CConstaterende datHeerenveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwerpbestemmingsplan Oudehorne Tweede Sluisweg 35

Raadsvergadering 22 mei 2025, gemeente HeerenveenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Tweede Sluisweg 35 Oudehorne (ROM)28.681 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.8 Ecologie Om de uitvoerbaarheid van onderhavig planvoornemen te toetsen, is een quickscan en voortoets naar natuurwaarden binnen het plangebied uitgevoerd door Fopma Natuuradvies. Op dit punt wordt verwezen naar bijgevoegd rapport ‘Quickscan en voortoets voor de locatie Tweede Sluisweg 35 te Oudehorne’ (Bijlage 5). In dit rapport worden onderstaande conclusies getrokken. Conclusie Wet natuurbescherming (Soorten) Als de aanbevelingen uit onderstaande tabel en hoofdstuk 5 van bijlage 6 worden uitgevoerd, dan kunnen effecten op beschermde soorten voorkomen worden en is er naar onze mening geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In de tabel zijn de effecten samengevat.

29 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

Conclusie NatuurNetwerk Nederland / EHS Fryslân Er zijn geen effecten op de NNN/EHS-gebieden te verwachten. Conclusie Wet natuurbescherming (gebieden) Er zijn geen effecten op de Natura 2000-gebieden te verwachten. Een vergunning op grond van Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk voor de overige effecten.

4.9 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Archeologische waarden dienen op grond van de (aangepaste) Monumentenwet 1988 te worden meegewogen in de besluitvorming over ruimtelijke ingrepen. Op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) is voor de perioden steentijd-bronstijd en ijzertijd-middeleeuwen aangegeven dat bij ingrepen van meer dan 5000 m2, een historisch en karterend onderzoek verricht dient te worden. Er is is op de locatie een “Inventariserend Archeologisch Bureauonderzoek en Veldonderzoek (IVO-O) Karterende fase” uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in het rapport 2023-07/24. Dit rapport is als bijlage 4 toegevoegd. Door de gemeente Heerenveen is het rapport op 11-08-2023 goedgekeurd. In dit rapport wordt geconcludeerd: “Uit het booronderzoek blijkt dat het oostelijk deel van het plangebied in het verleden diep is vergraven. Daarnaast rest in delen van het plangebied, door verzuring van de bodem wegens veenvorming, slechts nog een BC-horizont. Alleen in de zuidwesthoek van het plangebied heeft bodemvorming plaatsgevonden die voor (steentijd)bewoning geschikte omstandigheden kon creëren. Echter zijn op deze locatie, ondanks naboren met een megaboor en het zeven van het opgeboorde zand, geen archeologische indicatoren aangetroffen.

Gezien deze resultaten van het veldonderzoek kan de verwachting voor resten van bewoning en begraving uit alle perioden, worden bijgesteld tot een lage verwachting. De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om in het plangebied nader onderzoek te adviseren.” Cultuurhistorie Als gevolg van het beleid Modernisering Monumentenzorg is per 1 januari 2012 in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.6.1) bepaald dat overheden verplicht zijn cultuurhistorie integraal mee te wegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Dit is gebeurd door raadpleging van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CH2, geen specifieke waarden) en door het uitvoeren van een cultuurhistorische analyse. Een en ander is verwerkt in hoofdstuk 3. Daaruit blijkt dat de opzet van het nieuwe erf en de beoogde nieuwbouw passen bij de aanwezige en historisch gegroeide gebiedskwaliteiten.

30 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

Hoofdstuk 5 Economische uitvoerbaarheid De kosten voor realisatie van onderhavig plan komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Dat geldt ook voor eventuele planschadekosten. Dit wordt in een overeenkomst geregeld. Planschadekosten zijn daarmee dus ‘anderszins verzekerd’. Omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd is, zal het college bij de vaststelling van het bestemmingsplan tevens besluiten dat er geen exploitatieplan zal worden vastgesteld. Dit is conform artikel 6.12 onder 2 van de Wet ruimtelijke ordening. Met de initiatiefnemer zal een planschadeovereenkomst worden afgesloten waarin vastgelegd wordt dat eventueel uit te betalen vergoedingen voor planschade verhaald worden op de initiatiefnemer. Gemaakte kosten door de gemeente worden middels het heffen van leges op de initiatiefnemer verhaald, zoals is opgenomen in de legesverordening van de gemeente Heerenveen. Hiermee kan worden gesteld dat het project financieel haalbaar wordt geacht.

