijstelling van toepassing is. Vrijstelling geldt indien het niet-commerciële doeleinden betreft, indien het plaatsvindt in het kader van uitroeiing, bestrijding of beheersing of als het dode delen of dode producten van Aziatische duizendknoop betreft.
2.3
Provinciaal beleid In 2018 heeft het Rijk de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van het merendeel van de door de EU aangewezen invasieve soorten aan de provincies overgedragen (Ministerie van LNV, 2018). Provincies moeten uitvoering geven aan verwijderings-, beheers- en herstelmaatregelen voor invasieve exoten en zijn verantwoordelijk voor het monitoren van ingrepen. In de provincie Fryslân was tot voor kort echter nog geen beleid ontwikkeld voor het beheer en de bestrijding van invasieve exoten. Op 4 oktober 2022 is de Beleidsnotitie Invasieve Exoten Fryslân vastgesteld (Provincie Fryslân, 2022). De beleidsnotitie beschrijft hoe de provincie Fryslân in samenwerking met andere partijen invasieve exoten gaat beheren en bestrijden. De provinciale aanpak richt zich primair op invasieve exoten die een risico vormen voor de biodiversiteit, waarbij andere belangen zoals economie en volksgezondheid worden meegewogen. De beleidsnotitie beperkt zich tot invasieve exoten zoals opgenomen in de EU Exotenverordening. Hier zijn een aantal invasieve exoten, die niet op de Unielijst staan maar provinciaal in potentie wel problemen kunnen veroorzaken, aan toegevoegd. Hiervoor is een lijst met zogenaamde Friese zorgsoorten opgesteld (Koopmans & Feldbrugge, 2022).
Bij de selectie/keuze van soorten is nadrukkelijk als voorwaarde gesteld dat er sprake moet zijn van een realistisch handelingsperspectief voor de bestrijding van de betreffende invasieve exoten. In totaal is door provincie Fryslân €400.000 per jaar beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het beleid in de gehele provincie. Het is nog onduidelijk hoe dit bedrag wordt verdeel en hoeveel gemeente Heerenveen hiervoor beschikbaar krijgt.
2.3.1
Hygiëneprotocol Beheer- en onderhoudswerkzaamheden en grondverplaatsingen kunnen onbedoeld leiden tot nieuwe introducties van invasieve exoten. De provincie Fryslân heeft daarom samen met het Wetterskip Fryslân en Friese grondeigenaren een hygiëneprotocol ontwikkeld (van der Loop et al., 2022). Doel van dit protocol is voorkoming van de verplaatsing van invasieve exotische land- en waterplanten tijdens beheer-, onderhoud- en grondwerkzaamheden. Uitgangspunt is om dit protocol op te nemen in provinciale bestekken voor grond- en onderhoudswerkzaamheden. Daarnaast zal worden gekeken in hoeverre dit protocol geïntegreerd kan worden in het reguliere werkproces
15
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
voor beheer- en onderhoudswerkzaamheden van provinciale eigendommen. Gebruik van dit protocol bij Wetterskip, gemeenten, terreinbeherende organisaties en particuliere grondeigenaren zal worden gestimuleerd en aangemoedigd (maar kan niet worden verplicht).
2.4
Uitvoering op gemeentelijk niveau Gemeenten zijn verplicht de nu in de Regeling natuurbescherming en provinciale regelgeving genoemde soorten te beheersen. Voor soorten die wijdverspreid zijn, is het van belang dat deze soorten lokaal worden bestreden, verdere verspreiding wordt voorkomen, schade wordt beperkt of een willekeurige combinatie hiervan. Ten aanzien van Aziatische duizendknopen en watercrassula zijn gemeenten nog niets verplicht. Gezien de mogelijke toekomstige verplichtingen ten opzichte van Aziatische duizendknopen en de grote potentiële schade die deze soort kan aanrichten is het verstandig om juist deze soort actief te bestrijden. Vanuit het oogpunt van kosten-efficiëntie is het verstandig om hier per direct mee te starten. Langer wachten geeft reeds aanwezige (groeilocaties van) soorten de gelegenheid zich uit te breiden wat uiteindelijk voor hogere beheerskosten zorgt (OBN Natuurkennis, 2022).
16
Bestrijding Bestrijdinginvasieve invasieveexoten exotengemeente gemeenteHeerenveen Heerenveen2023-2027 2023-2027
3. Bestrijdingsmethoden 3.1
Inleiding De gemeente heeft in de periode 2019-2022 verschillende (soortspecifieke) bestrijdingsmethoden toegepast. In dit hoofdstuk worden per soort de verschillende bestrijdingsmethoden toegelicht die in de periode 2019-2022 zijn toegepast en/of in de periode 2023-2027 worden toegepast. In Tabel 3.1 is hier een overzicht van weergegeven. De methoden zijn beschreven zoals deze worden toegepast binnen de gemeente. De methode en frequentie kan daarom op sommige punten afwijken van wat in de literatuur wordt aangeraden. Overige methoden worden vanwege effectiviteit, kostenoverwegingen of haalbaarheid niet in de gemeente toegepast. Tabel 3.1 Toegepaste of toe te passen bestrijdingsmethoden per soort. Soort/bestrijdingsmethode
Frequentie per jaar
Aziatische duizendknoop Afgraven en zeven
1
Maaien/afknippen
1
Uitsteken/uittrekken
4
Pilot: Chemische bestrijding (stengelinjectie)
1
Reuzenberenklauw Maaien en afsteken
5
Schapenbegrazing
2
Uitboren
4
Reuzenbalsemien Uittrekken
1
Waterwaaier Hydro-venturi
1
Harkboot
1
Handmatig verwijderen (nazorg)
1
Grote waternavel Mechanisch verwijderen
1
Handmatig verwijderen (nazorg)
1
Watercrassula Aangepast beheer
-
Waterhyacint en moerashyacint Niets doen
-
17
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
3.2
Aziatische duizendknopen
3.2.1
Standaard vereisten Bij de aanpak van Aziatische duizendknoop soorten is een aantal algemene aspecten van belang onafhankelijk van de gekozen methode: • Na het werken in een gebied met Aziatische duizendknoop dienen gereedschappen, machines, voertuigen en schoenzolen goed gereinigd te worden om verspreiding van plantfragmenten te voorkomen; • Voor alle methoden geldt dat de effectiviteit verhoogd wordt wanneer zorgvuldig gewerkt wordt. De uitvoering wordt daarom bij voorkeur gedaan door een partij die ervaring heeft met de methode; • Bij methoden waar wordt ontgraven, is begeleiding in de vorm van een toezichthouder 3 een vereiste. De toezichthouder controleert de werkzaamheden en verklaart een locatie ‘schoon’ zodra er geconstateerd is dat deze vrij is van plantresten; • Tijdens werkzaamheden wordt het ‘Landelijk protocol omgaan met Aziatische duizendknoop’ gevolgd. Hierin zijn randvoorwaarden en zorgvuldigheidseisen in opgenomen waar aan moet worden voldaan wanneer werkzaamheden plaatsvinden rondom groeilocaties met Aziatische duizendknoop (Faber et al., 2019); • Ongeacht de aanpak is nazorg gedurende enkele jaren noodzakelijk, waarbij de locatie wordt gecontroleerd en hergroei wordt verwijderd; • Het vrijkomende groenafval wordt afgesloten afgevoerd naar een erkend verwerker 4.
3.2.2
Afgraven en zeven Bij ontgraven worden groeilocaties volledig afgegraven totdat er geen zichtbare wortels meer zijn. Uit onderzoek van Probos blijkt dat in veel gevallen afgraven tot ongeveer een meter voldoende is (Oldenburger et al., 2017). Er wordt horizontaal en verticaal afgraven in stukken van 30 cm. Een deskundige bepaalt per afgegraven stuk of Aziatische duizendknoop wortels aanwezig zijn. Na de laatste zichtbare wortels wordt 30 centimeter (zowel in de breedte als de diepte) extra afgegraven. Voor deze methode wordt een kraan met graafbak en trommelzeef ingezet. De grond wordt machinaal gezeefd. Hiervoor wordt een trommel of vlakzeef met een zeeffractie van 1-2 cm gebruikt. Grond kan eventueel twee keer worden gezeefd om het aandeel achtergebleven wortelrestanten te verkleinen. Deze methode is geschikt voor zand- en leemgrond. Vooral bij zandgrond is de methode zeer effectief, 98 tot 100% van de wortels kan worden verwijderd. Kleigrond is minder geschikt omdat deze moeilijker te zeven is. De ingreep is eenmalig, daarna wordt overgegaan op nazorg in de vorm van handmatig verwijderen (zie §3.2.4).