31 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Overleg artikel 3.1.1 Bro

Dit bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan de provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân. Inmiddels heeft het waterschap aangegeven dat er sprake is van een korte procedure.

6.2 Tervisielegging ontwerp Het ontwerpbestemmingsplan wordt voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Op voorhand zijn de buren van de Tweede Sluisweg 37 geïnformeerd over de plannen. Met het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeente eenieder in de gelegenheid om kennis te kunnen nemen van, en ook te reageren op, de inhoud van het planvoornemen. De op het plan verkregen reacties zullen in deze paragraaf worden opgenomen.

32 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

Bijlagen 1. Advies erfbeplanting 30 juni 2023 MJ 2. Asbest en bodemonderzoeken: 3. Watertoets a. Mail wetterskip Fryslân 16-11-2023 4. Archeologisch onderzoek 5. FUMO asbest verontreiniging 2e Sluisweg 35 Oudehorne 6. Ecologische onderzoek

33 ‘Op ’e wyn fan juster, kinst hjoed net sile’

Advies erfbeplanting en Landschappelijke inpassing t.b.v. realisatie nieuwbouwwoning in de ruimte voor ruimteregeling

J. De Vries, F. Akkerman Projectadres 2e Sluisweg 35 8413 NN Oudehorne

Opdrachtgever(s): J. de Vries en F. Akkerman p.a. Singel 15 8411 CJ Jubbega

Datum: Ontwerp:

Juni 2023 M. Jonkman

Versie 1.0 30-06-2023

Landschappelijke inpassing nieuwbouwwoning in ruimte voor ruimte regeling 2

Inhoudsopgave Het project

3

Ligging plangebied

3

Lokale omgeving

4

De Bodem

5

Huidige situatie

6

Gewenste situatie

7

Splitsing percelen en gewenste locatie woonhuis

7

Bestaande erfbeplanting en erfontsluiting

8

Landschappelijke inpassing

9

Plantadvies

10

Onderhoud

13

Bronnen

13

Naslagwerken

13

2023 | Meintje Jonkman | Tuin en Landschap | Schoterlandseweg 125 | 8413 NJ | Oudehorne | T. 06 810 500 63 | E. meintjejonkman@hetnet.nl

Landschappelijke inpassing nieuwbouwwoning in ruimte voor ruimte regeling 3

Het project

Ligging plangebied

In de ruimte voor ruimteregeling worden de stallen van een voormalig kuikenmesterij aan de Tweede Sluisweg 35 te Oudehorne afgebroken. Door een wijziging in het bestemmingsplan, van agrarisch naar wonen kan hiervoor in de plaats een extra woning worden gerealiseerd.

Oudehorne valt onder de Gemeente Heerenveen, regio zuidoost Friesland. In deze regio komen twee verschillende landschapstypen bij elkaar. De zuidelijke Friese Wouden, op de relatief hoger gelegen zandgronden, (uitlopers vanuit het Drents plateau) gaan hier over in het lager gelegen, meer open veenweidegebied van het ‘lage midden’ van Friesland.

1 Gemeente Heerenveen

2023 | Meintje Jonkman | Tuin en Landschap | Schoterlandseweg 125 | 8413 NJ | Oudehorne | T. 06 810 500 63 | E. meintjejonkman@hetnet.nl

Landschappelijke inpassing nieuwbouwwoning in ruimte voor ruimte regeling 4

Lokale omgeving Het lokale landschap, relatief kleinschalig, is ontstaan door vroegere woudontginning. De dorpen, overwegend lintbebouwing, liggen langs de Schoterlandseweg en de Schoterlandse compagnonsvaart. Het landschapspatroon, veelal haaks op de linten vormen langgerekte kavels met wijken, houtsingels, houtwallen en divers verspreide bospercelen. De hoofdwegen zijn voorzien van een laanbeplanting van met name eiken.