3.2.3
Maaien/afknippen De groeilocaties worden handmatig of met een maai-zuig-combinatie gemaaid (nooit met klepelmaaier). De maaibalk wordt ingesteld op minimaal 15-20 cm boven het maaiveld om te voorkomen dat groeiknopen van de wortelklompen worden geraakt en wegslingeren. De gebruikte machines worden goed schoongemaakt voordat ze de locatie verlaten of naar een niet-besmet gebied gaan. Het maaisel moet volledig worden afgevoerd naar een erkend verwerker van invasieve exoten. De behandeling wordt eenmalig uitgevoerd aan het einde van het groeiseizoen in september.
________________________________________________________________________________ 3 Expert op het gebied van Aziatische duizendknoop. 4 https://bvor.nl/invasieve-exoten/
18
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
3.2.4
Uitsteken/uittrekken Soms is ontgraven of ontwortelen niet mogelijk door aanwezigheid van bomen, bosschage of andere obstakels. Op deze locaties is het handmatig uitsteken dan wel uittrekken een effectieve methode om Aziatische duizendknoop te bestrijden. Bij deze methode wordt Aziatische duizendknoop handmatig uitgestoken met een riek of spade. Belangrijk hierbij is dat zoveel mogelijk wortelmateriaal wordt meegenomen. De behandeling wordt vier keer herhaald tijdens het groeiseizoen (april t/m oktober). Deze methode kan alleen gedurende het groeiseizoen worden ingezet aangezien de bovengrondse delen van de plant zichtbaar moeten zijn. Omdat het een arbeidsintensieve methode is, is handmatig verwijderen vooral geschikt voor kleine, jonge groeiplaatsen. De behandeling moet een aantal jaren worden volgehouden totdat de plant volledig is verdwenen. De methode wordt vaak ingezet in combinatie met andere methoden en als nazorg.
3.2.5
Mogelijk toe te passen methoden Onderstaande methoden zijn nog niet binnen de gemeente Heerenveen toegepast. Mogelijk bieden deze methoden of een combinatie van deze methoden een oplossing op locaties waar andere bestrijdingsmethoden wegens omstandigheden (door bijvoorbeeld aanwezigheid van kabels en leidingen) niet mogelijk zijn. De gemeente Heerenveen wil middels een pilot testen of dit een goed alternatief is (zie §5.2.4). Ontwortelen Het grootste deel van de wortelstokken van Aziatische duizendknoop zit in de bovenste 20 tot 40 cm van de bodem. Met een wortelriek aan een minigraver worden de wortelstokken grotendeels verwijderd in deze bovenste laag. De grond wordt tussen de wortels uit geschud en de plantresten worden afgevoerd met bijvoorbeeld een dumper. Omdat de grond op locatie blijft is het niet nodig grond van elders op te brengen. Omdat Aziatische duizendknoop breed wortelt wordt ruim rondom een groeilocatie afgegraven. Achterblijvende stukjes wortelstok zullen weer uitlopen, die worden vervolgens door nazorg verwijderd. Handmatig verwijderen is makkelijk toe te passen omdat de grond los is. Voor een aantal locaties gelden specifieke richtlijnen bij het ontwortelen. Groeilocaties gelegen op het talud van een watergang worden niet verder dan 20 centimeter tot de watergang machinaal ontworteld om schade aan oeverbeschoeiing te voorkomen.
De resterende 20 centimeter wordt handmatig uitgestoken. Voor groeilocaties die in de buurt van bomen liggen geldt dat bij het ontwortelen niet meer dan 30% van de boomwortels beschadigd mogen worden. Dit om te voorkomen dat bomen afsterven. Op deze locaties kan aanvullend op het ontwortelen stengels handmatig worden uitgestoken dan wel uitgetrokken. Chemische bestrijding (glyfosaat) Glyfosaat is een systemisch werkend middel, het wordt opgenomen door de plant (zie kader 3.1). Hierdoor zullen het bovengrondse deel van de plant en een groot deel van het wortelstelsel afsterven. De Aziatische duizendknoop stengels worden met een glyfosaatoplossing geïnjecteerd. Na hergroei zijn de stengels beperkt in aantal, relatief dun en beduidend lager (tot zo’n 50 cm hoog). Een professional in het bezit van een geldig Bewijs van Vakbekwaamheid 5 injecteert de stengels met 2,5 tot 4 ml van een 20% glyfosaatoplossing, afhankelijk van de dikte van de stengel. Dat gebeurt eenmaal per groeiseizoen, bij voorkeur in het najaar (eind augustus- begin oktober). In het najaar is ________________________________________________________________________________ 5 https://www.nvwa.nl/onderwerpen/gewasbescherming/gebruiksvoorschriften-
gewasbeschermingsmiddelen#:~:text=Sinds%201%20juli%201996%20heeft,over%20kennis%20en%20vaardigheden%20beschikt.
19
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
een behandeling effectiever dan in het voorjaar of de zomer omdat de sapstroom in een plant in die tijd van het jaar overwegend richting het wortelstelsel gaat (Kennisnetwerk Invasieve Exoten, 2022). Kader 3.1 Toepassing glyfosaat Glyfosaat ook wel bekend als RoundUp is een onkruidbestrijdingsmiddel. In de landbouw wordt glyfosaat toegepast voor de bestrijding van onkruid op akkers, het verwijderen van stoppels na de oogst en het doodspuiten van grasland. Risico’s Het is bekend dat glyfosaat schadelijk kan zijn voor mens en milieu. Door gebruik van het bestrijdingsmiddel kunnen er resten van het middel terechtkomen in de bodem en het oppervlakte- en grondwater. Glyfosaathoudende middelen werken niet selectief en kunnen dus planten, struiken en bomen die met het middel in contact komen (rechtstreeks of na overwaaien) ernstig beschadigen of doden. Hierdoor kunnen kwetsbare en waardevolle soorten verloren gaan (Motta & Moran, 2018). Wet- en regelgeving Stengelinjectie is toegelaten in openbaar groen en particuliere tuinen voor holle stengelgewassen zoals Aziatische duizendknopen (zie paragraaf §2.2.3). Het toepassen van glyfosaat op een talud langs open water is toegestaan mits het pleksgewijs en driftvrij wordt toegepast. Bladbesproeiing is geen optie maar injecteren van Aziatische duizendknoopstengels is toegestaan.
Onzekerheden en effectiviteit Na behandeling met glyfosaat lijkt bij Aziatische duizendknopen ‘dwerggroei’ te ontstaan (dunne stengels), wat een volgende behandeling met glyfosaat (injecteren/smeren) lastiger maakt. Een combinatie met handmatig uitsteken of uittrekken lijkt dan nuttig. Stengelinjectie geeft het beste resultaat, de andere type behandelingen zijn matig effectief. Het lijkt een effectieve methode om groeilocaties te beheersen maar als de behandeling te snel wordt beëindigd, groeien wortels weer uit tot nieuwe groeilocaties. Behandeling met glyfosaat wordt niet (kosten)efficiënter geacht dan andere alternatieve methoden (Probos, 2017). Het is een arbeidsintensieve methode die gedurende minimaal 3 jaar (maar meestal vaker) herhaald dient te worden. De beste resultaten worden behaald op groeilocaties waar in het verleden de Aziatische duizendknoop niet is bestreden of verstoord (bijvoorbeeld gemaaid). Gevestigde en grote groeiplaatsen met een zeer uitgebreid wortelstelsel laten een beperkt effect van afsterving zien. Kleinere plekken op moeilijk bereikbare standplaatsen (zoals bijvoorbeeld in verharding en kleine constructies) zijn erg goed met deze methode te bestrijden. Vaak lopen de slapende knoppen en wortelstokken elk jaar in volle kracht uit waardoor er, naast kleine en aangetaste stengels, ook gezonde en hardgroeiende stengels op de groeiplaats aanwezig zijn.
Dit geeft een vertekend beeld van de effectiviteit, maar is normaal. Om deze reden moet de behandeling herhaald worden. Zo worden elk jaar de nog levende wortels aangepakt (Kennisnetwerk Invasieve Exoten, 2022). Voor oude groeiplaatsen kan een combinatie van het grof ontwortelen met hierop volgend een glyfosaatbehandeling een hogere effectiviteit geven. Door het weghalen van een groot gedeelte van de wortels is de plant veel zwakker en kan het glyfosaat beter zijn werk doen. Weestand burgers Het gebruik van glyfosaat kan mogelijk voor negatieve beeldvorming zorgen omdat het gebruik ervan omstreden is. Openheid en transparantie rondom het gebruik van glyfosaat is daarom van belang.