3 Tweede Sluisweg 35, Oudehorne

2 Locatie voormalig kuikenmesterij in gemeente

2023 | Meintje Jonkman | Tuin en Landschap | Schoterlandseweg 125 | 8413 NJ | Oudehorne | T. 06 810 500 63 | E. meintjejonkman@hetnet.nl

Landschappelijke inpassing nieuwbouwwoning in ruimte voor ruimte regeling 5

De bodem De bodem van het plangebied bestaat uit veldpodzolgrond, leem arm en zwak lemig fijn zand. De grondwaterspiegel staat lokaal tussen de 60 en de 120 cm beneden maaiveld, grondwatertrap IVc. Grenzend aan het plangebied ligt een uitloper van een dekzandrug die nog mooi zichtbaar is in het landschap.

5 Bodemopbouw ter hoogte van plangebied

4 Grondwatertrap

6 Plangebied grenzend aan dekzandrug 2023 | Meintje Jonkman | Tuin en Landschap | Schoterlandseweg 125 | 8413 NJ | Oudehorne | T. 06 810 500 63 | E. meintjejonkman@hetnet.nl

Landschappelijke inpassing nieuwbouwwoning in ruimte voor ruimte regeling 6

Huidige situatie Het perceel aan de Tweede Sluisweg 35 ligt beschut, opgaand in een langgerekte verkavelingsstructuur. Door een stevige erfbeplanting langs oost- en westzijde wordt de huidige opstal voor een groot deel aan het zicht onttrokken.

8 Zicht achter op perceel vanaf de zr. de Jongweg

7 Huidige situatie

9 Houtsingel aan de oostzijde

2023 | Meintje Jonkman | Tuin en Landschap | Schoterlandseweg 125 | 8413 NJ | Oudehorne | T. 06 810 500 63 | E. meintjejonkman@hetnet.nl

Landschappelijke inpassing nieuwbouwwoning in ruimte voor ruimte regeling 7

Gewenste situatie

Splitsing percelen en gewenste locatie woonhuis

De huidige pluimveestallen zijn door bedrijfsbeëindiging overbodig geworden, deze worden (deels) gesloopt. Door middel van de ruimte voor ruimte regeling willen initiatiefnemers de bestemming wijzigen van agrarisch naar wonen om zo een extra woning op de locatie te kunnen realiseren.

Het uitgangspunt voor het opsplitsen van het bedrijfserf naar twee afzonderlijke woonkavels zijn de al bestaande kadastrale grenzen. Te weten perceel 1 (MDM02-J636) en perceel 2 (MDM02-J-637). Op perceel 2 staat de gewenste locatie voor het nieuw te bouwen woonhuis ingetekend.

10 Te slopen stallen (gearceerdl) 11 Gewenste perceelindeling en locatie nieuwe woning

2023 | Meintje Jonkman | Tuin en Landschap | Schoterlandseweg 125 | 8413 NJ | Oudehorne | T. 06 810 500 63 | E. meintjejonkman@hetnet.nl

Landschappelijke inpassing nieuwbouwwoning in ruimte voor ruimte regeling 8

Bestaande erfbeplanting en erfontsluiting De huidige erfbeplanting, de boomsingels aan de oost- (A) en westzijde (B) van het perceel en de beplanting langs de Jonkerslandreed (C) vormen al een mooi kader rond de percelen. Deze erfbeplanting vormt de basis van de landschappelijke inpassing. Perceel 1 wordt ontsloten door huidige toegangsweg, voor perceel 2 wordt een nieuwe inrit gecreëerd aan de Jonkerslandreed. Een mooie solitaire zwarte els op perceel 2 (D) blijft behouden. De waardevolle beplanting langs de Jonkerslandreed (boomvormen hoofdzakelijk eik) blijft behouden, ter hoogte van de nieuwe inrit volstaat het rooien van enkele struikvormen van o.a. vlier en vogelkers. Het verwijderen van deze beplanting wordt elders in het plan gecompenseerd.