3.3
Reuzenberenklauw
3.3.1
Standaard vereisten Bij de bestrijding van reuzenberenklauw is een aantal algemene aspecten van belang onafhankelijk van de gekozen methode:
20
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
• Bij bestrijding dient altijd beschermende kleding te worden gedragen die het hele lichaam bedekt (laarzen, handschoenen en regenpak). Ook de ogen moeten goed beschermd zijn; • Na het werken in een gebied met reuzenberenklauw dienen gereedschappen, machines, voertuigen en schoenzolen goed gereinigd te worden om verspreiding van zaad te voorkomen; • Ongeacht de aanpak is nazorg gedurende enkele jaren noodzakelijk, waarbij de locatie wordt gecontroleerd en hergroei wordt verwijderd; • Het vrijkomende groenafval wordt afgesloten afgevoerd naar een erkend verwerker. 3.3.2
Maaien en afsteken Maaien is een geschikte bestrijdingsmethode bij grotere groeilocaties. Maaien gebeurt met een maai-zuigcombinatie of bosmaaier. Tijdstip van aanvang en frequentie zijn belangrijk, dat wil zeggen dat al vroeg in het seizoen (eind april-begin mei) moet worden begonnen en gedurende het seizoen regelmatig gemaaid moet worden, minimaal vijf keer per seizoen. Daarmee krijgen de planten geen kans versneld nieuwe scheuten te vormen en alsnog te gaan bloeien (noodbloei). Op plaatsen waar maaien niet mogelijk is en de bestrijding wel noodzakelijk, dient te worden overgegaan tot het gebruik van klein materieel (bosmaaier) of handmatig verwijderen. Belangrijk is dat in ieder geval de bloeischermen worden verwijderd.
3.3.3
Schapenbegrazing Intensieve begrazing is een veel gebruikte en efficiënte methode voor de bestrijding van grote groeilocaties en voor machines moeilijk bereikbare plekken. Schapen hebben een voorkeur voor jonge planten en hebben over het algemeen een periode nodig om te wennen aan de plant vanwege de stoffen die vrijkomen. De begrazing moet regelmatig plaatsvinden (minimaal twee keer) in de periode maart-oktober om (nood)bloei te voorkomen en nieuwe planten te verwijderen (Kennisnetwerk Invasieve Exoten, 2022). Het is haalbaar om de plant volledig te bestrijden als de begrazing gedurende langere periode wordt uitgevoerd zodat de zaadbank wordt uitgeput. Voor een efficiënte begrazing zijn minimaal 5 tot 10 schapen per hectare nodig.
3.3.4
Uitboren Handmatig verwijderen van reuzenberenklauw is vooral geschikt voor kleine groeilocaties (tot ca. 10m2). De plant wordt handmatig verwijderd door het afsteken van de plant bij de wortel. Het groeipunt van de plant bevindt zich ongeveer 15 tot 20 cm onder de grond, bovenaan een dikke penwortel. Vanaf dat punt maakt de plant de stengel en de bladeren aan. Door het groeipunt af te steken sterft de plant. De reuzenberenklauw wordt voor de bloei van de plant uitgeboord met behulp van een grondboor of stuk geboord met een berenklauwboor 6. Opkomende bloeischermen worden afgestoken en in een afgesloten (plastic)zak afgevoerd om verspreiding van zaden te voorkomen (Kennisnetwerk Invasieve Exoten, 2022). De bestrijding start in april/mei en wordt in hetzelfde jaar vier keer herhaald door opkomende planten op dezelfde wijze te verwijderen.
________________________________________________________________________________ 6 In samenwerking met Landschapsbeheer Flevoland, het Technasium Slingerbos/Levant, de gemeente Zeewolde en Eijkel-
kamp Soil & Water is een speciale handboor ontwikkeld voor het verwijderen van wortels van reuzenberenklauw. De berenklauwboor is vooral geschikt voor kleine groeiplaatsen om individuele planten uit te boren. De boor is verkrijgbaar bij verschillende handelaren.