12 Bestaande beplanting en toegang tot percelen

2023 | Meintje Jonkman | Tuin en Landschap | Schoterlandseweg 125 | 8413 NJ | Oudehorne | T. 06 810 500 63 | E. meintjejonkman@hetnet.nl

Landschappelijke inpassing nieuwbouwwoning in ruimte voor ruimte regeling 9

Landschappelijke inpassing Voor de landschappelijk inpassing van de nieuwe situatie maken we gebruik van de kwaliteiten van bestaande structuren. De huidige erfbeplanting wordt zoveel mogelijk behouden en waar nodig versterkt. De relatief grote schaal van het voormalig bedrijfsperceel wordt door het opsplitsen in twee woonpercelen verkleind. Het aanplanten van een nieuwe houtsingel op de erfafscheiding, zorgt voor een natuurlijke grens tussen beide de percelen en draagt bij aan een kleinschaliger karakter van de erven. 1. De houtsingel aan de voorzijde blijft voor het grootste deel behouden, vooral de grote eiken vormen een belangrijk onderdeel van de natuurlijke beplanting langs de Jonkerslandreed 2. De mooie gesloten houtsingel langs de oostzijde wordt hier en daar aangevuld met nieuwe boomvormers om deze voor de toekomst te kunnen behouden. 3. Deze nieuw aan te planten houtsingel zorgt voor een heldere, groene afscheiding tussen de twee percelen. 4. De houtsingel aan de westzijde blijft bestaan en wordt aangevuld met nieuwe aanplant zodat het perceel ook aan de westzijde weer helder wordt omsloten. De bebouwing wordt door deze singel aan het zicht onttrokken. 5. Langs de zuidzijde worden solitaire of kleine boomgroepen aangeplant om een relatief open verbinding met het achterliggende landschap te behouden, en waar nodig aanwezige bebouwing het zicht te onttrekken.

13 Landschappelijke inpassing

2023 | Meintje Jonkman | Tuin en Landschap | Schoterlandseweg 125 | 8413 NJ | Oudehorne | T. 06 810 500 63 | E. meintjejonkman@hetnet.nl

Landschappelijke inpassing nieuwbouwwoning in ruimte voor ruimte regeling 10

Plantadvies Om ervoor te zorgen dat de bestaande en nieuwe landschapselementen een positieve bijdrage leveren aan de biodiversiteit planten we deze aan met diverse inheemse soorten. Het toevoegen van extra beplanting zorgt voor een betere luchtkwaliteit (afvangen van Co2 en fijnstof) en door het creëren van schaduwrijke plekken gaat het hittestress tegen.

1. Houtsingel langs Jonkerslandreed Uitgangspunt is behoud van bestaande structuur, er kan gedacht worden aan extra eiken aan weerszijde van de nieuwe inrit, als aanvulling in de laanbeplanting en markering van de inrit. Aantal Botanische naam 2 Quercus robur

Nederlands

Maat

Plantwijze

Zomereik

10-12 beveerd

Solitair

2. Aanvulling in bestaande houtsingel De bestaande houtsingel aan de oostzijde bestaat uit diverse soorten o.a. berk, eik, els en lijsterbes. Behoud van de bestaande vegetatie staat voorop, aanvulling bestaat uit: Aantal Botanische naam 3 Quercus robur 4 Sorbus aucuparia 2 Castanea sativa 5

Betula pendula

Nederlands

Maat

Plantwijze

Zomereik Lijsterbes Tamme kastanje Ruwe berk

8-10 beveerd 150-175 CM 8-10 beveerd

Verspreid Verspreid Verspreid

150-175 CM

Verspreid

2023 | Meintje Jonkman | Tuin en Landschap | Schoterlandseweg 125 | 8413 NJ | Oudehorne | T. 06 810 500 63 | E. meintjejonkman@hetnet.nl