21
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
3.4
Reuzenbalsemien
3.4.1
Standaard vereisten Bij bestrijding van reuzenbalsemien is een aantal algemene aspecten van belang onafhankelijk van de gekozen methode: • Bij groeilocaties langs open water is het belangrijk om zo ver mogelijk stroomopwaarts te beginnen en vervolgens stroomafwaarts te werken. Dit voorkomt dat het zaad van bovenstrooms groeiende planten via stromend water mee stromen en benedenstrooms liggende gebieden weer koloniseren; • Bestrijding dient bij voorkeur bij zonnig maar in elk geval droog weer plaats te vinden, zodat de verwijderde planten snel uitdrogen en niet opnieuw kunnen wortelen. De afgemaaide planten kunnen dan in het veld worden achtergelaten. Bij meer vochtige omstandigheden wordt aangeraden om de afgemaaide planten te verzamelen en af te voeren; • Ongeacht de aanpak is nazorg gedurende enkele jaren noodzakelijk, waarbij de locatie wordt nagelopen en hergroei wordt verwijderd.
3.4.2
Uittrekken Reuzenbalsemien is redelijk eenvoudig met de hand uit te trekken: het wortelstelsel is oppervlakkig en groeit niet al te breed of diep. Breek na het uittrekken de stengel om uitgroei en nieuwe wortelvorming te voorkomen. Het beste moment om de planten uit te trekken is in de periode juni/ begin juli, de planten hebben dan nog geen zaad gezet maar zijn wel groot genoeg om makkelijk uit te trekken. Belangrijk is om ook de kleinere planten mee te nemen omdat deze kunnen ook zaad produceren. De planten worden één keer per groeiseizoen verwijderd.
3.5
Waterwaaier
3.5.1
Standaard vereisten Bij de aanpak van waterwaaier zijn een aantal algemene aspecten van belang onafhankelijk van de gekozen methode: • Voorkom fragmentatie om verspreiding naar andere (nog niet besmette) wateren te voorkomen. • Begin altijd bovenstrooms om te voorkomen dat schone stukken weer besmet worden door afdrijvend materiaal; • Gebruik waar mogelijk een goed kerende drijfbalk of drijfscherm (kan ook benedenstrooms geplaatst worden) om losgekomen delen te verzamelen en loop na afloop de watergang na om losgeraakte stukken te verwijderen; • Reinig machines en gereedschappen na afloop om verspreiding via het materieel te voorkomen; • Ongeacht de aanpak is nazorg gedurende enkele jaren noodzakelijk, waarbij de waterloop wordt nagelopen en achtergebleven planten worden verwijderd; • Het vrijkomende groenafval wordt afgesloten afgevoerd naar een verwerker.
3.5.2
Hydro-venturi Met hydro-venturi wordt waterwaaier bestreden op basis van waterdruk. Deze techniek is in Nederland sinds 2005 ontwikkeld door het baggerbedrijf Verduijn BV in samenwerking met diverse waterbeheerders. Vanuit een speciale boot wordt een hogedruk-waterstraal in een spuitbuis gegenereerd. Deze buis eindigt in een mondstuk dat vervolgens gebruikt wordt om op basis van waterdruk waterwaaier compleet met wortel uit de bodem los te spoelen. In het actieve groeiseizoen (vooral de zomer- en nazomerperiode) produceert waterwaaier veel zuurstof waardoor planten gaan drij-
22
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
ven als de wortels losraken van de bodem. De losgewoelde planten gaan drijven en kunnen relatief eenvoudig met een korf of grijparm uit het water worden geschept. De planten worden vervolgens in een beun of ponton verzameld, afgevoerd en vernietigd. 3.5.3
Harkboot Waterwaaier wordt vanuit een boot met een speciaal geconstrueerde hark met wortel en al uit de bodem getrokken. De hark kan tot 25 cm diep door de bodem. Het schroefwater spoelt de modder van de wortels als de planten komen bovendrijven. Het drijvende materiaal wordt in een tweede werkgang verzameld met een voorlader (of in dezelfde werkgang met een extra boot) en op de oever gezet of met een kraan vanaf de kant uit het water geschept. De meeste wortels blijven aan de planten zitten en worden verzameld. De methode wordt indien nodig meerdere keren per groeiseizoen herhaald. Er kunnen plantenfragmenten achterblijven omdat ze bezinken of wegspoelen voordat ze verzameld worden. De methode moet meerdere jaren achtereen worden uitgevoerd omdat volledige eliminatie met één behandeling niet mogelijk is. Harken kan in een korter tijdsbestek worden uitgevoerd dan hydroventuri omdat het aantal kubieke meters dat kan worden schoongemaakt hoger ligt. Volledige bestrijding is niet waarschijnlijk maar door sterke reductie, wordt de situatie beheersbaar.