Landschappelijke inpassing nieuwbouwwoning in ruimte voor ruimte regeling 11

3. Nieuwe houtsingel met onderbeplanting (115 meter lang, ca. 5 m. breed) Deze nieuwe houtsingel compenseert de verwijderde beplanting ter hoogte van de nieuwe inrit. De beplanting bestaat uit een divers mix van inheemse bomen en struiken, goed voor de biodiversiteit. Plantafstand: 1.25 meter in de rij, 1.25 meter tussen de rij, verschoven verband. (64 stuks op 100 m²) Aantal 25 % 15 % 5% 5% 10 % 10 % 15 % 10 %

Botanische naam Quercus robur Betula pendula Betula pubescens Castanea sativa Frangula alnus Corylus avellana Sorbus aucuparia Crataegus laevigata

5 % Amelanchier lamarckii

Nederlands Zomereik Ruwe berk Zachte berk Tamme kastanje Vuilboom Hazelaar Lijsterbes Tweestijlige meidoorn Krentenboompje

Maat 6-8 beveerd 150-175 CM 125-150 CM 6-8 beveerd 150-175 CM 150-175 CM 125-150 CM 120-150 CM

Plantwijze Verspreid Verspreid Verspreid Verspreid Verspreid Verspreid Verspreid Verspreid

150-175 CM

Verspreid

4. De bestaande houtsingel langs de westzijde (75 meter lang, ca. 5 m. breed) De hoofdbeplanting van eik wordt aangevuld met een met een mix met diverse inheemse bomen en struiken zodat er een mooi gesloten geheel gevormd wordt. Plantafstand 1.25 meter in de rij, 1.25 tussen de rij, verschoven verband. (64 stuks op 100 m²) Aantal 25 % 15 % 5% 5% 10 % 10 % 15 % 10 %

Botanische naam Quercus robur Betula pendula Betula pubescens Castanea sativa Frangula alnus Corylus avellana Sorbus aucuparia Crataegus laevigata

5 % Amelanchier lamarckii

Nederlands Zomereik Ruwe berk Zachte berk Tamme kastanje Vuilboom Hazelaar Lijsterbes Tweestijlige meidoorn Krentenboompje

Maat 8-10 beveerd 150-175 CM 125-150 CM 6-8 beveerd 150-175 CM 150-175 CM 125-150 CM 120-150 CM

Plantwijze Verspreid Verspreid Verspreid Verspreid Verspreid Verspreid Verspreid Verspreid

150-175 CM

Verspreid

2023 | Meintje Jonkman | Tuin en Landschap | Schoterlandseweg 125 | 8413 NJ | Oudehorne | T. 06 810 500 63 | E. meintjejonkman@hetnet.nl

Landschappelijke inpassing nieuwbouwwoning in ruimte voor ruimte regeling 12

5. Solitaire bomen en kleine boomgroepen Op de achtergrens van beide percelen planten we verspreid een aantal solitaire bomen en kleine boomgroepen aan die de bebouwing op het achtererf aan het zicht onttrekken. Aantal Botanische naam 5 Quercus robur 4 Sorbus aucuparia 2 Betula pendula

Nederlands

Maat

Plantwijze

Zomereik Lijsterbes Ruwe berk

150-175 CM 150-175 CM 100-125 CM

Verspreid Verspreid Verspreid

2023 | Meintje Jonkman | Tuin en Landschap | Schoterlandseweg 125 | 8413 NJ | Oudehorne | T. 06 810 500 63 | E. meintjejonkman@hetnet.nl

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl

augustus ’23

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

Projectnummer:

23-M10667 / 23-M10857

Opdrachtgever:

dhr. J. de Vries

Datum:

08 augustus 2023

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

datum

08 augustus 2023

projectnummer

23-M10667 / 23-M10857

in opdracht van

dhr. J.de Vries Singel 15 8411 CJ Jubbega

uitgevoerd door

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V..

augustus ’23

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12

3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................. 14 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 16 4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 18 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 18

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 20

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 23

4.3.1

Grond en grondwater ......................................................................................................... 23

4.3.2

Asbest en PCB’s in toplaag t.p.v. de druppelzones van de stallen ................................... 32

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 35

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 41

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 42

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

augustus ’23

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van dhr. J. de Vries en Bouwkundig Teken- & Adviesburo Joldert de Vries is in de periode februari - juli 2023 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een gedeelte van het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne (gemeente Heerenveen). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO).

Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters), 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande bestemmingsplanprocedure en geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

augustus ’23

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

augustus ’23

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie

B 0

C

D

✓

✓

✓

✓

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

G

A 0

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

augustus ’23

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande bestemmingsplanprocedure op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Heerenveen (via email d.d. 31-01 en 19-06-2023); • informatie van Bodemloket.nl; • informatie van de bodematlas van de Provincie Friesland; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel plangebied) Algemene omschrijving

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: augustus ’23

Tweede Sluisweg 35 Oudehorne Heerenveen Zie bijlage 1 X = 201,571 Y= 553,854 Gemeente Mildam, perceel sectie J nummers 636 en 637 Niet nagegaan. Ca. 11.330 m2 (incl. bebouwing) De onderzoekslocatie betreft het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne. Op de locatie is een veehouderijbedrijf gevestigd. Op de locatie bevinden zich een vrijstaande woning en een drietal stallen. Inpandig bevinden zich meest betonvloeren. Over de locatie lopen enkele met asfalt en beton verharde toegangspaden. Het overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie betreft grasveld en tuin. De opdrachtgever is voornemens om de bestemming van de onderzoekslocatie te wijzigen. Daarnaast is men voornemens om op het noordoostelijk deel van de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De bestaande woning op de onderzoekslocatie is gebouwd in 1953, de stallen dateren van 1960 en 1969. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is deels verhard met asfalt en beton. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans" tot “middel hoge trefkans”. Bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw van een woning.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Op basis van de topografische kaarten vanaf voor ca. 1900 is op de locatie enige bebouwing te herkennen. Op kaarten vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw zijn voor het eerst veestallen te herkennen. De bebouwing is in de loop der jaren gewijzigd en uitgebreid. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf ca. 1850 is in basis van de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te topografische herkennen. kaarten, Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / Topotijdreis) gewijzigd. Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich enkele woningen en agrarische percelen. Noordzijde: Jonkersreedland en tegenover gelegen weidepercelen; Oost- en zuidzijde: naastgelegen weidepercelen; Westzijde: naastgelegen woning.

augustus ’23

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De onderzoekslocatie betreft het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne. Op de locatie is een veehouderijbedrijf gevestigd. Op de locatie bevinden zich een vrijstaande woning en een drietal stallen. Inpandig bevinden zich meest betonvloeren. Over de locatie lopen enkele met asfalt en beton verharde toegangspaden. Het overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie betreft grasveld en tuin. De opdrachtgever is voornemens om de bestemming van de onderzoekslocatie te wijzigen. Daarnaast is men voornemens om op het noordoostelijk deel van de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Op het adres aan de Tweede Sluisweg 35 bevindt zich geruime tijd een veehouderijbedrijf. Op basis van topografische kaarten blijkt dat op/nabij het plangebied tussen ca. 1909 en ca. 1966 enige bebouwing aanwezig was. Het plangebied is voor het grootste deel onderdeel van een grasveld. Het zuidelijk deel van het plangebied is verhard met betonplaten. Op de betonplaten wordt tijdens het uitmesten enige paardenmest opgeslagen (hobbymatig/kleinschalig).

Bouwvergunning

Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. T.b.v. de bestaande bebouwing zijn bouwvergunningen verleend.

Milieuvergunning

■ 25-11-1974; oprichtingsvergunning voor een kuikenmesterij ■ 20-01-1997; revisievergunning voor een pluimveehouderij ■ 10-07-1998; wijzigingsvergunning voor een kuikenmesterij

Handelsregister

De onderzoekslocatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel als volgt vermeld: ■ EasyMeasure Developments B.V., technisch ontwerp ■ Handelsonderneming F. Akkerman B.V. ■ Aquacolor Algensensor Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.