3.5.4
Handmatig verwijderen Bij handmatig verwijderen van waterwaaier wordt met behulp van een hark en andere gereedschappen de waterwaaier uit de watergang verwijderd. Dit kan waar mogelijk zowel per boot, als vanaf de kant, als met waadpakken in het water worden uitgevoerd. Belangrijk is dat de volledige plant met wortel wordt verwijderd. Drijvende boeien met net worden stroomafwaarts geplaatst om aan het oppervlakte komende fragmenten op te vangen en te verwijderen.
3.6
Grote waternavel
3.6.1
Standaard vereisten Voor verwijdering van grote waternavel gelden dezelfde standaard vereisten als bij de bestrijding van waterwaaier (zie §3.5.1).
3.6.2
Machinaal verwijderen Grote waternavel wordt verwijderd door middel van een grijper of maaikorf zonder snijfunctie. Belangrijk is dat fragmentatie zoveel mogelijk wordt voorkomen. Als gewerkt wordt met een boot met schroef, dient voorzichtig te worden gevaren. Door een drijfbalk te plaatsen wordt gezorgd dat losse en drijvende delen van de plant in een waterloop niet af kunnen drijven. Plantmateriaal wordt zo snel mogelijk afgevoerd. Machinaal verwijderen is geschikt voor plekken waar de plant massaal voorkomt en waar (nog) geen eliminatie/totale verwijdering wordt nagestreefd.
3.6.3
Handmatig verwijderen Handmatig verwijderen gebeurt vanaf een boot, de kant, of met een waadpak vanuit het water. Verwijdering dient, indien mogelijk, te gebeuren met wortel en al, door de plant met de hand in de bodem/oever te volgen. Bij voorkeur wordt geen gebruik gemaakt van een hark. Indien de plant ook in de oever wortelt, worden deze met een schop afgegraven. Het afbreken van plantdelen dient zoveel mogelijk te worden voorkomen.
23
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
3.7
Watercrassula
3.7.1
Aangepast beheer Watercrassula profiteert van verstoring en vermesting van het systeem. Toch kan watercrassula zich ook vestigen wanneer hier geen sprake van is. In deze gevallen blijft de biomassaproductie van watercrassula laag en komt de soort niet tot dominantie. Wanneer dit het geval is, én verspreiding naar andere (kwetsbare) gebieden is niet waarschijnlijk, dan is niets doen de beste optie. Het uitvoeren van maatregelen in een dergelijke situatie leidt tot verstoringen in het systeem welke in de regel zorgen voor een toename van watercrassula (van der Loop, 2020). Het is van belang de met watercrassula besmette locaties waar mogelijk uit het reguliere beheer te halen. Waterlichamen schonen/herprofileren en andere vormen van grondverzet mogen op besmette locaties niet worden toegepast. Regulier beheer van omliggende niet besmette gebieden is mogelijk wanneer verstoring van de bodem beperkt blijft. De locaties worden gemarkeerd en bekend gemaakt bij de groenbeheerders.
3.8
Moerashyacint en waterhyacint
3.8.1
Niets doen In Nederland ontstaan alleen in warme zomers lokaal populaties met moerhyacint en waterhyacint. De effecten op de inheemse flora en fauna zijn vrij lokaal en beperkt. Zowel moerashyacint en waterhyacint kunnen slecht tegen lage temperaturen en vorst en sterven af in de winter. De soorten verdwijnen daarmee vanzelf (Kennisnetwerk Invasieve Exoten, 2022). Kleine populaties kunnen eventueel handmatig worden verwijderd om te voorkomen dat gedurende het groeiseizoen grote plantenmassa’s ontstaan. Planten worden met de hand of met behulp van een riek uitgetrokken. Belangrijk is om verdere verspreiding als gevolg van de werkzaamheden te voorkomen, bijvoorbeeld doordat fragmenten in het water achterblijven of via kleding en gereedschap worden verspreid.