Aanwezigheid brandstoftanks

augustus ’23

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Aanwezigheid asbest

De daken van de bestaande stallen op de onderzoekslocatie zijn (deels) verdacht voor de aanwezigheid van asbest (zie figuur 1).

figuur 1: asbestdakenkaart provincie Friesland

Ophogingen/dempingen/stortingen

De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel. Ten zuidoosten van de onderzoekslocatie bevindt zich een gedempte sloot. Deze gedempte sloot bevindt zich buiten het onderzoeksgebied.

figuur 2: gedempte sloten

Niet gesprongen explosieven

augustus ’23

Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten PFAS-verdachtheid

Calamiteiten Verdachte activiteiten < 25 m

Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich voornamelijk woningen en agrarische percelen. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

► niet bekend

Omgeving <25 m

► niet bekend ► Niet bekend.

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

augustus ’23

►De locatie bevindt zich in de zone buitengebied.

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 0-2 m+NAP.

figuur 3: bodemopbouw

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Mildam, percelen sectie J nummers 636 en 637 Niet nagegaan.

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

augustus ’23

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de locatie aan de Tweede Sluisweg 35 te Oudehorne geruime tijd een pluimveebedrijf is gevestigd. Op basis van topografische kaarten blijkt dat op/nabij het plangebied van voor 1900 reeds enige bebouwing aanwezig was. Er is andere geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen woning is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1).

Gezien de bewoningsgeschiedenis en agrarische bedrijfsactiviteiten is het overige deel van de locatie verdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. het overige deel van het plangebied uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6 strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL), verdachte bovengrond (literatuur 1). De ondergrond en het grondwater is in dit onderzoek onderzocht volgens de strategie voor een onverdachte locatie, (ONV-NL) paragraaf 5.1 van de NEN-5740. In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging grond

(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (nieuwbouwlocatie) (ca. 400 m2) onderzoeksgebied (overige deel van PAK’s, zware metalen, het plangebied) minerale olie, PCB’s (ca. 10.930 m2)

augustus ’23

grondwater

onderzoeksstrategie

-

ONV-NL

-

VED-HE-NL (bovengrond) ONV-NL (ondergrond en grondwater)

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

asbest De daken van de aanwezige stallen zijn meest voorzien van asbestverdachte dakplaten. De daken zijn niet voorzien van dakgoten en wateren meest af op de verharde bodem. De grond (druppelzone) onder de daklijnen van de asbesthoudende daken zijn vanwege erosie van de dakplaten potentieel verdacht voor de aanwezigheid van asbest in grond. In deze fase van het onderzoek is de toplaag (0.0-0.1 m-mv) van de druppelzones onder de asbestverdachte daken van de stallen, onderzocht op asbest in grond op basis van NEN-5707+C2. Het onderzoek asbest in de toplaag t.p.v druppelzones onder het asbesthoudende dak is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie “verkennend onderzoek op een verdachte locatie (verdachte toplaag) met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld”, paragraaf 6.4.5. van de NEN 5707. In afwijking van de strategie uit paragraaf 6.4.5. is in dit onderzoek alleen de toplaag (0.0-0.1 m-mv) onderzocht i.p.v. de actuele contactzone tot 0.5 m-mv. Bekend is dat asbesthoudende (dak)platen voorzien kunnen zijn van een coating die polychloorbifenylen (PCB) bevat. Door verwering van dergelijke asbestdaken, bestaat de kans dat er dan behalve een asbestverontreiniging ook een PCB-verontreiniging in de bodem aanwezig is. PCB zijn daarmee een verdachte stof bij dergelijke asbestverontreinigingen. In deze fase is de toplaag t.p.v.

de druppelzones naast asbest ook onderzocht op PCB’s. Op basis van bekende informatie zijn geen andere gegevens bekend dat op de locatie sprake is van bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek behoudens t.p.v. de druppelzones, vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft, behoudens ter plaatse van de druppelzone onder het asbestverdachte dak, geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

augustus ’23

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001, 2002 en 2018 (t.p.v. druppelzones). In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) het graven van inspectiegaten (protocol 2018) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R. Dob (in opleiding)

09-02-2023 29-06-2023

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. T. Querner (in opleiding) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

20-02-2023 10-07-2023

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

09-02-2023 29-06-2023

geen bijzonderheden

locatie-inspectie

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

4

ca.0.5

3 t/m 6

1

ca.2.0

2

1

ca.2.5

1

18

ca.0.5

13 t/m 30

5

ca.2.0

8+9+10+11+12

1

ca.2.9

7*

Onderzoekslocatie (ca. 400 m2) Boringen Peilbuis

Onderzoekslocatie (ca. 10.930 m2) Boringen Peilbuis

*=peilbuis is gecombineerd met onverdachte deel van de locatie

augustus ’23

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Het grondwatermonster is genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. druppelzones asbestverdachte daken van de stallen Teneinde na te gaan of de toplaag t.p.v. de druppelzones onder de asbestverdachte daken van de stallen verontreinigd is met asbest(houdend)materiaal, is in dit onderzoek van de betreffende druppelzones een grondmengmonster van de toplaag (0.0-0.1 m-mv) onderzocht op het gehalte asbest en PCB’s.

Per druppelzone (per zijde van de stallen) zijn vier ondiepe inspectiegaten van 0.3x0.3x 0.1 meter gegraven m.b.v. een schop. In het kader van dit indicatieve onderzoek asbest in grond zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • visuele inspectie van de toplaag (alleen t.p.v. de druppelzone); • het graven van zes inspectiegaten van 30 * 30 cm tot ca.10 cm-mv. • het visueel inspecteren van de ontgraven grond op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. • het bemonsteren van evt. asbestverdachte materialen. • het analyseren van evt. asbestverdachte materialen conform de NEN 5898. Opgemerkt wordt dat het uitgevoerde asbestonderzoek in grond alleen betrekking heeft op de toplaag (0.0-0.1 m-mv) t.p.v. druppelzones van het asbestverdachte daken van de stallen (zie bijlage 2). Met nadruk wordt vermeldt dat op het overige deel van de locatie, in deze fase van het onderzoek, geen onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of asbest in puin volgens NEN-5897+C2 is uitgevoerd. Er kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin elders op het terrein.

augustus ’23

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-1.3 1.3-1.6 1.6-2.4 2.4-2.9

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand zand leem zand

zwak siltig, zwak humeus zwak siltig matig siltig sterk zandig zwak zandig

bruin/grijs lichtgeel beige/geel lichtgrijs lichtgrijs

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

1 7

1.5-2.5 1.9-2.9

0.96 1.34

5 5

6.4 6.1

EGV geleidingsvermogen µS/cm 640 290

troebelheid (NTU) 22 14

In het genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt, zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waardes voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.

augustus ’23

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.

Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

augustus ’23

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema Monsterboringnummer(s) code nieuwbouwlocatie

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

grond MM1

1 t/m 6

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM2

1+2

1.4-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

1

1.5-2.5

-

NEN-grondwater(**) +AS3000

grondwater Pb1

augustus ’23

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

vervolg tabel 13: analyseschema overige deel van het plangebied grond MM3

8+9+12+14

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM4

7+11+15+17

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM5

18+20+28+29

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM6

10+25+26+27

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM7

16+19+23+30

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM8

7 t/m 12

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM9

7 t/m 11

1.0-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

7

1.9-2.9

-

NEN-grondwater(**) +AS3000

asbest+PCB’s (som 7)+AS3000 asbest+PCB’s (som 7)+AS3000 asbest+PCB’s (som 7)+AS3000 asbest+PCB’s (som 7)+AS3000 asbest+PCB’s (som 7)+AS3000 asbest+PCB’s (som 7)+AS3000 asbest+PCB’s (som 7)+AS3000

grondwater Pb7

druppelzones onder asbestverdachte daken van de stallen grond D1

D1 t/m D4

0.0-0.1

-

D2

D5 t/m D8

0.0-0.1

-

D3

D9 t/m D12

0.0-0.1

-

D4

D13 t/m D16

0.0-0.1

-

D5

D17 t/m D20

0.0-0.1

-

D6

D21 t/m D24

0.0-0.1

-

D7

D25 t/m D28

0.0-0.1

-

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

augustus ’23

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Tweede Sluisweg nr. 35 te Oudehorne

4.2

Toetsingscriteria

grond en grondwater Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerenveen&id=f059769b-fe9e-4fd2-bdc4-08682ece79e1