3.9
Monitoren Monitoring is essentieel voor het slagen van de bestrijding van invasieve exoten. Door bekende locaties te controleren wordt de voortgang en de mate van succes van bestrijding inzichtelijk gemaakt. Het doel van monitoring is een actueel beeld te houden van de verspreiding van de invasieve exoten. De bestaande database (zie bijlage 2) wordt bijgewerkt en aangevuld met nieuwe (gemelde) groeilocaties. Op basis hiervan wordt besloten op welke locaties eventueel (extra) maatregelen getroffen moeten worden. De monitoring wordt eenmaal per groeiseizoen uitgevoerd in de periode eind mei tot half augustus door de wijkbeheerders. De inventarisatiemethodiek bestaat uit: • Locatie: intekenen van groeilocatie als vlak of punt met GPS; • Gegevens: vastleggen van de groeilocatie met de volgende gegevens: – De soort (Aziatische duizendknoop, reuzenberenklauw, etc.); – Grootte van de groeilocatie; – Bedekking (in %);
24
Bestrijding invasieve exoten gemeente Heerenveen 2023-2027
– Ligging (berm, talud, onder bomen, etc.); – Eigenaar (gemeente, particulier, derden of op grens); • Foto’s van de groeilocatie; Alle bekende groeilocaties worden in ieder geval jaarlijks nagelopen. Bij een melding van een nieuwe locatie door bewoners of groenbeheerders wordt deze locatie bezocht en via bovenstaande methodiek aan de database toegevoegd.
25
Bestrijding Bestrijdinginvasieve invasieveexoten exotengemeente gemeenteHeerenveen Heerenveen2023-2027 2023-2027
4. Evaluatie bestrijding exoten 2019-2022 4.1
Inleiding Om tot een effectief PvA voor de komende beheerperiode te komen, wordt het exoten beheer in de afgelopen beheerperiode geëvalueerd. Voor de evaluatie van het exotenbeheer in de periode 20192022 is gebruik gemaakt van verschillende bronnen: • Data (omvang, dichtheid en bijzonderheden) groeilocaties 2019 (database uit 2019, De Gelder, 2019); • Data (omvang, dichtheid en bijzonderheden) groeilocaties 2022 (zie §4.3); • Informatie over het uitgevoerde beheer in de periode 2019-2022. Hiervoor baseren we ons op de volgende bronnen: – Het projectbestek voor afgraven van Aziatische duizendknoop op negen locaties in 2020 (De Gelder, 2020a); – Het beheerbestek voor beheersen van Aziatische duizendknoop en reuzenberenklauw in de periode 2020-2022 (De Gelder, 2020b); – Interviews met wijkbeheerders over welke beheermaatregelen in de periode 2019-2022 getroffen zijn (zie bijlage 3 voor vragenlijst); • Informatie over de gevolgde aanbesteding(procedures), de marktconsultatie en eventuele andere bijzonderheden. Het beheer wordt in dit hoofdstuk per soort geëvalueerd.
4.2
Aanbesteding beheerbestek In januari 2020 heeft de gemeente door middel van een meervoudige onderhandse aanbesteding voor het beheer van invasieve aan een externe partij uitbesteed. De gemeente heeft toen vier partijen uitgenodigd om een inschrijving te doen. De opdracht is gegund aan Weed Free Service. Weed Free Service is in april 2020 gestart met uitvoering van het beheerbestek (De Gelder, 2020b). In juni 2020 is door Ecogroen steekproefsgewijs controle uitgevoerd op de uitvoering van de verschillende bestrijdingsmethoden. Uit deze controle kwam naar voren dat de werkzaamheden niet volgens de afspraken werden uitgevoerd. In lijn met de afspraken uit het beheerbestek is de aannemer hier schriftelijk van op de hoogte gesteld. Dit resulteerde echter niet in verbetering van de kwaliteit van het werk. Na de tweede schriftelijke waarschuwing is daarom in overleg besloten om het contract met Weed Free Service te ontbinden en de beheersing in eigen beheer uit te voeren. Vanwege onvoldoende capaciteit en middelen is de gemeente voor alle locaties met Aziatische duizendknoop en reuzenberenklauw overgegaan op maaibeheer. De overige methoden uit het